30 oktober 2010

Overgangsfase

Amstelveen

Dit schooljaar ben ik begonnen aan de Master STREEM (Spatial, Transport  and Environmental Economics) en nu nog, na bijna twee maanden, denk ik geregeld "waar ben ik aan begonnen?!" De Master was een logisch vervolg op mijn opleiding Aarde en Economie. Het was zelfs een doorstroommaster, als je in het derde jaar maar wat economisch georiënteerde vakken had gevolgd. Dat heb ik geweten. Het aanmelden was al lastig en alles diende op het laatst mogelijke moment te gebeuren. Toch was ik blij toen het eenmaal geregeld was. Ik kon me niet voorstellen dat de Master zwaarder zou zijn dan het inschrijven… Vergissen is menselijk, zullen we maar zeggen.

Daarnaast was er nog een tweede verandering die veel tijd opslokte: mijn woning in Amstelveen. Het begon allemaal op een regenachtige dag begin augustus. Mijn ouders waren net terug van vakantie en dus was de afspraak met Stumass tot deze periode verzet. Mijn ma bracht me naar Arnhem, voor een intakegesprek. Ik had vaag van de plannen gehoord. Ik zou een kamertje krijgen in een huis met andere hoogfunctionerende autisten o.i.d. Als ik werd aangenomen natuurlijk. Daar ging ik niet van uit, ik meende namelijk dat er zat mensen waren die er erger aan toe waren dan ik. Het intakegesprek verliep echter soepeltjes en al snel was alles in kannen en kruiken. Opnieuw een foute taxatie van mijn kant.

Op de terugweg was m'n ma ook heel erg blij. Ik zag de bui letterlijk en figuurlijk hangen. Ik werd binnen afzienbare tijd mijn eigen veilige huisje uitgeschopt en ik moest me dan zien te vermaken in een veel minder beschermde atmosfeer bij een groep van (voor mij) volslagen onbekende studenten. Daar had ik dus niet zo'n trek in. Mijn ma wist dat ik het moeilijk vond, maar ook dat het een unieke kans was. Het hele Stumass-project draait om Persoonsgebonden Budgetten en we hadden de mazzel dat we het bijzonder eenvoudig verkregen. Vlak voordat het kabinet de geldkraan dicht had gedraaid, had ik zo'n ding.*

De dag erna gingen we naar Amstelveen. Stumass bezit hier een rijtje van drie huisjes aan de Jan Teulingslaan. Het is een rustig stukje Amstelveen, hoewel het vlak bij de metrolijn ligt (halte Sacharovlaan) en vlakbij een winkelcentrum. Mijn kamertje bevond zich in het middelste huis (nummer 4), huis 6 was al bewoond en huis 2 stond nog leeg. Omdat ik de tweede student was die in dit huis ging wonen, kon ik mijn kamer niet meer kiezen. Teun was me voor geweest. Zijn kamer lag naast de grote badkamer. Mijn kamertje werd ingeklemd door zijn kamer, de gang en nog een kamertje van de begeleidsters. Het was een vierkant kamertje, van ongeveer 4 bij 4 meter. Mijn pa mat alles op en ging m'n kamer ontwerpen. Mijn moeder noemde op welke spullen ik allemaal nodig had. Kosten waren geen criterium.

Allereerst moest er een vloer komen. Helaas was die vloeren/tapijtenzaak nog met vakantie, dus dat duurde nog even. Verder moest ik nog een bed hebben, een aantal kasten en een laptop. Zo werd mijn kamertje aangekleed, maar of het ook leuk was? Nee. Bij de IKEA werden enorme bouwdozen van kasten gehaald, terwijl bij het Office center een laptop plus nog een heleboel rotzooi gehaald werd. Zo vond m'n pa het bijvoorbeeld slim om een extra toetsenbord zou kopen, zodat ik niet het toetsenbord van m'n laptop zou verraggen. Nou, daar heb ik echt heel veel lol aan beleefd… :S

In de weekenden werden de enorme kasten in elkaar gezet. De vloer werd pas tijdens mijn hertentamen van Kwartairgeologie gelegd. Pas daarna kon het aankleden van de kamer beginnen. Inmiddels stond het schooljaar voor de deur. Mijn "geluk" was dat het bed pas halverwege september zou worden geleverd, zodat ik de eerste weken nog lekker thuis kon doorbrengen. Dat was ook wel nodig… Na de eerste week vroeg ik me vertwijfeld af of de rest van het studiejaar ook zo zou zijn. Ik begreep bijna niets van wat er nou gezegd werd tijdens de colleges. Veel abstract gedoe, afkortingen zonder betekenis, wiskundige afleidingen die me de pet boven gingen en twee dure studieboeken waar amper iets zinnigs uit was te destilleren.

Het enige pluspunt was dat ik mijn groepsgenoten eindelijk had ontmoet. We werden van tevoren bij elkaar ingedeeld en zo zat ik bij twee chicks. De ene chick, een Oostenrijkse, bleek de stud van de klas te zijn. Dat scheelde wel voor het cijfer van de opdrachten, al leerde ik er nu ook weinig van. De samenwerking was vaak ver te zoeken. Daarnaast slokten de opdrachten mijn vrije dagen op. De Master verliep heel anders dan ik me ervan had voorgesteld. 😦

Inmiddels was m'n bed geleverd en zou het niet lang meer duren voordat ik definitief zou verhuizen. Na een aantal dagen slechts te hebben meegegeten, trok ik op 4 oktober officieel in mijn nieuwe woning. Inmiddels had ik mijn "huisgenoten" een beetje leren kennen en dat viel me behoorlijk mee. Behalve de begeleidsters waren er vier studenten in de twee huizen. Teun en ik zaten in "4", Danya en Marcos zaten in "6". Huis "6" was dan ook het "centrale" huis, waar alle belangrijke spullen waren en waar we elke avond aten.

Na een slaapverwekkende eerste drie weken op de uni, waarin we algemeen geneuzel kregen te horen over Micro-economie en iets als Statistiek**, kregen we die vakken nu toegespitst op Ruimtelijke economie. Het was echter bijna net zo saai en het werken aan de opdrachten bleef even vervelend. Gelukkig duurde het niet lang meer, een geruststellende gedachte.

Tentamenweek

Na zes weken les te hebben gehad, hadden we een week vrij om aan de tentamens te leren. Daarbij werd ik geplaagd door slecht internet, waardoor het vinden van informatie op Blackboard me nog moeilijker afging dan zou moeten. Niet dat er veel informatie was te vinden. Bovendien stond de informatie van elk vak verspreid over twee aparte pagina's. Op de collegesheets stonden vaak wat vage kreten en onbegrijpelijke berekeningen. De oefententamens waren zo makkelijk dat ik er slapend nog wel een tien voor had kunnen halen. Echt goed was m'n voorbereiding dan ook niet.

Dinsdag had ik om half negen het eerste tentamen. Het was het statistiektentamen, waar ik een heleboel slecht geformuleerde vragen probeerde te beantwoorden. Sommige vragen waren zo eenvoudig dat ik die ook tijdens het Stumass-intakegesprek had kunnen oplossen. Andere vragen wist ik niet en sommige half. Ik ga er ook niet van uit dat ik het vak heb gehaald, maar als dat wel is gelukt, is het een aardige bonus.

Nee, kanslozer ging het tentamen van Micro-economie. Het begon al met de eerste vraag, die 32 van de 100 punten waard was. Ik had geen idee hoe ik de som moest oplossen, omdat heel anders was dan wat er tijdens de les was behandeld. Vervolgens werden er vooral veel dingen gevraagd die wel eens vaag in de colleges waren behandeld. Vaak leverden de in de opgave verstrekte gegevens mij amper aanknopingspunten op om een antwoord aan op te hangen. Dan dreunde ik dus maar het algemene antwoord op, dat tijdens de colleges werd genoemd, hoewel ik het donkerrode vermoeden had dat een berekening vereist was. Hoewel je verplicht was binnen de kaders te antwoorden, lukte me dat niet altijd. Waar ik enorme berekeningen wilde maken, had ik een kader waar je amper een postzegel in kon plakken, terwijl bij ja/nee-vragen zowat een hele pagina was ingeruimd.

Toen het half zes was, besloot ik weg te gaan, zodat ik nog enigszins op tijd was voor het eten. Bij de hoofdingang kwam ik nog een paar aardeconoompjes tegen. Zij hadden hetzelfde gevoel als ik, een hele geruststelling. Volgende periode ga ik drie vakken volgen. Een riskante keuze, al kan ik nu nog kappen met een kutvak, mocht het me uitkomen. Vooralsnog verwacht ik dat het de komende tijd leuker gaat worden. Het vreet energie, de overgang naar volwassen worden. Ik ben alweer toe aan vakantie. 😦

* Dat ging bij mijn huisgenoten wel anders.
** Het vak heet officieel iets van "Advanced methods for applied economic research", maar het kwam neer op iets met statistiek. Het tweede deel heette "Advanced Methods for applied spatial economic research" en dat had veel minder met pure statistiek te maken.

24 oktober 2010

WTF?!

10-0

Dat PSV van Feijenoord zou winnen, dat verbaasde me niet zo, de ploeg van Mario Been voetbalt dat jaar nog geen deuk in een pakje dieetmargarine. Bij het gluren op Teletekst zag ik dat het op een gegeven moment 1-0 stond. Een uur later refreshte ik de pagina en viel ik bijna van mijn stoel:


Ik kan me een dergelijke afslachting niet herinneren. Goed, uitslagen als 7-0, 1-8 en 9-1 heb ik weleens gezien, maar 10-0? Ik kan me geen wedstrijd herinneren in de Nederlandse competitie waarin de dubbele cijfers werden gehaald.

Ergens is het ook wel vreemd dat Feijenoord ineens zo ongelooflijk ver is weggezakt. Vorig jaar speelden ze nog de bekerfinale en dit jaar is het helemaal niks. Al het talent van Rotterdam lijkt bij Excelsior te zitten. Dat was wel het tegenvallertje van de middag, want de beste ploeg uit Rotterdam hield de beste ploeg uit Amsterdam op 2-2. Tot overmaat van ramp ploeterde FC Twente zich langs ADO. Je kunt helaas niet alles hebben.

Alonso op poleposition voor wereldkampioenschap

Red Bull faalt hopeloos in Korea

Als Fattle in de eerste races van het seizoen niet zoveel pech had gehad, of als Red Bull wat intelligentere teamorders had gehad, was de jonge Duitser allang kampioen. Maar als bestaat niet en dus is noch Fattle, noch Webber, noch Red Bull kampioen. Sterker nog: de kans dat het alsnog gebeurt, is er vandaag niet bepaald groter op geworden.

Plaats van handeling was dit weekend Zuid-Korea, waar een nieuw circuit was aangelegd. Het circuit was zelfs zo nieuw, dat men er lange tijd niet zeker van was dat het op tijd af zou zijn. De laatste asfaltlaag werd negen dagen voor het GP-weekend aangelegd, waardoor allerlei oliën en sappen niet goed konden intrekken en de baan erg glad kon zijn. Kortom: een spanningsverhogend effect in de twee-na-laatste race van het seizoen. Desondanks waren de coureurs te spreken over het circuit, afgezien van de één-na-laatste bocht, die blind was en waar de pitstraatingang was. Dat kon gevaarlijke situaties opleveren voor de race.

Voor aanvang dichtten de kenners Red Bull en McLaren goede kansen toe. De McLarens zouden op het eerste gedeelte, dat bestond uit een aantal kaarsrechte stukken die door een paar scherpe bochten aan elkaar waren geplakt, de dienst uitmaken, terwijl de Red Bulls in de bochtigere sectoren sneller zouden zijn. Bleek iedereen zich verkeken te hebben op Alonso. De Ferrari bleek dusdanig stabiel te zijn bij het remmen, dat juist de Ferrari's snel waren in de eerste sector. Alonso legt de Red Bulls dan ook het vuur aan de schenen in de allesbepalende laatste kwalificatie. Terwijl de Red Bulls hun tanden stukbijten op Alonso's snelste tijd, duikt de Spanjaard vrolijk onder zijn eigen tijd door. Helaas voor hem wordt hij na deze poging meteen afgevlagd en moet hij toezien hoe Fattle en Webber hem door twee uiterste krachtsinspanningen alsnog van de eerste rij afduwen. En de McLarens dan? Luis staat vierde op bijna een halve seconde, Button is slechts zevende op ruim een seconde achterstand.

Voor Red Bull zag het er dus goed uit na de kwalificatie. Wel waren er kopzorgen voor Webber: hij zou naast de ideale lijn moeten starten, op het gedeelte van de baan die heel glad was. Dat kon hem duur komen te staan bij de start. Ook de regendreiging maakte het er niet makkelijker op. Het zou in de nacht voor de race flink gaan regenen, waardoor de baan nog nat kon zijn tijdens de race.

Als de race van start gaat, blijkt dat de meteorologen er weer eens naast zitten: om drie uur 's middags (plaatselijke tijd) regent het nog steeds en is de baan kletsnat. Er wordt maar besloten om de gewoonlijke startprocedure te laten varen; de race wordt eerst uitgesteld en daarna achter de safetycar gestart. Achter de safetycar blijkt pas hoe glad het asfalt is onder deze weersomstandigheden. Daarnaast is er door de spray amper iets te zien. Een aantal coureurs klaagt steen en been over de omstandigheden, waardoor de "race" na vier ronden wordt stilgelegd.

De bolides staan weer in de startopstelling en een aantal coureurs gebruikt het oponthoud voor een sanitaire stop. Even na vieren plaatselijke tijd begint de race definitief. Traag beweegt de sliert auto's achter de safetycar aan. Grappig is te zien hoe de verschillende coureurs de zaken benaderen. Waar de Red Bull-rijders en Alonso aan het jammeren zijn, vindt Luis dat de race nu echt moet beginnen. Kwam hier de ware aard van de coureurs naar boven, of dacht Luis dat de verraderlijke omstandigheden in zijn voordeel konden werken? Natuurlijk mag ik als kijker Luis' statement wel. Niets is saaier dan achter de safetycar rijden, zeker omdat in regenraces het spektakel voor het oprapen ligt.

Helaas verliet de safetycar de baan pas toen de omstandigheden wat waren verbeterd. Fattle, Webber en Alonso behouden gemakkelijk hun posities, daarachter is het uitgerekend Luis die wordt ingehaald door Rosberg. De Mercedes zijn erg snel in de natte omstandigheden, want ook Rosbergs teammaat Shoeface wint bij de herstart een plekje ten koste van Kubica.

Fattle slaat vooraan een gat naar zijn teamgenoot, die de grootste moeite heeft om zijn wagen in het juiste spoor te houden. In de derde ronde van de "echte" race gebeurt het dan: Webber komt te wijd uit de bocht, raakt op de kerbstone en wanneer hij er voorzichtig de baan op probeert te sturen, breekt de achterkant uit en verliest hij alle controle. De Red Bull klapt tegen de muur aan de overkant van de baan, ketst af en glijdt weer de baan over. Nico Rosberg probeert hem tevergeefs over het gras te ontwijken en valt ook uit.

De safetycar komt maar weer de baan op. In de achterhoede maakt een aantal coureurs de riskante overstap naar intermediates. Vooraan nemen de rijders liever geen risico en rijden vrolijk door met hun regenbanden op de nog steeds doorweekte baan. Meer risico nemen de mannen achteraan. Vooral Subtiel is de smaakmaker van de race door vooral zichzelf constant uit te remmen.*

Voor Jenson Button verloopt de race niet bepaald naar wens. Achter hem zijn de meeste mensen sneller dan hij en dus besluit hij, net als in Australië, te gokken op een vroege overstap op intermediates. Het was immers geen toeval dat RTL tijdens het wachten op de herstart een interview uitzond van de regerend wereldkampioen. De pitstop is echter slecht getimed: Button komt vlak achter een grote groep vechtersbazen terecht na zijn pitstop, waardoor hij alleen nog maar verder achterop raakt.

Nog erger wordt het voor hem als Bücmi zijn auto bij een uitremactie op Glock niet meer onder controle heeft en vol in de flank van de hoerensloep beukt. Bümi kan met een beschadigde voorwielophanging opgeven, Glock moet niet lang daarna ook opgeven. Het incident zorgt ervoor dat de safetycar opnieuw op de baan komt. Ditmaal besluit iedereen die nog niet naar intermediates is overgestapt dat nu maar te doen. Dat loopt voor Kubica nog bijna verkeerd af als hij te vroeg wordt weggestuurd terwijl een Force India zijn monteurs opzoekt. Een herhaling van een pitstopincident als in Hongarije wordt door een oplettende lollipopman nog net voorkomen.

Fattle en Alonso komen een ronde later dan de rest naar de pits. Alonso's pitstop loopt vertraging op door een nukkige wielmoer, waardoor hij een plaats verliest aan Luis. Button is door zijn vroege stop alleen nog maar verder achteropgeraakt.

De baan begint ondertussen al aardig op te drogen. Tijdens de safetycarfase is Luis dan ook bezig zijn banden te koelen door over de natte stukken te rijden. Als de safetycar de pits opzoekt, blijft Luis echter over de natte stukken rijden, met als gevolg dat hij uit de eerste bocht vliegt. Alonso neemt de tweede plaats dankbaar in ontvangst. Luis heeft nog geluk dat hij zijn auto onder controle houdt en voor Massa als derde de wedstrijd kan hervatten.

Vooraan gebeurt er niet veel. Hoewel de onderlinge verschillen klein zijn, zijn de coureurs meer bezig met hun banden sparen en hun posities consolideren, dan dat ze aan inhaalacties denken. Achteraan moet Button proberen door het veld heen te klieven, maar dat gaat hem zeer matig af. Bij de meeste gevechten komt hij niet als winnaar uit de bus, waardoor hij alleen nog maar verder terugzakt. Kortom: een waardeloze race van de wereldkampioen.

Het wachten is op een crash en die komt er van Petjerov. De Rus verliest zijn wagen op hoge snelheid in de laatste bocht en crasht hard. Even is er de vrees dat er iets ergs is gebeurd, maar al gauw beweegt Petjerov zich en klimt hij, bij gebrek aan medisch personeel, zelf maar uit zijn wagen. Met zijn crash lokte hij geen safetycarfase uit, blijkbaar vond Bernd Mayländer het wel weer mooi geweest voor vandaag.

Vooraan begint Fattle te zeuren over een gebrek aan daglicht. De zonsondergang nadert snel, maar niet zo snel als Alonso. Het was te verwachten, want waar Alonso zijn banden geregeld koelt, doet Fattle dat niet. Zijn banden zullen dus wel tot aan het canvas versleten zijn. Met zijn geklaag hoopte Fattle de wedstrijdleiding ertoe te bewegen dat de race eerder zou worden afgevlagd. En dat terwijl de race voor Luis niet lang genoeg had kunnen duren. Of het nou de spray van de voorgangers was, of een gebrek aan daglicht: racen met een beperkt zicht is geen probleem voor hem.

Tien ronden voor het eind gebeurt het dan: Alonso passeert Fattle aan het eind van het rechte stuk van start/finish. Meteen is duidelijk dat er iets goed mis is met de Red Bull. Luis passeert Fattle meteen ook en de stilvallende bolide blaast een flinke rookwolk uit. Dat spektakel hadden we ook al een tijd niet meer gezien. Voor Fattle was het een buitengewoon dure opgave: als hij had gewonnen, was hij de nieuwe WK-leider, nu lag de weg vrij voor Alonso om de leiding in het WK te pakken. Desondanks leek de Duitser er niet zo mee te zitten; hij zag er bijna blij uit toen hij terugwandelde naar de pits.

Ook voor een andere Duitser komt er een einde aan de race. Subtiel verremt zich weer eens en klapt op Co Biaggi. Ditmaal is de Force India flink beschadigd en kan Subtiel uitstappen. Vooraan is de strijd wel beslist. In de slotfase proberen de koplopers de boel heel te houden. Alonso breidt zijn voorsprong op Luis nog flink uit. Aan de finish is het verschil op een duizendste na vijftien seconden. Massa finisht op een halve minuut achterstand. Bij Mercedes reed Shoeface eindelijk weer een goede race, terwijl Kubica een vrij onzichtbaar optreden beloonde met een vijfde plaats. Liuzzi werd met een zesde plaats beloond voor een verstandig gereden race. Een sterk en koelbloedig optreden, wetende dat zijn plaats op de tocht staat. De Williams-rijders hadden enorme bandenproblemen in de slotfase, maar sandwichten met een zevende (Barrichello) en tiende plaats (Hülkenberg, na late pitstop) de Sauber-coureurs. Opnieuw finishte Co Biaggi een plekje boven herintreder Hidefeld.

Kampioenschap

In de strijd om het kampioenschap deed Alonso natuurlijk goede zaken. Met 231 punten heeft hij er elf meer dan Webber en 21 meer dan Luis. Fattle staat precies een overwinning achter Alonso en Button heeft een achterstand van 48 punten na zijn zwakke optreden van vandaag. Geen wonder dat hij de titel heeft opgegeven. Wie weet gaat hij nu in dienst rijden voor Luis. Oh nee, dat deed 'ie natuurlijk al.

Verder strijden Kubica en Rosberg om de zevende plaats in het kampioenschap, terwijl bij de teams Force India en Williams strijden voor de zesde plek in het kampioenschap.

Zodoende hoeft Alonso de komende twee races niks meer te forceren en kan hij na nog twee podiumplaatsen zijn derde wereldtitel (waarschijnlijk) bijschrijven. Aan de andere kant zal Webber de komende nachten niet al te best slapen, terwijl Fattle ongewild bewees dat het grootste probleem van Red Bull de betrouwbaarheid is. Een eerste startrij na de kwalificatie werd omgezet in nul punten in de race. Kortom: Red Bull faalde, zoals meestal, hopeloos.

* Subtiel schijnt remproblemen te hebben gehad

17 oktober 2010

Negende ronde Eredivisie

Het is inmiddels alweer halverwege oktober en het Eredivisieseizoen is alweer op een kwart. De spanning in de wedstrijden is doorgaans groter dan de ranglijst doet vermoeden: bovenaan staat het gebruikelijke trio PSV, Ajax en Twente, onderaan staat Willem II, dat slechts één punt verzameld heeft. Waar PVVV en Heracles hun uiterste best doen om geen nacompetitie te hoeven spelen, doen Vitesse en Feijenoord hun uiterste best om dat wel te halen. Het is voor die clubs de enige kans om binnen afzienbare tijd weer eens kampioen te worden.

Pyrrusoverwinning

Het was een sensatie, het 2-2-gelijkspel van FC Twente tegen het veel sterker geachte Inter Milaan. FC Twente had even laten zien wat het Nederlandse clubvoetbal te bieden had. Het mooie resultaat heeft Twente echter meer slecht dan goed gedaan. Een maand later is er van die vreugde weinig meer over. De vrije trappen van Theo Janssen gaan steevast naast, het veldspel wordt met de wedstrijd minder en de tweede wedstrijd in de Champions League tegen Tottenham Hutspot werd dik verloren. Het creëren van kansen is een steeds groter probleem aan het worden, de overwinningen komen steeds moeizamer tot stand. Zelfs het nietige Heracles hield de "buren" op 0-0 met tien man. De wedstrijd tegen Feijenoord van gisteren was helemaal een niet te evenaren dieptepunt.

Het was namelijk niet Twente dat het initiatief had, maar de Rotterdammers zelf, die deze herfst slechts éé9n schamel puntje hadden gepakt. Twente oogde fragiel en kwetsbaar, maar leek het zich te kunnen permitteren: Feijenoord weigerde de trekker over te halen. Toch was Michel Preudom er niet gerust op. Hij besloot alles of niets te spelen door Land Seet in te brengen. Deze geboren Amsterdammer mocht afgelopen zomer zomaar Stadion Feijenoord uitlopen en vond onderdak bij de landskampioen. Terug in Rotterdam werd hij getrakteerd op een fluitconcert waar de honden geen brood van lusten. Natuurlijk had de wissel faliekant fout kunnen aflopen als Land Seet in de vijandige atmosfeer als een clown had gespeeld en met pek en veren besmeurd had moeten afdruipen. Maar dat deed hij niet, hij scoorde juist het enige doelpunt en gaf Feijenoord daarmee stof tot nadenken.

Makkie

Twee weken geleden verloor Ajax in de ArenA verrassend van FC Utrecht, dat nog geen uitwedstrijd had gewonnen. Het bleek een vervelend incident te zijn geweest. De wedstrijd tegen NAC, dat het de laatste tijd prima doet, deed denken aan de afslachting Real Madrid - Ajax in de Champions League, toen met Ajax als lijdend voorwerp. De tactiek van NAC leek te bestaan uit schadebeperking, want verder dan één rollertje op het doel kwamen de bezoekers niet. Blijkbaar was de goede vorm nog in Breda achtergebleven.

Nederland-Zweden

Willem II, de nummer laatst in de competitie, kreeg Nederland-Zweden tegen zich. Bij winst zou Nederland-Zweden de koppositie weer terugpakken, maar de buren uit Tilburg gaven de drie punten niet zonder slag of stoot weg. Twee keer kwam de nummer laatst terug, maar daarna was het echt gedaan. Zoetzak en Appelvlaai waren bij Nederland-Zweden de goudhaantjes, terwijl Toy Vonen ook een keer aan de goede kant van de score zat. Bij Willem II viel vooral Lampi op door zijn domme geklungel, waarmee hij zijn ploeg steeds op achterstand bracht.

Onklopbare mijnwerkers

Roda blijft het goed doen in de competitie. De crap van Merab liet zich weer eens naar de slachtbank leiden. Die Jordania zal zich ondertussen ook wel afvragen wat hij verkeerd heeft gedaan. Natuurlijk wist hij dat Vitesse geen wereldelftal heeft, maar zo slecht… Waarschijnlijk wordt coach Theo Bos het kind van de rekening, hoewel dat niet terecht is. In ieder geval zit Vitesse, dat met acht punten de zestiende plaats bezet, in zwaar weer. Het publiek in de Gelredome gaat alleen nog uit zijn dak bij een Monstertruck Demolition Derby of een concert van Peter Gabriel. In Kerkrade kon er welgeteld één lauw applausje af toen de 4-1 op het scorebord gebracht werd. Daarvoor had het thuispubliek alle reden gehad om vrolijk te zijn.

Derby van het noorden

In de derby tussen Groningen en Heerenveen werd Heerenveen-coach Ron J. warm onthaald door zijn oude club. Dat zie je niet vaak. Dat hij Groningen de wedstrijd liet winnen, zal zijn populariteit alleen nog maar hebben vergroot. Ondertussen kan Pieter H. al bijna niet meer stuk bij het publiek. De prestaties zijn er onder zijn leiding alleen nog maar beter op geworden.

ADO: geniet ervan zolang het nog kan

ADO heeft zich in de subtop weten te handhaven door Excelsior te verslaan. De Rotterdammers maakten de openingstreffer op slag van rust, maar konden die voorsprong niet vasthouden. Toen ze ook nog twee rode kaarten kregen, was de gelijke stand zelfs niet meer te handhaven. Pas in de laatste minuut van de officiële speeltijd deelde Bully-kin de nekslag uit. Het zit Excelsior ook niet mee. Hun enige troost is dat ze nog steeds de beste club uit Rotterdam zijn.

AZ: beter lelijk winnen dan mooi verliezen

AZ begon erg stroef aan het seizoen. Wedstrijden tegen zwakkere tegenstanders werden om onverklaarbare redenen niet gewonnen, waardoor de ploeg helemaal richting de staart van de ranglijst zakte. Inmiddels heeft AZ het mooie voetbal laten varen en wint het zijn duels op de lelijkste manier die je maar kunt bedenken. Na afloop kon Verbeek de humor er nog wel van inzien. Hij bracht de miskoop der miskopen Pellè in het veld en uitgerekend hij scoorde de enige treffer. De gelijkenis met Feijenoord - Twente was treffend. PVVV baalde daarentegen als een stekker zonder stopcontact. Weer kregen ze in de slotfase een doelpunt tegen en weer stonden ze na afloop weer met lege handen.

Utrecht breekt met complexen

Nadat FC Utrecht tegen Ajax had afgerekend met het uitcomplex, kwam er ook een eind aan de onafgebroken reeks van overwinningen in eigen stadion. Heel lekker draait Utrecht nog niet in de nationale competitie. Het Graafschap slaagde erin een snel opgelopen 2-0-achterstand in de tweede helft weg te poetsen. Was het onderschatting van de thuisploeg, die na een kwartier spelen al zeker leek van de overwinning? Utrecht stond in ieder geval weer met beide benen stevig op de grond.

Heracles: terug naar waar het hoort?

Dat de prestaties onder Verbeek niet geëvenaard of zelfs overtroffen zouden worden, dat was niet zo gek. Maar dat Heracles na acht speelrondes slechts één-na-laatste stond? Dat was iets te veel van het verkeerde. Gelukkig werd die lage positie vandaag verlaten. In een rommelige wedstrijd wisten de Almeloërs een 2-0-voorsprong om te zetten in een 3-2-zege, waardoor ze stegen naar de veertiende plaats, gelijk met Feijenoord. Ondertussen heeft NEC, dat de competitie nog met twee zeges was begonnen, de weg naar beneden gevonden.

Aankomende week is er weer Europees voetbal. In de Champions League zitten de allesbepalende tweeluiken er weer aan te komen. Stay tuned, zou ik zeggen.

10 oktober 2010

Zuinige dubbelzege Red Bull in Japan

Fattle houdt titelkansen levend

Dat Red Bull in Suzuka goede zaken zou doen voor het kampioenschap, dat stond van tevoren al vast. De donkerblauwe bolides zouden op het bochtige circuit de dienst uitmaken. Na de eerste trainingen bleek dat de dominantie van de Red Bull-coureurs nog groter was dan gedacht. Uiteindelijk resulteerde de dominantie in een dubbelzege, voor Alonso. Zijn achterstand bij de finish? Nog geen drie seconden.

Japan en oktober: dat levert doorgaans slecht weer op. In 2004 viel het raceweekend al in het water door een tyfoon. Evenals op de dag af zes jaar geleden werd de kwalificatie op de zondagochtend verreden. De baan was inmiddels droog en de Red Bulls pakken zoals verwacht de eerste startrij. Luis kwalificeert zich als derde, maar moet vanwege een versnellingsbakwissel vijf startplaatsen inleveren, waardoor Kubica "best of the rest" is. Alonso is vierde, voor Button.

De eerste uitvaller van de race is Di Grassi, die zijn wagen afschreef toen hij naar de grid raasde. Zodoende lag hij er dus al voor de start van de race uit. Hiervoor verdient hij de David Coulthard-Award.

De start zorgt al meteen voor het grootste gedeelte van het spektakel in de race. Onafhankelijk van elkaar vinden er twee crashes plaats: als de wagens net zijn vertrokken hangt Petjerov al met zijn wagen in de muur als hij zijn Renault tussen twee auto's probeert te persen. Slachtoffer is Hülkenberg, die eveneens uitvalt. Iets verderop maakt Massa zichzelf belachelijk door Liuzzi in de eerste bocht uit de weg te rammen. Het was niet de eerste keer dit jaar dat de twee elkaar bij de start tegenkwamen en ik kan me voorstellen dat Liuzzi hier heel boos om was. Voor stuntelaar Petjerov kan het na dit jaar weleens einde oefening zijn.

De safetycar komt de baan op en de bolides blijven rondenlang achter de Mercedes rijden. Kubica heeft een goede start gemaakt en is tussen de Red Bulls gekomen. Hij zou dus wel de stoorzender kunnen gaan worden die het Red Bull-middagje zou kunnen verstoren. Terwijl Fattle netjes in het spoor blijft van de safetycar, zoals hij na de Grand Prix van Hongarije heeft geleerd, rijdt er niemand achter hem. Waarom laat Kubica nou zo'n gat vallen? Het antwoord is: z'n rechter achterwiel zit niet goed vast. Uiteindelijk loopt het ding van de wagen af en kan Kubica uitstappen. Het zou me niet verbazen als de prutser die die wielmoer niet goed had aangedraaid in allerijl het circuit heeft verlaten om de eerstvolgende vlucht naar Frankrijk te pakken.

Vooraan hebben de Red Bulls het rijk weer alleen en wordt Alonso al snel op een achterstand gezet. De McLarens kunnen hem prima bijbenen, wat vooral knap is van Button, die op de harde banden rijdt. Na verloop van tijd verliezen de grijze bolides echter ook terrein. Opvallend is dat Luis zijn teammaatje niet voorbij mag en daardoor Alonso aan de horizon ziet verdwijnen.

De echte gevechten vonden weer eens plaats in de achterhoede. Yamamoto houdt in zijn zwabberende bolide met de wegligging van een natte krant Trulli en Glock op. Het is echt schokkend om te zien hoe slecht de Japanner rijdt. Desondanks kan hij zijn beduidend minder trage rivalen lang achter zich houden. De neef van Senna houdt zelfs dat tempo niet bij; hij volgt het trio op enige afstand. Pas na een stuurfout in de eerste bocht kan Trulli Yamamoto eindelijk passeren, waarna Glock er nog tot sint-juttemis achter zit.

De leukste acties van de race komen echter van de andere Japanner: Co Biaggi laat zien dat inhalen niet zo moeilijk hoeft te zijn als je maar durft. Door een late pitstop is hij achterop geraakt, maar met de nieuwe banden vliegt hij door het veld heen. De ene na de andere rijder weet hij te passeren in de "hairpin". Hij remt ze op een riskante manier uit, maar het werkt wel steeds.

Vooraan probeert Button hetzelfde te doen. Hij neemt de koppositie even over als degenen vooraan nieuwe banden halen. Veel heeft hij er niet aan: Fattle verkleint langzaam maar zeker zijn achterstand. Als Button is gestopt, ligt hij vijfde op flinke achterstand van de kop. Luis rijdt op dat moment vierde en hij begint op Alonso te jagen. "Zal ik een inhaalpoging wagen, of blijf ik achter hem?" vraagt hij zich af, terwijl hij een klavertjevier zit af te pellen. Aan de ene kant moet hij voorbij Alonso om zijn titelkansen enigszins levend te houden, aan de andere kant liepen de vorige twee inhaalpogingen niet al te best af. Het verschil tussen de twee is teruggelopen tot twee seconden en Luis ruikt bloed, maar dan gebeurt er iets heel onverwachts: opeens is Luis zijn derde versnelling kwijt. De motor draait daardoor op sommige stukken een ongewoon laag toerental, waardoor de wagen buitengewoon ziekjes klinkt. Meteen verliest Luis de aansluiting met Alonso en ziet hij zijn teammaat in zijn spiegels opdoemen. In de slotfase rijdt Button namelijk ineens wel goede rondetijden. Hij had dan ook spijt van zijn keuze om op de harde band te starten, want hoewel hij de vierde plek cadeau kreeg van zijn teammaat, kwam hij tijd tekort om zich nog te mengen in de strijd om de podiumplaatsen.

Ondertussen reed Luis in een slakkengangetje over het circuit. Het enige wat hij kon doen was hopen dat zijn versnellingsbak het niet helemaal zou begeven. Zin om zich uit te sloven als Michael Schumacher in 1994, door een tweede plaats te behalen met alleen een vijfde versnelling, heeft hij niet. Het enige wat hij kon doen was vragen waar hij al die pech van de laatste tijd aan had verdiend. Eerst twee ongelukkige botsingen en daarna een pas gewisselde versnellingsbak die alweer kuren vertoont… Het leven van een ex-wereldkampioen gaat niet over rozen.

In de middenmoot verlaten Subtiel en Rosberg op een niet al te geruisloos het toneel. Subtiel blaast zijn motor op, spint over zijn eigen olie en levert zijn bolide vervolgens af bij de monteurs. Die kunnen er ook niks meer aan doen. Ondertussen is er een mooi oliespoor aangelegd van de laatste bochten tot aan de pits, maar daar lijkt niemand last van het hebben. Rosberg, die door een vroege pitstop voor zijn teamgenootje rijdt en hem daarbij flink ophoudt, verlaat even later de strijd. Op tamelijk hoge snelheid klapt zijn linker achterband, waardoor hij stuurloos van de baan tettert.

Het blijkt het laatste spektakel te zijn in de race, die door Fattle wordt gewonnen. Opmerkelijk is dat Alonso zijn achterstand op de twee Red Bulls in de slotfase kan verkleinen. De top 3 zit in de slotfase in een beeld, een van de weinige dingen die niet door de regie werden gemist. In de laatste ronde perst Webber er nog even de snelste ronde van de race uit, om maar aan te geven dat hij Fattle dit keer had laten winnen. Fattle vond het allemaal maar wat mooi en hij zat bij de afsluitende persconferentie ook op zijn praatstoel. Hij compenseerde met zijn gekwek het weinig energieke optreden van de interviewer door zijn eigen vragen te beantwoorden.

Alonso was ondertussen allang blij met zijn derde plaats. Doordat hij de Red Bulls in de race aardig bij kon houden, heeft hij in ieder geval weer (valse?) hoop dat hij in de laatste twee of drie races nog kan stunten. Voor de McLaren-coureurs is het seizoen daarentegen als een nachtkaars uitgegaan.

09 oktober 2010

Afgang in Amsterdam

BSG verliest van kleine zusje

Hoe kon dit gebeuren? Na de eclatante overwinning op Utrecht 2 leek het duidelijk dat BSG in een hoog tempo zou doorstoten naar de meesterklasse. Nog geen twee weken later ziet de wereld er voor ons heel anders uit: zelfs het tamelijk zwakke SOPSWEPS was te sterk voor het kampioensteam.

Het seizoen 2007-2008 was voor BSG 1 een ongekend mooi seizoen. Alle duels werden (met het nodige geluk) gewonnen, waardoor we een jaartje in de meesterklasse speelden. Daar bleken we qua niveau nog erg veel tekort te komen, maar met een jaar meesterklasse-ervaring zouden we toch weer verder moeten kunnen gaan waar we gebleven waren. Fout gedacht. BSG speelde vorig jaar zeer wisselvallig. Zwakke ploegen als Utrecht 2 (8½-1½) en AAS (8-2) werden met grote cijfers opgerold, evenals een middenmoter als Philidor (6½-3½), maar we liepen ook tegen de raarste teams averij op. Met zes verliespunten bleven we een jaartje zitten, om dit seizoen weer in de eerste klasse te kunnen schitteren met een fraai team: als versterking was Robert Ris gehaald. Alle ingrediënten voor een superseizoen leken in huis te zijn gehaald, maar al na twee wedstrijden hebben onze titelaspiraties een gevoelige knauw opgelopen.

Het was niet zomaar een wedstrijd, gisteren. BSG speelde uit tegen SOPSWEPS, een team dat uit BSG is ontstaan. Het verhaal was volgens mij als volgt: een aantal (toen nog jonge) BSG'ers wilde in één team spelen, maar vanwege de grote diversiteit in speelsterkte tussen deze spelers werden ze in verschillende teams ingedeeld. Toen gingen ze maar voor zichzelf beginnen. Dat was op 29 februari 1992. Het nomadenteam doolde jarenlang door de KNSB-competitie. In 2006 speelden ze in het Denksportcentrum een thuiswedstrijd (!) tegen BSG. De "Soppers" hadden enorm naar de wedstrijd uitgekeken, maar uiteindelijk kregen ze met grote cijfers op hun donder.

Inmiddels speelt SOPSWEPS in de eerste klasse en heeft het een eigen clubgebouw, zoals elke andere club. Nou ja, clubgebouw, het is niet meer dan een donkere kroeg in het hartje van Amsterdam. Tussen al die dronkenlappen verwacht je natuurlijk geen serieuze sport als schaken en misschien was dat de verklaring voor het zwakke spel dat de BSG'ers tentoonspreidden.

Kroegschaak, het is een typische discipline voor de serieuze schaker. Begin 2005 vocht BSG 2 in de promotieklasse voor promotie. In Utrecht moest de horde De Rode Loper genomen worden en dat lukte met opvallend gemak: het werd 5½-2½ in Bussums voordeel. Teamleider Remmelt Otten deed uitgebreid verslag van de wedstrijd (waar ik niet bij was) en de ervaringen van het spelen in een aparte omgeving. Otten besluit de inleiding van zijn verhaal met: "We hebben de kroegschakers verslagen, maar het ging moeizamer dan gezond is voor een team met de ambitie om volgend jaar derde klasse KNSB te spelen." (Kontakt, maart 2005). Hij kon zich toen nog niet voorstellen hoezeer hij ernaast zou zitten…

De dag begon nog mooi. Het was prachtig weer, er was geen wolkje te zien. Echter, het eerste wolkje aan de schaakhemel was al wel te zien: SOPSWEPS stond namelijk al op voorsprong door de vooruitgespeelde partij Bottema - Ris. De wedstrijd werd donderdagavond gespeeld vanwege verplichtingen van Robert in de Bundesliga. Van wat ik van de partij heb gezien concludeer ik dat Ris met zwart goed stond na een weinig ambitieus opgezette partij van de witspeler, maar dat hij toen een roekeloze zet deed die, in combinatie met wat stellingsgeluk voor de tegenstander, ineens de bordjes deed verhangen. Het was een flinke domper dat onze stabielste speler al voordat de wedstrijd echt van start was gegaan was uitgeschakeld.

Maar goed, er waren nog negen borden over. Het zou allemaal nog goed kunnen komen met BSG, dat ook al Berelowitsch moest missen vanwege diezelfde Bundesliga. Gelukkig bleek SOPSWEPS Peek en Webbink te missen. BSG speelde in de normale opstelling en dat zag ik wel zitten: Large zou die Riemersma een vervelend middagje bezorgen, net als Leon dat zou doen bij "overloper" Emile. Bleek SOPSWEPS ineens in een tactische opstelling te spelen: aan de hoogste borden werden hun kneuzen opgesteld, terwijl hun sterke spelers aan de lage borden hadden plaatsgenomen. Bleek ik ineens tegen Johan Booij (2214) te spelen…

Er stonden nog negen borden in de zaal: bord 1 en 3 t/m 6 zaten aan het raam, bord 7 t/m 10 stonden meer in de gang daarvoor. Aan bord 1 speelde Large tegen een knuppel. Frans Borm speelde aan bord 3 tegen Eddy Sibbing en Leon speelde tegen Gert Pijl, de man met het laagste rating-lengtequotiënt in de zaal. Aan bord 5 zat FM Henk tegen een andere knuppel en op bord 6 kreeg Ewood tot zijn schrik Li Riemersma tegenover zich. Aan de onderste borden was de thuisploeg wat sterker. Ieder halfje wat we daar scoorden was meegenomen, hoewel het ratingverschil nou ook weer niet heel erg in ons nadeel was.

Zelf kreeg ik het Schots tegen me. Het was zo'n variantje in het Schots gambiet waarin wit 5.e5 doet. Op internet krijg ik dat soms tegen me en het valt me dan op hoe lastig het nog te spelen is met zwart. En dat terwijl het er leuk uitziet: zwart krijgt een mooi pionnenblokje in het centrum, waar twee lopers zich achter verschuilen. Hoewel het allemaal nog theorie was, had ik het gevoel dat er iets moois aan zat te komen. Effe hun tactische opstelling verkloten door te winnen aan bord 10, dat zou toch gaaf zijn.

Helaas was er verder weinig om blij over te zijn. Het ene wolkje aan de schaakhemel was uitgegroeid tot een hele pluk laaghangende bewolking. Op de borden waar we een elo-overschot hadden was het allerminst duidelijk, op de borden waar we ratingtechnisch in het nadeel waren, leek het al gauw mis te gaan.

Grappig vond ik dat Leon Pliester het Tweepaardenspel van stal haalde tegen Gert Pijl. Die opening had ik nog een beetje voorbereid, mocht ik tegen Gert Pijl spelen… In ieder geval pakte Leon vrij gauw een puntje, maar dat werd weer weggestreept door de pijnlijke nederlaag die Ton tegen Emiglio leed. Wrang was het wel. In dienst voor BSG had Emiglio de laatste jaren vooral remises en nullen gescoord en uitgerekend tegen BSG won hij. Nou viel hem ook niet veel te verwijten: Ton dacht uren na en draaide bovendien op een cruciaal moment twee zetten om. Beter deed zijn naamgenoot het. Coen, die per se wilde invallen voor Berelowitsch, kwam goed uit de opening. Helaas was dat lange tijd ook het enige positieve nieuws in de partij. Zwart kroop steeds verder uit zijn schulp en nadat Coen een dame had gewonnen, leek de nederlaag (!) slechts een kwestie van tijd. Desondanks lukte het Coen op de een of andere manier om remise te maken.

Daarmee deed hij het beter dan de Coen-criticasters, want naast Ton liet ook Le zich niet van zijn beste kant zien. In een Philidor (!) liet hij zich met wit (!) al vroeg in de opening verrassen, waardoor hij al vanaf "zet vier" praktisch verloren stond en hij wist dat ook niet meer te herstellen. Beter deed Large het, maar overtuigend was het niet. Hij kreeg een Caro-Kann tegen zich, waarin zijn tegenstander de eerste negentien zetten uit zijn hoofd had geleerd. Voor de niet-kenners: zo lang zijn de hoofdvarianten in de Caro-Kann nou eenmaal. Kortom: weinig nieuws onder de zon. Large stond de hele partij misschien een fractie beter, maar zijn tegenstander kon de boel vrij gemakkelijk dichthouden. Gelukkig betaalde het niveauverschil zich uiteindelijk toch uit toen Large met een geniepig schijnoffer een stuk en de partij won.

Hoewel ik dacht goed te staan, viel dat toch wel tegen. Waarschijnlijk had ik wel wat beters dan de afwikkeling naar een dubbeltoreneindspel. Ik dacht vanwege de zwakke pionnen bij wit wel goed te staan, maar de slechte stand van mijn torens deed het ergste vrezen. Ik kon gelukkig een pion offeren om actief te worden en daar gaat het natuurlijk om in toreneindspelen. Voor m'n gevoel had ik met netjes naar remise gekeept. Op de 39e zet was de remise onvermijdelijk en bood ik maar remise aan. Mijn tegenstander had nog maar iets van tien seconden voor de laatste zet voor de tijdcontrole. Het leek me wel een fijn moment voor een remiseaanbod, omdat mijn tegenstander dan waarschijnlijk wat meer bereid was het meteen aan te nemen. Dat deed hij dan ook, waarna Bottema hem meteen uitfoeterde dat hij geen remise mocht aannemen met een pion meer en dat hij met "Tf7" had kunnen winnen. De twee heren liepen weg, waarna ik een beetje bedeesd achterbleef. Ik besloot de stukken maar weer in de beginstelling te zetten.

De stand was 4-3 in het voordeel voor de thuisploeg en de overwinning leek er steeds minder in te zitten. Ik voelde me ellendig. Ik had zo graag van SOPSWEPS willen winnen en ik had een beetje het gevoel dat ik door m'n team in de steek werd gelaten. Teamleider Bottema was zo veel fanatieker dan de BSG'ers, dat het niet leuk meer was. Sommige BSG'ers leken het haast leuk te vinden dat ze hadden verloren.

FM Henk bracht de stand nog wel in evenwicht door een rommelige partij te winnen. Het lot van de match was nu in handen van Frans Borm en Ewood. Om te winnen zou er een enorm wonder nodig zijn, zelfs een gelijkspel zat er niet in. Frans had na een matige partij een toreneindspel met een pion minder bereikt. Volgens mij had Sibbing risicoloos op winst kunnen spelen, maar Bottema kneep hem aan de zijlijn. Hij sommeerde Sibbing remise te nemen, omdat Riemersma ging winnen. Na de tijdcontrole dacht Ewood nog heel lang na, zonder een oplossing te vinden voor zijn stellingsprobleem. Zonder nog een zet te spelen gaf hij zich onvoorwaardelijk over. BSG had zodoende verloren van SOPSWEPS. Een pijnlijke nederlaag.

We bleven nog een hele tijd in het café. Bijna alle partijen werden geanalyseerd. Le lachte de nederlaag weg door te zeggen dat het slechts een tweepuntenwedstrijd was, omdat SOPSWEPS niet voor het kampioenschap ging. Dat weet ik zo net nog niet. Bovendien zie ik dit BSG niet zomaar over onze concurrenten heenwalsen. Tegen het eind van de bijeenkomst werd mijn partij nog geshowd, waar mijn tegenstander op afkwam. Riemersma vond het eveneens nodig mijn tegenstander de les te lezen door te zeggen dat de opening niet deugde voor wit. Moet hij nodig zeggen… In ieder geval ging ik door de korte analyse enigszins voldaan weg uit het café. De "Soppers" waren dolblij. De drank had het gewonnen van het verstand.

Voorlopig kunnen we geen revanche nemen: de volgende wedstrijd is pas over zes weken. Kortom: het seizoen is net begonnen en er komt al meteen een soort herfststop. Hopelijk kan BSG die goed gebruiken om tegen Philidor weer te knallen.

Uitslagen

SOPSWEPS'29 [2141] – BSG [2259] 5½-4½
1. M Geelen [2038] – La Ootes [2356] 0-1
2. T Bottema [2170] – R Ris m [2420] 1-0
3. E Sibbing [2135] – F Borm m [2346] ½-½
4. G Pijl [1890] – L Pliester m [2355] 0-1
5. P van Onselen [1980] – H van der Poel f [2244] 0-1
6. L Riemersma m [2411] – E de Groote [2287] 1-0
7. M de Heer [2211] – Le Ootes [2121] 1-0
8. E Wüstefeld [2216] – T van der Heijden [2281] 1-0
9. F Smeele [2146] – C van der Heijden [2054] ½-½
10. J Booij [2214] – J de Groote [2128] ½-½