11 december 2015

De ondergang van het Nederlandse clubvoetbal en de oplossingen

De gloriedagen van het Nederlands clubvoetbal liggen alweer lang en breed achter ons. Waar Ajax in 1995 de Champions League won en Feyenoord in 2002 nog met de UEFA Cup* aan de haal ging, is men anno 2015 al heel blij dat een club voor het eerst sinds 2006 de knock-outfase van de Champions League heeft bereikt, terwijl de overige clubs kansloos werden uitgeschakeld in de Europa League.** Komt Nederland er ooit nog bovenop?

Voor betere tijden hoeven we gelukkig niet zo heel ver terug in de tijd te gaan: het seizoen 2011/2012 was voor Nederland ongekend succesvol. AZ bereikte de kwartfinale van de Europa League, terwijl PSV en Twente in de achtste finales werden uitgeschakeld. Doordat laatstgenoemde clubs er een jaar later met de pet naar gooiden, bleef het bij die ene opleving. Sindsdien kwakkelt Nederland en ook dit jaar kwam daar geen verandering in.

Alleen PSV wist zich dit jaar in de Champions League positief te onderscheiden. De Eindhovenaren waren weer net zo degelijk als onder Guus Hiddink een decennium geleden: thuis pakte de ploeg driemaal de volle winst, zodat het punt dat in Manchester werd gehaald doorslaggevend was.

De Europa League motiveert kennelijk toch minder, zoals Ajax ondervond. Nadat de Amsterdammers in augustus tegen Rapid Wien op een buitengewoon amateuristische manier een Champions League-ticket hadden verkwanseld, troffen ze nu onbekende ploegen als Molde FK in plaats van grootmachten als Real Madrid of Barcelona. Geen moment wist de koploper van de Eredivisie te overtuigen. Alleen in Schotland werden drie punten gepakt en dat was door de nederlaag tegen Fenerbahçe niet genoeg om door te gaan.

Beter op dreef in de voorrondes was AZ, maar de Alkmaarders compenseerden dat weer door in de poulefase als een krant te spelen. De manier waarop de Duitse degradatiekandidaat FC Augsburg ze in beide wedstrijden de baas was, was gênant. Ook Partizan haalde twee keer de volle drie punten op. AZ revancheerde zich door tegen de ongenaakbare koploper Athletic Bilbao wel vier punten te pakken, maar het was too little too late.

Bekerwinnaar Groningen werd gewogen en te licht bevonden. De toon werd al in de eerste wedstrijd gezet, toen Olympique Marseille in de Euroborg met een enorm machtsvertoon de drie punten ophaalde. Die wedstrijd bleek echter niet geheel representatief voor de krachtsverhoudingen, zoals het vervolg aantoonde, maar natuurlijk liep Groningen de rest van het toernooi achter de feiten aan. Na nog twee gelijkspelletjes en drie nipte nederlagen dropen ze met de staart tussen de benen af.

Ook weinig succesvol waren Go Ahead Eagles en Vitesse. Van de degradant met de Engelse naam kon ook niet veel verwacht worden. Tegen het Hongaarse Ferencváros wisten ze in eigen huis nog een punt te pakken in de voorronde en dat was al heel wat. De Eredivisieploeg met de Franse naam lukte dat namelijk niet eens. Tegen het South Ampton van Koeman kwam de winnaar van de play-offs er in beide wedstrijden totaal niet aan te pas. Was South Ampton dan zo goed? Nee, want zij werden vervolgens uitgeschakeld door FC Midtjylland.

Door de matige resultaten bezet Nederland dit jaar de 13e plek op de coëfficiëntenranglijst. De gemiddelde coëfficiënt van de afgelopen vijf jaar bepaalt hoeveel teams ieder land in welke Europese competitie mag afvaardigen en hoeveel voorrondewedstrijden ze moeten spelen. Op basis van het vijfjarige gemiddelde staat Nederland nog tiende, maar als in 2017 de goede resultaten van 2011/2012 komen te vervallen, dan gaat Nederland nog barre tijden tegemoet. Sinds 2005 is Nederland geleidelijk aan afgezakt van de subtop naar de middenmoot in Europa.

Toch hoeft dat ook niet heel erg te zijn. Natuurlijk is het minder leuk dat Nederland minder teams mag afvaardigen en dat ze misschien meer voorrondewedstrijden moeten spelen, wat natuurlijk weer grotere risico's op een voortijdige uitschakeling oplevert. Vooral wat betreft de alles-of-nietswedstrijden hebben de Nederlandse clubs een slechte staat van dienst. Maar er is ook goed nieuws: gewonnen voorrondewedstrijden tellen ook mee voor de coëfficiëntenranglijst, dus kan Nederland al vroeg in het seizoen een hoop extra punten pakken. Daarnaast worden de coëfficiënten per land bepaald aan de hand van het gemiddelde aantal punten per team. Minder teams betekent dat de zwakke broeders wegvallen en dat kan voor Nederland heel heilzaam zijn, zoals ik hieronder zal aantonen.

Dit seizoen heeft Nederland bijvoorbeeld tot dusver 32½ punt gepakt. Bijna de helft werd gepakt door PSV, dat in totaal 9 punten aan overlevingsbonussen kreeg en met drie zeges en een gelijkspel nog zeven punten scoorde (een overwinning telt als twee punten en een gelijkspel voor een). Ajax kwam niet verder dan 8 punten, AZ harkte er dankzij de goede voorrondes nog 6 binnen. De overige 2½ punt werd dus door de drie zwakste ploegen gescoord. De drie ploegen hebben met elkaar gemeen dat ze zich niet op basis van hun prestaties in de competitie hebben geplaatst: Vitesse plaatste zich via de play-offs, Groningen via de beker en degradant Go Ahead Eagles werd op basis van fair play het toernooi in gerommeld.

Per ploeg scoorde Nederland dus 5,416 punt. Nederlands hoge klassering in het fair play-klassement werkte als een boemerang: nadat FC Twente had bedankt voor het Europese avontuur, behaalde Go Ahead maar een half puntje voor Nederland op de coëfficiëntenlijst. De Nederlandse coëfficiënt over vijf ploegen zou dus 32/5 = 6,4 punt zijn en daarmee zou Nederland net onder onze Zuiderburen elfde staan. Met vier teams zou de Nederlandse coëfficiënt zelfs 8 zijn en met maar drie teams 10, goed voor een plek rond de zevende plaats, waar Nederland tien jaar geleden ongeveer stond.

Tien jaar geleden was ook het moment waarop in de Eredivisie de play-offs werden ingevoerd, een serie wedstrijden die alleen als doel had om de teams die hoog in de competitie waren geëindigd niet Europees te laten spelen. Zo pakte Ajax als nummer 4 in het eerste jaar van de play-offs het tweede en laatste Champions League-ticket (om het vervolgens tegen FC Kopenhagen te verkwanselen) en dat zette de toon voor de daaropvolgende jaren. Natuurlijk hebben de play-offs ook hun voordelen (de ploegen die aan het eind van het seizoen in vorm zijn, zijn in het voordeel, evenals ploegen die goed in alles-of-nietswedstrijden zijn), maar ik denk dat de nadelen (extra wedstrijden en het toevalselement) zwaarder wegen.

Daarnaast is er natuurlijk nog de bekercompetitie. In Nederland is het een bijprogramma; een derderangs toernooi als verplicht nummer waar eigenlijk niemand zin in heeft. De goedwillende amateurclubs willen wel, maar kunnen niet, de topclubs kunnen wel, maar willen niet, dus wordt het toernooi meestal door een Eredivisieclub gewonnen die in de competitie helemaal niets heeft laten zien. Moet je zo'n club dan naar Europa sturen? Volgens de regels zal het wel moeten en dat is alleen maar meer reden om de bekercompetitie maar helemaal af te schaffen.

Daarnaast is er natuurlijk die onzin van dat fair play. De laatste jaren lijkt Nederland een abonnement op die laatste vrijkaarten voor de Europa League te hebben, waardoor ineens allerlei noodlijdende clubjes Europa ingestuurd worden, waar ze zelf vaak nog het minst op zitten te wachten. Iets meer overtredingen maken lijkt dus het advies aan de Nederlandse clubs in Europa.

Dat waren dus drie manieren waarop Nederland kan proberen te voorkomen dat het allerlei lammen en blinden naar Europa moet sturen. Maar het niveau van de clubs zelf dan? Al jaren jammeren Nederlandse clubs dat ze niet de financiële middelen hebben om met de echt grote jongens te wedijveren. Dat kan wel zijn, maar echt slim wordt het geld vaak ook niet ingezet. Vooral Ajax heeft er jarenlang een potje van gemaakt door veel geld uit te geven aan gehypete spelers of onbekende figuren die toevallig een goed toernooi hadden gespeeld. Inmiddels is de club naar het andere uiterste doorgeslagen en houdt het de hand stevig op de knip.

Maar in ieder geval ligt er in de ArenA geen kunstgras! Een aantal maanden geleden kwam het onderwerp weer ter sprake na de matige prestaties van het Nederlands Elftal en de start van het competitieseizoen (zes clubs in de Eredivisie spelen op kunstgras, iets wat in de Grote Landen ondenkbaar is). Kunstgras zou slecht zijn voor de ontwikkeling van de spelers en het opdrogen van de Nederlandse talentenpoel lijkt daaraan gerelateerd te zijn. De laatste jaren klinkt deze paniekerige boodschap steeds luider door en hopelijk gaan de beleidsmakers er nu echt iets aan doen, zodat het Nederlandse clubvoetbal het komende decennium weer wat verloren terrein kan terugwinnen.

In het kort zou dat op het volgende neerkomen:

  • De play-offs afschaffen
  • De bekercompetitie afschaffen
  • Het gebruik van natuurgrasvelden stimuleren

En wie weet wint een Nederlandse club in 2035 wel de Champions League en kunnen we dan tevreden concluderen dat de barre tijden van het Nederlands voetbal ver achter ons liggen.

* Voor de jongere lezers: dat was de voorloper van de Europa League.
** Voor de oudere lezers: dat is de opvolger van de UEFA Cup.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten