30 juni 2007

Risk II

Lennarts tweede missie slaagt wel

Nadat het hem niet was gelukt de pimpelpaarse legers uit te roeien, slaagde hij er wel in drie continenten te bezetten. Het Risk-spel in de Amersfoortse interne competitie leverde ditmaal Lennart als overwinnaar op.

Zelf schreef hij er een heel artikel over op zijn blog. Het was een voorbeschouwing, die veel voorbereidingstijd moet hebben gekost.

Voor de mensen die te lui zijn om de site te bezoeken:

"Morgen stap ik uit bed met een doel. Deze keer niet omdat ik om 8.45 uur te Enschede moet zijn, maar omdat ik op die mooie vrijdag clubkampioen van SG Amersfoort kan worden. Het zou mijn eerste clubkampioenschap kunnen worden. Tegenstander is weleer is titelverdediger Peter Sonder, die met zwart aan een remise genoeg heeft om zijn kampioenschap te prolongeren. Een lastige klus, des te meer omdat ik hem nog nooit heb verslagen."

Met deze woorden leidt hij zijn artikel in. Vervolgens beschrijft hij de opzet van de Amersfoortse interne competitie in detail. Daarna komt zijn tegenstander aan bod. Aan alles is af te leiden dat Lennart hem hoog heeft zitten. Vervolgens komen de openingen aan bod. Tot slot komen de wijze woorden van "Rosen" (Rowson), een grootmeester die Lennart hoog heeft zitten.

Ik ben dus benieuwd naar de partij. Werd het een hoogstaand theoretisch duel met een nieuwtje? Was het een saaie strijd die beslist werd door een blunder? Of was het een staaltje improvisatie met een tactisch randje? Het wachten is op Lennart.

En hoe wist Jepje dat Lennart kampioen was? Tja…

"Lennart Ootes clubkampioen 2006-2007

Geplaatst op: 30-06-2007, door Ruud Küchler

Lennart Ootes is clubkampioen 2006-2007 van SG Amersfoort geworden door een overwinning op regerend clubkampioen Peter Sonder.

Lennart kwam hierdoor in de finalevierkamp op 2,5 uit 3.

Peter Sonder en René Tonnon bleven op 1,5 uit 3 steken.

Gunie du Chatinier werd 4e met 0,5 punt uit 3.

Het bestuur feliciteert Lennart met zijn 1e clubkampioenschap."

…Hij heeft zo zijn bronnen.

Het is te verwachten dat Lennart een groot artikel gaat schrijven over deze mijlpaal in zijn schaakcarrière. Houd zijn weblog maar goed in de gaten!

28 juni 2007

NK Schaken

Tiviakov kampioen

Het Nederlands kampioenschap heeft een verrassende winnaar opgeleverd. Halverwege het toernooi leek Daniel Stellwagen op de overwinning af te stevenen, maar toen kwam er zand in de machine. Hij speelde remises tegen de zwakste deelnemers. Tiviakov bleef maar winnen. Met het ingaan van de laatste ronde stonden ze gelijk. Het onderlinge duel was gelijk geworden, voor zover dat nog mocht meetellen. Het verschil was alleen dat Stellwagen tegen Willy Hendriks speelde en Tiviakov tegen de sterkere Ivan Sokolov.

Ellende

Toch voorspelden de stellingen al weinig goeds voor Stellwagen. Hij stond slecht, terwijl Tiviakov erg goed stond. Tiviakov kon echter niet winnen, Hendriks evenmin. Dus gingen ze snelschaken. Dat liep minder goed af voor Stellwagen. Zijn clubgenootjes Erwin l’Ami en Jan Smeets zijn killers in tijdnood, Daniel is toch wat "rustiger". In de eerste partij had hij het lastig tegen de snelle Tiviakov. Het speeltempo (5’+2”) was in Tiviakovs voordeel. Met wit kreeg hij een toren tegen twee lichte stukken. Daniel moest echter een stuk opgeven tegen de vrijpion en ging ten onder. Met wit speelde Daniel Hongaars (als ik het goed zag) en bereikte weinig. Hij miste nog kwaliteitswinst en moest in remise berusten. Tiviakov kampioen.

Terecht

Of Tivi nou een terechte kampioen is, of niet, daar werd nog lang over door gepraat. Om kampioen te worden, heb je geluk nodig. Daniel had een paar katachtige reddingen. Tiviakov had ook wel eens mazzel. Tegen Hendriks stond hij slecht, maar ging hij er toch nog met het punt vandoor. In de eerste vier ronden bereikte hij niks. Smeets en Dambacher hielden hem met zwart keurig op remise. Pas daarna begon het te lopen. Sokolov had minder "geluk". Hij kon enkele veelbelovende stellingen niet verzilveren. Daardoor werd hij geen kampioen.

Remisekoning

De opmerkelijkste prestatie zette John van der Wiel neer door 100 procent te scoren. Hij won noch verloor een partij. Met gemak hield hij Tiviakov, Sokolov en Stellwagen (pion meer!) op remise. Aan de andere kant wist hij ook niet te winnen van Spoelman, Dambacher en Bosboom.

Ik had hem graag nog willen feliciteren, maar ik durfde het niet.

HSG Open

Ik was vandaag, op de slotdag, nog even naar Hilversum gegaan. Pinda en Grotovsky speelden het HSG Ppen. Helaas waren ze klaar toen ik net binnen was. Grotovsky werd om twee uur opgehaald, ik bleef nog ruim twee uur rondhangen (heb ik ook weer een alibi).

Er werd angstig gekeken naar de stellingen van Stellwagen en Tiviakov. Ondertussen keek ik nog bij de topborden op het HSG Open. Stefan Kuipers stond een pion achter tegen Kees Nagtegaal, maar speelde remise. Erik van den Doel stond verloren tegen Humpty Dumpty. Ik heb hem ook maar niet gevraagd of hij "Gemini" is. Humpty Dumpty won uiteindelijk het toernooi. Een knappe prestatie.

NK vrouwen

Een paar meter verderop speelden vrouwen die alleen maar kunnen dromen dat ze zo sterk worden als Humpty. Peng werd met overmacht kampioene, met twee punten voorsprong op Hamelink, die haar in de laatste ronde op remise hield. Derde was Marlies Bensdorp, op 2½ punt achterstand.

Analyses

Op het eind van mijn bezoek in Hilversum woonde ik nog wat analyses bij. Robin Swinkels speelde remise tegen Roelieboelie in een vreselijke manoeuvreerpartij. Daan Brandenburg verloor van de 2600-Georgiër en miste daardoor de kans op een GM-norm. Stefan Kuipers’ lijdensweg werd nog geanalyseerd.

Ook de simultaan was het bekijken waard. IM Jeroen Bosch (vorig jaar 11e op het NK) speelde tegen o.a. FM Twan Burg en Robin Oscar. Robin Oscar had Afek nog op remise gehouden die ochtend. Met 6 uit 9 speelde hij een prima toernooi. In de simultaan moest hij echter wat beschaamd een nederlaag slikken.

Het niet-nadenkschaak van Roelieboelie en Swinkels was nog wel vermakelijk, maar toen kreeg ik honger en verlangde ik naar mijn kamer en computer.

PS.: Grotovsky leek het helemaal te gaan maken na zijn overwinning op Wiersma. Daarna leed hij echter twee witnederlagen tegen wat sterkere spelers. Vervolgens wist hij met zwart slechts een halfje te scoren tegen twee zwakkere spelers. Gelukkig won hij de laatste partij nog. Wat dus een mooi toernooi leek te gaan worden, eindigde teleurstellend. 50% slechts, net als Pinda en "Hoofd".

26 juni 2007

Interne competitie derde Play-offwedstrijd

Gisteren was het eindelijk zover: de ontknoping van de Bussumse interne competitie! De stand aan kop was in ieder geval zo:

1. FM Henk 1½
2. IM Pliester 1½
3. Van der Heijden 1
4. Slisser 0

FM Henk kon bogen op een betere score in de reguliere competitie. In het onderlinge duel met het Loensreptiel had hij wit, een klein voordeeltje. Ondanks een pionwinst door een "vingerfout" of zo van Pliester, kon hij niet winnen. Sterker nog, hij wist slechts met moeite een nederlaag af te wenden.

Ditmaal had hij zwart tegen een enthousiaste Coen van der Heijden, die zich enorm had verheugd op de partij. Pliester speelde tegen Slisser, die niks meer te winnen had.

De enige die het in eigen hand had, was dus FM Henk. In de competitie had hij al van Coen gewonnen, maar de finalepoule is toch anders. Leon had in de competitie tweemaal een gelijkspel moeten toestaan tegen Slisser.

De stand was dus zo: Als van der Poel en Slisser samen meer dan een punt zouden scoren, zou Henk kampioen zijn. Zouden Pliester en van der Heijden meer dan een punt scoren, dan was Leon kampioen en als van der Heijden en Slisser twee punten zouden scoren, dan was Coen nog kampioen geworden.

Zelf speelde ik tegen Tom de Ruiter. Slechts de plaats in het overallklassement stond op het spel. De partij verliep voorspoedig. Toen Lennart er nog was vroeg hij: "Do you enjoy your position?" Ik knikte. Ik had een pionnetje gewonnen. Maar plotseling keerden de kansen. Ik kon amper begrijpen waardoor het opeens zo hevig mis ging. En ik had ook amper tijd om er over na te denken. Hij miste een kans op winnend voordeel. Er kwam een dubbeltoreneindspel op het bord, waarin ik voor remise vocht. Uiteindelijk kon ik opgelucht een halfje laten noteren.

Het betekende dat ik vierde werd, niet verkeerd.

In de finalepoule zag ik FM Henk ploeteren. Coen deed in een Siciliaan Lg5, een zet waarvan bij Lennart de logica ontging. Toch stond wit heel goed. Henk moest constant keepen.

Bij Leon ging het beter. Zijn stukken drongen de zwarte stelling langzaam maar zeker binnen. Ik had Leon eigenlijk nog de tip willen geven om maar "Draak" te spelen, maar die tip had hij niet nodig. Hij won vrij gemakkelijk.

FM Henk offerde een kwaliteit tegen een pion. Uiteindelijk werd het remise, tot verdriet van Henk. Hij was vroeger bijna ieder jaar clubkampioen, maar tegenwoordig lukt het hem niet meer. Net zoals vorig jaar won degene die eerste was in de reguliere competitie niet. Toen verraste Emile Wüstefeld Leon Pliester, die bijna het hele jaar onaantastbaar leek (24 uit 25 of zo), maar verrassend van Coen verloor. Dit jaar had Leon het veel moeilijker, maar won hij op het belangrijkste moment.

1. L Pliester 2½
2. H van der Poel 2
3. C van der Heijden 1½
4. T Slisser 0

24 juni 2007

Geluksdag

Gisteren gebeurde er weer genoeg om over na te praten. Jong Oranje won het EK in eigen land door met 4-1 van Servië te winnen. Iedereen door het dolle heen natuurlijk. Auto’s reden luid toeterend door de straat. Zo zijn voetbalsupporters nou eenmaal.

Over naar het schaken. In Hilversum wordt het Nederlands kampioenschap gehouden. Daniel Stellwagen is hard op weg kampioen te worden. De 20-jarige grootmeester uit Soest speelde in de eerste twee ronden met moeite gelijk tegen Tiviakov en Sokolov. Daarna won hij vier partijen op rij en speelde remise tegen Erwin l’Ami. Gezien het resterende programma heeft Daniel goede kansen.

Erwin l’Ami stond na vier ronden fier aan kop, maar een ongelukkige witnederlaag tegen Tiviakov wierp hem terug. Bij Tiviakov ging het na die overwinning eindelijk lopen. Wouter Spoelman werd fraai verslagen in de aanval. Gisteren speelde hij nog remise tegen Van der Wiel, die zijn zevende remise in evenveel partijen scoorde.

De IM’s vechten om de laatste plaats. Alleen Ruud Janssen kan nog meekomen met de GM’s. Vooralsnog lijkt Bosboom de beste kansen te hebben op de laatste plek. Hij scoorde twee halfjes en vijf nederlagen.

Bij de vrouwen gaat Peng met drie vingers en een teen in d’r neus winnen. Ze won alle partijen. Bianca M., vooraf gezien als haar grootste tegenstandster, speelt vooralsnog weinig klaar. In de tweede ronde verloor ze de onderlinge confrontatie (met wit nog wel) door slap te spelen. Door een nederlaag tegen Schut gisteren, staat ze nog net op 50 procent.

Schut staat desondanks laatste. Ze verloor de vorige ronde al van Otten, door een stuk in te laten staan. Otten won gisteren op een bizarre manier. Als buitenstaander is het moeilijk om de gedachte "wat een niveau…" te onderdrukken. Van gewonnen stelling kwam ze na een foutieve afwikkeling verloren te staan, waarna haar tegenstander Laura B. in een gewonnen pionneneindspel niet oplette en nog verloor ook.

Zouden vrouwen ook om de drie seconden aan seks denken?

Vandaag zou ik meedoen aan een rapidtoernooi. Dat ging helaas niet door. Een ander nevenevenement is het HSG Open. Vanwege het enorme prijzengeld doen hier mensen aan mee die prima op het NK zouden thuishoren. Een ervan is Gemini, die gisteren remise speelde tegen Roelieboelie. Hij staat gelijk met Evgeny Grotovsky, die Eelke Wiersma versloeg. Vooraf vertelde hij: "Hij speelt wel aanvallend, dus ik krijg ook kansen." De IM kwam echter erg goed te staan, (vooral volgens Fritz) maar na een klopjacht op de zwarte koning, kwam opeens de witte onder vuur te staan. In tijdnood pakte de titelloze CM koelbloedig het punt. Het was de eerste IM die hij versloeg. Op de club had hij FM Henk al eens het nakijken gegeven en had hij op de club en in Dieren al eens remise gespeeld tegen IM’s, maar hij had ze nog nooit verslagen (Ali B is nog geen IM).

Gefeliciteerd!

Straks gaat hij Robert Ris dissen!

Pinda staat op 2 uit 4 na een nette remise tegen FM Jaap Vogel.

16 juni 2007

Massakamp Baarn - Soest

Gisteravond werd de traditionele massakamp tussen Baarn en Soest gespeeld. Baarn speelde dit jaar weer thuis, dus dat was mooi. Vorig jaar verdwaalden m’n moeder en ik in Soest. Ondanks een aantal afzeggingen kon Baarn toch nog 21 spelers opstellen. Drie talenten waren opvallende afwezigen. Grotovsky, Robin Oscar en Bart waren er niet. De eerste twee hebben een trainingsweekend van de bond. Van Bart weet ik het niet.

We hadden in ieder geval een excuus als we zouden verliezen.

Marco Meijer verzorgde het openingspraatje, waarin hij zei dat de thuisploeg steeds had gewonnen en sprak de wens uit dat die traditie in stand zou worden gehouden. Door de afmeldingen kon Baarn één speler minder opstellen dan Soest. Deze overgebleven speler speelde een serieuze partij. Iedere Baarnaar die meedeed aan de massakamp mocht een zet uitvoeren.

De afzeggingen van de twee sterkste spelers zorgde er voor dat Baarn kwetsbaar werd aan de hoogste borden. Pascal Losekoot zat aan bord 1, ik zat aan 2 en Pinda aan 3 (tot zijn grote verbazing). Voor clubkampioen Ashley Krishnasing was niet meer weggelegd dan bord 6, achter Marco Meijer en Mug.

Baarn had alleen maar 2000-minners. Pascal, (ooit 2051) speelde tegen Eric de Haan. Een ratingverschil van 300 elopunten. Maar zijn tegenstander zei al tegen een klein jochie: "Ook met 300 elopunten meer kun je mat staan." of zoiets. Ik speelde tegen G.M. Muis. Op het PK won ik met zwart in weinig zetten. Dat betekende niet dat hij niet kon schaken. In de analyse stond hij steeds goed.

Ik kan voorlopig (ik heb de wedstrijddetails niet) alleen wat vertellen over mijn eigen partij. Het werd een Franse partij. Helaas was ik al gauw uit mijn openingsboek. Ik improviseerde wat en ik stond eigenlijk best goed. Ik kreeg aanvalskansen op de damevleugel. Helaas kon hij de boel redelijk afweren, waarna er een nieuwe fase aanbrak. Er werd wat geruild in het centrum, waarna ik niet meer het idee had beter te staan. Echter, toen ik met m’n vrijpionnen kon lopen, zag ik het weer zonnig in (al werd het aardig donker op dat moment).

Helaas zag ik geen mogelijkheid de pionnen naar de overkant te loodsen. Ik probeerde het nog door middel van een stukoffer. Er kwam een interessant eindspel op het bord, waarin ik zelfs nog voor remise moest vechten. Zwart kwam uiteindelijk nog heel ver, maar ik kon het nog net remise houden. Terwijl ik nog minder dan vier minuten bedenktijd had (en hij ruim tien) kon ik in zijn tijd lekker nadenken. Ik zag vanuit mijn ooghoeken hoe Pinda na een maffe opening (met een toren op a7) steeds beter kwam te staan en in het eindspel een pion won. Daarnaast had Marco remise gespeeld tegen Erik-Jan Smedema. Twee jaar terug verloor MM daar nog van. Nu stond hij eerst een pion voor, daarna een pion achter, maar was het toch remise. Zal wel iets met eeuwig schaak geweest zijn, want zwarts koning stond op b5.

Mijn tegenstander bood remise aan, waarna we gingen analyseren. Het treurige nieuws was dat Baarn had verloren en wel met 10-12. Dat kwam volgens Marco voornamelijk dankzij het "laatste bord." Pascal, die overigens fraai remise speelde tegen De Haan, overzag dat hij een toren kon slaan en sloeg een loper. Daarna gaf Schaap nog een dame weg, waardoor "bord 22" ook verloren ging.

10 juni 2007

Hamiltons eerste zege

Grote klasse van Lewis Hamilton. In zijn zesde GP behaalde hij zijn eerste overwinning. Op het stratencircuit Gilles Villeneuve in Canada hield de jonge Brit het hoofd koel en won de hectische race.

Op zaterdag sloeg hij de eerste slag, door de poleposition op te eisen. Alonso was in zijn laatste ronde snel op weg, maar verprutste het in de laatste bocht en mocht als tweede starten. Ferrari was nergens. Nick Heidfeld reed zich moeiteloos naar de derde plaats.

In de race trachtte Alonso zijn achterstand meteen weer ongedaan te maken. Hamilton kwam matig weg. Heidfeld, die achter hem startte, kon er echter niet voorbij. Alonso kwam langszij. Naast elkaar kwamen de zilveren bolides op de eerste bocht afstormen en dat liep maar net goed af. Alonso verremde zich, schoot rechtdoor en sneed de baan af. Hamilton pakte de eerste plek terug en ook Heidfeld ging langs de McLaren.

De volgorde vooraan was na de start wel bepaald. Hamilton reed weg bij Heidfeld, terwijl Alonso afstand hield. De Ferrari’s bakten er in de race zo mogelijk nog minder van dan in de kwalificatie. De rode bolides kwamen veel snelheid tekort. Dat leek bij Massa nog wel mee te vallen. Na het zoveelste foutje van Alonso ging hij de wereldkampioen eenvoudig voorbij.

Heidfeld en Hamilton gingen al vroeg naar de pits. Vervolgens werd het een grote puinhoop.

Nadat Albers de muur al eens had getoucheerd, klapte teamgenootje Subtiel opeens hard tegen de muur en viel uit. Albers raakte twee seconden later diezelfde muur, maar iets subtieler en kon gewoon doorrijden. Het betekende wel dat de safetycar de baan op kwam, zodat het wrak kon worden opgeruimd.

Door de safetycar kwam het veld weer dicht bij elkaar. Dat betekent vaak spektakel en ook nu. Veel mensen kwamen naar de pits en daar zijn regels aan verbonden. Je mag namelijk niet de pits in vlak nadat er een ongeluk is gebeurd. Dat deed Alonso. Hij kreeg daarvoor straf. Nog erger verging het Massa en Fisichella, die na een pitstop de baan opreden, terwijl het licht bij de pituitgang op "rood" stond. Kubica was zo slim om wel te stoppen, maar even later was zijn geluk op.

Toen de race werd vrijgegeven, probeerde hij achterop het circuit een Toyota in te halen. In plaats van met de baan mee te sturen, ging de BMW rechtdoor de lucht in. Hij ramde de muur en kwam aan de overkant van de baan tot stilstand. Hoewel het er erg uitzag, kon de ongelukkige Pool ongedeerd uitstappen.

Het ongeluk betekende dat de safetycar opnieuw moest uitrukken. Het duurde lang voordat de traag werkende baanposten de baan weer raceklaar hadden gemaakt.

Alonso moest een stop-and-go-penalty uitzitten, evenals Rosberg. Knarsetandend reed de Spanjaard weer de baan op. Hij zorgde nog voor wat inhaalacties. Uiteindelijk kwam hij tot de staart van Räikkönen, die een zeer zwakke race reed.

Vervolgens liet Albers iets zien wat we liever niet van ‘m zien. Hij ging in de chicane rechtdoor en fragmenteerde zijn voorvleugel. Later verklaarde hij dat zijn voorvleugel daarvoor kapot ging, waardoor hij niet goed kon insturen, de tv-beelden wezen toch iets anders uit. Het zorgde in elk geval voor heel wat troep en de safetycar kwam weer de baan op. Voor Albers zat de race erop, evenals voor Massa en Fisichella, vanwege de eerder gemaakte fout. De twee heren kregen een zwarte vlag en mochten hun bolides in de garage parkeren.

Toen de safetycar weer weg ging, reed Mark Webber opeens naar de pits. Het slechtst denkbare moment natuurlijk. Terwijl de rest doorraasde, verruilde de Australiër zijn tweede plaats voor de laatste plek.

Vervolgens parkeerde Liuzzi zijn bolide bij het uitkomen van de laatste bocht in de muur. Het wrak kon niet op tijd worden weggesleept, dus kwam de safetycar voor de vierde en laatste keer op de baan. Ondertussen liet Trulli zich van zijn slechtste kant zien. Eerder was hij nog zo slim geweest een botsing te vermijden toen hij in de eerste bocht werd ingehaald, nu raasde hij de pitstraat uit de bandenstapel in. Oliedom.

Ook bij Honda lieten de strategen zich niet van hun beste kant zien. Barrichello werd naar de pits geroepen terwijl de baan werd vrijgegeven. De Braziliaan werd zodoende laatste.

In de slotfase zorgde Sato voor spektakel. De Japanner had de "harde" banden voor het laatst bewaard en was opeens loeisnel. Ralf Schumacher moest er het eerst aan geloven, vervolgens kreeg Alonso het met hem aan de stok. Alonso, die halverwege de race nog de snelste ronde liet noteren, was aan het eind van de race gesloopt. De McLaren was bijzonder langzaam. Sato bleef bij het accelereren in het kielzog en probeerde het op het lange rechte stuk voor start-finish. Alonso ging naar de binnenkant, maar moest eerder remmen en verloor zo zijn zesde positie. Uiteindelijk kon Alonso Ralf Schumacher en Mark Webber ternauwernood achter zich houden.

De echte winnaars waren degenen die in dit verslag amper genoemd waren. Hamilton won gemakkelijk, Heidfeld werd gemakkelijk tweede en Wurz reed van achteraf ongemerkt naar de derde plaats. Zeer knap. Vierde werd Kovalainen, die vanaf de laatste plaats startte, na een motorwissel. Vijfde werd Räikkönen, die niet in het stuk voorkwam. Sato werd fraai zesde, Alonso beschaamd zevende en Ralf Schumacher pakte het laatste puntje.

Zo werd het een mooie race. Nog mooier is dat er volgende week alweer een nieuwe komt!

03 juni 2007

SGS-Rapidkampioenschap 2007

Groepsleider

Toekijken en niet meespelen. Dat is het lot van de groepsleider. Aan de andere kant ook wel makkelijk. Partijen bekijken zonder ze zelf te produceren. Geen stress, geen spanning, maar ook geen prijzen.

Het was zonnig en we waren laat. Er moest nog van alles worden meegenomen en ik moest nog wat borden opzetten. De A-categorie speelde met behoorlijk lelijke stukken, vond ik.

Ik speelde nog wat potjes tegen Large, (ging niet best) waarna de deelnemers binnenkwamen. Ik had Lennart nog niet gezien. Hij kwam pas laat naar de zaal.

De A-categorie was sterk bezet. Grotovsky (die overigens moe was van de dag ervoor), Robin Oscar en anders Large waren wel favorieten. Peter kon misschien uitblinken en anders misschien nog Lennart en Pinda?

Het toernooi

In de eerste ronde vielen meteen al verrassingen. Large en Peter wonnen snel en gemakkelijk van de twee zwakste deelnemers, (er waren maar acht deelnemers en zes speelrondes) maar Grotovsky bereikte met wit geen drol tegen Pinda. Nog erger verging het Robin Oscar, die tegen Lennart een stuk wegblunderde. Lennart ging vervolgens steeds met zijn paarden spelen. Het verloor steeds net geen materiaal, maar de tijd leek harder weg te tikken dan de zwarte tegenkansen. Uiteindelijk trok het viswijf de vis toch op het droge.

In de tweede ronde won Robin Oscar al snel van Grotovsky. Volgens Grotovsky mishandelde wit de opening, maar dat leek mij mee te vallen. Wit kreeg aanvalskansen en toen liet Grotovsky zich mat zetten. Hij zuchtte dat hij niks meer zag.

Ook Pinda verging het niet best. Tegen Lennart leek hij goed te staan, met een mooi centrum en ruimteoverwicht. Toen ik even later keek, was er van dat mooie centrum niks meer over, was hij onderontwikkeld en verloor.

De twee "kneusjes" speelden volgens mij tegen elkaar, waaruit ik concludeer dat Peter en Large remise speelden tegen elkaar.

In de derde ronde speelde Large tegen Robin Oscar, terwijl Lennart tegen Peter speelde. Ewood en Pinda mochten een kneusje ownen. Of deze indeling er ook zou zijn gekomen als Pascal wel had ingedeeld op weerstandspunten in plaats van rating, weet ik niet. Ik heb me ook niet zo veel met de indeling bemoeid. Wel zat ik nog even "Achtung die Kurve" te spelen tijdens het schaken, maar dat stoorde de deelnemers. Over storen gesproken: Large zat tijdens de partijen meer te praten, dan na te denken volgens mij.

Ik ging me ondertussen bezighouden met de prijspuzzel. Die had ik afgestemd op matig A-groepniveau. Wist ik veel dat de A-groep die dingen nooit inleverde. Het niveau van de opgaven bleek erg moeilijk, in het bijzonder de laatste twee. Slechts één deelnemer had de vijfde opgave goed, de zesde had niemand goed. Pascal probeerde de opgaves. Hij had ze vrij snel correct opgelost.

In de derde ronde wonnen Ewood en Pinda, daarna was het de beurt aan de Ootessen. Lennart weerlegde Peters opstelling vrij hardhandig. Terwijl ik zag hoe hij een dame tegen toren kon winnen, zag Lennart een ondekbaar mat.

Large bezorgde Robin Oscar zijn tweede nederlaag. In tijdnood speelde hij handig. Robin stond een pion achter in een eindspel met ongelijke lopers. Ik vroeg me af of hij nog kon claimen, maar hij wist de stelling sowieso niet op remise te houden. Dus won Large.

De pauze brak aan en de beide Ootessen stonden aan kop. Lennart had 3 uit 3, Large 2½ uit 3. En passant schreef ik de formule om Lennarts TPR te bepalen op het bord.

Pauze

In de pauze werden nog wat prijzen uitgereikt, maar ik ging liever bughousen. Er was ook nog een Amersfoorter gekomen. Hij kon mooi zien hoe Large tegen Lennart speelde in de vierde ronde.

Het was een rare partij. Lennart gaf een stuk weg en Large begon heel raar te doen. Na afloop zei hij dat het zo’n simpele truc was en dat hij dacht dat Lennart het wel had zien aankomen.

Hoe dan ook, Large won en stond aan kop. Ewood rekende met Peter af (!), terwijl Pinda en Robin Oscar een kneusje prakten.

In de vijfde ronde mocht Grotovsky proberen Large van de eerste plaats te spelen. Lennart was optimistisch. Hij speelde tegen een kruk en dacht dat hij spoedig weer koploper zou zijn.

Dat viel tegen. Grotovsky bereikte niet veel tegen Large en werd gewoon op alle fronten afgetroefd. Lennart won ook en bleef in de race. Pinda versloeg Robin Oscar keurig met de zwarte stukken in een goed gespeelde partij. Peter won eveneens.

In de laatste ronde zeurde Lennart dat hij niet tegen Ewoud zou spelen. Hij zou dan misschien een prijs winnen. Ik had ondertussen alle opgaves al nagekeken. 25 inzendingen, waarvan tien "voldoende" en vijftien "onvoldoende". Opgave 1 werd door iedereen correct beantwoord die een voldoende had (4 of meer goed in de "C", 3 of meer goed in de "D" of "E"), opgave 2 idem dito. Opgave 3 hadden 8 goed, opgave 4 7, opgave 5 één en opgave zes had niemand goed. Van degenen die een "onvoldoende" hadden, hadden 12 de eerste goed, 11 de tweede en drie de derde. De andere opgaven hadden ze allemaal niet.

Volgend jaar maar wat makkelijkers maken.

Lennart had nog wat moeite met het "kneusje", maar in het eindspel sloeg hij zijn slag. En toen was het wachten op Large. Hij speelde tegen Pinda. Pinda stond de hele tijd redelijk goed, maar toen Large zijn torens in het centrum mobiliseerde, wist ik het niet meer. Ik had steeds tegen Lennart gezegd dat Pinda goed stond, maar nu wist ik het niet meer. Bij remise zouden Large en Lennart een beslissingspartij spelen. Lennart dacht dat Large dan al kampioen zou zijn, vanwege het onderlinge resultaat.

Ondertussen werd Peter in een aanval verslagen door Robin Oscar. Hij vroeg nog welke opening hij moest spelen. Ik zei dat Robin Oscar het Siciliaans wel goed kende, dus dat hij eventueel 1.d4 zou kunnen doen. Peter antwoordde dat Robin wel eens wat zetten door de war haalde, zoals tegen Jelmer Jens vorig jaar. Hoe dan ook, dit keer won Robin Oscar.

Ondertussen was het bij Pinda uit de hand gelopen. Hij probeerde nog een stukoffer om de strijd zo lang mogelijk te rekken. Gelukkig voor hem en Lennart stond zwart helemaal niet zo gewonnen. Wit had matdreigingen, waardoor zwart niet meer had dan eeuwig schaak. Large dacht echter het mat op g7 er uit te halen door de pion op f6 te elimineren. Toen stond hij echter direct mat op f8. Pinda: "Wat deed je?!"

En dus was Lennart kampioen! Ongelooflijk.

Merkwaardig

Wat ik ook al ongelooflijk vond, was dat ik in 2003 dit toernooi schijn te hebben gewonnen. Daar wist ik niks van. Wel van de winst in 1998 en in 2001.

Lennart won wat geld, maar maakte dit op aan het bier. Dat had Pinda wel verdiend. Ik ging nog wat schaken tegen Pinda en Lennart. Toen iedereen weg was, werd er nog een vlaai gegeten, waar ik Lennart, Grotovsky en Peter nog op het laatste moment van kon laten genieten.

Op het laatst ging ik nog wat partijen spelen tegen Peter. Het leek nergens op.

Maar het was wel een leuk toernooi.

01 juni 2007

Pinkstertoernooi

In het Pinksterweekend werd het traditionele Pinkstertoernooi gehouden. Van vrijdagavond 25 mei tot en met maandagmiddag 28 mei werd er in het Denksportcentrum geschaakt. Winnaar werd GM Erik van den Doel (Gemini?), voor GM Miezis, IM Solleveld en John Markus.

Ja, ja, John Markus, die stond daar tussen al die toppertjes. Hij speelt altijd sterk op dit toernooi, maar het blijft me verbazen dat iemand die verliest van "de witte" en op de club op ongeveer 2100-niveau leek te zitten wel opeens van allerlei sterke toernooispelers kan winnen.

Genoeg geklaagd. Ik bakte er niet veel van. De volledige jeugd bleek weinig klaar te kunnen spelen. Ze draaiden vrijwel allemaal mee in de onderste regionen. Voor de BSG’ers was het helemaal een mager toernooi. Emile Wüstefeld en Tom de Ruiter scoorden 50%, wat vooral mager was voor Emile. Large scoorde als enige jonge BSG’er nog 50%, Peter, viswijf en ik haalden zelfs dat niet.

De enige jeugdspeler die het goed deed, was Jesper Nederlof. Hij begon met 2½ uit 3 (won o.a. van Stefan Kuipers) en eindigde met 4½ uit 7 keurig in de prijzen.

Ik scoorde de andere 2½ punt. Ik had er vijf remises voor nodig.

In de B-groep was Sizzel aardig op dreef, ondanks een bye en een nederlaag aan het begin. Daarna won de tak alles. Winnaar werd Tobías Kabòs (GRIM REAPER), die een of andere Utrechtenaar door z’n vlag had gejaagd.

Het was verder wel een gezellig toernooi en de gasten (Stefan Kuipers en Sizzel) hebben zich aardig gedragen.

Morgen: Het verslag van een gebrekkig gespeeld toernooi!

Vrijdag 25 mei, ronde 1

Aan het eind van de middag kwam Stefan Kuipers aan. Hij zou tijdens het toernooi bij ons komen logeren. Na nog wat deegwaar naar binnen te hebben geschrokt, gingen we naar de speelzaal. Ik zag dat ik met zwart tegen Sjoerd Plukkel moest spelen. Toen Lennart er naar vroeg (het is alweer een week geleden, maar ik dacht dat hij het was), zei ik brutaal "Ik speel tegen die pukkel." Prompt liep er een kale jongeman langs me. Ik schaamde me dood.

Na de partij schaamde ik me zo mogelijk nog meer. Ik had een troost: Lennart was al na vijf zetten een stuk kwijt. Vergeleken met hem had ik nog bijna een goede partij gespeeld. Mijn tegenstander speelde 1.c3, om na 1…e5 2.c4 te spelen. Ik dacht: "Ik heb wit!" en "Hij heeft veel vertrouwen in het Siciliaans." Dat laatste vond ik een beetje eng, maar ik dacht dat ik gewoon m’n zijvariantjes moest spelen om minstens remise te krijgen.

Het werd een Hongaarse partij. Helaas heb ik die opening al een hele tijd niet meer bekeken. Ik speelde aan het begin nog wel redelijk, maar toen hij een pionnetje offerde, raakte ik het spoor bijster. Ik begon slechte zetten te doen. Uiteindelijk offerde ik twee pionnen voor niks en stond ik verloren. Ik rotzooide nog wat op het laatst, waarna opeens Dg3+ kwam. Ik had de zet niet zien aankomen en dacht dat ik direct verloor. Of niet, want ik kon m’n dame er nog tussen zetten. Die zet verloor wel meteen. In de analyse zag ik ook al niks. Tot mijn grote schrik kwam ik erachter dat niet ik, maar hij verloren stond. Hij kon namelijk niet het mat en torenverlies in één zet pareren.

Gedesillusioneerd ging ik maar weg, wetende dat ik jaren geleden voor het laatst zo zwak had gespeeld.

"Gelukkig" voor mij had Stefan ook verloren, dus ik was niet de enige. Stefan verloor van Jesper Nederlof. Hij klaagde dat hij niet wist wat hij tegen die opening moest doen. Verder accepteerde hij gelaten zijn verlies.

Zaterdag 26 mei, ronde 2 en 3

Na een beetje te hebben uitgeslapen, was ik weer enigszins hersteld van mijn kutpartij. Ik kon mijn vreselijke niveau niet verklaren. Was ik moe? Dacht ik teveel aan m’n tentamens? Wat een mafkees ben ik ook eigenlijk, om zo’n zwaar schaaktoernooi te doen voor een tentamenweek. Ik realiseerde me dat pas vrij laat en het is toch een toernooi van je club. Ik moest maar gauw aan het schaken denken, anders zou ik tijdens die tentamens alleen nog maar aan mijn gepruts op dit toernooi denken.

In de tweede ronde speelde ik tegen Frans Erwich. Een bekende naam. Frank en Marc kende ik al van naam, maar deze niet. Het was ofwel een jonger broertje, ofwel de vader. Dat laatste bleek het geval te zijn.

De man bleek erg aardig te zijn. Hij analyseerde na afloop nog vrolijk en liet me later nog een partij van ‘m zien. Ik zei nog dat hij ‘m voor de schoonheidsprijs kon inleveren, wat hij ook deed. Jammer genoeg won hij niet, daarvoor deden er teveel grootmeesters mee.

Terug naar de partij. Want daarin was ik te aardig. Ik speelde de ruilvariant en hij antwoordde met 5…Dd6. Dat ken ik toch wat minder. Ewoud wees me er drammerig op dat ik het anders moest doen. Ik offerde tijdelijk een pion, die ik na wat moeite terug kreeg. Daarna stond ik wel oké, maar liet ik hem per ongeluk gevaarlijk binnenkomen. Ik verdedigde goed en er zat niks beslissends in. Toen hij optimistisch bleef aanvallen, stond ik gewonnen. Helaas verprutste ik het en mocht ik blij zijn met remise.

Ik ging nog even analyseren, maar pa Erwich ging weer wat eten. Het was opmerkelijk hoe weinig tijd er zat tussen de rondes. Ik had Sizzel ondertussen meegenomen naar huis, waar we josti’s gingen vreten. Om zes uur was ik nog niet aan m’n eerste begonnen, toen ik onschuldig vroeg hoe laat de volgende ronde begon. "Half zeven", antwoordde mijn moeder kalm. We gingen ongeveer om tien voor half zeven weg en kwamen een paar minuutjes te laat aan.

Ik zat onhandig al m’n spulletjes uit m’n tas te halen. Mijn klok liep al, dus ik was er bij gebaat dit snel te doen. Mijn tegenstander was Remco Hylkema. Ik had weer eens zwart en deed vrij "normale" zetjes. Het schijnt zelfs al eens eerder op het bord te zijn geweest. Helaas dacht ik een pion stoer met de dame te kunnen slaan, om weer als een haas terug te keren toen ze werd aangevallen. Ik vertrouwde het niet helemaal.

Ik stond minder, maar ik kwam er uiteindelijk wel aardig uit. Mijn stukjes vonden mooie velden; b4, c5 en d5. Helaas deden ze weinig. Met de computer kwam ik erachter dat ik een goede kans miste. In de partij dacht ik dat ik dan een kleine kwaliteit zou verliezen, maar dat was niet zo. Ik deed het dus anders… en verloor prompt een kleine kwaliteit. Ik kreeg nog wat kansjes tegen de verzwakte witte koningstelling, maar tegen het loperpaar plus vrijpion kon ik niks. In opkomende tijdnood probeerde ik nog wat, maar ik zag niks meer.

Wat een gepruts…

Op de terugweg fietste Sizzel gezellig op m’n moeders fiets terug. De tak had in de eerste ronde een bye en verloor in de tweede ronde door een onoplettendheidje. In de derde ronde won hij en begon hij zich rijk te rekenen.

Zondag 27 mei, ronde 4 en 5

Sizzel sliep op mijn kamer en ik zat tot twee uur ’s nachts over allerlei dingen door te kwaken. Toen ik merkte dat hij niks meer zei, hield ik m’n bek maar. De ochtend kwam sloom op gang. Half één is best laat, eigenlijk.

Ik speelde tegen Jeffrey van Renswoude. Behoudens een zege op het PJK in 2003 (laatste ronde), wist ik niet van hem te winnen. In 2004 moest ik op het PJK in remise berusten en op het OKU kwam ik met zwart met -2 uit de opening… en maakte ik vervolgens met moeite remise.

De partij verliep moeizaam. Ik kreeg amper voordeel en ik zag ook weinig mogelijkheden om iets te gaan doen. Gelukkig speelde hij wel erg optimistisch, iets wat hem duur zou kunnen komen te staan. De tactische fase brak aan. Ik speelde het niet verkeerd, waarna ik een kwaliteit tegen een pion voor kwam. Helaas bleek dit voordeel te klein voor mij om te winnen. Ik kwam nog ver, maar toen hij opeens kansjes kreeg, greep ik mis en verloor nog bijna.

Ik moest met weinig tijd op de klok remise houden met een pion minder. Ik was slim genoeg om, met de partij van Emile Wüstefeld in het achterhoofd, de zwarte koning op de zesde rij af te snijden. Zwart kon alleen vorderingen maken door torens te ruilen, waarna de partij remise was.

Jeffrey’s commentaar na afloop: "Daar kwam ik goed weg."

Daarna fietste ik weer naar huis. Ik wist blijkbaar dat ik tegen Dirk Goes zou spelen. Thuis aangekomen zag ik mijn ouders en m’n tante zitten. Ze luisterden naar iets wat leek op Peter Gabriel, maar het was het steeds net niet en ik ergerde me nog erger dan dat ik me schaamde voor die herrie.

Ewoud waarschuwde me voor zijn opening. Het kwam er op neer dat ik veld e5 niet mocht verzwakken. Terwijl ik mijn pizza voor de tweede keer in de magnetron stopte, (het ding was heel nat) gingen we allerlei stellingen bekijken. Het was meer een beetje lekker schaken. Terwijl ik m’n nog steeds natte pizza zat op te knabbelen, zat ik naar de zetten te kijken. "Gewoon altijd d6 doen", dacht ik.

Dus dat deed ik. Na 1.d4 Pf6 2.Lg5 e6 3.e3 (Dat had ie vast niet op 2…c6 gespeeld) Le7 4.Ld3 leek het me tijd voor 4…d6. Toen ik de partij later liet zien, brulde Ewoud dat ik ergens …c5 had moeten doen en dat ik moest nadenken. Tja, daar leerde ik die zetten toch voor uit m’n kop?

Hoe dan ook. Ik stond wel aardig. Mijn tegenstander vond dat hij slecht speelde en dat was ook zo. Ik ruilde zijn zwartveldige loper, waarna hij moedwillig zijn pionnen op "wit" zette. Ik zag mooie velden. Volgens Pliester had ik mijn loper moeten ruilen voor het paard. Ik had daar ook wel aan gedacht, maar ik dacht dat hij mooie velden had rond de witte koningstelling. Uiteindelijk verwaterde mijn voordeel helaas en nam ik zijn remiseaanbod aan. Eindelijk remise met zwart, dacht ik.

Maandag 28 mei, ronde 6 en 7

Op de laatste toernooidag wilde ik er nog wat moois van maken. De partijen begonnen vroeg, vanwege de prijsuitreiking. Ik speelde tegen Jeroen Schuil, een van Lennarts (en Larges) clubgenoten. Ik wilde mijn laatste witpartij graag winnen, maar verder dan een optisch voordeel in de opening kwam ik niet. Ik sloeg na zestien zetten een remiseaanbod af, omdat ik dacht dat ik misschien nog wat kon proberen in het eindspel. Dat viel tegen. Hij kwam eerder dan ik, waarna ik minder kwam te staan. Gelukkig wist ik wat valkuilen te vermijden, waarna ik zelfs weer beter kwam te staan. Echter, toen hij op de 38e zet remise aanbood, dacht ik dat ik dat het ook helemaal remise was. Veel had ik niet, maar ik overzag ook even een speelbare zet.

Weer remise, dus balen. De kans was groot dat ik helemaal niet meer zou winnen dit toernooi.

In de laatste ronde speelde ik tegen Philip Westerduin. Vorig jaar hield ik hem met wit nog op remise. Ook toen Hongaars. Ik stond de hele partij een fractie beter en het werd remise.

Dit jaar speelde ik met zwart. Hij speelde Schots. De partij leek op die partij die ik tegen Robin Oscar speelde op het PK. Ik ging met …d6 het witte centrum aantasten. Ik had bewust niet voor …f6 gekozen, want die kon hij slaan en dan kon ik slecht terugslaan. Hij dekt de pion dus met Pd2-f3, waarna ook Pg5 vervelend kan zijn. Dus ik doe …f6. Doet hij opeens exf6. "Wat ben ik toch een dom stuk vreten…" denk ik dan. Ik ruil dames en sla mismoedig met de pion op f6. (partij volgt)

Blijkt dat dat niet had gehoeven. Door middel van een tussenzet en een desperado had ik in ieder geval de lelijke pion voorkomen.

Gelukkig speelt mijn tegenstander het daarna matig. Ik speel mijn paard om van b6 naar e5, waar het wordt geruild. Ik sla met de f-pion en ben opgelucht. Daarna probeerde ik er in het dubbellopereindspel nog wat van te maken, maar de remisemarge was groot.

Tijdens mijn winstpogingen vliegt er opeens een vogel door de zaal. Het domme beest kakt een bord onder en vliegt zenuwachtig heen en weer. Tom de Ruiter lachte iets van: "De meeste schakers zijn vreemde vogels" of zo. Eerder die ronde kreeg hij de lachers al op zijn hand door een zet te doen toen het licht uitviel. Dit gebeurde overigens twee keer. Bij het uitvoeren van de zet zei hij: "Kun je het zien?"

Over vreemde vogels gesproken: Andries Mellema is echt een vreemde vogel. Vorig jaar versloeg hij mij in een miniatuurtje. Dit jaar hield hij het een paar zetten uit tegen Tom Meurs. Vervolgens bood hij in matige stelling remise aan tegen Joost Offringa, die dit na enig nadenken accepteerde. Zijn enige winstpartij was tegen Lennart. Lennart speelde een variant van het Frans die volgens mij erg goed is voor wit. Hij speelde het een beetje merkwaardig en na zijn zet Pe5, een normaal uitziende zet, zwam zijn tegenstander bij het bord. Hij raakte niet uitgepraat over de zet. Hij zette zijn handen tegen z’n kop en zei steeds "nog nooit eerder gezien" en dat soort kreten. Het was jammer dat Lennart er niet bij was.

Uiteindelijk stond hij op terwijl hij aan zet was. Hij dacht bijna een uur na over zijn reactie. Die was wel treffend. Lennart speelde misschien wat te passief tegen en werd kansloos weggeschoven.

Na een tijdje raakten de deelnemers wel gewend aan de vogel. Net toen ik weer stevig wilde nadenken, pakte Louis Kok het beest. Dat was wel een applausje waard.

Ik probeerde het eindspel te winnen, maar dat lukte niet. Zelfs Pliester vond geen winst.

Met 2½ uit 7 ging ik nog poffertjes eten. Stefan was met 4½ uit 7 nog in de prijzen gevallen, Sizzel had 5½ uit 7 en was derde geworden in de B-groep. Zij hadden meer noten op hun zang. Ik zat al gauw vol en ging naar de prijsuitreiking. Ton schijnt achteraf de rest van de poffertjes te hebben opgegeten. De prijsuitreiking duurde kort: van vijf voor half acht (?) tot vijf over half. Ik was nog maar net op tijd.   

Uiteindelijk won Jarno nog de schoonheidsprijs in de B-groep, (doorgestoken kaart?) als pleister (Pliester) op de wonde.

Pinda fietste nog gezellig mee naar huis. Stefan ging al gauw met de trein, waarna Sizzel, Pinda, Ewood en ik nog gingen achtungen. Ewood moest Sizzel nog wegbrengen. Sizzel dacht dat hij z’n portemonnee nog had laten liggen, maar hij had ‘m gewoon bij zich.

De dag erop had ik om kwart voor negen tentamen…

PS.: Op USF was ophef ontstaan over het incident tussen Tobías Kabòs en Stefan Vosshard. Ik vond dit nog wel aardig:

Datum: dinsdag 29-05-2007 00:03 Naam: Kijker

Opvallend: in Bussum drukt Van Renswoude zijn snor na een aantal nederlagen. In Maastricht drukt Eric de Moor zijn snor op de slotdag. De tegenstanders van hun kwamen voor niets. Karakter!

Datum: dinsdag 29-05-2007 00:13 Naam: Jeff van Renswoude

@Kijker,

Je moet oppassen met zulke opmerkingen maken..je weet de reden niet eens van mijn afmelding en als je denkt dat het komt door mijn nederlagen zit je goed fout!!! Ik heb mij netjes afgemeld bij de wedstrijdleiding en mijn tegenstander van ronde 6 heeft netjes tegen een ander gespeeld. Als ik kon zou ik juist komen om het slechte resultaat nog enigszins te redden..maar gezien de huidige privésituatie was ik niet in staat om te komen..