23 april 2012

Dromen worden werkelijkheid

Al in het begin van de competitie werd er zowel bij BSG als HSG reikhalzend uitgekeken naar het onderlinge treffen in de slotronde van de meesterklasse. BSG wist dat dit HSG, dat zijn sponsor en een hoop sterke spelers was kwijtgeraakt, te verslaan was. Een unieke kans. En BSG moest ook een keer wat laten zien in de familie. Vorig seizoen was het kleine zusje SOPSWEPS al te sterk en tegen de (groot)meesters van HSG werden de competitie- en bekerwedstrijden steevast verloren. Het werd tijd om "de grote broer" een keer terug te pakken. Helaas begon BSG zo slecht aan het competitiejaar, dat het onderlinge duel slechts een treurig degradatieduel leek te worden. Na de harde nederlaag in Groningen gingen nog vier duels kansloos verloren. "Desnoods verliezen we de resterende duels ook, als er tegen HSG maar gewonnen wordt", droomde heel BSG toen mismoedig.

Gelukkig keerden de kansen. Tegen Apeldoorn werd een puntje gepakt, waarna de verrassend sterke Stukkenjagers werden geklopt. Mooi, maar niet meer dan dat. Toen het sterke Utrecht opeens werd verslagen, kon er echt gedroomd worden van handhaving. De theoretische kans daarop werd reëel: BSG moest winnen van HSG en dan moest LSG verliezen van Apeldoorn.

Misschien maakte dat vooruitzicht speciale krachten los bij BSG, dat vastberaden was om in de meesterklasse te blijven na de bekeruitschakeling tegen LSG. HSG had z'n krachten ook gebundeld: het team trad met vier grootmeesters aan, om zodoende de kleine buurman te verdelgen. Alleen tegen Groningen kwamen ze dit seizoen sterker op.

De wedstrijd

In Rosmalen bleek BSG bestand tegen de druk. De middag begon rustig met de remise van Ewood tegen Robin van Kampen. In een kansrijke stelling zwichtte hij voor het remiseaanbod van de jonge grootmeester. Misschien had hij door moeten spelen, maar nu was in ieder geval één grootmeester aan Hilversumse zijde geneutraliseerd.

Interessanter waren de ontwikkelingen bij Robert Ris, die aan bord één met zwart tegen Daniel Stellwagen speelde. In de opening haalde hij de zetten door elkaar, maar dat bleef zonder gevolgen. In de partij offerde wit twee pionnen voor gevaarlijk spel, maar Robert wist te consolideren en won. Een geweldig punt en opnieuw werd er een HSG-grootmeester uitgeschakeld.

Ondertussen had Leon aan bord 3 verloren van de sterkste speler van HSG, Nikolitsj, terwijl Lenaard in een vreemde partij won van Johan Lindeman, de zwakste speler aan HSG-zijde. Dat hield elkaar dus wel in evenwicht. Op de resterende borden stond BSG er ook goed voor, maar vervolgens ging het in tijdnood mis op de lagere borden. Zo verknolde Ton zijn voorbeeldige stelling in de tijdnood van zijn tegenstander. Hij ging in een penning staan, waarna Henk Vedders slechte stelling opeens achter elkaar won. Een vrijpion leverde de IM tegen wil en dank een nauwelijks verdiend punt op. Ook bij Behirder ging het in tijdnood goed mis, waardoor hij na de veertigste zet eigenlijk geen stelling meer had.

Beter verging het Frans Borm, die in een ingewikkelde theoretische variant een stuk won tegen veel aanval. Tegenstander John Markus gooide de zetten aanvankelijk nog vlug en vastberaden op het bord. Daarna ging hij nadenken en miste hij de boot, waarna hem slechts een verloren eindspel restte. BSG stond dus met 3½-2½ voor.

Degradatiespook waart rond in Leiden

Daarmee kwam de teamoverwinning in zicht, want Large stond gewonnen, terwijl Grote Beer en FM Henk remise moesten kunnen maken. LSG ging op dat moment verliezen, dus daarmee was de veilige achtste plaats ineens wel heel dichtbij. Large won ook zoals verwacht, ditmaal van Jop Delemarre. Met zwart had hij al gauw praktisch spel en dat resulteerde in pion- en partijwinst. FM Henk had inderdaad de remise binnengehaald, terwijl ondergetekende had verloren. Dus moest Grote Beer in een ongelijkelopereindspel met een minuspion de remise binnenhalen tegen Yasser Seirawan. Dat was wel aan hem besteed, dus won BSG de match met 5½-4½, genoeg om nog een jaar in de meesterklasse te blijven. De droom werd werkelijkheid.

Ondertussen kwam het nachtmerriescenario uit voor LSG. Voor de Leidenaren zijn de druiven heel zuur: in de hele competitie hadden ze vijf bordpunten meer gescoord en ook in de onderlinge wedstrijd (6½-3½) waren ze duidelijk de betere. Maar doordat LSG naast de overwinningen tegen BSG en HSG alleen HMC aan de zegekar bond, speelt het volgend jaar slechts in de eerste klasse.

BSG (2313) - HSG (2363) 5½-4½
1. R Ris m (2385) - D Stellwagen g (2624) 1-0
2. A Berelowitsch g (2575) - J Seirawan g (2636) ½-½
3. L Pliester m (2366) - P Nikolitsj g (2652) 0-1
4. E de Groote (2327) - R van Kampen g (2570) ½-½
5. La Ootes (2350) - J Delemarre m (2414) 1-0
6. Le Ootes (2196) - J Lindeman (1992) 1-0
7. T van der Heijden (2278) - H Vedder m (2369) 0-1
8. J de Groote (2140) - K Nagtegaal (2172) 0-1
9. H van der Poel f (2265) - W van der Wijk (2121) ½-½
10. F Borm m (2248) - J Markus (2081) 1-0

Domper op de feestvreugde van de overwinning op de grote broer was het vertrek van Lenaard naar het kleine zusje. Daarom een oproep aan alle 2200+-spelers in de regio die in de meesterklasse willen spelen: kom naar Bussum en u wordt met open armen ontvangen!

15 april 2012

Grijze muis leeft op

Twee jaar geleden werd hij nog de hemel in geprezen, vorig jaar ging het al minder en het begin van dit jaar ging in het geheel niet naar wens voor hem: Nico Rosberg zat in een neerwaartse spiraal. Veegde hij in 2010 in alle sessies nog de vloer aan met oudgediende Shoeface, in 2011 was de zevenvoudig wereldkampioen in de races doorgaans sneller. Dit jaar leek hij ook nog eens als enige goed overweg te kunnen met de enorm verbeterde Mercedes. Het leek slechts een kwestie van tijd voordat de succesvolste Formule 1-coureur aller tijden de eerste overwinning van het nieuwe Mercedes-team zou binnenhalen. Rosberg liet het koppie niet hangen en presteerde in China het ondenkbare: hij won met overmacht zijn eerste race van zijn carrière en ging zelf met de eer strijken.

Kwalificatie

Dat de Mercedes snel is over één ronde, dat wisten we al. In de afgelopen races zaten de grijze bolides er steeds goed bij op zaterdag. De races waren een heel ander verhaal: Shoeface en Rosberg hadden welgeteld één WK-punt overgehouden aan de eerste twee races. Dat had vooral te maken met de hoge bandenslijtage van de bolides, een euvel dat ze vorig jaar ook al parten speelde. Toch was Rosbergs poleposition indrukwekkend: hij was een halve seconde sneller dan de nummer twee, Luis. Die werd door een versnellingsbakwissel terugverwezen naar een zevende plaats, waardoor Shoeface op de startopstelling de tweede plaats innam. Net als in de eerste twee races stonden er grijze bolides op de eerste startrij, maar ditmaal waren het geen McLarens. Bij McLaren is Button ronduit matig, terwijl Webber de eer voor Red Bull hooghoudt. Fattle komt niet eens door Q2 en start als elfde. De Saubers en de Lotus-Renaults staan opnieuw tussen de bolides die vorig jaar de dienst uitmaakten. Co Biaggi en Räikkönen hadden zich knap op de tweede startrij gekwalificeerd.

Race

Bij de start spuit Rosberg weg bij zijn achtervolgers. Shoeface behoudt netjes zijn tweede plek, maar achter hen breken de gevechten pas echt los. Waar Co Biaggi meteen een aantal plaatsjes moet inleveren, rukt Button op naar de derde plaats. In het startgewoel kleunt de neef van Senna wat onbeholpen op de Ferrari van Massa. De onderdelen vliegen in het rond, maar de twee Brazilianen kunnen zonder problemen verder.

Al snel zijn de posities voorin wel bepaald. Rosberg neemt afstand van Shoeface, maar achter hem kan Button ook niet echt aanhaken. Het wachten is op de pitstops. Webber duikt al na zes ronden de pits in. Het is een tactische zet, bedoeld om de Australiër uit het verkeer te houden, hoewel hij tussen de Marussia's de baan op komt. Wel rijdt hij al spoedig de snelste raceronde tot op dat moment.

De rest wacht nog even met de bandenwissels. Red Bull haalt even later ook Fattle binnen en dan gaat het hard met de pitstops. Een ronde later verdwijnen Räikkönen en Luis uit de kofferbak van Button voor hun eerste bandenstop. Ze komen in omgekeerde volgorde uit de pits, waarna Webber zich ook nog tussen de twee wringt. Button volgt een ronde later en blijft de vechtersbazen voor.

Mercedes reageert op het pitstopgeweld door Shoeface binnen te halen en dat mondt uit in een klein drama: een wiel wordt niet goed gemonteerd, waardoor de Duitser zijn auto noodgedwongen in het gras moet parkeren. Gelukkig voor Mercedes gaat het een ronde later bij Rosberg wel goed, waardoor hij virtueel aan de leiding blijft. Vooraan rijden Pérez en Massa, die nog niet naar de pits zijn gegaan en spoedig worden ingerekend door Rosberg.

Strategie

Na de pitstops ligt Button tweede op zo'n vijf seconden van Rosberg. Luis en Webber liggen derde en vierde, voor Räikkönen en de langzaam oprukkende Alonso. Waar de McLarens, Webber en Alonso al vroeg voor de tweede keer de pits bezoeken, kiezen Rosberg, Räikkönen en Fattle ervoor om langer door te rijden, zodat ze een pitstop kunnen uitsparen. Door de pitstops vallen de driestoppers ver terug en moeten ze in het middenveld op nieuwe banden terrein gaan goedmaken.

Pas als Button halverwege de race vrij baan heeft, kan hij naar Rosberg toe rijden. Het gat slinkt met rasse schreden, maar het was nog zo groot. Als Rosberg voor de tweede keer nieuwe banden haalt, keert hij achter Button, maar voor Luis de baan op. Webber komt op dat moment voor de derde keer binnen en moet weer tijd goedmaken op de baan. Terwijl de drie toeschouwers uit verveling over de omheining proberen te klimmen, probeert Webber op te stijgen.

Slotfase

Buttons jacht naar de zege wordt verstoord door een trage laatste pitstop, waardoor hij zijn voorsprong op Luis en Alonso bijna kwijtraakt. Hij kan zich vanaf dat moment volledig richten op de tweede plaats, waar Räikkönen nog rijdt. Die voert een steeds groter wordende groep coureurs aan. Nu gaat het erom dat je goede banden hebt, want dan kun je je slag slaan. Waar eerst Alonso en later Pérez zich verslikken in een Williams en in het stof moeten bijten, haalt Fattle Räikkönen wel netjes in. De Fin is aangeschoten wild en wordt door zo'n beetje iedereen om de oren gereden. Hij finisht als veertiende.

Uiteindelijk achterhalen de McLarens Fattle nog wel voor het vallen van de vlag. Webber deelt vervolgens nog een mentale tik uit aan zijn teamgenootje, door hem in de een-na-laatste ronde naar de vijfde plaats terug te verwijzen.

Nico Rosberg krijgt er niks van mee. Hij wint na ruim anderhalf uur onbedreigd. Het was voor hem eigenlijk maar een makkelijke race. Hij hoefde bijna niemand in te halen. Het enige wat hij moest doen, was gas geven en dat ging hem gemakkelijk af. Waar de rest met elkaar zat te worstelen, won hij met drie vingers in de neus. De bandenproblemen waren als nevel voor de zon verdwenen.

Achter hem kwamen de McLarens en Red Bulls in binnen, gevolgd door Grosjean, die voor het eerst een race uitreed. De Williams-coureurs Senna en Pastoor finishten eveneens in de punten, nog voor Alonso en Co Biaggi, die op meer had gehoopt na zijn fraaie derde startplaats.

Zo eindigde de Chinese Grand Prix met een mooie overwinning voor Rosberg en Mercedes. De grijze muis is opgeleefd. Na drie races hebben drie verschillende teams gewonnen: McLaren, Ferrari en Mercedes. De kampioenen hebben het vooralsnog laten afweten, hoewel het dit jaar vooral belangrijk is om constant te scoren. Dat bewijst uitgerekend Luis wel, die na drie derde plaatsen aan kop gaat in het kampioenschap. 2011 is ineens heel lang geleden.

01 april 2012

Utrecht - BSG 4-6

Wie de bovenstaande kop met bijbehorende datum leest, zal wel denken aan een 1-aprilgrap. Degradatiezekerheidje BSG dat de ex-koploper verslaat, dat kan toch niet waar zijn? Toch is het zo. Op zaterdag 31 maart greep BSG opnieuw de laatste strohalm aan om niet te degraderen. Hierdoor is de rode lantaarn overgedaan aan de eeuwige rivaal HSG, dat over drie weken de laatste tegenstander is van BSG in dit meesterklasseseizoen. De wedstrijd van het decennium. Zo wordt het dus alsnog een competitiejaartje om te koesteren.

Wat was het de afgelopen tijd toch mooi weer. Sinds de diploma-uitreiking heb ik bijna alleen maar gefietst met mijn lieve huisgenootjes. Dat is goed voor de conditie, goed voor de lijn en het is nog leuk ook. Het Amsterdamse Bos, de provincie Utrecht, Zandvoort, ik ben er met de fiets geweest. Ineens kwam het besef dat er nog wel meer is dan schaken op deze wereld. Het echte leven komt eraan, een leven waarin ik alleen maar lol wil maken.

Helaas duurde de mooie periode niet al te lang. Het weer sloeg om en ik werd geacht met BSG weer een competitiewedstrijd af te werken. In en tegen Utrecht, de nummer 2 in de competitie. Het zou de ronde worden waarin BSG definitief degradeerde, ondanks de mooie wederopstanding tegen het einde van het seizoen. Want Utrecht, dat vooral uit jonge IM's bestond, zou ons toch wel afslachten? In de huidige meesterklasse is echter niets te gek, want afgezien van koploper Voerendaal kan iedereen van iedereen winnen. Dat bleek ook nu weer, want BSG steeg weer boven zichzelf uit en won knap, hoewel enigszins geflatteerd. Daarmee gingen de laatste kampioenschapsillusies van Utrecht in rook op en werd Voerendaal met nog een ronde te gaan kampioen.

Over de wedstrijd kan ik niet veel zeggen, omdat ik zelf als langste bezig was. Hoewel ik met wat tegenzin aan de partij begon, was ik al gauw weer bij m'n positieven: het werd opnieuw een positionele partij en ik had het idee redelijk met mijn getalenteerde tegenstander (Chiel van Oosterom, IM) mee te kunnen. Ondertussen was de strijd op de andere borden buitengewoon interessant. Robert Ris speelde weliswaar snel remise (waar hebben we dat eerder gezien?), ditmaal tegen Dharma Tjiam, terwijl Ton van der Heijden in een spannende stelling het punt deelde met schaaktrainer Menno Okkes. Op de overige borden vlogen de stellingen wel in brand.

Aan de hoogste borden liep dat overigens niet echt goed af: Leon Pliester verloor in de tijdnoodfase van Robin Swinkels, terwijl Alexander Berelowitsch niet verder kwam dan een remise tegen Joost Michielsen. Aan de lagere borden viel het kwartje wel de goede kant op. Zo plaatste Frans Borm, die ongetwijfeld liever een paar verdiepingen lager had meegespeeld (daar werd namelijk een bridgekampioenschap gespeeld) een sluw remiseaanbod. Zijn tegenstander, invaller Jos Nooijen, besloot echter dapper door te spelen en moest dat met een dure nul bekopen. Ook FM Henk kwam aan een bemazzeld puntje. In een Pirc kwam hij geleidelijk aan heel slecht te staan, maar in tijdnood verprutste tegenstander Jaap Houben het volledig, waarna Henk het volle pond pakte. Dat overkomt Henk ook niet iedere dag.

Het middenrif van BSG was verrassend goed op dreef. Zo pakte Large zijn eerste meesterklasseoverwinning van het seizoen. Na een tijdje in een vormcrisis te hebben verkeerd, was zijn zwartpartij tegen Jelmer Jens (waar hij drie seizoenen geleden zijn andere meesterklasseoverwinning tegen had behaald) het medicijn om er weer bovenop te komen. Hij kopieerde de opzet die hij tegen LSG had gehanteerd en dat leverde hem een mooie zege op, waar hij ook erg trots op was. Het stond inmiddels al 2½-4½ en de stunt was in de maak.

Om maar meteen naar de andere Oetoe over te gaan: Lenaard kan ongetwijfeld goed pokeren. In tijdnood maakte hij het Hans Klip zo lastig, dat deze geschrokken afwikkelde naar een remise-eindspel. Opnieuw een prima resultaat, maar de klapper van de dag was afkomstig van Ewood, die de eer had om naast zijn broer en tegen Martijn Dambacher te spelen. De een-na-sterkste speler van Utrecht probeerde Ewood strategisch te overspelen door hem een geïsoleerde dubbelpion te bezorgen. Ewood speelde echter dynamisch tegen en toonde aan dat de zwarte opzet niet van risico's ontbloot was. Hij offerde een pion om er later twee te kunnen oprapen, waarna hij het eindspel won. Een mooie scalp en tevens de beslissing van de match: het stond nu 3-6!

Als laatste was ikzelf nog over. Tegenstander Chiel van Oosterom probeerde me strategisch te overspelen door me een lelijke dubbelpion te bezorgen, maar de stelling leek gewoon remise. Een remiseaanbod werd door de IM afgeslagen en ook nadat Ewood de match had beslist, bleef hij het proberen. Terwijl de tijd langzaam opraakte, werd er steeds maar weer gemanoeuvreerd en kwam de vijftigzettenregel in zicht. Helaas tastte ik op het laatst mis en moest ik na zes uur spelen alsnog met een zure nederlaag genoegen nemen. Maar het team had gewonnen en daar draait het uiteindelijk om.

Door de nederlaag van HSG tegen Voerendaal is BSG de Hilversummers zelfs gepasseerd op de ranglijst. In theorie is alleen LSG, dat op de veilige achtste plaats staat, nog te achterhalen. In de slotronde speelt BSG tegen HSG en LSG tegen Apeldoorn, dat met 1½-8½ (!) won van De Stukkenjagers en zich daarmee veilig heeft gespeeld. Ongelooflijk maar waar: BSG heeft nog steeds een kans om niet te degraderen. Sterker nog: de laatste drie wedstrijden heeft het team ongelooflijk goed gepresteerd. Er zijn dit jaar alweer vijf matchpunten verzameld en daarmee zijn de verwachtingen eigenlijk overtroffen. Misschien wordt BSG toch nog een vaste waarde in de meesterklasse. Wie had dat een half jaar geleden nog verwacht?

Uitslagen:

Utrecht (2351) - BSG (2313) 4-6
1. R Swinkels g (2489) - L Pliester m (2366) 1-0
2. J Michielsen m (2328) - A Berelowitsch g (2575) ½-½
3. D Tjiam m (2367) - R Ris m (2385) ½-½
4. H Klip m (2384) - Le Ootes (2196) ½-½
5. M Okkes f (2327) - T van der Heijden (2278) ½-½
6. J Jens m (2379) - La Ootes (2350) 0-1
7. M Dambacher m (2488) - E de Groote (2327) 0-1
8. C van Oosterom m (2348) - J de Groote (2140) 1-0
9. J Houben (2343) - H van der Poel f (2265) 0-1
10. J Nooijen (2053) - F Borm m (2248) 0-1