08 februari 2026

BSG doet in Groningen een zwak 2025 in een keer vergeten

Voor het eerst in drie maanden heeft BSG 1 weer een KNSB-wedstrijd gewonnen. De verre uitwedstrijd tegen het Groningse Spassky’s, dat enkele vaste krachten moest missen, werd gelijk met 6-2 gewonnen, waardoor BSG naar de vierde plek oprukte in klasse 2A.

Maar weinig spelers van het eerste achttal van BSG zullen met genoegen op het kalenderjaar 2025 terugkijken. In het begin van het jaar werd er met veel moeite van degradatiekandidaten gewonnen en bij de start van het nieuwe competitieseizoen ging het niet veel beter. Het jaar werd afgesloten met nederlagen tegen Max Euwe en koploper Assen. Doordat de zesde ronde van de KNSB in januari vanwege het winterweer werd uitgesteld, ging BSG tegen Spassky’s (weer een wereldkampioen) voor de eerste overwinning in drie maanden tijd. Een overwinning die heel welkom zou zijn om niet het degradatiemoeras in te worden getrokken.

Er gloorde echter hoop voor BSG. Lange tijd konden de spelers van BSG 1 in twee categorieën verdeeld worden: zij die hun ratingpunten in de competitie verspeelden en zij die dat op toernooien deden. Mark behoorde lange tijd tot die laatste categorie. In januari speelde hij vaak bij de amateurs in Tata Steel mee, maar door voedselvergiftigingen en ander ongemak speelde hij doorgaans weinig klaar. Niet dit keer! Hij wist zijn groep knap ongedeeld te winnen en dat gaf hem het zelfvertrouwen om zijn slechte score in de externe competitie (½ uit 5) op te vijzelen.

De heenreis naar het mistige en koude noorden verliep voorspoedig en op weg van de parkeerplaats naar het Jannes van der Wal Denksportcentrum werden de klokhuizen van de soldaat gemaakte appels rücksichtslos de natuur in gedeponeerd. Het gebouw, vernoemd naar de excentrieke dammer Jannes van der Wal (1956-1996), is het thuishonk van meerdere Groningse schaakclubs, waaronder Spassky’s. De buitenkant heeft gelijkenissen met het raadhuis van Hilversum, terwijl de binnenkant net Mondriaan is, getuige het veelvuldige gebruik van vies rood, donkerblauw en heel licht geel.

BSG had wel eerder in het gebouw gespeeld, zoals die slotronde van de eerste klasse, waarin we een thuiswedstrijd hadden tegen een team uit Vianen (Brabant). We hadden nog nooit eerder op het zoldertje gespeeld en dus kon een enkeling de speelzaal helemaal niet eens vinden. Terwijl de partijen begonnen, werd de indeling onleesbaar op een schoolbord geschreven en werd er een foto van Rowan Atkinson op een tafeltje gezet. Dat was hem natuurlijk niet, het was niemand minder dan degene naar wie de club vernoemd was, namelijk de vorig jaar overleden Boris Spassky.

De thuisploeg moest zowel Michael vin blanc Riemens als Joop Houtman missen. Voor hen in de plaats hadden ze beduidend minder sterke invallers opgesteld. Toch leek het er aanvankelijk niet op dat BSG 2025 achter zich had gelaten. FM Henk stond aan het derde bord wel wat beter tegen Roelof Kroon, maar accepteerde desondanks gauw diens remiseaanbod. Ook Judit kwam twee borden verderop met wit vlug remise overeen met Henk Jansen. Tot overmaat van ramp werd Rein in zijn Muiderberg-trui volledig weggespeeld door Henk van Putten aan het bord ernaast. Daarmee waren de Henken uitgespeeld en stond BSG 2-1 achter.

Ton had ondertussen ook een remiseaanbod gekregen van Dries Koster. Hij stond op dat moment al een tikje beter met zwart, dus speelde hij door. Een klein plusje leverde een heel goed eindspel op. Ton haalde een pion op en had toen twee verbonden vrijpionnen. Hij maakte het zich echter nog erg moeilijk en won alleen omdat zijn tegenstander echt geen idee had hoe hij het eindspel moest spelen.

Niet heel lang daarna mocht ik ook een punt laten bijschrijven. Dom gebluf in de opening (na al die jaren kan ik nog steeds geen Italiaans spelen) werd rijkelijk beloond toen tegenstander Menno van ’t Veld wat lichte stukken ging ruilen in plaats van dat hij me tot een slechte ruiltransactie dwong. Daarna offerde ik een stuk voor drie pionnen en dat had vrijwel meteen succes toen de witspeler moedig met zijn koning bijna een matnet in liep en vrijwel meteen daarna een stuk weggaf. We stonden in ieder geval voor.

Timon had daarna de eer het eerste matchpunt binnen te halen. Aan het laatste bord had hij met zwart een mooie vrijpion op a3. Tegenstander Rolf Yska had het ding redelijk onder schot en wist Timons leger redelijk passief te houden. Timon wist zijn vrijpion echter in te wisselen voor wat pionnen op de koningsvleugel en dat was goed voor zijn tweede puntje op rij.

Aan het eerste bord mocht Ewoud tegen Hendrik Pieter Hoeksema, beter bekend als Erik Hoeksema of de Rots van Baflo. Na zich twee keer eerder tegen die steen te pletter te hebben gelopen, deed hij het nu anders en creëerde hij een gat op f3. Een zwart paard kwam er vrolijk op af, een familieschaakje dreigend. Het was echter een val! Het beest overmeesterde weliswaar de toren op g1, maar doordat de koningsaanval Ewoud twee stukken opleverde, had hij opeens een winnend eindspel. Het viel nog niet mee om het paard en de loper te laten coördineren, maar uiteindelijk had hij een stelling waarin alle stukken elkaar dekten en was de koning de vrije man. De monarch stormde via een schijnbeweging op naar het vijandelijke doel, waarna de punten in de tas waren.

Het wachten was daarna nog op Mark, die na zijn successen in Tata Steel er extra op gebrand was te winnen. Aanvankelijk leek hij heel goed te staan, maar tegen de tijdcontrole kwam tegenstander Jan Postma er goed uit. De zwartspeler besloot echter de dame te winnen ten koste van een toren en loper, waarna zijn dame in haar eentje de witte vrijpion op b6 moest tegenhouden. Zwart kon het witte leger met een a-pion net genoeg ontregelen waardoor Mark heel veel schaakjes moest toelaten. Omstanders hadden het al over drie keer dezelfde stelling. Aan BSG-kant klonk er gezucht en gesteun omdat ze nog een terugreis van bijna 2 uur voor de boeg hadden. Waarschijnlijk heeft de zwartspeler ergens een steek laten vallen, want na zessen wist Mark met zijn koning uit het schaak te lopen, waarna hij een hand kreeg en BSG de wedstrijd met een 6-2-zege afsloot. Zo ruim had BSG al een hele tijd niet meer gewonnen. Door de ruime zege steeg BSG gelijk naar de vierde plaats, terwijl de gastheren naar de negende plaats zakten.

Spassky’s (2038) – BSG (2138) 2-6
1. Erik Hoeksema (2332) – Ewoud de Groote (2242) 0-1
2. Dries Koster (2017) – Ton van der Heijden (2216) 0-1
3. Roelof Kroon (2199) – Henk van der Poel (2187) ½-½
4. Menno van ’t Veld (2000) – Jesper de Groote (2167) 0-1
5. Henk Jansen (1834) – Judit Clopés Llahi (2174) ½-½
6. Henk van Putten (2099) – Rein Brouwer (2151) 1-0
7. Jan Postma (1963) – Mark Grondsma (2043) 0-1
8. Rolf Yska (1858) – Timon Brouwer (1925) 0-1

Na nog een hele autorit werden de hongerige maagjes van het hele team, exclusief de Brouwertjes, op Italiaanse tijden bij de Italiaan gevuld. Over vier weken wacht het tegen degradatie vechtende MSV uit Meppel. Dat wordt waarschijnlijk weer een hoop geklaag over parkeertarieven en groene kleedjes.

02 januari 2026

Lag het aan de auto of had de coureur een slechte dag: een blik op de kwalificatie-uitslagen in 2025

Dit jaar staan er grote reglementswijzigingen op stapel in de Formule 1, wijzigingen die de rangorde volledig door elkaar kunnen gooien. Het afgelopen jaar werd echter nog gedomineerd door het team van McLaren, dat beide kampioenschappen won, maar ook zij hadden betere en mindere optredens. Lag dat aan het circuit of aan de coureurs? Met behulp van een statistische analyse hoop ik daar antwoord op te geven.

Halverwege het seizoen keek Max Verstappen in het kampioenschap tegen een gigantische achterstand aan, maar in het najaar ging hij helemaal los, terwijl McLaren inzakte. “Onze auto komt op dit circuit niet goed uit de verf”, of woorden van gelijke strekking gaven Zak Brown en de zijnen dan keer op keer schouderophalend als verklaring voor de mindere prestaties, maar was dat ook zo?

Sporters kunnen goede en slechte dagen hebben en Formule 1-coureurs vormen daar geen uitzondering op. Anders dan bij de meeste andere sporten zit er in de Formule 1 ook verschil in uitrusting, de ene coureur rijdt nou eenmaal in een betere auto dan de andere. De auto’s hebben allemaal net andere karakteristieken en zijn voor sommige circuits beter geschikt dan voor andere. Is het mogelijk om deze verstorende invloed weg te filteren?

Ja, tot op zekere hoogte kan dit, omdat ieder team twee coureurs heeft. In de onderstaande figuur heb ik de snelste ronde van Lando Norris en Oscar Piastri per raceweekend uitgezet tegen de gemiddelde snelste ronde van de coureurs van de vier topteams (McLaren, Mercedes, Red Bull en Ferrari) als redelijk stabiel referentieniveau. Hierdoor is goed te zien in welke races de McLaren-coureurs relatief sterk of zwak waren.

Snelheid van Norris (groen) en Piastri (donkerblauw) per race ten opzichte van de snelheid van de coureurs van de vier beste teams. De stippellijnen geven de gemiddeldes weer.

Gemiddeld was Norris een fractie sneller dan Piastri (0,35 om 0,34 seconde sneller dan de gemiddelde coureur van de vier topteams, zie de stippellijnen). De pieken in de eerste race (Australië), alsmede die in race 8 (Monaco) en de zwakkere optredens tegen het eind van het seizoen vallen op. Daarnaast valt Norris’ zwakke optreden in race 10 (Canada), gevolgd door zijn sterke optreden in Oostenrijk op. Piastri was alleen in race 20 (Mexico) trager dan de gemiddelde coureur van de vier topteams. De resultaten van het weekend in Las Vegas (race 22) heb ik vanwege de regen buiten beschouwing gelaten.

Norris’ vorm in de kwalificatie was wat volatieler dan die van Piastri, met een standaarddeviatie van 0,25 seconde om 0,21 seconde. Hierin zit dus ook wat volatiliteit doordat de McLaren op het ene circuit beter uit de verf kwam dan op het andere. Om deze ruis uit de data te halen, vergelijk ik per weekend de snelste rondetijd van Norris met die van Piastri. Doordat ze met dezelfde auto rijden, maakt het niet uit dat het ene circuit de auto beter ligt dan het andere. De standaarddeviatie van het verschil in snelste rondetijd per weekend is 0,26 seconde. Liever gebruik ik in het vervolg overigens de variantie, het kwadraat van de standaarddeviatie, want dat maakt de berekeningen er een stuk eenvoudiger op.

Aangenomen dat de volatiliteit van de prestaties van de coureurs en de auto niet van elkaar afhangen, kan de onderliggende variantie van de coureurs en de auto als volgt worden bepaald:

c1 + m = N
c2 + m = P
c1 + c2 = V

Waarbij:

c1 – Onderliggende variantie Norris
c2 – Onderliggende variantie Piastri
m – Onderliggende variantie McLaren
N – Waargenomen variantie Norris
P – Waargenomen variantie Piastri
V – Waargenomen variantie Norris – Piastri

Invullen voor N, P en V geeft:

c1 + m = 0.061 ( = 0.25²)
c2 + m = 0.045 ( = 0.21²)
c1 + c2 = 0.069 ( = 0.26²)

Dit levert het volgende plaatje op, waarbij de variantie van Piastri (c2) is uitgezet tegen die van Norris (c1). Vergelijking (3) is in het oranje weergegeven. Door vergelijking (1) en (2) met elkaar te combineren kan de zwarte lijn worden geconstrueerd. Het snijpunt van de twee lijnen geeft de gezochte waarden van c1 en c2.

Variantie van Piastri uitgezet ten opzichte van die van Norris.

Het blijkt dat de onderliggende variantie van Norris (c1) 0.043 is, die van Piastri (c2) 0.027 en die van McLaren (m) 0.018. Oplossen voor m kan ook door de eerste twee vergelijkingen bij elkaar op te tellen en de derde vergelijking ervan af te trekken. Hieruit volgt:

m = (N + P – V)/2
m = (0.061 + 0.045 – 0.069)/2 = 0.018

Omrekenen naar standaarddeviaties krijg je een standaarddeviatie van 0.21 voor Norris, 0.16 voor Piastri en 0.14 voor McLaren. Norris is dus volatieler dan Piastri en allebei zijn ze iets volatieler dan de auto.

De laatste stap is om voor ieder kwalificatieresultaat een decompositie te maken van de inbreng van de coureur en die van het team. Het volgende plaatje schetst de situatie:

Schematische weergave van de verklaring van de prestaties van Norris (groen) en Piastri (donkerblauw) door de teamprestatie (de oranje lijn) en de coureurs.

Te zien zijn de fictieve prestaties van Norris (groene balk) en Piastri (donkerblauwe balk) in een race, afgezet tegen het gemiddelde van de coureurs van de vier beste teams. Te zien is dat beide coureurs een goede sessie hebben afgewerkt. Een deel hiervan wordt verklaard door de auto (de oranje lijn) en een deel door de coureurs, die boven verwachting goed reden. De meest waarschijnlijke decompositie van de inbreng van het team en de coureurs minimaliseert de (voor standaarddeviatie gewogen) lengte van de pijlen. De onderstaande figuur geeft de meest waarschijnlijke decompositie per race:

Snelheid van Norris (groen) en Piastri (donkerblauw) per race ten opzichte van de snelheid van de coureurs van de vier beste teams, relatief tot Norris’ en Piastri’s gemiddelde. De oranje balken geven de inbreng van de auto, de groene balken die van Norris en de donkerblauwe balken die van Piastri.

Te zien is dat McLaren (oranje balken) met name in Australië (race 1) als Monaco (race 8) een erg goede auto had. Rond de zomerstop (België t/m Nederland, race 13-15) zijn ze eveneens sterk, maar daarna komen drie races waarin ze dat niet zijn (Italië t/m Singapore). Canada (race 10) is eveneens een slechte race voor McLaren, omdat Norris daar een zwakke kwalificatie reed. Omgekeerd is Piastri’s derde tijd volgens de analyse een puike prestatie. In Oostenrijk (race 11) was Norris een halve seconde sneller dan Piastri. Volgens de analyse kwam dit niet echt door de auto en was Norris’ optreden erg goed, terwijl Piastri een van zijn mindere optredens kende. Opvallend is verder Piastri’s vormverlies vanaf Italië (race 16). Norris heeft ook een dipje, maar hij herstelt zich in race 19 (Amerika), waar Piastri blijft kwakkelen.

Voor de andere coureurs is eenzelfde analyse te maken. Voor de vier topteams zijn de berekende standaarddeviaties per coureur als volgt:

Russell (Mercedes) 0.12
Leclerc (Ferrari) 0.13
Verstappen (Red Bull) 0.16
Piastri (McLaren) 0.16
Norris (McLaren) 0.21
Hamilton (Ferrari) 0.26
Antonelli (Mercedes) 0.27
Lawson/Tsunoda (Red Bull) 0.30

En voor de teams:

Red Bull 0.11
McLaren 0.14
Ferrari 0.19
Mercedes 0.23

Interessant was Russell dus de meest constante coureur volgens de analyse. Inderdaad was de Brit het toonbeeld van consistentie, getuige zijn negen podiumplaatsen, in tegenstelling tot het team. Waarschijnlijk heeft het fiasco in Monaco daarmee te maken, waar beide coureurs zich om verschillende redenen in de staart van de middenmoot kwalificeerden. Ook Leclerc kende een constant seizoen en was zelfs nog wat constanter dan Verstappen en Piastri. Omgekeerd waren Hamilton, Antonelli of de tweede Red Bull-coureur behoorlijk inconsistent. Opmerkelijk genoeg komt Red Bull bij de teams uit de bus als het meest constante team, ondanks de matige optredens in Oostenrijk en Hongarije halverwege het seizoen.

De standaarddeviaties van de teams liggen in de buurt van die van de consistentere coureurs. Voor hen is een slechte kwalificatie in principe even vaak de schuld van de auto als van zijzelf. Voor de minder consistente coureurs geldt dat niet. Als zij een slechte kwalificatie hebben, ligt dat vaker aan henzelf. McLaren had een auto die redelijk allround was en had daarnaast redelijk constante coureurs, wat de vraag oproept wat er in het najaar toch in hemelsnaam gebeurd is met Piastri, die zes zwakke optredens op rij had.

01 januari 2026

2026

Gelukkig nieuwjaar allemaal! Dat het maar weer een productief jaar mag worden, maar pas wel nadat alle oliebollen zijn verorberd…

Het is alweer 2026. Precies 365 dagen geleden stonden we in de woonkamer van de oude lui met een of ander vies bruisend bessensapje in de hand om elkaar een gelukkig nieuwjaar te wensen, niet wetende wat het nieuwe jaar zou brengen.

Inmiddels zijn we allemaal weer een jaartje ouder geworden. Iedereen, behalve Belle, die al in de eerste week van 2025 overleed. Voor haar in de plaats hebben mijn ouders sinds de zomer Loetje en Stippie. Voor het eerst hebben ze twee katten uit hetzelfde nest en dat bevalt heel goed. Een tip voor iedere kattenbezitter dus. In het begin waren ze nog heel klein en piepten ze heel schattig bij alles wat ze deden, maar inmiddels zijn ze uitgegroeid tot volwaardige katten, die bijna niet zonder elkaar kunnen. Heel aandoenlijk om te zien.

2025 was ook het jaar van mijn verhuizing. Na 10 jaar in Naarden te hebben gewoond, kreeg ik eindelijk de kans om naar een groter huis te verhuizen. Dat wilde ik wel, al is de verhuizing me tegengevallen. Het regelen van een verhuisbedrijf viel al niet mee en hetzelfde gold voor het laten leggen van de vloer. En dan moest de hele toko tussendoor nog geschilderd worden. Tot slot moesten de gordijnen nog worden opgehangen en de lampen aan het plafond worden bevestigd. Wat ook niet hielp, was dat ik in de tussentijd m’n elleboog brak, maar nu ik bijna drie maanden de sleutel heb, is het huis bijna af.

Dit jaar hebben we de jaarwisseling dan ook in mijn nieuwe hokje gevierd. Xiaomei had samen met mijn moeder en tante oliebollen gebakken, dus kregen we een dag voor oud en nieuw een schaal met oliebollen mee. Mijn vader had ondertussen de laatste gordijnen opgehangen, zodat poes niet te veel last van het vuurwerk zou hebben. Ook hadden we nu limoncello als alternatief voor die vieze champagne/prosecco of dat bruisende bessensapje dat we anders altijd hadden.

Na wat te hebben gerummikubd ging de tv aan voor een pannekoek, gevolgd door het aftelmoment. Interessant genoeg sprong Xiaomei d’r telefoon al op 0:00 toen de tv nog niet eens bij de laatste 10 seconden was. Nooit geweten dat die vertraging zo groot was. Heb ik het begin van het nieuwe jaar altijd te laat gevierd? In ieder geval stonden we even later met een glas sap in ons hand elkaar een goed nieuwjaar te wensen, hopend dat 2026 een heleboel moois zou brengen. Poes was ondertussen behoorlijk van slag geraakt door het vuurwerk en ze wist ook niet meer waar ze moest schuilen. Noch in de badkamer, noch in mijn werkkamer, noch in de slaapkamer voelde ze zich helemaal veilig.

Toen het geknal wat minder werd, was er op tv een item van een gast met een dom petje. Het had iets Pokémon-achtigs en dat bleek te kloppen, want hij was de zanger van dat oubollige Pokémon-lied, dus ging ik met Ewood dat Pokémon-kaartspel doen met megaslechte decks (waar zijn al mijn trainers gebleven?!). Ondertussen wilde Beppie alweer op huis aan, dus raffelden we 2 potjes af. Rond een uur of 2 was iedereen weer weg en gingen Xiaomei en ik ook maar naar bed.

Met een dag die niet echt op gang leek te komen en een kat die 5 keer moest overgeven is het nieuwe jaar begonnen. Het eind van de vakantie is in zicht en daarna begint het gewone leven weer, met schaakwedstrijden en vragen of ik nog wat in Python heb geprogrammeerd. Ik moet weer aan de bak om nieuwe dromen te verwezenlijken, maar na tig waardeloze nachten valt me dat zwaar. Toch is er ook nog goed nieuws. Het lijkt (even) een beetje winter te worden en mijn huis is inmiddels housewarmingklaar, dus kan 2026 alsnog op een mooie manier worden ingeluid.