03 augustus 2010

Herfstschaak

Jip gedeeld eerste in achtste ronde zomerschaak

"Verschaft juli veel mooie dagen, dan pleegt augustus de last te dragen." Dit spreekwoord, dat doorgaans op het voorjaar van toepassing is, lijkt ook voor de zomer te gelden in Nederland. Altijd bevat de Hollandse zomer minstens een slechtweermaand. Voordat ik vakantie had, was het bloedheet en uitgerekend nu, nu ik eindelijk vakantie heb, houdt het weer niet over. Gisteravond was het weer al helemaal onstuimig. Het regende pijpenstelen en daarnaast onweerde het nog. Dat weerhield me er niet van om het Denksportcentrum onveilig te maken. Zelfs een lekke band kon me niet tegenhouden.

De bardienstperiode is hier weer aangebroken. Gisteren was Ewood aan de beurt, volgende week ben ik het slachtoffer, maar ik neem aan dat ik dan in de buurt van Enschede zit. Ewoods rotklusje was voor mij een goede reden om wel te komen. De laatste tijd heb ik wat meer zelfkennis gekregen wat betreft schaken en dat gaf me het nodige vertrouwen. Wel had ik een probleem met de fiets in de vorm van een lekke band. Dat was niet de eerste keer, eerder de tiende keer dat het me overkwam. Het was bij de supermarkt gebeurd, toen ik tijdens mijn "vakantie" de nodige boodschapjes had gehaald. Gelukkig kon ik op Loulous fiets, maar toen ik wegreed, voelde ik dat ook bij deze fiets de achterband wel erg zacht was. Ewood was al vertrokken, maar hij wachtte in de zijstraat op me door rondjes te fietsen. Met deze fiets kon ik moeilijk verder rijden, waarna ik m'n moeder d'r fiets kon lenen… :S Je moet wat voor het zomerschaak over hebben…

Terwijl ik m'n moeder d'r fiets uit de schuur haalde, was Ewood al onderweg. We waren al aan de late kant en het weer was niet al te best. Tijdens de heenreis was het onweer nooit ver weg. Onweer vind ik het naarste weerfenomeen dat er is. Voorspelbaar is het niet (op Discovery Channel werd eens over een fietser verteld die door een onweerswolk van tien kilometer verderop werd getroffen) en ik voelde me op de fiets niet erg veilig (de banden isoleren je volgens mij van de grond, maar verder heb ik van elektriciteit geen kaas gegeten.) Daarnaast regende het, dus ik hoopte snel binnen te zijn.

Toen ik m'n fiets wegzette, kwam Ptr aan. Hij had zo'n opvouwbare fiets, dus daarmee vergelen zag mijn fiets er wat minder lomp uit. We liepen maar naar binnen, waar EB de indeling maakte. Ik zat nog tegen Ptr te spelen, toen de indeling werd omgeroepen. Er waren twaalf deelnemers en we speelden 5'+3'' Bronstein. Ik speelde in de eerste ronde tegen Bert Kieboom. Hij speelde weer eens 1.e4 en ik speelde Spaans. Anders dan die keer en de oefenpartijen tegen Ptr ging het nu wel aardig. Ik had het gevoel dat ik goed stond, maar ook niet meer dan dat. Na lang nadenken besloot ik een stuk te offeren voor een aanval. Ik kreeg in ieder geval twee pionnen en ik hoopte binnen afzienbare tijd de aanval te kunnen versterken, maar of het nou goed was? In de partij pakte het na wat matig verdedigen van Bert nog wel goed uit. Ik won nog twee pionnen, toen ik dames moest ruilen. In het eindspel drukte de pionnenmassa wit helemaal dood.

Van een heel ander kaliber was de partij tegen Kooijman. Ik speelde een soort Kanvariant, maar daarbij verloor ik m'n hele centrum. Vervolgens stond ik heel ongemakkelijk en bleef ik matig spelen. In tijdnood werd het hectisch. Ondanks dat we niet met het Bronsteintempo speelden, maar gewoon met 5'+3'', zaten we enorm in tijdnood. De stelling was bloedlink, met de zware stukken en de loperparen. Uiteindelijk liet Chris zijn dame instaan, waardoor ik het nog net won. Een hele opluchting.

Tom Fikkert speelde een atheoretische variant. Hij wilde niet op theoriekennis verslagen worden. Blijkbaar kent hij me niet zo goed. 😉 Het afscheren van zijn snor had hem in de partij geen kwaad gedaan. Na 1.e4 e5 2.d3 Pf6 3.f4 kwam er een vreemd Koningsgambiet op het bord, waarin ik hoopte dat ik wits passieve tweede zet kon uitbuiten door 3…exf4 4.Lxf4 d5 5.e5 Pg4. Ik was het ruwste van het ruwste van plan: …g5 zag ik wel zitten. Helaas deed wit gewoon 6.Pf3 en stond ik niet best. Wit verzuimde echter m'n paard weg te jagen, waardoor ik een keer …Db6 kon doen, wat een kwaliteit won. De stelling bleef heel lastig, zeker omdat ik weinig tijd had. De afruil van een stuk verlichtte mijn taak. Tot mijn verbazing sloeg Tom echter een ander stuk met zijn dame. Gelukkig zag ik nog net dat mijn dame op g4 het paard op b4 dekte. Anders had de uitslag zomaar "1-0" kunnen zijn in plaats van "0-1".

Vervolgens speelde ik tegen Ptr. Hij speelde Frans en raakt na 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 4.e5 per ongeluk zijn loper aan. Hij deed daarom maar 4…Le7. Reden voor mij om maar een halve zet te doen: 5.a3. Maar dat was ook niet zo geweldig. Zonder de dubbelpion op c3 is wits pionnenstructuur niet veel meer dan een fragiel kaartenhuis. Hoewel ik de zet 5.a3 in sommige varianten best kon gebruiken, was de resterende stelling geen lolletje. De stelling bleef heel lang slecht maar stabiel, om uiteindelijk in tijdnood helemaal in te storten. Met zwarts lopers die door mijn stelling keken, was het een kwestie van tijd voordat ik een aftrekaanval van zwarts d-pion over het hoofd zou zien.

Meteen daarna mocht ik tegen EB. Hij hoopte dat hij niet zoals tegen Ptr in drie zetten een stuk weggaf. Nu deed ik dat bijna door een wat al te roekeloos …d5. Het zou me niet verbazen als er een manier was waarop wit geforceerd een stuk zou winnen. Gelukkig kon ik het nog net overleven. Over de positionele concessies mopperde ik niet. Wel was het nu lastig geworden om nog te winnen. Ik zag alleen dat wits koning een paard op f3 moest dekken, maar hoe kon ik daarvan profiteren? Na lang nadenken meende ik het te hebben gevonden: slaan op a4 en als wit daar met de toren slaat, doe ik …Pb2 en dreig ik naast …Pxa4 ook …Pxd3, gevolgd door …Lxf3, met stukwinst. In de praktijk pakte het ook precies op die manier uit, maar zag ik dat wit het idee met Txa6 had kunnen weerleggen, omdat mijn toren op a8 ongedekt stond. Winnen is soms ook verdomd lastig…

Een opmerkelijk einde had de partij tegen Langbroek. Hij verloor met wit (!) over de e-lijn een stuk in de opening (ik deed 1…Pxe4, toen kwam 2.Pxe5 Pxe5 3.De2 Pxc4 4.Dxe4+ De7), waarna ik dat rustig uitspeelde. Uiteindelijk stond zijn toren op g3 helemaal ingemetseld door mijn pion op g4 en de pionnen op g2, d3 en d4 (die laatste was van mij dus.) In een hopeloze stelling deed hij maar het onreglementaire 1.Kh3, waarna ik hem maar met 1…Th1 "dubbelmat" zette. xD

Tegen Tom Haenen ging het veel moeilijker. Hij speelde Frans en liet in hoog tempo de stukken van het bord verdwijnen. Mijn pogingen om een paard op d6 te krijgen leverden niets op. Sterker nog: mijn koning bleef in het centrum en het zag er niet best uit. Gelukkig voor mij gaf hij een toren weg op het moment dat het spannend (voor mij) zou worden. We analyseerden nog wat en Johnny Markus keek mee. De conclusie was dat zwart zelfs na een stukoffer goede kansen had.

Markus was dan ook mijn volgende tegenstander. Hij deed het inmiddels behoorlijk populaire 1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 b6 4.a3. Ik kwam ditmaal wel aardig door de opening heen, hoewel ik het na een tijdje somber inzag: mijn loper stond nogal lomp op a8 en de zwarte velden in m'n koningstelling waren zwak. Gelukkig werden er stukken geruild en kon in het middenspel de pion op a3 van het bord halen. In een toreneindspel met een pion meer, had ik eveneens het voordeel van wits te ver opgerukte pionnen op de koningsvleugel. Hierdoor bereikte ik een eindspel met twee pionnen meer, maar het toreneindspel met de f- en h-pion is in sommige gevallen theoretisch remise. Nu waren mijn pionnen gelukkig al ver opgerukt. De stand was volgens mij zo:

John Markus – Jesper de Groote. Wit had zojuist zijn e-pion tegen mijn c-pion geruild (misschien stond de toren wel op c8, het maakt ook niet veel uit. Alleen als het ding op f8 stond, had het kunnen uitmaken) en ik moest dit proberen te winnen met weinig tijd. Dat lukte aardig: 1…Tg2+ 2.Kh1 (volgens de eindspeldatabase in ieder geval het hardnekkigst, wit mag de h-pion niet laten doorlopen) 2…Kg3 (automatisch gespeeld, maar met een toren op f8 had wit hier meteen remise kunnen maken) 3.Tg8+ Kf2 4.Ta8 Tg1+! 5.Kh2 Te1 en vanaf hier ging het vrij gemakkelijk. John ging de h-pion opvreten, waarna ik via g1 kon ontsnappen met de koning en won.

Het deed me denken aan het eindspel dat ik eens tegen Coen had. Met twee pluspionnen was de winst nog niet zo gemakkelijk:

Jesper de Groote – Coen van der Heijden, Interne competitie 2006.

De aanwezigheid van de b-pionnen zou mijn winstkansen nog ten goede komen, mocht ik niet direct kunnen winnen. In deze stelling kan wit nog steeds niet weg met de koning, terwijl de toren de h-pion moet dekken. Maar ik had natuurlijk bewust naar deze stelling gestreefd en met 65.Tg8+ Kxh7 66.Tg3 pakte ik het punt. Er dreigt 67.Th3+ en Kg8 en alleen 66…Th4 helpt daartegen. Maar dan komt natuurlijk 67.Ke7 en wit kan naar de toren lopen. Natuurlijk staat zwarts toren verre van ideaal op e4. Het ding had ook op e1 moeten staan, maar ook dan wint wit met 65.Tg8+ Kxh7 66.Tg7+! (dwingt de koning naar een vreselijk veld) 66…Kh8 67.Tg4 (nu kan de toren naar de vierde rij, al is 67.Tg3 of 67.Tg2 net zo goed) 67…Th1 (67…Kh7 verliest op de bekende manier, maar dit is nog kanslozer) 68.Tf4! Ongelooflijk sadistisch. Zwarts toren is aan de h-lijn gebonden. Wit kan rustig met de koning weglopen, terwijl de toren ook nog eens ideaal staat.

Dat zijn dus de leukere eindspelen. Tegen Tom de Ruiter kwam ik lang niet zover. Hij speelde een vaag systeempje, waardoor ik ruimtevoordeel had. Het was een soort Spaans, maar dan zonder tegenspel voor zwart. Zwart stond passief en Tom voelde zich genoodzaakt wat kromme zetten te doen, zoals …Kf8. Hierdoor had het paard op g6 geen vluchtvelden meer, zodat ik het beest na h5 kon oppeuzelen. Toen Tom meteen daarna nog een stuk ging verliezen, hield hij het maar voor gezien. "Ik zit als een konijn te spelen", merkte hij op. Barmeid Ewood hoorde het aan en dacht er het zijne (hare) van.

In de één-na-laatste ronde speelde ik tegen FM Henk. In het Schots zat ik heel lang na te denken, want ik moest zetten spelen die ik eigenlijk niet wilde doen. Ik zag me gedwongen tot het maken van enkele verzwakkingen, wat in combinatie met mijn tijdnood het ergste deed vrezen. Bijna a tempo gooide ik de zetten eruit, waarna Henk zijn dame (!) opeens weggaf. Ik gunde hem nog wel een genaderemise. Hij is immers toch FM. ^^ Henk mopperde een beetje over degenen die achter hem Can I zaten te spelen. De oudjes (volgens Johnny Markus moest je een IQ van 40 hebben om dat spel te doen xD) hadden ruzie gekregen omdat iemand een fout had gemaakt, waardoor het spel in de soep was gelopen.

In de laatste ronde speelde ik tegen Pieterse. Naar verluidt baalde hij ervan dat hij zwart had tegen mij. In een hoog tempo bracht hij het Russisch op het bord. Ik probeerde het evenwicht te verbreken door een centrumpion te winnen tegen een h-pion, maar aan de geïsoleerde d-pion beleefde ik weinig lol. Uiteindelijk kon ik in tijdnood m'n pion terugwinnen, maar ook niet meer dan dat. Uiteindelijk had ik een pion minder, maar stonden mijn stukken actief. Pieterse bood remise aan, wat ik maar aannam met een halve minuut op de klok. Pieterse had het over sneller zetten, maar ik kon zijn tempo toch niet bijbenen, dus wat heb je er dan aan om een matige stelling te spelen? Als die Pieterse geen blunders maakt, is hij behoorlijk goed, weet ik. Helaas blundert 'ie tegen bijna iedereen opzichtig… Ach ja, sommige tegenstanders liggen me gewoon niet.

Al met al scoorde ik 9 uit 11, een fraaie score, hoewel het spel af en toe erg rommelig was. Ik heb al een tijd niks aan schaken gedaan en dat merk ik vooral aan m'n openingen. De rest gaat wel behoorlijk goed, al kan het tactisch allemaal nog wel wat beter. Na mijn partij tegen Pieterse was het wachten op FM Henk, die tegen Haenen bezig was aan een tijdnoodduel, waarbij hij uiteindelijk wel aan het langste eind trok. Hierdoor eindigde ook hij op 9 uit 11.

Ptr verloor in de tweede helft van het toernooi terrein door nederlagen tegen De Ruiter en FM Henk. Uiteindelijk eindigde hij op 8½ punt en niet 8, hij had in de eerste ronde gewonnen van Fikkert (toch?) De Ruiter en Kooijman eindigden als gedeeld vierde met 6½bd uit 11, Kieboom en Markus scoorden 6 punten, Pieterse bleef steken op 50 procent, EB pakte 4 punten, Haenen 3, terwijl Fikkert en Langbroek er één scoorden. 

Na afloop stond Ewood nog af te drogen en verkocht hij mij nog een doormidden gebroken Mars. Ptr zat nog tegen Klaas B. te schaken. Daarbij matste hij de actiefste schaker van BSG constant door winnende zetten niet uit te voeren. De opa had het niet door en in de laatste partij merkte hij opeens op dat Ptr de stelling niet goed had aangepakt. xD

Rond middernacht verlieten we het DSC en fietsten we in een traag tempo naar huis. Het was inmiddels droog. Op de hoek van de straat gingen we toen nog een uur vollullen over Ptrs toekomst en verleden als piloot. Het was me het avondje wel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten