27 november 2009

Nog meer schaken

Klagen

Nederlanders klagen veel, want ze zijn gelukkig. Dat was ongeveer de strekking van een artikel van zo’n krantje dat ik in de trein las. Volgens het artikel was klagen juist goed. Daarom zal ik jullie nu eens laten zien hoe gelukkig ik ben.

Culturele Dorp-toernooi

Allereerst natuurlijk het Culturele Dorp-toernooi. Dit was vroeger altijd een plaatsingstoernooi voor de C-groep van het Corustoernooi, dat in Januari weer gehouden zal worden, maar nu niet meer. Op papier was het nog steeds een sterkbezet toernooi, waarin normen gescoord konden worden. Leuk, zou je zeggen. Dat wordt vast een mieters toernooi. Het recept was als volgt: zet een aantal sterke jeugdspelers bij een paar meesters die hun beste tijd gehad hebben. Kunnen die jeugdspelers (dat begrip mag ruim opgevat worden) een norm scoren, dus dat maakt zo’n toernooi dan helemaal geslaagd.

Veelzeggend was dan ook dat de "jonkies" vrijwel allemaal bovenin eindigden. Twan Burg won en behaalde een IM-norm, net als Rick Lahaye, die derde werd. Tweede werd Pete Peelen, die een erg goed toernooi speelde. Erg degelijk. Ook Sured Plukkel en Large eindigden nog in de bovenste helft, hoewel dat voor Large een tegenvaller moet zijn geweest. Probeerde een norm te scoren, won van degenen waartegen hij remise zou moeten spelen, maar won niet van degenen waar hij wel van zou moeten winnen.

Desondanks bleef hij de oude meesters voor. Sebastian Siebrecht, de enige GM in dit gezelschap, bleef steken op een magere 50 procent, net zoveel als een Amerikaans kotertje. Wat Afek aan het doen was, weet ik niet. Ik zou hem de vraag willen stellen: "Bent u echt zo slecht, of doet u maar alsof?" Volgens mij kan 'ie best wel schaken, maar het lijkt wel of -ie soms gewoon wil verliezen. Met zijn 3 uit 9 deed hij het echter nog prima vergeleken de laatste IM: Julius Armas.

Het was voor het eerst dat ik de behirder van de "schaakcamping" in actie zag en het was werkelijk waar schandalig om te zien. Hebben sommige IM's hun titel bij een pakje boter gekregen? In de slotronde verloor hij ook nog van de enige WIM in het gezelschap, waardoor hij uiteindelijk laatste werd.

Normen

Deze slechte tegenstand kwam Twan B. en Rick L. goed uit. Ze moesten namelijk zes punten scoren voor een norm. De deelname van Sured Plukkel (2259) en Arlette van Weersel (2193) was daar ongetwijfeld debet aan. Voor Twan was het niet zo’n probleem, hij won bijna alles, Rick had in de slotronde aan een korte remise precies genoeg voor zijn eerste IM-norm. Voor Twan was het inmiddels zijn laatste, waardoor hij binnenkort IM is. Nadat hij zijn norm had binnengehaald, was zijn spel echter een stuk minder. Large bezorgde hem in de laatste ronde dan ook een gevoelige nederlaag, als goedmakertje voor Wenen.

Fragmenten

Tijd om maar eens naar een aantal fragmenten te gaan kijken. Laten we beginnen met de opmerkelijkste gebeurtenis:

Plukkel – Armas. De vele nederlagen hadden hun weerslag gehad op het spel van de zwartspeler. Angstig greep J. Armas naar de Philidor-verdediging, maar die speelde hij helemaal niet goed: 1.e4 e5 2.Pf3 d6 3.Lc4 Le7 4.d4 Pd7? Een bekende fout. 5.dxe5 dxe5? 6.Dd5… Dreigt mat en zwart kan daar weinig tegen doen. Armas kwam met een lapmiddel: 6… Ph6 7.Lxh6 0-0 en rekte de ongelijke strijd tot zet 25. Een gênante afgang.

Afek – Burg. Twan had op dit moment de norm voor het grijpen. Daartoe moest hij wel van Afek winnen. In deze stelling is weinig aan de hand. 19.Lxd2 met remiseaanbod zou niemand hebben verbaasd. Afek meende iets leuks te zien: 19.exf6? Of hij heeft zwarts volgende zet gemist, of hij heeft het heel slecht doorgerekend, of hij wilde Twan per se aan een norm helpen. Ik vat het echt niet. Na 19…Txe2 20.fxe7? Txb2 had zwart een kwaliteit meer, terwijl wits e-pion eenvoudig kon worden ingerekend. Hierdoor stelde Afek zijn deelname voor volgend jaar veilig…

Ootes – Siebrecht. Na de KNSB-competitie mocht Large meteen tegen de "sterkste" aantreden. Beide partijen hadden aanval, na een stukoffer van Large had alleen hij aanval. Zwart moest verdedigend spelen en dat deed 'ie niet. Na 25…Pa5? sloeg wit toe met 26.Le2! En toen werd zwart stil. Het ingrijpen van de loper blijkt beslissend. Er volgde nog 26…Pxb3 27.Dg5! Een stille zet die beslissend is. Wit kon ook grof materiaal cashen met 27.Th8+ Kf7 28.Lh5+ Ke7 29.Dxg7+, maar nu ontsnapt de koning niet eens meer. Een lekker puntje!

Ootes – Burg. In de laatste ronde was het weer raak. Large kon vrijuit spelen, want hij kon toch geen norm meer scoren. Ook nu ging Larges aanval als een mes door de boter: 25…Lf8 26.Lxc6 bxc6 27.Dh4 h6 28.Lxh6 gxf6 29.Lxf8+ Kg8 30.Dh6 Dd8 31.Dg7#. Typisch Twan. 😉

Van Weersel – Armas. Nadat de Franse IM de hele partij kilometers achter de feiten had aangelopen, had wit nog genoeg moeite om de trekker over te halen. Maar na 73.Th1 was het toch echt gedaan met zwart. Voor Armas reden om met de staart tussen de benen richting Bordeaux te rijden. Jammer, want het was misschien best een goede speler voor BSG 2.

Verslaggeving

Tja, de verslaggeving van het toernooi was echt slecht. Ik was benieuwd of de verslaggever nog iets zinnigs kon vertellen over de partij ("Ja, maar als wit toen dat-en-dat deed, dan was het heel anders gelopen", of zo), maar niets daarvan. Sterker nog: de verslagen werden met de dag slechter.

"Zoals gisteren al min of meer aangekondigd trad vandaag een tweede held voor het voetlicht. Met een vlotte remise tegen Sjoerd Plukkel (eens een Plukkel altijd een heer?) behaalde Rick Lahaye het laatst benodigde halfje voor zijn eerste meesternorm.  Klassetoernooi van Rick hoor."

"Verder speelden vandaag "David tegen Goliath" oftewel Afek tegen Naroditsky. Lichtelijk gepikeerd kwam Goliath uit de speelzaal. Puntje voor David dus, maar dat had een of andere mythe al eens voorspelt… [sic!] Too little too late zoals de moeder van Naroditsky snedig opmerkte. Maar toch een aardig Thanksgiving cadeautje [sic!] voor onze kleine strijder."

"Ook de twee langsten onder het gezelschap, Siebrecht en Peelen, mochten vandaag de degens kruisen. De kortste van de langen had nu toch mooi het overwicht. Knap hoor van Peelen."

In de achtste ronde was het niet veel beter:

"Wat stond er nog meer op het menu vandaag? Afek wint van Armas. Julius speelt hier echt geen gelukkig toernooi, doodjammer hoor. Maar als het aan mij ligt wordt hij volgend jaar weer uitgenodigd. En dan hadden we nog de partij Peelen vs Ootes. Een mooie overwinning voor Piet hoor, die hiermee plots naar de gedeelde tweede plek is geklauterd. De jonge Lars lijkt mij niet helemaal in goeden doen. Nog steeds op 50%, maar ik had er meer van verwacht."

En dan nog eens het lange wachten op dit soort nietszeggende rommel…

21 november 2009

BSG is van slag

"Te klein voor een tafellaken en te groot voor een servet", dat was de conclusie voor BSG 1 van de afgelopen twee jaren. In de eerste klasse werd alles gewonnen, in de meesterklasse werd alles verloren. Na de degradatie werd BSG geacht weer veel te gaan winnen, maar na de ruime zege op Utrecht 2, ging het tegen Purmerend veel moeilijker. Tegen Unitas verliep de wedstrijd helemaal desastreus.

