01 juli 2016

Het seizoen van de clubkampioen

Een beetje vreemd is het wel, maar op de BSG-site wordt nog steeds met geen woord gerept over het clubkampioenschap. En dat terwijl het anderhalve week geleden beslist werd. Wel weet ik inmiddels dat Pieter Pel (wie dat ook is. - Kom vrijdag een keer op de club, Jep!) jeugdkampioen is geworden, maar dat mijn grootste prestatie uit mijn schaakcarrière nog niet is genoemd, vind ik jammer.

Afgelopen maandag moesten we als mosterd na de maaltijd nog een laatste play-offwedstrijd spelen. De fut was eruit en tegenstander Rein Brouwer had er ook weinig zin meer in. Mij maakte het weinig uit welk resultaat ik behaalde, want ik was toch al kampioen. Een remise had ik prima gevonden, maar na een fout van hem was het meteen uit:

J de Groote - R Brouwer, stelling na 18. exd5.

Hier deed hij 18... Db6?, wat de loper in de steek laat en dat heeft vervelende consequenties: 19. Dh5 h6 20. h4 Lf4 21. axb5 g6 22. Df3 a5 23. g3 e4 24. Dxf4 exd3 25. Dxh6+ Kg8 26. h5 Ta7 27. Ta4 d2 28. Tg4 Dxb5 29. Dxd2 en opgegeven.

Zodoende was ik al voor tienen klaar en kon ik nog even bij het snelschaken kijken. Op dat moment werd FM Henk nog flink aan de tand gevoeld door Theo. Na vier uur zwoegen had hij dan toch nog een remise te pakken, maar met 1 uit 3 waren de play-offs voor hem desastreus verlopen. Na afloop merkte hij mismoedig op dat zijn partijen in de interne ook niet veel soeps waren. Daar had ik anders verdomd weinig van gemerkt...

Eindstand van de play-offs.

Zelf had ik het het afgelopen seizoen ook niet bepaald makkelijk gehad. Alleen de tegenstanders met een rating tot iets van 1700 kon ik mijn wil opleggen, maar bij iets sterkere tegenstanders kwam het speelsterkteverschil amper tot uitdrukking. Slechts de resultaten verrieden dat er een 2200-speler aan het werk was. De uiteindelijke tweede plaats in de reguliere competitie had ik vooral te danken aan mijn verdedigingskunsten, want uiteindelijk verloor ik maar één keer, terwijl ik zeker wel zes keer had kunnen (en misschien wel moeten) verliezen:

Resultaten van het afgelopen seizoen in de interne.

De openingen waren niet altijd even succesvol, maar ook daarna ging nog genoeg mis. Vooral de drie partijen waarmee ik de competitie afsloot, geven te denken. Hieronder een chronologisch overzicht van een aantal interessante partijfragmenten van de uiteindelijke clubkampioen:

I Schrijvers - J de Groote, stelling na 30. Lf2.

Na wat onorthodox openingsspel van mijn tegenstander had ik er nu wel vertrouwen in. Mijn paard staat als een rots in de branding, ik heb twee pluspionnen en de c-lijn, terwijl wits tegenspel op de h-lijn ongevaarlijk is. 30... Dc1 leek me hier een prettige zet. De dame valt f4 aan en is bijna niet te verjagen. Ik dacht echter eerst de positie van mijn koning te verbeteren met 30... Kf7?, waarna wit ineens toesloeg met 31. Txg6! Txg6 32. Dh7+ Tg7 33. Dxf5+ Ke7 34. Df6+ Kd7 35. Lg4 Te7 36. f5. Wit heeft een toren minder, maar zijn pionnenblokje vermorzelt alles wat in de buurt komt. Gelukkig kon ik nog net met remise ontsnappen.

H van der Poel - J de Groote, stelling na 24. De4.

In de topper tegen Henk was ik met zwart goed komen te staan nadat hij mijn slechte loper had geruild. Dameruil is hier niet heel goed voor zwart, want dan slaat wit terug met de pion en moet het paard weg. Ik zat dus 24... Df8 te berekenen, maar dat beviel me niet vanwege 25. Pxd5 Pc4 26. Pe7+ Kh8 27. Dc7 Pxb6 28. Txb6 Txa4? 29. Txb7 en wit heeft meer dan genoeg compensatie voor de kwaliteit. Jammer genoeg miste ik het veel sterkere 28... Dd8!, waarna wit dames moet ruilen en zwart goede kansen heeft om het eindspel te winnen. Dat zag ik dus niet en daarom deed ik maar het timide 24... Dxe5?, waarna de partij gauw remise werd.

T de Ruiter - J de Groote, stelling na 28. Le1.

Ik had Tom de Ruiter met zwart volkomen overspeeld, maar hoe moest ik verdergaan? Ik zag de loper al naar h4 gaan, waarna de toren naar g1 ging en mijn koning het Spaans benauwd zou krijgen. Dus zocht ik naar een snelle oplossing en ik dacht die gevonden te hebben: 28... d3!? 29. Txe3 Lxg2?, met het idee dat na 30. Txe8+ een hoop stukken van het bord zouden verdwijnen, waarna mijn d-pion beslissend zou zijn. Na 30. Lh4? Txe3 31. Lxd8 Txh3+ bleef ik een stuk voor. Heel wat beter zou 30. Tg3! zijn geweest, waarna zwart over de g-lijn in de problemen is en weer een stuk moet teruggeven. Interessant genoeg had ik het idee met het eenvoudige 29... Txe3 30. Pxe3 Dd4 wel kunnen rechtvaardigen.

J de Groote - T Brouwer, stelling na 21... Pf4.

Een grappig potje speelde ik eind vorig jaar tegen Timon Brouwer, die na een mislukte opening zijn dame tegen twee stukken offerde om op de been te blijven. Het lukte hem heel aardig en ik moest me in allerlei bochten wringen om zelf op de been te blijven. Hier kon ik gelukkig afwikkelen naar een eindspel met een kwaliteit meer en die kans greep ik met beide handen aan: 22. Pxf5? Txc3 23. Pxd6+ cxd6 24. bxc3 Te3 en vanwege wits zwakke damevleugel heeft zwart prima remisekansen. Daarom had ik beter 22. Dxe3! kunnen spelen, waarna wits pionnen een stuk minder kwetsbaar zijn.

C van der Heijden - J de Groote, stelling na 23. Kxf2.

Hoewel ik een pion achterstond, maakte ik me in deze stelling totaal geen zorgen. Mijn koning staat mooi gecentraliseerd en mijn loper kan op twee vleugels werken. Objectief gezien zal de stelling, zeker gezien de ongelijke lopers, remise zijn, maar na wat mindere zetten van wit kreeg ik echt winstkansen: 23... Kd7 24. a4?! b4 25. Le3 Tc8 26. Te1 Tc2+ 27. Te2 Txe2+ 28. Kxe2 a6. De h-pion heeft zwart niet nodig om remise te houden, maar als wit de soldaat soldaat maakt, kan hij onmogelijk verliezen. Na 29. Lc5? b3 30. Kd2? Ld5 kreeg ik echt iets om op te spelen. In het eindspel schijn ik zelfs ergens nog een winst gemist te hebben...

R Hilhorst - J de Groote, stelling na 23. Pxd7.

Nadat ik had verzuimd het paard op c5 gewoon van het bord te rammen, sloeg wit op d7. Als zwart op d7 slaat, heeft wit 24. Pb6 met kwaliteitswinst en 23... Lxa4 zag ik ook niet zo zitten. Gelukkig zag ik de tactische oplossing voor het probleem, gebaseerd op de verzwakte witte velden bij wit: 23... Dxd7 24. Pb6 Dh3 25. Txa8 Txa8 26. Pxa8 Le2 27. Dxc6 Lf3 28. De8+ Lf8 29. Dxf8+ Kxf8 30. Lb4+ Ke8 en wit gaat mat. Waarom ik het niet gespeeld heb, mag de lezer zelf proberen te achterhalen.

J de Groote - T Fikkert, stelling na 10. h3.

Een leuk gevalletje met schijnbewegingen en stukken die op het verkeerde been werden gezet. Zwart wil hier graag rokeren, maar na 10... Le7 kan wit hem pesten met 11. Dc4 en het feest gaat voorlopig niet door. Zwart moet ... Le6 eerst voorbereiden met ... Dc8 en ... c5, maar dat duurt weer zo lang. Liever deed hij dus: 10... Le6?, maar na 11. Da4 Ld7 (11... Dd7 12. Pd4 kost een pion, want 12... c5 13. Pxe6 kost een stuk) 12. Dc4 was hij nog verder van huis. Er volgde 12... De7? 13. 0-0-0 Dd8 14. Pd2 c5 15. f4 Dc8 (eindelijk zit hij op het goede spoor) 16. Pf3 Le6 17. Pd5 en wit had zijn stelling in de tussentijd enorm versterkt. De partij duurde ook niet lang meer.

T Slisser - J de Groote, stelling na 21... bxc3.

Echt heel lekker stond ik niet, dus besloot ik maar een pion op te vreten. Na 22. Pc6 was ik bereid een kwaliteit te offeren voor een blokje vrijpionnen (22... Txc6 23. Dxc6 c2 24. Tc1 Txd4 zag ik terecht wel zitten), maar helaas had ik er geen rekening mee gehouden dat het paard ook de andere kant op kan: 22. Pxf7. Een doffe dreun en tijdens de partij vroeg ik me vertwijfeld af hoe ik zo'n standaardoffer toch over het hoofd kon zien. Meteen flitste de zet 22... Df5 door mijn hoofd, maar na dameruil pakt wit op d8 een toren, waarna de loper op e7 ook nog blijft hangen. Daarom deed ik maar 22... Kxf7 23. Dxe6+ Kf8 24. Dxe7+ Kg8, vertrouwend op mijn verdedigingskunsten. Die werden niet op de proef gesteld, want na de geweldige blunder 25. Te5? c2 kantelde de partij volledig. Na een paar verdedigingsfouten bij wit wist ik zowaar te winnen... Interessant genoeg had ik wits paardoffer redelijk kunnen weerleggen met, inderdaad, 22... Df5!! Wit wint een toren, maar zwarts vrijpionnen zijn ook een toren waard. Achteraf gezien had wit zich in ieder geval een hoop ellende kunnen besparen met de saaie zet 22. bxc3.

Veel verdedigen en dan toeslaan als de tegenstander verslapt: zo doet de clubkampioen dat dus! Hopelijk kan ik volgend jaar iets mooier spel aan dezelfde resultaten koppelen...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten