01 januari 2020

Gelukkig 2020!

Een goed 2020 allemaal! Welkom in de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw! Een hele mijlpaal! Laten we er een onvergetelijk decennium van maken.

Zelf heb ik de jaarwisseling ook weer overleefd. Nog steeds wat wankel peddelde ik gisteravond door de mist naar de villa van mijn ouders, om daar het jaar onder het genot van de consumptie van enkele oliebollen met familie af te sluiten. Het was de eerste jaarwisseling in het nieuwe huis van mijn ouders; een jaar geleden was het nog niet bewoonbaar, dus hebben we het toen bij m’n tante gevierd.

Dit jaar was ze ook van de partij. Omdat niemand echt zin had om tv te kijken (Jean Loulou zat om onbegrijpelijke reden naar een of ander suf Top 2000-programma te kijken, waar hij na afloop alleen maar over zat te klagen; hoon was zijn deel) gingen we maar sjoelen. Vanwege die rare sj-klank heb ik me altijd afgevraagd hoe dit woord in de Nederlandse taal is terechtgekomen. Ik vermoedde dat het stiekem een Duits of een Engels woord was. Het blijkt een Fries woord te zijn. Ach ja, Fries is toch een soort combinatie van mislukt Duits met mislukt Engels, dus mijn vermoeden klopte eigenlijk wel.

Ik heb ook het vermoeden dat mijn moeder stiekem heel veel aanleg voor het spel heeft. Bijna moeiteloos schoof ze ieder potje dik 100 punten in de vakjes, een score die ik na twee beurten nog niet eens had gehaald. Kennelijk is de winnende strategie toch om vooral hard te rammen en te hopen dat de schijven in de juiste vakjes terechtkomen. Toen ik dat eenmaal doorhad, was het te laat en kwam ik een punt tekort om mijn tante aan de rode lantaarn te binden. Een nul voor de score, maar een tien voor de getoonde progressie derhalve. Mijn moeder won natuurlijk, voor Ewood en Loulou.

Daarna haakten m’n ouders af en gingen we met z’n drieën het spel Barricade doen, een soort mens-erger-je-niet voor gevorderden. Net voor twaalven wist Ewood de laatste barricade op te ruimen en het spel te winnen. Daarna zijn we nog even naar buiten gegaan, maar omdat de buren allemaal op vakantie waren, hebben we niemand gezien. Alleen onze social butterfly is nog de straat uitgelopen om nog wat mensen te kunnen feliciteren, de rest zat toen allang weer binnen. De een hing op de bank, de rest brak zijn of haar hoofd over het ingewikkelde gangenstelsel van het betoverde doolhof.

In het nieuwe jaar hebben we nog even Saboteur gespeeld met z’n allen. Dat m’n ouders echt geen spelletjesmensen zijn, bleek bij dit spel maar al te duidelijk. De regels zijn heel duidelijk: als een gewone dwerg bent, moet je het goud vinden en als je een saboteur bent, moet je dat dwarsbomen. Vreemd genoeg begonnen de 60-plussers ineens met z’n drieën het spel te frustreren en te traineren. Achteraf bleek maar een van hen de echte saboteur te zijn… Nog hilarischer was het tweede potje, waarin mijn pa en tante de boel actief zaten te saboteren, terwijl ze gewone dwergen waren, en m’n ma als saboteur (sabotrice?) het goud vond.

Het was inmiddels best laat geworden, dus kreeg ik nog een zak oliebollen mee, waarna ik door de mist weer naar huis toe fietste. Net als op de heenweg kwam ik geen vuurwerkafstekers tegen, in tegenstelling tot vorig jaar, toen het centrum van Bussum wel een oorlogsgebied leek. Poes had de jaarwisseling ook overleefd en nadat ik haar nog een prakje had gegeven, gingen we tevreden een uiltje knappen, dromend van wat 2020 ons nog meer zou brengen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten