27 februari 2009

Italiaanse arrogantie

Nonchalant leefde Fiorentina naar de beslissende wedstrijd met Ajax toe. De Italianen hadden voor eigen publiek klop gekregen, maar daar zaten ze niet zo mee. "Dan moeten we maar in Amsterdam winnen" en "Waarom zou je twee wedstrijden winnen als je er maar één hoeft te winnen," leek de gedachte te zijn. Uiteindelijk kwam Fiorentina bedrogen uit, maar het kostte Ajax meer moeite dan vooraf gedacht was.

Vorige week begonnen de drie overgebleven Nederlandse ploegen goed aan hun tweeluik. Goed, NEC verloor dan wel ongenadig hard van HSV, maar zowel Ajax als Twente boekte buitenshuis een krappe, doch knappe zege. FC Twente won met 0-1 van Olympique Marseille, de ploeg die PSV dit jaar volledig van het Europese toneel liet verdwijnen. Ajax speelde tegen Fiorentina, een andere ploeg waar PSV nog met hoofpijn aan terug zal denken. Vorig jaar schakelden de Italianen PSV uit in de UEFA Cup. Dit jaar kregen ze zelf in eigen huis de kous op de kop, al had Ajax "geen ongelukkige wedstrijd gespeeld."

Uitslagen donderdag 19 februari:
NEC – HSV 0-3
Olympique Marseille – FC Twente 0-1
Fiorentina – Ajax 0-1

Dat waren toch mooie uitslagen en ik verwachtte dat Ajax en Twente de volgende ronde tegen elkaar zouden uitkomen. Dat zou in ieder geval logisch zijn, maar het liep anders.

Donderdag 26 februari

Voor NEC was het toernooi al vroeg op de avond voorbij. De ploeg van Middelmatige Mario stond voor de onmogelijke opgave de 0-3-achterstand uit de heenwedstrijd weg te poetsen. Ik vraag me dan af of je niet gewoon kunt opgeven in zo’n geval, maar de wedstrijd ging door en NEC verloor met 1-0. Ze zullen vast blij zijn met de getoonde progressie.

Gelukkig speelde Twente nog. In Frankrijk waren ze nog genadig geweest en dat kwam ze duur te staan. Stijf van de spanning speelden de Tukkers helemaal niets klaar in de eerste helft. Een zondagsschot nivelleerde de stand en pas in de tweede helft kwam de thuisploeg een beetje tot leven. Maar zoals Eric G. terecht opmerkte: Twente speelde de tweede wedstrijd gewoon een stuk slechter dan de eerste. En dat ondanks de steun van hun eigen publiek, dat ook na 120 minuten geen Twents doelpunt had gezien. Het draaide dus uit op penalty’s en dat wordt altijd gezien als een loterij. Ten onrechte: penalty’s zijn pure wetenschap. De Fransen waren wat vaker trefzeker en de keepers kwamen er niet aan te pas. De drie missers waren dan ook lelijke afzwaaiers/Seedorfjes en geen heldendaden van de keeper. Zodoende verloor FC Twente dus niet alleen de wedstrijd, maar ook het penaltyschieten.

Ook Fiorentina was van plan het "thuispubliek" een vervelend avondje te bezorgen. Zo mak en slordig als ze thuis speelden, zo fris en aanvallend speelden ze in de vochtige Amsterdamse lucht. Ajax had reservedoelman Verfmeer opgetrommeld en die werd in de wedstrijd flink aan het werk gezet.

Fiorentina, dat in de Champions League als derde eindigde in de poule met Olympique Lyonnais en Bayern München, had de hele wedstrijd een vervelend overwicht. Ajax bereikte de rust nog wel met 0-0, maar eerdere ervaringen met Kopenhagen en Slavia Praag leerden dat er in de tweede helft nog genoeg mis kon gaan. Dat gebeurde dan ook. Na een uur spelen ramde Gilardino beide ploegen op gelijke hoogte.

Gouden wissel

De sfeer zat er goed in en Van Basten besloot Leonardo binnen de lijnen te brengen. De vraag was dan ook of Van Basten goed gewisseld had, of verkeerd was begonnen. Want met Leonardo kwam er meer dreiging in het elftal en dat betekende de omslag in de wedstrijd. Waar de Italianen nog zaten na te genieten van hun gelijkmaker, maakte Leonardo een solo en slalomde voorbij de Italiaanse verdediging en rondde ook nog eens goed af. Daarmee kwam Ajax goed weg, want na de verkoop van Huntelaar hebben de spitsen wat moeite het net te vinden. Dat kostte in de competitie alleen al een lading punten. Gelukkig is de opvolger gevonden, maar dan moeten ze bij Ajax wel zo slim zijn om die jongen een contract aan te bieden…

De 1-1 viel vlak voor tijd en toen was er zelfs voor het machtige Fiorentina niks meer aan te doen. De ArenA ging uit zijn dak. Zelden zal er zo gejuicht zijn om een gelijkspel. Toch is het voor een ambitieuze club als Ajax geen goed teken dat ze thuis met meer geluk dan wijsheid een schamel gelijkspel uit het vuur wisten te trekken.

Al met al was het maar een magere dag, met slechts één halfje uit drie duels. Gelukkig wist Ajax nog een gelijkspel uit het vuur te slepen, anders was het helemaal sneu. Geen Twente – Ajax, maar gelukkig ook geen Marseille – Fiorentina.

Uitslagen donderdag 26 februari:
HSV – NEC 1-0 [3-0]
Twente – Marseille 0-2* [1-0]
Ajax – Fiorentina 1-1 [1-0]

* Twente verloor de wedstrijd met 0-1 en de strafschoppen met 6-7 (0-2).

Champions League

De knock-outfase van de Champions League is ook weer begonnen. Ook hier bakten de Zuid-Europese ploegen er weinig van. De NOS had het genoegen twee wedstrijden live te mogen uitzenden. Laat ze dan net de meest duffe wedstrijden ooit uitzenden. Vreemd, want juist in de beginfase van het eliminatieproces vind je de leukste wedstrijden. Niet deze keer, zo bleek.

Internazionale smeekte om te worden ingemaakt door Manchester United, maar de Engelsen haalden de trekker maar niet over. Tergend zwak opereerden de Italianen, maar na afloop waren ze maar wat blij met de 0-0. Als je ziet hoe de Nederlandse ploegen zelfs met aanzienlijk betere papieren alsnog (bijna) het schip in gingen, kun je ze bijna niet anders dan gelijk geven. Maar ja, als ze straks weer zo spelen… Het publiek was in ieder geval weer de verliezer.

Ook bij Real Madrid – Liverpool gebeurde weinig. Gelukkig won Liverpool, zodat er in ieder geval nog een doelpunt was te zien. Jammer genoeg werden de interessantere duels niet live uitgezonden. De Zuid-Europese ploegen bakten er erg weinig van. Hieronder een overzicht:

Engeland +3 =1 -0 (3-0) 0 thuis
Duitsland +1 =0 -0 (5-0) 1 uit
Spanje +0 =3 -1 (4-5) 2 thuis
Griekenland +0 =1 -0 (1-1) 1 uit
Frankrijk +0 =1 -0 (1-1) 1 thuis
Italië +0 =1 -2 (0-2) 1 uit
Portugal +0 =1 -1 (2-7) 0 thuis

De vier zeges werden uitsluitend behaald door Noord-Europese ploegen. Vooral Italië maakte een impotente indruk, getuige de nul gescoorde doelpunten. Natuurlijk is zo’n eerste duel "aftasten" en alle risico’s mijden, maar daarin kun je ook te ver gaan. Of is het een staaltje Italiaanse arrogantie, om de eerste leg op te geven.

De meest opmerkelijke uitslag was de 0-5-overwinning van Bayern München op Sporting Lissabon. Ik weet nog wel dat PSV de grond in werd geboord na een 0-4-thuisnederlaag tegen Arsenal, dus dat zal nu niet anders zijn. Maar toch… Soms komen zulke freakzeges heel anders tot stand, zoals Vitesse – AZ, op 27 augustus 2005. Perez, die daar toen nog speelde, maakte drie doelpunten en merkte na afloop doodleuk op dat ze niet goed hadden gespeeld. 😛 Hetzelfde had Bayern. Niet beter spelen, maar wel alle kansen benutten. De Portugezen kunnen net zo goed opgeven, dan dat ze nog een non-partij gaan spelen.

Uitslagen

Dinsdag 24 februari
Arsenal – AS Roma 1-0 (70-30)
Atletico – Porto 2-2 (30-70)
Internazionale – Manchester 0-0 (40-60)
Olympique Lyon – Barcelona 1-1 (35-65)

Woensdag 25 februari
Chelsea – Juventus 1-0 (70-30)
Real Madrid – Liverpool 0-1 (15-85)
Sporting Lissabon – Bayern München 0-5 (0-100)
Villarreaal – Panathinaikos 1-1 (35-65)

Over twee weken zijn de returns. Ik hoop dat de uitslagen enigszins overeen komen met mijn kansverdeling. Moeilijk te testen, helaas.

22 februari 2009

Rijden met Ewood

Op 12 februari reed Ewood af en dat werd gevierd. Een week later kon hij zijn roze kaartje afhalen. Dat was dus afgelopen vrijdag. Nog diezelfde dag kon hij in m’n ma d’r auto zijn stuurmanskunsten laten zien…

Volgens mijn ma moet Ewood geregeld rijden, nu hij zijn rijbewijs heeft. Gewoon een zinloos ritje maken, dus. Ergens vind ik dat fout, net zoals ik het uitdraaien van een tweehonderd pagina’s dik pdf-document (ecologisch) niet verantwoord vind. Maar goed, heel zinloos was het ritje niet; m’n ma wilde nog wat groenteafval aan ’t k’nijn van m’n tante geven. Nu had ze een mooi excuus om een kwartier wandelen uit te sparen… 😉

Die arme Ewood… Had 'ie net z’n rijbewijs, moest 'ie meteen z’n kunsten in de praktijk vertonen. En dan had 'ie ook nog de pech dat het karretje claustrofobisch in een klein parkeervak stond. Met wat omzichtig manoeuvreren wist hij, zonder de motor te laten afslaan, veilig uit de blikken gevangenis te komen.

"Oh, we moeten ook tanken!", riep m’n moeder toen we wegreden. Zelf zat ik achterin en zag ik hoe Ewood het vosje de sporen gaf. Zonder in de rij geparkeerde auto’s te kleunen reed hij al gauw een kilometertje of veertig per uur. Hoewel m’n ma ten overvloede allerlei "tips" zat te geven, reed Ewood zonder brokken naar het tankstation.

Na het tanken keerden we weer om, op weg naar het huis van m’n tante. Ewood zei iets dat hij nog een extra rotonde wilde nemen, maar toen de auto voor ons de straat waar m’n tante woonde wilde inslaan, deed Ewood dat ook maar. 😉 De gordijnen waren dicht bij m’n tante, maar desondanks moest Ewood inparkeren, iets waar hij niet zoveel zin in had. M’n ma leverde het groenteafval af en, omdat ze geen levenstekenen van m’n tante vernam, ging ze weer terug naar de auto. Net toen Ewood weg wilde rijden, stond m’n tante te ons uit te zwaaien.

Ook op het kleine stukje naar huis maakte Ewood geen brokken. Hij zat vastberaden aan het stuur en ik had niet het idee dat de andere weggebruikers het door hadden dat ze met een onervaren automobilist van doen hadden.

Helaas moest Ewood weer inparkeren. Hij maakte zich er gemakkelijk vanaf door een veel groter parkeervak binnen te denderen. "Je moet het grootste plekje nemen," zei hij. Vast weer een of andere theoretische wijsheid waarmee hij de afgelopen maanden/jaren mee is doodgegooid.

Zaterdag

Ook op zaterdag ging ik mee met Ewood en m’n ma. Ditmaal gingen we naar Hilversum, een plaatsje dat bekend is van de Bussumerheide en het Mediapark. We gingen naar een of andere winkel voor kantoorspullen. Helaas kon je daar moeilijk komen; je moest eerst een rotonde nemen en dan meteen rechtsaf, een soort fietspad op. Ewood begreep dat niet en hij reed de afslag voorbij, waarna hij op een parkeerterrein ging keren en het ritueel herhaalde. Mijn suggestie om de auto te parkeren en dan naar de winkel toe te lopen werd niet serieus genomen.

Uiteindelijk lukte het de tweede keer wel om er te komen. Er werden wat domme spullen aangeschaft, zoals pennen en van die vierkante kladpapiertjes. Verder had m’n pa nog lege cd’s nodig. Volgens m’n ma moesten het overschrijfbare cd’s zijn, maar die waren er nauwelijks. Thuis was m’n pa dan ook niet zo gelukkig met het pak wat hij aantrof. Die overschrijfbare dingen kosten tig keer meer.

De terugweg verliep met horten en stoten. In het drukke Hilversumse stadsverkeer liet Ewood de motor enkele keren afslaan, klagend over de koppeling die hij niet goed kon voelen. Ook nu bleef hij schadevrij en parkeerde hij de rode bolide redelijk netjes in.

Ik "grapte" nog dat hij binnenkort waarschijnlijk beter kan autorijden dan dat hij kan schaken. Dat had ik niet moeten zeggen, want Ewood daagde me toen uit voor enkele potjes schaak. Ik probeerde het Hilhorst-systeem uit, maar echt veel succes leverde me het niet op. Steeds ging ik "forceren" en schoot ik mezelf in de voet. Soms heb ik ook het idee dat ik beter kan autorijden dan dat ik kan schaken. Desondanks heb ik geen zin om m’n rijbewijs te halen, want dan kan ik taxi-chauffeurtje spelen. 😉

21 februari 2009

Stil

Krokusvakantie

Het was heel stil toen ik gisterochtend naar het station fietste. Normaal gesproken rijden er altijd wel auto’s voorbij, of zie ik hier en daar nog fietsers, maar nu dus niet. In de trein was het ook rustig. Normaalgesproken sta ik een gedeelte van de rit in een gangpad, maar nu waren er zelfs plaatsen over. Op de uni puilt ons klaslokaal altijd uit van de studenten, maar dit keer waren er hele rijen leeg. De oorzaak zal wel de voorjaarsvakantie of krokusvakantie zijn. Deze vakantie, die de overgang markeert van winter naar lente, is voor velen de laatste mogelijkheid om nog van de winter te profiteren. Heel Nederland gaat zowat naar de Alpen en vaak begint de trip al op de vrijdag voor de vakantie, gisteren dus.

Wintersport

Ondanks een veelbelovend begin van de winter is er weinig sneeuw gevallen. Te weinig voor velen, want het wintersportseizoen is nog in volle gang. Te veel sneeuw is ook weer niet goed. Zo raakte de Koninklijke familie ingesneeuwd. Ergens is het toch vreemd dat deze mensen, die ons zo dierbaar zijn, nu zo kwetsbaar zijn. En ze zijn er allemaal, ‘trix, Wim ‘Lex en Maxima. En natuurlijk de kindertjes met die rare namen. Zeker gezien het lawinegevaar waar zo vaak voor wordt gewaarschuwd, ben ik er niet helemaal gerust op. Zouden Wim ‘Lex en Maxima onderhand niet eens genoeg krijgen van al die sneeuw en kou? Toen de vorst nog voor de deur stond, waren ze op Antarctica.

Kredietcrisis

De laatste tijd komen er dramatische berichten over de economische neergang. Het gaat sneller dan verwacht. Heel gek vind ik dat niet. De banken, die eerst teveel krediet verschaften, doen dat nu ineens niet meer. Het gevolg is dat de economie stilvalt. Eerst ging het CBS nog uit van een kleine economische groei, maar inmiddels komen ze ook met slechte cijfers. Het kabinet heeft zich er helaas door laten misleiden en inmiddels krijgen ze de ene na de andere financiële tegenvaller.

In het programma "de leugen regeert" hoorde ik hoe een man de pers aanviel omdat die de crisis zouden verergeren door steeds sombere berichten de wereld in te sturen. Daar heeft hij waarschijnlijk wel gelijk in, maar wat kunnen ze anders? Verder draagt het kabinet ook niet echt een standpunt uit van "Als we onze schouders eronder zetten, dan komt het zo weer goed." In plaats daarvan wordt iedereen alleen nog maar voorzichtiger en wordt de vertrouwenscrisis alleen nog maar erger.

Toch vraag ik me af hoe erg het allemaal is. De economie krimpt misschien met enkele procenten, maar dan zitten we misschien op het niveau van twee of drie jaar geleden en toen hadden we het toch ook goed?

Werkloosheid

Het probleem is waarschijnlijk de werkloosheid, die enorm oploopt. Toch is ook daar wel weer wat op te vinden. Zo zag ik op RTL Nieuws hoe een man van negentig, die de crisis in de jaren ’30 had meegemaakt, weer aan het werk ging. Overigens zou hij een jaar of dertien geweest zijn toen die crisis in alle hevigheid losbarstte, dus ik vraag me af of hij dat dan heel bewust heeft meegemaakt. Hoe dan ook, hij had zijn geld verloren door de piramideconstructie van meneer Mad Pay-off (pensioenen kennen ze niet in de VS) en hij ging weer aan de slag om centjes te verdienen. Ondanks zijn hoge leeftijd vond hij klaarblijkelijk nog een baan. Nu zit hij producten aan te prijzen in een supermarkt.

Dat betekent dat het nog niet zo erg is als het lijkt. Als zelfs een oude man nog werk kan vinden, dan kan iedereen dat wel. Dus waarom moeten de werkloosheidspercentages dan stijgen tot 10 procent? Volgens mij zit de crisis gewoon tussen onze oren en ik zou het toejuichen als de banken over enkele jaren weer op het matje worden geroepen voor het NIET verstrekken van kredieten in moeilijke tijden. Want als iedereen bang blijft doen, wordt het nooit wat. Dan blijven hele volksstammen werkloos en is het elke dag zo rustig als de vrijdag voor de krokusvakantie.

08 februari 2009

BSG komt ook tegen Voerendaal tekort

BSG verliest vierpuntenduel met 3-7

De eerste competitiehelft verliep niet al te goed voor BSG. Na vier duels stond de teller op slechts 7½ bordpunt en geen enkel matchpunt. Drie keer werd er met 8-2 verloren en een keer met 8½-1½. Geen enkele keer was er ook maar het kleinste kansje op een matchpunt. Natuurlijk zou de meesterklasse zwaar worden, maar als je met een fraaie 100 procentscore de eerste klasse verlaat, dan wil je graag nogmaals verrassen. En dan valt het toch wel zwaar tegen.

Tegen Voerendaal moest het er dan maar van komen. Het Duitse team, dat vorig jaar, net als BSG, promoveerde, was de laatste hoop voor BSG om niet te degraderen. Als BSG zou winnen, zou het met LSG en Voerendaal misschien nog leuk kunnen worden. Als Voerendaal zou winnen, zouden ze in ieder geval de druk kunnen opvoeren op LSG, dat het onderlinge duel met Voerendaal had verloren. Een interessante middag dus.

VR

Het schaakweekend begon natuurlijk op vrijdagavond. De bekende Internationaal Meester Vincent Rothuis kwam langs en ik besloot hem te vermaken door wat partijen van mezelf te laten zien. Ik was benieuwd of hij in sommige partijen nog een fout kon aanwijzen, maar het was meer voor de lol. De meeste partijen kwamen uit mijn gouden periode eind 2006 – begin 2007 en bij het naspelen kreeg ik een goed gevoel van binnen. Daarna gingen we maar slapen. VR sliep in Ewoods bed, aangezien Ewood nog in Gibraltar zat.

De grote dag

De schaakdag was een druilerige dag, met af en toe regen. Niet echt iets om vroeg voor op te staan. Het vervelende van een thuiswedstrijd is dat je zo lang moet wachten in de ochtend. Nadat ik wat croissants had aangeschaft, gingen VR en ik wat voetballen in de tuin. We begonnen met paaltjesvoetbal en later probeerde VR de bal dan in z’n nek te leggen. Uiteindelijk zaten we best wel onder de modder. 😉

Toen werd het tijd om naar de speelzaal te gaan. De timing was best goed: we kwamen op tien voor één aan. We kwamen Leon Pliester nog tegen, die met zijn bonkie en hond naar het DSC slofte. Daar aangekomen was het verdacht stil. Voerendaal was al compleet, BSG niet. Le en La waren er nog niet, hoewel ze anders altijd erg vroeg zijn. Al gauw hoorde ik dat de treinen weer eens vertraging hadden. Tja, als schaker mag je eigenlijk niet afhankelijk zijn van de NS, denk ik wel eens. Uiteindelijk kwam het wel weer goed en kwam zelfs Hans Ree net voor het startsein binnen. Om tijd te rekken besloot EB in zijn openingspraatje stil te staan bij de tweehonderdste partij in de meesterklasse van FM Henk. Aangezien FM Henk direct daarna naar EB toeliep, trek ik de conclusie dat het feitje niet eens klopte. Het doel was in ieder geval bereikt: GM Hans had zijn plaats al gevonden.

De wedstrijd

Na een zet of negen begon mijn tegenstander lang na te denken. Ik had een pion gesnoept en ik dacht dat hij daar niet veel tegenover kon stellen. Dus keek ik bij de andere borden. Tot mijn schrik zag ik dat bord 8 al klaar was en dat er een zwarte koning in het centrum stond. Tja… Dat was Coen dus, die in sneltreinvaart had verloren. De partij te vinden op schakers info, dan hoef ik er geen woorden meer aan vuil te maken.

De stand was dus al 0-1 en dat in de wedstrijd die onze laatste kans was om niet te degraderen. Natuurlijk heeft Voerendaal sterkere spelers dan wij, maar dat wil niet zeggen dat wij niet van ze kunnen winnen. Je moet goede partijen spelen en het moet een beetje meezitten, maar als het al bij dat eerste punt misgaat…

Coen van der Heijden kon na tien minuten al analyseren.

Zelf kreeg ik op dat moment een soort counter over me heen. Hij speelde het niet supergoed en ik besloot af te wikkelen naar een eindspel waarvan ik dacht dat het wel remise was. Ik meende vanwege mijn betere structuur en actievere koning zelfs voordeel te hebben, maar omdat mijn toren passief was kon ik daar niet zoveel mee. Ik koos dan ook een weinig succesvol plan en ik zat rond de veertigste zet tegen een vervelende stelling aan te kijken. Mijn tegenstander zat in tijdnood en herhaalde de zetten. In plaats van remise te claimen (iets wat ik nog nooit gedaan heb) besloot ik manmoedig door te spelen, omdat de stand 3-5 was volgens EB.

Tussenstand

Samen met Hans Ree was ik nog bezig de Bussumse eer te redden. De andere borden hadden ons 2½ en niet 3 punten opgeleverd: Aan bord twee ging Leon Pliester eraf na een merkwaardig pionoffer in de opening. Op bord 3 hield VR knap stand tegen Felix Levin. VR beheerst de kunst van het "saai spelen" tot in de puntjes en ruilde al wits sterke stukken af. In een toreneindspel met aan beide kanten drie pionnen op een vleugel weigerde de grootmeester gek genoeg nog een remiseaanbod. Large speelde opnieuw remise tegen een grootmeester. Ook in deze partij gebeurde weinig schokkends, al bleven er wel meer stukken over.

De middenmoot deed het heel behoorlijk. FM Henk "Ik had meer tijd in een bepaalde fase van de partij moeten steken" verloor dan wel aan bord 5, Ton won in een spectaculaire partij van Ivo Wantola en beëindigde diens lange ongeslagen reeks. De partij zat vol met tactische grappen en hoewel Ton niet steeds de beste voortzetting koos, won hij ook nu het halve bord. De tegenstander speelde gênant lang door, "speculerend op tijdnood", hoewel daar nauwelijks sprake van was.

Op bord 7 speelde Le. Hij kwam ongeveer gelijk uit de opening, maar deed gedurende de partij steeds meer concessies en kreeg alsnog een nul te slikken. Tijdens een vluchtige blik op de stelling meende ik een geïsoleerde pion bij wit te ontdekken, maar dat was niet zo. Lenaart klaagde na afloop dat hij geen plan meer kon verzinnen.

Aan bord 9 speelde Emiglio een keer mee als invaller. Hij "viel in" voor Bert Kieboom, die voor Ewood zou invallen. Het leverde BSG een halfje op, waar vooral zijn tegenstander, Henk Temmink, blij mee was. "Eindelijk een halfje," merkte hij opgelucht op.

Toen vervolgens Hans Ree ook nog het schip in ging, stond het 2½-6½ en was ik als laatste bezig. EB had de teamleider van Voerendaal verzocht om mijn tegenstander remise aan te laten bieden, maar hij speelde stug door. Daar had ie nog wel reden toe, want hij kon met zijn koning mijn stelling binnendringen. Gelukkig bleek ik achteraf geen verliesgevaar te hebben gelopen en dat zag hij blijkbaar ook in. Hij ruilde zijn zwakke pion af, waarna ik de koningsvleugel "op slot" hield. Vervolgens meende ik het remise te kunnen houden door in geval van nood jacht te maken op zijn g-pion. Leon Pliester had een andere remiseweg gezien en terwijl ik na enig nadenken een andere zet speelde, beende hij met grote passen weg. Boos wendde hij zich tot mijn ouders en ik voelde me een beetje als Emiglio, die drie jaar geleden in alle spanning de beslissende remise uit handen gaf. Zo erg was het nu niet, wist ik en met wat moeite pakte ik mijn eerste remise na 105 zware zetten, waarvan nog twintig in een eindspel met T tegen T+ a-pion. Ik was niet van plan om me alsnog te laten trucen. Mijn tegenstander berustte in een zetherhaling, waarna ik maar remise aanbood. In plaats van het aan te nemen, sloeg hij mijn toren van het bord, waarna de hele zaal in lachen uitbarstte.

Zelf begreep ik het ook niet. De wedstrijd was allang beslist en dan gaat zo’n gast een stelling die honderd procent remise is alsnog uitkauwen. In ieder geval was mijn eerste remise wel een applausje waard. Zelf stond ik nog te trillen op m’n benen. FM Henk merkte nog op dat zo’n partij zwaarder was dan een werkdag, waar ik best in kon komen.

Restaurant

De lange schaakdag werd afgesloten in het restaurant. Ik kreeg enkele mooie partijen te zien en ik liet mijn eigen partij zien. Daarna kwam het eten. Ik had geen voorgerecht, maar wel een toetje. Terwijl de oudere heren (EB, FM Henk en Ton) koffie bestelden, had ik een grappig toetje met een pannenkoek en perenijs. Le en La schokken een beetje op uit hun winterslaap en beseften dat ze iets hadden gemist. VR zat toen lekker aan een cola. Verder belde Pinda me nog op met de vraag waar we waren. Nog steeds in ’t restaurant dus. 😉 Anders was 'ie misschien nog bij ons geweest, nu bleef het bij een vermelding van de prestaties van HSG 2, dat met maar liefst 1-7 won.

Thuis kon ik nog een beetje nagenieten van deze enerverende ronde. We gingen nog op internet kijken en VR ging wat potjes spelen op "BSGoor". Daarna gingen we nog lezen en slapen. Om twee uur ’s nachts gingen m’n ouders Ewood ophalen. Dat was me het nachtje wel.

Uitslagen

BSG [2237] – Voerendaal [2371] 3-7
1. H Ree g [2419] – C Sielecki f [2376] 0-1
2. L Pliester m [2361] – A Orlov m [2503] 0-1
3. V Rothuis m [2331] – F Levin g [2535] ½-½
4. La Ootes [2262] – G Schebler g [2477] ½-½
5. H van der Poel f [2257] – R Polaczek m [2416] 0-1
6. T van der Heijden [2243] – I Wantola [2346] 1-0
7. Le Ootes [2118] – B Tereick f [2358] 0-1
8. C van der Heijden [2090] – C Braun f [2330] 0-1
9. E Wüstefeld [2218] – H Temmink [2196] ½-½
10. J de Groote [2068] – R Caessens f [2172] ½-½

BSG 2 verloor met 2½-5½ van ZSC-Saende zonder ook maar een partij te winnen. Voor BSG 1 lijkt het doek te zijn gevallen. Het lichtpuntje was dat het de productiefste wedstrijd van het seizoen was: maar liefst DRIE bordpunten!

03 februari 2009

Interne competitie ronde 19

Mr Draw

Gisteren speelde ik voor het eerst in lange tijd weer eens mee in de interne competitie. Ik had dit seizoen slechts drie keer meegedaan; de laatste wedstrijd speelde ik bijna drie maanden geleden. Maar goed, deze week zijn er weer nieuwe vakken begonnen, dus had ik nog niet de gebruikelijke zorgen. Bovendien wilde ik weer eens een partijtje spelen voordat we tegen Voerendaal spelen.

Op de club kwam ik veel bekende gezichten tegen. Zelfs Le was er. Ik dacht altijd dat 'ie niet zo heel vaak komt, maar blijkbaar nu wel. Jammer genoeg is de BSG-site gecrasht, dus blijft het bij een vermoeden. Le begon met een soort van compliment over m’n haar (ik –> :S), maar niet lang daarna werd hij weggelokt. Er was namelijk een Hongaar, waarvan ik de naam niet kan reproduceren, en Le was gevraagd deze knul een beetje wegwijs te maken.

Indeling

Omdat ik zoveel ronden had verzuimd, verwachtte ik geen topduel. Gelukkig maar, want ik wilde een beetje rustig inkomen. Een "makkie" krijgen. Voor iemand als Ruud Janssen is dat iemand met een rating van 2300, voor mij is dat vele honderden punten lager. Het werd Ruben Hilhorst, een superdegelijke 1900-speler, die in de externe competitie goede resultaten behaalt. Hij speelt altijd een soort betonschaak, waar bijna niemand doorheen komt. Mijn kansen lagen in de opening. Ik moest iets scherps spelen om hem een beetje uit zijn doen te halen. Dat lukte niet echt. Na 1.d4 Pf6 2.Pf3 e6 3.Lf4 c5 4.e3 Db6 5.Dc1 mocht ik niet klagen, maar echt scherp was het ook weer niet.

Ook Le leek goed uit de opening te komen. Ik vroeg hem nog of zijn Hongaarse tegenstander een beetje goed was, waarna hij zei dat hij een rating van 2300 had. Of zoiets had Le ervan begrepen. Daarna vertelde Le dat z’n tegenstander de opening speelde als een 2000-speler. Een echte Lennart-opmerking vond ik dat, dus zei ik maar dat niet elke 2000-speler hetzelfde is. 😉 Helaas voor Le liet hij zich na zijn voortvarende start steeds verder terugdringen.

Zelf wist ik mijn slechte loper nog af te ruilen tegen zijn aanvalsloper, maar door een gebrek aan ruimte kon ik er ook niet zo veel mee. Echt lekker liep mijn eerste partij van het jaar niet. Mijn zetten kwamen niet echt aan en ik kon ook niet echt helder meer denken. Gelukkig verzandde de partij uiteindelijk in remise. Ach ja, een remise met zwart… Het was in ieder geval alweer een tijdje geleden dat ik voor het laatst niet verloor met zwart. In dat opzicht kon ik er wel mee leven. Hopelijk zit ik weer een beetje in een schaakritme.

De overige partijen die er nog een beetje toe deden eindigden ook in remise. Leon Pliester bereikte met zwart met veel pijn en moeite een remisestelling tegen Coen van der Heijden. Leon is een klassieke speler, die met een gewoon speeltempo beduidend sterker is met wit dan met zwart. Jammer genoeg betaalde dat zich niet uit in aansprekende resultaten in de meesterklasse.

John Markus beweerde wat beter te hebben gestaan tegen Fliffer, hoewel hij ook een zet verloren stond. Dat was gelukkig voor hem niet de slotzet, zodat hij uiteindelijk ook een zwartremise aan zijn totaal kon voegen.

Voerendaal

Wat Kooijman – De Ruiter werd, weet ik niet. Ik dacht dat het remise werd, maar het kan ook wel zijn dat Kooijman verloor. Alleen van Le weet ik zeker dat hij verloor. Zwarts loperpaar begon sterk te worden en aangezien Le liever zelf het loperpaar heeft… Het kostte hem uiteindelijk een paar pionnen en daarmee was het gedaan. Daarmee had de Hongaar in ieder geval zijn claim waargemaakt. Misschien kan hij BSG 1 nog versterken aan het eind van het seizoen. Dat zou ik zeker toejuichen, want in geval van nood heeft BSG 1 moeite goede vervangers te vinden. Zo was het tweede slechts bereid Bert K. af te staan, waar iedereen had gehoopt op Emiglio. Maar ja, die wilde niet voor niets naar het tweede. En het tweede wil zelf goed voor de dag komen. En dat terwijl BSG 1 een iets-of-niets-wedstrijd speelt.

Maar goed, zaterdag wil ik zelf ook eens van die nul af. Dat wordt steeds lastiger. De tegenstanders ruiken bloed en zullen daardoor vol op de winst spelen. Verder zijn al die nullen niet goed voor het zelfvertrouwen. Wanneer kan ik weer eens een resultaat halen tegen een sterkere speler?! Eén keer een 2200 of 2300-TPR mag toch wel?! 😉

Uitslagen:
C van der Heijden – L Pliester ½-½
T Slisser – J Markus ½-½
R Hilhorst – J de Groote ½-½

01 februari 2009

Eredivisie ronde 20

AZ, het nieuwe PSV

Het blijft onvoorstelbaar hoe AZ dit seizoen bezig is. De ploeg speelt vaak geen haar beter dan de tegenstander, maar er wordt wel steeds gewonnen. Het doet denken aan de tijd dat PSV heerste, maar dan erger. Het lukt niemand meer om ook maar één (goedgekeurd) doelpunt te scoren tegen de aanstaande kampioen.

In de meest recente editie van het blad NWT werd geprobeerd de uitslagen in wetten te vangen. De Spaanse, Engelse, Belgische en Nederlandse competitie werden drie jaar lang in de gaten gehouden, waarna er vijf wetten konden worden opgesteld:

1) Prestaties hangen af van de prestaties in het seizoen daarvoor
2) Een doelpunt valt eens in het halfuur
3) Iedere middenmoter scoort hetzelfde
4) De wijziging van het puntensysteem in 1995 heeft weinig veranderd
5) De kans op een gelijkspel is altijd een op vijf

Niet elke wet is even verrassend. Wet 1 ligt tamelijk voor de hand en is zelfs triviaal te noemen. Op basis van trendlijnen is bepaald dat de prestaties in seizoen i voor ruim zestig procent verklaard worden door de prestaties in seizoen i-1. Dit percentage neemt af als er meer seizoenen tussen zitten, wat vrij logisch is. De conclusie is dan ook: "De eindstand van een club voorspelt voor een groot deel het resultaat in het volgende seizoen, maar zegt nauwelijks iets over de verwachte prestaties over drie jaar. Clubs verschuiven blijkbaar langzaam in prestaties."

Goh…

De tweede wet is meer statistisch van aard. Gemiddeld wordt er 3,1 keer gescoord per wedstrijd, waarna er nog wat kansverdelingen komen. Het aantal doelpunten per wedstrijd en het doelpuntenverschil zijn beide Poisson verdeeld. Jammer genoeg wordt er niet dieper op ingegaan, formules afgeleid of bijvoorbeeld iets gezegd over de afhankelijkheid van de gebeurtenissen. Een gemiste kans.

De derde wet is weer een vrij triviale. Natuurlijk zal de middelste ploeg (wat altijd het gemiddelde van twee ploegen moet zijn; een competitie telt immers altijd een even aantal ploegen) altijd rond eenzelfde puntenaantal eindigen. Dat lijkt me niet zo vreemd. De middenmoter scoort steeds zo’n 44 tot 46 procent* van de mogelijk te behalen punten. Niet heel gek; er moeten acht of negen clubs meer punten behalen en acht of negen minder**, dus dan kom je al snel in het midden uit.

Wel verbazen de auteurs zich over het feit dat de onderlinge afstand in punten groter is aan kop en aan de staart. Ik kan een aantal redenen bedenken waarom dit zo is.

Ten eerste is de speelsterkte niet "homogeen" verdeeld; normaal gesproken zijn er enkele zeer sterke clubs, dan een aantal sterke en later een aantal matige. Zeker in Nederland, met maar 37 of 38 profclubs heb je er zwakke broeders bij zitten. Altijd is er wel een ploeg die er niks van bakt (RBC in 2005-2006, Excelsior vorig jaar en Volendam dit jaar.) Aan kop is er altijd wel een ploeg waarbij "alles" goed valt en (misschien met wat geluk) kunnen ze lekker veel winnen en dan zijn er maar weinig ploegen die dat kunnen bijhouden.

Daar ligt de kern dus voor de tweede verklaring: er zijn meer mogelijkheden om rond de 50% te scoren dan dat je nul of honderd procent scoort. Daarom zitten er meer ploegen in de buurt van de 50%. Af en toe winnen ze, af en toe verliezen ze, met als gevolg dat ze ergens in het midden uitkomen.

De derde verklaring heeft hier ook mee te maken: bovenin winnen de ploegen bijna alles, waardoor achtervolgers (die door de koplopers worden verslagen) al gauw op achterstand gezet worden. Statistisch is het namelijk niet waarschijnlijk dat een aantal ploegen de punten netjes verdelen tegen elkaar. Het gevolg: "It’s lonely at the top!"

Blijkbaar realiseerden de auteurs zich dit niet, hoewel het vrij voor de hand liggend is.

De vierde wet is wel interessant, maar niet meer dan dat. Winnen extra belonen zorgt niet voor meer spektakel. Blijkbaar is de angst om te verliezen nog steeds zo groot dat ploegen (met name in uitwedstrijden) vaak genoegen nemen met een punt. Ooit werd er eens een voorstel gedaan dat de keeper een beperking kreeg (ben vergeten wat), waardoor er twee keer zoveel doelpunten zouden vallen. Daardoor zou de kans op een gelijkspel halveren. 

Dat werd besproken in wet vijf, dus op naar de vijfde wet. Die stelt dat de kans op een gelijkspel altijd ongeveer twintig procent is. In het buitenland is die kans ongeveer 25 procent. Jammer genoeg wordt er niet onderzocht of dit komt doordat er in het buitenland minder gescoord wordt. Weer een gemiste kans.

Wel wordt er een regressielijn opgesteld. Er wordt uitgezet hoe vaak er wordt gelijkgespeeld tegen het ranglijstverschil tussen de ploegen. Zelf ben ik meer van het ratingsysteem, maar dat terzijde. Er wordt een lineaire regressielijn getekend die de staven redelijk benadert. Bij grote verschillen op de ranglijst gaat de correlatie minder op, omdat die duels minder vaak voorkomen, waardoor er meer "ruis" is. Toch blijkt de remisekans steeds zo’n twintig procent, ongeacht het niveauverschil. Dat is dan wel weer interessant. Het thuisvoordeel is ongeveer twintig procent volgens de trendlijn: bij twee gelijkwaardige ploegen heeft de thuisploeg 48 procent kans om te winnen en de uitploeg 29. Dat is een serieus verschil, waar in de Nationale bekercompetitie te gemakkelijk aan voorbij wordt gegaan. In cijfers is het thuisvoordeel ongeveer 59,5 – 40,5. Dat zijn iets van 70 ratingpunten; zelf heb ik het thuisvoordeel bepaald op honderd punten.

En daarmee komen we bij de afgelopen speelronde. Twee remises, wat ongeveer in lijn der verwachting lag. Terwijl AZ als een diesellocomotief doordenderde, lieten de achtervolgers het afweten. Ajax leed zijn tweede nederlaag op rij. Na de eerdere nederlagen in het noorden des lands, kregen ze ook al in eigen huis klop van FC Friesland. En dat terwijl Ajax vorig seizoen vijf keer won van de ploeg uit Heerenveen.

FC Twente beet verrassend in het stof tegen FC Utrecht. Na de 3-0 aframmeling in de domme stad, bleef het in de Grolschveste 0-0. Het was voor FC Twente wel genoeg om gelijk te komen met Ajax.

PSV speelde de beste wedstrijd van het seizoen. Onder "succestrainer" Huub Stevens bakte de club er verdacht weinig van. De ietwat verwende spelertjes konden moeilijk overweg met deze harde leermeester. Waarschijnlijk heeft de harde thuisnederlaag tegen Atletico Madrid hem doen besluiten om verdedigender te gaan spelen, tegen de zin in van de spelers. Die gingen daardoor nog verkrampter spelen, met als gevolg dat PSV er niet bijster veel van bakte. De sfeer verslechterde en uiteindelijk hield Stevens de eer maar aan zichzelf. En meteen ging het een stuk beter.

Feijenoord was dicht bij een gelijkspel tegen NEC. Dat kwam vooral door een gebrek aan scherpte bij de thuisploeg, die, heel Duits, in de laatste minuut van de extra tijd alsnog de trekker overhaalde. Het zit Feijenoord dan ook niet bepaald mee.

Uitslagen:
Roda – Heracles 3-1 [0-2]
ADO – Groningen 0-1 [0-3]
NAC – Volendam 1-1 [4-2]
Willem II – Vitesse 0-2 [2-2]
Ajax – Heerenveen 0-1 [2-5]
Twente – Utrecht 0-0 [0-3]
NEC – Feijenoord 1-0 [2-0]
Sparta – AZ 0-2 [0-6]
Graafschap – PSV 0-3 [0-3]

Ratinglijst:

Interessant is om de ratingontwikkeling van de bovenste vijf ploegen te bekijken:

1. AZ (2259) Virtueel: 2483, TPR 2558
2. Twente (2427) Virtueel: 2455, TPR 2464
3. Ajax (2498) Virtueel: 2475, TPR 2468
4. Heerenveen (2413) Virtueel: 2437, TPR 2445
5. PSV (2497) Virtueel: 2426, TPR 2403

*Er zijn natuurlijk wat punten verloren gegaan door remises.
** Afhankelijk van het aantal clubs in de competitie

Ratinglijst februari 2009

Auckland

Laatst moest ik een werkstuk inleveren voor het vak Natuurrampen & Risico’s. Het ging over natuurrampen in Auckland, een stad/streek in Nieuw-Zeeland. Ik deed het samen met Rvv en hij wilde als finishing touch nog iets over het klimaat in het werkstuk. Dit vanwege het voorkomen van aardverschuivingen in het gebied. Rvv had het eerste stukje geschreven, waarna ik er nog wat zinnen achter ging plakken. Zo leek het hem wel handig als ik er iets bij zou zetten over de neerslag en vooral wanneer die neerslag optrad. Bij het schrijven daarvan moest ik bijna tegen m’n principes ingaan; ofwel maanden zonder hoofdletters schrijven. Ik loste het als volgt op:

Door de ligging aan de oceaan, en de relatief hoge breedtegraad heerst er een gematigd zeeklimaat. De zomers zijn warm en de winters zijn zacht. Gemiddeld per jaar valt er zo'n 1200 mm neerslag, waarvan het grootste gedeelte in de winter. Juli is over het algemeen de natste maand.

