31 oktober 2022

Verstappen rijdt Schumacher en Vettel uit de recordboeken

Max Verstappen heeft in Mexico zijn veertiende seizoenszege behaald, waarmee hij het record van dertien zeges in een seizoen van Michael Schumacher in 2004 en Sebastian Vettel in 2013 heeft verbroken. Net als vorig jaar werden Lewis Hamilton en Sergio Pérez tweede en derde.

Voor het raceweekend in Mexico wordt eindelijk duidelijk welke straf Red Bull krijgt voor het overschrijden van het budgetplafond in 2021. Het team moet 7 miljoen dollar aftikken (een kostenpost die dan weer niet binnen het budgetplafond valt) en krijgt voor volgend seizoen 10 procent minder tijd te besteden in de windtunnel; als constructeurskampioen zou de Oostenrijkse renstal sowieso al de minste ontwikkelingstijd van alle teams krijgen.

Op het hooggelegen Autódromo Hermanos Rodríguez gaan de paarse bolides aanvankelijk niet bepaald als een speer. In de kwalificatie gaat het beter en pakt Max enigszins verrassend zijn eerste pole op het circuit waar hij al drie keer op had gewonnen; in 2019 was hij weliswaar de snelste, maar werd hij drie plaatsen teruggezet omdat hij de gele vlaggen had genegeerd.

Op drie tienden achterstand zijn de Mercedes van een zwaar gefrustreerde Russle, die dacht dat hij zonder fouten op pole had gestaan, en Luis tweede en derde. Pérez komt voor eigen publiek niet verder dan de vierde plaats. Ferrari is ondertussen helemaal nergens. Science is met hangen en wurgen vijfde, terwijl Leclerc Bottas zelfs nog voor moet laten en slechts als zevende van start mag.

Een dag later verschijnen de twee Red Bulls en de twee Ferrari’s op de zachte banden aan de start. De Mercedes beginnen daarentegen op de slijtvastere mediums. Bij de start zijn ze daardoor ontegenzeggelijk in het nadeel, maar doordat ze in de lange aanloop naar de eerste bocht in de slipstream van Max mee kunnen liften, duikt Russle voor de eerste bocht naast de Red Bull op. Max remt gewoon wat later en gaat als onbetwiste koploper de eerste bocht in. Russle ziet daarentegen Luis in de tweede bocht langszij komen. In de daaropvolgende bocht komt hij op de curbstone en verliest hij dusdanig veel tractie dat Pérez naast hem opduikt. De Mexicaan remt eveneens later en neemt, tot grote vreugde van het publiek, de derde plaats over.

Aanvankelijk gebeurt er heel weinig. De top 4 rijdt hard weg bij de twee Ferrari’s, die op hun beurt wegrijden bij de rest van het veld, aangevoerd door Alonso. In de kopgroep schommelen de onderlinge afstanden lange tijd rond de twee seconden. Naarmate de banden slijten moet Pérez langzaam terrein prijsgeven, dus duikt hij in de 23e ronde als eerste coureur vooraan de pits in voor een nieuwe set mediums. Zijn stop is traag omdat zijn linker achterband er niet meteen af wil en eenmaal terug op de baan moet hij eerst nog met de Ferrari’s af zien te rekenen. Max duikt even later de pits in voor een set mediums. Zijn stop is twee keer zo snel als die van zijn teammaat en hij blijft de Ferrari’s dan ook gewoon voor.

Luis duikt even later de pits in en laat de harde banden omleggen en even later doet Russle hetzelfde, waarna de top 4 weer in dezelfde volgorde als voor de pitstops over het ruim 4 kilometer lange circuit circuleert. Op de harde banden kunnen de Mercedes echter geen vuist maken en dus is de spanning vooraan ver te zoeken. Max verdwijnt langzaam maar zeker aan de horizon, op weg naar alweer zijn veertiende zege van het seizoen, terwijl Luis, net als vorig jaar, Pérez van zich af moet zien te houden.

Meer gebeurt er in de middenmoot, waar Ricciardo zijn enige bandenwissel van de middag heel laat uitstelt om in de slotfase op de zachte banden te kunnen aanvallen. Het plannetje werkt, want op de rode banden is hij niet te houden. Zijn eerste slachtoffer is Tsoenoda. Hij krijgt de Japanner op het lange rechte stuk niet te pakken, dus probeert hij het nogal onbeholpen in een van die veel te krappe bochten. Zoals verwacht eindigt het in tranen. Tsoenoda wordt over het linker voorwiel van de McLaren gelanceerd en ligt er vrijwel meteen uit. Ricciardo ontvangt op zijn beurt een tijdstraf van 10 seconden.

Het mag de pret niet drukken voor de lachende Australiër, die daarna gauw langs teamgenoot Norris en Bottas gaat en alweer negende ligt. Vervolgens zijn de Alpines aan de beurt. De blauw-roze bolide van Alonso loopt op zijn laatste benen, waardoor de Spanjaard Ocon en Ricciardo op het rechte stuk voorbij ziet zeilen. Ricciardo gaat kort daarna ook langs Ocon en rijdt meteen keihard bij de Fransman vandaan.

Kort voor het einde geeft Alonso’s motor definitief de geest en rukt de virtuele safetycar nog even uit. Wanneer de race weer wordt hervat, loopt Ricciardo dusdanig hard bij Ocon vandaan dat hij ondanks zijn tijdstraf gewoon zevende wordt. Max krijgt er weinig van mee. De banden houden het en dus haalt hij ogenschijnlijk moeiteloos zijn veertiende seizoenszege binnen. Daarmee verbreekt hij het record van meeste zeges in een seizoen van dertien, dat hij een week met Michael Schumacher en Sebastian Vettel had gedeeld.

Op vijftien tellen achterstand komt Luis als tweede over de streep. Pérez mag voor eigen publiek naar het podium, terwijl Russle vlak voor tijd nog een nieuw setje banden laat omleggen om het bonuspunt voor de snelste raceronde te pakken. Science wordt vijfde op bijna een minuut achterstand. Leclerc volgt op nog tien tellen.

Ricciardo wordt zevende voor Ocon, in de enig overgebleven Alpine, en teamgenoot Norris, die niet heel erg gelukkig met de gevolgde strategie zal zijn geweest. Het laatste punt gaat naar Bottas, die na zijn zesde startplaats ongetwijfeld op meer had gerekend, maar na een slechte start en een gebrek aan scherpte in de duels niet op een beter resultaat aanspraak kon maken. In ieder geval was het voor de Fin zijn eerste puntje sinds juni.

Net buiten de punten finisht Gasly in de enig overgebleven AlphaTauri, dat daardoor in het constructeurskampioenschap nog steeds achter Haas op de negende plaats blijft staan. Albon wordt twaalfde, voor Joe en de raadselachtig trage Aston Martins van Fattle en Stroll. Mick eindigt net voor teamgenoot Magnussen als zestiende in een hopeloos weekend voor Haas, terwijl de stuitend trage Latifi afgetekend laatste is op twee ronden achterstand.

Over twee weken gaat het Formule 1-circus verder in Brazilië. Scherpt Max zijn record daar nog wat verder aan, of steekt Mercedes daar eindelijk een stokje voor?

24 oktober 2022

Deze was voor Dietrich

Max Verstappen heeft in Amerika zijn dertiende seizoenszege behaald. In de slotfase van de levendige race rekende hij af met Lewis Hamilton en Charles Leclerc, die samen met hem op het podium stonden. Mede dankzij de vierde plaats van Sergio Pérez sleepte Red Bull drie races voor het eind de constructeurstitel in de wacht.

De rijderstitel mag dan wel binnen zijn en de constructeurstitel kan ze bijna niet meer ontgaan, toch komt Red Bull voorafgaande het raceweekend in Texas zwaar in het defensief vanwege het overschrijden van het budgetplafond in 2021. Waar de concurrentie eiste dat de Oostenrijkse renstal aan de hoogste boom zou worden opgeknoopt, praatte Red Bull-teambaas Christian Horner zich de blaren op de tong om de hele racewereld ervan te overtuigen dat er slechts procedurele fouten waren gemaakt en dat het team er geen voordeel bij had gehad. Erg overtuigend was zijn pleidooi kennelijk niet, want tijdens het raceweekend werden Max en Pérez alsnog door boze fans op Circuit of the Americas uitgejoeld.

Aan die verhitte discussie kwam subiet een einde toen net voor de kwalificatie het droevige nieuws wereldkundig werd gemaakt dat Red Bull-oprichter Dietrich Mateschitz op 78-jarige leeftijd was overleden. Dat kon er ook nog wel bij voor de Oostenrijkers. In de kwalificatie zijn de Ferrari’s van Science en Leclerc het snelste, voor de Red Bulls van Max en Pérez. De Mexicaan laat tevens zijn motor verwisselen en moet vijf plekken inleveren. Leclerc valt om dezelfde reden tien plekken terug, waardoor Max doorschuift naar de eerste startrij.

Als de lichten een dag later doven, komt hij veel beter van zijn plek dan Science, die de koppositie binnen honderd meter al kwijt is. De Spanjaard hoopt in de eerste bocht de tegenaanval in te zetten, maar wordt tot zijn ontzetting vol in de flank geraakt door de als vierde gestarte Russle. Science spint en ziet het hele veld voorbijrazen. Tot overmaat van ramp blijkt zijn Ferrari terminaal beschadigd en moet hij ontgoocheld opgeven. Russle krijgt op zijn beurt een tijdstraf voor het vergrijp.

Beter vergaat het Max, die met een flinke voorsprong uit het startgewoel komt. Luis is naar de tweede plek opgerukt, voor de fraai als vijfde gestarte Stroll. Lang kan de Canadees zich niet op de derde plek handhaven. Eerst komt Russle hem voorbij en even later volgt Pérez, die zich zonder problemen van zijn gridstraf herstelt. De Mexicaan meldt zich al gauw aan de staart van de Mercedes, maar inhalen is er niet bij.

Vanwege de hoge bandenslijtage beginnen de pitstops al vroeg in de race. Pérez gaat via de pitstops voorbij Russle, die zijn tijdstraf uit moet zitten. Max weet zijn voorsprong op Luis bij de pitstops te vergroten. Ook ligt Leclerc nog tussen de twee kemphanen van vorig jaar in. De Monegask, die de grootste moeite had met Fattle in de achterste Aston Martin, blijft vrolijk op zijn oude banden doorrijden, net als Fattle overigens.

Die tactiek pakt goed uit als Bottas, die na een mislukte pitstop nog steeds klemzit achter Gasly, zijn Alfa Romeo plotseling tot aan zijn assen in het grind zet. Meteen rukt de safetycar uit en duikt iedereen de pits in die nog geen nieuwe banden had laten omleggen. Leclerc blijft zodoende Russle voor en kan als vierde aansluiten, terwijl Fattle ineens voor Stroll ligt.

Als de race wordt hervat, is Alonso op oorlogspad. De Spanjaard, die eveneens van de neutralisatie had geprofiteerd, ontfutselt Gasly meteen de achtste plaats, waarna hij op jacht gaat naar Stroll. Op het lange rechte stuk komt hij pas op het allerlaatste moment uit de slipstream. Precies op dat moment gooit Stroll het gat dicht en wordt Alonso over het linker achterwiel van de Aston Martin gelanceerd. De Alpine toucheert de vangrail, maar kan wonder boven wonder verder, terwijl Stroll gelijk uit de strijd ligt. Vanwege de ravage moet de safetycar opnieuw uitrukken.

De tweede herstart verloopt wel zonder incidenten. Max behoudt zonder problemen de leiding, voor Luis en Pérez, waarmee de volgorde vooraan hetzelfde is als een jaar eerder. Heel lang houdt de situatie niet stand, omdat Leclerc Pérez halverwege de race op een gedurfde manier inhaalt. Niet veel beter vergaat het Max, die klaagt over de motor en niet weg kan rijden bij Luis.

Mercedes ziet kans om de leiding over te nemen en haalt Luis vroeg de pits in voor wederom een set harde banden. Red Bull probeert te counteren door Max een ronde later eveneens de pits in te dirigeren. De pitstop loopt uit op een kleine ramp omdat het linker voorwiel er maar niet op wil. Tot zijn niet geringe frustratie rijdt Max nog achter Leclerc, die eveneens een set nieuwe mediums had laten monteren, de pits uit. Luis is dan al uit het zicht verdwenen.

De koppositie is dan in handen van Pérez, die even later ook nieuwe banden haalt en met het betere ellebogenwerk kan voorkomen dat hij zijn plek kwijtraakt aan Russle, die een paar ronden daarvoor was gestopt. Max dringt ondertussen aan bij Leclerc. Hij gaat de Ferrari in de eerste bocht voorbij, maar wordt meteen weer teruggepakt. Even later is het wel raak en blaast hij de Monegask op het lange rechte stuk met behulp van DRS finaal voorbij.

Fattle is vooraan als enige nog niet voor de tweede keer gestopt en ligt daardoor trots aan kop. Tegen Luis heeft hij weinig in te brengen en eenmaal terugverwezen naar de tweede plek laat ook hij nieuwe banden omleggen. De pitstop loopt uit op een ramp als het linker voorwiel er niet op wil, waardoor de Duitser zich terug op de baan ineens op de dertiende plaats terugvindt.

Eenmaal op de tweede plaats heeft Max aanvankelijk moeite om Leclerc af te schudden. Wanneer hij hem eindelijk uit zijn DRS-bereik heeft gereden, gaat hij op jacht naar Luis. De mediums blijken inderdaad sneller te zijn dan de harde banden en dus knabbelt Max steeds wat van zijn achterstand af. Daarmee is de situatie precies omgekeerd aan die van vorig jaar, toen Max zelf rondenlang de druk van Luis moest weerstaan.

Waar Max destijds de overwinning uit het vuur sleepte, lukt het Luis, die dit jaar nog op zijn eerste overwinning wacht, niet. Vanaf grote afstand zet Max aan het eind van het lange rechte stuk de aanval in. Luis wordt erdoor verrast en probeert hem in de remzone nog de pas af te snijden, maar is te laat. Luis geeft niet op, maar moet zich na een bochtenlang gevecht definitief gewonnen geven.

Zodoende boekt Max zijn dertiende seizoenszege in een emotioneel weekend, waarmee hij Michael Schumacher en Fattle evenaart, die hun laatste titels met hetzelfde aantal overwinningen binnenhaalden. Luis wordt tweede, terwijl Leclerc Pérez nog net voor weet te blijven en derde wordt. Hoewel Leclerc daarmee de tweede plek in het kampioenschap weer van Pérez overneemt, is het onvoldoende om het constructeurskampioenschap langer open te houden. Dat is, voor het eerst sinds 2013, een prooi voor Red Bull.

Op gepaste afstand komt Russle als vijfde over de streep nadat hij kort voor het einde nogmaals nieuwe banden had gehaald om het bonuspunt voor de snelste raceronde te pakken. Norris wordt dankzij een ijzersterke eindsprint zesde. Vlak voor tijd gaat hij langs Alonso, die tegen het eind van de race zijn beschadigde rechterspiegel verliest, maar wel zevende wordt met zijn gewonde bolide.

Fattle krijgt Magnussen in de laatste ronde nog te pakken en finisht ondanks zijn volkomen mislukte stop nog als achtste. De Deen rijdt voor het eerst in drie maanden weer in de punten na de dappere beslissing om na de neutralisatie geen nieuwe banden meer te halen. Het laatste punt gaat naar Tsoenoda, een mager resultaat nadat hij en teamgenoot Gasly na de herstart een tijd op de zevende en achtste plaats hadden gebivakkeerd. Gasly komt vlak achter hem over de streep, maar finisht na een tijdstraf omdat hij een tijdstraf niet goed zou hebben ingelost slechts als veertiende.

Eveneens achter het net vissen de vanuit de pits gestarte Ocon en Joe, terwijl Mick na zijn pitstop niet vooruit te branden is en slechts als vijftiende eindigt. Hij weet alleen de stuitend langzame Ricciardo en de fout op fout stapelende Latifi voor te blijven.

Wordt Mexico volgende week Maxico, of moet de tweevoudig wereldkampioen langer wachten op zijn unieke veertiende seizoenszege?

10 oktober 2022

BSG wint moeizaam van Schaakmat Westland

BSG heeft in de tweede ronde zijn eerste overwinning van het seizoen gepakt. Schaakmat Westland werd met het kleinst mogelijke verschil aan de kant gezet.

Na de valse start tegen Philidor was BSG er alles aan gelegen om de uitwedstrijd tegen het vrij zwakke team van Schaakmat Westland in een overwinning om te zetten. De club speelt in het gehucht De Lier, gelegen in het landelijke gebied tussen Den Haag en Rotterdam, een uithoek van Holland waar ik met BSG in externe wedstrijden zelden geweest ben. Dat elke akker er versierd was met een reeks vlaggen van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, maakte dat je je helemaal in het buitenland waande. Geen van de spelers van de twee teams van de ernstig vergrijsde thuisclub kwam me ook maar enigszins bekend voor.

Een voordeel van die oldtimers is dat hun denkpatronen al helemaal ingesleten zijn, waardoor je je goed kunt voorbereiden, helemaal als er veel partijen van ze bekend zijn. Henk van Putten is zo iemand. Ondanks zijn hoge leeftijd is hij nog enorm actief op internet, wat een goudmijn aan partijen oplevert. Ewood trof hem aan het derde bord en wist precies wat hem te doen stond. Hij had zijn huiswerk goed gemaakt en dat leverde hem een dijk van een stelling op, waarna zwart gauw onder de druk bezweek en de benjamin in het gezelschap BSG op voorsprong zette.

Een paar borden verderop won Rein tegen Manfredt Kindt in de opening een hele lelijke pion. In de manoeuvreerpartij werd het evenwicht niet echt verbroken, maar net toen het spannend dreigde te worden, werd plotseling de vredespijp gerookt. Na afloop had Rein het gevoel er met een blauw oog vanaf te zijn gekomen. Dat fysieke ongemak bleef hem gelukkig bespaard, maar helemaal ongeschonden kwam hij niet thuis, omdat hij op weg naar de auto een stoeprandje over het hoofd zag.

De voorsprong werd vergroot door Ton, die met zwart een vlijmscherpe Siciliaan speelde, waarin tegenstander Johan Valstar het verkeerde stuk offerde en weliswaar met een paard een bres in de zwarte koningsstelling wist te slaan, maar toch te weinig compensatie had. Ton speelde het nogal losjes verder, waardoor het toch nog spannend werd, maar toen de witspeler niet doorzette, ging hij er alsnog aan.

So far so good, maar helaas kwamen er daarna wat nullen bij BSG op het scorebord terecht. Het Apenhoofd zat aan het kopbord tegenstander Michiel van Woerden in het middenspel volledig weg te schuiven, totdat de bordjes bij een afwikkeling volledig verhangen werden en hij met de pest in het lijf de witte vlag moest uithangen.

Ook niet best verging het Iskander, die in zijn eerste partij van het seizoen per se wit wilde hebben. Via een zetverwisseling kwam hij in het Frans terecht en besloot hij maar een gare zijvariant te spelen. Daarin vergat hij ergens met e4-e5 lebensraum voor zijn stukken te creëren, waarna tegenstander Timon van Dijk die zet zelf maar speelde en overweldigend kwam te staan. In het vervolg werd Iskander langzaam doodgedrukt alsof hij tegen Karpov in zijn beste jaren zat te spelen. BSG was zodoende weer terug bij af.

Gelukkig deed de Timon aan BSG-zijde wat terug door Menno Pietersma te verslaan. Hij kwam met een wat speculatief stukoffer op de proppen. Toen de witspeler daar te timide op reageerde, begon Timons leeuw pas echt te brullen. Eenmaal in het voordeel speelde hij het voorbeeldig uit en dus stond BSG weer op voorsprong.

Aan het laatste bord kwam Ruben met zwart vanuit het Russisch fantastisch uit de opening tegen Paul Brasser. Daar bleef het kennelijk bij en dus eindigde de partij vredelievend. Daarmee had FM Henk de taak de teamwinst binnen te tikken. Na de hele partij het beste van het spel te hebben gehad tegen Marnix Hofman (maar wie speelt er ook voor de lol een Nimzo met 4.f3?) kon hij niet doordrukken en gaf hij het eindspel met een dame tegen toren en loper maar remise.

Daarmee werd de eindstand op 3½-4½ voor BSG bepaald, een benauwde overwinning, die wel iets ruimer had mogen zijn. In ieder geval wist BSG voor het eerst in jaren weer een uitwedstrijd te winnen en dat biedt hoop voor de toekomst. Over vier weken is een club met de vreemde naam Rokado het volgende beoogde slachtoffer van de dadendrang van BSG.

Schaakmat Westland (2083) – BSG (2134) 3½-4½
1. Michiel van Woerden (2168) – Jesper de Groote (2204) 1-0
2. Marnix Hofman (2183) – Henk van der Poel (2234) ½-½
3. Henk van Putten (2061) – Ewoud de Groote (2237) 0-1
4. Johan Valstar (2008) – Ton van der Heijden (2267) 0-1
5. Manfred Kindt (2066) – Rein Brouwer (2073) ½-½
6. Menno Pietersma (2084) – Timon Brouwer (2021) 0-1
7. Timon van Dijk (2088) – Iskander Schrijvers (2033) 1-0
8. Paul Brasser (2006) – Ruben Hilhorst (2003) ½-½

Verstappen pakt tweede titel in stijl

Max Verstappen is voor de tweede keer wereldkampioen geworden. Op een kletsnat Suzuka droogde hij in de gekortwiekte Grand Prix van Japan de concurrentie af op weg naar zijn twaalfde seizoenszege. Dankzij de tijdstraf van Charles Leclerc na de race was dat precies genoeg voor de titel.

Met vijf zeges op rij legde Max rond de zomerstop de basis voor zijn tweede titel. In Singapore kon het al zover zijn, maar doordat hij na een uitermate ongelukkig weekend op een zevende plaats bleef steken, moest het titelfeest nog even worden uitgesteld. In Japan kon het alsnog zover zijn.

In de droge kwalificatie laat Max er geen gras over groeien en kaapt hij de pole voor de neuzen van Leclerc en Science weg. Pérez is op gepaste afstand vierde, terwijl de Mercedes voor de verwachte natte omstandigheden op zondag zijn afgesteld en de daaropvolgende startrijen delen met de Alpines.

Een dag later regent het inderdaad pijpenstelen en dus vertrekt het hele veld op intermediates. Als de lichten doven, komt Max matig weg. Leclerc ligt een neuslengte voor als ze op de eerste bocht afstormen. Max durft later te remmen en gaat de Monegask in een zwierige beweging buitenom voorbij.

Achter hen gebeurt het nodige in de openingsronde. Zo valt Fattle naar de laatste plaats terug als hij Alonso in de eerste bocht aantikt en linksaf de grindbak in verdwijnt. Nog minder vergaat het Science, die halverwege de eerste ronde hard van de baan tettert. Na de muur te hebben geraakt, komt de gebutste Ferrari half op de baan tot stilstand. Gelukkig weet iedereen de bolide te ontwijken. De vanuit de pits gestarte Gasly onderschept echter een losgeraakt reclamebord en kan meteen weer de pits in.

De race is ondertussen geneutraliseerd. In zijn haast om weer bij de rest van het veld aan te sluiten, rijdt Gasly als een bezetene de baan over en krijgt hij de schrik van zijn leven als hij langs de baan ineens een takelwagen ziet opdoemen. Het ding is er natuurlijk om Science’ Ferrari te bergen, maar het roept bij de Fransman direct akelige herinneringen aan het ongeluk met Jules Bianchi in 2014 op. Niet lang daarna wordt de race vanwege de hevige regenval onderbroken.

Pas na twee uur zijn de omstandigheden iets verbeterd en wordt de race hervat met de 18 auto’s die nog in competitie zijn; Albon had de eerste ronde door een technisch defect niet overleefd. Er zijn nog 40 minuten te gaan als de race na een aantal trage ronden achter de safetycar eindelijk echt van start gaat.

In de achterhoede duiken Fattle en Latifi meteen achter de safetycar de pits in om hun regenbanden, die vanwege de slechte weersomstandigheden verplicht waren gesteld, in te wisselen voor intermediates. Op de groen gemarkeerde band zijn ze loeisnel, dus volgt iedereen hun voorbeeld.

De enige die stoïcijns op zijn regenbanden blijft doorrijden, is Mick. Max krijgt de zoon van kort na zijn bandenwissel te pakken en weet zodoende Leclerc, die nog wat langer achter de Duitser gevangen zit, af te schudden. Plotseling heeft Max 5 tellen voorsprong. Leclerc knabbelt daar meteen wat van af, maar beult daarbij zijn banden te veel af, waardoor hij het gat in het vervolg alleen maar ziet oplopen.

Naarmate de gekortwiekte race vordert, moet Leclerc steeds meer in zijn spiegels gaan kijken. Pérez loopt gestaag in en zit in de slotfase in de kofferbak van de Ferrari. Max heeft ondertussen zo’n grote voorsprong dat hij overweegt om, net als enkele coureurs in de achterhoede, een nieuw setje intermediates te halen om het punt voor de snelste raceronde op te strijken. Daar ziet hij uiteindelijk maar vanaf, dus komt hij na 28 van de geplande 53 ronden met een kanonneneind voorsprong over de finish.

Leclerc bezwijkt op zijn beurt in de allerlaatste bocht onder de druk van Pérez. Hij snijdt de chicane af en rijdt Pérez daarna nog klem, wat hem kort na de finish volkomen terecht op een tijdstraf van 5 seconden komt te staan. Red Bull kan zodoende een dubbelzege vieren in Honda-land, maar het wordt nog beter voor ze als er onverwacht toch volledige punten voor de halve race worden uitgedeeld.

Na het fiasco in België van vorig jaar was er een uitermate ingewikkelde puntentelling bedacht voor in het geval dat niet de volledige raceafstand zou worden afgelegd. Dat vervolgens om een nogal vage reden niet gebruikt werd. De telramen worden er nog maar een keer bij gepakt en plotseling wordt Max tot kampioen uitgeroepen. Zijn voorsprong van 113 punten is er één meer dan de 112 punten die in de komende vier races plus sprintrace zijn te vergeven.

De Nederlander kan het zelf nog niet echt geloven dat hij de titel vier races voor het eind al gewonnen heeft. Aanvankelijk zag het er niet naar uit dat hij zijn titel zou prolongeren, na twee uitvalbeurten in drie races, maar vanaf dat moment was hij bijna niet te stoppen. Met 12 seizoenszeges is hij tevens hard op weg om het record van 13 overwinningen in een seizoen van Michael Schumacher in 2004 en Fattle in 2013 te verbreken.

Pérez neemt door zijn tweede plaats de tweede plek van Leclerc in het kampioenschap over, waarmee de constructeurstitel voor Red Bull ook een formaliteit lijkt. Daarmee komt tevens een eind aan 8 jaar Mercedes-dominantie. Het Duits-Britse team, dat in 2014 nog een einde aan de Red Bull-dominantie maakte, speelde in Japan wederom een figurantenrol. Luis beet zijn tanden stuk op Ocon en werd vijfde, terwijl Russle terrein verloor bij de pitstops en slechts als achtste over de finish kwam.

Fattle kwam nog knap als zesde over de streep dankzij zijn bandengok, terwijl Alonso er in de slotfase nog een bandenwissel tegenaan gooide in de hoop de Duitser te kloppen. Hij kwam daarvoor een fractie van een seconde tekort. Latifi scoorde ondertussen zijn eerste punten van het seizoen dankzij dezelfde bandengok als Fattle, terwijl Norris met het laatste punt genoegen moest nemen.

Over twee weken gaat het seizoen verder in Amerika, waar Red Bull eventueel al het constructeurskampioenschap kan veiligstellen.

17 september 2022

Ook in de tweede klasse heeft BSG het zwaar

 Na de degradatie uit de eerste klasse zou BSG een niveautje lager weer veel gaan winnen. Het K-woord werd voor het begin van het seizoen al in de mond genomen. Al in de eerste ronde kregen die kampioenschapsaspiraties een gevoelige knauw. Het sterke Philidor Leiden won in het Denksportcentrum met het kleinst mogelijke verschil.

Na een vrijwillige en een onvrijwillige degradatie speelt BSG 1 dit seizoen in de tweede klasse, een klasse waar het tweede vier seizoenen geleden nog in uitkwam. Sinds 2007 heeft BSG 1 ook niet meer zo laag gespeeld als nu. Toch was er plaats voor optimisme. Doordat BSG 1 niet langer een tiental, maar een achttal was, ging het er qua speelsterkte op vooruit. Hoe groot het zelfvertrouwen was, bleek wel toen grootmeester Harmen Jonkman vriendelijk werd bedankt voor zijn interesse. De tien spelers van afgelopen seizoen, exclusief Coen, zouden dit jaar een gooi om het kampioenschap moeten doen.

De eerste tegenstander was Philidor uit Leiden, met ex-BSG’er Frank Erwich als onbetwist sterkste speler. Een geduchte tegenstander en een belangrijke concurrent voor promotie. Dat beide teams zich doordrongen waren van het belang van de wedstrijd, bleek wel uit het feit dat ze op volle oorlogssterkte waren. Bij BSG, dat standaard elke ronde twee reserves heeft, hadden Iskander en teamleider Timon deze ronde vrijaf.

Uit tactische overwegingen had BSG Rein aan het kopbord gezet, in de hoop dat hij daar met zijn betonstijl een remisetje kon pakken tegen Frank Erwich. Philidor doorkruiste het strijdplan door de uit vorm zijnde Thijs Roorda aan het kopbord te posteren. Inderdaad eindigde het duel in een draw en daar mocht Rein niet over mopperen.

Ewood had aan het derde bord de taak om Frank Erwich te neutraliseren en deed dat met verve. Hij besloot opeens een Caro-Kann uit de hoge hoed te toveren en bereikte daarmee al gauw een gelijke stelling, waarna de vredespijp werd gerookt.

Minder verging het Ruben aan het laatste bord. Robin Wooter zette hem in de opening al gauw aan het denken en had al gauw het beste van het spel. In een moeilijke stelling ging Ruben gauw door de knieën en dus stond Philidor op voorsprong.

Tegenvallend voor BSG was dat Ton aan het tweede bord het verschil niet kon maken. Hij had alles wat een schaker zich maar kan wensen, maar op het eind kon Stef van der Zon met een uiterst vervelend paard nog remise maken.

Ongeveer het omgekeerde verloop had de partij van het Apenhoofd aan bord 5. Na de opening verprutst te hebben, mocht hij van geluk spreken dat tegenstander Maarten van Harten de finishing touch miste, waardoor hij nog met een blauw oog naar remise kon ontsnappen.

De situatie werd penibel voor BSG toen Frans aan het zevende bord zijn koning moest omleggen. Tegen Arres Oudshoorn had hij zich, zijn stijl getrouw, toegelegd op tegenhouden. Dat ging een tijd goed, maar aan het eind van de middag was de benzine op en werd hij alsnog naar een nederlaag gespeeld.

FM Henk scoorde de aansluitingstreffer door Guido Koekenbakker in het eindspel pootje te haken, waarna alle ogen gericht waren op de partij tussen Mark en Wessel Braggaar. Na een in het middenspel geofferde pion nooit meer te hebben teruggezien, probeerde Mark in het eindspel nog een wonder te verrichten met zijn loperpaar, dat inmiddels tegen twee minuspionnen moest opboksen. Het wonder geschiedde half, want hij wist er dankzij een zetherhaling nog een remise uit te peuren. Meteen na afloop kreeg de arme zwartspeler de vraag van zijn teamgenoten naar zijn hoofd geslingerd waarom hij niet een van zijn pluspionnen opofferde om wits vervelende loper te ruilen.

Voor het resultaat maakte het niet uit, want BSG verloor alsnog. Met het kleinst mogelijke verschil, net als vorig jaar vaak het geval was. In dat opzicht is BSG nog niet veel met de degradatie opgeschoten. BSG 2 won daarentegen juist met het kleinst mogelijke verschil van het niet misselijke team De Amstel 1, na lange tijd op achterstand te hebben gestaan.

BSG (2155) – Philidor Leiden (2160) 3½-4½
1. Rein Brouwer (2071) – Thijs Roorda (2136) ½-½
2. Ton van der Heijden (2270) – Stef van der Zon (2150) ½-½
3. Ewoud de Groote (2233) – Frank Erwich (2376) ½-½
4. Henk van der Poel (2218) – Guido Bakker (2183) 1-0
5. Jesper de Groote (2206) – Maarten van Harten (2145) ½-½
6. Mark Grondsma (2114) – Wessel Braggaar (2099) ½-½
7. Frans Borm (2109) – Arres Oudshoorn (2154) 0-1
8. Ruben Hilhorst (2015) – Robin Wooter (2035) 0-1

BSG heeft nog drie weken om over deze kater heen te komen, want dan speelt het tegen Schaakmat Westland.

16 september 2022

Spanje

De brandende zon, die lange trap naar het strand en natuurlijk die grot: zo herinner ik mij Menorca. Afgelopen week was ik voor het eerst in 23 jaar weer terug op het eiland voor een familiereünie.

Lastige patiënten, botte leidinggevenden en een hoge werkdruk die alleen maar oploopt omdat er nauwelijks nieuw personeel aangetrokken wordt: werken in de gezondheidszorg is niet altijd even makkelijk. Vandaar dat Beppie naar haar pensioen snakte. Lang voordat ze de almaar stijgende pensioenleeftijd had bereikt, zat ze de laatste jaren van haar werkzame leven af te tellen. Ze kon niet meer en wilde liever gisteren nog dan vandaag stoppen. Uiteindelijk kwam ze op het idee om maar wat eerder met pensioen te gaan.

Al in het begin van het jaar had ze uitgerekend dat ze nog tot eind augustus zou moeten werken. Vanaf september zou ze dus alle tijd van de wereld hebben. Gelijk werd de vakantie naar Menorca ingepland. Na enig overleg met de rest van de familie werd gekozen voor de eerste volledige week van de herfstmaand, ruim voor Prinsjesdag, mocht ik voor die dag nog een hoop rekenwerk op mijn bord krijgen.

Hoe ongelukkig die timing was, bleek wel toen ik de week voor de vakantie ineens werd uitgenodigd om een huis te bezichtigen. Na al die jaren dat ik op sociale huurwoningen had gereageerd, mocht ik eindelijk een keer een huis komen bezichtigen! Ik vond het superspannend, ondanks dat ik ergens onderaan de lijst stond. Beppie haalde me die maandagochtend op voor de bezichtiging. Het hokje lag vlak bij het ziekenhuis waar ze werkte, dus kende ze de omgeving als haar broekzak. Desalniettemin stonden we nog een tijd in de file. Binnendoorweggetje, rijbaan afgesloten, dat soort flauwekul, maar wel typisch Hilversum. Gelukkig waren we nog op tijd en kregen we een rondleiding door het appartement.

Zelf was ik onder de indruk van de ruimte. Het appartement had een extra kamer ten opzichte van mijn huidige hokje. Tevens lag het aan een rustige weg en was er nauwelijks inkijk omdat het op de eerste verdieping lag. Dat was gelijk ook het grootste nadeel, want hoe kon de poes dan naar buiten? Toch zag ik mezelf er al wonen. Beppie was minder enthousiast. “Het is ook wel het minimale van het minimale!”, riep ze uit nadat ze de kleine badkamer had gezien. Terug in de auto vertelde ze dat de timing ongelukkig was omdat we eerst nog op vakantie gingen, dat ik dan wellicht met een dubbele huur zat en dat ze me niet kon helpen met verhuizen. Dat wist ik ook wel voordat we het huis gingen bezichtigen. In ieder geval wist ze de verhuisplannen uit mijn hoofd te praten. Met pijn in het hart besloot ik niet op de woning te reageren, waardoor ik mijn kans erop verspeelde.

Misschien had die teleurstelling zijn weerslag op mijn gezondheid, want al gauw begon ik last te krijgen van mijn keel. Op woensdag voelde ik me al goed brak. Die ochtend kreeg ik de instructie om aan het eind van de middag naar het huis van de oude lui te fietsen, omdat we dan uit eten zouden gaan vanwege Beppie d’r pensioen. Toen ik daar eenmaal was aangekomen, mocht ik meteen mee in de auto. Plaats van bestemming was Beppie d’r werk, waar een heel afscheidsfeest was georganiseerd. Het feestvarken zelf was vreemd genoeg helemaal overdonderd door de positieve aandacht en de lieve woorden van haar collega’s. Zelf was ik ook een beetje overdonderd omdat niemand me van het feest op de hoogte had gebracht en ik me echt niet heel tof voelde. Nadat alle collega’s waren vertrokken en Beppie alle aankondigingen van het feest van de zuilen had gerukt, gingen dan toch nog uit eten.

De rest van de week verbeterde mijn gezondheidstoestand niet, dus besloot ik vrijdag maar naar de lokale drogist te gaan in de hoop dat ik daar een middeltje kon krijgen dat subiet een einde aan mijn ziekte kon maken. Ik kwam thuis met smeltparacetamols en een of andere desinfecterende spray voor mijn keel. Dat zou moeten helpen! Nou, mooi niet. Mijn conditie verslechterde alleen maar, ook omdat ik bijna niet kon slikken, waardoor ik moeite had om genoeg te drinken en begon uit te drogen.

Zaterdagmiddag werd ik opgehaald voor De Grote Reis. Die avond sliep ik bij de oude lui, omdat we in het holst van de nacht zouden worden opgehaald door de taxi die ons naar de luchthaven zou brengen. Na nog een tijdje in bad te hebben gelegen, werd ik in Loulous bed gestopt. Echt slapen kon ik niet. Naast me lag Beppie ook nogal te woelen. Ewood gaf aan dat hij die avond vooral had gecomputerd, dus zal Loulou, die op de bank moest slapen, de enige zijn geweest die nog een heel klein beetje had geslapen.

Om middernacht ging de wekker en begon het wachten op de taxi. Loulou was nogal zenuwachtig en begon iedereen te irriteren door constant naar de bekende weg te vragen. Nadat hij een totaal niet passende trui over zijn bruine shirt had aangetrokken, vroeg hij of hij niet beter een jas aan kon doen omdat daar zakken in zaten. Een antwoord op die prangende vraag kreeg hij natuurlijk niet. In plaats daarvan vroeg iedereen zich af waarom hij niet eerder wat meer denkwerk aan zijn kledingkeuze had besteed.

Op de luchthaven kwamen we de Ukyo’s tegen, plus Evelien (niet haar echte naam, maar zo noemde Beppie haar steeds), de vriendin van Erik, met haar zoontje Larkin. Bij de security check werd Beppie staande gehouden omdat ze te veel kleingeld in haar tas had, terwijl Carolien vanwege de urnen met de as van haar ouders iets uit te leggen had. Uiteindelijk konden we zonder al te veel vertraging doorlopen en waren we, zoals verwacht, veel te vroeg. Met mijn brakke kop kon ik nog vier uur proberen te doden, wat absoluut geen lolletje was. Om het nog erger te maken, had ik me vergrepen aan een flesje ijsthee. Daar kreeg ik meteen enorme spijt van, want na een paar slokken was mijn keel er erger aan toe dan ooit tevoren.

De twee uur durende vlucht vol krijsende baby’s wist ik nog wonderbaarlijk goed te doorstaan. Hoewel Beppie had ingeschat dat het regelen van de huurauto’s nog wel een uur zou duren, hadden ze het in niet veel meer dan vijf minuten geregeld. Zowel de Ukyo’s als wij kregen de beschikking over een of andere vormloze mastodont waar de passagiers en alle koffers zonder problemen in pasten.

Wel was de auto handgeschakeld. Loulou heeft sinds ruim een jaar een automaat (“een automatische auto!”) en is daar bijzonder over te spreken. Je hoeft niet steeds de benzine te roeren en als je gas geeft, ga je ook meteen vooruit. Hoe heeft hij ooit zonder gekund? Het nadeel is wel dat luxe gauw went en dat het dan moeilijk is om weer over te schakelen. Dikwijls trok Loulou vanuit de tweede of soms zelfs derde versnelling op, of liet hij de motor afslaan omdat hij vergat de koppeling op tijd in te drukken. Het maakte dat hij moeite had om Kees te volgen, ook omdat hij bij het binnenrijden van Cala en Porter braaf, zoals aangegeven, 30 ging rijden, waar Kees en alle locals gewoon 80 bleven rijden.

Uiteindelijk kwamen we bij het huis van Maria aan. Cookie, mijn jongste nichtje (maar twee jaar ouder dan ik) was er niet, maar Xavi en de kinderen wel. Terwijl iedereen een rondleiding door het best wel grote huis (zeg ik als huurder van een hokje van 50 vierkante meter) kreeg, lag ik op apegapen op de bank toen Cookie eindelijk terugkwam. Ik maakte natuurlijk een voorbeeldige eerste indruk door nauwelijks aanspreekbaar te zijn.

Niet lang daarna gingen we aan een lange tafel lunchen. Ik kreeg een soort thee met ijsblokjes, maar ik vond het spul zo smerig dat ik meteen m’n mond ging spoelen. Beppie besloot het daarna ook te proeven en vond dat er inderdaad een eigenaardig smaakje aan zat. Ewood geloofde het allemaal niet en nam, macho als hij is, ook maar een grote slok. Hij hield zich groot, maar aan het feit dat hij het bij die ene slok hield, maak ik op dat hij het ook niet al te lekker vond.

Na de uitgebreide lunch brachten de oude lui ons naar ons appartement. Een ervan was al beschikbaar, dus trokken Ewood en ik daarin. We konden onze spullen daar alvast droppen en we konden ons omkleden. Speciaal voor de Formule 1-race op Zandvoort had ik mijn knaloranje shirt meegenomen, dus deed ik dat maar aan. Even later zaten we weer in de auto op weg naar het huis van Cookie, waar we meteen een bord rijst aangeboden kregen. Ewood nam het geschenk gretig aan, maar Loulou sloeg het af omdat hij nog vol zat. Wel wist hij Viaplay-abonnement te activeren, zodat we de hele middag naar het zouteloze commentaar van Nelroy en Melson konden luisteren. Max stelde voor eigen publiek niet teleur en won de race, die pas in de slotfase interessant begon te worden. Voor die tijd was ik al een paar keer bijna in slaap gevallen.

Die avond gingen we redelijk op tijd naar bed, maar niet voordat ik de oude lui op het hart had gedrukt dat ze echt maar beter heel snel een dokter konden bellen. Loulou had uiteindelijk iemand te pakken gekregen. De komende ochtend zou er een dokter in het plaatsje zijn. Inmiddels had Loulou wel trek gekregen, dus reageerde hij vol ongeloof toen hij te horen kreeg dat er geen avondeten was, en moest hij met een rammelende maag naar bed.

Die ochtend gingen we na het ontbijt gauw naar de plaatselijke dokter. De dokter was er nog niet, dus werden we verzocht naar de dokter in een naburig plaatsje te gaan. Daar aangekomen duurde het nog even voor we het gevonden hadden. Het was een gebouw van het Rode Kruis. Eenmaal binnen moest ik een formulier ondertekenen. Na een tijdje te hebben gewacht, werd er ineens een naam omgeroepen. Ik verstond er niet veel van, maar toch had ik het vermoeden dat ze mij bedoelden, dus liep ik, samen met mijn moeder het hokje binnen.

Daar kreeg ik meteen de vraag wat eraan scheelde. “Severe throat…” bracht ik uit. De dokter had iets anders verstaan en schreeuwde nog voor ik was uitgepraat “Fever?!”. Warm was ik wel, maar dat was slechts een symptoom van mijn keelpijn en het bijna niet kunnen drinken. Na een aantal testjes te hebben gedaan, douwde de dokter een staafje op m’n tong. Toen was het haar gelijk duidelijk dat ik een keelinfectie had. Gelijk mocht ik meekomen voor een prik. Een andere dokter injecteerde iets in mijn kont. Ik voelde het meteen in mijn voet en ik kon amper lopen. Ook begon ik gelijk enorm te zweten, alsof ik nog niet genoeg was uitgedroogd. We kregen een doktersrecept voor paracetamol en antibiotica mee. Terug in Cala en Porter haalde Beppie de medicijnen bij de apotheek op.

Die gore paracetamol moest ik slikken zolang ik koorts had. Minder goed nieuws was dat de antibiotica eveneens in pilvorm waren aangeleverd, in plaats van in de vorm van een zoet drankje. Een week lang zat ik aan die pillen vast en dan moest ik ze ook nog drie keer per dag slikken met mijn brakke keel. Daarom losten we de pillen maar in water op, waarna ik de vreemd smakende suspensie met de nodige moeite wegslikte.

Die maandag verbeterde mijn conditie niet, dus moest ik alle leuke activiteiten aan me voorbij laten gaan. Nog erger waren de nachten. Gelukkig hadden we airconditioning op de kamer, omdat de temperaturen buiten de hele nacht boven de 25 graden bleven. Zelfs onder het zwoele briesje van de airco had ik de grootste moeite om voor langere tijd in slaap te blijven. Mijn hersenen bleven maar ratelen en vaak kreeg ik dezelfde rare dromen, die me alleen maar verder uitputten.

Pas op dinsdag ging mijn conditie eindelijk vooruit. Die avond zouden we bij de grot waar de Spaanse familie jarenlang had gewoond de as van yayo en yaya uitstrooien. We verzamelden met de hele familie bij het huis van Soensi, dat opa kort na het overlijden van Frits als een soort vakantiehuis had aangeschaft. In de tussentijd was het gebouw volledig veranderd. De binnen- en buitenmuren waren niet langer meer wit, maar bontgekleurd, er waren ruimtes bijgebouwd en het hele terrein was met hekwerken van de buitenwereld afgesloten.

De weg naar Calas Covas was in de tussentijd ook op de schop gegaan. Niet langer hoefde je over muurtjes te klimmen. In plaats daarvan was er een redelijk begaanbaar pad, hoewel het nog steeds verraderlijke stukken bevatte. In ieder geval kwamen we met de hele familie na een minuut of twintig bij de grot aan. De grot zelf, waar ik in mijn jonge jaren ook eens een nachtje in heb doorgebracht, was met een hek afgezet. Bovenaan de rots mocht iedereen een handje as uitstrooien. Aanvankelijk strooide iedereen met de wind mee, maar toen de wind draaide, bleef iedereen de as dezelfde kant op gooien, waardoor het spul weer recht in hun gezicht woei. Daarom besloot ik de as maar de andere kant op te strooien. Ik hoefde de as niet zo nodig te proeven.

In het vervolg van de vakantie had ik gelukkig weinig last meer van mijn keel, hoewel ik nog steeds niet helemaal hersteld was. In de tweede helft van de vakantie moest ik vooral mijn slaaptekort en vochttekort inhalen, hoewel me dat niet helemaal lukte. In ieder geval kon ik nog lekker in de zee zwemmen, wat voor mij een van de hoofddoelen van de vakantie was.

Ook zijn we nog een keer over de zee van Cala en Porter naar Calas Covas gekanood. Dat viel niet mee met mijn conditie! Ik zat bij Loulou in de kano. De Ukyo’s voeren gauw bij ons vandaan. Alleen Beppie, die in haar eentje in een kano zat, kon ons niet bijbenen. Toch weer een hele andere ervaring dan kanoën in het Amsterdamse Bos, waarbij ik zelf vaak de motor was van onze kano. Na in Calas Covas wat te hebben uitgerust en de plaatselijke kat te hebben geaaid, moesten we dat hele eind weer terug. Best een beproeving!

Op de laatste dag van onze vakantie gingen we ’s ochtends naar een naburig strandje. Kennelijk had ik me niet ingesmeerd en slaagde ik erin flink te verbranden. Mijn huid zag eruit als een pak dubbelvla, met allerlei rode strepen op mijn buik en schouders. Een dag later was het uit met de pret en vlogen we, exclusief Beppie en Loulou, die nog twee weken langer op Menorca verbleven, weer terug naar het noorden. Het was voor mij een beetje een rare vakantie, maar gelukkig ging ik wel in een betere gezondheid naar huis dan ik was gekomen.

Eenmaal thuis werd ik verwelkomd door Bounder, die me natuurlijk gemist had, waarna ik gauw door moest naar een schaaktraining, die speciaal voor ons naar de zondag was verplaatst. Zodoende miste ik Max’ overwinning in Italië, zijn vijfde zege op rij en zijn derde zege in twee weken tijd. Gelukkig heeft de Formule 1 nu een korte pauze ingelast, zodat ik weer even op adem kan komen.

Inmiddels zijn we ruim een week verder en ben ik erachter gekomen dat ik door die keelinfectie in een week tijd iets van 5 kilogram ben kwijtgeraakt, vermoedelijk vooral in de vorm van spiermassa en water. Inderdaad smaakte alles me de eerste dagen erg zout als gevolg van het watertekort. Het watertekort heb ik nog altijd niet weggewerkt en na jarenlang geprobeerd te hebben om af te vallen, blijkt het terugwinnen van de verloren kilo’s nog verbazingwekkend moeilijk.

28 augustus 2022

Verstappen van een andere planeet

Max Verstappen heeft de concurrentie verpletterd in België. Gestart vanuit de achterhoede eindigde hij alsnog ver voor teamgenoot Sergio Pérez en polesitter Carlos Sainz, terwijl Lewis Hamilton voor het eerst dit seizoen de finishvlag niet zag.

Na een zomerstop van vier weken gaat in België traditiegetrouw de tweede seizoenshelft van start. Aangezien het snelle Spa-Francorchamps goede inhaalmogelijkheden biedt, is het ook een circuit waar teams gridstraffen incasseren om extra motoronderdelen in te kunnen zetten. Ditmaal zijn het er niet minder dan acht, waaronder Max en Leclerc, die daardoor achteraan moeten starten.

Het lijkt Max niet te deren. Het hele weekend rijdt hij de concurrentie op een hoopje. In de kwalificatie is hij niet minder dan zes tienden sneller dan de rest. Door zijn straf mag hij pas als veertiende starten, pal voor Leclerc, die in de kwalificatie vooral in dienst rijdt van teamgenoot Science. De Spanjaard eist door het wegvallen van Max de pole op, voor Pérez.

Zo goed als de kwalificatie voor Max verloopt, zo belabberd verloopt ‘ie voor Mercedes. Het Duits-Britse team had ongetwijfeld gehoopt door het verbod op flexibele bodemplaten weer echt vooraan mee te doen, dus is de zevende tijd voor Luis en de achtste voor Russle op twee seconden van de pole een ijskoude douche. Door alle gridstraffen mogen de extreem hard afgeveerde bolides nog wel als vierde en vijfde starten achter Alonso, die profiteert van de gridstraf van teamgenoot Ocon.

Een dag later speelt de Spanjaard onbedoeld een hoofdrol in de chaos in de openingsronde. De op de zachte banden vertrokken Science is goed weg bij de start, terwijl Pérez naast hem een poepstart heeft en nog voor de eerste bocht drie plekken kwijt is. Luis grijpt Alonso vervolgens aan op Kemmel. Aan het eind van het rechte stuk komt hij langszij en in Les Combes probeert hij de Spanjaard buitenom voorbij te gaan. Hij laat echter niet genoeg ruimte en wordt over het linker voorwiel van de Alpine gelanceerd. De Mercedes vliegt een paar meter de lucht in en bij neerkomst raakt het koelsysteem beschadigd. Na de concurrentie te hebben ondergesproeid moet Luis zijn gewonde Mercedes aan het eind van de ronde op de uitloopstrook parkeren, waarmee hij de eerste uitvaller is.

De race wordt kort daarna geneutraliseerd, maar niet voordat Latifi spint en Bottas uit de race veegt. De Canadees komt achter Leclerc, wiens remmen beginnen te koken door een tear-off die in zijn remkoeler verstrikt was geraakt, de pits in om zijn voorvleugel te vervangen.

Max is door de ongelukken vooraan alweer naar de achtste plek opgerukt. Als het veld na vier ronden weer wordt losgelaten, werkt hij zich in een mum van tijd naar de derde plaats op. Met Pérez, die zich in de chaos in de eerste ronde handig had hersteld van zijn slechte start, heeft hij meer moeite. Een keer weet Pérez de aanval af te slaan, maar de volgende ronde moet hij het antwoord schuldig blijven. Doordat Science ondertussen al naar de pits is gegaan, ligt Max ineens aan kop.

In het vervolg loopt hij hard weg bij Pérez, die even later zijn mediums in komt wisselen. Max wisselt een ronde later zijn zachte banden in en blijft Pérez ondanks een matige stop voor. Op nieuwere banden rijdt hij het gat naar Science rap dicht. Nog voordat de race op de helft is, gaat Max de Ferrari voorbij, om hard aan de horizon te verdwijnen.

Daarmee is de race vooraan wel beslist. Max doet het in de tweede helft van de race rustig aan om het materieel en de banden niet te zwaar te belasten. Toch blijft hij zijn voorsprong uitbreiden. Science valt niet veel later ook nog ten prooi aan Pérez, die er een dubbelzege voor Red Bull van maakt. In de slotfase moet Science zelfs nog flink aan de bak om Russle voor te blijven.

Zo makkelijk als Max door het veld heen was gekliefd, zo stroperig verloopt Leclercs opmars. De Monegask ligt na alle pitstops eenzaam op de vijfde plaats. Ferrari denkt slim te zijn door Leclerc vlak voor tijd nog van een nieuw setje banden te voorzien in de hoop het bonuspunt voor de snelste raceronde op te strijken.

De banden gaan er goed op, maar eenmaal terug op de baan wordt Leclerc meteen ingehaald door Alonso. Pas een ronde later gaat Leclerc de Alpine op Kemmel weer voorbij. Ondanks de slipstream en DRS slaagt Leclerc er niet in Max’ snelste raceronde van veel eerder in de race aan te scherpen. Tot overmaat van ramp blijkt Leclerc ook nog te hard door de pitstraat te zijn gereden, waardoor hij een tijdstraf krijgt en alsnog achter Alonso als zesde eindigt.

Max is dan al lang en breed gefinisht. Met zijn overwinning vanaf de veertiende startplaats overtreft hij zelfs nog zijn prestatie van net voor de zomerstop in Hongarije, toen hij als tiende mocht starten. Tevens pakt hij ditmaal het bonuspunt voor de snelste raceronde. Op ruim 17 tellen achterstand komt Pérez in de tweede Red Bull over de finish. Science eindigt bijna 10 tellen achter de Mexicaan als derde, met Russle niet ver achter hem.

Alonso wordt door Leclercs tijdstraf vijfde, terwijl Ocon zich knap herstelt van zijn gridstraf en niet ver achter zijn teamgenoot zevende wordt. Fattle komt na eveneens een sterke race als achtste over de streep, al had een zevende plek erin gezeten als hij zich in de slotfase niet had verslikt in Gasly. De Fransman, die traditiegetrouw de dood van landgenoot Anthoine Hubert herdacht, wordt na twee vroege stops negende. Het laatste punt gaat naar Albon, die zijn auto puur voor de rechte stukken had afgesteld en een niet te nemen horde vormde voor zijn achtervolgers.

Op zijn staart komen Stroll, Norris, Tsoenoda, Joe en Ricciardo aan de finish. Vooral Ricciardo, die in het begin van de race nog even zesde lag, was dat optreden precies wat hij niet nodig had om nog een teambaas van zijn rijkunsten te overtuigen. Op een ronde achterstand komen de Haasjes van Magnussen en Mick pal achter elkaar over de finish. De rode lantaarn is voor Latifi.

Door zijn overwinning verdedigt Max volgende week op Zandvoort een voorsprong in het kampioenschap van 93 punten op Pérez en 98 op Leclerc. Rijdt hij voor eigen publiek de concurrentie, net als vorig jaar, op een hoopje, of doorbreekt Ferrari daar zijn zegereeks?

10 augustus 2022

Een weekje terug in de tijd

Na een veelbewogen jaar vond ik het wel weer eens tijd worden voor een echte vakantie. Even een weekje ertussenuit om samen met Xiaomei te ontspannen en de batterij weer op te laden. Waar kun je dat beter doen dan in Denemarken, een land dat bijna net zo plat en klein is als Nederland, maar dan een stuk dunbevolkter. En het ligt ook nog eens om de hoek!

Werken, werken, werken. Als ze niet tot ver in de avond bezig is, dan is ze wel in het weekend bezig met inleidingen schrijven, PowerPointpresentaties maken of de kritiekpunten van de reviewers aan te pakken. Daar word je behoorlijk moe van, dus besloot ik Xiaomei en mijzelf een ontspannen vakantie cadeau te doen.

Goedkope overnachtingen in de buurt van Billund? Check! Kan ik vrij krijgen? Check! Gaan met die banaan! Ongeveer op die manier regelde ik exact twee weken geleden plotseling een korte vakantie naar Denemarken. In de eerste week van augustus zouden Xiaomei en ik lekker gaan ontspannen in de omgeving van Legoland.

Kaartje van Zuidwest-Denemarken en het uiterste noorden van Duitsland. Omcirkeld zijn de belangrijkste locaties: Billund, met Filskov ten noordwesten en Syvårssøerne ten zuidoosten ervan, de Fårup Sø ten oosten van Billund. In het zuiden bij de grens met Duitsland ligt Åbenrå.

Aangezien Jutland met de trein zo goed te bereizen is dat je 17 uur onderweg bent en vier keer moet overstappen, had ik bedacht om maar met de auto te gaan. Dat had verder als voordeel dat we geen treinen of vliegtuigen hoefden te halen, want daar was ik na onze avonturen in Griekenland wel een beetje op afgeknapt. Ik wilde per se een vakantie zonder deadlines, ook al betekende dat dat ik verder moest rijden dan ik ooit had gedaan.

Op de dag voor vertrek hadden de oude lui nog wat bemoedigende woorden voor me. Beppie: “Denemarken, dat is wel heel lang rijden!” Loulou: “Denk je eraan om wel genoeg wezels binnen te krijgen? Er zijn mensen die onderweg alleen maar bolletjes slikken en die kunnen dan de eerste twee dagen niet ******.” ’s Avonds laat toog ik naar het station om Xiaomei op te halen, zodat we de dag erna vroeg konden vertrekken. Ze had haar enorme paarse koffer mee, haar rugzak en twee tassen vol met koekjes en wafels, plus een partij kruiden.

Maandag 1 augustus

De dag erna gingen we met een volledig volgepakte auto op pad, op weg naar de Postgade in het nogal Russisch klinkende Filskov. Van tevoren was ik bang dat we misschien ergens nog een wegblokkade in zouden rijden vanwege de Boze Boeren die de laatste tijd met van die leuke ludieke acties komen. Gelukkig bleef het bij de Joegoslavische vlaggen die in groten getale langs de snelweg waren opgehangen. Wel kreeg ik nog de schrik van mijn leven toen er ineens een auto op de linkerbaan stilstond. Autopech op een ongelukkige plaats? Een botsing? Of toch een blokkeerboer? Ik was zo druk bezig met het ding te ontwijken dat ik het antwoord op deze prangende vraag schuldig moet blijven.

Pas in Duitsland kwamen de echte problemen. In het stuk voor Bremen werd doorlopend aan de weg gewerkt en schoot het totaal niet op. In Hamburg stonden we nog een tijd in de file, waardoor het al laat was voordat we de Deense grens hadden bereikt, ook omdat we voor de Deense grens wilden tanken. Ik sms’te onze gastheer maar dat we later dan gepland zouden komen, waarna ik prompt een nieuw adres in Filskov kreeg terugge-sms’t.

Denemarken is een van de landen in Europa die de euro niet hebben ingevoerd. Dat is misschien leuk voor ze nu de euro klap na klap krijgt, maar als toerist is het wel lastig. Op internet had ik de tip gekregen om niet, zoals in lang vervlogen tijden, in Nederland geld te gaan wisselen, maar om dat gewoon in Denemarken te doen. Dus toen we net de grens over waren, zijn we naar Åbenrå gereden in de hoop daar geld te wisselen. In de Amerikaans aandoende stad hadden ze een Aldi en een Lidl naast elkaar. Helaas had geen van beide supermarkten een geldautomaat. Gelukkig was er even verderop een bank en pinde ik een mooi voorraadje aan Deense kronen.

In Denemarken konden we gelukkig stevig doorrijden, waardoor we nog voordat het echt donker was geworden onze bestemming hadden gevonden in Filskov. Ik zette de auto bij een kerkje neer, waarna we het adres gingen zoeken. We liepen het terrein op, waar we een ouder echtpaar aantroffen. Zij bleken inderdaad de eigenaars van het hotel/de homestay/de Airbnb. Ik kwam er gelijk ook achter dat de tent die ik had gereserveerd ook echt een tent in de achtertuin was, maar gelukkig kregen we een stacaravan toegewezen omdat het die nacht echt koud was. Nadat we alles hadden uitgepakt, gingen we maar gauw slapen in de muf ruikende stommeltrommel uit het jaar nul. We wisten niet hoe we het ding van binnenuit op slot moesten doen, maar gelukkig was er verder toch niemand op het terrein, dus maakte dat weinig uit. Dat het zo rustig was, kwam goed uit, omdat er maar één badkamer was. Zo hoefde je ’s nachts niet in de rij te staan voor het toilet en kon je ’s avonds (of ‘s ochtends als je dat liever deed) meteen douchen.

Dinsdag 2 augustus

De dag erna kregen we pas de volledig verroeste sleutel van de caravan en gingen we naar de plaatselijke supermarkt om boodschappen te doen. Daar sloegen we de een hoop vlees en groenten in, zodat we die avond Yuxiang Qiezi (“Wat?! juuksie-ang kwiezie?” Nee, je spreekt het uit als juusjang tsjedze, een wat onooglijk drabje met aubergine en gehakt, maar het is wel verdomd lekker) konden maken. Ook sloegen we skrabeæg, hvedemel, jordbærmarmelade en natuurlijk solsikkeolie in om ’s ochtends (heel Amerikaans) pannenkoeken te kunnen maken.

Helaas hield het weer op onze eerste vakantiedag niet over. Een imposant regengebied trok vanuit het westen over het land, waardoor we het grootste deel van de dag onder de luifel hebben gezeten. Een prettige bijkomstigheid daarvan was dat Xiaomei alle tijd had om aan de revisie van haar paper te werken. Ze had van de redacteur van het tijdschrift niet meer dan twee weken de tijd gekregen om alle commentaar te verwerken, wat erop neerkwam dat het voor het einde van de week af moest zijn. Zo kwam er van een beetje lanterfanten alsnog weinig terecht. Zelf had ik speciaal voor dit soort dagen een dikke pil meegenomen, waardoor ik ook nog wat nuttigs kon doen.

Het avondeten konden we in een lekke broeikas in de enorme achtertuin bereiden. Er waren wat pannen en borden die we konden gebruiken, maar er was daarentegen geen warm water, waardoor we de pannen en de borden moeilijk schoon konden krijgen. Het afwaswater ging rechtstreeks naar de planten verderop. Misschien dat in die kas de eerste zeepresistente plantensoorten ter wereld staan.

Na het avondeten gingen we nog proberen om alvast kaartjes voor Legoland te kopen. Niet alleen waren de kaartjes op internet goedkoper, ook kon je dan zo doorlopen bij de ingang. Wel moet je van tevoren natuurlijk bedenken op welke dag je wilt gaan. Gezien de weersverwachting hadden we besloten dat vrijdag de beste dag was. Helaas wilde het betalen niet zo lukken, omdat je daar een creditcard voor nodig hebt. Die heb ik natuurlijk niet. Gelukkig kon je ook via Google Pay of Apple Pay betalen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar wellicht zouden die apps uitkomst kunnen bieden. Helaas: ook hiervoor had je een creditcard nodig. Lekker geregeld, jongens! iDEAL is ideaal! Daar had ik nog speciaal mijn ING-scanner voor meegenomen… En met Paypal had ik ook uit de voeten gekund. Dat werd dus in de rij staan.

Woensdag 3 augustus

Op woensdag was het weer heel wat beter, dus trokken we eropuit. Volgens Tripadvisor was Syvårssøerne (daar om de een of andere reden aangeduid als Syvaarssoeen) de moeite waard. Het was nog een tijdje sturen omdat het natuurgebied voor ons aan de verkeerde kant van Billund ligt. Ook werden we, niet voor het eerst en ook niet voor het laatst, door Google Maps letterlijk het bos ingestuurd doordat het navigatiehulpmiddel ons een niet-bestaande afslag wilde laten nemen. Na een stuk terug te zijn gereden, besloot ik ons autootje maar op een parkeerplaats naast een provinciale weg neer te zetten. Vervolgens moesten we diezelfde provinciale weg met gevaar voor eigen leven oversteken om het bos te bereiken.

In het bos liepen we aanvankelijk helemaal de verkeerde kant op. Pas nadat we waren teruggelopen, kwamen we in het enigszins moerasachtige heidegebied uit. Helaas waren daar ook een heleboel schijtirritante insecten die de hele tijd nerveus om ons heen zaten te zweven en lek zaten te prikken, dus gingen we maar gauw weer weg. Zelfs op weg terug naar de auto bleven die beesten ons nog een hele tijd achtervolgen.

We eindigden de dag bij de Fårup Sø, een meertje dat ik nog kende van de zomervakantie met mijn ouders van heel lang geleden. In die tijd verwonderde ik me erover dat de beekjes die in het meertje uitmondden ook bleven stromen als het dagenlang niet geregend had. Waar kwam dat water vandaan? En verdampte al dat water weer, of stroomde het weer terug naar zee? Inmiddels weet ik de antwoorden op die vragen en vroeg ik me af of het er nog net zo zou uitzien als vroeger.

Xiaomei was ondertussen behoorlijk moe en ging aan een picknicktafel eerst even een uiltje knappen. Daarna daalden we af naar het meer, richting het bos. Teleurstellend was dat de bron van het klaterende beekje een afvoerpijp was, die het overtollige water van de nabijgelegen akker afvoerde. Het bos leek ook in niets meer op wat het vroeger was. Op het hoge gedeelte was een kampvuurkuil aangelegd. Het lagergelegen gebied was zeer drassig en volledig overwoekerd door planten. Door dit drassige gebied liep een loopbrug richting het meer, waar het flink woei. Na nog een heleboel foto’s van onszelf te hebben genomen, deden we de nabijgelegen camping aan. Ik moet zeggen dat helemaal niets eraan me bekend voorkwam. Na een rondje over de camping te hebben gemaakt, gingen we weer terug.

Donderdag 4 augustus

Op donderdag gingen we weer op weg naar Billund, niet om alvast naar Legoland te gaan, maar om lekker te zwemmen in Lalandia. Wat is er nou lekkerder dan om op een warme dag als dit in een tropisch zwemparadijs te gaan zwemmen? Eenmaal onderweg kwam Xiaomei erachter dat ze haar vleugeltjes was vergeten. Ze had de dingen, onverstandig genoeg, niet bij haar badpak gedaan. Zin om dat hele eind terug te rijden, had ik niet, dus zetten we de auto op de naastgelegen parkeerplaats.

Eenmaal binnen werden we begroet door een enorme overdekte hal, met allerlei saloons, winkeltjes en een midgetgolfbaan. Helemaal achterin was het Aquadome. Als dagjesmensen moesten we in de rij staan voor de entree. Helaas stond ik achter mensen die vooral leken te zijn gekomen om te praten in plaats van dat ze gauw een toegangsbewijs probeerden te bemachtigen. Na in totaal 600 kroon te hebben neergelegd, kregen we allebei een rubberen polsbandje om, waarmee we in konden checken.

Vervolgens gingen we naar de kleedkamers. Die van de dames was op de begane grond, die van de heren een verdieping hoger, dus werden we gelijk al gesegregeerd. Kleedhokjes waren er ook al niet. In plaats daarvan werden we geacht om ons in een enorme gemeenschappelijke kleedkamer om te kleden. Na me te hebben omgekleed, lukte het me natuurlijk weer eens niet om mijn spullen in een kluisje op te bergen. De instructies waren te vaag, mijn intelligentie te laag en gezichtsvermogen te slecht om er echt chocola van te bakken, dus liep ik naar beneden om in de gang op Xiaomei te wachten. Die snapte natuurlijk wel hoe het systeem werkte, dus kon ik mijn spullen uiteindelijk toch opbergen.

In het zwembad streken we neer op twee ligstoelen bij het golfslagbad. In het ondiepe gedeelte probeerde Xiaomei haar zwemvaardigheden aan te scherpen. De schoolslag lukte wel, maar het probleem zat ‘m in de ademhalingstechniek, waardoor ze steeds na vijf slagen uit het water moest komen om te ademen. Onze les werd ruw onderbroken door de golven, waarna we maar in een opblaasbare ring gingen dobberen. Na het Aquadome verder te hebben verkend en zelfs nog even het buitenzwembad aan te hebben gedaan, lukte het Xiaomei na een ademhalingsoefening eindelijk om te zwemmen, wat ze als een grote overwinning beschouwde. Wel had ze een schram op haar knie opgelopen doordat de bodem van het golfslagbad welhaast van schuurpapier was gemaakt.

De mooiste ervaring in het zwembad was vooral dat ik weer even kind kon zijn. In het midden van het Aquadome was een hele installatie opgetuigd met glijbanen en waterkanonnen. Het leukst waren die driehoekige emmers, die van bovenaf langzaam gevuld werden en op een gegeven moment topzwaar werden, waardoor ze in een keer met inhoud en al omkieperden. Dat was natuurlijk lachen als net op dat moment iemand onder die emmer door liep. Helaas had de centrale emmer de neiging om richting de loopbrug om te kieperen, in plaats van de drukkere trap. Als volwassene was ik lang genoeg om bij de emmer te komen. Door het ding tijdens het vullen scheef te houden, kon ik ervoor zorgen dat ‘ie richting de trap zou omkieperen. Een aantal nietsvermoedende voorbijgangers heeft op die manier onverwachts een niet hele warme douche gekregen.

Xiaomei zat me in de tussentijd, geheel tegen de huisregels in, van een afstandje te filmen. Eenmaal terug probeerde ze me onder zo’n emmer te duwen, zodat ik ook eens een plens water over m’n kop heen zou krijgen. Het plannetje mislukte natuurlijk en in plaats daarvan kreeg ze zelf een plens water over zich heen, waar ze niet echt om kon lachen.

Het zette misschien wel de toon voor de avond, want bij het verlaten van het zwembad ging het meteen al mis toen ik mijn polsbandje in moest leveren. Ik probeerde het ding in het daartoe bestemde vakje te proppen, maar nog voor ‘ie er helemaal in zat, ging het luikje al dicht. Helemaal dicht kon ‘ie niet omdat het bandje nog wat uitstak, dus ging het ding in een hoog tempo open en dicht, waardoor ik het bandje ook niet meer kon verplaatsen. Pas na een tijdje ging het luikje weer helemaal open en kon ik het bandje recht leggen. Daarmee deed ik het nog altijd beter dan degenen voor ons, die er helemaal een uur mee aan het prutsen waren. Xiaomei had het bandje in een keer in het vakje gekregen en was niet bepaald van mijn gehannes onder de indruk.

Het werd er allemaal niet beter op toen ik er op de parkeerplaats achter kwam dat je bij aankomst naar de automaat moest om een kaartje te kopen. Dat had ik niet gedaan en in de tussentijd zag ik iemand die verdacht veel op een parkeerwachter leek de nummerborden controleren, wat mij niet bepaald geruststelde. Eenmaal bij de automaat voerde ik alsnog mijn kenteken in, waarna ik door het systeem werd aangemeld. Gelukkig had ik in de tussentijd geen wielklem gekregen, dus reed ik schaapachtig naar de uitgang van het terrein. Daar ging de slagboom niet open voor de wanbetaler, al had ik ook geen idee waar ik m’n kaartje in moest voeren. Tot overmaat van ramp werd de rij auto’s achter me alsmaar groter.

Xiaomei besloot daarom maar uit te stappen om aan andere automobilisten te vragen wat de bedoeling was. Prompt ging de slagboom open. Het bleek dat ik niet ver genoeg doorgereden was, waardoor het systeem mijn nummerbord niet kon scannen. Hoe kon ik weten tot hoever ik door moest rijden? In ieder geval kon ik onder de slagboom door, waarna ik de auto stilzette zodat Xiaomei in kon stappen. Dat deed ze echter niet, omdat de auto’s achter ons dan zouden moeten wachten. Na alsnog iedereen in de weg te hebben gezeten, zette ik de auto even verderop in de berm, waarna Xiaomei op haar dooie gemak aan kwam lopen. In de auto kreeg ik vervolgens een standje. Iets met slecht probleemoplossend vermogen en zo. Tot overmaat van ramp slaagde ik erin op te terugweg een verkeerde afslag te nemen, waardoor we een hele omweg maakten en nog later thuiskwamen dan gepland. Het enige goede van de klucht was dat we gratis geparkeerd hadden.

Vrijdag 5 augustus

Vrijdag was de grote dag, want we gingen nu eindelijk naar de locatie waar de hele vakantie om begonnen was, namelijk Legoland. Zoals gebruikelijk lukte het ons niet echt om er op tijd te zijn. De wachtrij voor de ingang was imposant. Pas nadat we al een tijdje in de rij hadden gestaan, kwamen we erachter dat we eerst nog in de rij voor de tickets moesten staan. Ik had de rij gauw gevonden, maar in de tussentijd was ik Xiaomei kwijtgeraakt. Xiaomei stond verderop, omdat ze niet zeker was bij welk van de gebouwen we moesten wachten. Ik snapte het ook niet zo, maar ik had als enige het geld, dus bleef ik lekker in de rij staan. Na een hele tijd wachten was ik eindelijk aan de beurt en was ik bijna 900 kroon (ongeveer 120 euro) lichter. Maar ik had de tickets!

Triomfantelijk gingen we in de inmiddels flink uitgedunde rij voor de ingang staan. Daar kreeg ik natuurlijk meteen weer een foutmelding. Een medewerker kwam op ons af en vertelde dat ze ons kaartjes met de verkeerde datum hadden verkocht. In plaats van 5 augustus hadden we kaartjes van 6 augustus. We mochten naar binnen als we de kaartjes in zouden leveren. Xiaomei wilde eerst nog een foto van de kaartjes maken, dus moesten we nog een keer de rij uit. Even later waren we dan toch binnen, zonder kaartjes, maar met een foto ervan.

Tegen de adviezen in besloten we Legoland van voor naar achter te doorlopen. Legoland is met name in het begin van deze eeuw flink uitgebreid. Het hele westelijke deel, met allerlei spectaculaire attracties, bestond helemaal niet toen ik er voor het laatst was in 1996. Het indrukwekkendst is nog altijd Miniland, een soort Madurodam van lego, dat helemaal bij de ingang ligt. We hebben een hele tijd rondgehangen bij de vliegtuigen die nooit opstegen, enkele imposante wolkenkrabbers en natuurlijk de grachten van Amsterdam. Intrigerend waren de ophaalbrug van lego en natuurlijk de sluizen, die open en dicht gingen zodat de doelloos rondzwervende rondvaartboot eindeloos van de ene plas naar de andere kon varen.

Een verouderde plattegrond van Legoland, met de jaartallen van de nieuwe sectoren, om een indruk te geven hoezeer het park is uitgebreid. Afbeelding: Wikimapia.

Nadat we alles gezien hadden, gingen we met het duplotreintje nog een keer om Miniland heen. Vervolgens gingen we ook nog met de monorail over het park heen en besloten we ons te wagen aan wat we in het Nederlands De Rups zouden noemen, een soort draaimolen waarbij je ook nog steeds omhoog en omlaag gaat. Gelukkig duurde de beproeving niet heel lang, anders zou ik er nu nog draaierig van zijn.

Later hebben we ons nog aan de piratenboot en het spookhuis gewaagd. De spiegelkamer was leuk, al zeg ik dat ook omdat ik er weer heelhuids uit ben gekomen. Stel je voor dat je de uitgang niet kunt vinden… Het spookhuis eindigde met een ritje in een valtoren, waar ik zelf eigenlijk niet in wilde, maar Xiaomei wel, dus gingen we toch. Aangezien we helemaal vooraan in de rij stonden, besloot ik op de achterste rij te gaan zitten. Wel zat ik helemaal aan de rand, wat ik niet zo prettig vond. Gelukkig viel de engheid ervan mee, al zeg je dat als volwassene ook wat sneller. Je bent inderdaad even gewichtsloos, maar hele gekke dingen doen ze gelukkig niet met je. Zoals Xiaomei al tegen zei: het is in een huis, dus kan het nooit heel hoog zijn. Toch was ik blij om weer vaste grond onder mijn voeten te hebben.

Als laatste attractie gingen we in de rondvaartbootjes. Na een hele tijd in de rij te hebben gewacht, besloten we maar samen in zo’n ding te kruipen. Het paste net! Xiaomei had alle tassen om zich heen verzameld, zodat we toch redelijk recht lagen, in tegenstelling tot de boot voor ons. Pappie was toch wel heel wat zwaarder dan dochterlief, waardoor het bootje flink naar zijn kant overhelde. Tot overmaat van ramp vergat het meisje geregeld te sturen, waardoor de schuit constant tegen de kade klapte. Aan het eind van het rondje, dat ons langs onder andere het Vrijheidsbeeld, het Witte Huis (ik begin me steeds meer af te vragen of we nou in Denemarken of in Amerika ben geweest) en een sfinx bracht, zaten we het andere bootje voor ons uit te duwen.

Het was inmiddels al laat en vooral ook flink koud geworden, dus gingen we maar weer op huis aan. Voor de uitgang hebben we nog een flink aantal foto’s gemaakt. Eenmaal bij de parkeerplaats aangekomen werkte de parkeerautomaat weer eens niet. Dat de instructies allemaal in het Deens waren (oké, we waren dus toch in Denemarken), hielp al niet echt, maar ook na het correct uitvoeren van alle instructies gebeurde er niks, behalve dat het apparaat een serie tickets met foutmeldingen uitbraakte. We besloten de tickets maar mee te nemen in de hoop dat we zodoende de parkeerplaats konden verlaten. De tickets bevatten natuurlijk geen streepjescode, dus stond ik wederom voor een dichte slagboom. Gelukkig kon ik contact leggen en werd ik in het Deens te woord gestaan. Ik kon er totaal geen chocolade van smelten, maar gelukkig ging de slagboom opnieuw open en hadden we weer geparkeerd zonder ervoor te betalen (nog een keer zo’n geintje en ze nemen me m’n titel af…)

Zaterdag 6 augustus

Op zaterdag was het weer tegen alle verwachtingen in flut en besloten we maar weer onder de luifel te hangen. Xiaomei kon de tijd benutten door haar revisie af te ronden. Terwijl ze haar ongenoegen uitte over de reviewer, die als een verongelijkte kiezer altijd wat aan te merken had, werden de laatste losse eindjes aan elkaar geknoopt. Tegen het eind van de middag werd de laptop dichtgeklapt en gingen we nog een stukje lopen over een fietspad. Doel was om een paar beekjes van dichtbij te bewonderen, maar aangezien het fietspad veel hoger lag, is dat niet echt gelukt.

Bij het bereiden van het laatste avondmaal viel mijn oog plotseling op een bolletje dons dat zich in onze keuken had verschanst. Het was een van de piepjonge katjes die van de kas hun huis hadden gemaakt. Het zwart-oranje katje had zich in onze kleine wereld gewaagd, vermoedelijk in de hoop een stukje kip te kunnen bietsen. Niets van dat alles en in plaats daarvan werd ze belaagd door een vreemde kerel die ook nog eens een vreemde taal sprak, dus nam ze gauw de benen. Even later waren de andere katjes, een zwarte en een zwart-witte, ook gearriveerd. Terwijl het lapje een stuk papier uit de prullenbak begon op te vreten en al grommend trachtte haar broertjes (?) op afstand te houden, probeerde ik de andere twee katten zonder veel succes stukjes kaas te voeren.

Doordat de koelkast in het huis een vriezer bleek te zijn, was de strooikaas bevroren, net als de kip en eerder de ijsbergsla, die letterlijk een ijsberg was geworden. Xiaomei smolt de kaas in de koekenpan, om het drabje daarna op een tortilla te leggen. Na afloop was er een hoop aangekoekte kaas over, dus besloten we die resten aan de katten te voeren. Xiaomei gooide de kleverige massa op de grond. Plotseling was het zwart-witte katje, dat de hele tijd de kat uit de boom had gekeken, er als de kippen bij. Als een hyena sprong hij op het feestmaal af, om binnen de kortste keren al grommend de grootste stukken naar binnen te werken. Het zwarte katje vrat de restjes op, terwijl het lapje, wellicht nog verzadigd van dat stuk papier dat ze had opgeschrokt, het buitenkansje volledig onbenut liet.

Zondag 7 augustus

Op zondag moest ik het hele stuk terug naar Nederland rijden. ’s Ochtends waren we niet echt op dreef en toen we eindelijk klaar waren, waren de eigenaars in geen velden of wegen te bekennen. Na een belletje kwam de vrouw des huizes terug om de sleutels in ontvangst te nemen, waarna we een paar uur later dan gepland richting het zuiden togen.

In lang vervlogen tijden draaiden we op weg naar onze bestemming de paar cassettebandjes die we meehadden grijs. In de tijd dat we met het gezin naar Denemarken gingen, waren dat onder andere ijzersterke platen als The Living Years, waarvan mijn pa slechts de helft van de nummers had opgenomen en dan niet eens de beste helft (hoe kan je Poor boy down er nou niet in hebben?), of Before & After, met op de andere kant Tutte Storie, dat halverwege Nostalsong stopte omdat de cd niet op een cassettebandje paste. In plaats daarvan had ik nu slechts het monotone geluid van de motor, die behoorlijk z’n best moest doen om het volgepakte karretje op snelheid te houden, op de achtergrond als soundtrack.

Het haalde niet het beste in me naar boven. Ik kon me behoorlijk opwinden over een camper, die plotseling met een slakkengangetje een andere camper ging inhalen, waardoor ik weer op m’n remmen moest staan. Xiaomei kon mijn opgefokte reactie weer niet waarderen, waardoor het motorgeluid alsnog tijdelijk overstemd werd. Over de grens in Duitsland besloten we gelijk te tanken. Voor ik het wist was de middag alweer half voorbij en waren we nog niet eens voorbij Hamburg. Om niet weer in de file te staan, besloten de alternatieve route te kiezen die Google Maps voor ons had bedacht. Na een hoop onduidelijke instructies en bijna-botsingen bleek de weg die we volgens het apparaat moesten nemen ook nog eens afgezet, waarna we midden in de stad alsnog in de file stonden.

Het was alweer bijna avond voordat het verkeer weer een beetje doorreed. Ditmaal besloten we na Bremen recht op de Nederlandse grens af te rijden, om niet weer in de file te staan. Echt opschieten deed het daar ook niet. Pas ’s avonds laat reden we de grens over. Ergens in de buurt van Amersfoort moest ik nogmaals tanken. Door onduidelijke aanwijzingen van Google Maps reed ik ineens de verkeerde kant op en verloren we nog meer tijd. Xiaomei vond het geen punt om anders op Weesp op het station gezet te worden, maar dat vond ik geen goed idee. Je laat een dame niet om 11 uur ’s avonds alleen met een koffer en drie tassen sjouwen, dus zette ik haar braaf voor de deur af. Het betekende alleen wel dat ik pas klokslag middernacht thuiskwam. Moe en toe aan vakantie…

31 juli 2022

Verstappen onstuitbaar in regenachtig Hongarije

Max Verstappen heeft in Hongarije na een mislukte kwalificatie zijn achtste seizoenszege geboekt. Lewis Hamilton werd tweede, voor polesitter George Russell, terwijl Ferrari lelijk achter het net viste met een vierde plaats voor Carlos Sainz en een zesde voor Charles Leclerc.

Dolblij is Russle als hij in de kwalificatie op de kronkelige Hungaroring onverwacht zijn eerste pole pakt. Hij troeft Science met een miniem verschil af, waardoor de Spanjaard net naast zijn tweede pole grijpt en naast de Mercedes vanaf de eerste rij van start gaat, voor teamgenoot Leclerc en de verrassend sterke Norris.

Zo goed als de kwalificatie voor Russle gaat, zo desastreus verloopt ‘ie voor Red Bull. Pérez ligt er na twee sessies al uit en moet als elfde starten. Max start door een motorstoring in de laatste sessie maar één plekje boven hem. Uit voorzorg besluit Red Bull beide heren maar meteen van een nieuwe motor te voorzien.

Ook niet naar wens verloopt de kwalificatie voor Luis, die een probleem met zijn DRS heeft en nog achter de Alpines van Ocon en Alonso als zevende van start mag. Als de lichten een dag later op een enigszins vochtige baan doven, krijgt hij de blauw-roze bolides al gelijk weer te pakken. Achter hem zit Max in de verdrukking en moet hij toezien hoe de ene na de andere auto hem voorbij komt zeilen. Een van die auto’s is de Haas van Magnussen, die gelijk wat onbeholpen op een Alpine kleunt. Max profiteert van de verwarring en rukt gauw naar de achtste plaats op.

In de achterhoede rijdt Albon onbesuisd bij Fattle naar binnen. Vanwege de rommel op de baan rukt de virtuele safetycar uit. Albon duikt meteen de pits in voor een nieuwe voorvleugel. Even later is het de beurt aan Magnussen, die door de wedstrijdleiding gesommeerd wordt zijn beschadigde voorvleugel te laten repareren. De leiding is dan nog altijd in handen van Russle, die bij de hervatting meteen een gat naar Science en Leclerc trekt.

In de subtop wurmt Max zich met enige moeite voorbij de beide Alpines, waarna hij het gat naar Norris en Luis voor hem gauw dichtrijdt. Wanneer de zachte banden van de McLaren het begeven, moet Norris gauw capituleren. Hij valt spoedig ook ten prooi aan Pérez, die de twee Alpines eveneens voorbij was gegaan. Kort daarna laat Norris een set mediums omleggen.

Max zit vlak achter Luis, maar vanwege een slippende koppeling kan hij de Brit niet bedreigen. In de zestiende ronde wisselt hij, net als koploper Russle, zijn zachte banden in voor een set mediums. Het plannetje werkt, want als Luis twee ronden later een nieuwe set mediums laat omleggen, komt hij achter Max terug op de baan.

Leclerc is vooraan de laatste coureur die nieuwe banden haalt. Hij komt pal voor de neus van Science terug op de baan, waarna hij jacht maakt op Russle. Binnen enkele ronden zit hij aan de staart van de Mercedes. Af en toe zet hij zijn Ferrari er zelfs naast. In de 31e ronde moet Russle het antwoord schuldig blijven als Leclerc hem in de eerste bocht buitenom passeert. In het vervolg rijdt hij gestaag bij Russle vandaan.

Russle krijgt op zijn beurt Science op zijn dak. Max heeft het gat tot die twee bijna helemaal dichtgereden als hij halverwege de race zijn tweede stop van de middag maakt. Hij krijgt wederom een set mediums mee. Mercedes reageert door Russle een ronde later ook van een nieuwe set mediums te voorzien, maar dat blijkt al te laat, want hij komt pal achter Max terug op de baan.

Max krijgt meteen een plekje cadeau van Pérez, die als een achterligger voor hem aan de kant gaat. Vervolgens doemt Leclec op, die tegelijk met Russle was gestopt. Aangezien de Monegask alleen nog maar op de mediums had gereden, besluit Ferrari hem de harde band mee te geven. Op de witte band is Leclerc niet vooruit te branden, net als de Hazen en de Alpines, die eerder in de race de traagste band hadden laten omleggen en links en rechts voorbij werden gereden.

Zonder enige moeite gaat Max Leclerc even later voorbij en daarmee ligt hij ineens op koers om de race te winnen. Heel lang kan hij niet van zijn inhaalactie genieten, want een ronde later gaat hij opeens achterstevoren in de een-na-laatste bocht. Hij weet het tijdsverlies tot een minimum te beperken door er een mooie 360 van te maken, maar hij verliest wel zijn plek aan Leclerc. Ook heeft hij Pérez en Russle weer in zijn kofferbak. In de consternatie gaat Russle de Mexicaan voorbij, waarna Pérez ook maar nieuwe banden laat omleggen.

Max krijgt Leclerc even later alsnog te pakken, waarna hij op jacht kan naar Science en Luis. Wanneer de Spanjaard zijn voorsprong op Luis er bijna doorheen heeft gejaagd, duikt hij ook voor de tweede keer de pits in. Anders dan Leclerc laat hij de zachte band omleggen. Luis doet even later hetzelfde en daarmee komt de koppositie in handen van Max, die bij Leclerc weg blijft lopen. Wanneer Russle de Ferrari-coureur de tweede plek ontfutselt, duikt Leclerc nogmaals de pits in om de zachte band om te leggen. Hij valt daardoor terug naar de zesde plaats achter Pérez.

In de slotfase is Luis op de zachte band niet te houden. Eerst moet Science eraan geloven en even later Russle, waardoor de Brit tweede ligt. Het slotoffensief komt te laat om Max te verontrusten, ook omdat kort voor het einde de virtuele safetycar uitrukt om Bottas’ gestrande bolide te kunnen bergen. Wel begint het in de slotronde eindelijk echt te regenen. Max neemt geen risico’s meer en komt voor de achtste keer in 2022 als winnaar over de streep. Luis wordt tweede voor Russle, waarmee het podium hetzelfde was als een week eerder.

Naast het podium eindigt Science, terwijl een verder onzichtbare Pérez vijfde wordt voor een wederom totaal onthutste Leclerc, die in de slotfase geen vuist kan maken. Op gepaste afstand eindigt Norris als zevende, nog net in dezelfde ronde als de winnaar. Op een ronde achterstand eindigen de Alpines van Alonso en Ocon, die halverwege de race van plek wisselen en tegen het eind van de race weer enigszins tot leven komen op de harde band. Het laatste punt gaat naar Fattle, die ditmaal net voor Stroll eindigt nadat de Canadees hem er vlak voor tijd langs had gelaten.

De vanuit de pitstraat gestarte Gasly wordt nog twaalfde, voor Joe en Mick. Ricciardo, die bij zijn tweede stop de harde band had laten omleggen, zakt in de slotfase terug naar de vijftiende plaats. Ondanks een tijdstraf voor een botsing met Stroll blijft hij Magnussen voor. Albon eindigt ondanks zijn extra pitstop nog voor Latifi, terwijl Tsoenoda na een spin halverwege de race afgetekend als laatste eindigt.

Door zijn overwinning gaat Max met een voorsprong van 80 punten op Leclerc de zomerstop in. Pas in het laatste weekend van augustus wordt het levendige Formule 1-seizoen hervat in België. Weet Red Bull de kleine technische onvolkomenheden in de tussentijd te verhelpen, slaagt Mercedes erin de laatste tienden te vinden en lukt het Ferrari om voor die tijd een capabele strateeg in huis te halen?