26 december 2017

From hero to zero

Kerst staat altijd in het teken van gezelligheid en gezelschapsspellen. Het is de tijd van lekker wat aanrommelen en lekker de amateur uithangen. Maar soms gaan dingen boven verwachting goed.

Bij de kerstdagen zijn de spelletjes na afloop van de kerstmaaltijd een vast ritueel geworden. Omdat mijn ouders niet bepaald spelletjesliefhebbers zijn, beperken de spellen zich vaak tot ganzenbord en mens-erger-je-niet. Ditmaal viel de keus op het wat serieuzere Scrabble, een spel waar ik in het verleden vaak hard mee van het bord werd gezet.

Hoe anders ging het dit keer! Ik besloot in het begin wat klinkers op te sparen en dat werkte perfect. Ik kon gelegenheidssamenstellingen als jongenspet en tekendag aanleggen, waarbij ik in het laatste geval ook nog mijn hele bordje leegspeelde. Hoewel die woorden vast niet in de Dikke Van Dale staan, maalde daar niemand om. Zo vaak komt het op ons niveau immers niet voor dat iemand de twee- en drieletterwoorden ontstijgt. De punten stroomden in ieder geval binnen.

De eindstand met Scrabble. Ik was Jip.

Het was de eerste keer dat ik met Scrabble overtuigend had gewonnen, dus fietste ik tevreden naar huis. Vandaag werd ik weer met beide benen stevig op de grond gezet tijdens de jaarlijkse familiedag op de slotraceclub van mijn vader.

Traditiegetrouw ging de hoofdprijs naar Jeroen, de zoon van de organisator. Zelf zat ik er in de kwalificatie nog goed bij met een tweede tijd (sneller dan Ewood!), maar in de race ging bijna alles mis wat maar mis kon gaan. Ik begon in de trage vierde baan en ik had de grootst mogelijke moeite om mijn witte bolide in de baan te houden. Als een microscoop leek ik de problemen van de auto uit te vergroten, waardoor ik een flinke achterstand opliep. Desondanks had ik bij het ingaan van de laatste sessie nog uitzicht op een goed resultaat. Ewood stond niet heel ver voor en moest nog op die moeilijke baan die mij in het begin veel pijn had gedaan. Met een beetje geluk kon ik nog tweede worden en met een bekertje naar huis gaan.

De laatste run liep echter uit op een kleine deceptie. Ik was vol geconcentreerd op mijn gevecht met de witte auto in baan 4. Die moest ik toch kunnen verslaan? Het lukte maar niet. Rondenlang reden de wagens zij aan zij over de baan. En toch klopte er iets niet. Want er zat nog een spoor tussen de wagens, wat vreemd was, omdat ik in de aanliggende baan 3 reed. “Let je wel op de juiste auto?” vroeg Loulou halverwege de race. Ineens vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Ik kon wel door de grond zakken.

Mijn excuus was dat de drie zwarte auto’s moeilijk van elkaar te onderscheiden waren, maar een dergelijke flater zou iemand met een universitaire achtergrond niet mogen maken. Toen ik in de slotfase eindelijk de juiste auto had gevonden, reed ik mij het licht uit de ogen om niet als laatste in mijn poule te eindigen. Dat lukte nog net, waardoor ik de ultieme vernedering wist af te wenden.

Aantal afgelegde ronden per deelnemer per baan. Winnaar Jeroen excelleerde op baan 4, terwijl Dennis, die in een eerdere race reed, de constantheid zelve was.

Erger was dat ik door mijn gestuntel naast het podium eindigde. Ewood, die nog zo goed was begonnen, maakte te veel fouten in de moeilijkere banen en eindigde slechts als derde, wat hem nog wel een bekertje opleverde. Daarna maakten we ons maar gauw uit de voeten en ging ik me achter in de auto verder schamen. Binnen een dag was ik from hero to zero gegaan.

16 december 2017

Tweede klasse, here we come!

De voortekenen waren goed en de hooggespannen verwachtingen zijn vooralsnog volledig waargemaakt: halverwege het seizoen gaat BSG 2 riant aan kop in klasse 3C. Ook tegen naaste rivaal Caïssa 3 werden de twee punten gepakt.

De afgelopen weken werd de mensheid weer hard met de neus op de feiten gedrukt: ten opzichte van computers kunnen we er werkelijk waar niks van. Waar het zelflerende schaakprogramma Alpha Zero (een zwakke versie van) Stockfish inmaakte, sloeg wereldkampioen Magnus Carlsen in de London Chess Classic andermaal een modderfiguur.

Het wekte dan ook geen verbazing dat het niveau in de wedstrijd Caïssa 3 – BSG 2, gespeeld in de kelder van de KNSB-competitie, niet al te hoog was. BSG 2 kon voorschot nemen op promotie als het de topper zou winnen, maar aanvankelijk zag het er niet naar uit dat dat ook zou gebeuren. Halverwege de match moest BSG 2 uit een aantal slechte stellingen een achterstand wegwerken. Er was nog geen reden tot paniek, want het hele seizoen is Caïssa BSG 2 al gunstig gezind. In Amsterdam was het niet anders. Met het nodige fortuin wist BSG 2 de wedstrijd in de slotfase nog naar zich toe te trekken.

Het was van tevoren al bekend dat BSG 1 spelertechnisch de eindjes voor de winterstop maar net aan elkaar kon knopen. Voor de wedstrijd tegen HMC lukte dat niet, dus werd aanvankelijk een beroep gedaan op het Apenhoofd. Het Apenhoofd achtte zichzelf onmisbaar voor het tweede, dus offerde teamleider Ruben Hilhorst zich maar op. Het betekende dat Rein Brouwer het teamleiderschap weer een keer op zich nam.

De speellocatie, waar de thuisploeg met niet minder dan vier teams vertegenwoordigd was, werd gemakkelijk gevonden. Vanwege de in het weekend gebruikelijke werkzaamheden aan het spoor was de reistijd voor de Gooise BSG’ers wel langer dan anders. Na een uurtje zigzaggen in een bus waren zij er dan ook eindelijk.

Caïssa had de opstelling wat omgegooid in de hoop Jos de parkeerexpert tegen het Apenhoofd te laten spelen. Het experiment faalde, want aan bord 3 kwam hij Vrolijke Frans tegen, die na wat schermutselingen in een Kalashnikov het loperpaar moest inboeten zonder dat er echt wat tegenover stond. Al gauw konden ze handjes schudden.

Dat gebeurde ook aan het bord ernaast, waar Rein Günther Ballon tegenkwam. Die was ongetwijfeld aan een wat lager bord gezet om na twee nullen een keer een resultaat te behalen. Dat lukte, want na een slappe opening konden beide partijen zelfs geen speldenprikjes meer uitdelen, dus werd de vredespijp gerookt.

Ondertussen sloeg Coen “uit teambelang” een remiseaanbod van de nogal manke Martin Bottema af. Vol trots vertelde hij na afloop dat hij achter het bord de juiste zet in de opening had gevonden. Het leverde hem een iets beter eindspel op, waarin hij enthousiast op jacht ging naar meer. Dat deed hij kennelijk op een dusdanig onbeholpen manier dat hij al snel twee pionnen moest inboeten, waarna hij de strijd moest staken.

Niet veel beter ging het eraan toe bij het Apenhoofd, dat tot zijn lichte verbazing tegen Rik Salomons kwam te spelen.  In een grijs verleden hadden ze tijdens een schaakfestival op het Max Euwe-plein de degens al gekruist, een confrontatie die voor het Apenhoofd niet heel goed afliep. Zes en een half jaar later deed hij het geen haar beter. Uitgerekend op de 41e zet verknolde hij zijn partij volkomen met een afgrijselijke blunder. Zo kwam BSG 2 met 3-1 achter.

Bijna precies het omgekeerde gebeurde aan het bord ernaast, waar Yme door ambitieus openingsspel in de problemen was geraakt. Tegenstander Stef van Haaren draaide de duimschroeven iedere zet verder aan. Daarbij zette hij echter ook zijn eigen toren op een zijspoor, wat een tactisch grapje mogelijk maakte. Yme haalde een stuk op en scoorde, na nog een remiseaanbod naast zich neer te hebben gelegd, de aansluitingstreffer.

Helemaal wild ging het eraan toe in Timons partij. Timon bekloeg zich er terecht over dat tegenstander Cees Visser in tijdnood stopte met noteren. Dat is sinds de invoering van het Fischer-tempo, waardoor de spelers elke zet een halve minuut bedenktijd erbij krijgen, immers verplicht. De verder waardeloze arbiter hield het maar bij een waarschuwing. De berisping leek psychisch door te werken bij de arme witspeler, die steeds verder in de verdedigende tunnel terechtkwam en zich met een kwaliteit meer gelaten liet afslachten. Het stond in ieder geval weer gelijk: 3-3.

Als laatste waren de oudjes nog bezig. Tom had een prettige positionele plus, Theo had een lopereindspel met een pluspion. Tegenstander Martijn Miedema bleef hem maar oneerbare voorstellen doen, maar nadat de afwikkeling tot een pionneneindspel niet tot een beslissende oppositie had geleid, moest Theo toch met een halfje genoegen nemen. Zodoende moest Tom de klus voor het team klaren. Hij rukte vrolijk met zijn door de koning gesteunde b-pion op. Tegenstander Albert Riemens verweerde zich kranig, maar had zo weinig bewegingsruimte dat hij de verdediging onmogelijk kon organiseren. Na een lange zit (die nog langer werd doordat de klok plotseling uitviel en de arbiter geen flauw idee had hoe hij de klok opnieuw moest instellen) scoorde Tom het beslissende punt.

Het behoeft geen betoog dat de sfeer na de vijfde overwinning op rij uitgelaten was. Tweede klasse, here we come! Slechts een enkeling likte zijn wonden. De lange schaakdag werd afgesloten bij een Turkse Italiaan in de buurt, waar het goede nieuws doorkwam dat BSG 1 met maar liefst 7-3 van het niet misselijke HMC had gewonnen. Door de zege neemt het tiental duidelijk afstand van de rode streep, waardoor het de toekomst weer met vertrouwen tegemoet kan zien.

Caïssa 3 (2025) – BSG 2 (2058) 3½-4½
1. R Salomons (2038) – J de Groote (2202) 1-0
2. S van Haaren (2050) – Y Brantjes (2056) 0-1
3. J van Ommeren (1988) – F Borm (2143) ½-½
4. G Ballon (2106) – R Brouwer (2028) ½-½
5. M Bottema (2099) – C van der Heijden (2072) 1-0
6. C Visser (2006) – T Brouwer (1989) 0-1
7. A Riemens (1943) – T de Ruiter (1978) 0-1
8. M Miedema (1971) – T Slisser (1992) ½-½

26 november 2017

Bottas wint slaapverwekkende Grand Prix van Abu Dhabi

Op 26 maart begon het Formule 1-kampioenschap van 2017 in Australië. Acht maanden later zit het er weer op. De kampioenschappen waren al lang en breed beslist, dus mocht Bottas winnen in Abu Dhabi.

Het seizoen 2017 begon heel veelbelovend. Nadat Mercedes drie seizoenen op rij had gedomineerd, bleek Ferrari in de eerste races net zo snel of zelfs sneller. Fattle voerde in de eerste seizoenshelft constant het klassement aan. In de tweede seizoenshelft ging het mis voor hem. De botsing in Singapore was enorm kostbaar en de motorproblemen in Maleisië en Japan maakten hem definitief kansloos voor de titel. Het betekende dat Luis de titel al in Mexico binnenhaalde. Doordat Mercedes het constructeurskampioenschap al in de race daarvoor had binnengehaald, gingen de laatste twee races nergens meer om.

Alleen om de troostprijzen werd nog gestreden in Abu Dhabi. Zo had Bottas zijn zinnen gezet op de tweede plaats in het rijderskampioenschap. Nadat hij in Brazilië een rechtstreeks duel met Fattle had verloren, wilde hij in Abu Dhabi terugslaan. Dat lukte. Op het Yas Marina-circuit waren de Mercedes oppermachtig. Bottas kwalificeerde zich op pole, met Luis naast hem op de eerste rij, terwijl Fattle genoegen moest nemen met een derde plek.

In de race zag de Duitser de grijze bolides gauw aan de horizon verdwijnen. Door het uitvallen van Ricciardo (de Australiër kreeg een hydraulisch probleem nadat hij de vangrail had getoucheerd) finishte hij op een eenzame derde plek, waarmee hij nog wel de tweede plek in het kampioenschap veiligstelde.

Vooraan probeerde Luis Bottas nog in te rekenen, maar echt dreigend werd hij nooit. Hetzelfde gold voor Max, die Rijkunnen wel kon volgen, maar niet kon inhalen, zodat hij de race met een vijfde plek afsloot. Rijkunnens vierde plek was genoeg om de vierde plek van Ricciardo in het kampioenschap over te nemen.

Best of the rest werd Hülkenberg, die ondanks een tijdstraf een zesde plek scoorde. Daardoor kon het team van Renault een paar flessen champagne ontkurken, omdat het voor Toro Rosso eindigde. Het voormalige team van Minardo werd zodoende het slechtste Renault-team, iets wat er de laatste races wel aan zat te komen. De blauwe bolides waren het hele weekend niet vooruit te branden en finishten ver in de achterhoede als vijftiende en zestiende tussen de beide Saubers.

Force India scoorde zijn zestiende dubbele puntenfinish van het seizoen met de zevende plaats van Pérez en de achtste van Ocon. De veteranen Alonso en Massa waren ook nu weer bij elkaar in de buurt te vinden. Ditmaal was Alonso de sterkste. Massa pakte in zijn laatste race uit zijn carrière het laatste WK-puntje, zodat hij zijn lange carrière op een waardige manier afsloot. Als toegift trakteerde hij het publiek, samen met de Mercedes-coureurs, op een stel doughnuts, zodat ze niet helemaal voor niets naar het mistroostige circuit waren gekomen.

Hopelijk brengt volgend seizoen, dat alweer over vier maanden begint, meer spektakel. Zal Ferrari Mercedes dan weer vanaf het begin af aan bij de kladden vatten? En hoe komt Red Bull voor de dag? Kan Max Ricciardo verslaan? Kan het fabrieksteam van Renault zich dan mengen in de strijd aan kop? En hoe komt McLaren met Renault-motoren voor de dag?

25 november 2017

Dolle toren redt BSG 2

Na drie klinkende zeges op rij werd het K-woord door de spelers van BSG 2 al voorzichtig in de mond genomen, maar PSV/DoDo liet zien dat het eerste achttal van BSG er nog lang niet is door bijna een punt uit het Denksportcentrum mee te nemen.

Hoewel PSV in de Eredivisie al weken dik aan kop gaat, moet de gelijknamige schaakvereniging uit Putten ook dit seizoen weer alles op alles zetten om te overleven in de kelder van de landelijke schaakcompetitie. Voor BSG 2 was de wedstrijd een opwarmertje voor de echte wedstrijd tegen Caïssa 3 over drie weken. Onderschatting ligt op de loer en ook nu ging het weer bijna mis tegen een outsider. Met het geluk van een kampioen haalde BSG 2 uiteindelijk toch de punten binnen.

Aanvankelijk ging alles nog goed voor BSG 2. Aan het vijfde bord won Coen al heel snel van Ron Flohr, die zelf al wist wat hij verkeerd had gedaan en ook niet wilde analyseren. Vervolgens won Ruben aan het laatste bord van Reinier den Boer, dus stond BSG 2 al met 2-0 voor. Het zouden echter de enige overwinningen van BSG 2 van de middag zijn.

Frans kreeg aan het zevende bord weinig voor elkaar en moest in remise berusten. Hetzelfde resultaat was er voor Rein, die heel goed uit de opening kwam, maar niet doordrukte, zodat tegenstander Mark Kortrijk met een blauw oog kon ontsnappen.

Aan de hoogste borden ging vervolgens het nodige mis. Tom werd op de damevleugel flink overspeeld zonder dat hij daar op de koningsvleugel echt iets tegenover kon stellen. Ondanks de tijdsdruk wist Ewoud ’t Jong de partij efficiënt af te ronden. Het Apenhoofd kon opnieuw het verschil niet maken. Na een spannende partij kon hij slechts met moeite remise maken tegen Robin van Ee.

Zodoende stond BSG nog met 3½-2½ voor, maar resteerden twee mindere stellingen. Timon had een minder toreneindspel voor zijn neus en Yme stond al bijna de hele partij verloren tegen Kevin van Brummelen. In de opening had hij dapper pionnen geofferd voor aanvalskansen. Die aanvalskansen kwamen er ook, maar dan voor zijn tegenstander. Die koos vervolgens steeds de enige zet die niet direct won, waarna hij zijn geluk in een toreneindspel met drie pluspionnen moest beproeven. Daarin lette hij even niet op, zodat Yme aalglad met een dolle toren naar remise ontsnapte. Na afloop waren er nog wat irritaties door vermeend voorzeggen, maar op dat moment was de puntendeling al onvermijdelijk geworden.

Doordat Timon het eindspel moeiteloos remise hield, won BSG 2 met 4½-3½. Geen al te sterke generale voor de topper tegen Caïssa, maar de matchpunten bleven in ieder geval in Bussum en daar draait het uiteindelijk om.

Ondertussen werd BSG 1 door LSG afgedroogd. LSG begon met een 1½-½-voorsprong aan de wedstrijd en wist die voorsprong aanvankelijk goed te consolideren. Aan het tweede bord hielden Ton en Edwin van Haastert het bijvoorbeeld na zeven zetjes al voor gezien. Later breidde LSG de voorsprong nog verder uit door overwinningen op de middelste borden. Li was de enige die namens BSG nog wat terugdeed door Rudy van Wessel te kloppen, maar dat was het dan ook wel. Het Bussumse vreemdelingenlegioen moet na de tweede zware nederlaag op rij echt naar beneden kijken.

BSG 2 (2061) – PSV/DoDo (1943) 4½-3½
1. T de Ruiter (1978) – E ’t Jong (2139) 0-1
2. Y Brantjes (2056) – K van Brummelen (2095) ½-½
3. J de Groote (2202) – R van Ee (2024) ½-½
4. R Brouwer (2028) – M Kortrijk (1911) ½-½
5. C van der Heijden (2072) – R Flohr (1911) 1-0
6. T Brouwer (1989) – O van Donk (1871) ½-½
7. F Borm m (2143) – R Dijk (1981) ½-½
8. R Hilhorst (2020) – R den Boer (1614) 1-0

12 november 2017

Winnen als er niks meer te winnen valt

Doordat de titel twee weken geleden in Mexico al was vergeven, had hij er niks meer aan, maar in Brazilië was Vettel voor het eerst in drie en een halve maand weer eens de sterkste. Bottas en Räikkönen flankeerden hem op het podium, terwijl wereldkampioen Hamilton na een inhaalrace vierde werd.

Hoewel het wereldkampioenschap van zijn spanning ontdaan was, zat de schrik er bij het team van Mercedes flink in nadat teamleden het slachtoffer waren geworden van een gewapende overval. Een dag later gingen de hartslagen opnieuw omhoog toen Luis zijn bolide in het begin van de kwalificatie in de muur smeet.

De crash kende opvallende gelijkenissen met die van Michael Schumacher 13 jaar eerder. Beide coureurs hadden de titel al lang en breed gewonnen toen ze zich door diezelfde verraderlijke bocht lieten verrassen. Waren ze overmoedig geworden, of was de concentratie gewoon even weg?

In ieder geval betekende het ongeval dat Luis nog achter de Toro Rosso’s moest starten. Ook in Brazilië bliezen de blauwe bolides geregeld hun Renault-motoren op, dit tot grote woede van teambaas Franz Tost, die zich gesaboteerd voelde door de Franse motorleverancier. Een verklaring van Renault-directeur Cyril Abiteboul dat het team de problemen aan zichzelf te wijten had, schoot hem dan ook volledig in het verkeerde keelgat. Uiteindelijk moest Helmut Marko van Red Bull tussenbeide komen. In ieder geval deed het B-team van Red Bull, dat volgend jaar met Honda in zee gaat, nauwelijks meer mee.

Luis’ crash betekende ook dat Bottas vooraan op zichzelf was aangewezen. In een spannende kwalificatie wist hij de Ferrari’s van Fattle en Rijkunnen net te verslaan. Na zijn triomftochten van de afgelopen maand kwam Max er nauwelijks aan te pas. Hij moest meer dan een halve seconde toegeven. Teamgenoot Ricciardo zelfs een volle seconde. Dankzij een gridstraf mocht hij bovendien pas als veertiende starten, zodat hij, net als Luis, die vanuit de pit startte, een inhaalrace voor de boeg had.

Als de lichten doven, stormen negentien wagens op de eerste bocht af. Fattle komt beter weg dan Bottas en steekt hem binnendoor voorbij. Achter hen is het een chaos in de derde bocht, waar Magnussen Vandoorne en Ricciardo afknijpt. Eerstgenoemden liggen er meteen uit, Ricciardo kan na een spin nog met een lekke band naar de pit strompelen.

Even verderop is het weer raak. Ocon probeert Grosjean buitenom voorbij te gaan in de Hamilton-bocht. Grosjean verliest echter de controle over zijn wagen, waarna hij sullig tegen de Force India aanrijdt. Beide wagens komen op de uitloopstrook tot stilstand. Grosjean kan nog verder, in tegenstelling tot Ocon, die met twee lekke rechterbanden moet opgeven. Het was zijn eerste uitvalbeurt van het seizoen.

Door de ravage komt de safetycar de baan op. Vijf ronden lang rijdt het veld in een laag tempo over het fraaie circuit van Interlagos. Daarna probeert Fattle bij de herstart vandoor te spuiten. Waar Bottas, Rijkunnen en Max hun posities behouden, wordt Alonso op het rechte stuk met huid en haar opgevreten door publiekslieveling Massa.

In de achterhoede snijdt Luis als een warm mes door de boter. Al snel rijdt hij de punten in, waarna hij oprukt tot aan de staart van Alonso. De Spanjaard, die in Mexico nog hevig weerwerk bood, wordt nu op het rechte stuk met speels gemak geklopt. Een ronde later moet Massa er ook aan geloven, waardoor Luis alweer vijfde is. Door de pitstops in de kopgroep gaat hij zelfs even aan de leiding.

Hoewel de onderlinge verschillen vooraan slechts enkele seconden bedragen, gebeurt er weinig. Bottas weet Fattle alleen door een undercut te bedreigen. Door bandenproblemen was Max de koplopers uit het oog verloren, waardoor hij in de slotfase Luis op zijn dak krijgt. In de eerste DRS-zone wil het nog niet lukken, maar in de tweede DRS-zone blaast de viervoudig wereldkampioen hem finaal voorbij, waarna hij op jacht gaat naar Rijkunnen.

Ondertussen maakt Max, die een enorm gat had naar teamgenoot Ricciardo, een tweede stop om in de slotfase nog wat lol te maken. Dat lukt, want met een 1:11,044 verbreekt hij niet alleen Montoya’s baanrecord uit 2004, maar zet hij ook zijn eerste snelste raceronde uit zijn carrière neer.

Ondertussen zit Luis aan de staart van Rijkunnen. Die wordt er niet warm of koud van. Het beste bij Luis’ superzachte banden is er ook wel weer vanaf, waardoor de posities vooraan onveranderd blijven en het podium aan zijn neus voorbijgaat. Zodoende wint Fattle voor het eerst sinds Hongarije weer een race. Het was too little too late, maar daar maalde de Duitse viervoudig wereldkampioen even niet om.

Achter de topteams eindigden de Red Bulls wat anoniem op de vijfde en zesde plek. Achter hen waren Massa, Alonso en Pérez nog tot aan de finishvlag met elkaar in gevecht. De Braziliaan wist in zijn laatste race voor eigen publiek de zevende plek uit het vuur te slepen, waarmee hij het een stuk beter deed dan bij zijn vorige afscheidsrace. Alonso kon Pérez in de sprint naar de finish nog maar net voorblijven.

Het laatste puntje ging naar Hülkenberg, waardoor het fabrieksteam van Renault maar één puntje goedmaakte op Toro Rosso, waardoor de Fransen wel tot de verliezers van het weekend gerekend mogen worden. De kansen op de zesde plaats in het constructeurskampioenschap zijn er na Brazilië niet bepaald groter op geworden.

Door zijn overwinning kan de tweede plaats in het kampioenschap Fattle bijna niet ontgaan en dat is na de ontberingen van de afgelopen maanden al heel wat. Verder staat alleen Ricciardo’s plaats in het kampioenschap op de tocht. Acht punten moet Rijkunnen in Abu Dhabi meer scoren voor de vierde plaats in het kampioenschap. Het betekent ook dat Max het seizoen als zesde afsluit, wat zelfs nog een plekje slechter is dan vorig jaar. Volgend jaar nieuwe kansen. Zo zal Fattle er ook over denken.

10 november 2017

Terugblik: mijn rubriek op Schakers.info

Afgelopen week stuurde ik mijn laatste rubriek voor Schakers.info op. Het was een moeilijke beslissing om te stoppen, maar na twee en een half jaar een maandelijkse rubriek op de site te hebben gehad, vond ik het wel weer mooi geweest.

De belangrijkste reden dat ik ermee gestopt ben, is omdat ik de kwaliteit niet meer kan waarborgen. De afgelopen jaren ben ik veel met de Formule 1 bezig geweest en ik merk dat ik daardoor het schaaknieuws steeds minder goed volg. Om een goed artikel te schrijven, moet ik het nodige voorwerk doen en daarvoor heb ik niet altijd meer de tijd of energie (de laatste tijd ben ik nogal vaak verkouden geweest). De druppel was dat mijn schaakniveau de laatste tijd achteruit holt, waardoor ik mezelf niet meer de juiste persoon vind om een scherpe schaakrubriek te schrijven.

Wat ik de afgelopen jaren gemist heb, zijn inhoudelijke reacties op mijn stukken. Ik had gehoopt discussies uit te kunnen lokken, maar dat is helaas niet gebeurd. Ook heb ik nooit feedback op mijn schrijven gehad. Zo weet ik nu nog steeds niet hoe je pakkende inleidingen schrijft.

Toch was het niet allemaal kommer en kwel. De afgelopen jaren heb ik me kostelijk vermaakt met het schrijven van de rubriek. Ik was blij verrast toen ik in mei 2015 werd gevraagd om columnist te worden. Het kwam precies op het moment dat ik mijn boek had uitgegeven en alles in mijn leven goed leek te gaan. Met veel plezier heb ik me op mijn taak gestort. Iedere maand trok ik soms dagen uit om dingen uit te zoeken voor de rubriek die ik wilde schrijven. Daarna had ik vaak nog bijna een dag nodig om alles goed op te schrijven, waarna ik het stukje opgelucht opstuurde. Tot mijn spijt ontdekte ik later altijd weer fouten in de tekst. Woorden die bij het herschrijven per ongeluk waren blijven staan, of juist ontbraken, het gebeurde elke keer weer.

Hoogtepunt van mijn tijd bij Schakers.info waren onze optredens op het NK Bedrijvenschaak. Twee keer werd ons viertal kampioen, ondanks dat de concurrentie in beide jaren moordend was. Het maakt dat ik absoluut geen spijt heb gehad van mijn vrijwilligerswerk. Wel leek het me leuk om nog eens terug te blikken op mijn 24 rubrieken.

Nog nooit zo spannend geweest (?) (9 mei 2015)

Een artikel over hoe spannend de KNSB-competitie van het seizoen 2014-2015 historisch gezien was aan de hand van de zogenaamde Gini-coëfficiënt.

OKU vermaakt (10 juni 2015)

Een verslag van het Open Kampioenschap van Utrecht (OKU) aan de hand van een aantal diagrammen. Hardop voorgelezen is de titel “Ook u vermaakt” en dat vond ik wel een mooie handreiking naar de amateurs die het toernooi kleur gaven.

Had Donner toch gelijk? (13 juli 2015)

Tegenwoordig willen vrouwen heel graag laten zien dat ze in alles (minstens) net zo goed zijn als mannen. Met schaken is dat nog altijd lang niet het geval. Het niveauverschil tussen het algemene Nederlands Kampioenschap en dat voor vrouwen is levensgroot. Maar als vrouwen per se langs de mannelijke meetlat gemeten willen worden, dan kun je hun soms erbarmelijke spelniveau niet meer met de mantel der liefde bedekken.

Het was ook wel vragen om moeilijkheden. Voor dit NK Schaken werd de stelling geponeerd dat vrouwen wel kunnen schaken. Maar juist door er de nadruk zo op te leggen, kwam het vrouwenschaak onder het vergrootglas te liggen en viel er vooral op wat er niet was.

De vergane glorie van het ONJK (13 augustus 2015)

Ik was verslaggever bij het Open Nederlands Jeugdschaakkampioenschap (ONJK) en maakte de deerniswekkende locatie van dichtbij mee. Zou de locatie de reden zijn dat het kampioenschap het zo slecht deed? De cijfertjes suggereerden van wel. Ik sloot dus af met de gevleugelde woorden:

De organisatie is dus aan zet. Gelukkig hebben ze nog een jaar bedenktijd.

Terug van weggeweest (7 september 2015)

Een stukje over de Sinquefield Cup waar Aronian voor het eerst in bijna twee jaar weer zijn tanden liet zien.

“Waar ligt Sinquefield?” vroeg een niet nader te noemen familielid aan me toen we de partijen van de Sinquefield Cup volgden.

De finale als mislukt nagerecht (8 oktober 2015)

Deze titel had ik al eens eerder gebruikt, maar ik vond hem te leuk om niet nog een keer te gebruiken. Vaak draaien finales uit op een mislukking en dat komt vaak doordat niet de spectaculairste, maar de degelijkste spelers (of teams) de finale halen. Tijdens de World Cup zal vermoeidheid ook wel een rol hebben gespeeld.

Misschien kwam het doordat het alleen nog maar om een geldprijs ging, of misschien waren de spelers doodop, maar de Chess World Cup in Bakoe eindigde in een anticlimax. Het slechtste schaak leek voor het laatst te zijn bewaard en na een serie blunders over en weer won Sergej Karjakin.

Nederland grijze muis op Europees Kampioenschap voor landenteams (23 november 2015)

Een analyse van de prestaties van het Nederlandse team op het EK voor landenteams. Een samenvatting per speler:

Anish Giri zat uiteraard aan het eerste bord en bleef ongeslagen. Minpuntje was dat hij wel erg vaak op remise bleef steken: alleen de oldtimers Olafsson en Beliavsky wist hij aan de zegekar te binden. En de alweer 43-jarige Shear-off, die wel heel mooi blunderde.

Bij Loek van Wely was het bijna altijd erop of eronder: met zijn vijf overwinningen scoorde hij in zijn eentje bijna net zoveel zeges als de rest van het team en daarmee was hij de smaakmaker van het team. Het betekende ook dat hij af en toe de kous op de kop kreeg, maar soms kreeg hij ook meer voor elkaar dan de omstanders voor mogelijk hadden gehouden. Zo compenseerde hij met een hoop strijdlust en uithoudingsvermogen zijn gebrek aan slagkracht.

Minder wisselvallig was Ivan Sokolov, die weer eens een toernooi had als Hoogeveen 2006 of Wijk aan Zee 2013. Na drie nederlagen werd hij de rest van het toernooi aan de kant gehouden.

Sergei Tiviakov kwam tot een kleine plusscore en zal vanwege het resultaat en zijn mooie overwinning op Gawain Jones nog met enige tevredenheid op het toernooi terugkijken. Het spel was echter niet om aan te gluren: met wit kwam hij geen barkruk voorbij en met zwart was zijn stelling vaak al binnen de kortste keren brandhout.

Zijn sterke spelers minder grillig? (13 januari 2016)

Een statistische analyse van de prestaties van Magnus Carlsen. Blijkt daar bijvoorbeeld uit dat zijn spelniveau minder grillig is dan dat van de gemiddelde schaker?

En misschien is grilligheid van resultaten een vast onderdeel van het spelletje. De ene keer lukt het gewoon beter dan de andere keer, zonder dat daar een duidelijk aanwijsbare oorzaak voor is. “Scoren is als ketchup”, wordt er in de voetbalwereld weleens gezegd en die vlieger lijkt in het schaken ook op te gaan.

Toch weer Carlsen, met dank aan Van Wely (8 februari 2016)

Verslag van het door Carlsen gewonnen Tata Steel-toernooi in Wijk aan Zee. Na een stroeve start begon het bij Carlsen te lopen nadat hij Van Wely vanuit een verloren stelling had geklopt. De B-groep was spannender.

In de B-groep eindigden drie spelers aan kop met een gelijk aantal punten (vrij naar Olav Mol).

Het gevecht om de hoogste plek op de apenrots (14 maart 2016)

Het duurde even voordat dit bericht geplaatst werd, dus heb ik een verbeterde versie eerst zelf gepubliceerd. Nadat ik het artikel gepubliceerd had, kwam ik erachter dat mijn manier om de winstkansen uit te rekenen niet helemaal klopte. Het deed er weinig toe, want uiteindelijk won Karjakin het kandidatentoernooi met een winstkans van maar 8,1%.

Zonder geluk vaart niemand wel (1 april 2016)

Het verslag van het kandidatentoernooi, met een hoop partijfragmenten en een inleiding die bij mij nog steeds een glimlach op het gelaat tovert:

Hoewel zijn naam doet vermoeden dat hij zo is weggelopen uit een GTA-spel, timmert Sergej Karjakin de laatste tijd behoorlijk aan de weg in de schaakwereld. Zijn triomftocht gaat maar door, want na zijn overwinning in de World Cup won de Oekraïense Rus ook het kandidatentoernooi, waardoor hij in november tegen de ruim tien maanden jongere Magnus Carlsen om de wereldtitel gaat strijden.

De remisedood (8 mei 2016)

Een artikel over de vele remises die de topspelers tegen elkaar produceren. Sterft het schaakspel aan de remisedood, zoals Capablanca een eeuw geleden al vreesde? Dat blijkt lastig in te schatten:

De toename van het remisepercentage gaat op hoog niveau dus nog onverminderd door. Capablanca’s vrees kan dus bewaarheid worden, maar wanneer het spel echt aan de remisedood is gestorven, durf ik niet te voorspellen. Extrapolaties kunnen immers bedrieglijk zijn. Misschien zijn de huidige topspelers gewoon niet zo avontuurlijk en lijkt de remisedood dichterbij dan ‘ie in werkelijkheid is.

Voorbeschouwing NK (14 juli 2016)

Het valt niet mee om midden in de komkommertijd iets over schaken te vermelden, dus dan maar over iets anders:

De afgelopen tijd is er niet heel veel opzienbarends gebeurd. De zomervakantie is al in delen van het land begonnen en dus is de komkommertijd aangebroken. De meeste nieuwsitems ontstijgen het niveau van de man met een eekhoorn in zijn wc niet. Natuurlijk, de Britten krabben zich momenteel achter hun ezelsoren omdat ze als een UKIP zonder kop achter de Brexiteers aan zijn gelopen. Aan de referendumkaping van Farage en co kunnen die droeftoeters van Geen Peil nog een puntje zuigen.

Daarna kwam er toch maar mooi een voorbeschouwing op het Nederlands Kampioenschap dat eind augustus gespeeld zou worden. Het is een verslag van de play-offs voor het laatste NK-ticket:

Zo kwam er eerder deze maand het bericht dat Tiviakov zich terug had getrokken en dat zijn plaats werd ingenomen door Jorden van Foreest. Om het overige ticket werd afgelopen weekend nog door vier hongerige hyena’s gevochten: Sipke Ernst, David Klein, Twan Burg en Friso Nijboer moesten in een dubbelrondige vierkamp uitmaken wie de sterkste was.

Het artikel wordt afgesloten met een introductie van de spelers, waarin ook hun resultaten op eerdere NK’s worden aangestipt.

Sportzomer (22 augustus 2016)

Een artikel om de komkommertijd mee te vullen, met hier en daar een diss. De slechte vorm van Anish Giri wordt besproken, net als de resultaten van aanstormend Nederlands talent tijdens de zomertoernooien. Een aantal quotes:

Het EK Voetbal ging al aan onze neus voorbij en op de Olympische Spelen scoren we vooral goed in het gemistemedailleklassement. Echt geweldig verloopt de sportzomer dus niet voor ons kleine, koele landje zonder topsportklimaat, dat eens goed in de medaillespiegel moet kijken. Een hoop medailles gingen door knullige missers (stuurfouten, faalangst, drankmisbruik) de prullenbak in.

Zo won Thomas Beerdsen in het vreemd becommentarieerde Leiden Chess Tournament van Loek van Wely. Het was tekenend voor het toernooi, waarin de grootmeesters aan de lopende band punten verspeelden.

Het contrast met het Open Nederlands Jeugdkampioenschap in Borne kon haast niet groter. Met 288 deelnemers had het toernooi er 26 meer dan vorig jaar, maar daar stond tegenover dat er op de verslaggeving was ingeleverd.

Ratsma won ook, maar doordat Van Roon niet verder kwam dan remise, telde ineens het onderlinge resultaat in haar nadeel, zodat de gouden medaille aan haar neus voorbij ging. Zo hard kan de sport soms zijn. Annemiek van Vleuten, Henk Grol en Yuri van Gelder kunnen erover meepraten.

Kwaliteitsverschil (25 september 2016)

Een artikel over Jorden van Foreests verrassende triomftocht op het NK en de aansluitende schaakolympiade.

Meteen daarna werden de nummers 2, 3 en 6 van het toernooi alweer op het vliegtuig naar Bakoe gezet, om daar de Nederlandse eer te verdedigen op de Schaakolympiade. Kon dat wel iets worden, met drie spelers die zich zo hadden laten ringeloren door zo’n snotneus? Al gauw verstomde de kritiek, want Nederland begon geweldig.

Het breekpunt was de match tegen India. Waar Van Foreest op het NK succesvol was met kwaliteitsoffers, draaide een kwaliteitsoffer van L’Ami uit op een ramp, zodat hij de partij en Nederland de match verloor.

Een zure verliespartij en daarna lukte weinig meer. Alle mazzel van het begin van het toernooi werd gecompenseerd door pech en een hoop net-niet-partijen in de tweede helft van het toernooi. Geluk met de indeling was er ook niet: Nederland bleef maar sterke landen treffen en eindigde uiteindelijk op een teleurstellende 36e plaats. Op papier een zeer matige prestatie voor het als tiende geplaatste team en dus moest er een zondebok worden aangewezen. Er werden nog net geen Kamervragen over gesteld.

De oudjes kunnen het nog (25 oktober 2016)

Een verslag van Hoogeveen, waar jong en oud elkaar bestreden in de befaamde tweekampen. De ene tweekamp ging tussen Yifan Hou en Nigel Short.

Op voorhand was de spannendste match die tussen Short en Hou. Een beetje beladen zelfs, omdat Short zich vorig jaar nogal laatdunkend over de schaakkwaliteiten van vrouwen had uitgelaten. Zou de wereldkampioene extra gemotiveerd zijn om degene die Kasparov in 1993 voor de wereldtitel uitdaagde iets moois te laten zien?

De andere match was die tussen Jorden van Foreest en Ivan Sokolov.

Met wit deed Van Foreest het een stuk beter, al kwam dat vooral doordat Sokolov met zwart echt een of twee klasses minder speelde dan met wit. (…) Na afloop zullen beide spelers in ieder geval wel het gevoel hebben overgehouden dat ze de match makkelijk hadden kunnen winnen als ze in hun zwartpartijen hetzelfde niveau hadden gehaald als in hun witpartijen…

Laat de rapidpartijen maar komen (4 december 2016)

Een verslag van de WK-match tussen Carlsen en Karjakin. De reguliere partijen waren heel erg saai. Aanvankelijk had Carlsen duidelijk het betere van het spel, maar maakte hij het niet af. Daarna ging het van kwaad tot erger voor hem:

Nadat Carlsen in het begin van de match een paar opgelegde kansen had gemist, leek er iets geknapt bij hem. Hij begon ongeconcentreerd te spelen en enorme risico’s te nemen. In de achtste partij slaagde zijn derde verliespoging dan eindelijk, waarna de norse Noor de persconferentie maar liet schieten.

Volgens het artikel is het percentage besliste partijen in WK-matches het afgelopen decennium hard afgenomen. Het artikel onderzoekt een aantal hypotheses waarom dit het geval is. Doordat het remisepercentage zo hoog is, is het bijna niet meer mogelijk om van een achterstand terug te komen. Het betekent dat het met de spanning en het spektakel droevig gesteld is. De enige oplossing om de matches spannender te maken lijkt het verkorten van het speeltempo te zijn.

So lost Carlsen af (30 januari 2017)

Een verslag Tata Steel, dat ditmaal niet door Magnus Carlsen, maar Wesley So gewonnen werd. Carlsen kende een atypisch toernooi: hij begon goed, maar zakte halverwege ver weg nadat hij tegen Giri mat in 3 had gemist. So had af en toe een engeltje op de lat en bleef ongeslagen. In de B-groep pleitte het enorme niveauverschil tussen de sterkste en zwakste deelnemers voor het herintroduceren van een C-groep.

Carlsen en het post-titelsyndroom (26 februari 2017)

Een analyse van Carlsens prestaties van de afgelopen jaren. Het blijkt dat Carlsen op zijn sterkst was rond het moment dat hij wereldkampioen werd. Sindsdien is hij geleidelijk aan zwakker geworden. Is dat een teken van het zogenaamde post-titelsyndroom?

Een interessante theorie is dat Carlsen lijdt aan het zogenaamde “post-titelsyndroom”, een term bedacht door Leon Pliester (1954-2012), die het fenomeen probeert te verklaren dat spelers na het behalen van een titel (tijdelijk) minder presteren. Kennelijk zijn wij mensen vooral gemaakt om doelen na te jagen, maar voelen we ons niet meer in ons element als we ons doel eenmaal bereikt hebben.

Carlsens vorkcrisis betekende ook dat zijn rivalen hem steeds meer op de hielen kwamen te zitten. Dankzij zijn zege in Wijk aan Zee was So de nummer twee op de ratinglijst geworden. Zou hij de luis in de pels van Carlsen worden? Of was zijn hoge positie slechts tijdelijk? Het artikel geeft aan wat aannemelijker is.

Assen verrast (7 mei 2017)

Een verslag van het NK Jeugd waar ik verslag uitbracht van de A-categorie.

Van de dichtstbevolkte provincie naar de dunstbevolkte provincie: na drie jaar Rotterdam was Assen deze meivakantie het middelpunt van schakend Nederland.

Een heikel punt was de bezetting van het toernooi. Er deden inderdaad heel wat titelhouders mee, maar in de breedte was het toernooi erg zwak.

Verder viel de sterke bezetting van de A-categorie op, met zes (bijna zeven) titelhouders. Er werd al gesteld dat dit het sterkst bezette toernooi sinds 2009 was. Dat was ook de tijd waarin drastisch werd bezuinigd op de hoeveelheid spelers die naar het EK of WK werden gestuurd. Na 2009 moesten de winnaars, als ze niet in het bezit waren van een Top- of Jong Oranje-status, aan een absurd hoge ratingeis voldoen om te worden uitgezonden. Inmiddels is die flauwekul weer afgeschaft, zodat het Nederlands Jeugdkampioenschap voor de sterke spelers weer wat interessanter is geworden. Inderdaad zit het niveau van het toernooi weer in de lift. Of was dat wel zo? De top was inderdaad beduidend sterker dan vorig jaar en van een vergelijkbaar niveau als de top van acht jaar geleden. Maar in de breedte was het toernooi beduidend zwakker. Waar de gemiddelde rating van het deelnemersveld in 2009 nog een respectabele 2160 was, was het dit jaar niet meer dan 1993, zelfs nog minder dan vorig jaar.

De oorzaak is wel duidelijk:

Het probleem lijkt hem te zitten bij de regionale kwalificatietoernooien, de zogenaamde PJK’s. Net als bij de Olympische Spelen, waarbij elk land in principe aan mee mag doen, mag elke regionale bond een speler afvaardigen. (…) De onderste helft van de ratinglijst in de A-categorie bestond in ieder geval bijna uitsluitend uit regionaal kampioenen, die gemiddeld ruim 500 elopunten zwakker waren dan de spelers die op basis van rating of talentstatus voor het toernooi waren geselecteerd. De KNSB is dit gepruts een doorn in het oog, dus wordt de kwalificatieprocedure met ingang van volgend seizoen veranderd.

Het gevolg was dat er een duidelijke kop- en staartgroep ontstond, wat de spanning in het toernooi niet ten goede kwam. Het niveau op de laagste borden was vaak gewoon bedroevend en een NK Jeugd onwaardig.

Van Wely en Haast kampioen na strafschoppen (3 juli 2017)

Samenvatting van het NK in Amsterdam-Noord waar ik op de slotdag even ben wezen kijken. Daar was ik getuige van het lastige eindspel tussen koplopers Sipke Ernst en Loek van Wely. Op het laatst miste Van Wely de winst, waarna hij in de vluggertjes maar toesloeg.

Daags voor het toernooi had King Loek zijn klasse al laten zien op het NK Internet, waar zeven van de acht NK-deelnemers van de partij waren. Ernst was een van de acht spelers die door zijn trillende vingers al in de eerste ronde werd uitgeschakeld.

Het damestoernooi was nog onvoorspelbaarder. Van enige rivaliteit tussen de dames was geen sprake en dus gaven ze over en weer hele en halve punten weg.

Tijdens het toernooi leek het erop dat niemand kampioen wilde worden, wat tot tragikomische taferelen leidde. De stellingsoordelen slingerden wild heen en weer. Zelfs rodelantaarndraagster Arlette van Weersel zal na afloop het idee hebben gehad dat ze kampioen had kunnen worden als ze haar vizier iets meer op scherp had staan.

Uiteindelijk draaide het damestoernooi eveneens op een verlenging uit, waarin Tea Lanchava in beide partijen een vol punt weggaf, zodat Anne Haast het toernooi alweer voor de vierde keer op rij won.

Carlsen slaat de aanval af (18 augustus 2017)

Een vervolg op de vraag of Wesley So degene was die Carlsen eindelijk van de eerste positie op de ratinglijst zou gooien. Door Carlsens matige prestaties in de afgelopen jaren hadden So en Aronian de kans om tijdens de Sinquefield Cup het gat naar de Noor op de ratinglijst bijna te dichten. Ze faalden echter op het moment dat het erop aankwam. Hoewel Carlsen de toernooiwinst aan Maxime Vachier-Lagrave moest laten, eindigde hij wel voor zijn naaste belagers, waardoor hij de aanval op zijn koppositie afsloeg.

Carlsens spel zag er in Saint Louis beter uit dan wat we de afgelopen jaren van hem gewend waren. Wel heeft hij de laatste jaren een zwakte in zijn spel die hij vroeger niet had, wat mogelijkerwijs zijn vormcrisis verklaart:

Afgezien van een wat mindere fase halverwege het toernooi oogde Carlsen dominant als in zijn gloriedagen. Dat hij het toernooi niet won, kwam doordat hij zich tweemaal in een eindspel liet beetnemen. Vroeger kon je er bijna vergif op innemen dat hij een beter eindspel in een vol punt omzette, maar de laatste jaren is dat niet meer het geval. De gemiste halfjes kunnen verklaren waarom Carlsen 60 à 70 punten is afgezakt. Heel veel is daar namelijk niet voor nodig: ieder toernooi één of twee partijen extra naar remise laten lopen is al voldoende. In Saint Louis gaf Carlsen misschien wel anderhalf punt weg.

Winnen op uithoudingsvermogen (29 september 2017)

Hoewel ik een voorstander ben van het verkorten van het speeltempo om het spektakel te vergroten, kan men daar ook te ver mee gaan. Tijdens de World Cup in Tbilisi werden de tweekampen wel heel vaak tijdens de vluggertjes beslist. Winnaar Aronian moest niet minder dan 35 partijen, voornamelijk vluggertjes, spelen om tot kampioen gekroond te worden. Het toernooi zal helaas vooral om een klucht om kledingvoorschriften herinnerd worden.

[N]a bijna vier weken alles te hebben gegeven, mocht Aronian zich tot overwinnaar van het toernooi kronen. Maar liefst 35 partijen had hij nodig om zijn 127 concurrenten te verslaan. Of nou ja, eigenlijk waren het er maar 124, omdat Anton Kovalyov het toernooi had verlaten na onenigheid over niet-bestaande kledingvoorschriften met Zoerab Azmaiparashvili, de “barbaar van de FIDE” zoals Hans Ree het treffend verwoordde. In de tussentijd had Kovalyov wel Akobian en Anand uit het toernooi gekegeld.

De topspelers lieten hun klasse bijna niet zien in de reguliere partijen, waardoor het remisepercentage erg hoog lag. Nederlands hoop in bange dagen Anish Giri kreeg in de lange partijen bijvoorbeeld bijna niks voor elkaar tegen beduidend zwakkere tegenstanders. Interessant genoeg lieten de topspelers hun klasse met versneld tempo wel zien.

Hoogeveen weinig hoogstaand (1 november 2017)

Mijn laatste stukje voor Schakers.info, dat inderdaad over het voormalige Univé-toernooi in Hoogeveen gaat. Het toernooi kende een nieuwe toernooiopzet waar ik mijn bedenkingen bij had. Wel heb ik geprobeerd wat grappen in het verslag te verwerken.

Het idee was als volgt: maak twee ronden voor het eind van het toernooi de eindstand op en laat de vier hoogstgeëindigde spelers het op de laatste speeldagen onderling uitvechten. Terwijl de overige spelers voor de troostprijzen speelden, maakte Roeland Pruijssers zich er in de elitetweekampen makkelijk van af.

Een knipoog naar Thierry Baudet en de zijnen (zoals toernooidirecteur Loek van Wely).

Eerst versloeg hij clubgenoot Thomas Beerdsen in een verraderlijk toreneindspel en daarna blies hij Dmitry Kollars van het bord, waardoor hij met de hoofdprijs op zak naar huis kon fietsen.

Tijdens het toernooi schijnt hij in ieder geval op en neer te hebben gepeddeld.

Zijn rivalen moesten veel meer partijen spelen om de onderste treden van het podium te mogen beklimmen. Zo moest Dinara Saduakassova, die de troostfinale won, in de play-offs niet minder dan twintig keer handjes schudden voor de derde plek.

Zoals Lennart (ook bekend als het viswijf) ooit toegaf dat hij niet meer zo sterk diste nadat hij schreef dat Ewood (ook bekend als Evgeny Grotovsky) drie punten had na tien keer handjes schudden.

Het idee om het toernooi met een play-off af te sluiten was overigens niet nieuw, jaren geleden werd iets soortgelijks al eens uitgeprobeerd in een weekendtoernooitje.

Dat was ons eigen Pinkstertoernooi. 😉

Het schaakspel wordt te saai en te voorspelbaar gevonden, en het prijzengeld wordt onderling verdeeld door [het] grootmeesterkartel.

Thierry, ben je daar nog?

Het verslag sluit af met het Wei-offer en de blunder van de eeuw van Adhiban in het weinig hoogstaande toernooi. Een beetje leedvermaak doet het altijd goed, maar eerlijk gezegd had ik liever een fantastisch mooie partij becommentarieerd om mijn periode als columnist bij Schakers.info op een passende manier af te sluiten. Het heeft helaas niet zo mogen zijn. Het zit erop. Ik ben trots op mijn 24 columns en ik ben blij dat ik de kans heb gekregen voor heel schakend Nederland te mogen schrijven, maar ik ben nu ook blij dat het erop zit.

04 november 2017

BSG 2 aan kop!

Dan weer was Zukertort te sterk, dan weer HSG en dan weer LSG 2. Het is BSG 2 al twaalf jaar niet gelukt naar de tweede klasse te promoveren. Maar dit seizoen zou het toch moeten kunnen. Na drie wedstrijden gaat BSG 2 aan kop in de poule na een 5-3-zege op Amsterdam West.

Amsterdam West was het seizoen goed begonnen met een ruime zege op PSV/Dodo en een knappe zege tegen het sterke Caïssa 3. BSG 2 was opmerkelijk genoeg het enige andere team zonder puntverlies in de klasse. Zowel tegen Max Euwe 3 als Wageningen 2 werd met 5-3 gewonnen.

De wedstrijd tegen het verrassend sterk presterende Amsterdam West kende ongemakkelijke overeenkomsten met de wedstrijd tegen ZSC-Saende van bijna exact twee jaar geleden. Destijds moest BSG 2 eveneens op bezoek bij de koploper van dat moment. Van tevoren werd met niets dan een zege rekening gehouden, maar uiteindelijk verloor BSG 2 de wedstrijd heel dik. Het vormde de opmaat voor een heel zwak seizoen. En ZSC? Dat werd dat jaar gewoon kampioen.

Dit jaar ging alles een stuk beter. Nou ja, behalve de reis naar de speelzaal dan. Vanwege werkzaamheden aan het spoor moesten we eerst met de bus, daarna met de trein en vervolgens met de tram, die vanwege een sinkhole niet reed… Doordat de planning erg ruim was, kwamen we uiteindelijk al om kwart over twaalf aan in het Bilderdijkpark, waar een doodshoofd boven de deur van het clubgebouw ons groette. Het duurde nog een tijd voordat we werden binnengelaten.

In de ruime speelzaal speelde alleen het eerste team van de organiserende club, die is voortgekomen uit de fusie van de fusieclub Tal/DCG en Het Probleem. Op tafel lagen wat clubbladen van Amsterdam West uitgestald, genaamd Patten, wat wel zal zijn afgeleid van het welbekende schaaktijdschrift Matten. Het clubblad bevatte naast een hoop kleurenfoto’s ook partijanalyses en opmerkelijk openhartige interviews met leden. Interessante kost, vooral voor niet-leden.

Inmiddels zijn alle BSG’ers al aanwezig, in tegenstelling tot de gastheren. Als om één uur de klokken worden aangezet, loopt de V8 van Amsterdam West slechts op zes cilinders. Even later komen bord 1 en 3 van de thuisploeg ook aanhuppelen.

Al gauw komt BSG 2 op alle borden goed te staan. Nou ja, bijna alle borden. Timon kwam aan het laatste bord in de lijfvariant van tegenstander Floris Golbach en werd in hoog tempo van het bord gepompt. Daar stond tegenover dat Tom aan het bord ernaast vrij gauw won.

Aan het tweede bord wist Yme opnieuw te winnen. Tegen Wim Helmers won hij met een schijnoffer een pion na de opening. De technische klus leek nog niet zo makkelijk, maar werd ogenschijnlijk zonder al te veel hobbels geklaard, zodat BSG 2 op voorsprong kwam.

Waar onze eigen Frans de 3-1 binnentikte, verzorgde de Frans in Amsterdamse dienst, Frans Schoffelmeer, de aansluitingstreffer door Coen in een toreneindspel met twee pluspionnen te verslaan. En dat terwijl Coen precies tegen de verwachte tegenstander speelde en precies zijn voorbereide variant op het bord kreeg. Een domper.

De resterende stellingen waren gelukkig allemaal gunstig. Het Apenhoofd had tegen Sven Pronk de tijdnoodfase overleefd. In het toreneindspel probeerde hij het nog even, maar al gauw moest hij in remise berusten. Datzelfde resultaat was er voor Ruben, die een partij van het Apenhoofd goed had bestudeerd en daar de vruchten van leek te plukken. Uiteindelijk kwam hij er echter niet doorheen, een pluspion ten spijt.

Daarmee was de stand 4-3 in het voordeel van BSG 2 en was alleen Rein nog bezig. Tegen Yvette Nagel stond hij veel materiaal voor, maar desondanks was het niet zo makkelijk. Hij moest maar afwikkelen naar een eindspel waarin zijn toren en pionnen sterker waren dan wits lichte stukken. Hij speelde het netjes uit, dus won BSG 2 de wedstrijd met 5-3. De derde 5-3-overwinning van het seizoen betekent dat het eerste achttal van BSG voorlopig ongedeeld aan kop gaat in klasse 3C.

Minder goed nieuws kwam er uit Groningen, waar het tiental van BSG zich met 6½-3½ liet afslachten door het nog puntloze SISSA. Zou er volgend jaar nog maar één klasse verschil tussen BSG 1 en BSG 2 zitten?

Amsterdam West (1991) – BSG 2 (2061) 3-5
1. S Pronk (2067) – J de Groote (2202) ½-½
2. W Helmers (2035) – Y Brantjes (2056) 0-1
3. F Schoffelmeer (2046) – C van der Heijden (2072) 1-0
4. R Klein (1964) – R Hilhorst (2020) ½-½
5. J Lubbers (2030) – F Borm m (2143) 0-1
6. Y Nagel (1933) – R Brouwer (2028) 0-1
7. J Cromsigt (1943) – T de Ruiter (1978) 0-1
8. F Golbach (1909) – T Brouwer (1989) 1-0

29 oktober 2017

Verstappen wint in Mexico; Hamilton wereldkampioen

Max Verstappen heeft de maand oktober met een overtuigende overwinning afgesloten. In Mexico behaalde hij met overmacht zijn tweede zege van het seizoen en de derde zege uit zijn carrière. Ondertussen haalde Hamilton zijn vierde wereldtitel binnen.

Na de zomerstop was Luis niet meer te houden. Niemand kreeg vat op hem. Grote rivaal Fattle beet zijn tanden op hem stuk en teamgenoot Bottas werd iedere race dikker verslagen. Het resultaat was dat Luis de ene na de andere pole opeiste en de ene na de andere race won. Hij arriveerde in Mexico in de wetenschap dat een vijfde plaats genoeg was voor de titel.

Liever behaalde Luis de titel in stijl, maar op het spekgladde Autódromo Hermanos Rodríguez had hij de grootste moeite zijn wagen in het juiste spoor te houden. Het betekent dat de kwalificatie aanvankelijk wordt gedomineerd door Max, die in de tweede sessie ineens een superronde rijdt en eenzaam aan kop gaat. Zou hij voor het eerst van pole vertrekken? Het antwoord is nee. Pas in de laatste sessie heeft Fattle een pasklaar antwoord, waardoor hij de pole opeist. Max rest slechts een plek op de eerste startrij, voor de Mercedes van Luis en Bottas, waar hij niet echt blij mee is.

Nog minder blij is Ricciardo, die bijna een seconde op Max moet toegeven en slechts zevende is. Door een motorwissel mag hij alleen voor de Toro Rosso’s van Hartley (die in de kwalificatie een motorblok opblies) en Gastly (de vervanger van Kwjat die in de kwalificatie niet eens in actie kwam) en McLarens, die eveneens motoronderdelen hadden laten vervangen, van start gaan.

Als de lichten doven, komt Max goed weg. Hij wurmt zich in de eerste bocht langs Fattle. De Duitser komt in de verdrukking en ziet ook Luis nog passeren. Hij slaagt erin zowel Max als Luis te raken, waardoor hij zijn voorvleugel beschadigt en Luis’ achterband lekprikt. Het betekent dat de twee zich aan het eind van de eerste ronde zich bij hun team kunnen melden voor een reparatiestop, waarna ze zich in de achterhoede terugvinden.

Vooraan slaat Max gauw een gat naar Bottas, die op zijn beurt bij Ocon wegloopt. Achter hen rijden Hülkenberg en local hero Pérez. Rijkunnen vindt zich nog tussen de Williams’ terug, terwijl Ricciardo’s inhaalrace al na vijf ronden voorbij is als hij plotseling in de pits staat met kennelijk weer een geplofte Renault.

Ondertussen zitten Fattle en Luis klem in de achterhoede. Waar Fattle nog met andere coureurs in gevecht is, kan Luis amper een vuist maken. Na 22 ronden wordt hij door Max al op een ronde gezet. Pas daarna weet hij voorzichtig wat plaatsjes te winnen.

Vanwege de lage bandenslijtage kijken de meeste teams qua strategie de kat uit de boom. Force India doet dat niet en haalt beide coureurs vroeg in de race naar de pits. Het blijkt een kostbare fout, want als Hartley halverwege de race voor de zoveelste keer dit weekend zijn Renault opblaast, komt de virtuele safetycar op de baan, waardoor iedereen zonder veel tijdverliezen banden kan verwisselen.

Het betekent dat Rijkunnen naar de derde plaats oprukt. De Force India’s profiteren nog wel van Hülkenbergs zoveelste uitvalbeurt. De Duitser moest zijn Renault op het lange rechte stuk opeens aan de kant van de weg parkeren en via de voorkant van de bolide uitstappen.

Na de onderbreking neemt Max een steeds grotere voorsprong op Bottas en Rijkunnen. Achter hen rijden Fattle en Luis nog met het mes tussen de tanden. Fattle moet minimaal tweede worden om het kampioenschap spannend te houden, maar nadat hij Stroll en de Force India’s voorbij is gereden, ligt hij vierde, op een enorme achterstand van het podium.

Luis werkt zich in de slotfase pas de punten in. Hij komt aan de staart van Alonso, die op zijn beurt Magnussen probeert in te rekenen. Vanwege de bedroevende topsnelheid van zijn McLaren lukt het niet. Luis heeft het op zijn beurt moeilijk om in de bochten in de buurt bij de McLaren te blijven. Als hij eindelijk een goede slipstream heeft, verkoopt Alonso zijn huid zo duur dat Magnussen heel hard bij de vechtersbazen wegrijdt. Het betekent dat Luis hem ook niet meer te pakken krijgt, zodat hij met een negende plek genoegen moest nemen. Vanwege Vettels vierde plaats was het ruim voldoende voor zijn vierde titel.

Ondertussen was Max al lang en breed gefinisht. Met een dominant optreden behaalde hij zijn tweede zege van het seizoen. Bij de feestelijkheden na afloop werd dat feit wat naar de achtergrond verdrongen door Luis’ wereldtitel, maar het gaf wel hoop voor de toekomst. Waar Red Bull in het begin van het seizoen geen antwoord had op het enorme tempo van Mercedes en Ferrari, domineren ze nu races.

Achter Max en de Finnen likte Fattle zijn wonden. Ondanks dat hij lange tijd aan kop ging in het kampioenschap zag de Duitser Luis op 4-4 komen. Het ging allemaal mis in Singapore, een van de weinige races waarin Fattle vanaf pole mocht vertrekken. Waar Luis elf keer de snelste was op zaterdag, was Fattle dat maar vier keer. Erger was dat hij alleen in Hongarije zijn pole in een zege wist om te zetten: in Rusland glipte Bottas er bij de start langs en in Singapore en Mexico waren zijn kansen na de eerste bocht al verkeken. Tel daarbij de motorproblemen in Maleisië en Japan bij op en het plaatje is compleet.

Als vijfde eindigde Ocon, voor de verrassende Stroll en Pérez. Magnussen wist Luis nog net achter zich te houden, terwijl Alonso het laatste puntje pakte. Over twee weken wordt in Brazilië de een-na-laatste race van het seizoen gereden.

23 oktober 2017

Van 16 naar 3

In theorie kon Hamilton ‘m in Amerika al binnenhalen, maar dankzij een tweede plek kon Vettel de titelstrijd nog een weekje langer spannend houden. Het was allemaal maar bijzaak, want uiteindelijk ging alle aandacht uit naar degene die derde was geworden.

De Grand Prix van Amerika stond in het teken van rijderswisselingen. Zo nam Science bij Renault de plek in van de uiterst zwak presterende Palmer. Doordat Gasly na twee invalbeurten verstek liet gaan om een gooi te doen naar de titel in de Japanse Super Formula, kon het B-team van Red Bull meteen op zoek naar twee vervangers. Het betekende dat Kwjat na twee races weer terugkwam. De andere invaller was de Nieuw-Zeelander Brendon Hartley, een langeafstandsracer die al jaren niet meer in een eenzitter had gereden.

Achteraf bleek Gasly voor niets de race in Amerika te hebben laten schieten. Vanwege de slechte weersomstandigheden werd besloten de laatste races maar helemaal af te gelasten, zodat er, waarschijnlijk niet geheel toevallig, een Japanner kampioen werd.

De Grand Prix van Amerika stond ook in het teken van gridstraffen. Waar Luis op zaterdag, zoals gebruikelijk, weer de snelste was, hadden de Renault-aangedreven teams het heel wat minder voor elkaar. Hülkenberg (Renault), Hartley (Toro Rosso) en Max (Red Bull) wisten van tevoren dat ze vanwege het inzetten van een nieuwe powerunit ergens achteraan moesten starten. Vandoorne (McLaren) incasseerde uiteindelijk nog de meeste straffen en moest helemaal achteraan starten. Voor het in de weg rijden kregen Magnussen en Stroll vervolgens ook nog straffen opgelegd.

Achter de rug van Luis was het nog wel spannend. De Ferrari’s en Red Bulls ontlopen elkaar maar heel weinig. Uiteindelijk eist Fattle verrassend de tweede plek op, voor Bottas, Ricciardo en Rijkunnen. Max is slechts zesde na een rommelig rondje waar hij absoluut niet over te spreken was. Door zijn straf moest hij als zestiende starten.

Als de lichten doven, komt Luis matig van zijn plek. Fattle zit er meteen naast en komt als eerste de eerste bocht uit. Achter hem weet Ocon Rijkunnen te verschalken. De Fin gaat de roze Force India echter al gauw weer voorbij.

Ricciardo zit op zijn beurt aan de staart van Bottas, die voor de eerste bocht steeds erg vroeg remt, zodat Ricciardo zijn wagen uit het niets erlangs kan gooien. Bottas weet nog net te counteren. Het zorgt ervoor dat Rijkunnen weer bij kan sluiten, waarna de drie nog de nodige gevechten leveren voor de derde plaats.

Het lukt koploper Fattle merkwaardig genoeg niet om hard bij de vechtersbazen weg te lopen. Achter hem is Luis duidelijk sneller en al na zes ronden maakt hij de Duitser op het lange rechte stuk met boter en suiker in.

Ondertussen begint Ricciardo de aansluiting met Bottas te verliezen. Als hij bijna door Rijkunnen wordt ingehaald, trapt hij af voor de eerste serie pitstops. Hij wisselt zijn roze bandjes in voor gele en valt terug tot in de subtop.

Aan kop blijven de Ferrari’s en Mercedes stug doorrijden. Zou Ricciardo’s undercut werken? Hij is Science voorbij als zijn motor ineens de geest geeft. Weg podiumkansen. Daarmee was Ricciardo niet de eerste uitvaller: Hülkenberg (weer een mechanisch defect) en Wehrlein (na een beuk van Magnussen bij de start) waren hem al voorgegaan. Uiteindelijk moest ook Alonso ("I can’t believe it!") opgeven met opnieuw een motorstoring.

Wanneer de koplopers eindelijk banden wisselen, gaat Max zowaar aan de leiding. Luis stelt gauw orde op zaken, waarna Max ook zijn monteurs opzoekt en terugvalt tot de vijfde plaats. Op nieuwe banden rijdt hij het gat naar Rijkunnen in een behoorlijk tempo dicht. Als hij aan de staart van de Fin zit, haalt hij zowaar een derde setje banden.

Ferrari reageert door Fattle, die met behoorlijke bandenproblemen kampt, eveneens binnen te halen. Hij blijft Max net voor. Luis en de Finnen besluiten niet meer binnen te komen. Het zorgt voor een spannende slotfase.

In de slotfase van de race is Rijkunnen echt sneller dan Bottas. Hij rijdt naar de staart van de Mercedes. Pas na een paar ronden heeft hij een goede slipstream en rukt hij met behulp van DRS op naar de tweede plaats. Achter hen rijden Fattle en Max als bezetenen het gat naar Bottas dicht. Op het lange rechte stuk lukt het Fattle niet de Mercedes te verschalken, maar als Bottas weer als een oud wijf door de eerste bocht gaat, gaat hij hem buitenom voorbij.

Bottas is aangeschoten wild en wordt ook nog door Max na een heftig gevecht terugverwezen. De Fin haalt daarom maar nieuwe banden om in de laatste ronden nog wat lol te hebben.

De Ferrari’s hebben al (tamelijk opzichtig) van plek gewisseld, waarna Max Rijkunnen in de laatste ronden het vuur aan de schenen legt. In het bochtige gedeelte kan hij niet zo dicht naderen als gewild en Rijkunnen komt de haarspeldbocht voor het lange rechte stuk steeds goed uit, zodat Max hem daar niet kan bedreigen.

In de laatste ronde is alles anders. Max heeft een goede slipstream en komt dichtbij. Het is niet genoeg. Rijkunnen gaat als eerste de laatste bochtencombinatie in. Maar juist daar weet Max hem alsnog de laatste podiumplaats te ontfutselen. Na het nodige ellebogenwerk is hij erlangs en mag hij naar het podium.

Of niet? Direct na de race krijgt Max een tijdstraf omdat hij volgens de doorgaans ondoorgrondelijke stewards met vier wielen naast de baan was gekomen bij de inhaalactie. Net als in Mexico vorig jaar kostte het hem een podium. Na afloop was hij dan ook, net als het hele team, witheet.

Het betekent dat de Ferrari-rijders Luis op het podium flankeren. Door zijn tweede plaats hield Fattle het kampioenschap nog een heel klein beetje levend, maar met een achterstand van 66 punten terwijl er nog 75 te verdelen zijn, weet hij dat zijn kansen louter mathematisch zijn. Ondertussen heeft Mercedes het constructeurskampioenschap wel al binnen.

Achter de topteams kwamen Ocon en Science als zesde en zevende aan de meet. De twee hadden elkaar de hele race opgejaagd. Aanvankelijk zat Pérez daar ook nog bij, maar na een hoop geklaag over de boordradio dat teammaat Ocon zo traag was, verloor hij zelf in de tweede helft van de race veel terrein. Massa werd negende, terwijl Kwjat bij zijn rentree het laatste puntje scoorde.

Buiten de punten vielen Stroll, die in de laatste ronden nog een behoorlijke comeback maakte, Vandoorne en de uiterst solide Hartley. De Hazen gingen voor eigen publiek af als een gieter: Grosjean werd veertiende, Magnussen eindigde zelfs nog achter Ericsson als allerlaatste, ondanks dat de Zweed een tijdstraf van vijf seconden had gekregen nadat hij de Deen in de slotfase van de race achterstevoren had getikt.

08 oktober 2017

Japanse anticlimax

Tot aan de Grand Prix van Italië stond hij nog aan kop in het kampioenschap, maar vanaf dat moment is het hard bergafwaarts voor Fattle gegaan. Ook in Japan zat het er al snel weer op voor hem, terwijl Luis dankzij zijn achtste seizoenszege alweer met drie wielen kampioen is.

Het circuit van Suzuka is een heerlijke afwisseling op de vele fantasieloze Tilkedromes met zeeën van uitloopstroken. De vangrails staan venijnig dicht op de baan, klaar om ieder foutje keihard af te straffen. De vangrails hadden dit jaar helemaal een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de sneller geworden bolides. “Ik heb geen idee wat er gebeurde”, verklaarde Science nadat hij in de vrije training zijn Toro Rosso in de muur had gekwakt. De Finnen Bottas en Rijkunnen vlogen er in de tweede Degner, de bocht voor het viaduct, van de baan, terwijl Grosjean zich in de kwalificatie in de snelle S-bochten verslikte.

Hoewel Luis vorige week zijn zeventigste poleposition behaalde, behaalde hij opmerkelijk genoeg geen van die zeventig poles op Suzuka. De afgelopen jaren was Rosberg steeds te snel geweest en in de jaren daarvoor waren de Red Bulls de concurrentie steevast te snel af. En o ja, daarvoor werd er op dat afgrijselijke Fuji-circuit gereden. In ieder geval zette Luis dat foutje recht door in een dik baanrecord de pole op te eisen. Teamgenoot Bottas reed de tweede tijd, maar mocht vanwege een gridstraf voor het wisselen van een versnellingsbak slechts als zesde starten.

Sowieso waren er belachelijk veel gridstraffen. Zo moest Rijkunnen om dezelfde reden als tiende starten, terwijl Palmer, Science en Alonso helemaal naar de staart van de grid werden verbannen nadat ze een partij motoronderdelen hadden moeten laten vervangen.

Het betekende wel dat Fattle naast Luis vanaf de eerste startrij mocht vertrekken. Met hun assistenten ver weg beloofde het eindelijk weer een echt man-tot-man-gevecht te gaan worden tussen de koplopers in het WK. Als de lichten doven, komt Fattle goed weg, maar het is onvoldoende om Luis echt te bedreigen. Achter hem gaat Max in de eerste bocht brutaal voorbij Ricciardo. De Australiër zit in de verdrukking en ziet ook Ocon er nog voorbij glippen. Nog erger vergaat het Vandoorne, die van de baan gaat en daarmee al zijn goede werk van zaterdag (een elfde tijd) weer tenietdoet.

In de eerste ronde zijn de gevechten niet van de lucht. In de haarspeldbocht weet Max Fattle uit te remmen. De andere Ferrari is even later ook het haasje: Rijkunnen wordt door Hülkenberg zonder pardon van de baan geduwd, waardoor hij nog verder terugvalt.

Science maakt die gevechten al niet meer mee. Hij sluit zijn laatste raceweekend voor Toro Rosso op een gepaste manier af door al na drie bochten van de baan te tetteren. Het wrak moet met een tractor uit de grindbak gesleept worden, dus komt de safetycar op de baan.

Fattle is ondertussen al naar de zesde plek teruggevallen. Vanwege een motorprobleem wordt de Duitser op de rechte stukken links en rechts door iedereen voorbijgereden. Het uitrukken van de grijze Mercedes betekent voor hem slechts uitstel van executie. Na vier trage ronden ziet Ferrari in dat er niets meer te redden valt, dus geeft Fattle de pijp aan Maarten.

Aanvankelijk loopt Luis langzaam weg bij Max, die op zijn beurt wegloopt bij Ocon. Achter hem zit Ricciardo zich te verbijten. Hij krijgt de helpende hand toegestoken van Ericsson, die bij de tweede Degner als een amateur van de baan schiet en voor een virtuele safetycarfase zorgt. Bij de herstart lukt het Ricciardo dan toch om de Force India voorbij te steken. Een ronde later lukt het Bottas, die langzaam naar voren was geslopen, ook.

Aan kop kan Max Luis redelijk volgen. In de 21e ronde laat hij als eerste in de kopgroep zijn banden vervangen. Hij komt net voor Rijkunnen de baan op en rijdt meteen gigantisch hard bij de Fin vandaan. Luis komt een ronde later binnen, Ricciardo volgt nog twee ronden later. Het brengt de leiding in handen van Bottas. De Fin was vanwege zijn versnellingsbakwissel op de hardere banden gestart, zodat hij later hoefde te stoppen. Het betekent wel dat hij Luis voor de voeten begint te lopen. Max rijdt het gat naar de twee Mercedes gauw dicht, waarna Luis zich toch wel ernstig ongemakkelijk begint te voelen. Uiteindelijk lost Bottas het probleem vrijwillig op door Luis er voor de chicane langs te laten, waarna hij Max nog een paar ronden ophoudt, alvorens zijn monteurs te bezoeken.

Door het oponthoud was Max weer wat achteropgeraakt, maar dat lijkt hem niet te deren. Langzaam hengelt hij Luis, die over zijn achterbanden klaagt, binnen. Achter hen doet Bottas hetzelfde met Ricciardo. Rijkunnen, die in zijn eentje de eer van Ferrari moet verdedigen, is na de pitstops in het niemandsland van de vijfde plek aanbeland.

Achter hem valt Hülkenberg, die nog niet gestopt is, langzaam ten prooi aan de Force India’s. De Duitser komt na zijn stop precies achter het treintje van Massa, de Haasjes en Gastly terecht. Hij weet Gastly direct te verschalken, maar daar blijft het ook bij, want na een inhaalpoging op Grosjean blijft zijn DRS openstaan, waarna hij er de brui aan geeft.

Ondertussen grijpt Magnussen de steeds trager wordende Massa aan. Hij duikt in de eerste bocht in een gat dat er eigenlijk niet is. “If you no longer go for a gap that exists, you are no longer a racing driver,” zei Senna toen hij Prost in 1990 in diezelfde bocht afschoot. Ditmaal blijkt blikschade uit, al ziet Massa Grosjean er ook nog langs floepen.

Nog leuker voor Williams wordt het als Stroll een paar ronden later met een geëxplodeerde rechter voorband het strijdtoneel moet verlaten. Het ongeval zorgt voor de tweede virtuele safetycarfase van de middag. Vier ronden voor het einde wordt de race hervat.

De spanning is om te snijden. Vooraan moet Luis Max van zich af zien te houden, terwijl Bottas binnen een seconde van Ricciardo zit. De spanning loopt op als Luis op Massa en Alonso stuit. De ex-Ferrari-coureurs vechten om het laatste WK-puntje en hebben meer oog voor elkaar dan voor de blauwe vlaggen. Uiteindelijk laat Alonso Luis er in de haarspeldbocht voorbij, maar gooit hij de deur dicht voor Max. Het kost Max kostbare tienden. Vervolgens laat Massa Luis er op het rechte stuk van start/finish langs, waarna Max tot na de S-bochten gevangen zit achter de trage Williams. Het betekent dat de race in een anticlimax eindigt.

Zodoende komt Luis voor de achtste keer dit seizoen als eerste over de streep. Max volgt op een seconde. Achter hem houdt Ricciardo Bottas nog tot aan de streep achter zich, zodat hij alweer zijn zevende derde plaats van het seizoen behaalde. Op grote achterstand werd Rijkunnen vijfde, voor de Force India’s van Ocon en Pérez, die elkaar een keer niet uit de race reden. Magnussen en Grosjean scoorden waardevolle punten, waardoor Haas Renault in het constructeurskampioenschap weer voorbijging. Het laatste puntje was voor Massa.

Door zijn overwinning vergrootte Luis zijn voorsprong op Fattle naar 59 punten, ofwel ruim twee overwinningen, terwijl er nog maar vier races te gaan zijn. Die vierde titel kan Luis bijna niet meer ontgaan. Kennelijk wordt de reeks die al vanaf 2008 was ingezet, waarbij alleen in de even jaren het kampioenschap pas in de laatste race wordt beslist, dit jaar gewoon doorgetrokken.

07 oktober 2017

Kortgewiekt

Op een erg regenachtige, herfstige zaterdag 7 oktober stond de tweede ronde van de KNSB-competitie op het programma. Voor BSG was het de eerste thuiswedstrijd van het seizoen. Tevens was het de eerste thuiswedstrijd in tijden zonder Edwin Baart en dat was wel wennen. Toch bleven drie van de vier matchpunten in het Denksportcentrum.

De regen-en-windmachine draait de laatste weken op volle toeren, wat betekent dat het schaakseizoen weer echt begonnen is. Drie weken geleden trapte BSG af met twee verre uitwedstrijden. In de tussentijd hebben we op de club de ALV en het eerste snelschaaktoernooi alweer gehad.

In dezelfde tijd is mijn schaakniveau op een nieuw dieptepunt aanbeland. Omdat het toch niet meer slechter kon, besloot ik maar een Simson-act uit te halen door voor het eerst in bijna een half jaar de kapper te bezoeken. “Baat het niet, dan schaadt het niet”, was de gedachte. De echte reden was natuurlijk dat ik weer een volle haardos heb op het moment dat het echt koud wordt.

Terug naar de wedstrijd. Na een jaartje in de eerste klasse te hebben huisgehouden, treft BSG dit jaar weer tegenstanders van formaat. Ditmaal kwam de regerend landskampioen op bezoek. Na hun triomftocht van vorig jaar was de Kennemer Combinatie het nieuwe seizoen begonnen met een nipte nederlaag tegen HMC, dus waren ze gebrand op revanche.

Heel wat minder spanning was voelbaar bij de andere wedstrijd, die tussen BSG 2 en Wageningen 2. BSG 2 was het seizoen goed begonnen met een zuinige overwinning op Max Euwe 3. Van zwakke broeder Wageningen 2, dat in de eerste ronde vrij ruim werd geklopt door Caïssa 3, moest dan ook betrekkelijk eenvoudig gewonnen worden.

Het lijkt erop dat Coen dit jaar vleugels heeft gekregen. Hoewel hij zichzelf zo nu en dan nog wel voorbijloopt, weet hij geregeld ook vlotte overwinningen te behalen. Ditmaal gaf hij BSG 2 een vliegende start door Tjerk Sminia in een moordend tempo van het bord te beuken. Onbevreesd nam hij een geïsoleerde dubbele e-pion op de koop toe om open lijnen te krijgen. Onbevreesd snaaide hij een pionnetje op b2. Het kon kennelijk allemaal en met nog een minuut op de klok gaf Sminia in een hopeloze stelling op.

Het betekende dat ik me minder bezwaard voelde een remiseaanbod van mijn tegenstander Robin van Leerdam te accepteren. In het Russisch ging de bezem er al heel snel door: eerst verdwenen de centrumpionnen van het bord en daarna de meeste stukken. De gekortwiekte stelling bood geen aanknopingspunten meer om nog verder te spelen. Een van mijn saaiste partijen ooit.

De voorsprong werd verder uitgebreid door Yme, die jeugdtalent Anna Martinez van het bord poeierde. In een Swesjnikov verknoeide zwart wat tempi door met een loper te gaan fladderen, waarna Yme na langdurig beleg een stuk won.

Ondertussen had Frans aan het hoogste bord ook gewonnen. Timon haalde aan het laatste bord in een eindspel de buit binnen tegen een SP-Eerste Kamerlid. Door de remise van Tom stond het toch maar mooi 5-1. Maar toen moesten de resultaten van de teamleiders nog komen. Ex-teamleider Rein gaf er als eerst de brui aan, teamleider Ruben moest even later de koning omleggen, zodat de eindstand opnieuw op 5-3 werd bepaald.

BSG 1 moest op dat moment eenzelfde achterstand recht zien te breien. Het eerste onheil tekende zich af aan bord 8, waar Ewood tegen zijn angstgegner Christov Kleijn kwam te spelen. Na zijn veelgeprezen halmapartij in de slotronde van vorig seizoen werd hij door de teamleider getrakteerd op nog een witpartij, maar van dat cadeautje beleefde hij nauwelijks plezier, zodat hij zich al snel kon gaan richten op het schrijven van het verslag.

Meer geluk had BSG aan het laatste bord, waar FM Henk vaste klant Rob Duijn trof. Ditmaal won hij nog harder dan de voorgaande keren. Frank Erwich won een behoorlijke modelpartij van Lennart Dek, die in de opening weifelend speelde en vanaf dat moment de hele tijd achter de feiten aanliep.

Door nederlagen van die Spanjaard en Lange Alexander kwam BSG toch op achterstand. Het geluk van BSG was dat Ivan Sokolov (ja inderdaad, Ivan de Verschrikkelijke speelt dit jaar bij BSG) zijn slechte stelling tegen Wouter Spoelman binnen de remisemarge hield. Dat lukte King Loek, waarschijnlijk tot Sokolovs hilariteit, niet tegen Mads Andersen. In een eindspel stond hij eerst een boertje achter en daarna twee. Ondanks dat Mad Mads op zijn increment leefde, wist hij de vette vis wel op het droge te trekken.

Teamleider Thomas wist een toreneindspel met twee minuspionnen niet meer te redden tegen Miguoel Admiraal, maar daar stond tegenover dat Robert tegen Quinten D. de winst in de schoot geworpen kreeg. Gecombineerd met de remise van Li betekende dit dat beide teams 5 punten uit 10 partijen hadden gescoord, zodat ze allebei met een matchpunt beloond werden. BSG handhaaft zich hierdoor in de subtop, terwijl de Kennemer Combinatie voorlopig nog in het rechterrijtje staat.

BSG 2 (2063) – Wageningen 2 (1960) 5-3
1. F Borm m (2143) – H Dam (2013) 1-0
2. R Hilhorst (2037) – M Naaijer (2025) 0-1
3. C van der Heijden (2066) – T Sminia (2011) 1-0
4. J de Groote (2213) – R van Leerdam (1959) ½-½
5. T de Ruiter (1969) – J Verwoert (1978) ½-½
6. Y Brantjes (2055) – A Martinez (1815) 1-0
7. R Brouwer (2047) – T Slijper (1921) 0-1
8. T Brouwer (1977) – E Smaling (1961) 1-0