02 mei 2008

Veldwerk

Brabant

Die avond kon ik thuis lekker m’n koffer inpakken. Tot zes uur ’s ochtends kon ik in m’n bedje blijven liggen, toen begon voor mij de zware week.

Vrijdag 25 april

Ik werd om drie voor zes wakker en daarna wachtte ik totdat de wekker ging. M’n ma zou me naar het station brengen. Ik besloot om met de rechtstreekse trein te gaan vanwege de koffer. Ik was nog steeds ruim op tijd en ik wachtte bij die natte banken op de anderen.

Toen werd het dus tijd om naar Brabant te gaan. Er waren vijf busjes gehuurd, waar 8×5 = 40 studenten in konden. Aangezien die bussen aardig vol waren, ga ik ervan uit dat er ook 40 studenten (en vijf begeleiders) mee waren.

Na iets van anderhalf uur kwamen we aan in de bosrijke omgeving bij Bergen op Zoom, of iets in die richting. De stayokay (zo’n ding dat vroeger "jeugdherberg" heette) was direct gevonden. We dropten onze koffers ergens en we gingen in een ruimte zitten (waar ik later nooit meer geweest ben), waar je jezelf kon voorzien van een drankje. De kamerindeling werd gemaakt en ik zou eerst met nog twee anderen op een zespersoonskamer (!) liggen. Later kwamen er nog gewoon drie bij, hoewel, daarover later meer.

De eerste dag stond in het teken van een kennismaking met het gebied. Het gebied is namelijk op de grens van de Brabantse wal en het was de bedoeling dat we aan het eind van de "week" een theorie hadden hoe dat ding was ontstaan.

Maar eerst dus het gebabbel. We reden naar een plaatsje, waar je het land opeens naar beneden zag afbuigen. Je kon in de verte zelfs de zee zien. Het was zo te zien de rand van het plaatsje, waar een akker helemaal de helling afliep, richting de snelweg. Daarna reden we naar beneden, waar je de wal mooi kon bekijken. Het was een indrukwekkend gezicht, al is de wal maar zo’n twintig meter hoog op zijn hoogste punt. We gingen namelijk weer de wal op, maar nu op een punt waar de wal lager was.

We gingen weer het bos in (typerend is namelijk de snelle overgang van bos naar saaie akkers in dat gebied), naar een helling. Een of andere stomme hond zat de hele tijd te blaffen, ook al waren we helemaal niet meer in de buurt. Het was een steile helling. Bovenaan werden er gaten gegraven, om te laten zien waar de bodem uit bestond. Dat was vooral zand, maar er zaten ook kleilaagjes in, wat duidde op getijden. Dat was gek, want we zaten daar op 10 à 15 meter boven NAP.

Vervolgens gingen we nog naar een groeve. Hoewel het terrein was afgegraven, lag het wel meters boven zeeniveau. Het was een drassig gebied, omdat het water niet goed weg kon stromen. Er werden de hele tijd langdradige verhalen gehouden. Mark B. kon maar niet ophouden over een of andere stomme podzolbodem of zo. Het ging maar door en uiteindelijk lag iedereen zowat te slapen. Daarna moesten we weer terug, door het prikkeldraad (!).

Het zou wel grappig zijn als een of andere agent ons bij dat hek had opgewacht, waarna Mark B. weer eens mocht uitleggen wat we daar deden. Dat gebeurde die maandag ook al, wat ik nog vergeten was te zeggen. De eigenaar van het land kwam aanrijden en vroeg zich ongetwijfeld af wat die mensen op zijn land deden. Nieuwsgierig luisterde ik naar wat er gezegd werd. Misschien gebeurde er dan nog wat spannends. Maar nee, het liep met een sisser af. Het bleek Mark B. dacht dat al het land van één eigenaar was. Die had toestemming gegeven, maar het bleek dus dat er nog land in het bezit was van een andere eigenaar.

Daarna gingen we weer omlaag, naar een sloot waar zgn. moddervulkanen te zien waren. Hier spoot water uit de grond en nam prachtig grijs zand mee. De andere modder was een beetje rood, vanwege de roest. Het was het verschil tussen oxidatie en reductie. Helaas waren er wat jongvolwassenen die meer jong waren dan volwassen. Ze duwden elkaar of zichzelf in die sloot, waardoor die moddervulkanen niet meer te zien waren.

De laatste trip van de vermoeiende dag was juist naar het oosten, waar de Brabantse wal ophield. Dit kwam omdat Staatsbosbeheer veel bomen had geplant, waardoor het zand niet meer naar het oosten werd weggeblazen. Opeens hield de wal gewoon op. De verveling openbaarde zich steeds meer. Mensen gingen met dennenappels gooien en dat soort dingen. Anderen waren de groep kwijtgeraakt omdat ze dachten dat we weer terug gingen, maar we gingen nog op een schuine zandbak wat verhalen aanhoren.

Daarna gingen we nog naar de supermarkt, waar iedereen bier insloeg. We mochten namelijk in de stayokay, in tegenstelling tot de andere bezoekers, bier drinken, maar dan mocht niemand dat zien. Tja, dat lukte natuurlijk niet. Na het avondeten en het voetballen (!) puilden de uitwerkzalen (!) uit van de bierflesjes. Voorbijgangers keken dan ook met een schuin oog naar binnen. Hoewel er niet veel was uit te werken, voelde ik me niet zo okay meer (al kwam daar bij dat ik nog steeds ziek was) en dan heb je aan zo’n stayokay ook niet zo veel. Ik ging maar gauw slapen.

Zaterdag 26 april

In het weekend ging de werkweek gewoon door. Dat was al in januari besloten. We hadden dan na Koninginnedag vrij, maar dan moesten we wel negen dagen achter elkaar ploeteren. Het lijkt verdomme wel een schaaktoernooi!

Op deze zonnige zaterdag moesten we boringen doen. We moesten eerst het oostelijke deel doen. Dit was het deel tegen de wal aan. Er waren vijf raaien/raais gemaakt, ofwel vijf lijnen waarop geboord moest worden. Er waren tien groepjes, dus op elke raai zaten twee groepjes. Een groepje op het westelijke deel en een groepje op het oostelijke deel. Het was de bedoeling om drie boringen te maken. Gewapend met een grote overzichtskaart, waarop wat wegen en sloten waren te zien, maar ook diverse hoogtes in meters boven NAP. Dat laatste was belangrijk voor het profiel dat we moesten schetsen. Ik had op de kaart de lijn getrokken waar we ongeveer op moesten boren. Je kan niet altijd precies op die lijn boren, er staan nog wel eens gebouwen in de weg, maar voor m’n gevoel hadden we wel mooie plekjes uitgekozen. We hadden alleen niet aan de eigenaar van het land (wie dat ook mocht wezen) toestemming gevraagd. Als hij het niet pikt, stuurt 'ie ons maar weg. Maar er kwam helemaal geen eigenaar, alleen maar aardige mensen, die vroegen wat we aan het doen waren. Ondertussen zat Bruce die irritante k*thond te intimideren. Dat stomme blafbeest bleef maar geluid maken. Uiteindelijk kreeg hij het beest stil door hem een stuk broodbeleg te geven (Meeuwis had allemaal stukken ham en kaas meegenomen, maar die troep was in de zon gesmolten en zag er niet meer eetbaar uit.)

De boringen waren echter niet indrukwekkend. Na een meter of vijf hadden ze er geen zin meer in. Ook lagen de tweede en derde boring bij nadere beschouwing wel erg dicht op elkaar. Het was eigenlijk maar behoorlijke crap.

Maar goed, na het eten en het voetballen moesten we weer gaan uitwerken. De profielen moesten worden ingetekend en dat was saai. Ik wilde het zo snel mogelijk doen, zodat ik lekker kon douchen en slapen. Dat lukte best goed tussen al die verbrande mensen, maar echt leuk was het niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten