20 september 2016

Chaos in Delft

Bouwkunde, civiele techniek, luchtvaart- en ruimtevaarttechniek, nanobiology en werktuigbouwkunde: zomaar een greep uit de bachelorstudies die de Technische Universiteit Delft, de droomuniversiteit van iedere nerd, aanbiedt. Zachtere studies als communicatiewetenschappen worden alleen als masterstudie aangeboden. In de door de TU georganiseerde conferentie van afgelopen week viel dat gemis behoorlijk op. Het was een behoorlijke chaos.

Twee jaar geleden was ik al eens naar een conferentie geweest. Destijds moest ik helemaal naar Toulouse, nu was het iets dichter bij huis in Delft, wat overigens ook nog altijd twee en een half uur op en neer reizen was. Ditmaal was ik er om het vijfde door de European Association for Research in Transportation georganiseerde symposium (op een onnavolgbare manier afgekort als hEART) bij te wonen. Na Lausanne, Stockholm, Leeds en Denemarken aan te hebben gedaan, was nu dus Delft aan de beurt.

Woensdag

“A queue is just “Q” followed by four silent letters waiting in line.”

Ik kon gelukkig nog meereizen met Jamie, mijn collega op de universiteit. Haar Chinese naam is overigens Mei, wat je op z’n Engels uitspreekt (May). Sinds kort woont ze in Wageningen en moet ze elke dag een pokkeneind rijden. Toen ze net op de universiteit was vond ze het vaak lollig om de draak te steken met de geringe afmetingen van ons natte landje, maar door ons krakkemikkige openbaar vervoer lijken de afstanden tussen de steden weer drie keer zo groot. In ieder geval ontmoetten we elkaar op Utrecht Centraal, waar ik later dan gepland aankwam omdat mijn trein was uitgevallen. Vanaf Utrecht reisden we via Rotterdam naar Delft Zuid, waar we nog een kwartier in de brandende zon moesten lopen. Helaas liepen we daarna nog verkeerd. Omdat de conferentie nergens stond aangegeven, liepen we een beetje op de automatische piloot de campus op, om te ontdekken dat het daar helemaal niet was.

Plaats van handeling was Lijm en Cultuur, een stel gebouwen op een industrieterrein naast de campus. “Voor poeha, podia en tralala” was het motto van het culturele centrum, dat wat mij betreft net zo goed Tang en Varken of Vlag en Modderschuit had kunnen heten. Lijn en Cultuur had ik daarentegen wel gesnapt.

De locatie stond helaas slecht aangegeven, dus liepen we maar op goed geluk de broeikas binnen. Daar meldden we ons aan voor de conferentie. We kregen een naamkaartje mee en daarna liepen we een donkere, gekoelde ruimte in, waar de welkomstspeech werd gegeven. Meteen nadat we binnenkwamen, was ‘ie echter alweer afgelopen.

Daarna was het alweer tijd voor de eerste presentaties. Ik behoorde tot een groep die geacht werd een posterpresentatie te houden. Dat had ik nooit eerder gedaan. De poster was pas een dag voor de presentatie afgedrukt. Dat zat zo: vanwege het grote formaat kon ‘ie pas na het weekend worden afgedrukt. Geen punt, maar toen ik er op maandag nog niks van had gehoord, begon ik het wel wat ongemakkelijk te vinden. M’n ouders hadden nog wel een koker om het in te doen en dus toog ik vol goede moed naar Amsterdam. De poster was inderdaad uitgeprint en dus kon ik het bij de REPRO in de kelder van de universiteit ophalen. Helaas was de poster in A2-formaat afgedrukt en dat vond ik wat klein. Gelukkig kon de grotere poster worden afgedrukt terwijl ik stond te wachten. Daarbij kon ik nog meeluisteren naar een wonderbaarlijke dialoog tussen een gast die een verkeerd pdf-bestand had opgestuurd en de vriendelijke medewerker, die met hem meevoelde, maar natuurlijk niet kosteloos een nieuw document voor hem kon laten printen. Nadat ik de poster had opgehaald, printte ik ook maar meteen het treinkaartje voor de schaakwedstrijd tegen Caïssa uit. Een eigen printer hebben, heeft soms zo zijn voordelen. In ieder geval moet ik er als een halve terrorist hebben uitgezien met die raketwerper waarmee ik het halve land doorreisde. Op de weg naar huis wilde ook niemand bij me in de buurt komen, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het zonder nepwapen weinig anders is.

Ik kwam er in de broeikas al snel achter dat ik daar werd geacht mijn presentatie te geven. Alle ruimtes hadden namen gekregen en de posterpresentaties stonden bij de zaal “boiler”. Ik had wel een vermoeden welke ruimte dat zou zijn, ook omdat ik anderen al hun posters zag ophangen, dus rolde ik de mijne ook maar uit. Met behulp van dubbelzijdig tape kon ik ‘m aan een wand vastplakken. Echt veel belangstelling was er niet voor mijn poster en ik zag het ook niet zo zitten om nog anderhalf uur m’n overhemd onder te zweten in de broeikas, dus ging ik maar met Jamie mee naar de presentaties die in de zaal “chaos” werden gegeven.

Plattegrond van Lijm en Cultuur. Afbeelding: Lijm en Cultuur.

De zaal lijkt een soort boerderij te zijn. De achterkant van de zaal is open. Mensen zitten at random verspreid door de zaal. Jamie en ik zitten aan de zijkant van de zaal, op een soort dierenvellen. De zon schijnt fel door de ramen en achter ons staat een infraroodlamp te gloeien. De luidspreker blokkeert Jamie d’r zicht, dus gaan we maar naar de klapstoeltjes. Het verhaal van de Deense spreker kan me niet zo boeien. Desondanks vermaak ik me wel.

De tweede spreker is een Italiaan. Hij heeft de titel en het aantal slides als voettekst aangebracht, wat voor de luisteraars prettig is. Hij noemt een hele sloot literatuur op. Zijn onderzoek gaat over de route tussen Rome en Milaan. Tja, alle wegen leiden naar Rome… Opmerkelijk genoeg legt in het land van Ferrari en Lamborghini slechts 1,7 procent van de respondenten het traject per auto af.

Daarna is er een presentatie over de e-bike. Naast me is Jamie in slaap gevallen. Opmerkelijk genoeg revancheert ze zich even later alweer door ineens een vraag te stellen. Volgens het onderzoek heeft de e-bike vooral invloed op het aantal fietstochten, maar niet zozeer op het autogebruik.

Na de derde presentatie is de eerste parallelsessie afgelopen. Voor de pauze is er een centrale sessie in de “centrale”, de donkere, gekoelde ruimte waar ook de welkomstspeech gegeven werd. Een kale man geeft het woord aan Harry Timmermans, een dikkige, treurig kijkende man die steeds met “herrie” wordt aangeduid. “Herrie” is een moeizame prater met een gedempte stem. Zelfs met microfoon is hij amper te verstaan en tot overmaat van ramp is de gele tekst op de grijze achtergrond amper te lezen. Hij loopt heen en weer op het podium, kijkt voor zich uit op de grond en lijkt verzonken in zijn gedachten. Een vreemde keus van de organisatie om hem voor zo’n gewichtige sessie op te laten draven.

Naast me plant Jamie alvast de terugreis. Ze wil nog wel de barbecue meemaken vanwege het gratis eten. Zo ken ik haar weer. Naast haar zit een Chinees die wel wat wegheeft van haar broer. Zou hij het echt zijn? Waarom was hij dan niet met ons meegegaan? En waarom draagt hij roze sokken? Jamie is niet zo gecharmeerd door de vergelijking. “My brother is much more handsome”, zegt ze.

De minuten tikken langzaam weg. De grote wijzer gaat heel langzaam richting de twaalf. Ik verwacht dat iedereen na afloop aan de wedstrijd “wie als laatste buiten is, is een rot ei” mee gaat doen. Xinying (“Sjienjieng”, maar dan heel snel uitgesproken), mijn andere collega, is er nog niet. Zou ze het college bewust hebben laten schieten? Ik ben jaloers. Om 2 over 1 is het dan eindelijk afgelopen. Er is nog ruimte voor een vraag. Het blijft stil vanuit het publiek, dus stelt de sessieleider maar een vraag. Hij is waarschijnlijk de enige die enigszins weet waar de presentatie over ging.

Na de pauze ga ik naar de zaal “chemie”, die uiteindelijk “experiment” blijkt te heten. Het is een akelige locatie, direct naast de betonfabriek waar de vrachtwagens af en aan rijden, en binnen is het tyfusheet. De eerste spreker is Niek Mouter, een kalende gast die vertelt dat hij eerder die dag al op de radio werd geïnterviewd over zijn onderzoek. Het gaat over de waarde van een mensenleven ten opzichte van de waarde van reistijd. Zo zou de waarde in een netwerk 3 minuten per dode zijn en op een individuele route 17. Een schokkend verschil? Denk het niet. Lijkt me iets met appels en peren.

Bij de tweede presentatie knijp ik er even tussenuit om een plasje te doen. De spreker had namelijk al aangegeven dat hij het niet erg vond als mensen de zaal verlieten vanwege de hitte. Opnieuw gaat het over de waarde van reistijd. Dit onderzoek gaat echter over het maken van realistische enquêtes. Het licht valt wat vervelend op het scherm en de aspectratio van de presentatie is anders dan die van het scherm.

Tot slot zijn er twee Italianen aan het woord. De eerste heeft het over de high-speed rail in Italië, een land dat ervaring heeft met het maken van treinen, en spreekt met een dik accent.

De vierde spreker, een dame, spreekt wel goed Engels en heeft een best interessant onderzoek. Ze heeft er in ieder geval een hoop werk in gestoken door zelfs de kosten van busreizen na te rekenen. Ook heeft ze weerdata toegevoegd. Ze weet alleen niet goed welk van de twaalf modellen nou het beste is. In ieder geval is de conclusie dat de waarde van tijd voor busreizigers de helft is van die van automobilisten (7 om 15 euro per uur). In het openbaar vervoer moet je inderdaad geduld hebben.

Ik ga naar “chaos” voor de laatste drie praatjes van de dag. Onderwerp van de sessie is parkeerproblematiek, dus kon ik moeilijk wegblijven. De eerste spreker is Peter van der Waerden, die in het schema abusievelijk als Petrus werd aangeduid. Hij heeft het over de maximale afstand die mensen willen lopen van hun parkeerplek en het parkeertarief. Hij is een echte Brabander en hij vertelt het best leuk, maar echt hoogstaand is het onderzoek ook weer niet. Hij trekt zijn conclusies op basis van slechts 400 enquêtes. Mensen zijn minder bereid te betalen als ze verder moeten lopen. Opmerkelijk genoeg zijn de mensen in de stad zelf minder bereid te betalen.

De tweede spreker is een Engelsman die het onderzoek presenteert van hem en een aantal Zweden, die anders waarschijnlijk gesmolten waren in de hitte. Ook handig: eindelijk weer iemand die goed Engels kan. Alleen is dat weer lastiger voor het uitspreken van die Zweedse plaatsen. Het is erg druk in de zaal. Kennelijk vonden de meesten de verhandelingen over verkeersstromen in een parallelsessie te moeilijk.

Als laatste mag de groepsleidster zelf over e-shopping. Getooid in een jurk met stoere bergschoenen eronder houdt ze een saaie verhandeling over clusters. Er zijn weer niet echt resultaten. Ik begin hoofdpijn te krijgen. Ook ben ik doof aan een oor door een afgrijselijke gil van de microfoon. Op naar de barbecue.

Er blijkt in het rooster een uur te zitten tussen de laatste presentaties en de barbecue. Jamie is alweer naar huis gegaan. Ik ga al snel met Xinying en wat vrienden van haar naar de barbecue. We krijgen de campus nog te zien en ruim op tijd komen we aan. Langzaam stroomt de botanische tuin vol en al gauw staat iedereen in de rij te wachten, net als de laatste vier letters in het woordje “queue”. En ere wie ere toekomt: het vlees was echt geweldig.

Nadat ik m’n buikje rond had gegeten en buikpijn had gekregen, ging ik met social butterfly Xinying weer naar huis. We konden het station redelijk eenvoudig vinden, waarna we elkaar nog een tijdje gezelschap konden houden in de trein.

Donderdag

“There is so many YouTube videos that lead with a whole bunch of crap that nobody wants to watch before they get something interesting.”

Derek Muller in How to start a YouTube channel.

Het drukke schema begon al zijn tol te eisen, want ik voelde er weinig voor om weer om kwart over 6 op te staan, dus liet ik de ochtendsessies schieten. Jamie, die niet in de spits kon reizen, had eveneens weinig trek om voor dag en dauw op pad te gaan. We ontmoeten elkaar weer op Utrecht Centraal en ditmaal ben ik wel op tijd. We komen aan tijdens de pauze. Ik ga naar “centrale”, waar het wel enigszins uit te houden is. En verkeersstromen klinken me ook wel interessant in de oren. Ik zit aan de achterkant van de zaal op de bank. Naast me op tafel staan nog een paar borden van de lunch. Stelletje viespeuken…

De sessieleider steekt van wal en presenteert eerst zijn eigen werk over reistijdbetrouwbaarheid. Hij laat een traject zien van Hoorn tot ergens in Zuid-Limburg. Hij heeft het traject in vier sectoren opgeknipt en van alle trajecten weet hij hoe gevoelig ze zijn voor verstoringen. Daardoor kan hij de totale reistijd op het traject voorspellen. Volgens zijn onderzoek zijn de baten van betere betrouwbaarheid doorgaans hoger dan de vuistregel die men nu hanteert. Interessant.

Daarna gaat hij verder met een presentatie van een collega op de VU. Ze kan er echter niet bij zijn, dus presenteert de bijna kale kerel, die coauteur van het paper was, zonder morren het tweede onderzoek. Het onderwerp is bijna hetzelfde. Ditmaal worden de verwachte aankomsttijden van personen gesimuleerd die vaak moeten overstappen. Door variatie in de vertrektijden kunnen ze hun aansluitingen missen, waardoor ze veel later dan gepland kunnen arriveren. De data is overigens verzameld in Linz, een plaats in Oostenrijk. Als je de kaart op z’n kop houdt, ligt het rechts van Wenen.

Daarna is het uit met de pret en komt de zwaardere kost. Een gast die echt niet kan articuleren neemt het woord. Al gauw verzandt een interessant onderwerp in een nauwelijks verstaanbare preek. Opmerkelijk genoeg is Mogens Fosgerau, een expert op het gebied van verkeersmodellen, er niet bij. Hij ging namelijk het “lab” in. Misschien was hij bang dat Jos zijn model af kwam kraken, maar de krullenbol had de hele conferentie maar laten schieten. Ondertussen verschijnen veel symbolen uit de verzamelingenleer op het scherm en blijft het maar aannames regenen. Opeens is de presentatie afgelopen. De microfoon zoemt weer als iemand ‘m misbruikt. Er wordt een vraag gesteld over de wiskunde waar niemand op zit te wachten.

Als laatste is “de broer van Jamie” aan de beurt. De jongen met bril, snor en sik, die net was gekomen, gaat weer en de “handsome guy” (volgens Xinying) neemt zijn plek in. “Chaoz”, die licht kalend is, steekt van wal. Hij heeft een snellere oplosmethode voor een netwerk gevonden. Na afloop stelt iemand een vraag. Er komt een heel verhaal. “Did that answer your question?”

Ik moest ineens denken aan een keer op een datingsite. Ik stelde me voorzichtig voor, waarna ik ging pochen met mijn baan als aio/promovendus. Kreeg ik prompt de lollig bedoelde vraag: “Aio’s, dat zijn toch van die saaie mensen?” Een lekkere binnenkomer en daardoor was de lol er al gauw af. Maar misschien had die taart nog wel gelijk ook. Damn.

Het is tijd voor een korte pauze. Ik zie iedereen in het stookhok met een raket lopen, maar ik heb geen idee waar ze worden verstrekt. Uiteindelijk kom ik erachter dat ze bij de deur worden uitgedeeld. Omdat ik van de andere kant kwam, had ik dat natuurlijk niet gezien. Ik liet me het limonade-ijsje redelijk smaken, waarna ik heel voorzichtig om het stokje heen at. Want dat ruwe hout, dat geeft mij ongeveer hetzelfde gevoel als wat normale mensen krijgen als iemand met z’n nagels over een schoolbord gaat.

Ik besluit maar weer naar “experiment” te gaan. Het is gelukkig lang niet zo zonnig meer en dus is de hitte nog wel enigszins te overleven. Volgens het schema zullen er weer drie presentaties worden gegeven in de zaal met de langspeelplaten aan de muur. De sessieleider is er niet, dus begint het Brabantse mannetje maar. Hij staat voor het podium, bijna in het publiek. Hij vertelt over snelwegverlichting. Volgens zijn onderzoek zijn ledlampen de beste keus.

Tijdens de tweede presentatie doet iemand het raam aan de fabriekszijde van de zaal open. Net op dat moment komt het vrachtverkeer weer op gang. Vanwege een technisch probleem valt de presentatie even stil, waardoor ik het raam maar weer dicht probeer te trekken. De presentatie gaat over credits om autogebruik te ontmoedigen. Dat lijkt in de praktijk in ieder geval te werken.

Doordat iemand zijn snor had gedrukt, was de sessie alweer afgelopen. Ik liep maar de “centrale” binnen om af te koelen. De spreker praat vooral tegen het scherm op het podium en houdt een oninteressant verhaal. Op zulke momenten mis ik een Mathieu of een Jan Willem wel, twee oud-studiegenoten die niet op hun mondje gevallen waren. Ooit, met een presentatie voor het vak wetenschapsfilosofie, zaten Rolex en ik in het groepje met Jan Willem. Wij deden het schrijfwerk en dan zou hij de presentatie doen. Hij deed het met verve en hij raffelde in sneltreinvaart alle onderwerpen af. Na afloop was Rolex echter een beetje ontstemd dat het inhoudelijk wat magertjes was. Ik had echter met volle teugen genoten en met mij waarschijnlijk de hele zaal. Dat is ook wat waard.

Jammer genoeg zijn er op dit soort conferenties maar verrassend weinig clowns. Een beetje leven in de brouwerij zou geen kwaad kunnen. Maar misschien hebben de sprekers wel te veel taken en opdrachten meegekregen, waardoor ze plichtmatig hun riedeltje afwerken in plaats van dat ze lekker gaan improviseren. Dat gezegd hebbende: de standaardmanier van presentaties opbouwen is gewoon saai. Eerst komen de theoretische verhandelingen en in het beste geval komen pas veel later de resultaten en conclusies. Natuurlijk zijn de presentaties geen YouTube-filmpjes waarbij (het vaak lager opgeleide publiek) onmiddellijk af kan haken, maar toch denk ik dat men heel veel kan leren van Derek Muller en zijn fantastische Veritasium-kanaal.

De presentatie is plotseling voorbij. De lichten gaan aan. Op naar de boottocht! We lopen naar het kanaal, waar twee boten worden volgepropt. We krijgen wat te horen over de geschiedenis van Delft. Uiteindelijk meert de boot aan bij de grote kerk, waar het avonddiner zal plaatsvinden.

We worden welkom geheten door een paar Rembrandt-klonen. Eentje spreekt in zijn beste Engels ons groepje aan. Hij komt aanzetten met een tekening van sperma onder de microscoop en doet alsof het heel interessant is. Hij stinkt een uur in de wind en dus gaan we gauw bij hem weg. Daar komen we Pablo, die eruitziet als zwarte piet, tegen. Hij is schilder en probeert ook contact te zoeken. Vandaag maar even niet, besluit ik.

Opeens worden er kommetjes met een sterk ruikende okerkleurige suspensie uitgedeeld. Ik val nog net niet flauw van de geur en sla nogal onbeleefd af. De rest doet alsof het eetbaar of drinkbaar is, waarna we gauw aan tafel gaan. Het voorgerecht blijkt een vis te zijn, maar gelukkig is er ook nog een alternatief: hamstervoer met champignons. Kiezen tussen twee kwaden! Gelukkig kunnen ze het hamstervoer ook zonder champignons leveren. Een hele geruststelling.

Ondertussen plant Jamie alweer de terugreis. Als we de trein van kwart voor halen, dan is ze binnen twee uur thuis. Anders duurt het significant langer. We wachten geduldig op het hoofdgerecht als ineens de Rembrandt-klonen een koddig toneelstukje gaan opvoeren. Ik zit achteraan en versta er niet veel van. In hun steenkolenengels gaan ze elkaar verbaal te lijf. De ene figuur moet Piet Hein voorstellen, van de andere ben ik de naam alweer vergeten. Hij gelukkig ook, want toen Duco (een collega die begin dit jaar van de VU naar de TU is gegaan) hem vroeg “Then, who are you?”, stond hij even met een bek vol tanden.

Het hoofdgerecht wordt uiteindelijk ook geserveerd. Wij krijgen natuurlijk als laatsten. We schrokken de lappen vlees gauw naar binnen en gingen er als een haas vandoor. Het treinverkeer was weer een soepzooitje, maar gelukkig konden we een vertraagde trein pakken, zodat we volgens dienstregeling aankwamen.

Vrijdag

“The music is nice, but maybe a bit distracting.”

Robert Malina, spreker op hEART.

Op vrijdag had iedereen van mijn kennissenkring zijn of haar presentatie. De meesten moesten ’s ochtends al presenteren. Jamie hoefde pas in de middag en ze benutte die luxe door in de trein nog aan haar presentatie te werken. Tot haar schrik ontdekte ze dat ze haar muis kwijt was. Met zo’n touchpad gaat het toch lastiger, maar ze zal wel meer hebben gebaald van die twee tientjes die een nieuwe kost. In ieder geval moest ze nog een laatste slide maken, waarna ik de presentatie te zien kreeg. Ik stelde maar de gebruikelijke vragen naar de uitkomsten en de betekenis ervan. De antwoorden waren niet echt bevredigend, maar ze kon er natuurlijk ook niet heel veel meer aan veranderen.

De presentatie vond plaats in de ruimte die “studio” werd genoemd. Inderdaad had het zolderkamertje wel wat weg van een studio. Ergens beneden schalt onder anderen Robbie Williams uit de luidsprekers. Een hele bak herrie vult de zaal. Iemand doet de rechterdeur maar dicht. Ik wacht koppig totdat iemand de linkerdeur ook dichtdoet.

Robert Malina is de eerste spreker en hij houdt een presentatie die qua niveau al het andere ver ontstijgt. De presentatie ziet er puik uit. De spreker legt alles ook geduldig uit. Hij heeft het over de luchtvaartsector. Het gaat over de subsidies en de baten die de landen indirect uit de subsidies krijgen. Hoewel het natrekken van alle subsidies niet eenvoudig is, stelt hij dat er in Europa weinig verschillen zijn tussen de grootte van de subsidies. De baten verschillen daarentegen enorm per land. Interessant.

Daarna komt een vriendin van Xinying aan het woord. Ze laat op de eerste slide een arm zien, waarna een oudere man geërgerd wegloopt. Wel komen er vijf mensen voor hem terug. De presentatie gaat over het snoeien van een netwerk, maar wat het uiteindelijke nut ervan is, wordt niet zo duidelijk.

Vervolgens is Jamie aan de beurt. Ze is enthousiast en energiek als altijd met haar pretoogjes. Inhoudelijk heeft ze daarentegen niet zo heel veel te melden, daarvoor staat het onderzoek nog te veel in de kinderschoenen. Na afloop stelt het publiek ongeveer dezelfde vragen die ik in de trein al had gesteld.

Als laatste komt een Japanner aan het woord. Hij heeft een telefoon in zijn hand en daar praat hij veelvuldig tegen. Ik heb alleen de zijkant en achterkant van zijn hoofd gezien. Een veelbelovende sessie is als een nachtkaars uitgegaan.

In de pauze krijgen Duco en ik het verzoek om iemand voor de zogenaamde kletskous-award te nomineren, een prijs voor de beste spreker. Dat hebben we maar gedaan. Duco ging voor die gast die op de radio kwam en mijn keuzes zullen ook wel duidelijk zijn. Er viel verder niet zo veel te kiezen. Misschien moet er volgend jaar maar een prijs zijn voor de slechtste presentator.

Na de pauze zit ik weer in de “centrale” om iets te horen over data-driven car-follwing models. De twee dames die nu hun praatje moeten houden, komen sowieso niet voor de kletskous-award in aanmerking. De eerste spreekster trekt niet bepaald volle zalen: slechts 19 van de 200 zitplaatsen in de riante zaal zijn bezet. Ze gebruikt data uit 2002 die al in een onderzoek uit 2005 gebruikt zijn. Na een kwartier is de presentatie plotseling voorbij. Niemand heeft nog vragen. Alleen de ventilator maakt nog geluid.

We liggen zodoende een kwartier voor op schema. Halverwege de tweede presentatie komen Duco en Gerben binnen, niet wetende dat deze sessie nog slechter is dan de hunne. Het enige waar ik me over verwonder is dat de presentaties altijd in Brits-Engels geschreven zijn in plaats van het veel zakelijkere Amerikaans-Engels. Na ruim een half uur zit de presentatie erop en kan ik naar huis. Duco zet me af bij het station, waarna ik nog ruim twee uur in overvolle treinen (want spitsuur) zit voor ik weer thuis ben. Een ervaring rijker.

18 september 2016

Rosberg wint op zijn tandvlees en leidt weer

Het was lange tijd gruwelijk saai in Singapore. Zelfs van de gebruikelijke safetycarchaos was geen sprake. Desondanks werd het tegen het eind nog flink spannend. Rosberg won nipt voor Ricciardo en nam de leiding in het WK over van Luis, die slechts derde werd.

Het was een vreemd raceweekend, de Grand Prix van Singapore van vorig jaar. De Mercedes bakten er het hele weekend niks van en Fattle won de race voor Ricciardo en teamgenoot Räikkönen. Dit jaar had Mercedes het beter voor elkaar, al splitste Ricciardo de grijze bolides ditmaal. Rosberg pakte overtuigend de pole, terwijl Luis toch wel beduidend trager was. Hij was nog wel iets sneller dan Max, die vierde was op een circuit waar hij had gedacht om de pole mee te kunnen doen. Räikkönen was vijfde, voor de verrassend sterke Toro Rosso’s, terwijl Fattle vanwege een probleem als laatste moest starten.

Bij de start gaat het meteen al mis als Max vanwege een probleem met de koppeling weer niet goed van zijn plek komt. Hij wordt direct gepasseerd door oud-teamgenoot Science, die op zijn beurt wordt gepasseerd door Hülkenberg. De Duitser kan geen kant meer op en wordt door de Toro Rosso getorpedeerd, waarna zijn Force India met twee wielen minder achterstevoren op het circuit tot stilstand komt. De safetycar komt meteen de baan op.

In het gedrang hebben nog meer auto’s schade opgelopen. Bottas strompelt over de baan met een lekke band, terwijl Button schade heeft opgelopen aan zijn voorvleugel. Science rijdt met een beschadigd bargeboard rond en kort nadat de race wordt vrijgegeven, krijgt hij van de wedstrijdleiding de zwart-oranje vlag, een teken dat hij zijn auto snel moet laten repareren. Door zijn vroege stop kon hij achteraan bij Bottas en Button aansluiten. Later voegt Ericsson zich bij het groepje. Met zijn vieren zitten ze Ocons Manor op te jagen. Inhalen is een heel ander verhaal en dus worden ze op grote achterstand gereden.

Dat merkt Max wel, die na zijn verprutste start achter Kwjat ligt. De Rus rijdt voor het eerst sinds zijn degradatie naar het B-team van Red Bull een puike race. Hij weet Max netjes achter zich te houden. De Belgische Nederlander krijgt al gauw bandenproblemen, zodat hij de aansluiting met de Toro Rosso verliest en maar nieuwe banden haalt. Het werpt hem flink terug in de stand, want na zijn stop moet hij zich nog langs zijn Formule 3-rivaal werken en daarna is de andere Manor, die van Wehrlein, aan de beurt.

De top 3 in de race is nog dezelfde als in de kwalificatie. Rosberg slaat langzaam een gat naar Ricciardo, die op zijn beurt wegloopt bij Luis. De op de vierde plek rijdende Räikkönen kan dat tempo amper bijbenen. De rest van het veld, aangevoerd door Alonso, doet amper meer mee. De stand blijft ongewijzigd bij de pitstops, maar na de bandenwissels loopt Räikkönen ineens in op Luis. De Fin is naar de rode superzachte band overgeschakeld, terwijl Luis de gele zachte band onder zijn Mercedes heeft laten schroeven. Räikkönen rijdt het gat langzaam dicht en komt tot in de DRS-zone. Als Luis een fout maakt, is hij er dan ook echt voorbij. Ferrari haalt Räikkönen meteen naar de pits. Als Luis een ronde later stopt, is hij alleen nog maar verder achteropgeraakt.

Luis geeft niet op en hij rijdt het gat naar de Ferrari weer langzaam dicht. Op de gele banden is de rode bolide lang zo snel niet. Als Luis het gat bijna weer heeft dichtgereden, haalt Mercedes hem voor de laatste keer naar de pits. Het werkt perfect, want als Räikkönen een ronde later stopt, komt hij weer achter de Mercedes op de baan. Ferrari had zich, niet voor het eerst dit seizoen, tactisch in de luren laten leggen door Mercedes.

Mercedes sneed zichzelf echter ook nogal dom in de vingers door raceleider Rosberg niet op tijd naar de pits te halen. Ricciardo zat binnen vier seconden en pushte na zijn derde en laatste stop als een malle om Rosberg te kloppen. In zijn outlap ging de Australiër zo gigantisch snel dat het maar de vraag was of Rosberg de leiding zou behouden. Mercedes besloot hem daarom maar op zijn oude banden door te laten rijden.

In de eerste ronden na zijn stop kwam Ricciardo met een sneltreinvaart dichter bij aan Rosberg. Na een tijdje stabiliseerde het tot een vaartje van twee en een halve seconde per ronde. Ronden die een eeuwigheid lijken te duren voor Rosberg. Langzaam tikken de ronden af. Twintig seconden worden tien seconden, tien seconden worden vijf… Met nog twee ronden te gaan is het verschil teruggelopen tot drie seconden. In de verte doemt een groep achterblijvers op. Zou Rosberg het kunnen houden? Of ging Ricciardo er alsnog met de overwinning vandoor?

In de laatste ronde is het verschil nog twee seconden. Ricciardo’s superzachte banden hebben hun beste tijd echter wel weer gehad. Rosberg komt op zijn beurt maar niet voorbij Magnussens Renault. In de laatste bochten zit Ricciardo op Rosbergs staart, maar hij komt hem niet meer voorbij. Zodoende wint Rosberg, voor Ricciardo en Luis. Door de strategische onoplettendheid finisht Räikkönen twee seconden naast het podium. Betere zaken deed Ferrari met Fattle, die zich vanaf de laatste plek met een bekeken strategie nog naar de vijfde plek vocht. Op grote afstand finishte Max als zesde. De bijna 19-jarige Red Bull-coureur liep na zijn slechte start natuurlijk constant achter de feiten aan, maar heel hoopgevend was zijn racepace ook weer niet. Na drie setjes superzachte banden over de baan te hebben uitgesmeerd, kon hij in zijn laatste stint op de gele banden nog wat aan eerherstel doen door achtereenvolgens Pérez, Kwjat en de briljant rijdende Alonso op te vegen. Uiteindelijk finishte hij op driekwart minuut van Fattle en dat mag wel als een afgang worden bestempeld. Na Alonso, Pérez en Kwjat pakte Magnussen knap het laatste puntje.

Zodoende eindigde een weinig enerverende Grand Prix van Singapore met een nieuwe WK-leider. Na zijn mindere optredens in juli was hij alweer volledig afgeschreven, maar door zijn hattrick na de zomerstop doet Rosberg weer volledig mee. Over twee weken mag Luis in Maleisië een poging doen de leiding in de tussenstand te heroveren.

BSG scoort een dikke zeven tegen Caïssa

Terwijl de zomer pas twee dagen voorbij is, is de Nederlandse schaakcompetitie alweer begonnen. In Amsterdam botvierde BSG de frustratie van de terugkeer naar de eerste klasse op het eerste team van Caïssa, dat zonder al te veel problemen werd opgerold.

Het was een drukke dag in het Sint Ignatiusgymnasium, waar de eerste zes teams van Caïssa aan de competitie begonnen. Nadat de groepsfoto was genomen, de pianospeler was opgehouden en iedereen een sanitaire stop had gemaakt, werd er dan echt begonnen.

BSG trad aan met olympiadeganger Robin, maar zonder Ton, dus mocht het Apenhoofd weer eens opdraven (wat hem een trip naar Nijmegen bespaarde, maar daarover later meer). Bij Caïssa ontbraken oud-BSG’er Hans Ree en Michael Wunnink. Het betekende in ieder geval dat BSG op papier aan alle borden sterker was. Een overwinning lag in lijn der verwachting en die kwam er ook.

Aanvankelijk liep het nog niet echt naar wens. Zo bereikte Alexander aan bord 9 met wit geen drol in een Boedapesjt-gambiet. Tegenstander Rogier van Arkel had een prettig tijdsvoordeel en bood remise aan, wat gelaten werd geaccepteerd. FM Henk hield het met zwart op bord 8 ook bij een vrij korte remise tegen invaller Jack Blanchard.

Beter ging het op het middenveld, waar de Robben van Caïssa werden overlopen. Zo liet Frank Rob Bödicker alle hoeken van het bord zien, offerde Robert Kikkert zich leeg tegen Large en veegde Ewood Rob Witt in een positioneel partijtje van het bord.

Aan de hoogste borden kwam alleen Thomas tegen Alje Hovenga in de problemen. Hij zal zich wel ellendig hebben gevoeld dat hij een kwaliteit meer had, want het materiële surplus werd nooit een factor van betekenis. Remise dan maar. Datzelfde resultaat was er voor Robert tegen Arno Bezemer.

Doordat Robin Paul van der Sterren op het eerste bord langzaam dooddrukte, waren de punten al in de tas. Li maakte er vervolgens nog 2-7 van door een lang Caro-Kann-eindspel van Enrico Vroombout te winnen. Ging er dan nog iets goed voor de thuisploeg? Uiteindelijk wel. Na een lange partij met wisselende kansen won Marc Overeem van het Apenhoofd, zodat de eindstand op 3-7 werd bepaald.

Al met al was het een redelijk eenvoudige overwinning op een tegenstander waar zes en een half jaar geleden nog van verloren werd. Genoeg voor de koppositie was het niet: een paar kilometer zuidelijker won Zukertort met 8-2 van Max Euwe, terwijl Messemaker met dezelfde cijfers won in Susst.

Goed nieuws kwam er nog uit Nijmegen, waar BSG 2 ondanks twee invallers met 3-5 won van een eveneens verzwakt UVS 2. Daarmee revancheerde het tweede zich voor de knullige nederlaag van een half jaar geleden. In ieder geval won het eerste achttal van BSG weer eens een openingswedstrijd en dat was ook alweer een tijdje niet gebeurd.

Succes was er nog met de restaurantkeuze: de plaatselijke Argentijn was werkelijk waar een schot in de roos. De bediening bleef vrolijk, ondanks dat een niet nader te noemen IM ze minutenlang met een hete aardappel heen en weer liet lopen. De biefstukken waren perfect met een hoofdletter P en lieten zich goed smaken. Je zou er bijna eerste klasse voor blijven spelen…

Caïssa (2225) – BSG (2361) 3-7
1. P van der Sterren g (2430) – R van Kampen g (2633) 0-1
2. A Bezemer f (2314) – R Ris m (2419) ½-½
3. A Hovenga (2196) – T Willemze m (2409) ½-½
4. E Vroombout (2187) – L Riemersma m (2437) 0-1
5. R Bödicker (2126) – F Erwich f (2345) 0-1
6. R Kikkert (2241) – La Ootes m (2403) 0-1
7. R Witt f (2205) – E de Groote (2308) 0-1
8. J Blanchard (2195) – H van der Poel f (2198) ½-½
9. R van Arkel (2187) – A van Beek m (2243) ½-½
10. M Overeem f (2172) – J de Groote (2211) 1-0

09 september 2016

Niet zoals je verwacht

Het was de week van het groeten. Afgelopen woensdag stond er in de Metro een verhaal over waarom we mensen op straat tegenwoordig niet meer begroeten en vandaag liet dezelfde krant het verhaal van een Amsterdamse verkeersregelaar zien die dat wel deed en er een hoop positieve reacties op kreeg. Kleine moeite, groot gebaar.

Ik ben het ermee eens dat onze omgangsnormen tegenwoordig te wensen overlaten. Daarom besloot ik een aantal jaren geleden om op weg naar het station iedereen te groeten. Ik ben er maar mee gestopt, want ik kreeg toch nooit een reactie. Alleen een oudere mevrouw die altijd ’s ochtends haar hondje uitliet leek het wel te waarderen. Ik was weer eens te naïef. Ik dacht dat mensen het kleine beetje aandacht zouden waarderen, maar dat was niet zo. Mensen krijgen tegenwoordig al te veel aandacht. In het artikel van woensdag wordt dit nog eens pijnlijk duidelijk gemaakt door de volgende alinea:

"De 9-jarige Yens die iedereen bij een ijssalon begroet (…) ontvangt verbaasde, maar ook positief verraste blikken van zijn toehoorders. Van Leggelo [etiquettedeskundige] zou bij hem op de laatste wijze hebben gereageerd. "Maar als dit jongetje straks 45 jaar is en nog steeds hallo roept tegen jonge meisjes of oudere vrouwen, dan is dat raar. Mensen zijn tegenwoordig meer op hun hoede en zich bewust van wat er zich afspeelt in de maatschappij. Als een man een vrouw op straat zomaar begroet, dan denkt ze snel: wat wil hij van me? Terwijl hij er misschien niets mee bedoelt.""

Als een jongetje het doet, is het schattig, maar als het een lelijke man is, dan is de aardigheid er ineens wel vanaf. Dat is natuurlijk de kern van het probleem. Als kind kun je nog een beetje jezelf zijn, als volwassen man kun je tegenwoordig bijna geen goed meer doen. Zo erg is onze maatschappij tegenwoordig door angst verpest.

Tegenwoordig houd ik mijn kaken dus gewoon stijf op elkaar als ik mensen tegemoet loop. Zo heb ik me weer aan de heersende omgangsnormen aangepast. Sociale interacties zijn moeilijk en verlopen eigenlijk nooit zoals je van tevoren had verwacht. Voor berekende types zoals mijzelf is dat verdomd irritant.

Het inmiddels alweer een week geleden dat ik deze site aan een selecte vriendengroep heb onthuld. Ik kreeg een aantal mailtjes terug en een daarvan was van mijn vader, die me ’s ochtends mailde. Die middag werd ik onverwachts door m’n tante gebeld omdat m’n vader in het ziekenhuis lag. Hij bleek die nacht een hartaanval te hebben gehad, maar het duurde nog wel even voordat men daar achter was gekomen.

In het ziekenhuis ging het verbazingwekkend goed met hem. Hij zag er goed uit en maakte aan de lopende band grappen. Thuis bleef m’n moeder maar zelfverwijten maken terwijl we op Ewood wachtten. De krullenbol was halsoverkop uit Enschede vertrokken, maar rolde toen van het ene probleem in het andere, zodat hij alsnog pas in het begin van de avond aankwam.

Dat weekend kwamen we iedere dag in het ziekenhuis, waar m’n vader na vier nachtjes uit werd ontslagen. Het gaat weer goed met hem, maar de schrik zit er nog goed in. Hoe kon het uitgerekend hem overkomen? Als er iemand bewust bezig is met zijn gezondheid, dan is hij het wel. In ieder geval toont het aan dat dingen in het leven meestal niet lopen zoals je had verwacht. Er is weinig houvast in het leven en dus moeten we het maar doen met quotes zoals deze:

"It’s hard to make predictions, especially about the future."

06 september 2016

Meteen aan de bak

De interne competitie bij BSG is ook weer begonnen. Eind vorig seizoen werd er bij een extra ALV besloten om de competitieopzet volledig om te gooien. Zo werd er afscheid genomen van de play-offs en het  zogenaamde keizersysteem. Nu levert iedere overwinning gewoon 5 punten op en is degene die aan het eind van het seizoen de meeste punten heeft verzameld kampioen. De competitie is er zodoende dus veel doorzichtiger op geworden.

Ook nieuw is het kastensysteem. De sterkste spelers zitten in groep 1 en de zwakkere spelers in groep 2. De samenstelling van de groepen zal gedurende het seizoen nog wel wat veranderen door tussentijdse promoties en degradaties, maar in grote lijnen betekent het dat ik nu elke clubavond vol aan de bak moet en dat heb ik gemerkt. Voorheen kreeg ik in de eerste ronde(s) nog wel een makkie (al kan ik me ook nog een keer herinneren dat ik tegen wijlen Leon Pliester begon), nu speelde ik meteen tegen mijn angstgegner Ruben Hilhorst. Met zwart nog wel. Kennelijk vond Bert Arp het leuk om de hoogstgeplaatste spelers allemaal met zwart te laten spelen, want ook FM Henk en mijn makkers van het tweede speelden met die kleur. In de tweede groep was het niet anders. Het regende dus 0-1’tjes in het Denksportcentrum. De meeste partijen waren ook vrij gauw voorbij en dus verzamelde zich een steeds grotere menigte om mijn bord heen. Want spannend was het. Een moeilijk eindspel, vliegende tijdnood… Het publiek keek ademloos toe.

