08 september 2006

NK Snelschaken te Heerenveen

Morgen is het NK Snelschaken! Het zal nog een hele klus worden om er op tijd te komen, want de locatie is veranderd. Toch denk ik dat een goed resultaat neerzetten nog wel moeilijker zal zijn.

Hopelijk denkt Ewoud dit niet:


Ieder1 veel suc6!

Verslag NK Snelschaken

Zaterdag 9 september 2006 werd het Nederlands Kampioenschap snelschaken gespeeld. Hoewel het al jaren bekend was dat het in Heerenveen gespeeld zou worden, was de precieze locatie dat niet. Een paar dagen voor het toernooi werd opeens duidelijk dat het ergens anders was. Gelukkig schijnt iedereen op de juiste plek aangekomen te zijn.

De organisatie was helaas een puinhoop. Eerst was de A-categorie (“Kategorie” in het Fries) de boosdoener, daarna de andere categorieën. Al binnen een ronde liep het toernooi drie kwartier vertraging op en natuurlijk moest ik weer tegen Ewoud (met dank aan de Amsterdamse software.) De eerste “ronde” verliep goed. Na enig geharrewar was ik eindelijk op de goede plaats gekomen. Het toernooi bestaat uit poules van vier spelers, die eenmaal tegen elkaar spelen. Deze procedure wordt nog twee keer herhaald, waarna het deelnemersveld over drie groepen wordt verdeelt. In deze groepen  speel je nog 7 of 9 potjes. De winnaar van de hoogste groep wordt uiteindelijk kampioen. Zoals gezegd was het begin niet onaardig voor mij. De eerste partij was tegen Tommie Witteveen, die ik netjes matzette. Daarna speelde ik met zwart tegen Ewoud. Nadat ik zijn aanvalletje had afgeslagen, stond ik misschien zelfs iets beter, waarna hij remise aanbood. Terwijl ik nog zat na te genieten, zei hij lichtelijk geïrriteerd dat hij ergens makkelijk had kunnen winnen. Toen hij de zet zei, (Iets als Lg6 of zo) was ik iets minder blij. Vervolgens won ik vrij simpel van Hilbert Teerstra. De verrassing van het toernooi was Ewouds nederlaag (ra, ra tegen wie?) die ronde. Hij sloeg hoogmoedig een remiseaanbod af en verloor toen met een kwal minder. Later zei hij iets te hebben overzien. :)

In de tweede ronde kwam ik in een iets minder makkelijke poule. Tegen Roi Miedema deed ik maar wat in de opening. Terecht kreeg ik een slechte stelling. Gelukkig wist ik het nog zo te spelen dat ik niet direct veel materiaal verloor. Ik zag zelfs kans om wat materiaal te winnen. Helaas werden mijn stukken toen afgesneden van de beide koningen, waarna de mijne mooi werd matgezet. In de tweede partij van deze poule speelde ik tegen een oude bekende, Tommie Witteveen. Ditmaal had ik zwart. Het precieze verloop van de partij weet ik me niet meer te herinneren (’t was een Schotse opening volgens mij), maar ik stond uiteindelijk een pion voor in een dubbeltoreneindspel. Toen ik de torens mocht ruilen, was de zaak bekeken. Daarna speelde ik met wit tegen Roeland Pruijssers. In deze partij speelde ik niet bijster goed, waardoor hij steeds een plusje had. Uiteindelijk kreeg ik een gelijkelopereindspel met een minuspion op het bord, waarin ik nog probeerde de zaak op remise te houden. Dat was teveel gevraagd, want het werd een 0. Roi Miedema sprak na afloop nog over Roelands “blufzet” …c5!? In plaats van deze pion gewoon met de loper te slaan, pakte ik hem met de pion, wat op een ruil neerkwam. Met 3½ uit 6 was het wachten op de volgende ronde.

De derde ronde was de meest spannende ronde. Wie zouden er nog in de hoofdgroep komen en wie niet? Het begon meteen al lekker. :( Tegen Tobi Kooiman trapte ik volgens mij in een simpel trucje. Vervolgens zette ik een wanhoopsoffensief in werking, maar het leek slechts mijn ondergang te versnellen. Gelukkig kreeg ik na die ronde mijn hersenen weer langzaam terug. De tweede partij speelde ik tegen Henriët Springelkamp. Toen mijn geliefde afruilvariant op het bord kwam (ik wist dat ze 1.e4 e5 speelde, dat deed ze in Hengelo twee jaar terug tegen mij) speelde ze ergens …Lc5 in plaats van …c5. Ik dacht “waarom schrijft de theorie hier …c5 voor en niet …Lc5?” en speelde onnadenkend Pb3… om me even later af te vragen waarom ik niet gewoon Dh5+ had gedaan, met stukwinst. Gelukkig verliep de partij verder voorspoedig en won ik alsnog. Als toetje mocht ik tegen Lennart Ootes spelen. Ik had al enkele partijen tegen hem gespeeld voordat het toernooi begon. Op een gare variant van hem ging ik een zet doen die theoretisch gezien niet goed zou zijn. Gelukkig wist hij, net als in een oefenpartijtje, niet de weerlegging te vinden. Hij offerde een stuk, maar de compensatie was zelfs niet met een microscoop te bespeuren. Zodoende scoorde ik 2 uit 3 die ronde en 5½ uit 9 totaal. Helaas miste ik op een haar de kampioensgroep en waren de kansen om het toernooi te winnen verkeken (voor zover dat een realistisch doel zou zijn geweest.) :(

In de tweede groep zou ik in ieder geval nog een aardige kans maken op een prijsje. Tegen Karin Pruijssers won ik. Op het laatst kon ze werkelijk niks meer, dus ik was tevreden. Daarna kwam echter een domper: Tegen Peter Riksten mocht ik met wit spelen. Via een Franse opening offerde hij theoretisch een stuk op b4. Handige snelschakers als Jesper Nederlof bedienen zich van dit systeem. Helaas ging er van alles mis en werd mijn koning (die natuurlijk allang in veiligheid had moeten zijn) een dankbaar doelwit. Daarna speelde ik met zwart tegen Sten Goes. Een bijna ideale combinatie van tegenstander en kleurverdeling. :) In het Schots Gambiet dacht hij wel even mijn pion op d4 te kunnen pakken met z’n paard. Toen sloeg ik op h2 en moest hij z’n dame geven om mat te voorkomen… Daarna speelde ik met wit tegen… ja ja… Henriët Springelkamp! Ik was nieuwsgierig of ze iets anders zou spelen, maar nee. Ze deed precies hetzelfde en toen wist ik wel wat ik moest doen. Zoiets heet een revanche op jezelf. De vijfde partij speelde ik tegen een andere bekende: Lennart Ootes. Hij leerde wel van zijn fouten. :-) Hij besloot dit keer maar een slappe variant van het Spaans te spelen. Onder toeziend oog van zijn broertje Lars werd er een schuifpartij gespeeld, die niet slecht leek uit te pakken voor mij. Langzaam kwam ik beter te staan, maar toen ik een pion won, kon hij er opeens iets van drie van mij winnen. :S Daarna bood hij remise aan, omdat hij maar zeven seconden overhad en ik ongeveer het dubbele. Maar in zo’n stelling wilde ik niet op tijd winnen (bovendien liep ik nog het risico dat hij me toch zou vlaggen of dat ik een niet toegestane zet zou doen.) Mijn één-na-laatste partij vulde ik in met een mooie winstpartij tegen Dragan Skrobic. Mijn tegenstander deed de ultieme snelschaakopening 1.e4 f6 2.d4 Kf7. Ik negeerde die idiote opzet gewoon en ontwikkelde mijn stukken. Toch stelde ik ze wat slap op, waardoor hij met een pionopstoot de “gelijkmaker” produceerde. Ik sloeg de pion en kreeg een (tijdelijk) centrum, dat hij gek genoeg in tact liet. Daarna stond ik gewonnen, gezien mijn centrum en de lijnen tegen zijn koning op f7, die een doelwit werd. Met een mooi torenoffer wist ik deze in mijn stelling te lokken, waar hij matliep. In de laatste ronde speelde ik tegen Tjerk Sminia. Tijdens het officiële NK jeugd was hij de eerste reserve, al werd er iets vaags gezegd over zijn rating. Die had iets met de ondergang van de Titanic te maken…:S Het zal wel betekend hebben dat die rating flink was gedaald of zo. Hij won de partij uiteindelijk. Terecht, hij speelde namelijk de ruilvariant. :-) Toch stond ik niet zo slecht. Ik speelde Ewouds suggestie (geheimzinnig hè?) en kreeg goed spel. Helaas overzag ik dat mijn dame ergens mat moest dekken. Toen ze werd aangevallen, had ik geen velden meer waar ze èn niet meer aangevallen stond èn het mat kon dekken. Dus ik gaf op. Uiteindelijk eindigde ik als (gedeeld) derde, samen met Lennart, maar achter Henriët Springelkamp en de verrassende winnar Peter Riksten.

In de hoofdgroep won Roeland Pruijssers overtuigend. Hij scoorde 8 uit 9 en verloor het hele toernooi geen enkele partij. Tweede werd Matthew Tan, mijn studiegenoot. MadU scoorde 5½ punt en bleef een heel peloton spelers voor. (Officieel) derde werd Marijn Otte. Samen met bijna iedereen die meedeed, zoals CM Sander van Eijk, die ik wel vaak zag winnen. Daarachter stond Stefan Kuipers, de grootmeesterprakker, die dit keer door allerlei niet-grootmeesters werd verslagen. Hij had het al aan zien komen, want hij vond dat hij slecht speelde. Toch eindigde hij boven Ewoud. Ewoud zei dat hij veel goede stellingen verklooide, maar dat zegt hij nu echt te vaak. Gewoon winnen die hap! Wel won hij van Marijn Otte, maar dat is, zoals ik het spottend zeg “de enige zekerheid in het leven.” Uiteindelijk scoorde hij twee overwinningen en twee remises. Waarschijnlijk dacht hij al na drie ronde wat er op het plaatje staat bij de inleiding van dit verhaal (klik op de afbeelding voor de vergroting.) Volgend jaar beter!

Het was een gezellig toernooi. Helaas voor mij ook de laatste keer, maar ja, dat hoort bij het leven. De organisatie was wel slecht, maar daar ga ik niet over klagen. Het hoort bij de sfeer.

Hieronder nog enkele foto’s.





Vier foto’s van het Apenhoofd: 1) Apenhoofd na lang gevecht toch ten onder tegen Roelieboelie, 2) Apenhoofd doet zijn best om Springelkamp te verschalken, nadat hij de makkelijkste manier daartoe had laten liggen. 3) Apenhoofd tegen Lennart Ootes (een van de twee partijen). 4) Apenhoofd krijgt zijn derde prijsje, nadat hij ‘m voor de neus van diezelfde Lennart Ootes heeft weggekaapt.

Ik heb de site maar even vermeld, want dat moest. Er staan erg veel foto’s op. Sommige dingen staan haast op video, zoveel vrijwel dezelfde foto’s zijn ervan gemaakt. Andere foto’s zijn verpest door te weinig licht. Uiteindelijk blijven er nog een paar foto’s over waar bekenden op staan. Voor degenen die de site durven te bezoeken: lach om het deuntje dat je hoort.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten