16 december 2023

Oost west, thuis was het niet best

BSG heeft in het eigen Denksportcentrum met de nodige moeite gewonnen van het tweede team van de Arnhemse Schaakvereniging (ASV). Na vijf uur zwoegen stond er een 4½-3½-eindstand op het scorebord. Door het gelijkspel van Europarcs / Autovakmeester Schaap tegen Kennemer Combinatie gaat BSG met één matchpunt achterstand op de koploper de winterstop in.

Op papier is BSG een van de sterkere teams en is ASV 2 een goede middenmoter in klasse 2C. Door het oneven aantal teams is de stand echter vertekend. Waar BSG pas in het voorjaar een vrije ronde heeft, hadden de Arnhemmers die al in het begin van de competitie, waardoor het gat op de ranglijst groter leek dan het was. In de wedstrijd bleken de teams dan ook redelijk aan elkaar gewaagd.

Daar bleek overigens weinig van in het duel aan bord 5, waar Ton Sjoerd van Roosmalen met zwart in twintig zetjes van het bord blies. De witspeler had een enorme offday en zette zijn stukken op allerlei kromme velden neer, waarna Ton zich tactisch helemaal kon uitleven. Nadat hij een volle toren had buitgemaakt, kreeg hij een hand.

Beter in balans was het duel aan het kopbord, waar Rein tegen Justin Gunther alles ruilde en gauw op remise afkoerste. Hetzelfde resultaat was er voor Mark, die tegenstander Rob van Helvoort rustig op a2 een pion liet pakken met zijn dame. Het idee was dat hij aan de andere kant van het bord zijn handen vrij had om zwarts koning mat te zetten, maar nadat hij zijn kansen had gemist, was de muziek uit de stelling verdwenen en moest hij knarsetandend de vredespijp roken.

Die domper was nog niks vergeleken die van het Apenhoofd, dat zijn rentree in de schaakarena meteen met een harde nul moest bekopen. Hij besloot het centrum van Tom Bus aan te vallen, maar hield een geitenkaas over. Na een niet heel moeilijk kwaliteitsoffer denderde wits aanval als een trein door en stonden de teams weer op gelijke hoogte.

Timon zette BSG weer op voorsprong door een hoogst merkwaardige partij van Folke van Dorp te winnen. In de opening offerde hij gauw een kwaliteit voor positionele compensatie, maar vijf zetten later had zwart de kwaliteit en de compensatie. In plaats van er gauw een einde aan te breien, liet de zwartspeler zijn dame insluiten en moest hij er een stuk tegenaan gooien om de majesteit te redden. De partij redde hij er niet mee, dus moest hij onthutst opgeven en stond BSG weer op voorsprong.

Ewood speelde een lastige partij tegen Frank Schleipfenbauer. In de opening bereikte hij weinig, maar daarna kwam hij steeds wat beter te staan en kreeg hij uiteindelijk zwarts a-pion te pakken, hoewel zijn stukken daarna wel enorm met elkaar in de knoop raakten. In tijdnood gaf hij zijn pluspion pardoes weg. Interessant genoeg kon hij zijn stukken daarna opeens uit de knoop halen en miste hij op de beruchte veertigste zet de winst. In plaats daarvan restte hem een iets beter eindspel, dat gauw in remise eindigde.

Henk probeerde ondertussen water uit een steen te persen tegen de jeugdige Wouter Terlouw. Na een voorspoedig verlopen opening ruilde hij wat te veel stukken en restte hem slechts een iets beter toreneindspel. De witspeler offerde gauw zijn laatste pion om een theoretische remisestelling te bereiken, dus werden ook hier de punten gedeeld.

Als laatste zat Judit nog te zwoegen om haar stelling tegen de eveneens jeugdige Oscar Zecha overeind te houden. Ze stond met de rug tegen de muur, maar wist nog net overeind te blijven. Ondanks dat ze in het eindspel een pion moest inboeten, wist ze een niet te slechten verdedigingslinie op te werpen, waarmee ze de matchwinner werd.

Door de benauwde zege bleef BSG op de tweede plaats staan. Koploper Europarcs / Autovakmeester Schaap kwam echter niet verder dan een gelijkspel tegen Kennemer Combinatie, waardoor BSG zijn achterstand op de koploper halveerde. Een mooi gevoel om de winterstop mee in te gaan. Dat het spel niet om aan te gluren was, is men op 3 februari alweer vergeten. Dan wacht in de zesde ronde namelijk de uitwedstrijd tegen het grillige team van Veenendaal, dat deze ronde vrij was.

BSG (2164) – ASV 2 (2068) 4½-3½
1. Rein Brouwer (2126) – Justin Gunther (2082) ½-½
2. Timon Brouwer (2036) – Folke van Dorp (2161) 1-0
3. Jesper de Groote (2185) – Tom Bus (2074) 0-1
4. Ewoud de Groote (2245) – Frank Schleipfenbauer (2049) ½-½
5. Ton van der Heijden (2289) – Sjoerd van Roosmalen (2124) 1-0
6. Mark Grondsma (2137) – Rob van Helvoort (2083) ½-½
7.  Henk van der Poel (2143) – Wouter Terlouw (2112) ½-½
8. Judit Clopés Llahi (2150) – Oscar Zecha (1862) ½-½

13 december 2023

De langste nacht

De vakantie zit erop. Na vijf lange weken in China ben ik weer terug in het sombere en tochtige Nederland. Terug in mijn kleine hokje en herenigd met Bounder die me steeds uit m’n slaap houdt. Terug naar het normale leven.

Met twee overvolle koffers waren we in China aangekomen en met twee nog vollere koffers gingen we weer terug. Xiaomei had dan wel een halve koffer aan chocolade aan familieleden weggegeven, maar in de plaats daarvan had ze de koffer nu met nog meer kruiden en etenswaren gevuld. Daarnaast wilde Xiaomei nog een paar knuffelbeesten mee terug naar Nederland nemen, wat betekende dat we ieder nog een extra tas als handbagage hadden. Mijn handbagagekoffer zat zelfs zo vol dat mijn laptop er niet meer in kon, waar ik niet blij mee was.

Nadat de koffers waren gewogen wilde Xiaomei bij de apotheek medicijnen halen tegen een opkomende verkoudheid. Of ik mee wilde gaan. Naïef als altijd dacht ik dat we binnen een kwartiertje wel klaar zouden zijn, dus ging ik mee. Tot mijn verbazing doken we meteen een winkel in, waar ze een touw wilde kopen. Ik kon er geen touw aan vastknopen, maar voordat we de apotheek aandeden, moesten er eerst wat pakketjes opgehaald worden. Bij de apotheek verzamelde ze een heleboel doosjes met medicijnen, waarna ze er ineens vandoor ging. Ze stond met een tas vol brood in haar hand toen ik haar eindelijk had bijgehaald, waarna we weer terug naar huis liepen.

Die avond was er een afsluitende maaltijd ingepland. De hele familie was er, inclusief mensen die ik nog niet eerder had gezien, dus werd ik op de valreep nog aan enkele verre familieleden voorgesteld. Met moeite kon iedereen een plekje aan een van de vier ronde tafels bemachtigen, waar de netjes uitgestalde etenswaren met het nodige geknoei werden verorberd. Al gauw gingen de eerste familieleden weer op huis aan en bleef er een klein groepje over. Xiaomei ging verstoppertje spelen met een van de kleintjes. Toen we buiten waren, werd mij gevraagd om ook mee te doen. Ik verstopte me achter een auto en kwam pas weer tevoorschijn toen iedereen buiten stond.

Op weg naar huis verraste Xiaomei me door er opnieuw plotseling vandoor te spuiten. Ze wilde nog wat snacks halen voor onderweg. Bij snacks denk ik toch altijd aan een candybar. Eenvoudig, calorierijk en hartstikke ongezond. In plaats daarvan had Xiaomei gauw een zak zonnebloempitten op de kop getikt, wat in alle opzichten het tegenovergestelde is van een candybar. Daarnaast had ze nog wat mandarijnen en een appel meegenomen. Geweldig, al dat knoeivoedsel voor in het vliegtuig.

De koffers pasten niet allemaal in Xiaomei d’r auto, dus verdwenen ze in het slagschip van Ying, die ons naar het vliegveld buiten de stad reed. Op de luchthaven werden nog de nodige groepsfoto’s gemaakt, waarna we door de douane gingen. Opmerkelijk genoeg konden we gewoon met al onze handbagage in het vliegtuig stappen, hoewel het reiscomfort negatief door alle rotzooi werd beïnvloed. Rond half 2 ’s nachts lieten we Chengdu achter en onder ons.

Ondanks dat we ’s nachts vlogen, kregen we opnieuw twee maaltijden aan boord geserveerd. In beide gevallen koos ik voor een ander hoofdgerecht dan Xiaomei, alsof we geen passagiers maar piloten waren. Vreemd genoeg kregen we alleen een vork en geen mes, ondanks dat er boter en jam werden geserveerd. Ook was er een bekertje met drinkyoghurt. Ik kon de folie echter met geen mogelijkheid van het bekertje rukken, dus probeerde ik er met het rietje doorheen te prikken. Na een paar pogingen was alleen het puntje van het rietje verbogen, maar was de folie nog bijna intact. Folie – rietje 1-0. “Stupid Jesper”, schamperde Xiaomei, die graag wilde laten zien hoe het wel moest. Ze ponste het rietje met grote kracht door de folie heen, waarna het sap in haar haar terechtkwam. Folie – rietje 2-0. In tweede instantie slaagde ze er wel in het rietje zonde te knoeien door de folie te slaan.

In de tussentijd moet ik toch ergens even geslapen hebben, omdat de tien uur durende vlucht beduidend korter dan tien uur voelde. En dat terwijl de terugreis naar Frankfurt een uur langer duurde dan de heenreis, puur omdat het vliegtuig nu tegen de straalstroom in moest vliegen. Boven Moskou daalde de grondsnelheid zelfs tot ruim onder de 700 kilometer per uur. Het betekende ook dat we maar een uur overstaptijd hadden, terwijl we ook nog opnieuw gescand en gecontroleerd werden.

Gelukkig hadden we het vliegtuig naar Amsterdam bijna voor onszelf. In de verte konden we de gloed van de zon zien, de aanstaande zonsopkomst na bijna een vol etmaal in de duisternis te hebben doorgebracht. Het vliegtuig had er zin in en landde zelfs nog tien minuten eerder dan gepland, omdat het direct kon landen zonder eerst nog allerlei omwegen te hoeven nemen om op de juiste landingsbaan af te koersen.

Heel snel waren we niet uit het vliegtuig en toen we eindelijk bij de bagageband waren, werden er net de laatste koffers op gesmeten. De koffer met mijn spullen erin was beschadigd geraakt, terwijl die van Xiaomei onvindbaar was. Het was bij onze band uitgestorven. Er stonden alleen nog twee gozers op een koffer te wachten, maar die zat niet tussen de koffers die doelloos ronddraaiden. Na een tijdje te hebben gewacht, gingen we maar aangifte doen van de ontbrekende koffer. Het bleek dat de koffer nog in Frankfurt was achtergebleven. Het ding zou met de volgende vlucht komen, die volgens de planning twee uur na de onze aan zou komen. Xiaomei kon de koffer op haar huisadres laten bezorgen, maar koos ervoor om op de koffer te wachten. Ik mocht van haar wel alvast naar huis gaan, maar een minuut later bedacht ze zich al en vond ze me maar egoïstisch.

Beppie stond ondertussen braaf op ons te wachten, ondanks dat ze nog een tijd in de file had gestaan. Ze vond het niks om Xiaomei alleen achter te laten, dus gingen we een kopje thee drinken om de tijd te doden. Beppie wilde er nog een croissant bij, terwijl ik me aan een koffiebroodje waagde. Xiaomei hoefde daarentegen niks. Nadat we een uur hadden volgeklept, gingen we maar kijken wanneer het vliegtuig zou landen. Vanwege de slechte weersomstandigheden waren bijna alle vluchten vertraagd en deze vlucht was geen uitzondering. De vertraging was ruim een uur, dus gingen we de koffers maar in de auto zetten en weer een kopje thee (nou ja, eigenlijk koffie) drinken om de tijd te doden. Ditmaal deed ik me tegoed aan een chocoladekoek.

Inmiddels was het vliegtuig geland, dus ging Xiaomei haar koffer ophalen. Dat was wel op een andere band dan aangekondigd. Net voordat de batterij van haar telefoon dood was, wist ze te melden dat we bij de andere deur moesten gaan wachten. Het duurde heel lang voordat de koffers eindelijk op de band werden gesmeten, maar uiteindelijk werd ze toch met haar koffer herenigd, dus konden we eindelijk naar huis.

Thuis lag Ewood (met Boenpous boven op hem) op ons te wachten. Nadat de koffers binnen waren gezet en Xiaomei nog een hoop cadeaus had uitgedeeld, ging hij met Beppie mee naar huis en konden wij onze spullen sorteren. Tekenend voor de traagheid van die dag was dat ik Xiaomei niet meteen naar Leiden kon brengen, omdat ze haar huissleutel niet had. Ze had het ding namelijk aan Xiaolin gegeven (een buurvrouw) en die was nog met een moeilijk experiment bezig. Tegen het eind van de middag zijn we toch maar in de auto gestapt. Eenmaal op de parkeerplaats was er nog geen spoor van Xiaolin. Toen bedacht ik me dat ik ook een sleutel had, dus kon ik Xiaomei in haar eigen hokje binnenlaten. Even later kwam Xiaolin de sleutel brengen, zodat Xiaomei naar de winkel kon om etenswaren in huis te halen.

Zelf moest ik nog tanken, dus dacht ik Xiaomei op weg naar het tankstation mooi bij het station af te kunnen zetten. Het tanken ging nog wel, maar daarna ging het mis toen ik haar bij het station wilde afzetten. Google Maps fungeerde wederom als TomTom, maar was nu meer een DomDom, doordat het in de tunnel onder het station wilde stoppen. Terwijl ik radeloos vroeg waar we moesten zijn, merkte ze teleurgesteld op dat we het station al gepasseerd waren. Zin om even verderop uit te stappen had ze niet, dus moest ik weer omkeren. Vervolgens reden we het station nu via de andere kant voorbij.

Gelukkig had het navigatieapparaat nog wel een manier paraat om weer goed uit te komen en liet het me drie keer links afslaan, totdat ik in een doodlopende steeg uitkwam. “Keer hier om”, kraamde het ding doodleuk uit, dus kon ik met de pest in m’n lijf weer achteruit proberen te rijden, terwijl ik vanwege de regen en de condens op de ramen amper wat zag. Xiaomei was ook niet onder de indruk en stapte even verder boos uit. “Very bad driver!”, beet ze me toe.

Met behulp van Google Maps hoopte ik Leiden gauw uit te komen. In plaats van me gauw richting de snelweg te loodsen, liet het me zo lang mogelijk door de stad rijden. Natuurlijk begreep ik de vage aanwijzingen vaak niet en kwam ik weer op hetzelfde punt uit als waar ik begonnen was. Na de telefoon door de auto te hebben gesmeten, besloot ik maar op de klassieke manier de weg terug naar huis te vinden, namelijk door gewoon de borden te volgen. Binnen twee bochten zat ik op de snelweg. Na nog drie kwartier sturen was ik precies op tijd om aan te schuiven voor de lasagne bij de oude lui. Ik was doodop en blij dat ik op maandag ook nog vrij had genomen.

08 december 2023

De laatste loodjes

Mijn vakantie in China zit er weer bijna op. Morgen ga ik weer naar huis, terug naar het koude en natte Nederland. Vijf weken zijn voorbijgevlogen en vooral deze week is het hard gegaan. Het verslag van die laatste week heeft op zich laten wachten, maar hier is het dan toch.

Op zaterdag stond er eindelijk wat lichamelijke activiteit op het programma. We zouden gaan badmintonnen met Ying. Opmerkelijk genoeg daalden we meteen na het theedrinken naar de kolossale parkeergarage af, om daar in het zwarte slagschip te stappen. Ying zette het ding een paar straten verderop weer aan de kant en rende de straat over om shuttles te kopen. Al snel was ze weer terug en reden we de stad uit. We stopten op de boerderij van haar vader, waar we op het erf gingen badmintonnen.

Han had een tekening in het stof op de motorkap gemaakt.

Na de shuttle een paar keer op het dak te hebben geslagen, ging ik onder het genot van een kop thee en een lading zonnebloempitten kijken hoe Xiaomei het ervan afbracht tegen Ying. Uiteindelijk slaagde ze erin de shuttle helemaal op het midden van een glazen dak te slaan, waarna Ying een bezem tevoorschijn haalde om de shuttle weer van het dak te vegen. Ondertussen zaten de heren eten klaar te maken. Het was een soort barbecue, met daarnaast nog allerlei groenten en pepers. Net toen ik trek begon te krijgen, werd me medegedeeld dat we bij een andere oom van Xiaomei gingen eten. Af en toe is er geen touw aan vast te knopen.

We kwamen aan bij een luxueuze maisonette, waar de jongste telg van het huishouden ons de kelder liet zien. Even later kwamen pappie en mammie van boven en gingen we uitgebreid dineren. Na afloop zat ik nog een tijd het spel Forza Horizon 5 te spelen, een soort racespel waarbij je door heel Mexico sjeest om aan allerlei vage races mee te doen. De besturing via een soort joystick was niet heel goed, dus eindigde ik vaak afgetekend als laatste. Pas toen ik weer met die lompe jeep ging rijden, wist ik wat races te winnen, maar toen was het alweer middernacht en werden we het huis uitgeschopt. Xiaomei reed mij en haar vader terug naar huis; haar moeder was al eerder op de elektrische scooter naar huis gegaan.

De dag erop gingen we naar een winkelcentrum even buiten de stad om schoenen voor ondergetekende te kopen. Het zal er wel mee te maken hebben dat het ene paar een uur in de wind meurt en op het andere paar bijna niet te lopen is. We werden opgehaald door Ing en Han. Even verderop werden Wendy, Yuze en hondje Lemon opgepikt, waarna we met een volledig volgepropt slagschip het winkelcentrum bereikten.

Op de parkeerplaats wees Xiaomei naar de rode gebouwen en grapte ze dat ik weer terug in Europa was. Heel Europees deed de buitenmuur niet aan, maar daarbinnen deed het zeker meer aan Europa denken dan de gemiddelde Chinese winkelstraat. Het winkelcentrum heette dan ook niet voor niets Florence Town.

Het winkelcentrum maakte een Europese indruk.

Na de nodige schoenenwinkels te hebben afgelopen, had ik eindelijk schoenen gevonden die goed zaten en er ook redelijk goed uitzagen. Mijn maat was alleen niet beschikbaar, dus werden ze meteen bij de fabriek besteld. De schoenen zouden binnen enkele dagen bezorgd worden. Nadat Han, die een hekel aan winkelen had, weer wakker was geworden, gingen we lunchen. Na een plaspauze in de netjes verzorgde en moderne toiletten togen we naar een dorpje, Nongkecun, waarbij cun gewoon dorp betekent. Ying dacht het slagschip wel op een lege parkeerplaats achter te kunnen laten, maar nadat een kerel achter een slagboom wat naar haar riep, parkeerde ze het ding op de straat.

Bij binnenkomst van het dorpje waren twee kraampjes. Bij een van hen werd voor iedereen een zoet broodje besteld. Na een stukje te hebben gewandeld, stuitten we op een of andere plechtigheid, waarbij een aantal mensen zich had uitgedost. We werden gewoon toegelaten en mochten doorlopen totdat we in een of ander antiek klaslokaal stonden.

Het klaslokaal en mijn extreem flauwe ijsthee.

Na afloop gingen we weer naar het appartement van Ying, om even later buiten weer te gaan badmintonnen. Even verderop zat een aantal kinderen aan het tafeltennissen. Op een gegeven moment kwam eentje op me af. Ik had natuurlijk geen idee wat hij vroeg. Werd ik uitgenodigd voor een potje rond de tafel? Niets daarvan. Hij wilde gewoon weten waar ik vandaan kwam. Dat zal Xiaomei hem wel fijntjes hebben uitgelegd. Na afloop gingen we Italiaans eten. Er werden twee pizza’s besteld, terwijl Ying spaghetti ging koken. Natuurlijk wel op de Chinese manier, met pittige saus en pepers in plaats van tomatensaus. De pizza’s waren overduidelijk in een gewone oven gebakken en leken meer op pizzabroden, maar dat mocht de pret niet drukken.

Maandag was weer de balansdag. Na het eten mocht ik met Xiaomei en haar moeder de stad in om wat lekkers uit te zoeken in de supermarkt. Ergens achterin was het snoepgoed uitgesteld en na heel wat zoeken en dubben had ik drie zakken met chocoladespul uitgekozen.

Een windmolen en een spelfout.

De dames hadden op hun beurt wat groenten in de kar gelaten en dus konden we even later met een paar volle tassen weer op de bus stappen.

Een aquarium waar je een vis kunt uitzoeken, die dan ter plekke koud wordt gemaakt.

Op dinsdag wilden we weer echt iets doen. Xiaomei wilde naar een park in het oosten van de stad, dus mochten we eerst weer een uur in de metro zitten. Bij de ingang van het park stond een antieke trein op ons te wachten. Het bleek een restaurant te zijn, maar in plaats van iets te eten, gingen we foto’s van elkaar maken.

Verleden en toekomst.

Het park was overigens niet veel meer dan een een serie winkelstraten. Veel groen was er niet. Ondertussen had ik wel honger gekregen, dus gingen we maar in een restaurantje een hapje eten. Volgens Xiaomei hadden ze er ook yuxiang qiezi, dus hebben we dat maar besteld. Xiaomei bestelde op haar beurt haar “green leaves”, een soort spinazie, maar dan taaier. De yuxiang qiezi was anders dan die van Xiaomei, maar wel smakelijk.

Yuxiang qiezi.

Na nog wat door het park te hebben geslenterd kwamen we bij een muur uit waar Chengdu in levensgrote Chinese tekens was afgebeeld. Die ringel-s herken ik inmiddels wel redelijk.

Chengdu.

We waren aanvankelijk nog van plan een museum op te zoeken, maar het was inmiddels al bijna vier uur en toen Xiaomei erachter kwam dat het museum na vieren geen bezoekers meer accepteerde en het nog een eindje reizen was, hebben we er maar van afgezien.

Die gele fiets is de vreemde eend in de beits.

Die avond zouden we met Fang dineren. Xiaomei was daar aanvankelijk niet zo blij mee, omdat ons plan om naar Chongqing te gaan daardoor in het water was gevallen, maar in het restaurant zat ze toch heel geanimeerd met haar twee achterneven te babbelen, terwijl ze mij af en toe van een stukje vlees of groente voorzag. Na afloop gingen we naar het appartement van Fang, waar ze zich enorm op verheugde.

Zoals zo’n beetje alle appartementen lag het in een besloten hofje. De weg ernaartoe was nogal smal en de parkeerruimte was ook niet al te royaal, maar toch lukte het Fang om de auto redelijk in de buurt van het gebouw te parkeren. Het appartement was redelijk groot, met twee balkons en een normaal toilet. Onder het genot van een kopje thee (uit een papieren bekertje met op de bodem theeblaadjes, die door middel van een membraan op hun plek werden gehouden, een soort beker met theezakje ineen dus) zat ik op de bank tv te kijken zonder er veel van te begrijpen, terwijl de rest van de familie geanimeerd met elkaar zat te converseren. Af en toe werd ik bij de conversatie betrokken als Fang enthousiast “very much handsome!” naar me riep, terwijl zoonlief mijn thee keer op keer bijvulde.

Haar man wees trots op het tegeltje dat we op onze eerste dag aan de familie cadeau hadden gedaan. Het had een prominent plaatsje aan de muur gekregen, vlak boven de lichtschakelaar bij de voordeur.

Het tegeltje met typisch Bussumse taferelen.

Het hoogtepunt van de week vond op woensdag plaats, toen we naar het wetenschapsmuseum (Sichuan Science and Technology Museum) gingen. Het museum ligt bijna precies in het centrum van de stad, dus konden we weer een tijdje van de metro in Chengdu genieten.

De voorkant van het museum, met natuurlijk een standbeeld van Mao.

Bij binnenkomst werd je meteen door een levensgroot vliegtuig aangekeken. De hele begane grond stond in het teken van vliegtuigen en spaceshuttles. De rode draad in dit alles was de natuurkunde. Physics is everything, zoals iedereen wel weet.

De neus van een vliegtuig. De sensoren zijn goed zichtbaar.

Er waren veel proefopstellingen om te laten zien hoe vliegtuigen vliegen, wat leuk om te zien was. Wel waren veel dingen kapot in het museum en helaas heb ik aan die wanorde bijgedragen door per ongeluk de aandrijving van een molentje te mollen.

Een vliegtuig in een windtunnel. Helaas werkte de besturing niet.

Mijn lievelingsattractie was de demonstratie van de zwaartekracht aan de hand van een tafel met twee kuilen erin. Je kon twee knikkers afschieten, waarna ze om de kuilen gingen draaien alsof ze om een planeet draaiden. Uiteindelijk verloren ze door wrijving energie en vielen ze onherroepelijk de put in, waarna je ze weer opnieuw af kon schieten.

De tafel.

Het is de befaamde analogie van de zwaartekracht aan de hand van een rubberen vel met daarop een aantal zware ballen, die kuilen in het vel vormen, wat de vervorming van de ruimtetijd moet voorstellen. Door die vervorming worden objecten naar de centrale massa toegetrokken. Er zijn echter wat problemen met deze analogie. Ten eerste gebruik je zwaartekracht om zwaartekracht te simuleren en ten tweede schijnt de kromming van het rubberen vel anders te zijn dan die van het zwaartekrachtsveld. Maar het blijft leuk om knikkers in rare ellipsen te zien ronddraaien en net voordat ze door het gat worden opgeslokt helemaal op hol slaan.

Het leuke was dat het museum interactief was. Zo kon je door aan een wiel te draaien water splitsen in zuurstof en waterstof, wat vervolgens gebruikt werd om een raketje op te laten stijgen. Ook kon je door aan een ander wiel te draaien een soort boemerang op laten stijgen. Daarnaast was er nog een demonstratie van de wet van Bernoulli. Door op een knop te drukken, werd een heel reservoir gevuld met water. Op de plek waar het water het snelst stroomde, was de luchtdruk/waterdruk het laagst, zoals hieronder te zien is.

Een demonstratie van de wet van Bernoulli.

Nadat ik een attractie gesloopt had, gingen we naar boven, waar een verdieping met virtual reality was. De racespelletjes hadden daar een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me. Zittend in een echte auto kon ik een aftands racespel spelen (OutRun). Helaas trok het stuur om de een of andere reden naar links, waardoor ik steeds vol tegen moest sturen en het een hele klus was om de auto op de baan te houden. Xiaomei waagde zich ook nog aan het spel, maar zij had nog meer moeite om de virtuele auto enigszins in het juiste spoor te houden. Ook geen succes had ze met een virtuele jetski, omdat we geen idee hadden waar het gaspedaal zat.

Meer succes hadden we een verdieping hoger, waar het verkeer centraal stond. Er was een demonstratie van een autootje dat een helling op probeerde te rijden. De ene weg ging met allerlei slingers door bergen, terwijl de andere plotseling steil omhoog liep. Met een wissel kon het autootje tussen de twee parcours wisselen. Je voelt ‘m natuurlijk al aan, want die wissel was kaduuk. Even verderop was een machine waarmee je je eigen knikkerrace kon creëren. Door aan het wiel te draaien, werden de knikkers naar boven gebracht, waar ze weer naar beneden konden roetsjen. Het had iets met doorstroming in het verkeer te maken, maar helemaal duidelijk hoe of wat werd het niet.

Met knikkers spelen.

Nog wat verderop was een soort keuken met allerlei substanties en het periodiek systeem. Van allerlei alledaagse stofjes stond de chemische formule vermeld, net als de naam in Chinese tekens. “This is obviously salt, and I guess this is sugar, and this is… alcohol?”, waarna Xiaomei instemmend knikte.

Bij de tekst over statische elektriciteit gaf ik Xiaomei onbedoeld nog een elektrische schok. Dat zag er ongeveer zo uit (hulde aan de tekenaar):

Briljant plaatje.

Niet veel later werd er iets in het Chinees aangekondigd. Xiaomei sloeg er geen acht op, maar toen even later het licht uitging, had zelfs ik door dat de tent ging sluiten.

Al de hele vakantie zat Xiaomei te zeuren dat ik naar de kapper moest. Mijn verweer was dat ik net voor de vakantie al naar de kapper was geweest en dat ik mijn haar liever lang wilde houden in de winter. Uiteindelijk sleepte ze me op donderdag mee naar een kapper in de buurt van het treinstation. Daar mocht ik meteen op een bank gaan liggen, waarna mijn haar door een Chinese knul werd gewassen. Kennelijk had Xiaomei hem haarfijn uitgelegd hoe mijn haar geknipt moest worden, want meteen ging de schaar erin en raakte ik weer wat grijze lokken kwijt. Vervolgens moest ik op Xiaomei wachten, die zeker wel bijna tien centimeter aan haar inboette.

Op weg naar huis hoorden we ineens getoeter achter ons. Bleek het Fang te zijn. “Wat is de wereld toch klein”, verzucht men dan. In Nederland kom ik bijna nooit bekenden tegen, maar in een enorme stad in het buitenland is het al twee keer gebeurd. We mochten met Fang meerijden. “Dat is mooi, dat scheelt weer lopen”, dacht ik, niet wetend dat we helemaal niet terug naar huis gingen. Eerst gingen we op een markt groenten kopen. “Do you know where Meider’s house is?”, vroeg Fang triomfantelijk. Het kwartje was toen nog niet bij me gevallen. Pas toen we bij het kruispunt linksaf sloegen in plaats van dat we rechtdoor gingen, drong het tot me door dat we bij Fang gingen eten.

Typisch Chinees: een aangeklede hond.

Xiaomei d’r ouders kwamen ook nog, zodat we uiteindelijk met zeven man om een eettafel van iets meer dan een vierkante meter groot zaten. Fangs man liet een app zien met daarin allerlei goederen die hij verhandelde. Niet veel later waren we ineens onderweg naar het magazijn. Tot mijn verbazing zat Xiaomei achter het stuur van Fangs auto. Manlief was met de andere auto onderweg. Na even in het magazijn te hebben rondgelopen en wat etenswaren te hebben besteld, gingen we weer terug.

Voor het magazijn werd gedanst.

Bij terugkomst was de parkeerplaats ingenomen door een andere auto, dus moest Xiaomei de auto elders parkeren. Na een hoop zweetdruppels en verkeerd opgevolgde adviezen had ze het ding diagonaal ingeparkeerd, dus nam Fang het van haar over. In twee stuurbewegingen had ze het ding recht ingeparkeerd. Manlief bracht ons vervolgens weer terug naar huis.

Vrijdag zou een rustige dag worden. Xiaomei moest alleen nog iets bij de bank regelen en vroeg of ik mee wilde. Ik hapte toe, denkend dat we binnen een half uur wel weer terug zouden zijn. Uiteindelijk hebben we een handvol banken van binnen gezien en heb ik op alle banken in de wachtruimtes gezeten. Drie uur later was alles geregeld en konden we weer op huis aan. Toch was het niet helemaal voor niets, omdat Xiaomei op de terugweg een ijsje voor me kocht. En dat was het!

01 december 2023

Naar een blije berg

Het einde van mijn verblijf in China komt in zicht. De fut is er een beetje uit en de afgelopen werkweek hebben we eigenlijk alleen een blije berg bezocht. Een berg die door het slechte weer nog moeilijk te zien was ook.

In het begin van de week hadden we weekend en had ik heel wat tijd over om wat domme berichtjes te tikken. Helaas duurde het lang voordat we weer op stoom kwamen. Xiaomei probeerde een blogpost over een van haar papers af te ronden. Het meeste had ik geschreven, ze hoefde alleen de conclusie te schrijven en een titel te bedenken. Na nog een hele waslijst aan details te hebben toegevoegd, stuurde ze het naar haar promotor op. Die reageerde dat het meer een samenvatting dan een blogpost was, waar hij wel gelijk in had.

Pas op donderdag gingen we weer echt iets ondernemen. Het plan was om naar Le Shan (je spreekt het ongeveer als “de hond” op zijn Frans uit) af te reizen, een stad ter grootte van Amsterdam die een kleine 200 kilometer onder Chengdu ligt. De stad is vooral bekend van het enorme Boeddhabeeld dat in een bergwand is uitgehakt.

Het idee was om met de trein naar de stad, waarvan de naam Blije Berg schijnt te betekenen, af te reizen. Daarvoor moesten we wel eerst naar het treinstation aan de andere kant van de stad. Xiaomei d’r pa was bereid ons bij Wangcongci af te zetten. Bij het uitstappen kwamen we ineens een bekend gezicht tegen. Het was Ying, die op weg naar haar werk was. Ze reisde een aantal haltes met ons mee. Van Xiaomei begreep ik dat ze op kosten van de baas allerlei inkopen mocht doen. Zo’n baan zou ik nou ook willen hebben.

Na ruim een uur in de metro te hebben gezeten, kwamen we op station Chengdudong uit, ofwel Chengdu-Oost. Xiaomei zat driftig te appen en vertelde lachend dat Ying haar halte had gemist omdat ze in slaap was gevallen. We waren ruimschoots op tijd, dus gingen we maar foto’s van elkaar nemen.

Het station.

Ditmaal had Xiaomei zitplaatsen voor ons weten te regelen, zodat ik tijdens de treinrit een uiltje kon knappen. Voor ik het wist waren we in Le Shan. Het duurde even voordat we de bushalte gevonden hadden. Even later kwam de volgende bus aanrijden:

De bus.

Geen idee waarom dit ding niet in een museum stond, maar rijden deed ‘ie wel. Twaalf jaar geleden heb ik in Safaripark Beekse Bergen voor het laatst in zo’n oude bus gereden. Een leuke ervaring vond ik dat. Voor het bedrag van 1 yuan (iets meer dan een dubbeltje) bracht het museumstuk ons in de buurt van het Boeddhabeeld.

De binnenkant van de bus.

We liepen meteen het Leshan Museum in, een informatief museum over het Boeddhabeeld.

Het museum.

Wat ik bijvoorbeeld niet wist, was dat het beeld heel gauw vies wordt en dus geregeld schoongemaakt moet worden. In het museum waren veel foto’s te zien van het beeld vanaf het einde van de 19e eeuw. Op sommige foto’s was de neus van het beeld pikzwart en op andere foto’s was ‘ie weer normaal.

Een schaalmodel van het Boeddhabeeld.

De Engelse vertalingen waren tevens begrijpelijk, wat ook lang niet altijd het geval is. Wel vielen er veel fouten op. Weggevallen komma’s, weggevallen letters, of het volgende plaatje:

De afbeelding is niet op schaal, of de bijbehorende getallen kloppen niet (of allebei).

Xiaomei vond dat we de fouten aan het museum moesten doorgeven, maar uiteindelijk hebben we dat niet gedaan. De dag was alweer half voorbij en nadat we weer een heleboel foto’s van elkaar hadden gemaakt en wat hadden gegeven, gingen we proberen een glimp van het beeld op te vangen.

Het leek me wel leuk om op een rondvaartboot langs het beeld te varen. Xiaomei vond dat geen goed idee, omdat je dan maar een paar minuten naar het beeld kon gluren. Liever wilde ze het beeld vanaf land bezichtigen. We staken de Minjiang over en liepen naar de zuidpunt van de stad, waar we uitzicht zouden moeten hebben op het beeld. Dat viel tegen. Toen we op de Daduhe, de Dadurivier stuitten, konden we alleen het hoofd en een been van het beeld enigszins zien.

Uitzicht op het beeld (links).

Het beeld lag iets ten zuiden van het punt waar de Daduhe in de Minjiang stroomde en was bovendien iets van ons af gedraaid. We zijn daarom maar de rivier afgelopen in de hoop iets meer van het beeld te kunnen zien. Het was even verderop redelijk druk, omdat mensen daar lekker de rivier in plonsden.

Even verderop zaten mensen lekker in de rivier te zwemmen.

Als je maar hard genoeg zwemt, krijg je het vanzelf warm.

Na een heleboel foto’s van elkaar te hebben genomen bij de rivier, kwam er plotseling een regenwolk aan. Echt nat werden we er niet van, maar het zicht verslechterde wel drastisch. Hieronder een schamele poging van mijn kant om het beeld nog in beeld te krijgen:

Het zicht was zo slecht dat het beeld helemaal niet meer te zien was.

Het einde van de middag naderde, dus zijn we maar met de bus naar een vreetstraat gereden. Xiaomei was er enthousiast over, ik wat minder. Het culinaire hoogtepunt was gelatine met stroop of iets dergelijks. Een substantie zonder calorieën gecombineerd met lege calorieën. Zelf had Xiaomei gepeperde aardappels die zelfs voor haar te heet waren.

Na het eten stapten we gauw weer op de bus op weg naar het station. We waren ruim op tijd, dus gingen we nog wat foto’s maken. Daar stopten we subiet mee toen onze trein werd omgeroepen. Na wat omslachtig te hebben ingecheckt met mijn paspoort, kwamen we ruim op tijd op het station aan, ondanks dat we in de paniek ook nog de verkeerde roltrap op waren gelopen. De trein was ook nog vertraagd, dus was alle paniek voor niks geweest.

Treinstation Chengdu-Oost.

Eenmaal terug op Chengdudong mochten we weer ruim een uur met de metro. Ondanks dat er volgens de dienstregeling geen bussen meer na tienen hoorden te rijden, werden we er door een opgepikt en kwamen we niet veel later thuis aan. Die nacht sliep ik als een roos.

Vandaag gingen we een motiverend praatje geven aan de klas van Fang. Nou zitten leerlingen in China al 12 uur per dag op school en ben ik wel de laatste persoon op aarde die ze moet vertellen dat ze goed hun best moeten doen en hard moeten werken. Toch zou ik als sidekick van Xiaomei wat spreektijd krijgen om over mijn schooltijd te vertellen. Zelf zat ze de hele dag aan haar presentatie te knutselen. Tegen vieren had ze wel weer genoeg foto’s in een PowerPointpresentatie gezet en gingen we op weg naar de school van Fang.

We gingen met de auto en dus kon ik toekijken hoe Xiaomei zou rijden. Nou, als een oma (en dan niet de oma van Max Verstappen). De toon werd al gezet toen ze me vroeg hoe je een auto eigenlijk start. Dat was ze in al die jaren alweer vergeten. Daarna wist ze het gaspedaal amper te vinden. “What’s the speed limit here?”, vroeg ik dan. “Don’t talk to me!” “80 kilometers per hour!”, voegde ze eraan toe, terwijl ze met nog geen 60 kilometer per uur in de linkerbaan bleef rijden.

Zo ging het eigenlijk de hele rit. Overal bleef ze ver van de snelheidslimiet verwijderd. Misschien kwam het ook wel door de automaat, die in ecostand stond, waardoor het toerental nooit ver boven het stationaire toerental kwam en de motor futloos bleef. Na de nodige hairy moments kwamen we veilig aan en vroeg Xiaomei me om Fang te bellen. Om de een of andere manier weigerde de telefoon dienst, maar gelukkig kon ze Fang nog wel appen (of WeChatten?). Nadat het hek was geopend, kon Xiaomei haar Toyota met enige moeite inparkeren.

We liepen de lerarenkamer in, waar ik kennismaakte met ene Già (als in Il tempo già passato, che non torna più, dat verstond ik in ieder geval), die wiskundedocent was. Ze ging thee voor ons zetten in een waterkoker met display. Ze zei dat het water klaar was als het display op 100 stond. Ik bracht ertegenin dat we 500 meter boven zeeniveau zaten en dat het kookpunt dus lager zou moeten liggen. Toen het display 93 aangaf, zat het water al hevig te borrelen. Pas bij 100 zette ze ‘m uit en schonk ze thee voor ons in. Meteen daarna werden we naar de klas gedirigeerd, waar ruim 40 jonge koppies me aankeken.

Xiaomei stak van wal in het Engels, waarna ze op het Chinees overging en ik er geen touw meer aan vast kon knopen. Niet lang daarna moest ik wat gaan zeggen. In mijn beste Engels brabbelde ik maar wat over mijn afkomst en mijn opleiding, waarna ik de leerlingen adviseerde nieuwsgierig te zijn en te focussen op dingen leren en echt begrijpen, in plaats van op het halen van hoge cijfers. Als je dingen echt begrijpt, komen die hoge cijfers vanzelf wel. Een soort moderne variant van het artikel over de zesjescultuur van Kleine Claudia van heel lang geleden dus.

Daarna vertaalde Xiaomei het relaas en begon ze aan de presentatie. Haar verhaal werd verstoord door de bel, die het volgende lesuur aankondigde. Nadat iedereen weer op zijn plaats zat, ging ze door met haar verhaal, daarbij vele foto’s tonen van de conferenties die ze de afgelopen jaren had bijgewoond. Op een van die foto’s stond ik met mijn grijze kop en kreeg ik te horen dat ik dik was. Je moet wel een dikke huid hebben om daar je zegje te komen doen. Aan het eind werd me gevraagd om nog wat in het Nederlands te zeggen, waarna ik maar een verhaaltje improviseerde over hoe verschillend Nederlands en Chinees waren.

Het laatste woord was aan de leerlingen, die ons vragen mochten stellen. Om de een of andere reden stelden ze alleen vragen over eten. Of Xiaomei van sla hield. Of ze weleens hamburgers at. Om de een of andere reden ging Xiaomei er nog serieus op in ook. Nadat er nog een groepsfoto werd gemaakt, kreeg ik een papieren vijfhoek als aandenken van een paar leerlingen en trokken we ons terug in de lerarenkamer. Terwijl ik een koekje at, kwamen de leerlingen weer binnen. Ze vonden mijn grijze haren vooral interessant. Chinezen worden soms kaal, maar ze lijken bijna altijd dat gitzwarte haar te behouden, dus is zo’n grijze kop bijzonder. Helemaal als de persoon in kwestie niet veel ouder dan een jaar of 23 lijkt (zo oud werd ik in het begin van het jaar in ieder geval door iemand geschat). Na nog een tweede groepsfoto te hebben gemaakt, gingen de leerlingen naar huis om weekend te vieren.

De lerarenkamer.

De parkeerplaats was inmiddels bijna uitgestorven. Xiaomei reed weer op z’n elfendertigst naar huis (Xiaomei terwijl ik dit schrijf: “Yeah, mention me. I’m a great driver!”). Fang ging ons halverwege voorbij, toen we lang vastzaten achter een vrachtwagen, maar kwam toch na ons aan. Nadat we met zijn vijven hadden gegeten en Xiaomei haar harde schijf had gerepareerd, ging ze weer weg en kon ik een verslag schrijven. Morgen gaan we, voor zover ik begrijp, naar Chongqing, een andere miljoenenstad die sinds 1997 geen deel meer uitmaakt van Sichuan, maar een zelfstandige provincie vormt (die alsnog dik twee keer zo groot als Nederland is). Na het weekend hoop ik wat over deze excursie te kunnen schrijven.