28 november 2023

Nederland kiest iets wilders

De Nederlandse verkiezingen vanuit China

Duitsland had Angela Merkel, Engeland had Margaret Thatcher en de lichtgewichten Theresa May en Liz Truss, maar in Nederland wilde het met een vrouwelijke premier nooit lukken. Daar kon verandering in komen, want nadat de VVD eerder dit jaar het kabinet had laten klappen op asiel en Mark Rutte prompt zijn afscheid aankondigde, lag de weg open voor Dilan Yeşilgöz om het land te gaan leiden.

Het mocht niet zo zijn. Door de deur naar de PVV eerst open te zetten en daarna opeens dicht te rammen, ongeveer zoals Michael Schumacher in 1997 bij Jacques Villeneuve deed, eindigde de VVD in de grindbak en ging de partij van Geert Wilders er met de volle buit vandoor. In de laatste week van de campagne kreeg de PVV de wind vol in de zeilen en eindigde het plotseling op 37 zetels, ongeveer 10 meer dan de peilingen hadden aangegeven. Een waanzinnig resultaat nadat de Eerste Kamerverkiezingen eerder dit jaar nog matig waren verlopen. Was de gordijnbonus ineens weer terug? Wellicht, al lijkt het er gewoon op dat de kiezer van winnaars houdt.

Om diezelfde reden zag Pieter Omtzigt zijn aanhang in de week voor de verkiezingen plotseling fors afkalven. Nadat de oud-CDA’er na eindeloos dubben in de zomer plotseling toch aan de verkiezingen besloot mee te doen, stond zijn partij Nieuw Sociaal Contract meteen bovenaan in de peilingen. Hij was er helemaal beduusd van. Zin in fortuyneske toestanden, waarbij hij na de verkiezingen ineens met een heel vreemdelingenlegioen in de kamer zat, had hij niet, dus besloot hij voorzichtig zijn eigen glazen in te gooien om maar niet de grootste partij te worden. Dat lukte redelijk, maar met zijn 20 zetels werd NSC alsnog de grootste nieuwkomer sinds de LPF in 2002.

De neergang van NSC leek ook zijn weerslag te hebben op de Boze Boeren, die in het voorjaar nog met afstand de grootste partij werden in de Senaat. De partij van Caroline van der Plas had veel last van de deelname van NSC, omdat de twee partijen veelal uit dezelfde vijver visten. Niet voor niets wilde ze graag met Omtzigt in een kabinet, maar doordat NSC zijn glans een beetje verloor, hielden de twee partijen elkaar in een verliezende wurggreep. De BBB eindigde op 7 zetels, wat weliswaar een verzevenvoudiging was ten opzichte van 2021, maar ook 9 zetels minder was dan de partij eerder dit jaar in de Eerste Kamer behaalde. Interessant genoeg kon het CDA niet van dit gekwakkel profiteren. De boeren kwamen niet terug naar de partij van Henri Bontenbal, die 10 van de 15 zetels moest inleveren.

De Partij van de Arbeid en GroenLinks hadden voor de verkiezingen besloten hun krachten te bundelen om samen nog een vuist te kunnen maken. Tijdens “Omtzigt, functie elders” wilden de partijen graag samen in een kabinet, hoewel het motorblok destijds aan één linkse partij genoeg had voor een meerderheid en de andere graag tot de oppositiebankjes wilde veroordelen. Om niet weer tegen elkaar uitgespeeld te worden, deden de partijen samen aan de verkiezingen mee. Tevens kwam Frans Timmermans, die in 2019 nog verrassend de Europese Parlementsverkiezingen had gewonnen, over uit Brussel. Een echt stemmenkanon bleek hij ditmaal niet, omdat de Siamese tweeling op 25 zetels bleef steken. Dat waren er meer dan wat de PvdA en GroenLinks samen hadden bij de vorige verkiezingen, maar het betekende alsnog dat vijf op de zes kiezers op andere partijen stemden.

De stemmen werden bovendien weggehaald bij andere linkse partijen. Zo verloor de SP voor de zoveelste keer zetels en werd Ouwehands Dierenpark gehalveerd nadat het bestuur vlak voor de verkiezingen met een ingenieuze zelfvernietiging op de proppen kwam. De D66 gaat altijd door de helft als het meeregeert. Nu verloor de partij van Rob Jetten zelfs bijna twee derde van haar aanhang, al zag het er in de peilingen lange tijd nog slechter uit. Ook bij Volt lijkt de stekker eruit te zijn getrokken. Door het gedoe met Nilüfer Gündoğan waren ze al één van hun drie zetels kwijt en na de verkiezingen zal dat niet anders zijn. Verder lijkt Bij1 uit de kamer te verdwijnen, al zullen daar waarschijnlijk weinig mensen een traan om laten. Alleen Denk bleef stabiel op 3 zetels, net als de SGP overigens.

Ondertussen likte de VVD haar wonden. De partij moest 10 van de 34 zetels inleveren en was voor het eerst sinds 2010 niet meer de grootste van het land. De liberalen hadden ongetwijfeld gehoopt met de stoere praatjes over migratie van de nieuwe lijsttrekker Yeşilgöz de PVV klein te houden, maar door de raadselachtige campagnetactiek kwam dat er totaal niet uit. De kiezer houdt nou eenmaal niet van draaikonten, zo weten we al sinds 2006. De enige partij die echt last leek te hebben van de rechtsere koers van de VVD, was JA21, dat nog maar één lullige zetel overhield.

Forum voor Democratie kreeg letterlijk en figuurlijk klappen. Fortuyneske toestanden bij lijsttrekker Thierry Baudet, die twee aanslagen te verwerken kreeg. Gelukkig bleven de kogels achterwege, hoewel een paraplu en een bierflesje ook behoorlijk hard aan kunnen komen. De partij moest desondanks 5 van de 8 zetels inleveren, wat tevens betekent dat het aantal complottheorieën in de Tweede Kamer ongeveer gehalveerd wordt.

Wilders kon daarentegen zijn geluk niet op. Na jarenlang rond de 20 zetels te hebben gehad, verdubbelde zijn PVV opeens. Het succes werd toegeschreven aan zijn sterke optredens in debatten en een mildere toon. Opschuiven naar het midden is vaak een manier om meer stemmen te trekken, iets waar de analisten vroeger ook al op wezen. Met een gematigdere toon had Wilders veel succesvoller kunnen zijn, zo stelden ze. Dat is met deze verkiezingsuitslag wel bewezen. Interessant genoeg gaat die wijsheid in deze gepolariseerde wereld nog steeds op.

In de onderstaande grafiek is het verloop van het aantal zetels van de huidige partijen en de voorlopers ervan te zien. Wat opvalt is dat de linkse partijen (voornamelijk PvdA, GroenLinks, SP en D66) eigenlijk altijd 30-40% van de stemmen hebben gehad, maar dat er vooral een verschuiving van het CDA (en voorlopers) naar de VVD en de PVV heeft plaatsgevonden.

Grootte van de huidige partijen (en de voorlopers ervan) in de Tweede Kamer van 1937 tot nu.

Voornamelijk door het verlies van de D66 kwamen de linkse partijen in totaal op nog geen 30% van de stemmen uit. Door de kaalslag op links kon Frans Timmermans niet veel meer dan met NSC te flirten, de enige grote partij die wat raakvlakken met de zijne heeft, maar er zijn meer kapers op de kust. Ondanks het vrij slechte resultaat van NSC kan niemand om de partij heen, omdat de partij bijna volledig in het politieke midden zit, in de buurt van het zwaartepunt van de kiezer.

De oriëntatie van de partijen en de relatieve grootte. Vrij naar kieskompas.

De afbeelding laat ook zien dat het probleem voor de linkse partijen lijkt te zijn dat ze te ver van het politieke midden zijn afgedreven. Op economisch vlak zijn de PVV, BBB en het CDA helemaal niet zo rechts, terwijl NSC zelfs iets links van het midden staat. Afgezien van de D66 staan de linkse partijen veel verder van het midden, wat een verklaring kan zijn voor hun slechte resultaat. Ze willen te veel, of in ieder geval meer dan de gemiddelde kiezer, die niet links of rechts is, maar wel een beetje conservatief.

De formatiepuzzel werd nog wat lastiger gemaakt doordat de VVD er ineens niks voor voelde om in het kabinet te gaan zitten. Alleen aan een dom gedoogkabinet, dat tijdens Rutte I ook al zo’n doorslaand succes was, wilde het eventueel wel bijdragen. Zonder de VVD zijn de opties beperkt, ook omdat GroenLinks/PvdA de PVV als coalitiepartner uitsluit (de twee partijen willen totaal verschillende dingen, dus dat valt wel te begrijpen). Ook Omtzigt is geen groot fan van de PVV. Daarbij komt dat NSC geen zetels in de Eerste Kamer heeft en de PVV ook niet bijster veel, wat betekent dat een eventueel kabinet met die partijen niet heel stabiel is. Waarschijnlijk kan de BBB dan bijspringen, maar dan is er alsnog een vierde partij nodig.

Wie weet lukt het de PVV om desondanks een kabinet te formeren. Wellicht kan een nieuw kabinet, zonder de VVD, de puinhopen van 13 jaar Rutte opruimen. Vooral op de woningmarkt is er nog een wereld te winnen. Ik ben alleen bang dat de natuur het kind van de rekening wordt. Ook wat betreft klimaatbeleid en de oorlog in Oekraïne hoeven we weinig van een nieuw kabinet te verwachten. De kans bestaat dat de PVV zoveel water bij de wijn moet doen dat het weinig voor elkaar krijgt en de kiezers weer massaal naar een andere partij ziet overlopen. Welke partij krijgt dan de proteststem? Iets om de komende jaren in de gaten te houden. Nederland wilde iets wilders, maar zal waarschijnlijk opnieuw teleurgesteld worden.

27 november 2023

De omgeving verkennen

De tijd gaat snel in China. Er is alweer een week voorbijgevlogen, een week waarin ik veel plaatsen bezichtigd heb. De maan- en dinsdagen voelen hier als het weekend en daarom heb ik nu eindelijk tijd gevonden om een fotoverslag van de afgelopen week te maken.

Na een hoop bureaucratisch gedoe mocht Xiaomei op dinsdag dan eindelijk haar theorie-examen maken om haar rijbewijs te verlengen. Na die avond ervoor nog flink geoefend te hebben, vertrok ze de volgende ochtend rond een uur of 10 om even verderop het examen af te leggen. Niet heel veel later was ze terug, trots als een pauw dat ze 96 van de 100 vragen goed had beantwoord, ruim boven de grens van 90 goede antwoorden. De rest van de dag hebben we natuurlijk lopen joyriden. Geintje natuurlijk, al kan ik me al niet meer herinneren wat we de rest van de dag gedaan hebben.

De rest van de week zijn we steeds verder de wijde wereld ingetrokken. Op woensdag zijn we eerst met een kekke deelfiets naar het dichtstbijzijnde treinstation gegaan om daar mijn ID te registreren, zodat Xiaomei thuis treinkaartjes voor ons kon bestellen. Op een totaal uitgestorven station lukte dat om de een of andere reden niet, dus gingen we onverrichterzake naar de volgende bezienswaardigheid: de eerdergenoemde Wangcong Temple, ofwel Wangcongci (dat spreek je ongeveer uit als “Wangtsongtse”, met een Poolse/Hongaarse c), die dicht bij het treinstation ligt. De tempel is vernoemd naar de heersers Wang Du Yu en zijn opvolger Cong Bie Ling. De correcte Nederlandse vertaling zou dus  Wang-Congtempel zijn.

Tot mijn teleurstelling was tempel zelf niet meer dan een niet heel erg groot parkje, waar we wat kiekjes van onszelf hebben genomen (en ik de nodige kritiek op mijn foto’s kreeg, niet omdat ik altijd dom op foto’s sta, maar omdat Xiaomei vond dat ze te klein leek op die foto’s). Het was lekker zonnig en windstil en dat leverde onder andere het volgende mooie plaatje op:

Het water was net een spiegel.

Toen het rond een uur of 6 donker begon te worden, zijn we maar naar huis gelopen, om daar een voedzame maaltijd te nuttigen.

Op donderdag zijn we naar het centrum van Chengdu getrokken, naar het befaamde Renmin Gongyuan, ofwel People’s Park (zouden we dat in het Nederlands Volkspark noemen?). Ditmaal lukte het wel om bij het station mijn ID te registreren. Na een paar haltes met de gloednieuwe tram te hebben meegereden, stapten we over op de metro naar het centrum.

De kekke deelfiets.


De tram was gloednieuw.

Na een flinke metrorit hebben we eerst geluncht, om daarna het park te bewonderen. Op internet had ik heel wat foto’s van het park gezien, dus was ik wel benieuwd hoe het er in het echt uitzag. Op sommige foto’s was te zien hoe iemand allerlei Chinese tekens op de stoep tekende. Dat heb ik zelf mogen aanschouwen:

Een kerel zat met water allerlei Chinese tekens te schrijven.

De inkt die hiervoor gebruikt werd? Gewoon water. Na verloop van tijd verdwenen die sierlijke tekens weer, zodat iemand anders de stoep weer met andere tekens kon versieren.

In het park was ook een flinke vijver waar je met roeibootjes kon varen. Dat leek me wel wat. Xiaomei had er geen zin in, dus bleven we de hele tijd foto’s van elkaar en het park maken. Ook geen zin had ze om in de befaamde theetuin lekker een kopje thee te drinken. Waarom was ik dan naar dat park gekomen? Ons enige drinken was het hete water in de thermoskan die Xiaomei had meegenomen.

’s Avonds togen we naar het hotel waar Ying werkte. Nadat we daar naar het toilet waren geweest en ze zich had omgekleed, gingen we uit eten. Geen idee wat er in die tofu zat, maar na afloop borrelde het flink in mijn darmen. Al na een paar haltes zijn we gauw weer uit de metro gestapt om een wc te vinden. Dat was echt net op tijd. Net voordat de volgende metro aan zou komen, was ik weer terug en trof ik alleen Ying aan. Xiaomei was ook naar de wc gegaan en kwam pas weer terug nadat de metro was weggereden. Die nacht had ze nog last van haar darmen, terwijl ik bonkende koppijn had. Na twee glazen water te hebben gedronken en een pijnstiller op te hebben geknabbeld, ging het wel weer en kon ik nog een beetje slaap pakken.

Op vrijdag stond een bezoek aan de Dujiangyan, een irrigatiesysteem dat Chengdu al meer dan 2200 jaar tegen overstromingen beschermt, op de planning. Het ligt ten noorden van de stad, tegen de bergen aan, en bestaat uit twee rivierarmen: de oorspronkelijke loop van de Minjiang (Minrivier) en een door mensen gemaakte zijtak. Door meer water door de ene arm te laten stromen zou het systeem de stad moeten beschermen tegen hoogwater, maar hoe dat precies in zijn werking ging, wist ik niet. Daar hoopte ik meer over te weten te komen.

Het toeval wilde dat er een trein in de buurt van de Dujiangyan stopte, dus gingen we met de trein. Het treinstation dat in de twee keren daarvoor nog uitgestorven was, zag nu zwart van de mensen. Het was dan ook flink proppen om erin te passen en met al die zweterige mensen was het er ook behoorlijk warm. Ik wil niet weten hoe het dan in de zomer is, als het daar makkelijk 30 of 35 graden kan worden. Gelukkig duurde de treinreis een klein halfuurtje.

Ik had verwacht meteen oog in oog met de waterconstructie te staan. In plaats daarvan moesten we eerst nog een heel stuk klimmen. Bij een splitsing kregen we een heel wazig kaartje in handen van het gebied. Na wat rondvragen was Xiaomei ervan overtuigd dat we naar beneden moesten, dus liepen we een soort winkelstraat af. Eenmaal bij de rivier aangekomen vertelde iemand anders weer dat we het beste de andere afslag bij de splitsing konden nemen. Dus konden we dat hele eind weer teruglopen. Nadat Xiaomei bij de toegangspoort kaartjes had aangeschaft of ons had aangemeld, konden we doorlopen. Na nog een partij foto’s te hebben gemaakt en een tempel te hebben bezichtigd, kwamen we tegen het einde van de middag bij het irrigatiesysteem aan.

De door mensen gemaakte binnenste rivier, verwarrend genoeg in de buitenbocht.

Een wiebelende touwbrug leidde naar het eiland tussen de twee rivierarmen in. Daar was in ieder geval nog wat informatie over het irrigatiesysteem te vinden, met zelfs een Engelse en Duitse vertaling, maar echt veel snappen deed ik er niet van. Er waren behoorlijk wat toeristen bij de zogenaamde vissenkop, waar de twee rivierarmen zich splitsten. Even verderop was een brug over de dam in de buitenste rivierarm, die ik maar af ben gelopen. Aan het eind maakt de brug een knik en splitst de buitenste arm zich in een kleiner kanaal. Interessant om te zien, maar het hoe en waarom van alles werd me niet helemaal duidelijk.

Eenmaal terug viel het me op dat er een kantoortje was waarin een audiotour werd aangeboden. We waren nu in de buurt van de noordelijke ingang, in plaats van de westelijke ingang waar we door gekomen waren. Die noordelijke ingang was dus eigenlijk de betere ingang, maar vreemd genoeg stopte de trein bij de westelijke ingang. Slechts een klein groepje mensen was tegen sluitingstijd van het aanliggende park overgebleven. Op de parkeerplaats stond een kleine bus met een gozer ernaast. Het bleek een gewone lijnbus te zijn die ons weer naar de bewoonde wereld bracht, daarbij een personenauto opjagend. Na onze buikjes weer rond te hebben gegeten, konden we weer de overvolle trein instappen, op weg naar huis.

De zaterdag stond in het teken van meer plaatsjes bezoeken. Na 50 meter in de ene auto te hebben gezeten, konden we er alweer uit en mochten we overstappen naar de volgende. (Xiaomei terwijl ik dit opschrijf: “Do you think this is funny?”) Even later stopten we voor mijn wekelijkse ritueel: een doktersbezoek. Ditmaal bleef het bij met een lampje in mijn keel schijnen, waarna ik weer dezelfde vieze pilletjes als eerst kreeg.

Als er geen parkeerruimte is, kun je je auto (of mislukte vorkheftruck) altijd nog midden op straat parkeren.

We vervolgden onze weg naar een dorpje (Zhanqi) waar men allerlei pepers fijngemalen en bewerkt werden. Hieronder staan ze te drogen:

Een heleboel pepers.

Vervolgens gingen we naar Bailu, een dorpje dat zwaar getroffen werd bij de zware aardbeving van 12 mei 2008, een aardbeving die het kolossale aantal van 69.000 mensen het leven schijnt te hebben gekost. Aan het terrein is goed te zien hoe krachtig die aardbeving moet zijn geweest.

Deze brug werd half vernield door de aardbeving.

Een monument dat alle voor het natuurgeweld vluchtende kinderen afbeeldt.

Dit gebouw is 3 meter omhooggekomen door de aardbeving.

Het beton van deze speelplaats is helemaal gescheurd.

Hier is goed te zien hoe de grond omhoog is gekomen.

Indrukwekkend allemaal. Daarom gauw over naar iets luchtigers: taalvaudjes!

Het is duidelijk een automatische kraan, maar is dit echt afvalwater? Wat had hier moeten staan?

Van deze vertaling kon zelfs Xiaomei geen chocola maken. 😛

Ook op zondag moesten we weer vroeg opstaan. Ditmaal gingen we naar Jiezi, een oud stadje dat eveneens ten noordwesten van Chengdu ligt. Naast een hoop nichten ging Xiaomei d’r moeder mee. Zelfs hondje Lemon was van de partij. Met twee auto’s togen we naar het dorpje, dat op een uur rijden van de stad ligt. De vele gele bomen staken prachtig af tegen de strakblauwe hemel.

De toegangspoort.

Het dorpje was een grote markt. Overal kon je wel iets te eten halen. Om de een of andere reden vond men dit wel een leuk gerecht voor me:

Een mevrouwtje ging een draak (eigenlijk een ezel) van stroop voor me maken.

Plakken dat dat spul deed! Ik geloof dat al m’n vullingen eruit zijn getrokken. Later gingen we bij een bankje wat fruit eten. Xiaomei haalde triomfantelijk een pomelo tevoorschijn (dat schijnt een kruising van een pompelmoes en een grapefruit te zijn en het smaakt bijna net zo erg als een grapefruit), die ze vakkundig ontmantelde. Van de schil maakte ze een hoedje voor Yuze, het zoontje van een neef van Xiaomei. Een deel van de vrucht werd vervolgens met smaak opgegeten (het andere deel ging gewoon de tas weer in, voor de duidelijkheid).

Xiaomei maakte van een pomelo een hoedje voor Yuze.

Het hoogtepunt van de dag was dat we in een soort waterfiets op de rivier gingen varen. Ik mocht meteen trappen en koers houden, wat wel goed ging, totdat ik kramp kreeg. De pedalen zaten zelfs voor mij te dichtbij. Daarom ruilde ik maar van plaats met Xiaomei, die samen met Ying de boot mocht aandrijven.

Xiaomei en Ying aan de pedalen.

Het resultaat was ongeveer zoals eerder dit jaar in Giethoorn, toen ze de fluisterboot wel dacht te kunnen besturen. Nadat ze tegen elke denkbare kade aan was gevaren, nam ik het roer toen maar over. Nu gingen we ook vaak in een zigzagbeweging de rivier op en af, dus heb ik het roer even later maar weer overgenomen. Dat ging een tijd goed, totdat ik de schuit vast liet lopen. De rivier was op sommige plekken echt heel ondiep. Nadat iedereen naar het achterdek was gegaan, kwamen we weer los en konden we weer wat rondjes varen. Het was behoorlijk doortrappen en na afloop was ik dan ook behoorlijk bezweet.

Yuze op de waterfiets.

Op de terugweg kon ik nog indruk maken door hele grote bellen te blazen, wat Yuze erg leuk vond. Hij probeerde te vertellen dat hij zijn huis aan me wilde laten zien. Terwijl de avond langzaam inviel, bracht Wendy (Yuzes moeder, een aangetrouwde nicht van Xiaomei dus) ons weer terug naar de bewoonde wereld. Plotseling zat de rit erop en werden we voor de flat van Xiaomei d’r ouders weer afgezet. Geen huisbezichtiging en geen etentje in een exotisch restaurant, maar gewoon thuis, waar Xiaomei d’r pa zich in de keuken had uitgesloofd.

Die avond besteedde ik mijn tijd liever aan het zien van de Formule 1-race, die gewoon op tv (zonder te betalen en met maar één reclameblok) uitgezonden werd. Na de race werd er meteen overgeschakeld naar snooker. Geen interviews met de coureurs, of een nabeschouwing met een Chinese Christijan Albers of zo, wat wel jammer was. Maar goed, ik had er anders waarschijnlijk toch weinig van gesnapt. Het schrijven van een verslag van de afgelopen week is er daardoor even bij ingeschoten. Vandaag is het dan toch nog net voor middernacht gebeurd op de balansdag. Nu gauw naar bed. Toedeloe!

20 november 2023

De stad in

Eten, slapen, ziek zijn, zo zag mijn eerste week in China er ongeveer uit. Dat zijn inderdaad dingen die je ook prima thuis kan doen. De afgelopen week is wat meer cultureel verantwoord geweest, met tripjes naar musea en natuurlijk die panda‘s.

Chengdu is een grote stad die echt voor de auto gemaakt is met al die brede wegen. De wegen worden onveilig gemaakt door veel van diezelfde rijdende klonten die je in Nederland vaak ook ziet, maar daarnaast zie je ook opmerkelijk veel auto’s met kofferbakken. Grappig genoeg zie je dan weer nergens Fiat Panda’s. Als er al auto’s uit Europa komen, dan zijn het bijna alleen maar Duitse merken. Wel zijn opmerkelijk veel auto’s zwart of wit in de pandastad. Tel daar nog wat aftandse bestelbusjes, vrachtwagens en van die onmogelijke driewielers bij op en je hebt een redelijk idee van het straatbeeld.

Die straten mogen nog altijd niet onveilig gemaakt worden door Xiaomei. Na de nodige nummertjes te hebben getrokken kwam ze erachter dat ze geen afspraak voor het theorie-examen had gemaakt, maar slechts een afspraak om een afspraak te maken. Morgen mag ze het theorie-examen dan eindelijk afleggen. Duimen dat er dan een einde aan deze klucht komt.

Het betekende ook dat we de rest van de week afhankelijk waren van het openbaar vervoer. Doorgaans hebben grote steden een fijnmazig metronetwerk, zo ook Chengdu. Wanneer je echter in een uithoek van de stad woont, moet je eerst dat metronetwerk nog zien te bereiken. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld lopend. Gelukkig was er ook nog een bushalte dicht bij huis waar af en aan bussen stopten. Maar welke bus moesten we hebben? De dienstregeling was er alleen in het Chinees. Volgens Xiaomei moesten we lijn 3 hebben, maar toen bus 113 voor de tweede keer langsreed, zei ze dat die ook een aansluiting op het metronetwerk had.

Zoals verwacht kwamen we in de middle of nowhere uit…

Na een stevige wandeling hadden we dan toch een metrohalte gevonden. Zoals alle stations zag het er goed onderhouden uit, met gladde, glimmende vloeren. Waar je wel aan moet wennen, is dat je bagage bij het inchecken steeds gecontroleerd wordt.

Alsof je op de luchthaven staat.

Nadat de beveiliging even aan Xiaomei d’r drinkfles had geroken en ervan overtuigd was dat het slechts drinkwater was, konden we weer verder. Wat eveneens een veilig gevoel gaf, was dat de metro door middel van een doorzichtige muur van het perron afgescheiden was. Pas wanneer de metro stilstond, gingen de deuren open en kon je naar binnen. Dat zouden we in Nederland eigenlijk ook moeten hebben.

Eenmaal terug boven de grond gingen we eerst maar lunchen. Xiaomei bestelde vrij flauw smakende noedels voor me, omdat ik nog steeds niet helemaal over mijn verkoudheid heen was. Ze hadden alleen geen normaal bestek, dus moest ik het spul met stokjes proberen naar binnen te werken. De afgelopen jaren heb ik in dat opzicht weinig vorderingen gemaakt, maar desondanks lukte het me enigszins om al die slierten beet te pakken en naar m’n mond te sleuren.

Het eerste museum van de vakantie was het Sichuan Museum, het museum over de provincie zelf. De begeleidende teksten waren wel bijna alleen maar in het Chinees, waardoor het voor mij moeilijk was om er veel van te volgen. Het ging vooral over de geschiedenis van Ba en de Shu, twee staten in het oosten van het huidige Sichuan die zo’n 300 jaar voor onze jaartelling door de Qin (“Tsjien”, waarvan het woord China afgeleid schijnt te zijn) veroverd werden.

Een goed begin, maar helaas ontbrak de vertaling in het vervolg.

Om de een of andere reden was ik die dag zo gammel dat ik amper op m’n benen kon staan. Na nog even met Xiaomei een uiltje op een bank te hebben geknapt, ging het beter en wisten we voor sluitingstijd het meeste van het museum te zien. Op zoek naar een geschikt restaurant hadden we last van een euvel dat ons op de heenweg ook parten had gespeeld: een slecht richtingsgevoel. Na veel geslenter kwamen we uit bij een vreetstraat onder de grond, in de buurt van een metrohalte. Daar maakte ik een broodje soldaat, terwijl Xiaomei haar noedels met mij deelde.

Na een lange metrorit waren we weer terug bij Wangcong Temple, door het Engelse bandje steevast aangekondigd als “Wangkong Temple”, het eindpunt van lijn 6. De bussen reden ondertussen al niet meer, dus regelde Xiaomei een taxi (of eigenlijk een Didi, een taxidienst waar mijn oud-collega Jamie in een grijs verleden al eens onderzoek naar had gedaan). Binnen enkele minuten waren we weer thuis (en een paar euro lichter, werkelijk waar alles is hier spotgoedkoop).

Het voetgangerslicht met een half mannetje.

Op vrijdag gingen we naar het Chengdu Museum. Ditmaal hadden we de beschikking over een audiotour, waardoor ik de tentoonstelling wat beter kon volgen. Ook nu ging het veel over de Ba en de Shu (dat spreek je inderdaad ongeveer als “shoe” uit, maar dan met een oe-klank die eerst daalt en daarna stijgt). Het was alleen wel een hele zoektocht om dezelfde volgorde als in de audiotour aan te houden. De verlichting in musea is om begrijpelijke redenen slecht, en daarbij komt dat de inrichting van de zalen niet altijd even intuïtief is. Aan het eind van iedere verdieping was een winkeltje en een gastenboek, waar ik steeds weer iets over de audiotour in schreef.

Omdat het vrijdag was, was het museum lang geopend. Dat kwam mooi uit, omdat Xiaomei had afgesproken met een oud-klasgenoot, Shiyan. Ze moest die dag werken en zou uit haar werk naar het restaurant komen waar we hadden afgesproken. Dat restaurant bleek echter vol te zitten, dus gingen we maar bij een ander hotpotrestaurant ons geluk beproeven. Nadat we iets gevonden hadden, moesten we op Shiyan wachten. Xiaomei gaf het volgende, zeer bruikbare signalement mee:

  • 1.65 meters
  • Narrow face
  • Pretty

Gelukkig hoefden we haar niet te zoeken, omdat ze letterlijk drie tellen later voor onze neus stond. We konden meteen door naar de bovenste verdieping van het restaurant, waar een enorme wok al voor ons klaarstond.

Hotpot.

Het binnenste badje was voor mij, terwijl de dames hun eten in de buitenste ring gingen bereiden, met meer kruiden en andere lompe zooi (garnalen en zo). Na een lange avond konden we weer met de metro en met de taxi terug naar huis, om de dag erna weer vroeg op te staan (“Qi lai!”, zoals ze in het Chinees zeggen) voor de panda‘s. Het pandareservaat ligt iets buiten de stad op een heuvel. Hoewel er bussen naartoe gaan, besloten we het hele stuk te lopen. Bovenaan besloot Xiaomei meteen pandaoren en een pandaknuffel (die ik Yayo noemde, als tegenhanger van Yaya, die zich ergens in het verblijf zou moeten ophouden) aan te schaffen, waar ze overigens meteen alweer spijt van had.

Bovenaan stond ook Shiyan, die samen met ons de panda’s zou bekijken. Het duurde nog wel even voordat we die bamboevreters dan ook echt gevonden hadden. Tegen het eind van de ochtend lagen ze allemaal nog op één pandaoor en waren dus amper zichtbaar vanaf de paden die op een onnavolgbare manier om hun verblijven kronkelden.

Een weg langs de pandaverblijven.

De binnenverblijven waren opmerkelijk genoeg nog toegankelijk voor het publiek, hoewel ze onbewoond waren (alleen in de zomer zitten die panda’s erin). Dat schoot dus ook niet zo op. De dames knoopten een praatje aan met een verzorger. Ik kon er natuurlijk geen touw aan vastknopen, maar ik begreep later van Xiaomei dat Yaya hier helemaal niet was, maar in Peking. Huahua, de andere panda in het stripje, zou hier wel ergens rond moeten hangen, al werd het me niet helemaal duidelijk waar. Ach ja, alle panda’s lijken op elkaar, dus echt veel maakt het allemaal ook niet uit. Pas na het middaguur wisten we een glimp van een panda op te vangen.

Een panda.

Na een voedzame, doch niet al te hoogstaande lunch achterover te hebben gedrukt, ging ik bij Xiaomei om iets te drinken zeuren. Opeens viel mijn oog op een meisje met een panda-ijsje. Xiaomei vroeg haar daarom maar hoe ze aan het ijsje was gekomen, waarna het meisje naar binnen wees. Even voorbij ons restaurant maakten ze inderdaad panda-ijsjes en ik wilde er ook een.

Een panda-ijsje.

In de middag waren de panda’s iets actiever en konden we toekijken hoe een panda een bosje bamboe zat weg te knagen. Het leukste was natuurlijk om die beesten te zien stoeien. Vooral de jongere panda’s zaten elkaar flink in de haren. Al rollend kwamen ze onderaan hun verblijf tot stilstand, waarna ze in elkaars neus gingen bijten.

De toch wel lange dag werd afgesloten in een Zuid-Koreaans restaurant. Omdat we niet hadden gereserveerd, moesten we eerst nog een half uur wachten. Op het diner stond een heleboel vlees, omdat het een soort barbecue was. Alleen werd er nu voor ons gebarbecued. Een juffie stond bij ons steeds het vlees om te keren totdat het goed gaar was. Na afloop was ik goed gaar en namen we bij de metro afscheid van Shiyan.

Gisteren stond er opeens een familiedagje op het programma, ditmaal bij een andere boerderij. Zelf was ik nog altijd niet de oude, dus heb ik na de lunch, nadat ik weer een partij gore medicijnen had weggeslikt, even een uiltje geknapt in het helemaal niet zo fletse novemberzonnetje. Lemon, het witte hondje, probeerde achter het hek te schuilen voor de koperen ploert. Het diertje zat aangelijnd en zal zich wel verveeld hebben, dus ging ik ‘m maar aaien. Als dank zat hij steeds met z’n kleine snuit in mijn hand te bijten en liet hij drie aarskroketten voor ons achter.

Lemon, de witte hond.

Nadat Xiaomei haar biografie had opgestuurd, gingen we naar de school van Fang, waar ze Chinese les gaf. Ik meende uit wat er tegen me gezegd werd op te maken dat het ding op loopafstand van de boerderij lag, maar uiteindelijk gingen we met de auto naar de leerfabriek. Ondanks dat het zondag was, was er een mannetje dat het hek voor ons opendeed. Na een beleefd “Xie xie” werd de auto midden op het terrein geparkeerd. Zo ziet het schoolgebouw er van de buitenkant uit:

De linkerkant van het gebouw.

…en de rechterkant.

Het gebouw bestaat uit niet meer dan zes klaslokalen en de gangen zijn gewoon open (er zitten geen ruiten in of zo). Het is overigens een middle school, wat ongeveer de onderbouw van de middelbare school bij ons is. De klaslokalen zijn vrij fors en bieden plaats aan ruim 40 leerlingen. De bureaus lijken verder op de bureaus die we op de basisschool hadden. De campus (of hoe je het ook wil noemen) is behoorlijk groot voor de geringe leercapaciteit van de school. Ook staan er de nodige imposante gebouwen op, zoals het onderstaande gebouw, dat fungeerde als museum (met alleen één wandtekening en een projector).

Een museum.

Verderop was een atletiekbaan, met in het binnenterrein een aantal baskets en aan de buitenkant natuurlijk een rij tafeltennistafels. Helaas hadden we geen batjes of pingpongballen meegenomen, dus konden we er alleen maar naar staren.

Tafeltennistafels.

Na nog wat foto’s te hebben genomen en bij een apotheek langs te zijn geweest, konden we weer aanschuiven voor het diner. Terug naar huis stonden we nog een tijd in de file, waarna de auto bij de ingang, voor een andere auto, werd achtergelaten. Vandaag was dan de balansdag waar ik hard aan toe was. En dat was het!

14 november 2023

Een kop vol snot

De afgelopen dagen heb ik weinig van me laten horen. Deels omdat ik weinig nieuwe dingen beleefd heb, maar vooral omdat ik snipverkouden was. Het ergste denk ik inmiddels wel gehad te hebben, dus durf ik het aan om weer een nieuw berichtje de wereld in te slingeren vanuit China.

Afgelopen zaterdag stond er een reünie met de hele familie van de moeder van Xiaomei op het programma. Het doel van de dag was om de overleden ouders van Xiaomei d’r moeder te herdenken door nepgeld te verbranden. Het nepgeld werd bij een kraampje bij een druk kruispunt aangeschaft, terwijl we onderweg waren naar onze bestemming. Denk bij het nepgeld overigens niet aan monopolygeld, maar meer aan flinke pakketten crêpepapier.

Over onmogelijke wegen kwamen we even later aan bij een oord dat nooit heel ver van de stad vandaan heeft kunnen liggen. Nadat mijn hoofd de hele rit lekker door het dak van Xiaomei d’r Toyota was gemasseerd (bestuurd door haar vader, Futao), ging ik bij het uitstappen bijna op m’n bek over het gladde erf. Daar aangekomen zat de familie op ons te wachten en kregen we thee en zonnebloempitten voorgeschoteld. Even later mochten Xiaomei en ik met Han, de puberdochter van Ying, een nicht van Xiaomei, het nepgeld in de fik steken. Ondanks de miezerregen brandde het spul goed door, hoewel ik de rook constant in m’n gezicht leek te krijgen. Nadat de stapel papier tot een berg as verworden was, gingen we nog kort voor de overledenen bidden.

Na het dodenritueel gingen we in de buurt lunchen. Denk daarbij niet dat iedereen aan een tafeltje een kroket op gaat zitten eten of zo. Dat gaat in China aan een grote, ronde tafel, met daarop meerdere gerechten. De tafel kan tevens gedraaid worden, zodat iedereen alle gerechten kan opscheppen. Zelf zat ik naast de oudere broer van Xiaomei d’r moeder, die overigens Maoqiu heet (dat spreek je uit als Mautsjo, net zoals je feng shui ongeveer als fong sjwee uitspreekt; aan pinyin is af en toe geen touw vast te knopen). Deze oom van Xiaomei was tevens de vader van Fang, een vriendelijk ogende man met een mooie bruine huid. Hoewel we elkaar die dag voor het eerst ontmoet hadden, mocht hij me volgens Xiaomei wel. De communicatie met hem moest ook via haar, omdat ik nog altijd amper Chinese woorden uit mijn zere keel kon laten komen.

Na de lunch werden Xiaomei en ik opeens in de auto gezet bij Ying en Han op weg naar een groot winkelcentrum in de stad. Manlief William werd eerder afgezet zodat hij kon mahjongen voor echt geld, terwijl de dames het gingen uitgeven (het was 11 november, ofwel Single’s Day). Dat gebeurde ook nadat Ying (ook wel Alice genoemd) het slagschip in een parkeergarage met enige moeite had ingeparkeerd (in de garage werd met lichten aangegeven waar er nog lege plekken waren, handig!). Een aantal zwendelautomaten had een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de jongste onder ons. Nadat Ying 50 yuan had ingewisseld voor een bak met munten, ging Han proberen een knuffelbeest te winnen. Steeds mislukte dat. Zelfs als je die klauw goed positioneert, is de kans klein dat je iets wint. Nadat Xiaomei ook een paar muntjes had vergokt, had Han ineens wel beet. Bij de dolfijnen lukte het wel, dus had ze ineens vier van die beesten. Later won ze er ook nog een tamelijk lelijke eend bij (en toen waren de muntjes op).

Aan het eind van het liedje hadden we een karretje vol dolfijnen.

Na nog een tijd door het winkelcentrum heen te hebben geslenterd, werd het tijd om broodjes uit te zoeken en van die vage melkthee te drinken. Terwijl Han nog een aantal cosplay-artiesten om een handtekening ging vragen, begon ik me steeds slechter te voelen. Keelpijn is vaak een voorbode van meer ellende en dat bleek ook nu weer. Op de terugweg deed Ying daarom ook maar gauw een apotheek aan. Ze parkeerde het slagschip achter een andere auto, voor een uitrit neer. Natuurlijk moest er precies iemand door toen ze in de winkel stond. Heel hoog liepen de emoties niet op en nadat Ying met een zakje kruiden in haar hand uit de winkel kwam rennen, was het brandje gauw geblust. William werd opgepikt van zijn Mahjong-wedstrijd. Hij bleek 40 yuan te hebben verdiend, niet genoeg om de kosten van het winkelen te dekken, maar beter dan niets.

Bij het afsluitende diner zat m’n kop vol snot en zat ik er goed doorheen. Ik probeerde zonder veel succes wat te slapen. Gelukkig gingen we gauw weer terug naar huis, met een dolfijn als aandenken aan deze dag.

De dagen erna was ik nog goed brak. Zo brak dat Xiaomei me gisteren maar naar de dokter sturen. Die kneep een paar keer in m’n armen, keek naar m’n tong en neus, en schreef toen een uitgebalanceerd pakketje pillen voor.

De pillen die ik de komende dagen moet slikken, plus nog wat andere kruiden.

Waar Xiaomei, die eerder al naar de dokter was gegaan vanwege soortgelijke klachten, die pillen in een keer met een beetje water achteroversloeg, zat dat er voor mij niet in met mijn slikangst. Zelfs het kleinste pilletje krijg ik niet zonder te kauwen weg, dus moesten ze worden opgelost. Bitter dat die troep is! Wel ben ik me beter gaan voelen, hoewel mijn neus en mijn holtes nog steeds enigszins verstopt zijn.

Han heeft nog een stripje van mij met twee panda’s gemaakt.

Tussen alle bedrijven door is Xiaomei druk bezig geweest met toetsen oefenen voor haar theorie-examen, zodat ze haar rijbewijs kan verlengen. Vandaag durfde ze het aan om de echte toets te maken. Nadat haar vader ons de stad door had gereden en op de parkeerplaats twee keer op een onmogelijke plaats de auto had gekeerd omdat hij geen plaatsje meer kon vinden, kwamen we bij een soort ziekenhuis uit. Een vreemde plaats voor zo’n test. Dat bleek, want toen Xiaomei even later terugkwam, bleek ze alleen een oogtest te hebben ondergaan. Aiya… Na nog een hoop administratieve rompslomp bleek dat ze de toets alleen op een locatie ver weg kon afleggen. Daar had ze kennelijk geen zin meer in, dus gaat ze morgen voor haar theorie-examen. Hopelijk slaagt ze dan en mag ze weer in haar eigen auto rijden. Ik wil weleens zien hoe zij rijdt. Maar goed, weer een cliffhanger dus.

Tot slot is er ook goed nieuws: ik heb sinds vandaag een betaalde VPN, wat betekent dat ik weer lekker video’s op YouTube kan kijken en ik weer dingen kan googelen. Ik ben dus weer helemaal met de rest van de wereld verbonden! Maar nu eerst van die kop vol snot afkomen…

10 november 2023

Nog een berichtje vanuit China

Het is alweer vrijdag, wat betekent dat ik alweer vijf dagen in China zit. Een hele werkweek is voorbijgevlogen. Er is nog niet heel veel gebeurd, behalve dat ik sinds vandaag ineens keelpijn heb.

De reis naar China was voor mij een hele nieuwe belevenis. Nog nooit was ik zo ver van huis geweest. Toch voelde het redelijk vertrouwd. De omgeving en het mooie weer (een graad of 20 en zon in november) deden me aan Zuid-Europa denken, wat nog versterkt werd door de Franse toilets en de geanimeerde manier van praten. Alleen die rare hiërogliefen verrieden dat je op een ander continent was.

Voor Xiaomei was de reis vooral een weerzien van bekenden. Naast haar ouders zou ze ook weer een hoop neven en nichten zien. De meesten van hen woonden namelijk in de buurt. Dat is dan weer het voordeel van de grote stad. Als je hier eenmaal geboren en getogen bent, hoef je ook niet meer zo nodig weg.

Die avond kwam Fang op bezoek, samen met haar man, onze chauffeur van die ochtend. Zoals eigenlijk iedereen in de familie kon ze geen Engels. Wel Chinees uiteraard, en daar gaf ze ook les in. Xiaomei fluisterde haar telkens Engelse zinnen in, die ze dan na probeerde te zeggen. Het was grappig en ongemakkelijk tegelijkertijd omdat ik steeds complimenten over m’n uiterlijk ontving (wie had dat gedacht, hè?) terwijl haar man ernaast zat.

Tijdens deze conversatie bedacht ik me dat ik nog een kaart van Nederland had meegenomen als cadeau voor Xiaomei d’r ouders. Dan konden ze een beter idee krijgen van waar ik vandaan kwam en waar hun kleine Xiaomei de afgelopen jaren had uitgehangen. Bij het zien van de kaart drong het pas tot me door dat de grootte van Nederland ten opzichte van China ongeveer hetzelfde is als die van Texel ten opzichte van de rest van Nederland. Alleen al de provincie waar Chengdu in ligt, Sichuan (wat 4 rivieren schijnt te betekenen), is bijna zo groot als Spanje. Had ik al gezegd dat de omgeving best veel op Zuid-Europa lijkt?

Dat geldt overigens niet voor de taal. Zelfs spreek ik ongeveer drie woorden Chinees (wo ai ni), waardoor het communiceren met Xiaomei d’r ouders niet makkelijk was. Vaak moest Xiaomei als tolk fungeren. Maar ja, de lieve schat had zelf natuurlijk ook nog het nodige te berde te brengen, dus kon ze niet constant alles van haar ouders vertalen. Dat Chinees een toontaal is, is goed te horen aan de vele stemverheffingen. Zelfs de meest onschuldige conversaties klinken daardoor als hoogoplopende ruzies. Toch wel Zuid-Europees dus, hoewel ik totaal geen chocola kon maken van wat er gezegd werd. Wel vond ik het vaak lollig om tijdens zo’n conversatie tegen Xiaomei te pas en te onpas dingen te zeggen als “laat je niet uit je tent lokken” en zo.

Over tenten gesproken: het appartement van Xiaomei d’r ouders ziet er fraai uit, met veel marmer, wat een schril contrast vormt met de armoedige staat van het complex, met vervallen trappen en een lift uit het jaar nul. Het huis is niet extreem groot, maar heeft wel drie slaapkamers, die bijna volledig in beslag worden genomen door een tweepersoonsbed en een kast. De koffers moesten we dus in de lege logeerkamer stallen. De keuken is vrij klein, maar kan wel met een schuifdeur van de rest van het pand worden afgesloten. De ventilatie gaat via een door een raam getrokken pijp die op een lege schacht uitmondt. Vanuit het keukenraam kijk je zo zes verdiepingen naar beneden. De keuken kijkt uit op een blinde muur, net als de vrij kleine badkamer overigens.

Van Xiaomei had ik begrepen dat haar moeder een pyjama voor mij zou hebben, dus had ik mijn enige goede pyjama in Nederland achtergelaten. Wat er precies was misgegaan, weet ik niet, maar de pyjama was er niet, dus moesten we op dinsdag maar een pyjama gaan halen. Xiaomei betaalde met een aantal kortingsbonnen, zodat ik ’s nachts geen kou zou lijden. Niet dat dat anders gebeurd was. Het was ’s nachts behoorlijk warm met een klein, menselijk kacheltje naast me.

Een nadeel van China is dat een heleboel websites niet toegankelijk zijn, zoals Google, Wikipedia en YouTube. Voor Google is het krakkemikkige Bing een matig alternatief, maar voor die andere sites is er geen alternatief. Een VPN wil dan uitkomst bieden. Een dag heb ik zo’n ding werkend gekregen, daarna moest ik me registreren en waarschijnlijk betalen, waar ik niet zo’n zin in had. Omdat het internet toch al niet zo denderend was, werden de paar filmpjes die ik heb bekeken met horten en stoten afgespeeld.

De signaalsterkte is kennelijk dusdanig beroerd dat er in de slaapkamer al geen internet meer is. Het betekende dat ik een aantal Whatsapp-berichten pas later gezien heb. Whatsapp wordt officieel ook door de Chinese overheid geblokkeerd, maar kennelijk glippen er toch steeds berichtjes tussen de mazen van het net door. Wel vaak met vertraging en het downloaden van afbeeldingen lukt ook niet, dus is een VPN ook hiervoor geen overbodige luxe. Maar wat is een goede, gratis VPN?

’s Avonds stonden er geregeld wandelingen in de omgeving op het programma, waarbij we steeds weer nieuwe familie ontmoetten. De eerste keer mocht ik ineens een kleine, witte hond uitlaten en de tweede dag konden we ineens aanschuiven voor een barbecue (terwijl we net al gegeten hadden). Het is net de Spaanse familie, geen peil op te trekken. Verdere gelijkenissen met die vakantie naar Menorca van vorig jaar kreeg ik vandaag, toen ik mijn keel opeens begon te voelen. Hopelijk is het dit keer geen keelontsteking waar ik nog een maand last van ga hebben.

08 november 2023

BSG wint 4-4-wedstrijd

BSG heeft afgelopen zaterdag in een druk Denksportcentrum van De Wijker Toren gewonnen. Net als de vorige twee wedstrijden eindigde de wedstrijd in 5-3. Door de overwinning rukte BSG op naar de tweede plaats in klasse 2C. BSG 2 en 3 maakten het feest compleet door Paul Keres 4 en 7 te kloppen.

Na de bittere pil tegen EuroParcs/Autovakmeester Schaap van vorige maand mocht BSG zich tegen het grillige team van De Wijker Toren proberen te revancheren. Op papier mocht er een spannende wedstrijd verwacht worden en die kwam er ook, deels omdat De Wijker Toren in een tactische opstelling speelde. Topspelers Rick Duijker en Sjoerd Plukkel werden aan de laagste witborden gezet in de hoop daar twee punten te pakken.

BSG zou aan de hogere borden dus moeten toeslaan en dat gebeurde ook snel. Aan het tweede bord trof Ewood snelschaakspecialist Dragan Skrobić, die een vaag systeem speelde. Ewood had er weinig problemen mee en won al na 17 zetten een stuk en de partij, waarna de zwartspeler alleen nog de woorden “Wat een kutspel!” uitslaakte, alvorens het pand te verlaten.

Minder voorspoedig verging het aan het bord ernaast, waar Ton duidelijk minder uit de opening was gekomen tegen Sam(antha) Cornelisse. Hij wist er nog wat van te maken door gauw al zijn stukken richting de witte koning te dirigeren. Net toen de partij spannend leek te worden, accepteerde hij wits remiseaanbod, tot teleurstelling van de teamleider.

Teamleider Timon deed een duit in het zakje door de gedeeltelijk verlamde Thomas Broek aan de zegekar te binden. De zwartspeler stortte zichzelf in het zwaard door opeens twee centrumpionnen te offeren. Het idee erachter werd niet duidelijk, want ineens had Timon het centrum en twee gevaarlijke vrijpionnen. De partij duurde daarna ook niet lang meer.

Het Apenhoofd speelde voor het eerst in tijden weer een lekker partijtje. Tegenstander Arjan Wijnberg besloot na de opening op een ongelukkig moment het witte centrum aan te tasten. Het kostte hem het loperpaar, waarna de stelling werd geopend en er geen houden meer aan was.

FM Henk had aan het kopbord ondertussen remise gespeeld tegen de in vorm zijnde Jimmy van Zutphen, waardoor BSG met 4-1 voorstond en dus al één matchpunt in de tas had. De overige stellingen boden echter weinig hoop. Judit was minder komen te staan, terwijl Mark en Rein aan de onderste zwartborden alleen maar aan het tegenhouden waren.

Inderdaad verloor Judit. Tegen Bart-Piet Mulder speelde ze na de opening iets te cryptisch, waarna de zwartspeler het initiatief pakte. Het leidde uiteindelijk tot een eindspel waarin zwarts dame sterker was dan wits twee torens. Nadat Judit zich aan zwarts d-pion had vergrepen, verloor ze haar c-pion en liepen zwarts vrijpionnen hard door.

Rein verdedigde zich aan het zevende bord ondertussen koelbloedig tegen Sjoerd Plukkel. Met een megaslechte loper tegen een goed paard probeerde hij zijn stelling bij elkaar te houden. Met succes, omdat de witspeler zo gefocust was op zijn eigen kansen dat hij compleet over het hoofd zag dat zijn toren ineens werd ingesloten. Hij kon de toren alleen nog redden door zijn paard te offeren, waarbij hij ook nog eens de megaslechte loper tot leven wekte. Rein had daarna weinig moeite om de vis op het droge te trekken en daarmee was de wedstrijd beslist.

Als laatste was Mark nog bezig. Na in een Trompowsky het dubieuze 2…g6?! te hebben gespeeld, stond hij de hele partij minder tegen Rick Duijker. Die ging er rustig voor zitten, gaf geen stukken weg en drukte ver in het eindspel het punt. Daarmee werd de eindstand wederom op 5-3 bepaald en rukte BSG op naar de gedeeld tweede plaats.

BSG 2 en 3 hadden al lang en breed gewonnen van twee lagere teams van Paul Keres. BSG 2 won met het kleinst mogelijke verschil, terwijl BSG 3 eveneens 5-3 op het scoreformulier liet noteren.

BSG (2161) – De Wijker Toren (2121) 5-3
1. Henk van der Poel (2150) – Jimmy van Zutphen (2127) ½-½
2. Ewoud de Groote (2233) – Dragan Skrobic (2105) 1-0
3. Ton van der Heijden (2289) – Sam Cornelisse (2045) ½-½
4. Jesper de Groote (2177) – Arjan Wijnberg (2098) 1-0
5. Mark Grondsma (2139) – Rick Duijker (2226) 0-1
6. Judit Clopés Llahi (2164) – Bart-Piet Mulder (2097) 0-1
7. Rein Brouwer (2102) – Sjoerd Plukkel (2193) 1-0
8. Timon Brouwer (2030) – Thomas Broek (2076) 1-0

07 november 2023

Een berichtje vanuit China

Hallo allemaal! Inmiddels zit ik alweer ruim een dag in China en ben ik over mijn jetlag heen, dus vond ik het wel weer tijd geworden voor een berichtje. Parasiterend op de wifi van mijn gastheren hoop ik het thuisfront via deze manier op de hoogte te kunnen houden van mijn verrichtingen.

Als echte huismus heb ik nooit heel veel belangstelling voor de rest van de wereld gehad. De laatste jaren bestond mijn wereldje uit Naarden, Den Haag en alles daartussen. Natuurlijk was ik weleens in het buitenland geweest, maar veel verder dan Frankrijk of Spanje ben ik niet geweest. Kroatië was tot vorig jaar mijn verste bestemming. Maar toen werd er ineens een niet onaantrekkelijke Chinese dame verliefd op me en kwam er al gauw een reis naar haar thuisland ter sprake. De lieve schat had haar ouders al jaren niet meer gezien en wilde ze dit jaar opzoeken. Afgelopen weekend was het zover en zou ik Europa voor het eerst in mijn leven verlaten.

Je teddybeer, een goede tandenborstel, je geluksonderbroek: voor zo’n verre reis heb je een hoop spullen nodig en dus is een beetje een grote koffer onontbeerlijk. Zelf heb ik alleen een koffertje dat nog als handbagage mee mag. Van de oude lui had ik een grotere koffer gekregen, maar die bleek bij nadere beschouwing toch niet zo groot, dus wilde ik een grotere. De oude lui hadden die niet, maar Xiaomei wel, dus toog ik vrijdagmiddag naar Leiden om ‘m op te halen. Ik kreeg het ding mee met de opmerking dat ik ‘m ook een week eerder vanuit mijn werk had kunnen meenemen. Achterafgezien was dat wel slimmer geweest, maar aan de andere kant vond ik het wel prettiger om zo’n joekel van een koffer op de achterbank van een kleine auto te vervoeren dan in de trein en op de fiets. In ieder geval paste al mijn lompe zooi in het ding en daar ging het natuurlijk om.

Op zaterdag mocht ik weer eens een potje schaken. Meestal speel ik op een dag voor een verre reis als een natte krant. Niet dit keer! Ik wist dat ik met Xiaomei aan mijn zijde tijdens de vlucht nergens zorgen over hoefde te maken en dus ging ik zonder mentale ballast de partij in. Een kleine vier uur later had ik mijn eerste overwinning in bijna acht maanden te pakken. Na het feestmaal in de plaatselijke pizzeria toog ik tevreden op huis aan, waar ik mijn handbagagekoffer ging vullen. Ondertussen belde Beppie me nog op met de vraag wanneer ze ons de volgende zou moeten ophalen, iets wat we nota bene tijdens de match nog hadden besproken (ze had bardienst). Helaas was er weer eens een probleem met een van de telefoons en kon ze me niet horen, wat tot de volgende vreemde sms-conversatie leidde:

Beppie: “Ik kan je niet verstaan.”
Ik: “Ik praat toch geen Chinees?”
Beppie: “Zak.”

Via een beeldbelbericht op Whatsapp lukte het me vreemd genoeg wel om me verstaanbaar te maken, waarna we de eerder gemaakte afspraak (6 uur) bekrachtigden en allebei geïrriteerd ophingen.

Van Xiaomei had ik ondertussen nog niks gehoord. Ze wachtte geduldig totdat het ophield met regenen en dat was pas na tienen het geval. Door een treurig staaltje miscommunicatie kwam ze pas tegen middernacht bij mijn hokje aan en dan ook nog eens met een kapotte koffer. Nadat ze weer enigszins tot bedaren was gekomen, wilde ze haar koffer wegen. Die bleek te zwaar, dus werden er zoetigheden overgeheveld naar mijn koffer, waarna beide koffers te zwaar waren. Daarna gingen we weer even slapen, om rond half 6 door de lichtwekker gewekt te worden.

Na Xiaomei een gebakken eitje te hebben voorgeschoteld, dacht ik lief te zijn door de poes nog een prakje te geven. Poes was ook erg enthousiast en sprong gelijk het aanrecht op. Dat doet ze wel vaker, maar anders dan anders presteerde ze het om het bord op de grond te gooien. Nog voor ik een likje uit het blikje had gehaald, lag het bord in duizend stukken en kon ik het stoffer en blik tevoorschijn halen om de scherven bij elkaar te vegen. Voor straf besloot ik de onhandige vlooienbaal geen eten te geven.

Terwijl Xiaomei nog d’r make-up zat te doen, kwamen de oude lui voorrijden. Eboet was niet mee, maar belde me toen we net onderweg waren. Vreemd genoeg kon hij mij wel prima verstaan, waarschijnlijk ook omdat ik niet opeens Chinees tegen hem ging praten. Op Schiphol was het rustig en werden de loodzware koffers zonder problemen ingecheckt, dus ging ook dat deel van de reis voorspoedig. Voor we het wisten zaten we in Frankfurt (am Main, niet an der Oder), waar we nog een tijd op onze overstap moesten wachten.

In een joekel van een vliegtuig, met evenveel gangpaden als motoren, gingen we de verre reis naar Chengdu (in tegenstelling tot wat Wikipedia beweert, spreek je het als “Tsjangdoe” uit) maken. De kist steeg naar het westen op, waarna het ding tot mijn verbazing naar het noorden toe afboog. Via de Oostzee en de Baltische staten vloog het doodleuk Rusland binnen. De zon was ergens boven Estland al ondergegaan, waardoor het buiten al gauw pikdonker werd. Interessant genoeg was er boven Siberië een zwakke gloed te zien aan de horizon. Xiaomei opperde dat het het noorderlicht kon zijn en dat bleek inderdaad zo te zijn. Op de foto’s die ze van het verschijnsel maakte, waren de verschillende kleuren veel beter te zien dan in het echt, en werd het echt duidelijk dat het het noorderlicht betrof.

Het noorderlicht gezien vanuit het vliegtuig.

Pas ver boven Rusland boog het vliegtuig naar het zuiden af en bereikten we Chengdu zelfs nog wat eerder dan gepland (de grondsnelheid van het toestel was vaak meer dan 950 kilometer per uur). Die tijdswinst werd in China overigens al gauw weer tenietgedaan door allerlei vage controles. Xiaomei moest plotseling een coronatest ondergaan, terwijl alle buitenlanders vingerafdrukken moesten laten nemen en hun raison d’être moesten opgeven, waarna ze nogmaals in de rij moesten gaan staan om opnieuw hun vingerafdrukken af te laten nemen. Om de een of andere reden schoot het voor geen ene meter op. Het was dat het op het nieuwe vliegveld van Chendu, Tianfu, op een flinke afstand van de stad zelf, uitgestorven was, anders hadden er nu waarschijnlijk nog toeristen in de rij gestaan.

Door het oponthoud verlieten we veel later dan gepland de luchthaven, waar Xiaomei d’r vader en een aangetrouwde neef (die ze steeds als zwager aanduidde) geduldig op ons hadden gewacht. Van innige omhelzingen was geen sprake, en in plaats daarvan liepen we gauw naar de parkeerplaats. De neef bracht ons in Xiaomei d’r auto richting de stad. Aanvankelijk ging dat nog wel vrij gemoedelijk, maar naarmate het drukker werd, begon het wel wat meer op een spelletje A2-racer te lijken. In de stad zelf stopten we plotseling en ging hij ervandoor. Bleek dat hij nog moest werken. Daarna reed de vader van Xiaomei ons iets rustiger naar hun huis aan de rand van de stad. Nadat we de koffers binnen hadden gehaald en ik kort kennis had gemaakt met Xiaomei d’r moeder, zijn we maar even een uiltje gaan knappen. Dat mocht wel na bijna 30 uur bijna alleen maar wakker te zijn geweest.

Wordt vervolgd