28 oktober 2018

Maxje huilt, Maxje lacht

Het kon bijna niet misgaan en het ging ook niet mis: in Mexico pakte Lewis Hamilton zoals verwacht zijn vijfde wereldtitel, terwijl Max Verstappen zijn vijfde Grand Prix-zege binnenhaalde, voor de Ferrari’s van Sebastian Vettel en Kimi Räikkönen.

Met een hoogte van 2300 meter boven zeeniveau is het Autódromo Hermanos Rodríguez veruit het hoogstgelegen circuit op de Formule 1-kalender. Door de ijle lucht lopen de turbo’s te hard, worden de motoren niet goed gekoeld en liggen de auto’s als dweilen op de weg omdat ze niet genoeg neerwaartse kracht opwekken.

Het was de ideale voedingsbodem voor een verrassend resultaat en dat kwam er in de kwalificatie, waarin Red Bull voor het eerst in vijf jaar beide wagens op de eerste startrij had staan. Een waanzinnige prestatie van het team van Christian Horner, vooral gezien de partymodes waar de Ferrari’s en Mercedes over kunnen beschikken. Tot ieders verbazing stapte Max echter met een gezicht als een oorwurm uit zijn bolide. “The whole qualifying was crap”, liet hij optekenen. Vanwege blokkerende achterwielen kwam hij 26 duizendsten tekort op teamgenoot Ricciardo, die natuurlijk een glimlach van oor tot oor had.

Een dag later is die glimlach overigens al gauw weer verdwenen als hij bij de start slecht van zijn plek komt en niet alleen Max, maar ook de als derde gestarte Luis erlangs ziet glippen. In de chaos in de eerste bochten weet Fattle het gevecht om de vierde plaats in zijn voordeel te beslechten door Bottas op een flinke schouderduw te trakteren. Verderop rijdt Ocon zijn voorvleugel stuk op Ericssons Sauber. Het brokstuk vliegt de baan over en wordt onderschept door Alonso, die daarmee zijn wagen beschadigt en niet veel later stilvalt. Hoewel het wrak niet op een gevaarlijke plaats staat, rukt wel de virtuele safetycar uit.

Ook na de korte onderbreking blijft Max het veld soeverein aanvoeren, voor Luis en Ricciardo. Achter hen laat Fattle een gat vallen, terwijl Bottas wordt opgejaagd door Rijkunnen. De eerste coureur in de kopgroep die problemen met zijn banden ondervindt, is Luis. De gedoodverfde kampioen valt langzaam maar zeker ten prooi aan Ricciardo, waardoor hij al na 11 rondjes zijn ultrazachte banden voor de superzachte banden inwisselt. De rest van de kopgroep doet kort daarna hetzelfde. Alleen de Ferrari’s rijden nog wat langer door, maar nadat Max Rijkunnen de oren had gewast, komen de rode bolides eveneens binnen voor rode banden.

Na de pitstops heeft Max ineens een flinke buffer op Luis, die nog wat tijd achter Rijkunnen had verloren, waardoor hij Ricciardo en Fattle al gauw weer in zijn kofferbak had. Lange tijd zitten de drie aan het elastiek. Pas na de tweede virtuele safetycar, die in het leven was geroepen om Science’ gestrande bolide op te ruimen, slaagt Fattle erin Ricciardo voorbij te steken. Niet lang daarna gaat hij ook Luis voorbij, waarna hij op jacht gaat naar Max.

Wetende dat hij alleen aan een overwinning genoeg had om de titelstrijd eventueel iets langer spannend te houden, rijdt hij het gat naar de Red Bull langzaam dicht. Luis vergaat het heel wat minder. Hij heeft ruzie met de banden en verliest gauw terrein. Nadat hij in een vergeefse poging Ricciardo voor te blijven met rokende banden rechtdoor schiet, laat hij voor de tweede keer een nieuw setje banden omleggen. Fattle en Bottas doen een ronde later hetzelfde, waarna Max ook maar een nieuw setje banden haalt. Hij blijft aan de leiding.

Door de pitstops is Ricciardo naar de tweede plaats opgerukt. Op oude banden slaagt hij er knap in Fattle achter zich te houden. Een dubbelzege lonkt voor Red Bull, dat als enige team in de kopgroep met beide wagens op de superieur geachte superzachte band rijdt. Een onheilspellende rookpluim bij Ricciardo maakt plotseling een eind aan die illusie. Aan het eind van start/finish blaast zijn Renault voor de zoveelste keer dit jaar zijn laatste adem uit. Terwijl de verbouwereerde Australiër uit zijn auto klimt, komt de virtuele safetycar voor de derde keer op de baan.

Voor Mercedes is de neutralisatie het sein om Bottas voor de derde keer van nieuwe banden te voorzien. Door zijn derde bandenwissel ligt de Fin een volle ronde achter. Desondanks ligt hij nog een volle ronde voor Hülkenberg, die in feite de staartgroep aanvoert. Op de hyperzachte band heeft Bottas nog wel de eer om de snelste raceronde te rijden, maar verder dan een vijfde plaats komt hij er niet mee.

Vooraan telt Max de ronden af. Zijn motor heeft hij in de spaarstand gezet en tot opluchting van hem en het hele team houdt de techniek het, zodat hij na 71 ronden als eerste over de finish raast. Fattles tweede plek was niet genoeg om het kampioenschap open te houden. Wel finishte hij voor het eerst sinds eind augustus weer eens voor Luis, die Rijkunnen in de slotfase niet eens meer kon bijhouden en vermoedde dat er echt iets mis was met zijn bolide. Het maakt allemaal niet meer uit, want ook een magere vierde plek is ruim voldoende voor de vijfde titel.

Na afloop zijn er louter lachende gezichten. Max glundert van oor tot oor, terwijl Fattle Luis hartelijk feliciteert met zijn titel. De Duitser wist ook dat hij de titel hier niet verloren had, maar in de afgelopen maanden. In ieder geval bood de snelheid van de Ferrari’s en het geworstel van de Mercedes hem hoop voor de toekomst. In 2019 gaat Ferrari met Fattle en Leclerc opnieuw een gooi doen naar het kampioenschap.

En wat kan Red Bull? De paarse bolides zitten er de laatste races goed bij ondanks hun tamme Renault-motor. Als Honda de hooggespannen verwachtingen volgend jaar kan waarmaken, dan kan Max niet alleen de overwinningen, maar ook de polepositions aan elkaar rijgen. Dat zal de pijn van het missen van het record van de jongste polesitter ooit hopelijk wat verzachten.

Op twee ronden achterstand kwam Hülkenberg als best of the rest binnen hobbelen. Sauber scoorde met beide wagens punten. Leclerc werd knap zevende, terwijl Ericsson negende werd. Omdat Toro Rosso alleen met Gasly een puntje pakte, neemt Sauber de achtste plaats bij de constructeurs over van het voormalige team van Minardi. Vandoorne scoorde met een keurige achtste plaats voor het eerst in een half jaar weer punten.

Verliezer van het weekend was Force India. Ocon kwam door de schade bij de start niet verder dan een elfde plek, terwijl Pérez halverwege zijn thuisrace opeens uitviel. Daarmee deden ze het overigens nog beter dan Haas, dat zijn naam in Mexico wel had mogen veranderen in Slak, want de Ferrari-replica’s finishten als laatste, nog achter de Williams’. Dat mag gerust een afgang worden genoemd.

Voor het eerst sinds 2004 is de titelstrijd in een even jaar voor de laatste race beslist. Over twee weken reist het Formule 1-circus af naar Brazilië, waar de een-na-laatste race van het seizoen op het programma staat. Wie gaat er op Interlagos met de dagzege vandoor? Slaagt Luis er dit jaar nog in om zijn eerste zege als gekroond wereldkampioen te behalen, of gaan de laatste zeges van het seizoen, net als vorig jaar, naar Fattle en Bottas?

26 oktober 2018

6035 dagen

Sinds ik op mezelf woon, kom ik iedere week een dag bij m’n ouders eten. Dat was vanavond niet anders. Het was alleen wel de eerste keer zonder Bonnie, Ewoods poes, die afgelopen dinsdag overleed.

Het ging de laatste jaren al niet meer zo goed met Bonnie, maar de laatste tijd was ze echt hulpbehoevend geworden. Ze woog op het laatst zo weinig dat ze maar met haar pootjes hoefde te wapperen om op te stijgen. Ze was alleen zo stram geworden dat ze amper nog kon bewegen. De tand des tijds had de afgelopen 16 jaar flink huisgehouden.

Bonnie hebben we te danken aan slecht zomerweer. In de laatste week van de vakantie in Frankrijk was het weer bar en boos, dus besloten m’n ouders om een aantal dagen eerder dan gepland naar Nederland terug te keren. Thuis ging m’n moeder vrijwel meteen op zoek naar een kat voor Ewood. De krullenbol had in de jaren daarvoor een paar konijnen gehad, maar die waren allemaal niet ouder dan een paar jaar geworden. Aangezien mijn poes Sheba het toen al zeven jaar op deze vijandige wereld had uitgehouden, wilde hij er ook een.

Al gauw had m’n moeder via een advertentie een nestje gevonden en niet veel later zat ik met haar en m’n tante in de auto naar Weesp geloof ik om een kat op te halen. Op het adres wemelde het van de katten. Volwassen katten, maar ook een heleboel jonkies. Ze renden met z’n allen door het huis heen en de ene was nog leuker dan de andere. De katjes hadden ook allemaal al een naam gekregen. Nadat ze kort afscheid had kunnen nemen van de rest, kregen wij Bonnie mee.

Ewood met Bonnie.

Bonnie leek niet te zijn geïntimideerd door de nieuwe omgeving. Eenmaal thuis begon ze meteen de woonkamer te verkennen en al gauw was ze aan ons huis gewend. Ewood was natuurlijk dolblij met zijn katje. Hij was zelfs zo blij dat hij haar niet eens een andere naam gaf. De eerste nachten moest Bonnie op Ewoods kamer blijven en al snel hadden ze een goede band. De enige verliezer in het verhaal was Sheba, die plotseling flinke concurrentie had. Qua populariteit zou ze het altijd tegen een kitten moeten afleggen, maar tegen Bonnie al helemaal. Iedereen viel namelijk als een blok voor Bonnie, wat Sheba ongetwijfeld nog jaloerser zal hebben gemaakt. Echt hartelijk gingen de katten dan ook niet met elkaar om.

Zo nu en dan lagen de katten vredig naast elkaar op bed.

“Ik denk niet dat Bonnie nog veel groter wordt”, zei mijn moeder begin 2003. Hoewel Bonnie toen nog geen jaar oud was, groeide ze daarna inderdaad niet meer, waardoor ze betrekkelijk klein bleef. Haar geringe afmetingen, haar korte snuitje en haar grote ronde ogen zorgden ervoor dat ze er nog tot op latere leeftijd als een jong katje uitzag. Ogenschijnlijk stond de klok stil voor Bonnie.

Bonnie met de piepjonge Belle (2012).

Dat veranderde overigens toen Sheba begin 2012 overleed. In de zomer van dat jaar nam mijn moeder, nota bene degene die mij ooit aan een hond wilde helpen, zelf een kat. Vergeleken de tien jaar jongere Belle was Bonnie opeens de oude kat. Hoewel de twee het goed met elkaar konden vinden, begon Bonnie geleidelijk aan vitaliteit in te boeten. Geleidelijk ging het licht uit.

Bonnie zoals alleen zij kon liggen.

Toen ik afgelopen week vrijdag de deur achter me dichttrok, bleek ik Bonnie voor het laatst te hebben gezien. Stram en mager was ze, maar er waren verder geen aanwijzingen dat het einde nabij was. Net als bij Sheba kwam het einde toch nog redelijk onverwachts. Het lijfje was op en wilde niet meer. Na 16 en een half jaar kwam er een einde aan Bonnies leven. Op een leeftijd waarop een mensenleven eindelijk tot bloei komt, zit het er voor haar alweer op.

Drinkend uit de “vijver”.

Achteraf gezien is het wel fijn dat Bonnie de naderende verhuizing van m’n ouders niet meer hoeft mee te maken, want met haar gezondheid zou die verhuizing heel zwaar zijn geworden. Met haar 6035 dagen was Bonnie precies 53 dagen korter in leven dan Sheba. Het is bijzonder dat de levensduur twee katten met een totaal andere achtergrond (Bonnie was een zogenaamde labkat, een kat die als kitten allerlei proeven en testjes in een laboratorium heeft moeten ondergaan) en een totaal ander karakter minder dan één procent verschilt.

Lieve Bonnie, bedankt voor de mooie jaren. Je was een geweldige poes en ik weet zeker dat ik nog vaak aan je zal denken. Ik denk dat ik namens iedereen die jou heeft gekend spreek als ik zeg dat je een pootafdruk in onze harten hebt achtergelaten. Wees lief voor Sheba.

Bonnie
15 april 2002 - 23 oktober 2018

22 oktober 2018

F*cking, f*cking Räikkönen!

In Texas kon Lewis Hamilton de titel al binnenhalen als hij zou winnen en concurrent Sebastian Vettel lager dan tweede zou eindigen. Aan die laatste voorwaarde werd voldaan, maar aan de eerste niet, omdat Kimi Räikkönen er verrassend met de overwinning vandoor ging. Hamilton restte slechts de onderste trede van het podium, nog achter Max Verstappen.

Het Circuit of the Americas, dat pas in 2012 aan de Formule 1-kalender werd toegevoegd, is Luis’ favoriete jachtterrein. Maar liefst vijf van de zes races op het uitdagende Tilkedrome wist hij op zijn naam te schrijven. In 2015 behaalde hij er zelfs de wereldtitel. Dat kunststukje kon hij herhalen als hij zou winnen en Fattle niet tweede zou worden. Geen ondenkbaar scenario gezien Luis’ staat van dienst en de matige vorm waarin Ferrari al sinds de zomerstop verkeert.

In Texas was alles anders. Ferrari had wat geflopte upgrades eraf geschroefd en prompt gingen de rode bolides als de brandweer. Desondanks is Luis ze in de kwalificatie nipt te snel af: de pas 39 geworden Rijkunnen komt 8 honderdsten tekort, Fattle 7. De Duitser werd echter drie plekken naar achteren gezet omdat hij in de training te hard had gereden tijdens een rodevlagsituatie, waardoor hij nog achter Bottas en Ricciardo van start ging.

“En Max dan?”, hoor ik u vragen. De Belgische Nederlander moest het vroeg in de kwalificatie voor gezien houden nadat de achterwielophanging als een luciferhoutje afbrak nadat hij bij het uitkomen van een bocht over de zogenaamde sausage kerb was gereden, iets wat de rest ook steeds zonder kwalijke gevolgen deed. Inclusief gridstraf voor een gewisselde versnellingsbak moest hij als achttiende, voor beide Toro Rosso’s, starten.

Ferrari neemt het initiatief

Als de lichten op zondagmiddag doven, razen twintig coureurs als wilde stieren in de rodeoring op de eerste bocht af. De als tweede gestarte Rijkunnen heeft grootse plannen: als enige in de kopgroep is hij gestart op de ultrazachte band, de zachtste band die Pirelli naar het Amerikaanse circuit had meegenomen. De Fin weet het bandenvoordeel te benutten door Luis in de eerste bocht voorbij te steken.

Achter hen gebeurt weer het nodige en onnodige. Zo weten Stroll en Alonso elkaar voor het tweede weekend op rij te vinden. Stroll verkijkt zich volledig op de file voor hem en beert vol in de flank van de McLaren. “These guys are impossible to race with!”, klaagt Alonso, die alleen nog maar zijn terminaal beschadigde auto bij zijn team kan afleveren. Even verderop beukt Grosjean Leclerc achterstevoren, waardoor hij zijn voorvleugel beschadigt, zodat hij aan het eind van de eerste ronde, samen met Stroll, zijn monteurs moet opzoeken.

In de kopgroep is Fattle op oorlogspad, maar als hij Ricciardo de vierde plaats probeert te ontfutselen, staat hij voor de derde keer in vijf races achterstevoren, zodat hij naar de achterhoede terugvalt. Max profiteert dankbaar van de brokkenpiloten om hem heen en vindt zich na een ronde alweer terug in de top 10. Een paar ronden later ligt hij alweer vijfde achter teamgenoot Ricciardo. De vierde plaats krijgt hij ook meteen cadeau als de goedlachse Australiër opeens uitvalt. De marshalls krijgen de paarse bolide niet op tijd aan de kant, dus rukt de virtuele safetycar uit.

Ferrari schiet zichzelf in de voet

Op dat moment ligt Rijkunnen nog aan kop. Mercedes denkt van de neutralisatie te kunnen profiteren door Luis zonder grote tijdverliezen van nieuwe banden te voorzien. Ferrari laat Rijkunnen echter gewoon op versleten banden doorrijden. Binnen vijf ronden zit Luis weer aan de staart van Rijkunnen, die handen en voeten nodig heeft om de viervoudig wereldkampioen achter zich te houden. Als Ferrari hem aan het eind van de 21e ronde naar de pits haalt, valt hij terug naar de vijfde plaats.

Max zit op dat moment Bottas op te jagen. Red Bull besluit een gokje te wagen door Max een ronde na Rijkunnen naar de pits te halen. Hij wisselt zijn zachte banden in voor superzachte banden. De rode banden geven hem klaarblijkelijk een groot genoeg snelheidsvoordeel, want als Bottas een ronde later stopt, keert hij achter de Red Bull terug de baan op.

Op nieuwe banden worstelt Max zich langs Fattle, die even daarvoor als een achterligger aan de kant was gegaan voor Rijkunnen. De Duitser laat meteen nieuwe banden monteren, zodat hij zich weer in de staart van de kopgroep terugvindt. Heel wat beter heeft titelrivaal Luis het voor elkaar: door zijn stop onder geel heeft hij een voorsprong van bijna twintig seconden op zijn naaste belagers.

De rek is eruit bij Luis

Halverwege de race keert de spanning in de race terug als Luis snelheid begint te verliezen. Net als in Oostenrijk zitten zijn achterbanden onder de blaren. Plotseling lopen Rijkunnen en Max hard in op de Mercedes met startnummer 44. Was de Mercedes-strategie om al in de elfde ronde banden te wisselen dan toch te optimistisch geweest? Het lijkt er wel op, want op het moment dat Luis de helft van zijn voorsprong heeft ingeleverd, haalt hij voor de tweede keer nieuwe banden. Hij keert als vierde de baan op. Wingman Bottas laat hem er voor de tweede keer probleemloos langs, waarna Luis jacht maakt op Rijkunnen en Max.

Max maakt op zijn beurt jacht op Rijkunnen. Het gat slinkt langzaam van vijf seconden naar twee seconden. Ondertussen loopt Luis op zevenmijlslaarzen in, maar als hij in de buurt komt van Max, stokt zijn opmars. Ondanks dat de top 3 langzaam in elkaar schuift, kunnen de coureurs elkaar niet echt bedreigen. Rondenlang rijdt de top 3 binnen twee en een halve seconde zonder dat iemand zich het DRS-voordeel kan toe-eigenen.

In de slotfase probeert Luis het dan toch. Hij komt aan het eind van het rechte stuk akelig dichtbij. Van schrik verremt Max zich enigszins, waarna Luis zijn kans ruikt en zijn wagen ernaast zet. Bochtenlang rijden de twee zij aan zij. Max klampt zich vast aan de binnenbocht. Op het punt waar hij vorig jaar op een illegale manier Rijkunnen inhaalde, gaat het nu mis voor Luis, die te wijd gaat en over de uitloopstrook stuitert. Max heeft met het gevecht ook tijd verloren, wat betekent dat Rijkunnen veilig is. Voor het eerst sinds 17 maart 2013 wint de Fin weer een race. En wat voor een! Fucking, fucking Räikkönen! Waarom rijd je niet wat vaker zoals vandaag?

Ze zijn er bijna

De vanuit de achterhoede gestarte Max wist de polesitter eveneens te verslaan, wat alles zei over de vorm waarin hij sinds Monaco verkeert. Fattle deed uiteindelijk nog aan schadebeperking door Bottas in de slotfase nog de oren te wassen, waardoor hij zijn achterstand in het kampioenschap met slechts drie punten zag oplopen. Gezien zijn capriolen bij de start was dat al heel wat, maar het betekent dat Luis aan een zevende plaats in de laatste drie races genoeg heeft voor zijn vijfde titel.

Op grote achterstand finishten de Renaults van Hülkenberg en Science knap als zesde en zevende, waardoor de Franse brigade een megadreun uitdeelde aan Haas, dat voor eigen publiek niet verder kwam dan een negende plaats voor Magnussen, waardoor l’équipe de Günther Steiner alle hoop op de vierde plaats in het constructeurskampioenschap wel kan laten varen. Force India pakte opnieuw met beide wagens punten, al waren de achtste (Ocon) en tiende plaats (Pérez) minder dan wat de afgelopen maanden gebruikelijk was.

Zodoende eindigde de levendige Grand Prix van Amerika met een ongebruikelijke winnaar en kampioenschap dat nog steeds niet beslist is. Er moeten volgende week in Mexico wel hele gekke dingen gebeuren, wil Luis de titel daar niet, net als vorig jaar, pakken.

Naschrift 22 oktober:

Ocon en Magnussen werden na afloop gediskwalificeerd vanwege een te hoog brandstofverbruik. Ocon overschreed de brandstofdebietlimiet in de eerste ronde, terwijl Magnussen over de hele race meer dan de toegestane 105 kilogram brandstof verbruikte. Hierdoor reden Hartley en Ericsson alsnog de punten in.

19 oktober 2018

Bijna perfect uitgekiend

“Wie niet sterk is, moet slim zijn,” dat was de gedachte van het team van BSG in de Europacup in Griekenland die afgelopen week aan de gang was. Dankzij een slimme toernooitactiek eindigden de Bussumse amateurs knap als dertiende, ver voor de andere Nederlandse teams en niet ver achter de wereldtoppers die onderling de prijzen verdeelden. En het had nog mooier kunnen zijn!

Met zeven ronden is de Europacup een betrekkelijk kort toernooi. Om succesvol te zijn is geluk met de indeling en het pieken op de juiste momenten net zo belangrijk als in vorm zijn. Aan die voorwaarden voldeed BSG in Porto Carras ruimschoots: de topteams werden ontlopen en het team kwam steeds beter in vorm. Alleen in de tweede ronde werd (dik) verloren, de andere wedstrijden eindigden allemaal in een overwinning of een gelijkspel. Het team ging iedere wedstrijd beter spelen en maakte met een score van 9 matchpunten verwachtingen waar die er niet waren. Een toptienklassering was zelfs mogelijk geweest als in de laatste ronde de Noorse Nordstrand Sjakklubb was verslagen, maar na een groot aantal gemiste kansen eindigde die wedstrijd in een gelijkspel.

De prestatie wordt nog beter als je het vergelijkt met hoe de andere Nederlandse teams het ervan afbrachten: Kennemer Combinatie werd 31e, LSG 39e, Apeldoorn 42e en En Passant 51e van de 61 teams. Geen slecht debuut! Dan wordt het nu tijd om de helden te eren. Wat voor toernooi hadden de spelers zelf? Hieronder een overzicht.

1. Li Riemersma (2460)

3½ uit 6, TPR: 2506

Als kopman kreeg Li natuurlijk de zwaarste tegenstanders te verwerken, maar hij weerde zich kranig. Dankzij een goede eindspeltechniek wist hij keer op keer bedenkelijke stellingen naar remise te keepen, terwijl hij tegen Twan Burg een vol punt (door schaakblindheid van zijn tegenstander, zoals hij het zelf omschreef) in de schoot geworpen kreeg. Zodoende eindigde hij met een kleine plusscore, al zal hij niet erg tevreden met zijn spel zijn geweest.

2. Robert Ris (2435)

5 uit 7, TPR: 2553

Speelde als enige van het team in alle ronden mee en dat was niet zonder reden, want hij was heel lekker op dreef. Was solide met zwart en levensgevaarlijk met wit (3 uit 3!), waardoor hij zijn tegenstanders vaak al snel knock-out sloeg. Hoogtepunt van het toernooi was zijn overwinning op de Zweedse grootmeester Erik Blomqvist in de laatste ronde.

3. Thomas Willemze (2408)

2½ uit 5, TPR: 2363

Gunde zichzelf als teamleider twee vrije ronden. Begon stroef, maar groeide in het toernooi, al vergat hij zichzelf daarvoor te belonen door in de vijfde ronde een compleet gewonnen stelling alsnog te verliezen. Desondanks eindigde hij nog op 50% door een paar knappe, technische winstpartijen.

4. Lars Ootes (2372)

3 uit 6, TPR: 2305

Liet halverwege het toernooi zien over toverkracht te beschikken door een gelijke stelling te winnen en katachtig uit een slechte stelling te ontsnappen, maar daar stond tegenover dat hij in de laatste ronden weer twee halfjes te weinig scoorde, zodat hij eveneens op 50% bleef steken.

5. Ton van der Heijden (2300)

3½ uit 6, TPR: 2365

Speelde het avontuurlijkst van iedereen en zette iedere keer het bord in brand. Bleef, ondanks de enorme risico’s die hij ogenschijnlijk nam, gewoon ongeslagen. Sterker nog: hij had wel een paar punten meer kunnen en moeten scoren. Twee keer liet hij zijn tegenstander ontsnappen door in een straalgewonnen stelling de zetten te herhalen. Ouderdom?

6. Ewoud de Groote (2292)

1½ uit 6, TPR: 1971

Het was alsof hij in het toernooi telkens tegen een onzichtbare muur opliep. Met zwart kwam hij vaak slecht te staan en met wit kwam hij ook geen barkruk voorbij, waardoor hij op de hoogst bedenkelijke score van 1½ uit 6 eindigde. “Helaas was het niet helemaal zijn toernooi, maar ongetwijfeld komt hij hier sterker uit!”, schreef Robert in het slotverslag bemoedigend.

7. Alexander van Beek (2281)

5 uit 6, TPR: 2298

Had aan het laatste bord de taak de lammen en blinden van de tegenpartij aan de zegekar te binden en deed dat overtuigend en zonder haperingen. Scoorde daarnaast ook nog goed tegen spelers van zijn eigen kaliber, al mocht hij nog van geluk spreken dat hij zijn ongeslagen score in de laatste ronde niet verloor.

De individuele uitslagen.

De verrichtingen van het team waren op de BSG-site goed te volgen. Leuk was dat de spelers ook allemaal een dagverslag aanleverden. Het leverde een grappig mozaïek aan verslagen op, omdat iedereen natuurlijk zijn eigen schrijf- en analysestijl heeft. Als webmaster was het mijn taak om de verslagen op een nette manier op internet te zetten, wat best nog een hele klus was. Hoewel mijn werk er nog tussendoor kwam, is het uiteindelijk wel gelukt, zij het met enige vertraging. De dagverslagen zijn terug te vinden via het overzichtsartikel.

Aan de spelers van het eerste dit seizoen de schone taak om weer in de top 3 te eindigen, om zodoende opnieuw deelname aan de Europacup af te dwingen, want dit smaakt toch naar meer!

14 oktober 2018

BSG in de Europacup

Een futuristisch ogende speelaccommodatie, een strakblauwe hemel, een diepblauwe zee en niervormige zwembadjes: die impressie krijg ik van de Europacup in Porto Carras (Griekenland) waar BSG voor het eerst in de geschiedenis van de partij is.

Ruim drie jaar geleden miste BSG het kampioenschap op een haar, maar plaatste het zich wel voor de Europacup. Een tamelijk unieke gebeurtenis voor een team dat jarenlang tegen degradatie vocht in de meesterklasse. Toen puntje bij paaltje kwam, was echter niemand geïnteresseerd. Een degradatie en een promotie later plaatste BSG zich opnieuw voor het toernooi en ditmaal was het wel raak, dus togen zeven spelers, inclusief aanhang en supporter, naar Griekenland.

De toernooilocatie. Foto: Ton van der Heijden.

Het grootste gedeelte van het meesterklasseteam van BSG is in Griekenland van de partij. Naast teamleider Thomas Willemze, zijn ook Li Riemersma, Robert Ris, Lars Ootes, Ton van der Heijden, Grotovsky en Alexander van Beek aanwezig. Met een score van 2 overwinningen uit de eerste drie wedstrijden is BSG redelijk begonnen, al is de score beter dan het lijkt.

In de Europacup kun je belachelijk sterke teams, met louter wereldtoppers, treffen. Leuk om eens tegen te spelen, maar minder leuk voor je zelfvertrouwen, zoals de teams van Apeldoorn en Kennemer Combinatie ondervonden, die in de eerste ronde met 6-0 van de mat werden geveegd.

Gelukkig doen er ook wat minder sterke teams mee. In de eerste ronde werd BSG namelijk aan het Griekse Chania Chess Academy, een van de zwakste teams in het toernooi, gekoppeld. Uiteindelijk werd de wedstrijd met 5½-½ gewonnen, maar makkelijk ging het niet. Vervolgens ging het mis tegen het op papier gelijkwaardige Team Viking. Ik stel me zo voor dat de Zweden met zo’n helm met van die hoorns aan het bord verschenen. Intimiderend! Ze lieten, zoals echte Vikingen betaamt, geen spaan van BSG heel: het werd 5-1. Daarbij moet worden aangetekend dat BSG wel her en der wat halfjes liet liggen, maar uiteindelijk was de nederlaag volledig terecht. Vandaag ging het met een 4½-1½ zege op het niet overdreven sterke Bois-Colombes weer wat beter.

Een zwarte week voor Grotovsky

Er is dus nog genoeg ruimte voor verbetering. Het zijn soms ook de kleine dingen die het ‘m doen. Doordat BSG zeven spelers heeft voor zes borden, moet er gerouleerd worden. Dat is prettig, want zo kan iedereen een ronde uitrusten. Doordat de spelers, zoals in veel competities gebruikelijk is, in een vaste volgorde moeten spelen, zorgt het wisselbeleid er al gauw voor dat de kleurbalans van de spelers danig door de war wordt geschopt. Om die reden is Grotovsky met drie zwartpartijen aan het toernooi begonnen. Dat was geen al te gelukkige keuze, want nadat hij tegen Charlois Europoort al met zwart van het bord geblazen werd, gebeurde dat nu in twee van de drie partijen weer. In de eerste ronde ontsnapte hij nog.

Anthi-Maria Vozinaki – Grotovsky, stelling na 27…a4!?

In deze scherpe stelling heeft wit een houtje meer. Met zijn laatste zet brengt Grotovsky een opzichtige dreiging in de stelling die wit niet ziet of onderschat. 28.d4? Pb3+! Dat was ook wel gedwongen, maar na 29.Lxb3 axb3 30.Txb3 Txb3 31.cxb3 Dxa3+ had zwart plotseling goede kansen tegen de witte koning. De partij duurde ook niet lang meer, ondanks dat Grotovsky mat in één miste.

Een dag later moest hij tegen iemand van zijn eigen kaliber en werd hij vanuit de opening gigantisch overspeeld. Toch leek hij nog met remise te kunnen ontsnappen toen het voor de tijdnoodfase rommelig werd (zo haal ik ook vaak m’n puntjes binnen, wat dat betreft zouden we broers van elkaar kunnen zijn), maar gaf hij op het moment suprême het verkeerde schaakje, waarna het alsnog gauw einde oefening was.

Vandaag verliep de opening wel naar behoren, maar ging het daarna mis.

Oscar Tardi – Grotovsky, stelling na 22…Tfe8.

Zwart kan tevreden zijn stelling. Zijn stukken hebben mooie velden en wits stelling bevat een hoop zwakten. Dat is leuk, maar als je mat staat, heb je daar weinig aan, zal wit gedacht hebben, dus ramde hij met grof geweld de zwarte koningsstelling uit elkaar met 23.Txf6! Inderdaad krijgt hij na 23…gxf6 24.Df2 een gevaarlijke aanval. Zwart kan daarom beter 23…Lxd5 doen, al blijft wit na 24.cxd5 gxf6 25.Df1 aanvalskansen houden. Grotovsky besloot echter tot 23…Pxd5? en bleef na 24.cxd5 Lxd5 25.Tf4 een stuk achter. Dat bleek te veel, dus moest hij weer een nul slikken.

De individuele uitslagen na drie ronden.

Te zien is dat Grotovsky als enige een TPR onder de 2000 heeft. Het valt te hopen dat Grotovsky in het vervolg van het toernooi wat extra witbeurten krijgt toegespeeld om zelfvertrouwen te tanken.

Kom auf Grotovsky! Laat je niet zo kennen en slacht morgen je tegenstander helemaal af! Lars gaat als een vliegtuig en de rest van het team gaat ook wel goed dacht ik. Alleen Grotovsky is huilen met de pet op. Hervind je vorm weer en speel zoals in de goede oude tijd:

07 oktober 2018

Hamilton domineert in Japan

Lewis Hamilton heeft in Japan zijn vierde zege op rij binnengehaald. Op Suzuka hoefde hij de leiding geen moment af te staan. Valtteri Bottas maakte er een dubbelzege voor Mercedes van, terwijl Max Verstappen beslag legde op de laatste podiumplaats.

Het is inmiddels bijna niet meer voor te stellen, maar iets meer dan een maand geleden was het rijderskampioenschap nog spannend. Dat was voordat Luis een megaslag sloeg in Italië en voordat Ferrari en Fattle begonnen te klungelen. In Japan ging Ferrari rustig op de in september ingeslagen weg door. Het hele weekend deed de rode brigade meer fout dan van tevoren voor mogelijk werd gehouden. Mercedes profiteerde opnieuw dankbaar.

Ferrari klungelt weer eens

Het onheil tekende zich al af in de regenachtige kwalificatie, waarin beide Ferrari’s op de verkeerde banden op pad werden gestuurd. Tel daar nog een stuurfout en een steeds natter wordende baan bij op en je begrijpt dat Fattle bleef steken op de negende plaats. Rijkunnen deed het met een vierde plaats iets beter, maar ook hij had geen antwoord op de Mercedes en Max. Luis profiteerde optimaal van het gestuntel van zijn rivalen door de pole te pakken.

Ook blije gezichten waren er bij Toro Rosso, dat in de thuisrace van motorleverancier Honda beide wagens dik in de top 10 had: Hartley kwalificeerde zich knap als zesde, Gasly was zevende. Daarmee hadden de blauwe bolides het beter voor elkaar dan Ricciardo, die door een motorstoring niet verder kwam dan een vijftiende plaats.

Een zinderende race

Met veel wagens uit positie werd er een spectaculaire race verwacht. De verwachtingen werden meteen al waargemaakt. De door een gridstraf van Ocon als achtste gestarte Fattle rijdt een openingsronde die deed denken aan Max’ openingsronde van vorige week. Zonder enige tegenstand zeilt hij links en rechts langs de B-teams, waardoor hij aan het eind van de ronde al in het kielzog van teammaat Rijkunnen zit. Die zit op zijn beurt de versnellingsbak van Max’ Red Bull te bestuderen, totdat Max zich in de chicane verremt. Hij rijdt met zijn wagen over de gifgroen geschilderde uitloopstrook, om daarna Rijkunnen van de baan te drukken. Fattle profiteert en gaat zijn teammaat voorbij, waardoor hij oprukt naar de vierde plaats.

De vraag was of Max van de stewards zijn plek niet gewoon aan Rijkunnen moest teruggeven, wat hem dus twee plekken zou kosten. Dat gebeurde niet. In plaats daarvan kreeg hij tot zijn ongeloof een tijdstraf van 5 seconden.

Ook niet helemaal zonder schuld was Magnussen, die Leclerc op het rechte stuk van start/finish op het laatste moment afkneep en die actie met een lekke band moest bekopen. Vervolgens moest hij nog een volle ronde met zijn kreupele bolide naar de pits strompelen, waardoor hij de baan verder met brokstukken bezaaide. Het zorgde ervoor dat de safetycar uitrukte.

Fattle draait door

Bij de herstart ziet Fattle zijn kans schoon. Hij komt veel beter dan Max uit de haarspeldbocht, waardoor hij voor Spoon een aanval waagt. Hij gooit zijn wagen in een gat dat er niet is en gaat, net als op Monza, weinig elegant in de rondte, zodat hij naar de laatste plaats terugvalt. Ondertussen laat Ricciardo zien hoe je wel inhaalt, want al gauw ligt hij achter Rijkunnen als vijfde.

Waar Fattle zich opmaakt voor zijn tweede inhaalrace van de middag, maken de koplopers zich op voor hun bandenwissel. Vooral Rijkunnen, die Max steeds verder uit het oog verliest, kan niet wachten om zijn volkomen afgeragde banden in te wisselen. Na zijn stop komt hij achter Science en de Force India’s terug op de baan. Hoewel hij de drie zonder problemen inrekent, verliest hij wel dusdanig veel tijd dat Max hem na zijn stop ondanks zijn tijdstraf gewoon voorblijft. Tot overmaat van ramp blijft zelfs Ricciardo de Fin na zijn stop voor, zodat de Red Bulls derde en vierde liggen.

Achterblijvers

De Mercedes halen kort na elkaar nieuwe banden zonder plaatsen in te leveren. In de middenmoot husselen de pitstops het veld wel flink door elkaar. Fattle kan na zijn stop aan zijn derde inhaalrace van de middag beginnen. Binnen tien ronden werkt hij zich van de zestiende naar de zesde plaats op. Opnieuw zeilt hij links en rechts langs de B-teams alsof het achterliggers zijn.

De koplopers zijn op dat moment al druk bezig de achterblijvers op een ronde te zetten. Het is koren op de molen van Max, die op de gele banden pas echt tot leven komt. Mede door het verkeer weet hij het gat naar Bottas dicht te rijden.

Apathisch

Het gevecht om de tweede plaats wordt kortstondig onderbroken als Leclerc uit de tweede Degner schiet en zijn auto langs de kant van de weg parkeert. De apathisch opererende marshalls komen niet op het idee de bolide door het gat in de vangrail te rollen, dus rukt de virtuele safetycar uit.

Om de een of andere reden laat Mercedes de pitcrew uitrukken, maar als blijkt dat de neutralisatie maar van korte duur is, gaan ze weer onverrichter zake weer hun box in. Bij de hervatting gaat Pérez Grosjean plotseling in de chicane voorbij. De Zwitserse Fransoos baalde als een stekker, want hij had geen flauw idee hoe de Mexicaan ineens zo dicht achter hem kon zitten.

Max zit op zijn beurt aan de staart van Bottas, maar steeds trekt de Mercedes op de rechte stukken een gat naar de Red Bull, dus rest Max slechts de derde plek. De enige vraag die in de slotfase nog van belang was, was of Luis een grand slam zou behalen. Daarvoor moet hij alleen nog de snelste raceronde rijden. Dat lukt niet omdat Fattle in de slotronden nog even gas gaat geven. Het maakte de feestvreugde bij Mercedes er niet minder om, want met zijn negende seizoenszege vergrootte Luis zijn voorsprong in het WK tot 67 punten. Er moeten nu wel heel erg vreemde dingen gebeuren, wil Fattle dit jaar zijn vijfde wereldtitel behalen.

Kampioenschap

Waar Mercedes de vierde dubbelzege van het seizoen binnenhaalde, kon Red Bull redelijk tevreden zijn met de derde en vierde plaats. De vijfde en zesde plaats van Ferrari waren daarentegen zwaar onder de maat. Best of the rest was Pérez, voor Grosjean en Ocon. Het laatste puntje ging naar Science, die Gasly in de slotfase inrekende. Daardoor stond Toro Rosso uiteindelijk alsnog met lege handen, ook omdat Hartley er zoals gewoonlijk weinig van bakte.

Over twee weken kan Luis in Amerika al kampioen worden als hij 8 punten meer scoort dan Fattle. Fattle moet dus minimaal tweede worden om het kampioenschap in leven te houden, iets wat gezien zijn huidige vorm niet al te aannemelijk is.

06 oktober 2018

BSG 2 verliest van SOPSWEPS ondanks gebroeders Brouwer

Op een heerlijke nazomermiddag heeft BSG de bezoekers er met alle matchpunten vandoor laten gaan. BSG 1 ging na de monsterscore in Apeldoorn nu zelf hard de bietenbrug op tegen Charlois Europoort, terwijl BSG 2 nipt verloor van SOPSWEPS.

“Never break the chain”, zingt een overigens wel erg hese Neil Finn tegenwoordig. Een ketting is natuurlijk zo sterk als de zwakste schakel. Voor het schaken gaat dat principe ook op. Een partij is immers zo goed als de slechtste zet. Op dat principe was jaren geleden een populaire kennisquiz gebaseerd, niet toevallig geheten De zwakste schakel. Ooit deed daar een niet nader te noemen Groningse schaaktrainer aan mee, die wellicht de titel van het programma niet goed begrepen had. De geschiedenis vertelt helaas niet of hij ook daadwerkelijk de zwakste schakel was.

Op de zonnige zesde oktober probeerden ogenschijnlijk veel spelers met elkaar te wedijveren om wie nou de zwakste schakel was. De ellende begon al voor de wedstrijd, toen er een reisplan de prullenbak inging door een kapotte ketting. Of nou ja, eigenlijk was het een ketting die met een flinke knal van de tandwielen afliep, waardoor Ewood met de befaamde gearbox full of neutrals zat. Hij moest toen maar, gelijk aan roetveegpiet, gaan lopen met de fiets aan zijn hand. Het betekende dat hij met enkele minuten vertraging aan zijn partij begon.

Door kordaat optreden van de wedstrijdleider waren de partijen haast klokslag een uur begonnen. Aan de ene kant van de zaal speelde BSG 1 tegen Charlois Europoort uit Rotterdam en aan de raamkant speelde BSG 2 tegen SOPSWEPS. Jaren geleden speelde het in 1992 van BSG afgesplitste team nog een beladen derby in Amsterdam, toen nog tegen BSG 1. SOPSWEPS won die wedstrijd nipt en trad nu, acht jaar later, met een vergelijkbaar team aan tegen BSG 2. Kon dat wel wat worden met BSG 2?

Het eerste halfje stond gelukkig al gauw op het scorebord. Aan het laatste bord troffen Tom de Ruiter en ex-BSG’er Martijn Benschop elkaar. Beide spelers waren in de eerste ronde de zwakste schakels van hun team, dus konden ze tevreden zijn met het halve ei. Lange tijd was het ook het enige goede nieuws voor BSG. Op de meeste borden kwamen de bezoekers gauw in het voordeel.

Zo werd teamleider Ruben aan het zevende bord volkomen weggevaagd door Tata Steel-toernooidirecteur Jeroen van den Berg. Al gauw kreeg wit ruimtevoordeel van hier tot India. Misschien was het een vorm van zelfkastijding, want toen de zaak hopeloos werd, trok de dame zich in de ene hoek terug, wat tot gevolg had dat haar echtgenote in de andere hoek in alle gaten werd genomen. Alleen de ezelsoren ontbraken nog.

Ook niet lekker op dreef was Coen, die tegen Machiel de Heer goed uit de opening goed leek te komen. Daarna vergaloppeerde hij zich, waardoor hij in een wat minder eindspel terechtkwam. Coens eindspeltechniek kennende zou dat een soepele nul opleveren en zo geschiedde.

Een domper was de nul van Yme, de topscorer van vorig jaar, tegen Johan Booij. In een Swesjnikov produceerde hij mijns inziens wel erg veel gaten met …e5 en …g5. Optisch leek het nog wel wat, maar nadat de actiefste zwarte stukken van het bord waren verdwenen, was de resterende stelling kut met peren.

Ook geen geluk was er bij tactical pro Frans, die Tom Bottema met een leuke truc een pion dacht af te nemen, in plaats van dat hij het voordeel van het loperpaar met normale middelen probeerde uit te melken. Even later was Frans niet alleen de pion, maar ook het loperpaar weer kwijt, dus werden de handjes geschud.

Meer geluk had tactical pro Rein, die tegen Paul van Onselen twee pionnen offerde, om daarna met …Lxf3 genadeloos toe te slaan. De pointe was dat zwart door het paard te elimineren het vernietigende …Pd4 bij de hand had, dus speelde wit heel timide 2.c3, waardoor hij met een stuk minder door het leven moest en gauw verloor.

Ook broer Timon won. In zijn gebruikelijke London-system kreeg hij tegen Michiel Geelen een goede stelling, waardoor hij met een prachtig paard een kromme loper volledig dol zat te tikken.

Daarmee was de stand 3-4 en was alleen het Apenhoofd nog bezig. Kon hij nog de gelijkmaker binnentikken? Het antwoord was nee. Het was misschien ook iets te veel gevraagd tegen Marcel Peek, de enige IM van SOPSWEPS. Daarbij had het Apenhoofd het zichzelf nog moeilijker gemaakt door de opening grondig te verkloten, waardoor hij de hele partij tegen een perspectiefloos passieve stelling aan zat te gluren. Gelukkig voor hem leverde wits torenoffer niet meer dan eeuwig schaak op, dus ontsnapte hij nog met een blauw oog.

Het wedstrijdformulier.

Ondertussen was BSG 1 al lang en breed uitgespeeld. Gedurende de wedstrijd kwamen er steeds meer nullen aan de linkerkant van het wedstrijdformulier. Het middenrif lazerde met donderend geweld in elkaar en ook de kopborden beten enigszins verrassend in het stof. Uiteindelijk stokte de teller bij 3½-6½. BSG, dat aankomende week in de Europa Cup in Griekenland speelt, kan de kampioensaspiraties voorlopig in de ijskast zetten.

Bij de afsluitende maaltijd in proeflokaal Bregje lieten de kogelbiefstukken, zalmfilets en kipsatés zich goed smaken, hoewel de teleurstelling er niet minder door was. “Is er vandaag toch nog iets goeds gebeurd”, schamperde een niet nader te noemen FvD-lid toen hij bij het inhalen van zijn nieuwsachterstand stuitte op het bericht dat Alexander Pechtold als partijleider opstapte. Daar ging hij helemaal voorbij aan de knappe derde startplaats van Max Verstappen in Japan, maar eerlijk is eerlijk: BSG heeft weleens betere competitiezaterdagen gekend.

BSG 2 (2061) – SOPSWEPS’29 (2123) 3½-4½
1. J de Groote (2206) – M Peek m (2277) ½-½
2. F Borm m (2142) – T Bottema (2159) ½-½
3. Y Brantjes (2109) – J Booij (2213) 0-1
4. C van der Heijden (2046) – M de Heer (2209) 0-1
5. R Brouwer (2086) – P van Onselen (2058) 1-0
6. T Brouwer (1924) – M Geelen (1990) 1-0
7. R Hilhorst (2022) – J van den Berg (2053) 0-1
8. T de Ruiter (1953) – M Benschop (2021) ½-½