De partij wordt mede mogelijk gemaakt door TuxTown Chessgame-Replayer.

04 september 2016

Hamilton op zaterdag, Rosberg op zondag

Dankzij een overtuigende overwinning is Rosberg weer helemaal terug in het kampioenschap. Dankzij zijn eerste overwinning in Monza hijgt hij Luis, die tweede werd, weer in de nek. Het verschil is nog maar twee WK-punten.

Dominant. Vreselijk dominant. Dat was de treffende beschrijving van het optreden van de Mercedes in Italië. Op het hogesnelheidscircuit in Monza stond er geen maat op de grijze bolides en dat werd treffend geïllustreerd in de kwalificatie. Op de racebanden is Rosberg in Q2 een halve seconde sneller dan Fattle op kwalificatiebanden, terwijl Luis nog eens drie tienden sneller was. Met een halve seconde voorsprong op zijn teammaat zette de wereldkampioen zijn Mercedes in de beslissende sessie op pole. Op grote achterstand wisten de Ferrari’s de tweede startrij te bemachtigen. De zwak gemotoriseerde Red Bulls kwamen helemaal niet in het stuk voor en moesten nog na de Mercedes-aangedreven Williams van Bottas starten. Ricciardo versloeg Max nipt, maar kwam zelf ook maar een duizendste tekort op de vijfde plaats.

De start van de race is het enige moment dat de concurrentie nog iets tegen de enorme Mercedes-dominantie kan doen. Als de lichten doven, komt Luis slecht van zijn plek. Hij ziet Rosberg, de Ferrari’s, Bottas en Ricciardo voorbij floepen, waardoor hij zich aan het eind van de eerste ronde pas op de zesde plaats terugziet.

Terwijl Rosberg onbedreigd aan kop ligt, heeft Luis een stevige inhaalrace voor de boeg. Ricciardo heeft hij al snel te pakken en Bottas moet er even later ook aan geloven, maar de Ferrari’s zijn moeilijker te kloppen. Gelukkig voor Luis waren de rode bolides noodgedwongen op de rode superzachte band gestart. Als de banden grip beginnen te verliezen, duiken de Ferrari’s de pits in. Opmerkelijk genoeg komen ze eruit op een nieuw setje superzachte banden, wat betekende dat ze in ieder geval nog een keer moesten stoppen. De Mercedes waren op de gele zachte band gestart en schakelden na hun stop over op de witte medium band, zodat ze de race zonder verdere pitstops konden uitrijden. De Ferrari’s moeten nog een keer naar de pits en zijn gezien.

In de slotfase probeert Luis het gat naar Rosberg dicht te rijden. Hij weet het gat nog wel van 15 naar 10 seconden terug te brengen, maar het is te weinig om Rosberg echt te verontrusten. Als Luis nog een foutje maakt in de eerste chicane, houdt hij de achtervolging verder maar voor gezien.

Ver achter de Mercedes en Ferrari’s waren de Red Bulls met de Mercedes-klantenteams in gevecht. Ricciardo zat bijna de hele race klem achter Bottas. Pas in de slotfase kon hij de Fin voorbij. Max liep de hele race achter de feiten aan na weer een verprutste start. Na alle perikelen in België kon hij wel een rustige race gebruiken. In de slotfase stak hij Pérez brutaal voorbij, waardoor hij weer op zijn startplaats finishte. Pérez werd achtste, voor Massa, die in zijn laatste Italiaanse Grand Prix amper in het stuk voorkwam. Hülkenberg scoorde vrij anoniem het laatste puntje.

Buiten de punten eindigden de Hazen en McLarens. Grosjean finishte vanuit de achterhoede nog als elfde, voor Button en teamgenoot Gutiérrez. De Mexicaan ging knap als tiende van start en zal zich wel voor zijn kop hebben geslagen dat hij die goede prestatie bij de start meteen tenietdeed. Alonso viel gedurende de race steeds verder terug, maar smaakte na een late stop nog wel het genoegen de snelste raceronde te rijden. De Toro Rosso’s bakten er weer niks van. Science werd kleurloos vijftiende, aan Kwjats race kunnen maar beter geen woorden worden vuilgemaakt. Ericsson en Magnussen eindigden als zestiende en zeventiende en deden het daarmee beter dan hun teamgenootjes, die elkaar in de tweede ronde uit de race reden. Ocon werd in zijn tweede race voor Manor achttiende en laatste nadat zijn overigens sterk rijdende teamgenoot Wehrlein halverwege de race de strijd moest staken.

In ieder geval won Rosberg voor de tweede keer binnen acht dagen en daardoor hijgt hij Luis weer nadrukkelijk in de nek. Zo saai als de races zijn, zo spannend is het kampioenschap geworden. Over twee weken gaat het Formule 1-circus verder in Singapore, waar Ferrari vorig jaar oppermachtig was. Wordt de felle tweestrijd tussen de Mercedes-coureurs daar onderbroken, of walsen de grijze bolides daar ook over iedereen heen?

01 september 2016

Jespers weblog 2011-2016

Na vijf jaar Blogspot was ik wel weer eens toe aan iets nieuws. Het leek het me wel wat om een eigen site te hebben. Dat betekende ook dat ik mijn tweede weblog niet meer ging bijhouden, waardoor 'ie dusdanig in de vergetelheid raakte dat slechts enkele roekeloze internetsurfers 'm nog tegen het lijf liepen. Zo gaat dat met die dingen. Mijn site zag er in de begintijd overigens zo uit:

De site.