26 december 2012

2012, het jaar van de veranderingen

2012 bracht ons niet het einde der tijden, al kwam er wel een einde aan het kabinet-Rutte I. Toch werd Rutte, net als Obama, weer herkozen. In het jaar van de veranderingen bleef alles dus eigenlijk weer bij het oude. Griekenland bleef het hele jaar balanceren op het randje van faillissement, zonder eroverheen te duikelen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Nederlands voetbalelftal. De ING-leeuw bleef tijdens het Europees Kampioenschap in zijn hemdje staan en dat kostte Bert van Marwijk zijn baan. Ondertussen werd Ajax landskampioen na een inhaalrace, terwijl AZ de omgekeerde weg bewandelde: 2012 verliep van A tot Z rampzalig voor de Alkmaarse ploeg. Ondertussen werd Voerendaal voor het eerst in de geschiedenis landskampioen met schaken, terwijl BSG voor de koningsklasse van de Nederlandse schaaksport behouden bleef.

Op deze plaats gaat ook iets veranderen: ik ga stoppen met schrijven, zoals ik in het begin van het jaar al had aangekondigd. Het kost me veel tijd om steeds weer nieuwe artikeltjes te publiceren. Die tijd kan ik beter in het schaken of mijn werk steken. Ook vind ik het jammer dat ik weinig lezers heb en dat mijn artikelen kennelijk weinig emoties of reacties oproepen. Dat moedigt mij ook niet verder aan om te schrijven. Wie doe ik er een plezier mee? Wel weet ik dat ik er heel veel mensen geen plezier mee doe, getuige de afkeurende reacties op een vrij negatief artikel. Dergelijke artikelen vormen een potentieel probleem in de toekomst en daarom is het misschien verstandig om er niet nog meer op internet te zetten. Uiteindelijk leveren ze me waarschijnlijk alleen maar hoofdpijn op.

Wel vind ik het erg jammer om te stoppen. Artikelen schrijven vind ik doorgaans erg leuk en ik kan er een hoop creativiteit in kwijt. Bovendien zijn de faciliteiten bij Blogger fantastisch: het opstellen van artikelen is een waar genot. Bovendien vind ik mijn weblog er fantastisch uitzien. Daarom is het een erg pijnlijk besluit, maar ik moet verder in het leven en daarbij horen andere prioriteiten.

Ik hoop dat 2013 me een hoop moois zal brengen. Ik hoop in ieder geval dat er een paar wensen zullen uitkomen. Ik zou graag een vriendin willen. Ook hoop ik dat ik mijn schaakrating(s) tot boven de 2200 kan opkrikken. Daarnaast zou ik voor het eerst in heel veel jaren weer echt op vakantie willen gaan. Dat vind ik vooralsnog de belangrijkste dingen. Dan is het mooi meegenomen als het op mijn werk goed gaat, dat ik af en toe een mooi schilderij maak of dat ik ver kom met het maken van een boek over het Nederlandse klimaat. Maar allereerst is het belangrijk dat ik probleemloos op mezelf kan wonen. Misschien wordt het nog wat met mij.

18 december 2012

De oude man

Het zal waarschijnlijk iedereen ontgaan zijn, maar we leven in een bijzondere tijd: voor het eerst sinds 2007 is een man de oudste nog levende persoon op aarde. Bijzonder, want mannen leven over het algemeen een aantal jaartjes korter dan vrouwen in de westerse wereld. In Nederland overlijden mannen bijvoorbeeld gemiddeld ruim vijf jaar jonger, waardoor de verzorgingstehuizen vooral door oude besjes worden bevolkt.

Lange tijd heb ik die kortere levensverwachting van mijn geslacht ter kennisgeving aangenomen, maar op de middelbare school werd ik toch wel benieuwd hoe dat nou kon komen. Ik kwam er maar niet achter. Waren het louter natuurlijke verschillen die het enorme verschil in levensverwachting (ongeveer 80 om 75 jaar in de jaren 90) konden verklaren, zoals het verschil dat vrouwen twee X-chromosomen hebben, waardoor ze minder kans hebben op nare erfelijke ziektes? Of verouderden vrouwen trager, zoals de biologiedocente zei?

In ieder geval is het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen lang niet meer zo groot als vroeger. Wanneer de sterftekansen niet meer zouden veranderen, zou een in 2011 geboren jongen gemiddeld ruim 79 jaar leven, dat is dus zijn levensverwachting. Een meisje zou volgens diezelfde methode gemiddeld bijna 83 jaar op deze vijandige wereld rondlopen. Een verschil van nog geen vier jaar dus. In de jaren 70 van de vorige eeuw was dat verschil nog bijna zeven jaar. Mannen zijn bezig aan een inhaalslag, voornamelijk doordat ze minder zijn gaan roken.

Toch is er nog steeds een verschil. Een tijdje geleden had ik de CBS-gegevens over doodsoorzaken in 2010 gedownload. Het levert een hele schat aan informatie op. Eerst maar wat kale cijfertjes die ik zelf heb berekend (met de nodige afrondingsfouten erin):

De levensverwachting was in 2010 78,67 jaar voor jongens en 82,58 jaar voor meisjes (de werkelijke waarden zijn iets hoger). Mannen waren gemiddeld ongeveer 74 jaar bij overlijden en vrouwen 79½ jaar (doordat er relatief weinig oude mensen in Nederland zijn, overlijden er dus relatief veel jonge mensen). De kans om te overlijden neemt vanaf het dertigste levensjaar met ruim tien procent per jaar toe en verdubbelt binnen zeven jaar. Hierdoor schiet de kans om binnen een jaar te overlijden omhoog van ongeveer een op de honderd rond de pensioengerechtigde leeftijd, via een op de twintig rond je tachtigste naar een op de drie in de hoogste leeftijdscategorie (boven de 95 jaar).

 

De kans om te overlijden neemt vanaf een jaar of 20-30 exponentieel toe met de leeftijd.

In de grafiek is goed te zien dat het overlijdensrisico voor mannen op vrijwel alle leeftijden hoger is. Dat springt er in de volgende grafiek goed uit:

Mannen hebben op vrijwel alle leeftijden een grotere kans om te overlijden. Het relatieve risico is het grootst rond hun twintigste en is daarna ongeveer anderhalf keer zo hoog.

Door het hogere overlijdensrisico blijven er met de tijd minder mannen dan vrouwen over. Gemiddeld genomen heeft een man dezelfde overlijdenskans als een vrouw die vier jaar ouder is dan hijzelf. Dat is goed te zien in de overlevingsgrafiek:

De overlevingsgrafiek van mannen is zo'n vier jaar naar links geschoven vergeleken die van vrouwen. Op de y-as staat het aantal individuen dat een bepaalde leeftijd bereikt wanneer een "cohort" van 100.000 (virtuele) jongens en meisjes uitsterft.

De oppervlakte onder een dergelijke grafiek is overigens de levensverwachting. Interessante data, maar het raadsel waarom mannen nog steeds zo'n vier jaar eerder overlijden wordt er niet mee opgelost. Daarvoor moeten de doodsoorzaken worden bestudeerd.

In de volgende grafiek heb ik de sterftekansen van mannen en vrouwen van verschillende doodsoorzaken weergegeven. Het is een heel gepriegel geworden:

Sterftekansen van mannen (donker) en vrouwen (licht) van de belangrijkste doodsoorzaken: kanker (door het CBS als "nieuwvormingen" aangeduid), hart- en vaatziekten, ademhalingsziekten en uitwendige doodsoorzaken (ongelukken, geweld, zelfmoord).

De sterftekansen zijn voor mannen doorgaans hoger, al zijn er interessante observaties te maken: zo overlijden mannen tot een jaar of 55 minder aan kanker dan vrouwen, maar halen ze dat op latere leeftijd ruimschoots in. Long- en prostaatkanker lijken hier voornamelijk debet aan te zijn. Ook de ziekten aan de ademhalingsorganen openbaren zich op latere leeftijd meer bij mannen - dat zal wel met hun hogere tabaksconsumptie te maken hebben.

Onthutsender liggen de zaken bij de hart- en vaatziekten. Mannen hebben op alle leeftijden een aanzienlijk hogere kans om hieraan te overlijden - rond hun zestigste is de kans meer dan twee keer zo hoog. Toch zijn dat niet verhalen die je veel hoort. Doordat de sterfte aan hart- en vaatziekten enorm met de leeftijd stijgt, overlijden er momenteel zelfs meer vrouwen dan mannen aan en daar hoor je wel iedereen over.

Een groot verschil in sterfte zit in de "uitwendige doodsoorzaken", dat zal niet als een verrassing komen. Wel verrassend vind ik de abrupte stijging boven de 70 jaar. Natuurlijk worden mensen kwetsbaarder op die leeftijd en kennelijk compenseren ze dat niet voldoende door voorzichtiger te worden.

Al met al blijken deze vier categorieën van doodsoorzaken 84 tot 87 procent van het totale verschil in levensverwachting te verklaren:

Kanker 1,12 - 1,42 jaar (29-36 %)
Hart- en vaatziekten 1,05 - 1,31 jaar (27-34 %)
Uitwendige doodsoorzaken 0,43 - 0,50 jaar (11-13 %)
Ziekten aan ademhalingsorganen 0,35 - 0,52 jaar (9-13 %)

Al deze doodsoorzaken bij elkaar verklaren 3,28 tot 3,39 jaar van het verschil in levensverwachting. Dat is heel leuk, maar wat deze verschillen veroorzaakt, is nog niet meteen duidelijk. Wel weten we in welke richting we moeten zoeken. Longkanker en ziekten aan ademhalingsorganen duiden op roken. Roken is ook slecht voor het hart: zo hadden mannen tijdens het hoogtepunt van de rokersepidemie in 1980 van hun 50e tot 65e meer dan drie keer zo veel kans om te overlijden aan iets met hun hart dan vrouwen, dat verschil is nu wat minder. Historisch gezien zijn mannen toch al kwetsbaar op die leeftijden:

Verhouding sterftekansen tussen mannen en vrouwen in Nederland. Vanaf de Tweede Wereldoorlog kleurt de grafiek felrood, wat duidt op een ernstige oversterfte bij mannen. Dat hebben ze vooral te danken aan hun tabaksmisbruik. Interessanter is dat mannen ook daarvoor tussen hun 45e en 65e een aanzienlijk hogere kans hadden om te overlijden. Bron: Kennislink.

Mogelijk werd dit verschil in sterftekansen op middelbare leeftijden door het verschil in sterfte aan hart- en vaatziekten veroorzaakt. Nog steeds leveren mannen hierdoor gemiddeld een jaar van hun leven in, zelfs nu ze grotendeels gestopt zijn met roken. Een natuurlijk verschil? Of is het stressgerelateerd? Of heeft het te maken de negatieve gevolgen van ijzerstapeling?

In ieder geval kunnen mannen wat hoopvoller zijn over de toekomst: hartkwalen kunnen beter worden behandeld en de effecten van het roken, waar mannen overigens beter tegen zijn bestand dan vrouwen, zullen langzaam verdwijnen. Momenteel kost de extra sterfte aan longkanker mannen nog een half jaar. Tel daarbij nog een half jaar op van de ziekten aan de ademhalingsorganen en het verschil in levensverwachting kan worden teruggebracht tot minder dan drie jaar.

De vraag is of er nog veel vanaf gehaald kan worden: ongelukken en geweld zullen meer mannenlevens eisen. De reden voor het verschil in levensverwachting is toch nog voor het grootste gedeelte een verschil in gedrag: waar mannen gedrag vertonen dat slecht is voor hun gezondheid (roken, risico's nemen, vechten), vertonen vrouwen vaker gedrag dat goed is voor hun gezondheid (gezond eten, om de haverklap naar de huisarts gaan). Toch zijn er optimisten die zeggen dat alles wel goedkomt. Fijn om te weten. En Jiroemon Kimura laat zien dat het mannen het echt wel in zich hebben om lang te leven, zelfs in een land waar het verschil in levensverwachting nog vele malen groter is dan in ons natte landje (86 om 79 jaar in Japan, een verschil van zeven jaar). Dat stemt mij hoopvol.

16 december 2012

BSG terug bij af

Landskampioen Voerendaal opnieuw veel te sterk

Het was geen leuke wedstrijd, de wedstrijd die BSG in het begin van het jaar tegen Voerendaal speelde. De hele dag op pad voor een potje schaak, dat ook nog voor bijna niemand goed afliep: de ene nederlaag was nog pijnlijker dan de andere. Heel gek was de uiteindelijke 7½-2½-nederlaag overigens niet, want Voerendaal was op kampioenschapskoers en BSG was ten dode opgeschreven. Inmiddels zijn we ruim elf maanden verder en staan de zaken er heel anders voor: BSG wist zich miraculeus te handhaven en probeert sindsdien het predicaat degradatiekandidaat van zich af te schudden, terwijl de prolongatie van de landstitel geen haalbare kaart meer lijkt voor Voerendaal na twee competitienederlagen. Dus zouden er kansen moeten liggen voor BSG, dat het kalenderjaar 2012 thuis afsloot tegen de Limburgers.

Het werd echter een middag waarin bijna niets lukte bij het eerste tiental van BSG. De eerste slippertjes bleven nog zonder gevolgen: Robert Ris maakte op het oog soepeltjes remise tegen Andrey Oorlog, maar onder de oppervlakte was het volgens hem minder gestroomlijnd. Het was nog niks vergeleken de tempi die IM Alexander verspeelde in de opening, of de pionnen die GM Alexander kwijtraakte.

Gelukkig was er ook nog goed nieuws: Frank Erwich won opnieuw snel. Zo snel, dat ik er weinig van heb gezien. Voor de partij maakte hij zich zorgen omdat hij met zwart speelde, maar kennelijk wilde tegenstander Christian Braun zich te veel bewijzen en kreeg de kous op de kop. BSG op voorsprong, maar de gezichten bleven gespannen: op de meeste borden ging het bergafwaarts. De staart kreeg het flink te verduren: FM Henk werd vermorzeld door Invincible Ivo, terwijl Large in het Frans geen moment in zijn spel kwam tegen Thomas Trella en eveneens aan het lijstje verliezers kon worden toegevoegd. Meer kansen op een positief resultaat had Behirder, die op het punt stond meesterklassetopscorer Oscar Lemmers een resultaat te ontfutselen. Tijdsdruk? Overmoedig geworden? Feit was dat de stille kracht van BSG het punt even later aan de stille kracht van Voerendaal moest laten. 5 uit 5 en dat steeds met zwart. Wat een geweldenaar!

De geweldenaars van BSG kwamen ditmaal totaal niet uit de verf. Berelowitsch had tegen Michail Saltajev de schade beperkt weten te houden tot een pion in het eindspel, maar die pion was niet meer af te stoppen. En Ewood dan? Van hem had ik hoge verwachtingen: in Bochum wordt bijna een standbeeld voor hem opgericht, want hij weet wel hoe je die Duitse schakers aanpakt. En dan zat hij ook nog aan het negende bord, waar hij opnieuw Christof Sielecki tegenover zich kreeg. Tijd om wat recht te zetten, zou je denken. Niets was minder waar: Ewood moest al snel het loperpaar opgeven, waarna zijn tegenstander alsmaar profylactische zetjes bleef spelen, speculerend op het langetermijnvoordeel van het loperpaar. Die tactiek werkte helaas perfect. Na afloop kon de verliezer niet veel meer uitbrengen dan wat zinnetjes als: "You have to choose situations when to be aggressive and when not to be aggressive." Wijze woorden.

Ook Ton van der Heijden trof een oude bekende: ditmaal maakte hij remise tegen Patrick Driessens, maar daar was hij allerminst tevreden mee. Door een moment van onoplettendheid moest hij in eeuwig schaak berusten, maar er had veel meer in gezeten. Wel scoorde hij het enige halfje aan de laagste borden, die opnieuw de zwakste schakel van het team vormden.

De stand was 2-6 en daarmee was de wedstrijd beslist. Er waren nog twee partijen bezig: Tea Lanchava moest na een lang gevecht buigen voor Daniel Hausrath. Leuker waren de ontwikkelingen bij IM Alexander, die na een rommelige tijdnoodfase een goede stelling had overgehouden tegen Felix Levin. Hij had een leuk pionnenblokje bij de zwarte koning als compensatie voor de twee kwaliteiten. Hij wikkelde rustig af naar een totaal gewonnen eindspel. Een mooi slot van een toch wel erg teleurstellende wedstrijd.

BSG (2333) - Voerendaal (2429) 3-7
1. R Ris m (2388) - A Orlov g (2539) ½-½
2. A Berelowitsch g (2565) - M Saltajev g (2481) 0-1
3. F Erwich f (2361) - C Braun m (2397) 1-0
4. A van Beek m (2307) - F Levin g (2506) 1-0
5. T Lanchava m (2320) - D Hausrath m (2473) 0-1
6. L Ootes (2358) - T Trella f (2408) 0-1
7. H van der Poel f (2242) - I Wantola f (2366) 0-1
8. J de Groote (2150) - O Lemmers m (2381) 0-1
9. E de Groote (2354) - C Sielecki m (2398) 0-1
10. T van der Heijden (2280) - P Driessens f (2343) ½-½

Na afloop gingen zowel BSG 1 als BSG 2 naar de gebruikelijke Italiaan. De spelers van het tweede hadden heel wat meer noten op hun zang: ze wonnen met verbijsterend gemak van Tal/DCG en blijven in de race om het kampioenschap. Alles zal afhangen van de onderlinge wedstrijd tegen Zukertort 2, maar dat is pas over drie maanden, na de winterstop. BSG 1 is aan de andere kant van de ranglijst te vinden, nu ook Utrecht en de Kennemer Combinatie voorbij zijn gegaan. Het team gaat op een degradatieplaats de winterstop in en in dat opzicht eindigt het jaar zoals het begonnen is: in mineur. Het enige positieve is dat het team in Frits van Gelder mogelijk een psycholoog krijgt.

12 december 2012

Life is chess

Het is geen rocky road, cosmic symphony of a tunnel with black light at the end en zeker niet like a fire of een andere Scheissmetaphor. Life is chess! Om dat te illustreren neem ik jullie mee naar een schaakpartij die ik in Amstelveen speelde. Iedereen die wilde, mocht een zet doen en ik voorzag ze van tijd tot tijd van bruikbaar advies. Achteraf is het makkelijk praten: ik had me waarschijnlijk meer met de partij moeten bemoeien, want het liep enorm uit de hand. Voor degenen die geïnteresseerd zijn, geef ik hier de zetten in lange notatie, dus pak je schaakbord maar en kijk mee. Verwacht overigens geen schaaktechnische hoogstandjes.

De Parel van Amstelveen - Consultatiepartij

1.Pg1-f3 d7-d5 2.g2-g3 Het is niet helemaal mijn opening, maar niet slecht. Ik stemde daarom toe met het fianchetteren van de koningsloper; een term die ze niet leken te begrijpen. 2...Lc8-g4 3.Lf1-g2 Lg4xf3 4.Lg2xf3 Pg8-f6. Tot zover ging alles nog naar wens, maar er was onrust uitgebroken in het witte kamp. Het ging niet goed meer tussen de koning en dame. De dame voelde zich beklemd en ze kon geen kant op. De bom barstte rond dit moment en er werd van hogerhand ingegrepen. De koning moest opkrassen en op c8 was nog een veld vrijgekomen: daar kon hij mooi naartoe verkassen. Behalve dat die zet volstrekt tegen de schaakregels was, leek het de koning ook niet zo'n goed veld, zo naast de zwarte dame. Naar alternatieven werd ook niet gekeken, dus werd de patstelling maar opgeheven door de witte dame in het zwarte kamp te plaatsen: 5.Dd1-c8.

Stelling na 5.Dd1-c8.

De volgende zetten werden zonder mij gespeeld: 5...e7-e5 6.0-0 Ke8-e7 7.Lf3-h1 Ke7-d6. De zwarte koning plande ook een verhuizing, zij het in zijn eigen tempo - een stapje per zet. Inmiddels mocht de witte koning weer wat dichter in de buurt van de dame komen: 8.Kg1-g2. De zwarte koning trok weer wat verder de wijde wereld in: 8...Kd6-c6. En de dame ook, voorzichtig toenadering zoekend: 9.Dc8-g4.

Stelling na 9.Dc8-g4.

Zwart vervolgde vrolijk met 9...Pf6-d7, waarna de witte koning kwispelend tussen de pionnetjes door liep: 10.Kg2-f3. Na 10...Dd8-h4 nam de witte dame geschrokken de benen: 11.Dg4-d4. Door de interne spanningen kon de zwarte dame zowaar straffeloos een pion meepikken: 11...Dh4xh2. De witte koning had zijn lesje nog niet geleerd en hij zocht met 12.Kf3-e3 nogmaals toenadering. De witte dame, die ook nog eerst moest wachten op een zet van zwart, kreeg het nu helemaal benauwd. Na 12...Pb8-a6 13.Dd4-b4 kon ze eindelijk vluchten en was mijn rol in de partij uitgespeeld. De slotzetten werden er snel achter elkaar uitgepoept. Eerst vond de witte dame een veilig plekje, daarna kreeg de witte koning gezelschap van de zwarte dame: 13...Pd7-c5 14.Db4-a5 Dh2xg3+ 15.Lh1-f3 Dg3-f4#.

Stelling na 15...Dg3-f4#.

Buiten mijn weten om had de zwarte dame de witte koning per ongeluk matgezet. Het duurde nog even voordat iedereen erachter was gekomen: de monarch kan inderdaad geen kant meer op. Het werd duidelijk dat er op dit bord geen plek meer was voor de witte koning: hij moest op een ander bord verder spelen. En zo geschiedde. Hij ging terug naar zijn pappie en mammie, waarna hij meer succes had in de interne competitie van zijn dorpsschaakclub. Gelukkig kun je met schaken ook winnen.

04 december 2012

"Dat kutvoetbal"

Dat konden weleens de laatste woorden van Richard Nieuwenhuizen, de grensrechter die afgelopen zondag in elkaar werd getrapt, zijn geweest. Na afloop van de in 2-2 geëindigde wedstrijd Buitenboys B3 - Nieuw Sloten B1 had hij het aan de stok gekregen met een aantal spelertjes van de uitploeg. Meestal gaat zoiets over de onbenulligste dingen, maar daar hadden de vechtersbaasjes geen boodschap aan. Als hyena's stortten ze zich op hun prooi, die nog probeerde te ontsnappen, om vervolgens opnieuw tot moes getrapt te worden. Gisteren stierf hij aan zijn verwondingen.

Het nieuws schokte het hele land, niet alleen de voetbalwereld. Iedereen sprak er schande van en iedereen had er wel een mening over. Sportvereniging Nieuw Sloten wist niet hoe snel ze de (waarschijnlijke) daders moest royeren. Als klap op de vuurpijl werd het gewraakte B1-team per direct uit de competitie gehaald. Paniekvoetbal? Nee, de vereniging had geen keus om de tsunami van kritiek die hun etterbakken hadden veroorzaakt zo veel mogelijk in te dammen.

En toch was het een raar verhaal en lijkt het erop dat de thuisploeg ook wel iets aan te rekenen valt. Waren er geen getuigen? Waarom greep niemand in? En waarom is er na afloop niks voor het slachtoffer gedaan? Natuurlijk had men de fatale afloop moeilijk kunnen zien aankomen, maar het lijkt me niet meer dan normaal om als je zo bent mishandeld (hij werd tegen z'n hoofd geschopt) naar de dokter te gaan, en vervolgens naar de politie om aangifte te doen van zware mishandeling.

In plaats daarvan ging de grensrechter nog even naar huis, om even later weer een wedstrijd bij te wonen. Toen pas ging het mis en werd hij in allerijl naar het ziekenhuis vervoerd, waar hij een tweede terugval kreeg. Ditmaal met fatale gevolgen.

Het is natuurlijk de vraag of hij het had overleefd als er sneller was ingegrepen. Helaas is onverschilligheid met betrekking tot de eigen gezondheid typisch mannelijk gedrag, net als conflicten uitvechten en het jagen op status. Afgelopen zondag kwamen die drie elementen op een ongelukkige manier samen en dat resulteerde in een tragedie.

Het weerhield de oprichter van de Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang er niet van de suggestie te wekken dat de grensrechter het drama aan zichzelf had te wijten - grensrechters in het amateurvoetbal waren volgens hem immers maar vervelende, partijdige mensen. Het lijkt me stug dat hij weet wat er precies is voorgevallen, dus kun je stellen dat hij op zijn best voor zijn beurt heeft gepraat. Op zijn slechtst was het een Luuk Koelman-achtige poging om in het nieuws te komen. Het getuigt in ieder geval niet van veel inlevingsvermogen; een eigenschap die Peter R. de Vries naast bescheidenheid helaas met node mist.

In ieder geval woedt er in Nederland nog een storm door de wereld van het amateurvoetbal. Ironisch genoeg volgde deze raadselachtige, doch tragische aaneenschakeling van gebeurtenissen net nadat een speler van Sporting Noord, een andere Amsterdamse amateurclub, een gevangenisstraf van drie jaar had gekregen voor het doodtrappen van een bejaarde toeschouwer. Het betekende meteen de doodsteek voor zijn club, die kort na het incident ophield te bestaan. Dat is dan weer het zelfregulerend vermogen van de samenleving, het enige wat me op dit moment hoopvol stemt. De gevolgen van het excessieve geweld stralen wel uit naar het Amsterdamse voetbal. Dat is duidelijk te zien aan Ajax, de exponent van deze neergang, dat als landskampioen aan de Champions League moet meedoen en keer op keer klop krijgt. Momenteel struggelen ze in het Bernabejoe-stadion tegen het B-team van Real Madrid. Ondanks alles geldt nog steeds: oost west, thuis best. Ook met dat kutvoetbal.