27 juni 2020

Mijn luchtreiniger

De laatste tijd heb ik vanwege het veelal mooie weer vaak mijn ramen en deuren openstaan. Helaas heb ik een buurman die geregeld rookt en die smerige sigarettenrook waait altijd mijn kamer in. Daarom, en vanwege de verwachten verbeteringen van mijn binnenklimaat, had ik een tijdje geleden een luchtreiniger besteld. Vandaag werd ‘ie bezorgd.

Ik kreeg een zak overhandigd met daarin een verfomfaaide doos, die tijdens het transport tussen de verschillende werelddelen ogenschijnlijk flinke optaters te verwerken had gekregen. Gelukkig was de luchtreiniger nog intact, dus wilde ik ‘m meteen uitproberen.

Nou, dat ging dus niet…

De meegeleverde stekker paste met geen mogelijkheid in het stopcontact. Maar er zou toch een adapter bij zitten? Gelukkig bleek die nog ergens los in de zak te zitten. Hij paste mooi op de stekker, maar niet in het stopcontact…

De stekker paste niet in het stopcontact.

Zou iemand anders dit ooit eerder meegemaakt hebben? Na enig zoekwerk kwam ik erachter dat ik niet de enige was. Ik besloot meteen bij de helpdesk te klagen, waarna ik een automatisch antwoord kreeg dat een reactie nog wel een aantal dagen op zich zou laten wachten.

Daar had ik geen zin in, dus besloot ik naar het bruisende stadshart van Bussum te fietsen. Bij de Blokker hadden ze wat ik zocht. Met enige tegenzin legde ik een virtueel tientje neer voor een adapter, die ik thuis uit ging proberen. Het ding paste precies en meteen ging de luchtreiniger de lucht reinigen of ioniseren of zo.

Mijn luchtreiniger.

Op het internet kwam ik erachter dat mijn wereldadapter, zoals dat ding schijnt te heten, online maar vier euri kostte, waar ik wat minder blij mee was. Blijer was ik dat de helpdesk even later van zich liet horen. Tot mijn verbazing gingen ze het aankoopbedrag terugstorten. Daar zei ik natuurlijk geen nee tegen, al had ik eigenlijk gehoopt dat ze de stekkers voor het Europese vasteland zouden aanpassen.

Anyway, ik had een werkende luchtreiniger en ik had alleen voor de adapter betaald. Hopelijk zorgt het ding voor een merkbare verbetering van mijn binnenklimaat, waardoor ik thuis productiever ben. Momenteel heb ik waarschijnlijk meer aan een afkoelingsapparaat, want het is hier nog steeds bloedheet. Misschien wordt het dus tijd om een airco aan te schaffen. Hopelijk zit er een Europese stekker op…

23 juni 2020

De coronacrisis: de tweede golf

Het is een vreemde tijd. De bevolking is boos, verbitterd en van slag. Waar aan de ene kant de wetenschap en de overheid gewantrouwd worden, tieren aan de andere kant vergezochte complottheorieën welig. Of het nou een absurde omvolkingstheorie is, of de totaal uit de lucht gegrepen theorie dat 5G-netwerken het coronavirus verspreiden, het maakt niet uit. Jan met de pet slikt die flauwekul toch als zoete koek.

Misschien heeft het allemaal wel te maken met de opkomst van de asociale media. Dankzij het Dunning-Krugereffect lijken op Twitter vooral de holle vaten, vaak niet gehinderd door enige kennis van zaken, het voor het zeggen te hebben. De schreeuwers vinden elkaar in hun eigen gelijk. Geen waarheid kan daar tegenop. Geen wonder dat steeds meer mensen denken dat de aarde plat is.

Een beetje jammer is dat daardoor de bestrijding van de coronacrisis in gevaar komt. In de Verenigde Staten ging de door de president opgehitste bevolking de afgelopen maanden al massaal de straat op om te protesteren tegen de gedwongen opsluiting. Dat kon toch echt niet in het land van de vrijheid! Dan nog liever dood.

Dat de gekleurde medemens minder laconiek met het einde des levens omging, bleek uit de protesten die ontstonden na de dood van de Amerikaanse equivalent van Mitch Henriquez, een protest dat om de een of andere reden naar ons kleine landje overwoei. Waarom moeten wij toch altijd Amerika achterna? Het protest op de Dam was onverstandig en de te reacties erop waren even voorspelbaar als hypocriet (want ze kwamen uit de hoek die de anderhalvemetersamenleving liever gisteren dan vandaag zou willen ontmantelen).

Vooralsnog lijkt het erop dat het demonstratiegeweld van de laatste tijd in Nederland nog niet tot een verdieping van de coronacrisis heeft geleid. Mogelijk speelt het plichtmatig gebruik van mondkapjes daarbij een rol. In de Verenigde Staten is het daarentegen menens en lijkt er een tweede golf te ontstaan, terwijl de eerste nog niet eens was uitgedoofd.

Het beeld is echter sterk verschillend per staat. Waar de oostkust aanvankelijk de zwaarste klappen kreeg, is het virus daar inmiddels redelijk onder controle en zijn nu het zuiden en westen aan de beurt. Hieronder heb ik de staten ingekleurd op basis van het verloop van het aantal nieuwe besmettingen.

Verloop van de coronabesmettingen in de Verenigde Staten. Groen: daling, geel: exponentiële stijging, oranje: milde tweede piek, rood: sterke tweede piek. Situatie t/m 23 juni 2020.

Groen betekent dat het aantal nieuwe besmettingen afneemt, geel betekent dat het aantal nieuwe besmettingen min of meer exponentieel blijft toenemen. Oranje en rood geven weer dat het virus recent weer is opgelaaid. Bij oranje is deze tweede golf (nog) niet zo erg als de eerste, bij rood wel.

Te zien is dat het virus met name in Arizona, Florida, Texas en Zuid-Carolina weer in alle hevigheid om zich heen grijpt. Of er een correlatie is met de protesten? Dat is lastig te zeggen, want ze vonden zo te zien overal in het land plaats, maar de protesten zullen zeker niet hebben geholpen om het virus in te dammen. De komende tijd zal ik de ontwikkeling goed in de gaten houden. Mogelijk gaan nog meer staten rood kleuren.

De kans lijkt groot dat de dood van George Floyd indirect nog veel meer slachtoffers zal maken. Waar zit het verstand toch in deze tijd? Ondertussen is in Nederland een vreemde groepering actief om door middel van desinformatie de tot nu toe redelijk succesvolle aanpak van de coronacrisis te ondermijnen. Als de ontwikkelingen van de laatste tijd iets hebben laten zien, dan is het wel dat de coronacrisis ieder moment weer kan oplaaien. Helaas zijn er net iets te veel hoofddekseldragende Jannen in dit land om er gerust op te zijn dat niet gebeurt.

17 juni 2020

Ik laat weer eens van me horen

Het is alweer twee weken geleden dat mijn interview op het intranet van het ministerie kwam. Vorige week verscheen het dan ook op de hoofdpagina. Ik werd een beetje overdonderd door de hoeveelheid positieve reacties erop en daardoor heb ik al een tijd niks meer van me laten horen. De druk was te hoog.

Wat ook meespeelt, is dat ik al een tijd moe ben. Ik heb geen idee waar het precies door komt. Een gebrek aan sociale contacten? Een gebrek aan beweging? Een gebrek aan koolhydraten tussen de middag? Stiekem ergens een virusje te pakken gehad? Speelt het drukkend warme weer van de laatste tijd me parten? Of is het een combinatie van dit alles? In ieder geval had ik vanwege mijn zwakke gesteldheid de grootste moeite om een begrijpelijke serie woordjes te construeren. Dat is nu nog steeds zo, maar ik vond het nu wel tijd geworden om de lezer over mijn leven te informeren.

Omdat ik fysiek op een dieptepunt was aanbeland, besloot ik vandaag maar een Simson-act uit te voeren door naar de kapper te gaan. Ik was voor de coronacrisis al een keer geweest. Destijds, aan het eind van de winter, had ik het niet zo kort laten knippen, dat zou in het voorjaar nog wel gebeuren. Maar toen kwam corona en gingen de kappers dicht. Ik schatte in dat het bij de heropening wel tyfusdruk zou zijn, dus wachtte ik tot de grootste drukte voorbij zou zijn. Maar hoelang moest ik daarvoor wachten? Ik wist het niet. Ondertussen vielen mijn grijze lokken steeds vaker voor m’n ogen, dus toen m’n pa optimistisch vertelde dat het helemaal niet druk was bij de kapper, besloot ik ook maar een afspraak te maken.

Druk was het inderdaad niet op de woensdagmiddag. Wel hingen overal schermen en waren de roddelbladen opgeborgen. Ik was gelukkig al gauw aan de beurt. Een half uur later was ik weer tien jaar jonger en stond ik 90 euro en een bos haar lichter op de stoep met een fles shampoo in m’n hand. Hopelijk ga ik me nu ook tien jaar jonger voelen

Voor de rest valt er niet veel te melden, behalve dat ik de laatste tijd nogal een gat in m’n hand lijk te hebben. Aankomende maand ga ik nog een weekje naar een niet nader te noemen Waddeneiland en binnenkort krijg ik een grotere eettafel (plus stoelen, maar die betaalt m’n moeder). Mijn laatste investering is evenwel een luchtionisator. Hopelijk heb ik dan minder last van mijn rokende buurman. Als volgende stap wil ik een geluidsscherm plaatsen zodat ik minder last heb van zijn logge en als een ruftende kameel klinkende Porsche. Assertievere mensen hadden waarschijnlijk gevraagd of ‘ie niet wat vaker met de auto van zijn vriendin op pad wil gaan, maar waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan?

Dat brengt me automatisch bij mijn Formule 1-onderzoek, dat ik op eigen houtje probeer te publiceren. Van mijn eerste manuscript heb ik na ruim vier maanden nog helemaal niks gehoord. Afwachten dus. Inmiddels is mijn tweede manuscript bijna klaar. Nog even en ik kan zes jaar onderzoek en data verzamelen afronden. De antwoorden op de prangende vragen van toen heb ik inmiddels gevonden. Het waren niet altijd de antwoorden die ik verwachtte, maar dat maakte het onderzoek wel zo nuttig en interessant. Hopelijk wordt het te verschijnen paper nog vaak geciteerd. Misschien word ik wel dusdanig overdonderd door de positieve reacties dat ik daarna nooit meer wat durf te publiceren…

04 juni 2020

Interview

Vanwege de zogenaamde Banenafspraak werk ik tegenwoordig als een soort excuusgehandicapte op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (maar dan natuurlijk wel vanuit huis). Om een beter beeld te krijgen van hoe mensen zoals ik de coronacrisis doorkomen, werd ik afgelopen maand geïnterviewd.

Het interview staat op het intranet van ons ministerie en is daardoor niet voor iedereen toegankelijk. Daarom heb ik het interview hier voor jullie uitgeschreven. Kijk en huiver!

“Ik ben geen ster in thuiswerken” – Een gesprek met Jesper de Groote

Maak kennis met Jesper. Vanwege autisme werkzaam via de Banenafspraak. Daarnaast is hij clubschaker, Formule 1-liefhebber, publicist en sinds anderhalf jaar data-analist bij ASEA (Arbeidsmarkt en Sociaal Economische Aangelegenheden), één van de oudste directies binnen het ministerie. Hoewel hij het er naar zijn zin heeft, is het niet makkelijk voor hem in coronatijd.

Toen Jesper bijna klaar was als promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam de scriptie “The welfare implications of parking policy”, ging hij op zoek naar werk. Na een vruchteloze en frustrerende zoektocht ontmoette hij arbeidsbemiddelaar Teamwerk. Die kwamen tot zijn verrassing na lange tijd met het ministerie aanzetten. Daar mag hij sinds eind 2018 met data van het CBS aan de slag, wat nog steeds zijn hoofdzakelijke werk is. Ook helpt hij met het berekenen van de koopkracht via software die zelfs voor kenners ingewikkeld is. Omdat daarbij een handleiding ontbrak, schreef hij deze zelf, tot waardering van zijn collega’s. Een groot probleem heeft hij met alle afkortingen binnen het Rijk. “Dat zijn er zoveel, en ik durf niet altijd te vragen wat ze betekenen”, merkt hij op.

Vanwege de coronacrisis houdt Jesper zich nu uitgebreid bezig met het analyseren van zzp’ers en flexwerkers. Hun inkomen, hun huishoudsituatie, hun beroepen. Het heeft allemaal geen geheimen voor hem. Toch heeft hij het moeilijk met de situatie. “Hoewel ik het reizen vanuit Naarden niet zozeer mis, mis ik wel de structuur en regelmaat. Die kan ik vanuit mezelf met moeite opbrengen. Ik ben kennelijk geen ster in thuiswerken”, vertelt hij wat somber. Wel heeft hij dankzij de crisis net als veel collega’s nieuwe wegen van communicatie gevonden, maar dat is toch niet hetzelfde. Het gemis van echt contact met zijn collega’s en de daarbij behorende structuur is dan ook groot. Hoewel er een jobcoach is met wie regelmatig wordt gesproken.

Datzelfde geldt voor het contact in zijn hobby’s Formule 1 en schaken. Hij heeft met dit laatste ervaring op het hoogste niveau, maar speelt momenteel een klasse lager. Door corona is echter het hele schaakseizoen afgelast, net als de Formule 1-wedstrijd in Zandvoort waar hij graag bij had willen zijn. “Mijn vader heeft vroeger een race bijgewoond, maar ik ken de sport alleen van tv”, vertelt hij. Toch houdt hij goede hoop om nog eens te gaan.

Contacten zijn echter moeilijk. “Autisten vinden elkaar vaak onbewust maar zijn minder actief op sociale media naar mijn idee. Daarnaast ben ik helaas niet zo goed in netwerken”, merkt hij op. Ook bleek het verschil tussen de internationale cultuur van de universiteit en de meer nationale van het ministerie lastig te overbruggen. Toch heeft hij vrienden, met wie hij hoopt na de crisis weer een spelletjes dag te organiseren. “Daar heb ik echt zin in”, vertelt hij verlangend. Verder stelt hij rust op prijs, zeker met het doen van de boodschappen. “Hoewel, nu iedereen makkelijker wordt en zich minder goed aan de regels houdt is het wel vervelend. Al die mensen door mekaar. Niets voor mij. Geef mij maar mijn huis en mijn poes Bounder.”

Gevraagd naar tips voor andere mensen uit de Banenafspraak moet hij even nadenken. “Probeer net als ik te genieten van de spannende tijd waarin we leven. Dit is immers echt wel iets wat je over 30 jaar nog weet.” spreekt hij zich uiteindelijk uit. “En, wees trots op jezelf”, besluit hij.

Tom Hamoen

03 juni 2020

De coronacrisis: goed nieuws en slecht nieuws

Uit recent bloedonderzoek blijkt 5,5% van de bloeddonoren antistoffen tegen het coronavirus heeft ontwikkeld. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de 3% die het in april was. Een schokkende toename? Of is de besmettingsgraad juist geruststellend laag?

Voor het analyseren van de coronacrisis heb ik de laatste tijd België als voorbeeld genomen, voornamelijk omdat onze zuiderburen de sterftecijfers nauwkeuriger bijhouden. Dit vertekent natuurlijk de statistieken (België doet het volgens de officiële cijfers nog altijd slechter dan Nederland), maar die kunnen beter met een korreltje zout genomen worden.

Of niet? In België worden bloeddonoren eveneens getest op het coronavirus, om zo een beter idee van de werkelijke omvang van de epidemie te krijgen. Volgens de laatste meting was 6% van de Belgen met het virus besmet. Het grote verschil met het Nederlandse onderzoek was dat dit meetmoment alweer een maand oud is en de situatie weergeeft van eind april. België zat een maand geleden dus al op een hogere infectiegraad dan Nederland nu.

Desondanks verschillen de infectiegraden in beide landen niet al te veel. Dit komt doordat de infectiegraad de laatste tijd nog maar zeer mondjesmaat stijgt. Omdat het verloop van de werkelijke infectiegraad natuurlijk niet doorlopend te meten is en alleen steekproefsgewijs kan worden vastgesteld, heb ik een model opgetuigd om de werkelijke infectiegraad over tijd te schatten. Het model maakt gebruik van het aantal gerapporteerde besmettingen en rekent aan de hand daarvan terug hoeveel mensen op een bepaald moment geïnfecteerd waren, gegeven een incubatietijd en gegeven dat niet iedereen ziekteverschijnselen vertoont, laat staan getest wordt.

Het verloop van de infectiegraad onder bloeddonoren heb ik vervolgens gebruikt om de incubatietijd en het percentage besmette personen dat ook daadwerkelijk ziek wordt te schatten. Aangenomen dat het twee weken duurt voordat een besmet persoon ook een te detecteren hoeveelheid antilichamen aanmaakt, lijkt de incubatietijd van het virus ongeveer 18 dagen te zijn. Van de besmette personen wordt vervolgens ongeveer 7,3% ziek.

Dit alles impliceert dat momenteel ongeveer 7% van de Belgen besmet is met het coronavirus, wat inderdaad wat meer is dan in Nederland. De lage infectiegraad in het noorden van Nederland lijkt de reden dat Nederland het beter doet dan België. Ondertussen zijn er al bijna 10.000 Belgen aan het coronavirus overleden. Het verloop hiervan heb ik eveneens gemodelleerd aan de hand van het aantal besmettingen en loopt momenteel behoorlijk in de pas met het werkelijke aantal sterfgevallen:

Gemodelleerd aantal werkelijke besmettingen (blauwe stippellijn), infectiegraden onder bloeddonoren (zwarte stippen), officiële besmettingen (blauwe lijn), aantal overledenen (rode lijn) en gemodelleerd aantal overledenen (rode stippellijn) als percentage van de totale bevolking in België.

Volgens het model overlijdt ongeveer 1,2-1,3% van de besmette personen aan het coronavirus (iemand die ziek wordt heeft ongeveer een kans van 17% om te overlijden), vrijwel hetzelfde percentage als wat ik eerder had gevonden. Het model heeft wat moeite om de sterfte per dag te modelleren (wat daarbij waarschijnlijk meespeelt is dat sterftegevallen bijvoorbeeld in het weekend minder gauw worden meegeteld), maar over de gehele periode gaat het best aardig:

Aantal sterftegevallen per dag in België (rood) vanaf 15 februari tot nu en het gemodelleerde aantal sterfgevallen (zwart).

Idem, maar dan met het totale aantal sterfgevallen.

Het aantal sterfgevallen per dag daalt nog steeds, wat suggereert dat er steeds minder mensen besmet raken. De infectiegraad zal dus (nog heel lang) laag blijven, tenzij het opheffen van de gedeeltelijke lockdown ervoor zorgt dat het virus weer in alle hevigheid oplaait. Vooralsnog ziet het er goed uit, al betekent het ontbreken van de groepsimmuniteit dat een vaccin niet snel genoeg kan komen. Aan de andere kant lijken de Lage Landen nog redelijk ongeschonden uit de coronacrisis te komen, als je de economische schade voor het gemak even vergeet…