Maar toch bleef er een gevoel van onvrede. Waarom worden maanden in Nederland nou weer niet met hoofdletters geschreven? Jarenlang had ik de trend gevolgd en had ik maanden braaf zonder hoofdletter geschreven. Het keerpunt kwam precies twee jaar geleden, toen ik dit artikel schreef. Moest "februari" nou met een hoofdletter of niet? Zelf was ik geneigd een hoofdletter te gebruiken, maar toen ik op internet zag dat het zonder hoofdletter werd geschreven, deed ik het ook maar zonder. Later besloot ik maanden toch steeds met een hoofdletter te schrijven.

Gekke gewoonte

Ik vind het een gekke gewoonte dat de maanden in Nederland zonder hoofdletter worden geschreven. In alle andere talen die ik ken krijgen de maanden een hoofdletter. Logisch, het zijn immers namen. Tenminste, een maand als augustus is duidelijk een naam. Augustus zou ik daarom ALTIJD met een hoofdletter schrijven. Minder duidelijk is dat bij een maand als september. Dat is niet veel meer dan een telwoord. Voor de laatste vier maanden zijn helaas niet zulke mooie namen bedacht. Voor het voorjaar wel en die maanden zijn ook nog eens afgestemd op het Noordelijk Halfrond. Zo heeft april (ook een naam!) iets te maken met het "openen" van het jaar. Op het Zuidelijk Halfrond begint op dat moment de herfst pas echt en doet die naam een beetje vreemd aan, vind ik. Misschien moet de kalender maar zes maanden verspringen als je de evenaar oversteekt… 😛

Behalve dat kleine letters voor namen vreemd overkomen bij mij, vind ik hoofdletters ook mooier staan. Ik ben verheugd dat er ook andere mensen zijn die maanden met een hoofdletter schrijven. Die hebben er vast ook over nagedacht. Het is voor een Brit die zich in Nederland vestigt vast ook moeilijk te begrijpen waarom die gekke Hollanders maanden zonder hoofdletter schrijven. Nederlanders zijn daarentegen vaak geneigd de hoofdletters te vergeten in vreemde talen, wat er ook erg knullig uitziet.

Waarom Nederland zo’n buitenbeentje is, wordt in het volgende artikel verklaard:

Iemand legde via een vragenrubriek me het volgende probleem voor: waarom krijgen namen van maanden (en weekdagen) geen hoofdletters? Want je schrijft toch verder alle namen wel met een hoofdletter.

Het antwoord is dat dit zo is vastgesteld in een spellingwet in 1954. Na 1954 was het voorschrift januari, februari, maandag, dinsdag, enzovoorts, met een kleine letter. En dat bleef ook na 1995 zo (na de laatste spellingwijziging).

Maar ja, dit is wel een beetje een "waarom?"-"daarom!"-antwoord.

Daarom voeg ik er nog het volgende aan toe: men maakte die spellingregel, omdat veel hoofdletters een tekstbeeld onrustig maken. Dat kun je zelf constateren als iemand een mailtje schrijft Waarin Hij Zichzelf Erg Belangrijk Vindt. (Of zo boos is dat hij alles IN HOOFDLETTERS GAAT "schreeuwen"). Namen van weekdagen en maanden zijn woorden die vaak terug kunnen keren in een tekst. En zo is men de regel gaan vaststellen dat je unieke namen (als Jeroen, Karel, Amsterdam, de Tweede Wereldoorlog) wel met een hoofdletter schrijft maar namen van maanden en weekdagen niet.

Ik vond de uitleg goed en ik heb er ook wel begrip voor, maar het gaat tegen de regel in dat je namen met hoofdletters moet schrijven. Die regel vind ik belangrijker dan het schreeuwerig maken van die tekst. Die ene hoofdletter maakt m.i. echt het verschil niet. Over de dagen van de week ben ik het wel eens: dat vind ik geen namen; of beter gezegd: ik heb amper een idee waar die namen van afgeleid zijn. Verder hebben dagen van de week voor mij geen speciale betekenis. Natuurlijk is het zaterdag weekend en moet je op maandag weer aan de slag, maar klimatologisch maakt het weinig uit.

Het doet me denken aan vroeger, toen ik de dag in de week wel belangrijk vond. Dan krabbelde ik op mijn notatieformulier de dag in de week, waardoor ik geen idee meer heb wanneer die partij nou gespeeld werd. Vaak ontbrak een datum zelfs en nog vaker ontbrak de naam van m’n tegenstander gewoon. Nou, dat zal nu in ieder geval niet zo snel meer gebeuren. 😉

Ratinglijst

Zo, nou ben ik eindelijk waar ik wilde zijn: bij de nieuwe ratinglijst, de eerste van het jaar, die altijd in februari uitkomt. Vroeger was 'ie er vaak voordat 'ie officieel uit zou komen, tegenwoordig is de KNSB niet meer zo ijverig, ondanks dat ze de berekeningen hebben vereenvoudigd (geen iteraties meer).

Nee, vroeger was het beter. Behalve een slechte service heeft de KNSB het ook voor elkaar gekregen een prima site te verprutsen (dat ding wat ze nu hebben is zoveel lelijker dan wat ze eerst hadden), met als extra nadeel dat er heel veel links (bijvoorbeeld naar oude competitie-uitslagen!) verbroken zijn. En als je dan eens een e-mail stuurt, dan krijg je geen antwoord.

Niet dat de nieuwe ratinglijst me erg vrolijk zal stemmen. M’n rating zal in ieder geval niet zijn gestegen door die drie nederlagen in de KNSB-competitie. Volgende week krijg ik in ieder geval weer een kans op een resultaat en daarmee samenhangend een kans om mijn verliezen weer een beetje te beperken. De witte koning heeft me al wanhopig toegefluisterd dat 'ie niet mat wilde komen te staan. Nou, met de voorzet moet ik toch eens een keer een goed resultaat kunnen behalen. Hopelijk kan ik dan weer met voldoening uitkijken naar de ratinglijst van mei.