Toen het competitieprogramma bekend werd, zagen we de thuiswedstrijd tegen Unitas als een opluchting. Stel je voor dat je naar Groningen moet… In alle rust leefden we naar de wedstrijd toe, die in ons vertrouwde Denksportcentrum werd gehouden. De tegenstander was een oude bekende: Unitas. In ons kampioensjaar wonnen we daar met veel moeite en nog meer mazzel nog van, dus we waren gewaarschuwd. Opmerkelijk was dat de staartborden destijds de "rommel" van de hoogste borden moesten opruimen, dat zou dit jaar heel anders gaan…

BSG speelde met een invaller: derdeteamspeler Bert Kieboom werd opgetrommeld om voor Ptr in te vallen. De opstelling was daardoor licht veranderd ten opzichte van de eerste twee wedstrijden: Ton speelde aan bord 2 en Leon aan 5 (!). Daar trof hij opmerkelijk genoeg de enigszins opgeofferde Nick Bijlsma. Tegen Purmerend had hij de grootste moeite met Nicky Law, dus dat beloofde een heet middagje voor onze kindermoordenaar.

Over het weer gesproken: het was vandaag prachtig weer. Eigenlijk te mooi om binnen te zitten. Maar ja, je kunt het publiek natuurlijk niet teleurstellen. Het publiek was het afgelopen jaar toch al niet verwend, met louter grote nederlagen in de meesterklasse. BSG had iets goed te maken, maar eigenlijk zat het er de hele middag niet in.

Soms heb je van die middagen dat je al snel ziet dat de tegenstanders er over het algemeen beter voorstaan. Op een aantal borden begonnen toch wel substantiële minnen te ontstaan. Opmerkelijk genoeg toverde de immer degelijke Lennard de eerste nul op het scorebord. Nou ja, scorebord… Sinds de wedstrijd tegen LSG is het scorebord niet meer gebruikt… Zijn broertje bracht even later het eerste halfje binnen, waarna hij zich weer kon richten op het Culturele Dorp-toernooi. Voor hem was de KNSB-competitie immers maar een hinderlijke onderbreking…

De stand wordt gelijkgetrokken door FM Henk. Hij won van Laszlo Cako, die twee jaar geleden de klassetopscorer was. Hij had dat jaar wel bijna alleen maar wit, wat het natuurlijk wel iets makkelijker maakt om hoog te scoren. Ex-klassetopscorer of niet, FM Henk had daar geen boodschap aan en eigenlijk won hij vrij gemakkelijk met de zwarte stukken (!).

Staart eraf

Vervolgens kwam er een lastige fase. Wat zouden de stellingen opleveren? Het wachten was op plotselinge wendingen, zoals anderhalf jaar geleden. Ditmaal gebeurde zoiets bij Ewood. Hij speelde tegen Erik-Jan Hummel en stond goed, maar in de tijdnoodfase ging hij passief spelen. Vervolgens miste hij nog een doorbraakmotief en verloor hij het eindspel. Misschien een beetje een goedmakertje voor mijn onterechte zege in Eindhoven op EJH

Zelf had ik na een Schotse opening een vrij gelijkwaardige stelling bereikt. Ik had echter niet m’n gelukkigste hand in de partij en dat resulteerde in een aantal mindere zetten. Uiteindelijk won wit een pion en bleek mijn restje activiteit frustrerend weinig op te leveren… De tijdcontrole werd door mijn tegenstander gehaald en daarna kon ik weinig meer doen. Vervelend!

De stand was inmiddels 2-4 door een remise van Ton. Hij speelde een wilde partij, waarin het evenwicht gek genoeg niet verbroken werd. Niet slecht tegen Unitas’ sterkste (en ook meest afgevallen) man.

Ondertussen stond nog een aantal borden op instorten. Coen, die vermoedde dat een van de spelers symptomen van de Mexicaanse griep vertoonde, had zelf de hele partij een ongezonde stelling voor zijn neus. Helaas werkt een Mexicaansegriepprik daar niet tegen. Taai als een schoenzool ploeterde Coen door, eerst in een verloren toreneindspel en later in een verloren dame-eindspel, maar een nul was desondanks zijn deel.

Ook Bert Kieboom kon het niet houden. Hij bood nog remise aan, maar zijn tegenstander, ook een invaller (!), mocht het niet aannemen en won vervolgens met het loperpaar. De partij werd overigens uitgespeeld totdat Bert zijn paard kwijtraakte door een dameschaakje.

Leon Pliester had gelukkig nog wel gewonnen, maar met een stand van 3-6 viel er geen eer meer te behalen voor Der Aleksander. Hij had een eindspel met twee pluspionnen laten verzanden in een eindspel met een pluspion dat inmiddels dik remise was. Met subtiele lopermanoeuvres probeerde de grootmeester nog van alles om zijn tegenstander pootje te lichten, maar wat hij met al die zetten nou bereikte… Met nog zo’n twintig seconden op de klok besloot hij maar op remise af te koersen. Een wonder zoals bij Lennard de vorige keer zat er niet in…

De einduitslag was dus 3½-6½, een best wel forse nederlaag. We bleven achter met de vraag: waren zij nou zo goed…? Waar is het BSG dat de eersteklasseploegjes in het verleden zo ongenadig van het bord hakte? Zijn wij die aura van onoverwinnelijkheid kwijt? Zijn wij het AZ van de eerste klasse?

Overigens deelde een niet nader te noemen invaller me mee dat het leuk zou zijn als BSG in het seizoen 2010-2011 promoveert, in het jubileumjaar. Als we zo door blijven spelen kan dat misschien nog wel gaan lukken. Als kampioen van de tweede klasse… 😦

Overigens is het erg spannend in onze klasse. Iedereen kan van iedereen winnen, we spelen in de Jupiler-league van het schaken. Purmerend (!) gaat ondertussen aan de leiding, met 5 matchpunten. Suikertaart verloor de koppositie door een nederlaag tegen AAS, terwijl Caïssa, de ratingfavoriet, zijn tweede competitienederlaag leed en wel tegen Philidor. En daar moeten wij over drie weken weer tegen spelen… Ik ga voor een gelijkspelletje. 0-0, 1-1, of desnoods 7-7. Tot die tijd: straftraining!

18 november 2009

BSG is Wageningen online de baas

Gemotiveerd BSG wint met 13-3

Een nieuw fenomeen dit jaar zijn de door de KNSB georganiseerde Playchess-toernooien. In het begin van het jaar hadden we al het NK Internetschaak, in deze maand begon de Internetclubcompetitie. BSG kon een op papier sterk team opstellen. Met Large, VR en Ewood hadden we toch al heel wat KNSB-rating in huis. Ach ja, voor dit vluggerwerk is internetrating wel belangrijker. Op internet is VR een echte uitblinker. Je moet hem af en toe wel oppeppen, maar daar krijg je ook wat voor terug. Met Behirder erbij hadden we toch mooi een gemiddelde blitzrating van iets van 2400 punten. Niet supergoed, maar toch zeker niet verkeerd.

Toch was ik bang dat bijvoorbeeld HSG mee zou doen met Smeets, L’Ami, Stellwagen en King Look. Of nog erger, Bobbin. HSG – BSG, dat zou pas erg worden. De landskampioen kwam echter niet met een team voor de dag, wat betekende dat BSG in de opstellingen de alleenheerser was. Pas onlangs kwam de melding dat er een geschikte tegenstander was gevonden: Wageningen.

Tja, twee jaar geleden speelden we in de KNSB-competitie tegen Wageningen en dat leverde ons een zwaarbevochten zege op. Het zou dus niet meevallen om van dit team te winnen. Een datum werd gevonden: gisteravond om 21:00 uur zouden de viertallen de degens kruisen. Ik had daar maar mee ingestemd, maar echt blij was ik er niet mee: ik moest nog veel doen voor school en dan komt dit er nog tussendoor…

Toernooi

Het was inmiddels tegen negenen en ik kwam bij mijn clubgenoten. Grappig was de geografische spreiding: Le en La verkozen het westen des lands, terwijl Ewood en VR in het oosten vertoefden. Maar op Playchess maakt dat natuurlijk niet uit. Daar is iedereen maar een muisklik van elkaar verwijderd. Large kwam net van het Culturele Dorp-toernooi, waar hij zijn eerste puntje had gepakt. Met zijn vorm was dus weinig mis. Meer problemen verwachtte hij echter van zijn verbinding.

Ondertussen waren de organisatorische voorbereidingen bijna afgelopen en werd het tijd voor de eerste ronde. In de eerste ronde zouden alle BSG’ers zwart krijgen. De witspelers moesten ons dan uitdagen. Hadden ze beter niet kunnen doen…

Ronde 1

Wageningen – BSG
1. S van Eijk – Large
2. D van Eekhout – VR
3. F Jonker – Ewood
4. H Hofstra – Jip

Nadat ik mijn formule had aangepast, kon ook mijn partij beginnen. Ik speelde tegen Libra29, die wat slap begon, maar al gauw een dijk van een stelling kreeg. Hij miste echter een aantal simpele winsten en daarna kwam ik weer een beetje in de partij. Van een pion minder ging ik ineens naar een pion meer en na een lang eindspel maakte een mouseslip (?) van hem een einde aan de partij.

De stand was ondertussen al 0-4, BSG had al meteen hevig toegeslagen.

Ronde 2

BSG – Wageningen
1. Large – D van Eekhout
2. VR – F Jonker
3. Ewood – H Hofstra
4. Jip – S van Eijk

De tweede ronde begon en jawel, ik had wit tegen HappyEnding, ofwel Sander van Eijk. Tja, tegen sommige mensen speel ik op de een of andere manier altijd met wit… Na mijn wat ongelukkige nederlaag in Eindhoven, kreeg ik opnieuw dezelfde opening op het bord. Ik week af en ruilde dames, waarna ik niet super stond. Ik verloor zelfs een pion, maar door die handig te offeren, kreeg ik nog wat spel. Uiteindelijk kreeg ik zelfs de pion terug en won ik het eindspel. Bizar.

Het team bleef het goed doen. Alleen VR verloor. Hij gaf zijn dame weg, waardoor de “score” slechts 3-1 in “Bussums” voordeel was. Ditmaal wierp Large zich op om de ietwat ongelukkige VR te troosten.

Ronde 3

Wageningen – BSG
1. S van Eijk – Ewood
2. D van Eekhout – Jip
3. F Jonker – Large
4. H Hofstra – VR

Met één bordpunt hadden we al een gelijkspel in handen, zo goed waren de eerste ronden gegaan. Zelf stond ik weer de hele tijd moeilijk tegen Fluitketel en wist ik met kunst- en vliegwerk remise te houden. De rest van het team won, waardoor BSG met 10½-1½ aan de leiding ging. Teamleider Lennard riep zijn “bitches” op om er voor de laatste ronde nog één keer vol voor te gaan.

Ronde 4

BSG – Wageningen
1. Large – H Hofstra
2. VR – S van Eijk
3. Ewood – D van Eekhout
4. Jip – F Jonker

Een opmerkelijke ronde: BSG kwam zelfs op achterstand. Large verloor ergens een stuk en VR kwam niet verder dan remise. Ewood won gelukkig nog, waardoor hij op 4 uit 4 kwam. Knap! Zelf kwam ik op 3½ uit 4 door een soort Scandinaviër te kraken van Visje. Daarna speelde ik het niet super, wat de winst ernstig in gevaar bracht. Gelukkig voor mij speelde hij niet op z’n taaist en ging ik er alsnog vrij eenvoudig met de winst vandoor. Hierdoor won BSG met 13-3, wat wel geflatteerd was, gezien mijn partijen. Desondanks was het een ongelooflijk resultaat tegen een team waarvan we veronderstelden dat ze gewaagd waren aan ons.

Ondanks de 13-3-zege gaat BSG niet aan de leiding: De Peun uit Roosendaal won met 14-2 van de Osse Schaakvereniging. Doordat ik alleen de eerste ronde voor rating speelde, schoot ik ratingtechnisch weinig op met dit toernooi. Toch blijft een vraag hangen: waren wij nou zo goed…?

Scores
1. Ewood 4
2. Jip
3. Large 3
4. VR

5. F Jonker 1
6. H Hofstra 1
7. S van Eijk ½
8. D van Eekhout ½

Slot

Na de bedankjes aan de organisatie en de tegenstanders, werd er onderling nog wat gediscussieerd. Het was een dolle boel in het chatvenster. Verder wil ik teamleider Lennard bedanken en Pinda, de enthousiaste toeschouwer. Ook fijn was dat er nog kiebitzers waren. De sfeer was goed en dat zal ongetwijfeld hebben meegeholpen. Jammer genoeg had ons snelschaaktalent VR nog de meeste verliespunten, maar dat zegt wel wat over deze match.

En dat terwijl ik na het NK Internet niet meer zo overtuigd was van mijn internetschaakkwaliteiten. Gelukkig kon ik alle frustratie van te veel huiswerk van me af spelen. Het resultaat gaf me wel effe een “boost”. Het kon me niet meer echt schelen hoe “wijsgerige vorming” zou gaan…

15 november 2009

Terug in de tijd in Eindhoven

Jeugd

Drie jaar geleden sloot ik mijn periode als jeugdspeler af. Tot die tijd had ik redelijk wat jeugdtoernooien gespeeld. Dat begon denk ik met het jeugdteam van BSG (haast niet voor te stellen, hè?), toen ik pas net een aantal jaartjes schaakte. Later kwamen daar echte toernooien bij, zoals "Hengelo", het Open NK Jeugd. Dat was overigens pas in 2001, zelfs nog een jaar na mijn deelname aan het "echte" NK Jeugd. Aan de "plaatsingstoernooien" voor het NK deed ik vanaf 1999 mee, toen ik nog een bruggertje was. Hoewel ik het schaken altijd erg spannend vond, was het wel een mooie tijd. Toernooien als "Hoevelaken", "Hengelo" en de schoolschaakkampioenschappen; ze brengen mooie herinneringen bij me naar boven.

Maar langzaamaan begon ik me te realiseren dat het einde in zicht was. Zo mocht ik in 2005 voor de laatste keer meedoen aan de Jeugdclubcompetitie. En in 2006 zou ik steeds m’n laatste toernooi spelen. Mijn laatste PJK, mijn laatste keer Hengelo, mijn laatste keer Eindhoven en mijn laatste keer Hutton. Ik was heel verdrietig toen ik in februari in de barrage de plaatsing voor het NK Jeugd misliep. Ik zou nooit meer aan het NK Jeugd kunnen meedoen! 2006 gaf me dan ook niet de afsluiting die me voor ogen stond, want ook "Hengelo" verliep vrij dramatisch. Tegen het einde van het jaar speelde ik in Rotterdam mijn laatste toernooi als jeugdspeler: het Huttontoernooi.

Het Huttontoernooi is een toernooi waar jeugdspelers van verschillende bonden tegen elkaar spelen. In 2006 was de opzet nog gewoon twee partijen met een uur bedenktijd per persoon. Inmiddels is het weer anders, maar het uiteindelijke doel was hetzelfde: de bond met de meeste punten won. Het was destijds een tof toernooi. We waren met een grote groep op reis, ik had een grote zak snoep mee en ik speelde twee leuke partijen. Het was gewoon een leuke dag. Een beter afscheid kon ik me eigenlijk niet wensen.

In de jaren daarna stond ik steeds naast de zijlijn de verrichtingen van mijn clubgenoten te volgen. Dat was overigens al heel snel na het Huttontoernooi: ik was een keer teamleider en een keer observer bij de Jeugdclubcompetitie.

Ook het PJK van 2007 heb ik op de voet gevolgd, net zoals het zoveelste NK Jeugd van Ewood. Toekijken is heerlijk rustgevend, maar soms kriebelt het om zelf weer eens mee te doen. Helaas mocht ik mijn kunstjes "slechts" vertonen in toernooien zonder leeftijdsdiscriminatie, zoals het Pinkstertoernooi, of Pardubice. En dan kom je erachter hoe groot de impact was van die jeugdtoernooien.

Na deze inleiding zou natuurlijk ook een enorm artikel moeten komen, maar in dit geval is de inleiding een opzichzelfstaand artikel. Daarom nu deel twee:

Tijdens het NK "rapit" in 2007 werd ik op de hoogte werd gebracht van een extra leeftijdscategorie bij dit toernooi. Hoewel ik inmiddels oud en versleten was, deed dit nieuws me weer een jaartje jonger voelen. Misschien zou ik toch nog een jeugdtoernooi spelen!

De tand des tijds kwam echter in het spel en ik was het toernooi allang weer vergeten, toen Ptr tijdens het SGS-snelschaakkampioenschap voor teams over Eindhoven had. Die avond keek ik nog op internet en warempel, ik kon nog meedoen! Sociaal als altijd vroeg ik of Ewood nog mee wilde doen, net zoals wat andere mensen. Uiteindelijk wilde Sizzel meedoen. Hij was net niet te oud voor de nieuwe groep: <25.

Druk

Alles was geregeld, maar ik zag dat het druk ging worden. Gisteren was namelijk een vriend van Econometrie jarig en hij vierde zijn verjaardag op vrijdag de dertiende. Ik dus ’s avonds naar Osdorp en weer terug. Ik had nog net de laatste trein gehaald en om een uur of kwart over een was ik thuis. En dat terwijl ik al om half twaalf was vertrokken. 😛 Het resultaat: ik kon maximaal vijf uur slapen voordat de wekker ging.

Na dit korte nachtje gingen we via Amersfoort naar Eindhoven. In Amersfoort kwamen we Sizzel zoals gepland tegen. Dat ging dus goed, maar het B-team is dan ook goed georganiseerd. Om tien uur waren we in Eindhoven, waar de plaatselijke Universiteit eenvoudig werd gevonden. In OV-chipkaartroze borden werden we onthaald en bij het inschrijven kregen we ook een tas in die nichterige kleur mee. Daarna was het tijd voor het inschaken, waarin ik mijn kruit al aardig verschoot door Ewood een paar keer te verslaan, hoewel hij mij ook een aantal keren ownde.

Voor het toernooi had ik niet echt hoge verwachtingen, ik voelde me immers nogal moe. Toch vond ik dat ik in de eerste ronde nog wel aardig speelde. Tegen Sander van Eijk sliep ik daarentegen. Ik kwam al niet lekker uit de opening en ik miste daarna veel van zijn zetten. Desondanks kon ik in tijdnood nog wat terugdoen, waarna ik er zowaar een remisestelling uit had gepeurd. Helaas werd ik toen gevlagd.

Vervolgens raakte ik in een complexe stelling tegen Birgitta van Weersel een stuk kwijt. Een wanhoopsoffensief leverde me echter alsnog het punt op. Vervolgens verloor ik weer een moeilijke Siciliaanse partij van Sebastiaan Smits, ondanks dat ik een pion meer had. Halverwege het toernooi had ik mijn eenvoudigste partij tegen Arjan Dijksta. Hij besloot creatief een stuk te offeren in een (naar mijn weten) theoretisch bekende stelling. Dat was niet goed en nadat 'ie nog een stuk weggaf won ik eenvoudig. Tegen Joep Nabuurs kwam ik uiteindelijk goed te staan na 1.e4 a6. Ik besloot maar een stuk te offeren voor drie pionnen. Mat ging het niet, maar in het eindspel werden de pionnen sterk. Met 18 tegen 13 seconden in een gewonnen stelling nam ik echter een remiseaanbod van hem aan. Het was binnen die tijd misschien toch niet te winnen, maar het was toch een wat karige beloning voor de partij.

Vervolgens maakte ik nog remise tegen Joey Grochal. In de Keres-verdediging kon ik op h3 offeren, waarna ik na wat omwegen eeuwig schaak moest houden. Helaas is deze variant inmiddels weerlegd, heb ik begrepen. 😦 Misschien wel een gewonnen halfje… In de achtste ronde won ik nog een halfje (of meer), toen ik van Erik-Jan Hummel won. Ik stond heel erg verkreukeld in het Frans, toen hij ineens stukken ging ruilen. In het dame-toreneindspel had mijn koning weinig bescherming, wat dan ook resulteerde ik een klopjacht. Daarbij kon ik enkele houtjes oppeuzelen en uiteindelijk won ik het eindspel. 😛 Als beloning speelde ik de laatste ronde op een livebord tegen de ongenaakbare MadU Tan. Ik kreeg, zoals de oplettende lezer wel zal hebben gezien, Frans met 3…h6 tegen me. Mijn aanpak was niet al te best, waarna ik slecht stond. Desondanks kon ik het op het einde nog wel remise houden. 56.Ta6+ was noodzakelijk en misschien was de stelling na 58.Kf2 nog te houden. Maar ja, het valt ook niet mee om met nog een minuut bedenktijd goed te schaken.

Al met al had ik nog een best behoorlijk toernooi gedraaid en werd ik negende met de op-zeven-na-hoogste TPR. Sizzel was het hele toernooi veroordeeld tot het leveren van een achterhoedegevecht. Hij verklooide keer op keer goede stellingen. Grappig genoeg won hij een eindspel met twee torens tegen twee torens, een loper en wat pionnen van Jokim van den Bos. In tijdnood is Sizzel ineens wel snel, zoals de ongelukkige zwartspeler ondervond. Met 3 uit 8 en een bye deed Sizzel het naar omstandigheden nog best goed.

In de 1989-1990-discriminatie draaide Ewood het hele toernooi bovenin mee, maar hij verloor steeds op de liveborden. Uiteindelijk moest hij genoegen nemen met 5½ uit 9, waarmee hij desondanks nog 10 euri won.

Pascal

Direct na mijn partij kreeg ik te horen dat we bij Pascal zouden eten. Hij wilde de prijsuitreiking nog bijwonen, want een aantal van zijn pupillen had een prijs gewonnen, net als Ewood dus. We stapten in Pascals vierkante auto, waarna we naar Soest reden. Daar gingen we met de kat spelen, bughousen en natuurlijk nog eten bestellen. Met de laatste trein konden we nog naar Bussum rijden. Het was me het dagje wel.

Scores
Jip 5
Sizzel 4
Ewood

07 november 2009

SGS-snelschaakkampioenschap

BSG gaat nat

Het door de SGS georganiseerde snelschaakkampioenschap voor teams is een van de succesvollere SGS-toernooien. Waar bijvoorbeeld het PK normaalgesproken weinig echt sterke schakers trekt, lopen de specialisten wel warm voor een middagje klokrammen. Al jaren doen spelers als MadU Sadler, Manuel Bosboom en Xander Wemmers mee aan dit traditioneel in november georganiseerde toernooi. Dat is opmerkelijk te noemen.

Dit jaar werd het toernooi gespeeld in Giessenburg. Dat was wel wat verder weg dan Bunburg of Huizen. Misschien was dat ook wel de oorzaak dat het toernooi minder sterk bezet was dan in de voorgaande jaren. In ieder geval was de afvaardiging van BSG wel erg onder de maat. Een overzicht van het eerste team:

2007:
FM Henk (2302)
Emiglio (2256)
Large (2202)
Tom de Ruiter (2070)
Lennard (2031)
Jip (2010)

2008:
FM Henk (2264)
Jip (2081)
Fliffer (2133)
De Ruiter (2077)
Kieboom (1957)
Balke (1846)

2009:
Ptr (2084)
Jip (2120)
Eddy (1784)
Kieboom (1903)
EB (1704)
Racekamp (1571)

Had BSG vorig jaar nog drie teams, dit jaar kon er met pijn en moeite een team samengesteld worden. Dat betekent toch dat minimaal twaalf mensen die vorig jaar wel meededen er dit jaar geen zin in hadden. Dat is toch wel substantieel te noemen. Een niet nader te noemen BSG’er had geen goed woord over voor de belabberde afvaardiging. Wel een team in de eerste klasse van de KNSB-competitie hebben, maar met een fatsoenlijk team op de proppen komen tijdens een prestigieus snelschaaktoernooi, ho maar.

Nee, bij voorbaat stond al vast dat we moesten vechten tegen degradatie. Er gingen nog stemmen op om vrijwillige degradatie aan te vragen, maar dat ging me wat ver. En met Ptr, Eddy of Squares, Bert Kieboom en mijzelf moesten we toch wel de zwakke broeders omverblazen? Dat moest genoeg zijn om in ieder geval niet te degraderen.

Toernooi

Na een vlekkeloze rit naar zuidoost Zuid-Holland, de uiterste grens van de SGS, kwamen we RUIM op tijd aan. Toch waren we niet de eersten en ik zag hoe Ptr tegen Erik Smedema ging schaken. Het zag er veelbelovend uit: Ptr versloeg de krullenbol bijna elke keer. Iedere keer werd de stap-6’er getruct of overspeeld. Daardoor zou Ptrs dag toch nog een plusscore opleveren, zo bleek. Opmerkelijk: ondanks het tempo van twee minuten p.p.p.p. ging Ptr niet door z’n vlag.

Soest – BSG 4-2

De eerste ronde begon uiteraard (!) tegen Soest. Zelf had ik weer gekozen voor bord twee en tja, dat betekende dat ik weer tegen Adriaan de Jongh speelde… Met wit. Ik had eerlijk gezegd niet zo’n trek in een Caro-Kann, dus besloot ik te beginnen met 1.Pf3! Niet dat ik dat ken, maar ik wilde niet door een boekje verslagen worden. Het leverde me niet echt openingsvoordeel op, maar ik had een makkelijke stelling. Het leverde me een pion op, die ik in een lopereindspel verzilverde. Ik was blij. Verder kwam alleen Bert Kieboom aan de BSG-kant op het scorebord voor. Ook hij versloeg die arme Erik Smedema. Ptr redde het niet tegen Erik de Haan, net als de andere borden, wat resulteerde in een 4-2-nederlaag.

BSG – DBC 2½-3½

Een belangrijk duel in de strijd tegen degradatie en juist nu liet BSG zich van zijn slechtste kant zien. Bert Kieboom en Eddy of Squares gaven stukken weg en EB gaf op in een gewonnen stelling. Desondanks werd het nog 2½-3½, maar daar heb je weinig aan.

Oud Zuylen – BSG 3-3

Na de opening zag ik het somber in, maar eigenlijk speelde de stelling zonder zwartveldige loper wel lekker. Na een aantal irritante zetten aan mijn kant, probeerde mijn tegenstander aan te sturen op een ruiltransactie, maar over de e-lijn raakte hij een stuk kwijt. Door remises van Eddy en EB en de zege van Bert Kieboom ging BSG zelfs aan de leiding. Helaas verloren Ptr (door z’n vlag gegaan!) en Sicco nog, waardoor het bij 3-3 bleef.

BSG – Amersfoort 1½-4½

Voor Ptr werd het nog leuker toen hij de volgende ronde tegen MadU Sadler moest. Ik achtte hem wel meer in staat om te stunten tegen dat soort spelers. Zelf speelde ik tegen Lucas Boutens. In 2007 versloeg ik hem nog in de belangrijke wedstrijd DBC – BSG 2, nu had hij wit en kwam hij uit voor Amersfoort. Hij gebruikte het witvoordeel om een uitgestelde ruilvariant van het Spaans op het bord te brengen. Door wat onhandig manoeuvreren stonden al m’n stukken klem, maar even later was de kou uit de lucht. Toch had ik steeds een klein nadeeltje en in de slotfase was de combinatie van toren, paard en een pion op e6 te sterk voor mij. Zodoende had ik ook mijn eerste nulletje te pakken. Opnieuw was het Bert Kieboom die van zich liet spreken door de eretreffer op het scorebord te brengen. Eddy of Squares pakte zijn tweede remise aan bord 3.

HSG – BSG 3-3

Het duel tussen de "buren" leverde uiteindelijk een gelijkspel op. HSG had Pinda aan bord 1 gezet. Aan bord 2 zat weer dezelfde man als vorig jaar. Toen verloor ik wat teleurstellend van ‘m. Dit jaar besloot hij echter Scandinavisch te spelen. Tja… Ik kwam een pion voor en met een aardige combinatie (al zeg ik het zelf) wist ik het punt te bemachtigen. Zo had ik al voor de tweede keer dit toernooi wraak genomen… Jammer genoeg verloor Eddy van Herman van Engen en gaf Bert Kieboom wat weg, maar aan bord zes zorgde Sicco R. voor een kleine sensatie door het punt te drukken. Zijn opening leverde hem een dusdanig tijdsvoordeel op, dat hij zijn tegenstander uiteindelijk kon vlaggen. Dat was overigens wel nodig, want Sicco had zijn dame weggegeven… Ptr had rustig remise gespeeld tegen Pinda, daar viel weinig over te zeggen.

Ondertussen waren alle ogen op EB gericht. Hij had een kwaliteit meer. Zou BSG er brutaal met de winst vandoor gaan? Dat zou best wel een sensatie zijn, maar het mocht niet zo zijn. Zwart verloor uiteindelijk al z’n pionnen, maar EB probeerde nog listig op mat te spelen. Daarbij gebeurde het ongelooflijke: wit haalde zijn koning uit de potentieel dodelijke oppositie, maar gaf zwart daarbij de kans door een schaakje de loper te winnen. U raadt het al: dat gebeurde niet en zo werd het 3-3. Opmerkelijk, want HSG had tot dat moment alles gewonnen.

Amersfoort 2 – BSG 4-2

Het zat me weer eens mee. Ik had voor de tweede keer wit en nu mocht ik tegen Johan de Zwart. Ik herinner me nog een PK in 2005 waarin ik van hem verloor en 4½ jaar later deed ik het niet veel beter. Ik stond wel goed na de opening, maar ik kon geen goed plan bedenken, of in ieder geval, er kwam niet echt gevaar van de witte stelling. En dat terwijl hij mijn koning onder vuur begon te nemen. Ondertussen "dreigde" ik stukken te ruilen door een soort ondersterijmatje. Dat had vrijwel meteen succes, want na een damezet van hem was het mat in twee.

Ondertussen won Ptr zijn eerste partij. Echt blij was hij er niet mee, want hij had zijn tegenstander ergens getruct. De stand was echter 3-2 en Bert Kieboom was nog bezig. Hij had een gewonnen stelling, maar in tijdnood gebeurde er weer iets afschuwelijks: met een pion op promoveren beantwoordde Kieboom een schaakje met een schaakje. Aangezien wits koning nog schaak stond, betekende dat meteen het verlies van de partij. Na afloop mopperde Kieboom over dat hij al voor de zoveelste keer een goed opgezette partij had verprutst.

Het was tijd voor een korte pauze. De zwakke teams hadden we gehad, nu kwamen de goede teams. Tijd voor klapperende kunstgebitten!

BSG – Utrecht 0-6

Meteen na de thee ontmoette BSG het sterke Utrecht 1. Ptr baalde van een gemiste kans en dat deed ik ook. Op een gegeven moment had ik Joost Michielsen lelijk weggespeeld, maar daarna speelde ik te ingewikkeld en werd ik zelf van het bord gekegeld. 😦

Paul Keres – BSG 5-1

Opnieuw een team dat veel sterker was dan wij. Met over de gehele breedte spelers met ongeveer 2200-niveau, viel er voor BSG weinig eer te behalen. EB pakte nog een fraaie plusremise. Zelf maakte ik op "fraaie" wijze een eindspel met een pion minder remise. Hoe dat gelukt is, is me nog een raadsel, maar het lukte wel.

BSG – En Passant ½-5½

Ptr had de eer om tegen Manuel Bosboom te spelen. In een frappante zijvariant van het Koningsindisch werd zijn c-pion keer op keer onder vuur genomen. En tja, uiteindelijk is snelschaken tegen Bosboom ongeveer hetzelfde als tegen de wind in tuffen. Nee, was ik effe blij dat ik aan #2 zat. Ik speelde weer eens tegen Carlier. Vorig jaar won ik nog van ‘m, nu ging het wat minder. Ik stond raar en ik zag me uiteindelijk gedwongen een kwaliteit te offeren. Dat werden er uiteindelijk zelfs twee, maar wit hapte niet toe. Terecht, denk ik, want mijn loperpaar was dan erg sterk geworden. Ook nu had ik aanvalskansen, wat resulteerde in een eindspel waarin ik twee pionnen had voor de kwaliteit. In de laatste minuten miste Carlier nog een opgelegde kans, daarna was het moeilijk voor hem om te winnen. Sterker nog: hij verloor het nog bijna. Met nog twaalf seconden op de klok in een vermoedelijk zelfs verloren stelling bood hij remise aan. Dat accepteerde ik maar. Het is toch een IM…

De wedstrijd was allang in het voordeel voor En Passant geëindigd, dat aan de overige borden had gewonnen. En dat terwijl BSG vorig jaar de Bunburgers nog met 4-2 versloeg.

Paul Keres 2 – BSG 2 4-2

Ook het tweede van Paul Keres was te sterk. Ditmaal durfde ik het wel aan om de Caro-Kann te spelen, maar ik werd al op de derde zet verrast. Ik stond de hele partij wat minder, maar een soort wanhoopsaanval leverde me nog het punt op. Frappant.

Verder won Ptr nog, maar de fut was er een beetje uit. Ook het tweede van Paul Keres was te sterk voor ons.

BSG – Utrecht 2 2-4

Ptr en Bert Kieboom sloten het toernooi nog goed af door te winnen. Zelf speelde ik tegen Meindert van der Linde. Vorig jaar won ik op het PK doordat hij tijdens de partij werd opgebeld. Dit jaar nam hij spotieve revanche. Ik won nog wel een pion, maar wit kreeg goede compensatie. Dat was allemaal te moeilijk voor mij en uiteindelijk verloor ik dat dan ook.

Toch vond ik het al met al een erg geslaagd toernooi. Ik vind dit echt een van de leukste toernooien van het jaar. Daarom vind ik het ook jammer dat dit enthousiasme niet gedeeld wordt. Want nu wist BSG maar een zestal te formeren, wat natuurlijk veel te weinig is. Daarnaast was dit team geformeerd uit spelers die normaalgesproken in lagere klasses thuishoren. Dat is dan ook de richting die BSG opgaat: met twee matchpunten is BSG ongetwijfeld gedegradeerd. Dat is zuur voor volgend jaar, voor het geval er dan wel veel enthousiasme is.

Hoewel snelschaken op een hoog niveau voor sommigen vast leuk is geweest, is het m.i. toch leuker om op je eigen niveau te opereren (voor zover niveaus constant zijn.) Van steeds verliezen wordt niemand vrolijk.

Scores

1. Ptr 2/5 wit, 2½/6 zwart
2. Jip 5½/6 wit, 1½/5 zwart
3. Eddy ½/5 wit, ½/6 zwart
4. Bert 2/6 wit, 2/5 zwart
5. Edwin 0/5 wit, 1½/6 zwart
6. Sicco 1/6 wit, ½/5 zwart

Totaal 11/33 wit, 8½/33 zwart

Volgend jaar beter?

02 november 2009

Metro vliegt uit de bocht

Verkreukeld

Wat doe je als saaie student als je een saaie treinreis moet maken om een saai college te volgen op een saaie dag? Je gaat op zoek naar een gratis treinkrantje, want daar staat een heleboel gratis nieuws in. Tenminste, dat doe ik dan. Helaas waren de kranten in de fietsenstalling al op, waardoor ik pas na Duivendrecht een krantje kon bemachtigen. Het was een verkreukelde Metro.

Heerenveen

Hoewel het natuurlijk maar een gratis krantje is, stond er nu wel erg veel onzin in. Misschien doen ze dat expres om de lezers scherp te houden, iets anders kan ik ook niet bedenken. Het krantje is sinds enige tijd in een ander jasje gestoken. Het grootste verschil met vroeger zijn de gladde letters, wat ik overigens geen verbetering vind. Daarnaast zijn er veel thermometers of barometers die aangeven wie het volgens de Metro goed hebben gedaan en wie het slecht hebben gedaan. Gek genoeg staat RKC bij het pijltje omlaag, hoewel de Metro daar eigenlijk hoorde te staan. (Misschien een idee voor de editie van morgen?) Hier het verhaaltje:

"Na een moeizaam begin gaat het weer de goede kant op met de Friezen. In de beker werd Vitesse vorige week overtuigend verslagen, dit weekend moest NEC er thuis aan geloven (3-0 nederlaag in Friesland)."

Ik was echt geschokt. Zelfs ik, toch geen Heerenveen-fan, wist onmiddellijk dat dat niet klopte. Welke halve zool heeft dat opgeschreven? En heeft niemand dat gecontroleerd? Het moest natuurlijk zijn:

"Na een moeizaam begin gaat het weer de goede kant op met de Friezen. In de beker werd RBC vorige week overtuigend verslagen, dit weekend moest ADO er thuis aan geloven (3-0 nederlaag in Friesland)."

Vitesse verloor in de beker namelijk van Groningen en NEC verloor van Sparta. Dus waar de verwarring alleen al is ontstaan, snap ik niet. RBC of Vitesse, dat lijkt toch totaal niet op elkaar?!

Serie A

Verder zijn de uitslagen van de in het weekend gespeelde wedstrijden in de "sterke" Europese competities te zien. Jammer genoeg zijn die "blokken" niet geografisch geordend: linksboven staat de Duitse competitie, rechtsboven de Engelse, linksonder de Italiaanse en rechtsonder de Spaanse. Links met rechts verwisselen ziet er veel logischer uit.

De uitslagen staan netjes onder elkaar. Links uitgelijnd zijn de namen van de clubs en de uitslagen zijn rechts uitgelijnd. Bij de uitslagen van de Serie A lijkt echter iets misgegaan te zijn. Normaal gesproken ziet een uitslag er zo ongeveer uit:

Ajax – Feijenoord 5-1

Op Teletekst ziet het er zo uit:

Ajax 5 Feijenoord 1

En in de Metro ziet het er zo uit (nu met andere clubs uiteraard):

AS Roma – 2 Bologna 2-1

Het lijkt net alsof ze dat snel effe van Teletekst hebben gejat.

Theo van Gogh

Ook wat betreft rekenen scoort de Metro slecht. Precies vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord (en daarom staan we daar VANDAAG bij stil, uiteraard), dat was dus 2 november 2004. In het stukje "Er is veel veranderd sinds de moord op Theo" wordt echter gerept over 2 november 2005.

Formule 1

Naast de voetbalgerelateerde sportverhalen, was er natuurlijk ook aandacht voor de laatste Formule 1-race van 2009. Op het "pistool" van Appie Dappie* reden de twintig coureurs nog een keer plichtmatig in de rondte. De spanning was natuurlijk verdwenen en de coureurs vonden het wel best. Het werd de saaiste race van het seizoen. Het seizoen 2009 is voorbij, iedereen is met z’n hoofd alweer bij 2010. Wat kunnen we verwachten?

Allereerst moeten we afscheid nemen van het team van BMW, dat na een slecht jaar meteen de handdoek in de ring pleurde. Verder kunnen we Co Valainen, Trulli, Fisichella, Nakajima en Gross Jean uitzwaaien. Van Räikkönen is het bijvoorbeeld niet zeker. De wereldkampioen van 2007 werd door Ferrari bij het grofvuil gezet. De ijskoude Fin maakte zich niet geliefd bij zijn team door zich van zijn team af te zonderen, maar zo is hij nou eenmaal. Na zijn wereldtitel leek hij bovendien minder gretig, maar op goede dagen is hij echt nog loeisnel. Ondertussen hebben Massa en Alonso al hun eerste aanvaring gehad, toen Massa beweerde dat Alonso op de hoogte was van de "crashgate". 2010 is nog niet begonnen of de Ferrari-coureurs hebben al mot met elkaar. Overigens gaat Alonso pas in februari in de Ferrari rijden.

2010

De vraag is natuurlijk wie er volgend jaar snel zullen zijn. Ferrari begon al vroeg in het seizoen de aandacht te verleggen op 2010. Datzelfde deed Honda vorig jaar. Het resultaat was dit jaar dus een schier onoverwinnelijke auto. Nou ja, tot halverwege het seizoen… Daar staat tegenover dat BMW vorig jaar ook de ontwikkeling aan de auto van dat jaar op een lager pitje zette en we weten hoe desastreus dat is afgelopen.

Het toont aan dat de Formule 1 de verkeerde weg is ingeslagen. Er wordt amper meer geïnnoveerd en teams offeren het ene jaar op om het andere jaar succesvol te zijn. En ja, waar kunnen de teams nog innoveren? Heeft iemand eens iets slims bedacht (die dubbele diffuser), dan wordt dat zo breed uitgemeten dat uiteindelijk iedereen zo’n ding heeft… Waar kun je als team nog het verschil maken?

Anders

Wat moet er anders in de Formule 1? De Formule 1 moet weer terug naar hoe het was voor 2003. Toen er nog echte kwalificatiesessies waren. Helaas zorgde de dominantie van Ferrari er toen voor dat men meer spanning wilde creëren. De kwalificatieopzet zag er ieder jaar anders uit, wat al weinig positiefs beloofde, zeker omdat de experimenten steeds gekker werden. En dat terwijl er niet meer zo’n noodzaak voor is. De Formule 1 is nog nooit zo spannend geweest!

Verder moet er meer actie komen. Weg met de kostenbesparende maatregelen! Laat de constructeurs weer lekker aanrommelen met de marges. Niks motoren die tig races mee moeten gaan. Het is toch geen tractorrace?! We willen blow-ups zien! Uitvallers! Mensen die op een miserabele manier falen! Wat is er nou leuk aan achttien auto’s die de finish halen als er maar acht punten kunnen scoren?

En dat is ook weer een punt. Weg met die huidige puntentelling en nee, ik wil ook geen medaillesysteem. Doe gewoon weer het 10-6-4-3-2-1-puntensysteem, zoals vroeger. En geef dan een bonuspunt voor de poleposition en voor de snelste raceronde. Dat stimuleert de teams en de rijders om tot het uiterste te gaan. Dat willen we toch zien?

En tja, er moet natuurlijk ook wel wat ruimte komen om te innoveren. Een idee: verhoog het minimumgewicht van de wagen naar 650 kg en leg minder beperkingen op aan het KERS-systeem. Dan kunnen de teams daar meer aan ontwikkelen. Bovendien worden de bolides trager, dat wil de FIA ook zo graag. Dan kan daar tegenover staan dat het reglement wat minder streng kan worden voor bijvoorbeeld extra aerodynamische hulpmiddelen of voor de ontwikkeling van de motoren.

Praktijk

Maar nee, wat gebeurt er? De pitstops worden verboden, zodat de optocht een optocht blijft. En wat te denken van het wegpesten van Michelin? De bandenduels waren altijd heel interessant. Maar nee, dat was te leuk of zo. Daarom is het opmerkelijk dat Bridgestone aankondigde de Formule 1 na 2010 te verlaten. Wie neemt dan de monopoliepositie over? Michelin?

Nee, volgens mij zijn de deelnemers een beetje Formule 1-moe. Dat is wel te begrijpen na een lang seizoen, maar de vele politieke spelletjes die er altijd gespeeld worden, maken de Formule 1 er niet populairder op. Want de verkiezing om het FIA-presidentschap was zo mogelijk nog oneerlijker dan de verkiezingen in Afghanistan. Geen wonder dat steeds minder autofabrikanten geassocieerd willen worden met de Formule 1.

* Nederlandse woord voor dat woestijnland

01 november 2009

BSG pakt onverdiend punt in Purmerend

Buitenland

Gisteren trad BSG aan tegen het verrassend sterk opererende Purmerend. Hoewel BSG in de eerste wedstrijd Utrecht 2 met grote cijfers van het bord veegde, maakte Purmerend nog meer indruk door het sterk geachte Caïssa te kloppen. Een interessante krachtmeting lag in het verschiet tussen een team dat vorig jaar nog in de tweede klasse speelde en een team dat vorig jaar nog in de meesterklasse speelde. Uiteindelijk mocht BSG z’n handen nog dichtknijpen dat het 5-5 werd. Waar was het nou zo misgegaan?

Ruim van tevoren had teamleider EB de spelers gemaild. Het was ongeveer twee weken na de zege op het tweede van Utrecht en dat smaakte dus naar meer. Iedereen was nog aan het nagenieten en EB besloot de opstelling niet te veranderen. "Never change a winning team", you know. Toch rook ik onraad, want waar de Purmerend-spelers weinig aan toernooien meedoen en daarnaast vaak vreemde varianten spelen (maar daarover later meer), konden zij wel prachtig op ons voorbereiden. Ik stuurde EB maar een paniekerig mailtje, waarna hij reageerde en daarmee was voor mij de kous af. Misschien ben ik niet doortastend genoeg…

En toen was het ineens 31 oktober. Ewood en ik zaten nog tot na middernacht op Playchess, waar we maar aan PJF vroegen of hij met ons mee wilde fietsen. Doordat PJF zich had verslapen, vertrokken we later dan gepland. Ik maakte me een beetje zorgen, want ik wilde niet te laat komen, want de trein wacht natuurlijk niet. Bij het station stonden echter veel bussen. Heel veel bussen. We slalomden er maar omheen en zetten de fietsen weg. In de stationshal stonden Ton en FM Henk met EB te wachten. De treinen reden niet naar Weesp, waardoor we maar met de bus moesten. Het werd een bijzondere bus-trein-busreis. Eerst naar Weesp met de bus, dan naar Amsterdam Centraal met de trein en vervolgens naar Purmerend, wat volgens het eerder genoemde mailtje van EB het buitenland is. Zelf vond ik Purmerend in ieder geval op Groningen lijken, maar dan in het klein.

Ondanks dat de reis naar Weesp met de bus twintig minuten duurde, terwijl het met de trein maar zo’n zeven minuten duurt, kwamen we uiteindelijk op tijd aan. Het was een vreemde locatie, met wat zaaltjes en een bar, maar geen schakers. Toen de eerste de beste jongeman werd aangesproken waar het schaken nou plaatsvond, had deze kerel geen idee. Volgens mij verstond 'ie ’t niet eens. Een andere knakker wist het wel en hij schreeuwde keer op keer dat we naar zaal 4 moesten. Deze zaal 4 was overigens een prima zaal, afgezien van de vloer, zoals later bleek. Iedere stap die verzet werd voelde ik door m’n lijf trillen.

De borden stonden in twee lange rijen opgesteld. Links stonden de even borden, waar Purmerend z’n witpartijen had en rechts de oneven borden, de zwartborden van Purmerend. Zelf begreep ik de opstelling eerst niet; ik dacht dat de BSG’ers en Purmerendspelers leuk om en om zaten…

Opstelling

Na wat openingspraatjes was het tijd voor de partijen. De opstellingen werden opgelezen en mijn grootste vrees werd bewaarheid: Purmerend speelde met een tactische opstelling. Aan bord 1 werd Warner de Weerd (2128) opgeofferd tegen Berelowitsch (2552) en aan bord 2 Nicky Law (2055) tegen Pliester (2357). Aan bord 3 en 4 stelde Purmerend echter hun sterkste spelers op tegen onze jeugdtalenten. Zo bestreed de immer gevaarlijke Rob Sgorl Large en Pieter Hopman speelde tegen Ewood. Daardoor had Purmerend eigenlijk nog steeds nergens echt een elo-overwicht, terwijl BSG aan de eerste borden een overwicht had van maar liefst 700 punten. Dat stelde me dan weer gerust, want de topborden zouden wel effe twee puntjes opleveren. Dan moesten we op de onderste acht borden standhouden.

Zelf speelde ik tegen Geon Knol, bekend voor mij als collega-journalist tijdens het ONJK te Hengelo van 2007 en natuurlijk van de wedstrijd BSG – Unitas. Niemand weet wat hij ineens in Purmerend doet, wetende dat Unitas uit Groningen komt… Misschien verklaarde dat ook waarom hij te laat was. Ik besloot maar om te gaan wandelen, waarna ik Large tegenkwam. Hij had nog geen antwoord gekregen op zijn 1.e4! en we gingen maar wat tegen elkaar lullen. Ik stelde uiteindelijk maar voor dat wij een partijtje tegen elkaar zouden spelen, waarna hij naar mijn bord liep en net deed alsof hij het paard op g1 wilde verplaatsen. 😛

Koffie

Ondertussen was Jan Poland de drankjes aan het regelen. Daarbij had 'ie mij overgeslagen, maar desondanks was er uiteindelijk nog een thee over. Die wilde ik wel, maar hij verstond het niet of hij begreep het niet, waarna ik maar koffie kreeg. Wat een bitter spul… Coen, die naast me zat, kreeg ook een kopje koffie. Uiteraard had hij het kopje gekregen met de minste inhoud, waar hij weer over kon klagen. 😛

Lawaai

Uiteindelijk begon mijn partij alsnog. Daar speelde ik tegen Geon Knol, een man die een paar jaar geleden toch wel beduidend sterker was dan ik. Maar tijden veranderen… Nu heb ik een hogere KNSB-rating en dat betekent natuurlijk ook dat je, als het enigszins kan, op de winst moet spelen, wat natuurlijk niet zo makkelijk is met zwart tegen een handige speler. De opening was in ieder geval origineel. Ik had iets als 1.c4 verwacht, wat bij Ton ook op het bord kwam. Hij speelde tegen Enrico Blees en laat hij dan net de opening op het bord krijgen waar 'ie totaal geen zin in had… Nee, ik kreeg 1.g3!? tegen me. Na 1…d5 2.c3 Pf6 (ik had geen zin in een omgekeerde Caro-Kann) 3.Lg2 deed ik 3…Lf5? Hier was 3…c6 natuurlijk op z’n plaats, maar ik had daar even niet zo’n zin in of zo. Na mijn zet zag ik dat 4.Db3 best wel vervelend was. Na 4…b6 4.c4 e6 5.Pc3 c6 viel de schade in ieder geval mee. Zwart heeft het gekke …b6 gedaan, maar wit heeft een tempo verloren met c2-c3-c4.

Desondanks schaamde ik me een beetje van m’n zet en vond ik dat ik best slecht vond. We dachten weer eens erg lang na voor onze zetten en in de concentratie werden we gestoord door heel veel lawaaierige lui. Zij waren van een ander evenement en iedere keer als iemand naar het toilet ging, ging dat gepaard met veel kabaal en geschreeuw. De toiletten zaten namelijk naast onze speelzaal en slechts een deur scheidde ons van deze Tokkies. Zelf associeer ik hard praten met een laag IQ, want het valt me op dat de mensen die het hardst praten het minst te vertellen hebben. Zo kon de hele zaal meegenieten van de opmerking dat die plees zo stonken en van dat soort opmerkingen. Later heeft iemand er een briefje opgehangen dat er in de zaal ernaast geschaakt werd en of men daar even rekening mee wilde houden. Daarna heb ik ook geen geschreeuw meer gehoord.

Alles mislukt

Na een zet of vijftien dacht ik de situatie wel weer enigszins onder controle te hebben, waarna ik maar wat ging rondlopen. Hoe stond het? Aan #1 stond Der Aleksander wat beter, dacht ik, Leon stond juist heel matig. Large leek prima te staan, al was het nog maar theorie. Ewood stond degelijk en verder zag ik vooral de staartborden. Ptr stond minder aan #7, Coen stond aan #8 iets minder, maar was het naar Coenbegrippen niet dramatisch, terwijl Lennard een behoorlijk afgekloven remisestelling had aan #9.

Ondertussen begon de situatie bij mij penibel te worden. Ik had nog iets van veertig minuten voor dik twintig zetten. En dat terwijl ik minder stond. Het omslagpunt kwam zo rond de 25e zet:

Stelling na 22…Db6. Na afloop vroeg Geon aan Der Aleksander wat wit hier moest doen. De GM kwam aanzetten met 23.Dc3, wat zeker beter is dan 23.Tc3? Na 23…Dxb3 24.Txb3 Tb6 25.Txb6 axb6 stond zwart beter vanwege de volgende pointe: 26.Td6 g5! Zwart kon niet op a4 slaan vanwege mat, maar na 27.Pg2 Txa4 dreigt zwart zelf een vernietigend schaakje te geven op a1. Het resultaat was dat ik een pion had gewonnen en dat was genoeg voor de winst.

Ik had de veertigste zet uiteindelijk gehaald en ik besloot maar rond te kijken hoe het stond. In een woord: DRAMATISCH! Er waren inmiddels vijf borden klaar en BSG stond met 3½-1½ achter. Aan de hoogste borden maakten Berelowitsch en Pliester zich een beetje belachelijk door remise te spelen. Vooral voor Berelowitsch was dat best wel erg, want hij had bovendien het witvoordeel.

Aan bord 3 bleek Large verloren te hebben, wat ik ook niet had verwacht. FM Henk had een plusremise gescoord, maar daar koop je ook weinig voor en tot slot had Ptr (ook een witbord) vrij hard verloren. Wat stond daar tegenover?

Ewood stond beter, maar het was waarschijnlijk niet te winnen. Toch niet slecht, tegen hun sterkste man, maar nu waren er echt wonderen nodig. Ton stond slecht, Coen was het aan ’t verliezen en Lennard had een stelling die voor 100 procent remise was.* Alleen ik ging winnen, maar dat punt was nog steeds niet binnen. Pas toen de wedstrijdleider "0-1" opschreef bij mijn partij (toen we allebei van ons bord waren weggelopen), kwamen er nog wat zetjes, maar na wat naaizetten van mij had 'ie geen zin meer in de hopeloze missie. Na afloop vergat ik echter te vragen wat -ie nou in Amsterdam-Noord deed…

Geluk

Nadat Coen verloor, leek het doek te zijn gevallen. Zijn tegenstander was wel ERG blij, wat hij vierde met een paar gebalde vuisten. Het geluk voor BSG had zich geconcentreerd in bord 6 en 9. Ton speelde tegen Enrico Blees. Hij speelde een afschuwelijke partij, waarin hij positioneel overspeeld werd, een stuk weggaf, maar uiteindelijk toch nog in een eindspel kwam waarin hij remisekansen had. Enrico speelde op de winst, maar binnen de kortste keren verloor hij de partij toen zwarts pionnen ineens omlaag renden. Twee pionnen promoveerden, maar zwart kon meteen matzetten.

Nadat Ewood zich bij remise had neergelegd, waren de gezichten somber. De stand was 5-4 en Lennard, tja, die ging ’t niet winnen. In de bar (de "analysezaal") kreeg ik nog wat partijen te zien. Met Lennard in je team weet je het nooit en opeens bereikte ons het bericht dat 'ie gewonnen stond. Zijn tegenstander kon slapend remise houden, maar deed dat niet. Lennard won twee pionnen en dat was uiteindelijk ruim voldoende voor de overwinning.

Kampioenschap

Daarmee was het matchpunt gered. Teamleider EB hoopte in ieder geval niet nog eens zo’n wedstrijd mee te maken. Bij mij overheerste het tevreden gevoel, niet in de laatste plaats vanwege mijn overwinning, maar ook omdat de overwinning er nooit in had gezeten. Het was echt een beschamend slechte wedstrijd van onze kant. Hopelijk hebben we daarmee alle ellende voor een jaar weer gehad…

Voor het kampioenschap betekent dit nog niet heel veel. Suikertaart staat momenteel bovenaan in de poule. Zij kunnen erg gevaarlijk zijn, vooral ook omdat ze in ons kampioensjaar nog bijna wonnen van ons. Verder hebben we Purmerend niet kunnen afschudden, wat betekent dat we tegen Caïssa moeten winnen. Kunnen we in ieder geval onze fout van gisteren goedmaken…

Na afloop gingen "de gewone mensen" uit eten in Purmerend. Een aantal partijen passeerde de revu. Verder zaten Ptr en Large tot vermoeiens toe over chickies te lullen. Daar zullen ze wel meer over te spreken zijn geweest dan over hun partijen, want dat Large, de zelfverklaard expert van die opening, uiteindelijk toch van het bord werd gecounterd, is niet iets om de loftrompet over te steken. Zaten ze te veel aan meisjes te denken tijdens de partij?

Uitslagen

Purmerend [2166] – BSG [2247] 5-5
1. W de Weerd [2128] – A Berelowitsch g [2552] ½-½
2. N Law [2055] – L Pliester m [2357] ½-½
3. R Schoorl [2269] – La Ootes [2417] 1-0
4. P Hopman [2332] – E de Groote [2250] ½-½
5. Y H de Rover [2277] – H van der Poel f [2245] ½-½
6. E Blees [2213] – T van der Heijden [2269] 0-1
7. R Overveld [2196] – P Drost [2084] 1-0
8. L van Mil [2114] – C van der Heijden [2092] 1-0
9. P Smits [2044] – Le Ootes [2084] 0-1
10. G Knol [2036] – J de Groote [2120] 0-1

* Misschien moet dit cijfer worden bijgesteld naar 99,9 procent.