10 augustus 2015

Ik ben angstig-obsessief

Vandaag is voor mij een bijzondere dag. Een beetje trieste dag ook, want vandaag ben ik precies twee keer zo jong als mijn moeder. Helaas ziet het er niet naar uit dat ik op korte termijn vader word.

Het is al heel lang een frustratie in mijn leven: het lukt me niet om een vriendin te krijgen, ondanks dat ik dat graag wil. Een vriendin hebben lijkt me duizenden keren leuker dan al het andere in de wereld en dan overdrijf ik waarschijnlijk niet eens. Helaas heb ik geen idee wat ik moet doen om een meisje aan de haak te slaan. In het ‘echte’ leven is het voor mij zo goed als onmogelijk om een leuke (vrijgezelle!) meid wat beter te leren kennen en op internet is het al helemaal een kansloos verhaal.

Waarschijnlijk is het al aan het eind van de basisschool misgegaan. Eerst overleed mijn lievelingsoma, daarna had ik een vreselijk laatste jaar op de lagere school (nog bedankt meneer De Vries!) en raakte ik bij de overgang naar de middelbare school al mijn vrienden van de lagere school kwijt. In de nieuwe groep hoorde ik er niet echt bij. De sfeer was vijandig en ik voelde me totaal niet op m’n gemak.

Echt hersteld van die jaren ben ik nooit. De lol van de puberteit is dan ook volledig langs me heen gegaan. Daar kwam nog bij dat toen ik me eindelijk tot meisjes aangetrokken voelde, ik ze als hogere wezens beschouwde. Niet alleen waren ze veel leuker om te zien, ze waren bijvoorbeeld ook communicatief veel sterker. En wij mannen dan? Wij zorgden alleen maar voor oorlogen, we waren zwakker, want we leefden veel minder lang en we dreigden volgens sommige onderzoekers zelfs overbodig te worden of uit te sterven. Cartoons zoals Johnny Bravo en strips als de Donald Duck leken het beeld alleen maar te bevestigen dat mannen strontvervelend, makkelijk te manipuleren en absoluut niet aantrekkelijk waren.

En er waren meer jongens van mijn leeftijd die hetzelfde dachten. Toen ik in Utrecht ging studeren stelde een student (een man uiteraard) tijdens de introductieweek de retorisch bedoelde vraag: “Wat hebben mannen dat vrouwen niet hebben?” Dat was in lijn met de hersenspinsels van een excentrieke schaakvriend, die zich eveneens niet kon voorstellen dat vrouwen op mannen konden vallen. Hij kon het zichzelf in ieder geval niet voorstellen als hij een vrouw was geweest.

Zelf heb ik ook altijd het idee gehad dat ik me enorm moest uitsloven om bij iemand in de smaak te vallen. Dat ik altijd iets moest doen om de aandacht vast te houden. Desondanks leek mijn droom een aantal jaren geleden uit te komen: ik werd verliefd op een heel bijzonder meisje. Ik voelde me geweldig en ik dacht eindelijk echt gelukkig te worden, maar in plaats daarvan kwam ik al snel in een inktzwarte nachtmerrie terecht. Sindsdien ben ik nooit meer echt gelukkig geweest.

De vraag is natuurlijk waarom het zo mis is gegaan. Afgaande op wat me gezegd is, trok ik de conclusie dat ik niet goed of niet aantrekkelijk genoeg was. Het was een treurige conclusie en het beetje ego dat ik nog had werd erdoor aan flarden geschoten. Een interview met hoogleraar sociale psychologie en relatie-expert Roos Vonk in het laatste nummer van New Scientist liet een nieuw licht op de zaak schijnen.

Een deel van het interview ging namelijk over hechtingsstijlen bij intieme relaties en daar begon het interessant te worden. Er werden vier verschillende typen hechtingsstijlen onderscheiden, gebaseerd op twee eigenschappen: het beeld dat je over jezelf had en het beeld dat je over de ander had.

Een positief zelfbeeld gekoppeld aan een positief beeld van anderen levert een veilige hechtingsstijl op en dit is bij de meeste mensen het geval. Een negatief zelfbeeld zorgt voor angstige/gespannen hechtingsstijlen en een negatief beeld van anderen zorgt voor afwijzende hechtingsstijlen.

Het was niet moeilijk om mezelf in deze matrix te plaatsen. Mijn zelfbeeld is door alle eerder beschreven factoren niet positief, maar ik vertrouw een ander wel gauw. Ik kwam dus in het kwadrant “angstig-obsessief” uit en dat klopt helemaal. Ik citeer hier en in het vervolg de internetpagina Binding en intimiteit – Een kwestie van vertrouwen:

“Angstig-obsessieve mensen hebben dit vertrouwen (dat ze waardevol genoeg zijn om geliefd te worden) niet, ze zijn bang om verlaten te worden. Ze willen het liefst helemaal samensmelten met een ander en maken zich in relaties veel zorgen of de partner wel echt van hen houdt.”

Ik was verliefd op iemand die hoogstwaarschijnlijk “angstig-vermijdend” was. Dat gaf precies de dynamiek die in het artikel beschreven werd:

“Angstig-vermijdende mensen zijn in hun hart bang om afgewezen te worden, omdat ze denken niet leuk genoeg te zijn, en stellen zich daarom eveneens terughoudend op in relaties. Anders dan afwijzende mensen verlangen ze wel naar binding en intimiteit, maar ze durven zich niet echt te geven.”

“Angstig-vermijdende mensen hebben eveneens een laag zelfvertrouwen, maar zij hebben tevens weinig vertrouwen in anderen: Ik ben niet OK, jij bent niet OK. Ze hebben wel een sterk verlangen naar binding – net zo sterk als de angstig-obsessieve mensen – maar wanneer de intimiteit in een relatie groeit, trekken ze zich terug: het bekende aantrekken-afstotenpatroon. Ze hebben het idee dat de partner afknapt als ‘ie hen écht leert kennen, en dat willen ze voorkomen.”

Inderdaad kwamen we in een situatie waarbij we elkaars slechte eigenschappen steeds meer versterkten, waardoor de boel kapotging. Ook deze dynamiek wordt beschreven in het artikel. Uiteindelijk werd mij van alles verweten, waaronder dat ik obsessief was:

“Het is denkbaar dat mensen obsessiever worden wanneer ze een partner hebben die vermijdend is, en dat ze juist vermijdender worden wanneer ze een partner hebben die er erg bovenop zit (obsessief). Voor een deel zal dit zeker meespelen, omdat de hechtingsstijl van de partner de eigen hechtingsstijl beïnvloedt. Maar het omgekeerde speelt ook mee: angstig-obsessieve mensen hebben een bepaald beeld van relaties (bijvoorbeeld dat je altijd enorm je best moet doen om liefde te winnen) en zijn wellicht onbewust geneigd om partners te kiezen die dat beeld bevestigen.”

Het is jammer om dit te moeten constateren nu het te laat is. Als het probleem eerder in kaart was gebracht, had er gerichte hulp kunnen komen. Als er was ingezet op het verbeteren van mijn zelfbeeld, dan had de toekomst er volgens de matrix heel wat zonniger voor me uitgezien. Met een beetje goede wil waren we er dan wel uit gekomen en hadden we de tijd van ons leven gehad. En heel misschien was ik dan nu wel vader geweest…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten