25 mei 2008

Jippie, regen!

Hamilton slaat terug in nat Monaco

Het wilde dit jaar nog niet echt lukken voor Lewis Hamilton. Na de zege in Australië maakte hij een fletse indruk en werd hij zelfs om de oren gereden door zijn teamgenootje Kovalainen. In Monaco moest alles maar weer goedkomen. De McLarens waren het hele weekend oppermachtig, maar in de kwalificatie waren de Ferrari’s opeens de snelsten.

Zo begon de Grand Prix van Monaco dus voor Hamilton. Vanaf een derde startplaats had hij zeker niet de beste kansen voor de overwinning, maar de listige omstandigheden konden hem natuurlijk in de kaart spelen. Het circuit was namelijk nat en dan krijg je een heel ander soort race dan wanneer het droog is.

In de opwarmronde krijgt Kovalainen echter een probleem en moet vanuit de pits starten en ziet zijn kansen op de zege fors afnemen. Hamilton verschalkt bij de start Räikkönen, waardoor zijn kansen op de zege juist toenemen. Die vreugde is echter van korte duur als Hamilton plotseling de muur in vliegt en geluk heeft dat de schade beperkt blijft tot een kapotte band. Het geluk van Hamilton is verder dat hij bijna bij de pits is en maar enkele plekken verliest.

Na Hamilton is het de beurt aan de volgende om zijn auto in de muur te rijden. Het is Fernando Alonso, ook niet de eerste de beste. Alonso verliest veel meer met zijn actie en raakt ver achterop. Er wordt besloten om verder te gaan met de echte regenband, die beter is dan de intermediates in echt natte omstandigheden. Het probleem voor Alonso was echter dat de baan opdroogde.

Achterin reed "rookie" Sebastien Bourdais achter de ervaren rot David Coulthard aan. Ze deden een beetje aan synchroonrijden: Bourdais volgde Coulthard als een schaduw. Dat ging een tijdje goed, totdat Coulthard van de baan spinde… Toen lagen er opeens twee bolides tegen de vangrail.

De wrakken werden al gauw opgetakeld, maar niet voordat de safetycar de baan op kwam rijden. Het veld kwam weer bij elkaar en Massa kon na de hervatting opnieuw proberen een voorsprong bij elkaar te rijden. Van Räikkönen had hij al gauw geen last meer: die kreeg een straf opgelegd omdat het team te lang zat te twijfelen welke banden onder de auto moesten. Het had dramatische gevolgen voor Räikkönen, zo zou later blijken.

Vooraan koesterde Massa een voorsprong van 4 seconden op Kubica. De Pool had het in de beginfase moeilijk gehad, maar was zich gedurende de race steeds beter gaan voelen. Massa’s "momentje" kwam in de zestiende ronde, toen hij in de eerste bocht rechtdoor schoot. Het is zo’n beetje de enige uitloopstrook van het circuit en Massa vervolgde zijn weg… als tweede.

Terwijl Kubica en later Massa later hun pitstop maakten, begon het circuit op te drogen. Pech voor degenen die met de full wets reden, zoals de Renaults. De banden hadden vreselijk te lijden op het droge asfalt. Alonso verloor al gauw een seconde of acht per ronde, maar misschien was het de moeite waard om door te rijden, als de voorspelde regen zou vallen. Dat gebeurde niet en Renault besloot om als een van de eersten over te schakelen op droogweerbanden. Die beslissing werd Piquet, toch al niet de meest begaafde rijder, fataal. Hij vloog rechtdoor in de eerste bocht en al remmend gleed hij de muur in.

Hamilton reed ondertussen vrolijk aan kop, ver voor Massa en Kubica. Räikkönen lag ver achter en ging nog een keer in de fout door zich te verremmen in de eerste bocht. Hij probeerde namelijk Mowk Webbah na zijn pitstop in te halen. Dat mislukte dus.

Achter in het veld waren de crashes niet van de lucht. De grote snelheidsverschillen zorgden tevens voor lange slierten van auto’s. King of spin was Timo Glock, die het presteerde om tweemaal schadeloos te spinnen. Eenmaal raakte hij de muur wel zachtjes, maar daarbij liep zijn bolide slechts lichte schade op.

Nico Rosberg was verantwoordelijk voor de zwaarste crash van de race. Hij reed veel te hard op het stuk voor de S-bocht en schreef zijn bolide af door eerst rechts de muur te raken, waarna de auto afketste en de linkerkant zwaar beschadigde. De safetycar kwam opnieuw de baan op, waardoor het veld weer dichter op elkaar kwam te zitten. De achterblijvers mochten nog een rondje inhalen, waardoor er nog een hectische slotfase op het programma stond.

In die slotfase werd Subtiel het lijdend voorwerp. De Duitser reed een sublieme race en reed op een gegeven moment een paar keer de snelste ronde. Terwijl hij op een vierde plek de tunnel uitraasde, verloor Räikkönen de macht over het stuur en klapte bovenop de Force India. Räikkönen liet zijn voorvleugel vervangen en finishte uiteindelijk nog als negende. Bij Subtiel was de schade iets groter en huilend stapte hij uit zijn bolide.

Zo waren er veel verliezers. Winnaar Hamilton kon natuurlijk niet anders dan tevreden zijn. Kubica was ook blij, maar Massa baalde als een stekker. Mowk Webbah en Sebastian Vettel reden elkaar een keer niet uit de race en finishten als vierde en vijfde. Rubens Barrichello scoorde met zijn zesde plaats voor het eerst in anderhalf jaar weer eens punten, Nakajima werd netjes zevende en Kovalainen scoorde na alle pech toch nog een puntje. Een puntje dat hij Räikkönen toch maar mooi ontnam.

20 mei 2008

Interne competitie ronde 28

Nieuwe speler voor BSG 2?

Na vijftig partijloze dagen toog ik maar weer naar het Denksportcentrum om een vrij nutteloos partijtje te gaan schaken. Het is een beetje een verloren seizoen geworden voor mij. Ik sta nogal vast op de negende plaats. Dan speel je inderdaad nergens meer om.

Terwijl die koperen ploert die avond nog fel scheen boven de westelijke horizon, fietste ik met een goed gevoel naar de bouwput en vervolgens naar het kerkje. De koters waren er nog en ze hadden hun fietsen weer eens voor de ingang gezet. Toen ik mijn fiets had gestald zag ik hoe Jarno zich liet afslachten door zo’n gastje. Het was vast een training. Ik moet zeggen dat het gastje de stelling met een pluspion goed uitspeelde.

Ik schreef me in, waarbij Rik Weidema me mededeelde dat ik toch echt was uitgeschakeld voor de beker. Ik zei toen iets dat het maar een suf toernooi vond of zo, wat hij beaamde. Hij zei dat hij er ook antireclame voor ging maken. 😛

Pas na een tijdje zag ik Le. Hij had zich ergens bij de bar verstopt. Grappig genoeg zag ik ook Robin Oscar & Monique. Kwam Robin Oscar dan eindelijk naar BSG? Nee, het betrof een partijtje tegen een clubgenoot. Ze moesten nog een ronde inhalen of zo.

Indeling

Toen het acht uur was geworden, las RW de indeling op. Le mocht tegen het loensreptiel, iets waar Le niet blij mee was. Zelf speelde ik tegen de oude Max Kuperus. Daar moest ik toch wel van kunnen winnen, maar je hebt nooit de garantie dat je een partij daadwerkelijk wint.

Voor de partij vroeg Max nog of ik nog in Utrecht studeerde en wat mijn rating was. Hij was van dat laatste wel onder de indruk. 😉 Misschien dat hij daarom besloot op de achtste zet een stuk te offeren voor twee pionnen. Objectief gezien stelde het weinig voor, al zag ik ook niet meteen hoe ik het zou moeten winnen als hij niks deed. Na zijn 19… g5? was het in ieder geval over:

J de Groote – M Kuperus, Interne competitie BSG ronde 28, 19-05 2008

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 g6 4.f3 Lg7 5.Le3 b6 6.Dd2 0-0 7.g4 e5 8.d5 Pxg4?! 9.fxg4 Dh4+ 10.Df2 Dxf2+ 11.Lxf2 Lxg4 12.Lh3 Lxh3 13.Pxh3 Zwart kan alleen tegenhouden. a6 14.Ke2 Pd7 15.Lh4 f6 16.Thg1 Tf7 17.a4 Lh6 18.a5 Tg7 19.axb6 g5? Mist een promotiecombinatie. 20.bxc7 Pc5 21.b4 Pb7 22.Txa6 Tc8 23.Pb5 Tgxc7 24.Pxc7 Txc7 25.Tc6 Td7 26.Pf2 Kf7 27.Pg4 Lf8 28.Tf1 gxh4 29.Pxf6 1-0

Dat was wel effe een hard partijtje. Niet heel moeilijk, maar wel overtuigend. Overtuigen deed verder alleen Edwin Baart. Hij had nog sneller dan ik van de meestal betrouwbare Bert Kieboom gewonnen. Het valt te hopen dat Edwin zich niet in het tweede gaat spelen op deze manier, want dan heeft het eerste geen teamleider meer.

Oorbel

Leon Pliester overtuigde geen moment in zijn zwartpartij tegen Le. Hij speelt sinds een tijdje op 1.e4 e5. Die opening ligt hem niet zo goed, vind ik. Positiespel is niet zijn cup of tea. Le schoof de IM steeds verder de vernieling in. Zo kreeg zwart een lelijke pion op d6, die door een toren op a6 gedekt werd. Later kwam zijn maatje ‘m helpen op e6. Met veel geduld kreeg Le het voor elkaar om een kwaliteit te veroveren. Maar even later gebeurde het…

Lennart Ootes – Leon Pliester

Met nog ongeveer zeven minuten op de klok voor ongeveer net zoveel zetten, deed Le het voor de hand liggende 1.Te2? Je weet hoe erg je moet uitkijken tegen zulke spelers! Leon deed 1…Pd3? en won na 2.Txe4 Pxf2+ 3.Lxf2 Txe4 4.Lxa7 Te2 de kwal terug. Wit staat nog steeds beter, maar de matdreigingen die Leon in de stelling vlocht, zorgden voor een pionnenrace, waarin wit een voorsprong had. Le had simpel kunnen winnen, maar meende iets beters te hebben, waarna het vrij snel remise werd. Wel jammer.

Maar om weer even terug te komen op de diagramstelling, waar ik zwarts 1…Pd3 beloonde met een vraagteken. Zwart had hetzelfde idee kunnen uitvoeren met 1…Pg4! Het verschil ligt hem in de desperado die wit na 1…Pd3 had kunnen doen: 2.Dxf6! Had het paard op g4 gestaan, dan had zwart met het paard kunnen terugslaan, nu verliest zwart na 2…Dxe2 3.Dd8+ Te8 4.Dxd3 zijn paard.

Ik moet zeggen dat Fritz deze truc zag. Ik vroeg me slechts af wat het verschil was tussen 1…Pd3 en 1…Pg4. Dat dus.

Omdat ik zo snel klaar was, had ik de hele avond de tijd om naar partijen te kijken en met mensen te kleppen. Was wel gezellig met Monique en EB. Later kwam ik Le tegen. Opeens viel m’n oog op zijn oorbel*. Le vertelde dat hij zo’n ding al sinds 2002/2003 wilde hebben, maar dat een gebrek aan daadkracht ervoor had gezorgd dat hij ‘m pas sinds afgelopen zaterdag had. Op dat moment was Leon nog in diep gepeins verzonken en kwam er nog een heel gesprek over.

Uitslagen

Robin Oscar speelde een lange partij tegen zijn teamgenoot, Wim van der Wijk, als ik het goed heb. Ondanks een solide openingsvoordeel, kreeg Robin Oscar het niet voor elkaar om zwarts stelling op te blazen. In het eindspel bleef er weinig materiaal over en ondanks de tijdnood van zwart werd het remise.

FM Henk deed betere zaken. Tegen Bert Balke speelde hij een scheve zijvariant, die eerder zwart kansen gaf. De stelling bleef echter tactisch en Henk wist daar wel raad mee. Het leek erop dat zwart kon afwikkelen naar een stelling met een dame (voor wit dus) tegen toren en loper. Dat leek me wel spannend. Gek genoeg zag ik dat wit even later nog gewoon een loper over had.

Ondertussen kan Coen de derde plaats amper meer ontlopen. Hij won van de zwak spelende De Ruiter, die een rare variant van het Frans speelde en al gauw dubieus kwam te staan. Daar ging onze laatste hoop… Maar ja, Coen kan wel beter schaken dan de meeste andere spelers hiero, anders had hij niet zo hoog gestaan.

Verder won Fliffer nog van Blindeman. Geen idee hoe, want wit stond best wel vorstelijk. Zelfs een achtste plaats is me niet gegund… 😦

Nog meer oorbellen

Tot slot nog meer Le. Hij wilde zijn oorbel* van dichtbij laten zien… en toen viel 'ie op de grond. Soms kunnen dingen ver weg stuiteren als ze op de grond vallen, zo weet ik uit ervaring. Zelfs op het tapijt was het kleine ding een paar meter van de plek des onheils weggestuiterd. Ik vond het ding al kruipend tussen alle troep op de grond. Had ik toch nog een goede daad verricht. Of niet? 😉

Daarna kwam Weidema nog vertellen dat hij geen internet had en dat de site van BSG daardoor zo "actueel" was. Ik vroeg hem nog effe (stout) of 'ie wat rekeningetjes niet had betaald, maar dat was niet zo. RW had alleen heel traag internet. Het was wel een grappige avond. 😉

Resultaten:
Le Ootes – L Pliester ½-½
H van der Poel – B Balke 1-0
C van der Heijden – T de Ruiter 1-0
R Lindemann – T Slisser 0-1
J de Groote – M Kuperus 1-0
C Kooijman – R Weidema 0-1
E Baart – B Kieboom 1-0

* Large moet maar eens goed kijken naar Le’s haar

18 mei 2008

Ajax blijft afgang bespaard

Geen voorronde Champions League voor nummer 2

Na een turbulent seizoen heeft Ajax naast de voorronde voor de Champions League gegrepen. De ploeg die tot en met de laatste speelronde vocht voor het kampioenschap, verloor over twee wedstrijden van FC Twente.

Zolang er play-offs zijn geweest, pakte Ajax steeds de "hoofdprijs", namelijk voorronde Champions League. Vorig jaar werd AZ in de finale met 3-0 verslagen na een 2-1-thuisnederlaag. Het was destijds tekenend voor het seizoen van AZ, dat overal naast greep.

Dit jaar was de tegenstander FC Twente, dat al geen spaan heel hield van NAC: het werd 3-0 in Emmen (!) en 1-5 in Breda. Ajax had voor de vierde en vijfde keer dit seizoen van Heerenveen gewonnen. In Friesland werd het 1-2, in Amsterdam 3-1.

FC Twente, dat weer moest uitwijken naar Emmen, won het eerste duel met 2-1. De opgave voor Ajax werd daarmee erg lastig, want ze hadden de laatste jaren weinig succes in de thuiswedstrijden tegen Twente. Ajax speelde dan ook op de winst, hopend op een doelpunt dat ooit moest vallen. Maar dat gebeurde dus niet. Het bleef 0-0 en Twente gaat in de (na)zomer proberen de Champions League te halen. Voor Ajax rest nog de UEFA Cup. Daarvoor moeten ze zich nog wel kwalificeren…

Overigens speelde Ajax begin 2006 voor het laatst in de Champions League. Toen verloor het met 1-0 van Inter.

De wraak van Ernie

Voor NAC kreeg het seizoen een afschuwelijk einde. De nummer 3 in de competitie verloor alle play-offwedstrijden (op één na) en gleed af richting Intertoto. Het was de gepaste wraak van Ernie Brandts, die halverwege het seizoen kreeg te horen dat ze niet met ‘m zouden doorgaan. Vanaf dat moment won NAC bijna alles. Ernie had laten zien hoe ver het bestuur ernaast zat. Toen de aanbiedingen langzaam maar zeker binnenkwamen, besloot hij NAC een hak te zetten door de play-offs te verknallen.

Na de 3-0- en 1-5-nederlaag tegen FC Twente, pakte NAC nog één puntje tegen Heerenveen, het werd 2-0 en 2-2. Tegen NEC verloor NAC met 6-0 en 0-1. NEC speelde zich zodoende op de valreep Europa in. Na een slap begin van de competitie, kwam NEC sterk terug. Tegen Roda, Groningen en NAC pakte de Nijmeegse ploeg steeds de volle winst.

Winnaars

De volgende zes ploegen gaan Europa in. Hopelijk scoren ze flink wat punten, zodat de play-offs in de huidige vorm kunnen doorgaan.

PSV – CL
Twente – voorronde CL
Ajax – UC
Heerenveen – UC
NEC – UC
Feijenoord – UC
NAC – intertoto

Feijenoord wist de beker te winnen en verzekerde zich daarmee na een matig gespeeld seizoen van een plaatsje in de UEFA Cup.

Verliezers

Onderin daalde VVV af. De Limburgse ploeg moest samen met De Graafschap nacompetitie spelen. Tegen ADO begon de ploeg slecht met een 1-0-nederlaag. In Venlo werd het evenwicht hersteld, waarna ADO de strafschoppenserie beter nam en voor het derde duel het thuisvoordeel kreeg. Dit thuisvoordeel omgezet in een overwinning.

Daarna bleek ADO te sterk voor RKC, de ongelukkige nummer 2 van de competitie. De eerste twee duels leken erg veel op elkaar: de thuisploeg maakte op het laatste moment gelijk. In Den Haag was RKC beter, in Waalwijk kwamen ze gauw op voorsprong, maar toen ze met tien man verder moesten, kwam ADO in winnend voordeel. De 2-2 die RKC maakte, bleek slechts uitstel van executie. ADO, de king of intimidation, won thuis de beslissende wedstrijd.

De Graafschap handhaafde zich tegen Zwolle. In Zwolle werd de zwak spelende thuisclub met 1-3 over de knie gelegd, in de return speelde de eerste divisionist vele malen beter. Ze bleven op 0-0 steken. Dat wordt een seizoen vol zelfverwijten, want als je in die uitwedstrijd zo goed bent, hoe kun je het dan thuis zo hebben weggegeven?

Kortom: Excelsior en VVV exit, Volendam en ADO erin. Hieronder een cijfermatige samenvatting van de climax van het afgelopen voetbalseizoen:

Resultaten:

CL:
Twente – NAC 3-0 5-1
Heerenveen – Ajax 1-2 1-3

Twente – Ajax 2-1 0-0

UC:
Roda – NEC 0-1 0-2
Utrecht – Groningen 2-2 1-3
Heerenveen – NAC 2-0 2-2

NEC – Groningen 1-0 3-1

NEC – NAC 6-0 1-0

Degradatie/Promotie:
Go Ahead Eagles – ADO 1-1 0-3
Top Oss – Helmond Sport 2-2 0-3

ADO – VVV 1-0 0-1 2-0
MVV – RKC 1-0 0-4 0-2
Zwolle – Den Bosch 0-1 2-1 1-0
Helmond Sport – Graafschap 2-3 1-3

ADO – RKC 1-1 2-2 2-1
Zwolle – Graafschap 1-3 0-0

04 mei 2008

Veldwerk 3

Land van Saeftinghe

Na een saaie dag in het veld stond er nu een zware dag op ons te wachten. Mijn optimistische kamergenoot Marten K. zei dat het veldwerk alweer halverwege was. De dag was net begonnen, dus dan gaat ie vanzelf om, of zo, zei hij. Ik had er minder zin in.

Zondag 27 april

We gingen naar het Verdronken Land van Saeftinghe. Het is een gebied in Zeeland, aan de Westerschelde*, dat bij vloed overstroomt. Dit gebied was vroeger een beetje een drassig gebied, waar later dijken omheen zijn gezet. Er zijn ook dorpen op gebouwd. Door oorlogen zijn de dijken vaak vanuit militair oogpunt doorgeprikt, waardoor er een verdedigingslinie ontstond. Sinds ongeveer 1600 is het gebied aan zijn lot overgelaten. Door de zee is het gebied echter in die 400 jaar tijd ongeveer vier meter opgehoogd, waardoor de dorpen van vroeger onder een dikke laag van zand en klei liggen. Momenteel liggen de schorren een meter of drie boven NAP, hoger dan het land achter de dijk, dat niet is opgeslibd. Alleen bij springvloed staat het gebied volledig onder water. Bij eb, zoals bij onze excursie, is het een groot strand. De reden hiervan is dat het verschil tussen eb en vloed op dit punt het grootste is van heel Nederland, zo heb ik me laten vertellen.

Maar goed, we waren dus naar het gebied gereden, naar een of ander museum. Ieder tweetal kreeg een vragenlijst mee. Sommige vragen waren te beantwoorden, andere niet. Die vragen zouden we aan de gids moeten stellen.

De klas werd opgedeeld in twee groepen. De andere groep was een paar minuutjes voorsprong begonnen en de gids probeerde diezelfde voorsprong te nemen op ons. Met een noodgang liep hij over het wad en bij de eerste stop had hij al een grote voorsprong genomen op mensen als ik, die niet van lopen houden. Ging hij ons uitmaken voor "slenterende oude mannetjes." De lul.

Vervolgens was het eigenlijk alleen maar bek dicht en lopen. Er werd niks verteld en al zou 'ie dat hebben gedaan, ik had het toch niet gehoord, omdat 'ie meters voor me uit liep. Mijn achterstand werd alsmaar groter.

Het was eigenlijk wel een erg gezicht om al die jong volwassenen te zien ploeteren in de modder. Ik vind zoiets als dit zo niet des universiteits. Af en toe moesten we door het water, door zo’n geul heen. Het water kwam in het midden vaak angstig dichtbij de bovenkant van mijn laarzen. Gelukkig wist ik m’n voeten droog te houden. Wel werd ik smerig. Vooral omdat ik nog wel eens diep in de modder zakte, of uitgleed over hele gladde klei.

Na een uur of twee door het zand te lopen (op sommige stukken zakte ik een decimeter weg in dat spul) waren we eindelijk bij het water. Op een stuk veen werd een boring verricht. Iedereen stond er natuurlijk vlakbij en ik zag niet echt veel. Het boeide me eigenlijk ook niet.

Daarna liepen we weer terug. Dat duurde ook ongeveer twee uur, maar het was eigenlijk nog erger dan de heenweg, omdat we nu nog vaker door die prut liepen. Geregeld zakten mensen diep weg in de modder, waarna anderen ze gingen redden en dan zelf in de modder vastzaten. Op het eind kwam nog een lesje, waarin Mark B. vier verschillende stukken grond liet zien. Het ene stuk kwam vanuit zo’n geul, een ander stuk juist van het schor en zo. Er kwam nog een verhaal en dat was zo’n beetje het educatieve hoogtepunt van die dag.

Terug bij het museum ging ik mijn laarzen wassen, waarna ik ze in een zak kon proppen en m’n eigen schoenen kon aandoen. Dat was me het dagje wel, al had het me behalve wat vieze kleren weinig opgeleverd. Qua antwoorden op de vragen waren we ook weinig opgeschoten.

Voor het eten ging ik nog voetballen. Hoewel ik niet kan schieten (wat duidelijk bleek in Melderslo), wist ik af en toe een doelpuntje te scoren. Op deze zondag ging het echter een beetje mis. Al voordat ik meedeed kreeg ik een bal tegen m’n hoofd en later weer. M’n bril viel op de grond en was behoorlijk scheef. Ik wist het ding nog wat recht te buigen, maar het keek heel anders. Ik moest er enorm aan wennen en het spel ging zonder mij verder. Niet lang meer, want het was etenstijd.

Na het eten lulde ik een verslagje aaneen over de dag, al begreep ik dat ze al heel blij waren als je die antwoorden correct had ingevuld. Dat was ons dus niet gelukt, al konden we die antwoorden later nog overschrijven.

Het was maar een kort avondje en ik kon lekker op tijd douchen en slapen.

Maandag 28 april

Het weer was omgeslagen. Het was somber geworden en we hadden nu onze tweede en laatste boordag. Het was op zich wel fijn dat we nu in die akkers stonden, want we hadden toch geen schaduw nodig. Maar goed, laat ik maar bij het begin beginnen.

Zondag had ik moeten aangeven waar we gingen boren. Dat had ik even snel gedaan, waarna de leraar, Kees, er goed naar ging kijken. Uiteindelijk hadden we drie plaatsen gevonden waar we zouden gaan boren, een beetje tussen de boringen van het andere groepje in.

We reden met Kees mee naar een boerderij. Daar gingen we langs een akker een boring verrichten, ongeveer op het punt dat ik op de kaart had getekend. Bleek dat het andere groepje die boring verkeerd had getekend, waardoor wij bijna naast die boring zaten te boren…

Even later begonnen we even verder aan de definitieve boring. Die Kees was er ook bij en hielp ons enorm. Hij hielp ons bij het herkennen van wat er nou naar boven was gehaald en zo. En het leuke was dat we uiteindelijk bijna tien meter diep waren gekomen. Ik probeerde van de gelegenheid gebruik te maken en begon allerlei (stomme) vragen te stellen aan die man. Hopelijk waardeerde hij mijn enthousiasme. We hadden in ieder geval een mooi profiel, op naar de tweede boring.

De tweede boring was een paar honderd meter verderop, op het einde van de akker. We zaten nog op een pad, met naast ons een veld waar aardappelen op lagen. De tweede boring was iets minder serieus. Kees ging bij het andere groepje kijken en na een metertje of vijf hadden Bruce (met pet met haar) en MadU geen zin meer. Dit keer gingen ze op een andere manier klooien. Ze gingen aardappels in het boorgat gooien, in de hoop dat als Kees zou komen, dat 'ie dan aardappels opboorde. Later gooide MadU nog een paracetamol in het gat. Omdat Kees maar niet kwam, werd het steeds meer een binnenpretje. We gingen uiteindelijk maar proberen om die aardappels op te boren. Toen Kees eindelijk kwam, gooiden we die aardappels en een etiket van Peijnenburg maar weg. Anders was 'ie misschien kwaad geworden dat we er zo’n zooitje van hadden gemaakt. We gooiden het gat dicht met het materiaal dat we hadden opgeboord. Maar dan wel zo, dat het spul dat we het eerst omhoog hadden gehaald, onderin kwam. Dat is leuk voor de klas die volgend jaar gaan boren. Misschien dat een groepje dan precies op die plek een boring doet… 😉

Hoe dan ook, we liepen met onze zware boorspullen naar het erf, waar het busje stond. Kees reed ons vervolgens naar de plaats van onze laatste boring, over de snelweg, op het meest westelijke punt van de raai. Toen we daar waren, zag ik een onheilspellend bordje met daarop geschreven: leidingstraat. Daar had ik van gehoord. Het is een straat waar allerlei leidingen onder liggen. Daar mag je dus ZEKER NIET boren. Over de leidingstraat vliegen bovendien helikopters (of waren het nou straaljagers?) die kijken of er niet een stel debielen zit te rotzooien met die leidingen.

Gelukkig was ons boorpunt achter de dijk, achter de leidingstraat. We hadden uitzicht op de snelweg en het zonnetje kwam tegen het eind van de middag zelfs even door. De voorspelde regen hebben we die dag niet over ons heen gekregen. Wat een mazzel.

In de laatste boring hebben we op "safe" gespeeld. Het was geen diepe boring, hoewel Kees ons aanraadde om dieper te gaan. Achteraf leek me dat ook slimmer, maar het komische duo had geen zin meer. Het was ondertussen ook al laat geworden, dus helemaal ongelijk hadden ze niet. Het metaal werd gewassen, de emmer met verlengstukken, meetlint, zandlineaal, kleurenboekje en flesje zoutzuur (!) werd in orde gemaakt en we gingen weer.

Bloopers

Jammer genoeg ben ik zaterdag vergeten te vermelden dat een groepje het voor elkaar kreeg om vier verlengstukken aan elkaar te zetten, zonder ze weer uit elkaar te krijgen. Het metaal was erg krom en de koppelstukken gaven geen millimeter mee. Een normaal mens zou het metaal gewoon in de berm laten liggen en dan later kruipolie tussen die delen smeren. Dan raakt het wel los. Maar aardwetenschappers zitten anders in elkaar. De buis werd in de bus gedaan, maar stak aan alle kanten uit. Levensgevaarlijk, maar uiteindelijk lukte het wel om het ding zonder brokken af te leveren. Later die dag werd er met man en macht geprobeerd het ding uit elkaar te krijgen.

Ook mechanische pech trof een groepje. Het busje van Mark B. weigerde op een dag nog verder te rijden. Ik heb begrepen dat er een vervangende wagen is gekomen of dat het euvel op wat voor manier dan ook was verholpen. Wat het euvel was, heb ik niet gehoord.

Overigens heb ik sterke aanwijzingen dat ze sowieso weinig borg hebben teruggekregen. Behalve de krassen van het metaal en de verragde ophanging, zag ik nog iets veel ergers: een stoel was aan de achterkant kapotgegaan en de binnenkant was gebruikt als vuilniszak. Je komt nog eens wat te weten over de aard van je medestudenten…

Die maandag was er nog uitwerktijd, die ik gebruikte om het profiel af te tekenen. Daarna ging ik naar boven, om m’n pa terug te bellen. Hij had me namelijk gebeld op een moment dat we uitleg kregen. Bovendien zag ik dat m’n mobieltje bijna geen stroom meer had. Het gaat hard als je ‘m de hele tijd hebt aanstaan. Het baarde me wel zorgen, want ik moest dinsdag m’n pa nog bellen, zodat 'ie wist hoe laat 'ie naar ’t station moest gaan.

Dinsdag 29 april

Dinsdag was de laatste dag, dus moest alles worden opgeruimd. Ik had alles in m’n tas gepropt, waarna die boor en de verlengstukken moesten worden schoongemaakt. Daarna was er nog uitwerktijd. Die tijd hadden we hard nodig, want net toen het één uur was, had ik een verhaal over de Brabantse wal geschreven (ik had nog gevraagd hoe de structuur van het verhaal moest zijn), het lithostratigrafische profiel (later bedacht ik dat we er helemaal geen titel bij hadden gezet…), een logboek, wat gewoon wat aantekeningen waren die ik uit m’n schrift had gescheurd. Niemand die had uitgelegd wat erin moest, maar ik had gehoord dat het vooral je aantekeningen moesten zijn. Alles werd in een mapje gepropt en ingeleverd.

Uiteindelijk was bijna niemand klaar, dus ik vond het al heel wat dat we eigenlijk alles hadden ingeleverd dat ingeleverd moest worden. Opgelucht stapte ik zo’n busje van Italiaanse makelij in. Eerst werden degenen afgezet die met de trein naar huis wilden. Dat heb ik ook overwogen, maar de verbinding is niet zo goed. Je gaat van Bergen op Zoom namelijk via Rotterdam en Den Haag naar Amsterdam. Als ik naar Utrecht wilde moest ik overstappen in Rotterdam. Dat wilde ik niet (met m’n koffer.) Dan kun je maar beter met de bus naar de VU rijden. Ik vroeg me af of ze ons niet beter bij Station Zuid kon afzetten, maar ik durfde het niet te vragen. Hoe dan ook, de drie knapen in de middelste bank moesten naar het station, waardoor er voorin en achterin drie mensen overbleven. Zag er wel dom uit.

Op de VU belde ik m’n pa en ging ik proberen de rechtstreekse trein te halen. Ondanks dat ik de ene tram of metro miste, haalde ik de volgende en was ik net op tijd voor de trein. Daardoor kwam ik bijna precies drie kwartier nadat ik had gebeld aan, zoals ik had gezegd.

Ik was blij dat ik weer thuis was, maar ik had om de een of andere manier wel een heel leeg gevoel. Alsof ik vijf dagen het nieuws had gemist.

Het was vrij onrustig op de dag voor Koninginnedag. In de verte hoorde ik gestamp en gedreun dat opeens ophield, om dan opeens weer te beginnen. Nee, lekker slapen deed ik gek genoeg niet in m’n eigen bedje, in tegenstelling tot in de stayokay. Bruce en MadU, die elke avond bij MadU thuis sliepen, weten niet wat ze gemist hebben… 😉

* Ik snap de logica van de Wester- en Oosterschelde niet zo. De Westerschelde is volgens mij eerder de Zuiderschelde.

NK Jeugd 2008 (slot)

Roelieboelie met overmacht kampioen

In de A-categorie heeft Roelieboelie overtuigend de titel opgeëist. In de laatste ronde maakte hij zich er snel van af door remise te schuiven tegen Ali B., waardoor hij met 7½ uit 9 de titel pakte. Niet zo overtuigend als Wouter Spoelman vorig jaar, maar een punt los is niet niks.

Tweede werd Twan Burg, die eveneens ongeslagen bleef, maar daar had hij het nodige geluk bij nodig. Chiel van Oosterom bereikte dezelfde score, maar had op de een of andere manier minder weerstandspunten.

Daarachter wist Marijn Otte de ongedeeld vierde plaats te bemachtigen met af en toe bijna geniale aanvalspartijen. Het leverde hem vijf zeges op, twee nederlagen en twee remises.

Robin Swinkels en Ewood (!) vielen nog net in de prijzen, wat voor Ewood een beter resultaat was dan voor Robin, al mocht laatstgenoemde gezien de laatste ronde(s) bepaald niet mopperen, maar daarover later meer.

In de B won Robin Oscar zoals verwacht. Hij scoorde slechts 8½ uit 9 en gaat volgend jaar proberen om eindelijk eens die 100% te scoren.

Toernooi

Roelieboelie speelde een degelijk toernooi. Robin Swinkels kon hem tot en met de vijfde ronde bijhouden, maar toen kwam het breekpunt. Robin werd door Ewood helemaal in mekaar gevouwen en had het geluk dat Ewood de genadeklap niet gaf. Helemaal in shock dat hij met wit in het Siciliaans zo slecht kon komen te staan, besloot hij in het onderlinge treffen met Roelie maar om met 1.Pf3 te openen (hij had weer wit), hopend dat het een schuifpartij zou worden, waarin hij zeker kansen zou krijgen. Maar Roeland speelde sterk en hakte zijn eeuwige concurrent hard van het bord:

Robin Swinkels [2404]
Roeland Pruijssers [2390]
Ronde 7

1. Nf3 Nf6 2. g3 g6 3. Bg2 Bg7 4. d4 O-O 5. O-O d6 6. a4 a5 7. Nc3 Nc6 8. Nb5 Nb4 9. c3 Na6 10. Re1 c6 11. Na3 Ne4 12. Bf4 f5 13. Nd2 g5 14. Be3 Nxc3! Een mokerslag. 15.Qb3+ Nd5 16. Bxg5 Nab4 17. e4 fxe4 18. Rxe4 Rf7 19. Rae1 Bf5 20. Rh4 Qf8 21.Nf3 Bg6 22. Rd1 b5 23. Bf4 bxa4 Beetje bij beetje demonteert Roeland de witte stelling. 24. Qc4 Nxf4 25. Rxf4 d5 26. Rxf7 Qxf7 27. Qe2 Rf8 28. Ng5 Qf5 29. f4 Nd3 30. Nf3 Qe4 31. Kf1 Rb8 32. Rd2 c5 33. Ne5 Qxe2+ 34.Kxe2 Nxe5 35. dxe5 e6 36. g4 Kf8 37. Kd1 Rb4 38. f5 exf5 39. gxf5 Bh5+ 40. Kc2 Bxe5 41. Rxd5 Rxb2+ 42. Kc1 Re2 43. Bf1 Bf4+ 0-1

Het was een typisch gevalletje van vorm. Vorig jaar ging Wouter Spoelman ook als een speer en had iedereen zijn hoop gevestigd op de altijd solide Daan Brandenburg, die hem met wit wel een lesje zou geven. Dat gebeurde mooi niet; Daan verloor en Spoelman was al bijna kampioen.

Ook nu was de eerste plaats al vergeven, aangezien Roelie alle goeien al had gehad. Toen hij in de achtste ronde de Scandinaviër van Thijs Laarhoven kraakte, had hij aan een remise in de slotronde genoeg.

Voor Robin Swinkels was de gifbeker nog niet leeg. Tegen Twan Burg werd hij er hard afgehakt. Achteraf beweerde Swinkels nog dat hij remise had kunnen maken, maar dat hij wilde winnen. In de laatste ronde werd hij flink aan de tand gevoeld door Joram op den Kelder. De witte stelling kraakte en kraakte en op een gegeven moment stonden zowat alle stukken in de linker benedenhoek, om de koning op a1 heen. Robin had echter stalen zenuwen en raakte niet onder de indruk van de zwarte torens, die maar weinig konden doen. Toen Joram zijn torens inruilde voor een dame, was de kou uit de lucht en verloor Joram zelfs nog. Toch niet slecht van Robin, die door goed te verdedigen anderhalf punt extra scoorde. Wetende dat elk half puntje kan tellen in zo’n toernooi, is dat niet onbelangrijk. Je zou bijna gaan denken dat verdedigen makkelijker is dan aanvallen…

Over verdedigen gesproken: Ewood moest zich in de laatste ronde verdedigen tegen TopTalent. TopTalent ruilde zijn gebruikelijke Frans in voor het Russisch, in de hoop een remise mee te pakken. Roelieboelie had de Franse aanpak van Roi al een keer gekraakt (de derde zege van Roelieboelie op Roi in twee jaar tijd) en Ewood had hetzelfde gedaan bij Tijmen Kampman. "Dan maar Russisch," moet Le Roi gedacht hebben. Hij kreeg ook goed spel, omdat Ewood het niet erg handig speelde. (11.Ta1-b1 en 14.Tb1-a1, om maar iets te noemen.) Ewood verdedigde goed en dwong Roi met 29.c4! een stuk te offeren. Roi kreeg drie pionnen en aanvalskansen, maar Ewood verdedigde sterk in tijdnood. Niet lang na de veertigste zet raakte Roi de draad helemaal kwijt en besloot hij zijn toernooi met twee nullen. Toch behield hij zijn gevoel voor humor toen Ewood met Le & La analyseerde. "Hee, die stelling ken ik!" en "Ik heb het wel op zijn Roi’s uitgespeeld."

Met zijn zesde plaats deed Ewood het even goed als vorig jaar, al had hij toen aan hogere borden gezeten. Wel gek eigenlijk, vorig jaar had hij met de externe competitie een baggerscore, maar was hij op het NK beter dan dit jaar, na een fantastische score in de externe competitie. De bond was het met me eens dat hij vorig jaar beter speelde, het prijsje van dit jaar was een slag kleiner.

De andere twee SGS’ers in de A deden het matig. Voor Large was het gewoon een minder toernooi na iets van tien goede toernooien. Ik begrijp nu ook waarom hij minder graag tegen jonkies speelt. Erger was eigenlijk de prestatie van Marc Schwartz. Marc speelt naar mijn weten bijna geen toernooien, waardoor hij underrated is. Hij is echter solide en positioneel goed. Zijn zwakte is tactiek en dat kwam op het NK (opnieuw) naar voren. Hij scoorde drie halfjes uit acht partijen (en hij won van die 1500-speler), maar goed was het niet. Net als in 2006 viel hij niet mee. Het lijkt overigens een beetje het probleem van kwalificatietoernooien te zijn. Marc doet het altijd goed op het PJK. Daar speelt hij vooral tegen zwakkeren, op een NK vooral tegen sterkeren. Een kneuzenprakker heeft meer kans om op een PJK hoog te eindigen, een reuzendoder doet het beter op een NK.

In de B-categorie had de SGS natuurlijk meer reden tot vreugde. Robin Oscar won overtuigend. In de achtste ronde stond hij met zwart wat beter tegen Tom Meurs en had hij aan remise genoeg. Robin deed niks en Tom ging op de winst spelen. Dat deed hij echter door al zijn voordelige stellingskenmerken weg te ruilen, waarna Robin in het eindspel wel daadkrachtig was en gewoon won. In de laatste ronde hoopte Jonathantan op een snelle remise, maar hij kwam al gauw in een stelling terecht waarin wit rustig op de winst kon spelen. Robin won en het jongste Tannetje kon zijn tranen amper bedwingen. De weg naar de 2300 is lang en zwaar, ook al leek het bij Kevin en MadU alsof het vanzelf ging.

Prijsuitreiking

Zoals zo vaak waren er uiteindelijk meer verliezers dan winnaars. Kinderen, van wie hun jonge ego was geknakt, fanatieke ouders, die niet begrepen waarom hun kind niet eerste was geworden en natuurlijk de trainers, die niet begrepen waarom hun pupil zo zwak had gespeeld.

Gelukkig hebben we de altijd kordate Monique Stam bij de KNSB, die de prijsuitreikingen altijd kort houdt. In 2006, in Schagen, was de prijsuitreiking een drie uur durend spektakel, met Lex Jongsma die een langdradig wauwelverhaal hield, de burgervader die keer op keer hetzelfde verhaal vertelde, een sponsor met een half uur aan spreektijd en natuurlijk nog die leuke liedjes van meneer Hendriks.

Vorig jaar ging het al iets sneller, al ging de vaart er toen een beetje uit door een ultrasloom verhaal van meneer Van der Sterren. Dit jaar ging het in ieder geval sneller, maar het idee om de prijsjes gewoon naar de deelnemers te gooien, is niet in de praktijk gebracht. De prijsuitreiking was wat knullig, maar het belangrijkste was dat 'ie niet zo lang duurde. Daardoor konden we nog enigszins op tijd thuis zijn.

Ton reed nog mee en thuis konden we lekker genieten van het "weer-thuis-zijn". Ewood had een goed toernooi gespeeld en daar gaat het uiteindelijk natuurlijk om. Ik vond het jammer dat ik de eerste helft van het toernooi had gemist en dat er geen kameraad mee was, zodat we nog een keer konden gaan voetballen. Dat moet er volgend jaar maar weer van komen. 😉

02 mei 2008

Veldwerk

Brabant

Die avond kon ik thuis lekker m’n koffer inpakken. Tot zes uur ’s ochtends kon ik in m’n bedje blijven liggen, toen begon voor mij de zware week.

Vrijdag 25 april

Ik werd om drie voor zes wakker en daarna wachtte ik totdat de wekker ging. M’n ma zou me naar het station brengen. Ik besloot om met de rechtstreekse trein te gaan vanwege de koffer. Ik was nog steeds ruim op tijd en ik wachtte bij die natte banken op de anderen.

Toen werd het dus tijd om naar Brabant te gaan. Er waren vijf busjes gehuurd, waar 8×5 = 40 studenten in konden. Aangezien die bussen aardig vol waren, ga ik ervan uit dat er ook 40 studenten (en vijf begeleiders) mee waren.

Na iets van anderhalf uur kwamen we aan in de bosrijke omgeving bij Bergen op Zoom, of iets in die richting. De stayokay (zo’n ding dat vroeger "jeugdherberg" heette) was direct gevonden. We dropten onze koffers ergens en we gingen in een ruimte zitten (waar ik later nooit meer geweest ben), waar je jezelf kon voorzien van een drankje. De kamerindeling werd gemaakt en ik zou eerst met nog twee anderen op een zespersoonskamer (!) liggen. Later kwamen er nog gewoon drie bij, hoewel, daarover later meer.

De eerste dag stond in het teken van een kennismaking met het gebied. Het gebied is namelijk op de grens van de Brabantse wal en het was de bedoeling dat we aan het eind van de "week" een theorie hadden hoe dat ding was ontstaan.

Maar eerst dus het gebabbel. We reden naar een plaatsje, waar je het land opeens naar beneden zag afbuigen. Je kon in de verte zelfs de zee zien. Het was zo te zien de rand van het plaatsje, waar een akker helemaal de helling afliep, richting de snelweg. Daarna reden we naar beneden, waar je de wal mooi kon bekijken. Het was een indrukwekkend gezicht, al is de wal maar zo’n twintig meter hoog op zijn hoogste punt. We gingen namelijk weer de wal op, maar nu op een punt waar de wal lager was.

We gingen weer het bos in (typerend is namelijk de snelle overgang van bos naar saaie akkers in dat gebied), naar een helling. Een of andere stomme hond zat de hele tijd te blaffen, ook al waren we helemaal niet meer in de buurt. Het was een steile helling. Bovenaan werden er gaten gegraven, om te laten zien waar de bodem uit bestond. Dat was vooral zand, maar er zaten ook kleilaagjes in, wat duidde op getijden. Dat was gek, want we zaten daar op 10 à 15 meter boven NAP.

Vervolgens gingen we nog naar een groeve. Hoewel het terrein was afgegraven, lag het wel meters boven zeeniveau. Het was een drassig gebied, omdat het water niet goed weg kon stromen. Er werden de hele tijd langdradige verhalen gehouden. Mark B. kon maar niet ophouden over een of andere stomme podzolbodem of zo. Het ging maar door en uiteindelijk lag iedereen zowat te slapen. Daarna moesten we weer terug, door het prikkeldraad (!).

Het zou wel grappig zijn als een of andere agent ons bij dat hek had opgewacht, waarna Mark B. weer eens mocht uitleggen wat we daar deden. Dat gebeurde die maandag ook al, wat ik nog vergeten was te zeggen. De eigenaar van het land kwam aanrijden en vroeg zich ongetwijfeld af wat die mensen op zijn land deden. Nieuwsgierig luisterde ik naar wat er gezegd werd. Misschien gebeurde er dan nog wat spannends. Maar nee, het liep met een sisser af. Het bleek Mark B. dacht dat al het land van één eigenaar was. Die had toestemming gegeven, maar het bleek dus dat er nog land in het bezit was van een andere eigenaar.

Daarna gingen we weer omlaag, naar een sloot waar zgn. moddervulkanen te zien waren. Hier spoot water uit de grond en nam prachtig grijs zand mee. De andere modder was een beetje rood, vanwege de roest. Het was het verschil tussen oxidatie en reductie. Helaas waren er wat jongvolwassenen die meer jong waren dan volwassen. Ze duwden elkaar of zichzelf in die sloot, waardoor die moddervulkanen niet meer te zien waren.

De laatste trip van de vermoeiende dag was juist naar het oosten, waar de Brabantse wal ophield. Dit kwam omdat Staatsbosbeheer veel bomen had geplant, waardoor het zand niet meer naar het oosten werd weggeblazen. Opeens hield de wal gewoon op. De verveling openbaarde zich steeds meer. Mensen gingen met dennenappels gooien en dat soort dingen. Anderen waren de groep kwijtgeraakt omdat ze dachten dat we weer terug gingen, maar we gingen nog op een schuine zandbak wat verhalen aanhoren.

Daarna gingen we nog naar de supermarkt, waar iedereen bier insloeg. We mochten namelijk in de stayokay, in tegenstelling tot de andere bezoekers, bier drinken, maar dan mocht niemand dat zien. Tja, dat lukte natuurlijk niet. Na het avondeten en het voetballen (!) puilden de uitwerkzalen (!) uit van de bierflesjes. Voorbijgangers keken dan ook met een schuin oog naar binnen. Hoewel er niet veel was uit te werken, voelde ik me niet zo okay meer (al kwam daar bij dat ik nog steeds ziek was) en dan heb je aan zo’n stayokay ook niet zo veel. Ik ging maar gauw slapen.

Zaterdag 26 april

In het weekend ging de werkweek gewoon door. Dat was al in januari besloten. We hadden dan na Koninginnedag vrij, maar dan moesten we wel negen dagen achter elkaar ploeteren. Het lijkt verdomme wel een schaaktoernooi!

Op deze zonnige zaterdag moesten we boringen doen. We moesten eerst het oostelijke deel doen. Dit was het deel tegen de wal aan. Er waren vijf raaien/raais gemaakt, ofwel vijf lijnen waarop geboord moest worden. Er waren tien groepjes, dus op elke raai zaten twee groepjes. Een groepje op het westelijke deel en een groepje op het oostelijke deel. Het was de bedoeling om drie boringen te maken. Gewapend met een grote overzichtskaart, waarop wat wegen en sloten waren te zien, maar ook diverse hoogtes in meters boven NAP. Dat laatste was belangrijk voor het profiel dat we moesten schetsen. Ik had op de kaart de lijn getrokken waar we ongeveer op moesten boren. Je kan niet altijd precies op die lijn boren, er staan nog wel eens gebouwen in de weg, maar voor m’n gevoel hadden we wel mooie plekjes uitgekozen. We hadden alleen niet aan de eigenaar van het land (wie dat ook mocht wezen) toestemming gevraagd. Als hij het niet pikt, stuurt 'ie ons maar weg. Maar er kwam helemaal geen eigenaar, alleen maar aardige mensen, die vroegen wat we aan het doen waren. Ondertussen zat Bruce die irritante k*thond te intimideren. Dat stomme blafbeest bleef maar geluid maken. Uiteindelijk kreeg hij het beest stil door hem een stuk broodbeleg te geven (Meeuwis had allemaal stukken ham en kaas meegenomen, maar die troep was in de zon gesmolten en zag er niet meer eetbaar uit.)

De boringen waren echter niet indrukwekkend. Na een meter of vijf hadden ze er geen zin meer in. Ook lagen de tweede en derde boring bij nadere beschouwing wel erg dicht op elkaar. Het was eigenlijk maar behoorlijke crap.

Maar goed, na het eten en het voetballen moesten we weer gaan uitwerken. De profielen moesten worden ingetekend en dat was saai. Ik wilde het zo snel mogelijk doen, zodat ik lekker kon douchen en slapen. Dat lukte best goed tussen al die verbrande mensen, maar echt leuk was het niet.

NK Jeugd 2008

Steun

Dit is een artikel waar de lezers een steunbetuiging kunnen achterlaten. Het toernooi is alweer vergevorderd, dus nu komen de beslissingen. Ik zal hieronder twee partijen afbeelden van Ewood & Large.

Robin Swinkels [2404]
Ewoud de Groote [2233]
Ronde 6

1. e4 c5 2. Nf3 d6 3. d4 cxd4 4. Nxd4 Nf6 5. Nc3 a6 6. Be3 Ng4 7. Bg5 h6 8. Bh4 g5 9. Bg3 Bg7 10. h3 Ne5 11. f3 Nbc6 12. Bf2 Bd7 13. Qd2 Rc8 14. Be2 Na5 15. b3 e6 16. Nd1 Ng6 17. c4 Be5 18. Ne3 h5 19. Rd1 Nc6 20. Ndc2 Qf6 21. Kf1 Rd8 22.Ne1 Nf4

Het is duidelijk dat zwart beter staat, maar het is onduidelijk hoe hij moet winnen.

23. h4 g4

24. fxg4 Nxe2 25. Qxe2 Qg6 26. gxh5 Qxe4 27. Nf3 Nd4 28. Nxd4 Bxd4 29. Qd3 Sterker was het gemene 29. Nf5! 29… Qxd3+ 30.Rxd3 Bc5 31. Ng4 Na 31. g4 Bc6 houdt wit een pion meer, maar heeft zwart het loperpaar en activiteit.

31…Bxf2 32. Kxf2 Ke7 Nu verliest wit gewoon zijn voorste h-pion en moet hij oppassen dat hij de tweede niet meteen erbij verliest. 33. h6? Zo moet het niet. 33. c5! Bb5 34. cxd6+ Rxd6 35. Rxd6 Kxd6 36. Ne3 f5!37. g4 fxg4 38. Kg3 Rxh5 39. Kxg4 Be2+ is remise. 33… f5 34. Ne3 f4 Nu stormt het zwarte centrum naar voren. 35. Nc2 Rxh6 36. Rhd1 Bc6 37. c5 Wit vindt een manier om het zwarte centrum te blokkeren, maar de pionnen kunnen ook sterk worden. 37... d5 38. Nd4 Kf6! Niet 38… Rxh4? 39. Re1! en wit wint de pion terug bij betere stelling. 39. g3 e5 40. Nc2 Het eindspel dat ontstaat na 40. Nxc6 bxc6 41. gxf4 exf4 is geen pretje voor wit. 40… e4? De fatale 40e zet. Door de pionnen op wit te zetten maakt zwart het zich heel moeilijk om nog te winnen. Na het simpele 40… fxg3+ 41. Rxg3 Rxh4 had zwart een dijk van een stelling.

41. Rc3 fxg3+ 41… Rg8! had hier nog steeds gewonnen. Na bijvoorbeeld 42. gxf4 Rxh4 43. Ke3 kan zwart het spectaculair uitmaken met d4+ 44. Nxd4 Rh3+ 45. Kd2 Rg2+ 46. Ne2 Rxe2+ 47. Kxe2 Rxc3 je moet het maar zien…

42. Rxg3 Rxh4 43. Ke3 Nu kan wit de pionnen blokkeren en bereikt hij nog een zwaarbevochten remise. 43... Rf8 44. Rf1+ Ke7 45. Rxf8 Kxf8 46. Kd4 Rh2 47. Ne3 Kf7 47… Rxa2 48. Ke5 ziet er link uit, maar het is nog een poging om op de winst te spelen. 48. Ke5 Rh5+ 49. Nf5? Lijkt voor de hand te liggen, maar had kunnen (of moeten?) verliezen. 49. Kd4 was nu remise.

49… Bd7 Dwingt wit eeuwig schaak te houden, wat ook geen onverdienstelijk resultaat is. 49… e3!, wat de toren weglokt, had ingenieus gewonnen: 50. Rxe3 Bd7 51. Rf3 Rg5!! Nu wint zwart met 52…Kg6 het paard. 1/2-1/2

Vervolgens een vlot partijtje van Large, die, net als op het PJK, Marc Schwartz over de knie legde. Ewood zei dat Large al klaar was toen hij zijn eerste rondje ging lopen. Dat maakte me nieuwsgierig:

Lars Ootes [2241]
Marc Schwartz [1972]
Ronde 7

1. e4 c5 2. Nf3 Nc6 3. d4 cxd4 4. Nxd4 Nf6 5. Nc3 d6 6. Bg5 e6 7. Qd2 Be7 8. O-O-O O-O 9. f4 Nxd4 10. Qxd4 h6 11. Bh4 Qa5 12. Bb5 a6 13. e5 dxe5 14. fxe5 axb5 15. exf6 Bxf6 16. Bxf6 gxf6 17. Ne4 Qa4 18. Nxf6+ Kh8 19. Qd6 1-0

Nu speelt Ewood tegen Chiel van Oosterom en speelt Large tegen Joram op den Kelder. Dat wordt een eitje voor de spelers die samen 15½ uit 18 scoorden in de eerste klasse. ;)