08 mei 2010

Het slechtste NJK ooit

Large kampioen!

Afgelopen week werd het Nederlands Jeugdkampienschap Schaken in Haarlem gespeeld. Het is het eerste NJK sinds hele lange tijd waar ik niet heen ben geweest. Tot en met vorig jaar was Ewood altijd van de partij. We hebben vele mooie momenten beleefd: in Nijmegen met Pascal, daarna vier jaar in de Kop van Noord-Holland en vervolgens nog drie jaren in Venlo met de oude lui. In deze jaren was het toernooi altijd perfect georganiseerd, hoewel de prijsuitreiking bij het laatste jaar in Schagen wel errug lang duurde. In Venlo was de sfeer wat minder, maar de deelnemers en vooral de ouders/begeleiders werden wel serieus genomen. Elke dag was er weer een rondebulletin en de standen en uitslagen waren up-to-date.

Hoe anders is het dit jaar. Het schaken in Nederland is aan het sterven. Een niet nader te noemen grootmeester zei het al. De KNSB is tot op het bot verrot. Werkelijk waar alles gaat mis de laatste tijd. Het begon jaren geleden al met de jeugdtrainingen die op een chaotische bende uitdraaiden. Vervolgens werd de KNSB-site veranderd, waarbij veel linkrot ontstond en waardoor een hoop archiefmateriaal onbereikbaar werd. Bovendien was de site er geen haar beter op geworden. Op 12 november 2008 heb ik een mailtje naar de KNSB gestuurd om te vragen waar die verandering nou voor nodig was; ik heb er nooit meer antwoord op gehad.

Vorig jaar waren er zowaar enkele goede ontwikkelen te zien, zoals het NK Internet en de Internetclubcompetitie. Helaas lijkt deze vernieuwingsslag ten koste te gaan van het echte schaken: het NK voor volwassenen werd in "Schaatsbergen" gespeeld, ver weg van de bewoonde wereld. Door de financixc3xable crisis was het prijzengeld "laag" en dat betekende meteen dat de nationale toppers geen zin hadden om mee te doen. Slechts Tiviakov kwam, maar hij verliet na drie ronden woedend het toernooi. Dit berichtte de KNSB:

"Tiviakov trekt zich terug uit NK Schaken

Sergei Tiviakov heeft zich per direct teruggetrokken uit het NK Schaken in Haaksbergen. De Groningse grootmeester sprak na de loting van afgelopen vrijdag remise af met zijn tegenstander in de laatste ronde, zijn stadgenoot Sipke Ernst. Dat, omdat hij anders niet in kon gaan op een lucratieve aanbieding om in de Kroatische clubcompetitie te spelen."

Uiteindelijk bleken de zaken "ietsjes" genuanceerder te liggen en was het al lang bekend dat Tiviakov de laatste ronde niet kon spelen. Hij had lang van tevoren beloofd in de Kroatische competitie te spelen. De KNSB vond het echter geen punt om een breuk te forceren, waardoor het NK nog maar uit negen deelnemers bestond. Hulde!

Dit jaar was de organisatie van het NK Jeugd een drama. Het toernooi had niet eens een echte site, maar een soort subsite in de KNSB-site. Het is een zeer slechte site, die het nieuws altijd veel te laat meldt. De verslagen zijn tenenkrommend slecht. Per categorie worden drie zinnen gebruikt om de resultaten van de afgelopen speelronde te beschrijven. De verslagen beperken zich tot niet veel meer dan scorebordjournalistiek. En dan de titels van die verslagen: "Verslag ronde 2", "David Klein alleen aan kop bij de A-jeugd", "David Klein ten onder tegen Ootes. Vier man aan kop bij A-jeugd". Afgaande op de titels zou je denken dat het NK om David Klein draaide, wat helemaal niet zo was. Verder lukte het de organisatie niet om de livepartijen fatsoenlijk uit te zenden. Daar was het hele toernooi gedonder mee.

Over het niveau van het NK zijn louter teleurstellende conclusies te trekken. Met slechts 22 deelnemers in de A-categorie waren er in vergelijking met de andere jaren al weinig deelnemers in de hoofdcategorie. Je zou verwachten dat dat de kwaliteit ten goede zou komen, maar niets is minder waar. Maar liefst vier deelnemers waren niet eens in het bezit van een FIDE-rating en dan had je er nog een paar die een rating onder de 2000 hadden. Dan houd je nog zestien 2000-plussers over, toch wel erg weinig. Zijn er zo weinig talenten in Nederland?!

Topfavoriet was Bobbin. Hij zou het toernooi moeten winnen, de 2500-grens passeren en dan het WK gaan spelen. Zo was het voor hem uitgedacht. Concurrentie zou hij kunnen verwachten van Benjamin Bok, Stefan Kuipers en natuurlijk van onze Large. Maar Bobbin was uit vorm, had slecht geslapen, was verliefd en eigenlijk had hij er ook geen zin in. Maar het was part of the deal; hij zou in ruil voor zijn deelname een wildcard krijgen voor het "echte" NK, zo liet hij zich tijdens een interview ontvallen. Op Utrechtschaak was MD hier (terecht) verbolgen over:

za 08-05-2010 12:30 MD

"maar dat in ruil voor zijn deelname hij een wildcard heeft gehad voor het komende NK" ???

Daar zullen enkele GM’s wel raar van opkijken lijkt me… De positie van Monique Stam is nu echt onhoudbaar. Ik heb er geen ruchtbaarheid aan willen geven, maar dit kan echt niet langer zo. Een maand geleden heb ik haar per mail een dringend verzoek gestuurd om op te stappen als bestuurslid jeugdzaken. Een reactie heb ik niet ontvangen. Daarom herhaal ik nu maar hier mijn verzoek:

Monique, Leg onmiddellijk je functie als bestuurslid jeugdzaken neer. Naast de motivatie die ik per mail stuurde is er nog een belangrijke motivatie bijgekomen: Robin gaat er veel last van krijgen als je nog langer bij de KNSB betrokken blijft.

Vreemd genoeg was Dimitri Reinderman het hier totaal mee oneens:

za 08-05-2010 12:36 Dimitri Reinderman

"Daar zullen enkele GM’s wel raar van opkijken lijkt me"

Daar heb ik me twijfels over. Enkele GM’s zullen het wel schandelijke laster vinden wat MD schrijft.

Het is dat ik nog steeds geen reactie heb ontvangen op mijn verzoek voor een USF-account, anders had ik "Poek" wel tot de orde geroepen. Het is maar al te duidelijk dat Monique Stam deze deal heeft gemaakt. De hele KNSB staat in dienst van Bobbin. Het is onacceptabel dat de zoon van een bestuurslid zo’n voorkeursbehandeling krijgt. Waarom doen we er niks tegen? De enige in de KNSB die het met de gang van zaken niet eens was, was Yge V. (laat ik hem nu toch maar noemen), maar hij werd eind 2008 uit de KNSB gewerkt:

"In goed overleg hebben de KNSB en de coxc3xb6rdinator Talentontwikkeling Yge Visser besloten dat Yge Visser per 1 oktober zijn werkzaamheden bij de KNSB beëindigt."

Yeah, right…

Overigens vrees ik dat Reinderman wel gelijk heeft wat betreft het animo voor het "echte" NK. Dat is echt schandalig laag. De topschakers die niet naar het NK gaan zouden zich verplicht een jaar lang hun ogen uit hun kop moeten schamen!

Laatsterondedrama

Goed, terug naar het NJK. Large stond met het ingaan van de laatste ronde gedeeld aan kop met Yorick ten Hagen. Een halfje minder hadden David Klein, Stefan Kuipers en Anne Haast. Large had de goeien al gehad en hij speelde in de laatste ronde slechts tegen Nicky Law, terwijl Ten Hagen tegen Benjamin Bok speelde. Dat beloofde dus was. Large kwam ook al heel snel goed te staan:

1. d4 Nf6 2. c4 g6 3. Nc3 Bg7 4. e4 d6 5. Nf3 O-O 6. Be2 Nbd7 7. O-O e5 8. Be3 Re8 9. d5 Nh5 10. Ne1 Nf4 11. Rc1 Nxe2+ 12. Qxe2 f5 13. f3 f4 14. Bf2 g5 15. c5? Nxc5 16. Qc4 b6 17. b4

Hier deed Large 17…La6! en dwong wit tot 18.b5, waarna hij zijn pion nooit meer terugzag. Ewood besloot af te reizen naar de provinciehoofdstad, want Large zou wel winnen, terwijl zijn concurrent na een veelbelovende opening zichzelf leegofferde en verloor.

Het was echter niet zo simpel. Large miste een paar keer een betere voortzetting, maar zijn plan om de verdwaalde witte toren op a5 aan de tand te voelen, was ook goed:

18. b5 Bc8 19. Na4 Kh8 20. Nxc5 bxc5 21. Qd3 Rg8 22. Rc4 Qe8 23. Ra4 Bd7 24. Ra5 Bf6 25. g4 h5 26. h3 Kg7 27. Kg2 Rh8 28. Nc2 Rh6 29. Rg1 Bd8 30. Na3 hxg4 31. fxg4

Hier was het logische vervolg 31…c6. Zwart haalt een kwaliteit op en staat dan op winst. In plaats daarvan deed Large 31…Lc8? en ging hij met 32. Ta4 a6 33. Tb1 Tb8 34. Txa6 Lxa6 35. bxa6 Txb1 36. Pxb1 de kwaliteit winnen. Nu bleef zijn zwartveldige loper echter ingeblikt. In tijdnood is de stelling nog steeds tricky. Wit heeft een vrijpion die in de gaten moet worden gehouden, zwart heeft nog steeds aanvalskansen. In tijdnood werd er niet perfect gespeeld: 36…Be7 37. Nc3 Qb8 38. Qb5 f3+ 39. Kg1 Rh8 40. Qd7 Qe8.

Zwart biedt dameruil aan, want wits dame wordt anders vervelend. Een teken dat er iets goed is misgegaan, want nu heeft zijn zet …f3+ alleen maar pionnen verzwakt. Het eindspel is dan ook geen pretje voor zwart. Wits a-pion is weer een sterke troef, terwijl zwarts loper weinig doet. Zwarts plan is om met de koning naar de damevleugel te lopen en dan met …c7-c6 te breken.

41. Qxe8 Rxe8 42. Nb5 Ra8 43. a7 Kf7 44. Be1 Bd8 45. Bd2…

Aan winst hoeft zwart al niet meer te denken. In deze stelling heeft zwart weinig zetten. Constructieve zetten als 45…Ke7 of e8 falen op 46.Lxg5(+). Hoewel zwart zijn prutloper dan eindelijk kan ruilen, lopen wits pionnen dan hard door. Daarom deed Large maar 45…c4!? Het idee is om de witte loper af te leiden, waardoor het plan wel kan worden uitgevoerd. Zulke zetjes kunnen net het verschil betekenen tussen remise en verlies.

46. Kf2 c3 47. Bxc3 Ke7 48. Bd2 Kd7 49. Be3 c6 50. dxc6+ Kxc6 51. a4…

Zwart heeft het plan uitgevoerd. Jammer genoeg is stelt zijn pionnenmassa op de damevleugel nu weinig meer voor. Wel kan hij eindelijk zijn prutloper afruilen. 51…Bb6 52. Kxf3 Rf8+ 53. Ke2 Bxe3 54. Kxe3… Wit had nog slim kunnen doen met 52.Lxb6 Kxb6 53.Pxd6. Dat eindspel ziet er gunstig uit. Overigens beweert de computer dat zwart nu remise kan houden door te gaan niksen. Wat zwart doet moet echter ook voldoende zijn.

54…Kb7 55. Kd3! Rf3+ 56. Kc4 Rxh3 57. Nxd6+ Kxa7 58. Nf7…

Nu zullen de zwarte pionnen vallen. Zwart heeft hier echter nog een slimme verdediging, gevonden door Grotovsky, die probleemloos remise maakt: 58…Tf3! 59.Pxg5 Tf4 60.Kd5 Txg4 en beide pionnen kunnen worden ingerekend, waarna remise een feit is. Large deed het echter anders: hij ging op de a-pion af.

58…Ra3 59. Kd5 Rxa4 60. Kxe5 Kb7 61. Nxg5 Kc8.

Nu kan wit waarschijnlijk wel winnen, maar nu begon hij suboptimale zetten te doen:

62. Kf6?! Kd7 63. Kf5 Ke7 64. Nh3 Ra1 65. g5 Kf7 66. Nf4 Rf1 67. e5 Re1 68. g6+ Kg7 69. e6 Kf8? 70. Kf6 Re4? 71. Nd5 Ke8

Het drama is bijna compleet: wit kan op allerlei manieren winnen, bijvoorbeeld door 72.g7. Wit dacht echter dat 72.e7?? ook wel kon en toen kwam 72…Te6+!! "Check the checks", zou Large dan zeggen. Door het patgrapje is de partij plotseling remise! Er werden wat zetten herhaald met 73. Kf5 Re1 74. Kf6 Re6+ 75. Kg7 Re5 76. Kf6 en hier claimde Large remise. "Een zwaarbevochten halfje in een veelbewogen partij", zullen we maar zeggen.

Het was een essentieel halfje, want van degenen die een halfje achterstand hadden, won slechts Anne Haast. Zij mocht een barrage spelen tegen Large. De berichtgeving over de barrage was dramatisch te noemen; er werd helemaal niets over verteld. Slechts via het eerdergenoemde Utrechtschaak vernam ik dat Large de barrage had gewonnen. Op de toernooisite is nu (22:45) het recentste artikel nog steeds het verslag van gisteren. De toernooisite is echt een regelrechte aanfluiting. Ik had graag dat de uitslagen ook officieel bekend waren gemaakt.

Large deed het daarentegen prima. Hij kende een typisch toernooi: met wit won hij alle partijen, met zwart scoorde hij drie halfjes. Van de favorieten is Large de enige die zijn koppie erbij heeft gehouden. Bobbin had geen zin, Bok maakte te veel fouten en Kuipers zat te knoeien op het eind. Opmerkelijk vond ik de prestaties van outsiders als Lody Kuling, Tom Meurs en Eugene Riaan d’or. Kuling kwam nog geen barkruk voorbij, Meurs speelde ontstellend zwak en Riaan d’or wisselde goede partijen af met hele slechte. De nobody's wisten daardoor nog enigszins overeind te blijven op dit NK. Zelfs Henk-Jan Evengroen, de knuppel van het toernooi, wist op de valreep een halfje te scoren.

Uiteindelijk moet Large iets hebben gehad zoals na Dieren en Wenen vorig jaar, toen hij een goed toernooi afsloot zonder echt iets tastbaars. In Dieren behaalde hij geen norm, want er waren te weinig buitenlanders. In Wenen behaalde hij "slechts" een IM-norm, na een werelds toernooi. En nu ziet het ernaar uit dat hij niet eens naar het WK mag, dit vanwege de absurde eisen waaraan een WK-ganger moet voldoen. Ik laat Yge V. nogmaals aan het woord:

(Monique Stam): ‘Dat het EK [Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor het WK, JdG] een toernooi zou zijn om ervaring op te doen, is een achterhaald principe zo heeft het bestuur vastgesteld. Als iemand naar het EK gaat moet er gewoon gepresteerd worden. Dan willen we dat Nederlandse deelnemers goed voor de dag komen. En bij dat uitgangspunt horen gewoon strengere eisen. Er zijn genoeg andere toernooien om ervaring op te doen.'

"De eerste zin; Lees die nog eens een keer en probeer deze te begrijpen. Het lukt mij niet, omdat de zin niet klopt. Het was en is een toernooi om ervaring op te doen, sowieso, altijd. Daarnaast dien je de zinsnede "het bestuur" met een korreltje zout te nemen. Eerlijker is het  om te lezen: "Het bestuurslid Jeugdzaken".

De tweede zin: Respectloosheid naar alle deelnemers die het geweldig hebben gedaan! Een trap na; schande.

De derde zin: Geen woorden (meer) voor: opnieuw een trap na.

De vierde zin:  Het is begrijpelijk dat een moeder van een van de toptalenten van de KNSB net even anders kijkt? Wil ze misschien het speciale van haar eigen zoon daarmee (onbewust, ga ik nog van uit) onderstrepen? Het zou zo maar kunnen, vrees ik. Strengere eisen voor een bestuurslidmaatschap zijn veel verstandiger.

De vijfde zin: Is incorrect:  het verschil zat hem nu net in die aantrekkelijkheid van het EK Jeugd. Zoals bleek uit de aanmeldingen, bood dat toernooi voor velen (evalueren !) de mogelijkheid om voor het eerst internationale ervaring op te doen tegen leeftijdsgenoten.

Ik was blij dat deze tekst van bestuurslid Stam mij pas onder ogen kwam nadat ik was vertrokken bij de bond. Ik had haar persoonlijk alle hoeken van het Bondsbureau laten zien :D"

Waar gaat het heen met het Nederlandse schaak?

07 mei 2010

Veldwerk Oostenrijk (7)

Afscheid

Woensdag 28 april

De laatste dag was aangebroken. Het verslag was ingeleverd, nu was het tijd om een presentatie te maken. Het was een beetje een rare tijd. Mijn groepsgenoten maakten de presentatie en ik zat er een beetje verloren bij. Wat kon ik nog doen? Weinig. En dat terwijl de kwaliteit van de presentatie belabberd was. De slides kwamen veel te vol te staan voor mijn gevoel, of ze waren niet leesbaar. Ik had geleerd m’n kop erover te houden. In het eindverslag werden de ondertitels zonder witregels achter te titels gezet. Ik stelde voor er wel een witregel tussen te zetten, maar in het democratische proces had ik geen schijn van kans. Ook kwamen mijn foto’s niet in het verslag. Was het mijn verslag nog wel?

En dan de inhoud. Mijn hersenen maalden maar rond. De ene na de andere fout schoot door m’n hoofd. Het onderzoek was afgedwaald van het afdammen van een zijrivier van de Salzach, zodat er minder wateroverlast is op de Salzach naar het opslaan van water in de Lammer, zodat de Lammer niet overstroomt. De opslaggebieden zijn nooit in het echt bezocht en de locaties staan niet eens aangegeven op een overzichtskaart. Daarnaast loopt het terrein bovenstrooms op, wat ofwel betekent dat de hoeveelheid water die je kunt opslaan kleiner is dan berekend, of dat de gebieden bovenstrooms onder water worden gezet. En dan hebben we onze hoop gevestigd op de Lammerklamm, maar de hoeveelheid water die hier kan worden opgeslagen is nooit onderzocht. Dat waren zomaar een paar punten waar ons onderzoek tekort schoot. Het kon een pijnlijk middagje gaan worden.

Inmiddels had iedereen zijn (m/v) mooiste pak aangetrokken en we gingen naar het universiteitsgebouw. Het was zonnig en heet. Desondanks had ik m’n jas maar meegenomen, want we zouden er nog een poosje zitten. We liepen via dezelfde trap als toen we naar de bieb liepen in het begin van het veldwerk. Het was een soort broeikas. Het lokaal was gelukkig frisser. De ramen werden opengezet en we konden beginnen. Het eerste groepje was het groepje van Simon. Zij hadden die o zo nuttige opdracht om de wenselijkheid van een informatiesysteem te testen. Er was echter een storend detail: de onderste regel van de PowerPoint-presentatie werd niet afgebeeld. Met pijn en moeite werd de projector anders afgesteld, waarna de weergave weer in orde was. Inmiddels was er meer dan een kwartier verspeeld en begon Simon weer van voor af aan.

Na het "laatste" groepje te hebben gehad, kwam het "eerste" groepje. Het was het groepje van Merijn en ze hadden alle drie een black-out, wat wel jammer was, want toen het interessant begon te worden, zaten ze in tijdnood om de spreekbeurt binnen tien minuten af te raffelen. Daarna kwamen wij, wat wel vreemd was. Wij waren immers groepje 6. Hoewel ik geen tekst had, werd ik wel naar voren geroepen. Uiteindelijk trokken er maar twee hun mond open. De presentatie was maar zozo. De inleiding was erg kort en het geheel werd plichtmatig afgewerkt, zonder extra interesse te wekken. Na afloop kregen we een aantal vragen. Over het hydrologische deel werd niks gevraagd. Ik had het wel grappig gevonden om er een technisch verhaal over te vertellen, maar nee.

Vervolgens kwamen er nog zeven presentaties, onderbroken door een korte pauze. Ik had geen zin meer. Laat het toch lekker voorbij zijn, dacht ik. De spanning steeg echter na de laatste presentatie. Welke groepjes zouden het fictieve geldbedrag binnenhalen? De jury had het er moeilijk mee, maar uiteindelijk werd het groepje van Mathieu als winnaar aangewezen. Ze werden geprezen om hun oplossingen, de werkgroepen die ze in het leven wilden roepen en de gelikte presentatie. Daar kon iedereen wel mee leven. De nummer twee was moeilijker aan te wijzen. Dat dat uiteindelijk het groepje werd van Marloes, de stud van de klas, vond niet iedereen even terecht. Ik had graag gewonnen en ik was een beetje teleurgesteld dat het niet was gelukt. We waren immers het enige kwartet, dus we waren op voorhand favoriet.

Die teleurstelling duurde niet heel lang. Bij de afsluitende borrel telde er maar één ding: afscheid nemen, want het was de laatste keer dat we als groep bij elkaar waren. Er werd een groepsfoto genomen, waarna de winnaars met hun malle hoedjes werden gefotografeerd. Het was ook het moment dat we de cijfers kregen. Als laatste kregen wij ons cijfer. We kregen een mooie 7½, net zoveel als de nummer 2. Onze begeleider, Mark B., was zeer te spreken over de hydrologische berekeningen. Hij waardeerde het enorm dat we er extra diep op in waren gegaan. Aan de andere kant was het verslag wel rommelig. De conclusie was dan ook dat sommige dingen erg goed waren en andere dingen erg matig. Met het eindcijfer was ik meer dan tevreden. In een poging verstandig te blijven, hoorde ik het relaas van hem en Mathilde M. aan en hield ik m’n bek dicht. Dit was zeker niet het juiste moment om overal tegen aan te gaan trappen.

Ondertussen waren de eerste studenten al bezig met de terugreis. De rest stond nog op het "balkon" naar de ondergaande zon te kijken. Mark B. merkte op dat het bijzonder helder was. Hij wees naar een berg die vlakbij leek te staan. "Die berg daar, die is 25 kilometer hier vandaan." Ik kon het niet geloven. De voet van het ding leek zo ongeveer naast het universiteitsgebouw te beginnen. En hij zag er zo scherp uit. Even verderop stond het Adelaarsnest te schitteren. Het was dat m’n fototoestel vol zat, anders had ik ‘m wel meegenomen en had ik prachtige foto’s kunnen maken. Nu deed Rolex het met zijn mobieltje.

Het was ondertussen laat geworden en we zouden lekker pizza eten. 25 pizza’s werden besteld en ze zouden gewoon bij het universiteitsgebouw worden afgezet. Het duurde en duurde maar voordat ze kwamen. Niet zo heel gek. Een Italiaan moet z’n handen vol hebben gehad aan zijn halve jaaromzet.

Toen de dingen er eindelijk waren, kregen we te horen dat we de uni over een halfuur moesten hebben verlaten. Ondanks het slechte zicht had iedereen een goede pizza. Enthousiast begon ik de mijne te verorberen. Tegenover me zat weer eens Nadine, met naast haar Niels. Ze zat er doorheen, want haar groepje had geen cijfer gekregen. Het was volgens haar allemaal de schuld van haar teamgenoten, die de hele week weinig hadden uitgevoerd en wat ze hadden gedaan was ook nog eens waardeloos. Kortom: ze had zo’n beetje alles zelf moeten doen en het was nog niet af. Niels zat haar maar te troosten.

Ook Rolex was ontevreden over het verslag. Hij had niks aan te merken op de beoordeling, maar des te meer op het verslag. Dat was onvolledig, nog lang niet af. Bad luck & bad time-management. Rolex ging met de rest van ons reisgroepje aan de andere kant van de stad eten. Dat was hem de vorige keer namelijk goed bevallen.

De pizza’s waren bijna op en we moesten het balkon verlaten. Gauw werd de boel opgeruimd en vertrokken we. Voor velen was het de laatste keer naar de JUFA. Iedereen was moe, maar desondanks gingen we weerwolven. Daarbij was ik nog een keer de wolf, maar blijkbaar had Martijn dat aan me afgelezen. Ik kon nog net de burgemeester ("Of moet ik zeggen: Wolvenmeester?") wegstemmen, daarna werd ik zelf weggestemd. Er was ook nog een primeur: Mark B. deed het spel voor het eerst. Hij was niet de enige die tijdens de "slaaprondes" echt in slaap viel.

Langzaam maar zeker vertrokken er weer groepjes, die kennelijk geen bezwaar hadden om ’s nachts te rijden. Het veldwerk was voorbij en daarmee kwam praktisch een einde aan drie jaar Aarde en Economie. Een stil einde.

Donderdag 29 april

De mensen die overbleven gingen voor de laatste keer naar hun kamer. Er was een raar euvel in de kamers: er was geen water meer. Een aantal dagen van tevoren was aangekondigd dat er onderhoudswerkzaamheden aan de waterleiding waren, maar als het dan eenmaal zover is, kun je er toch lelijk door verrast worden. Hoe reinig je je tanden dan nog? Hoe les je je dorst?

De waterschaarste beperkte zich tot de "stille" uurtjes rond middernacht, waardoor Rolex ’s ochtends weer vrolijk kon douchen. Ik bleef nog in bed liggen, maar ik werd uit m’n bed geklopt door Thomas S. Hij murmelde iets over formulieren, maar ik had geen flauw idee waar hij het over had. Ik ging maar weer liggen en toen klopte Le Snelle aan. Hij kondigde het vertrek van zijn groepje aan. Hij was alweer weg toen Rolex eindelijk onder de douche vandaan kwam. Hij wist welke formulieren er werden bedoeld en hij legde ze maar op de gang neer, zodat ze konden worden opgehaald. Dat is echter nooit gebeurd.

Terwijl de schoonmaakster in de kamer naast ons bezig was, gingen wij er ook maar uit. De koffers werden bij de balie achtergelaten. Ik kon m’n teamgenootjes ook uitzwaaien. Zij zouden met de trein gaan. Wij, Rolex, Emporio en ik, moesten nog een tijdje wachten. Pas om een uur of vijf zou het vliegtuig vertrekken. Rolex ging nog bij een kasteel kijken, waardoor ik achterbleef met Emporio en Jan Willem. JW moest nog op een vriend wachten, die een klus in de buurt had en toevallig op precies deze dag naar huis moest.

Eerst gingen we maar de stad in. Emporio ging wat souvenirs kopen. Ik geloofde het allemaal wel. In de Spar besloot ik maar de huismerkijsthee te kopen. Daarmee kon ik mijn dorst lessen en belangrijker nog: ik kon de fles naderhand nog vullen met water. Tijdens de wandeling hadden we het voornamelijk over schoolgerelateerde zaken, zoals de excursies van het vak Kwartairgeologie. Verder vroeg ik JW hoe hij vond dat het veldwerk gegaan was. Ik vertelde er maar bij dat Nadine niet zo blij was met hem. JW vertelde dat hij pas in de laatste dagen scherp kreeg waar de opdracht over ging en dat 'ie toen pas wat kon gaan doen.

Eenmaal terug bij de JUFA, richtte hij zich tot het opperwezen. Ik wist helemaal niet dat hij zo gelovig was. Met Emporio erbij ging het onderwerp dan ook snel naar die richting. Vertwijfeld vroeg ik me af of ik heel religieus Nederland onderhand niet ken. Tja, wat wil je ook als je naar de VU gaat. Maar toch, ik vond JW helemaal niet iemand die je in een kerk zou verwachten of zo. Hij toonde zich echter begripvol toen ik dat zei. Vervolgens evolueerde (!) het onderwerp naar de Oerknal. Dat is meer mijn domein. Ik heb niet voor niets het boek "Vóór de oerknal" in huis gehaald.

Bij dit onderwerp werd me op het hart gedrukt dat ik god niet moest zien als een of andere ouwe vent, maar meer als een soort energie of iets dat niet tastbaar was. Voor mij is het in het leven roepen van een schepper om het ontstaan van het Heelal te verklaren een theorie die mank gaat, want wie heeft die schepper geschapen? Je lost het probleem van het bestaan van het Heelal er niet mee op, maar je creëert alleen maar een groter probleem.

Gelukkig kon ik daarna een interessanter onderwerp aansnijden: waarom is er traagheid? Vroeger, op de middelbare school, had ik me dat nooit afgevraagd. Tot voor kort ook niet, maar ik had eens op een middag de behoefte een simulatie te maken en daarbij had ik formules van traagheidsmomenten nodig. Op de Wikipedia-pagina kwam ik opeens dit interessante stukje tegen. Traagheid is van groot belang voor het heelal zoals we het nu kennen. Zonder traagheid zouden krachten hun maximale uitwerking hebben op objecten, waardoor de geringste kracht in een bepaalde richting het object direct in die richting laat versnellen tot de lichtsnelheid, lijkt mij. Macroscopische objecten als wijzelf, de Zon en de Aarde zouden zich dan niet anders gedragen dan fotonen. Dat lijkt me pas echt eng. Maar goed dat er traagheid is, maar waarom is het er?

Naast deze onderwerpen werd er ook veel teruggeblikt op de afgelopen drie jaar. Fijne herinneringen werden opgehaald. Over de grote groep waarmee we begonnen, of de eerste excursie. Vanwege de artikelen die ik erover heb geschreven, wist ik er nog redelijk wat over te vertellen, maar JW wist nog gebeurtenissen op te noemen die mij destijds niet waren opgevallen. Zo werden er veel sappige anekdotes verteld over de buschauffeur. Ik trapte af met het verhaal over het kruispunt dat we twee keer voorbijreden en dat 'ie de volgende dag te laat was, tot ongenoegen van Professor Borger. Vervolgens kreeg ik verhalen te horen over de gebrekkige stuurmanskunsten van die man. Zo vertelde JW dat we bij het keren bijna achterover in de sloot waren gereden. Ik zat voorin, dus misschien dat ik het daarom niet zo heb gemerkt. Achterin was het heel anders. Ook werd mij verteld dat die chauffeur niet eens wist hoe je vanuit Friesland naar Amsterdam moest rijden. Of 'ie de Afsluitdijk wel op moest. :S

Ondertussen zouden wij eventueel naar het vliegveld konden rijden met die vriend van JW. Hij was onderweg en Rolex werd gebeld dat 'ie op tijd terug moest zijn. Hij was dan ook op tijd en even later kwam die vriend eraan met een kleine Volvo. De VOLvo zat al snel zo vol, dat het niet meer verantwoord was om te rijden. We gingen dus toch maar met de bus. Het vinden van de juiste halte was nog niet zo makkelijk en toen we ‘m eindelijk gevonden hadden, kwam de bus er al aan. Het ding zat echter bomvol en met veel pijn en moeite konden we er nog bij. Gelukkig moesten de vele studenten er al gauw uit.

Het zette me aan het denken. In Nederland probeert met mensen van de auto in de trein (bus) te jagen, in Oostenrijk zou men de mensen juist de bus uit moeten jagen, de fiets op. Zo heeft elk land z’n eigen vervoersproblemen. Toen de studentjes weg waren, had ik eindelijk genoeg plek. Rolex vroeg ondertussen aan zo’n gastje waarom het nou zo druk was. Op dat moment werd ik door m’n pa gebeld. Net toen ik wilde zeggen dat hij het niet te lang moest maken, omdat ik dan geen beltegoed meer had, was de verbinding verbroken. M’n beltegoed was inderdaad op.

Gelukkig waren we toen bij de luchthaven. Bij het zien van de hal dacht ik op de een of andere manier aan Eindhoven Airport. Geen idee waarom, want ik ben er nog nooit geweest. Het was er uitgestorven en om de tijd te doden na het afgeven van de koffers, ging ik nog even tegen Rolex schaken. Had ik dat spel niet voor niets meegenomen. Verder gingen we nog wat rondhangen bij de winkels op de luchthaven. Rolex kocht een paar chocoladerepen tegen woekerprijzen. Als dank kregen wij een chocolaatje van de cassière. Dat was makkelijk verdiend!

Op het dakterras keken we uit op ons vliegtuig. Onze vlucht was de eerste in twee uur. Het weer was zonnig en heel warm. Dat had ik echt niet verwacht voordat ik naar Oostenrijk ging. Ik had juist eerder kou verwacht, maar dit weer sloeg alles. De tijd begon te dringen. Het was tegen vijven aan het lopen, toen we eindelijk aan boord mochten. We zaten achter (en onder!) de vleugel en we keken tegen de rechter motor (plus landingsgestel) aan. Ik was benieuwd hoe een propellervliegtuig zou vliegen. Toen de motor op vol vermogen ging draaien, begon het toestel te trillen en te beven, maar eenmaal op snelheid ging het heel rustig. Het was dan ook heel rustig in het vliegtuig, want we zouden nog een tussenstop maken op Linz. Aangezien mijn topografische kennis van Oostenrijk op zijn zachtst gezegd matig is, vroeg ik Rolex maar waar Linz ongeveer lag ten opzichte van Salzburg. Hij begon een ingewikkeld verhaal, met een kaart die op z’n kop hing en dat het dan ten zuiden was en bla, bla, bla… Uiteindelijk bleek het ten noordoosten van Salzburg te liggen.

De eerste vlucht was gauw voorbij. Ik zat op de stoel achter Rolex en samen keken wij uit het raam. Beneden was een vriendelijk landschap te zien, dat ons allebei boeide. Het mooie golvende landschap, rivierdalen, wegen, huisjes, kerken en zelfs voetbalwedstrijden hebben we gezien. Emporio, die een paar stoelen verderop was gaan zitten, vertelde dat hij Linz al meteen na het opstijgen had zien liggen. De reis duurde ook maar twintig minuten. Zonder omzwervingen konden we meteen landen. Daarbij vroeg ik me af of een propellervliegtuig wel kan remmen met de motor. Het antwoord was ja. Ik neem aan dat dit gebeurt door de bladen andersom te draaien. Het effect was in ieder geval enorm: ik werd helemaal uit m’n stoel getrokken.

Om zes uur gingen we opnieuw de lucht in, ditmaal met als eindbestemming Düsseldorf. Door problemen met de stroomvoorziening moest een motor blijven draaien na de landing, zodat we er niet meteen uit konden. Vervolgens reden we met de "SkyTrain" naar het treinstation van de luchthaven. Die Duitsers zijn hun tijd ver vooruit, dat merk je wel. Aan de ene kant konden de mensen eruit, aan de andere kant gingen ze er weer in. Daar was over nagedacht. Het weer was overigens aan het omslaan: tijdens de vlucht zagen we het al steeds bewolkter worden, nu was het helemaal bewolkt. Overigens was het Ruhrgebiet wel indrukwekkend om te zien: het is een enorme aaneengesloten stad. Daar kunnen die dorpjes in Oostenrijk niet aan tippen. Nadat we op het station waren aangekomen, moesten we naar het Hauptbahnhof.

We hadden nog wel even de tijd voordat de internationale trein zou vertrekken, dus gingen we maar op zoek naar iets eetbaars. Mijn reisgenoten wilden graag bij de Burger King eten. Daar kreeg ik voor twee euro een paar vette frietjes van een verkoper die ook Nederlands kon. Emporio spoorde ons aan om toch maar op te schieten, want die internationale treinen stoppen maar heel kort. We kwamen dus op het perron aan. Rolex was nog steeds in een goede bui en terwijl hij vlak voor me liep, sprak hij opeens iemand aan. De wonderbaarlijke dialoog verliep als volgt:

Rolex: "Hé Juval, hoe gaat 'ie?"
Strange guy: "I don’t speak American English."
Strange guy: "Go to hell!"

Dat laatste meende ik in ieder geval te horen. Het was een zwerver met een hazenlip, die aan de bierblikjes om hem heen te zien bloed in zijn alcohol had. Desondanks zag Rolex hem aan voor een bekende. Zelfs aangesproken worden wordt tegenwoordig niet meer gewaardeerd. Wel opmerkelijk dat die knakker Nederlands aanhoorde voor Amerikaans-Engels. Ach, ik kon er wel om lachen.

Vervolgens gingen we uitzoeken waar we in welke coupé we moesten zitten. Rolex zei dat we naar voren moesten lopen, maar hij bleek verkeerd te hebben gekeken, waardoor we weer terug moesten naar de plek waar we eerst vandaan kwamen. Gek genoeg reed ons treinstel toen alsnog voorbij. Op de terugweg zat ik naast de tassen en koffers. Het weer verslechterde hoe verder we Nederland binnenreden. Eindelijk geen Duitse borden meer. Ondertussen riep de machinist het een en ander om. Ik luisterde aandachtig en ik vond dat het Duits wel heel erg op Nederlands lijkt. Bleek dat die gast gewoon in het Nederlands zat te lullen met een zwaar Duits accent. Het klonk zo grappig toen ik het eenmaal doorhad.

Uiteindelijk waren we om een uur of elf in Utrecht. Het liefst had ik dat m'n ouders me daar ophaalden, maar vanwege de Koninginnedagactiviteiten dachten ze dat ze daar niet konden parkeren. Dus moest ik met de trein maar naar Naarden-Bussum. Aangezien mijn beltegoed op was, mocht ik via Rolex‘ telefoon zeggen dat ik om een uur of half twaalf thuis zou zijn, wat ik overigens altijd al had verteld. Rolex gaf het schaakbord en de stukken nog aan mij, waarna ik het perron op klauterde. Daar zag ik tot mijn schrik dat de trein nog niet op het bord stond. Er stond alleen "niet instappen" en er kwam een trein aan. Een menigte ondervroeg een NS-medewerker of we nou in de trein mochten of niet. Gelukkig verdween het tekstje "niet instappen" en stapte ik in en bleef ik bij de deuren wachten met mijn koffer.

Op het perron zag ik hoe een groot aantal feestvarkens als verzopen katten afdropen. Er waren echter ook herrieschoppers in de trein die met zo’n domme toeter melig gingen doen. Mensen gaan rare dingen doen door alcohol. Ik hoopte maar dat iemand die niet-grappige oranjehooligans op hun nummer zou zetten, maar ook de normale mensen lachten even hard mee. Toen zo’n gast van bovenaan de trap naar mij ging toeteren of ik wakker wilde worden, had ik het gehad en liep ik naar de volgende deur. De trein had al een achterstand op het schema opgelopen en iedere minuut in de trein haatte ik. Anderhalf uur in Nederland en ik had nu alweer een hekel aan het weer en de inwoners. Dan weet je weer wat voor een mieters veldwerk het was.

06 mei 2010

Veldwerk Oostenrijk (6)

Deadline

Maandag 26 april

Vandaag was de dag van de deadline. Om 22:00 uur moest het "proposal" worden ingeleverd. De hele dag zat iedereen te stressen. Wij waren gelukkig al ruim op tijd klaar, in tegenstelling tot de meeste andere groepjes. Zo zag ik hoe Le Snelle vijf minuten voor de deadline zat te zweten op de referentielijst. En zo ging het bij iedereen. Rolex’ groepje, dat een dag had verloren door een nukkige PDA, kwam. zo begreep ik later, met een nog steeds onvolledig rapport.

Door problemen met het internet (!) duurde het even voordat alles uiteindelijk was geüpload via Safe Assignment. Het uploaden van de logge bestanden was niet zo makkelijk. Overigens zat er op de VU-laptops het programma Cute PDF, waarmee eenvoudig pdf-bestanden waren te maken. Dat scheelde enorm: in Word was ons verslag iets van 5½ MB groot en in pdf nog maar 2½. Hierdoor ging het uploaden natuurlijk veel sneller.

Na de deadline zat het veldwerk er zo goed als op. Er viel een last van ons af. Het werd gevierd met een heleboel spelletjes, om te beginnen met Koehandel. Iemand ging voor alle koehandelaars een drankje komen. Mijn thee was echter geen succes. Er zat een piramidevormig zakje in en de thee was extreem rood. De smaak was daarentegen amper aanwezig. Het was net een soort water, maar dan met een soort ascorbinezuurachige nasmaak. Later ging weer iemand drankjes halen en toen koos ik maar voor water zonder gas. Op de een of andere manier kreeg ik toch weer een soort Spa Rood. 😦 Het koehandelen ging redelijk, al moet ik dat spel nog steeds een beetje leren begrijpen, want veel kwartetten hield ik niet over. Wel veel geld. Uiteindelijk werd ik op grote afstand derde van de vijf. Laatste werd overigens Rolex, die heel veel dieren had, maar uiteindelijk volledig werd leeggekocht.

Na dit spelletje gingen we Weerwolven. Dat spel hadden we ook al gedaan in Kampen. Een aantal tafels werd weggeschoven in de lobby, zodat er een kring ontstond. Ik vond Weerwolven eigenlijk wel een spel dat je vooral buiten kunt doen, maar binnen lukte het ook. De lamp werd uitgedraaid, zodat het lekker donker was en we gingen beginnen. In het eerste potje was ik burger en werd ik tegen het einde van het spel verslonden. De weerwolven deden het die avond sowieso nogal goed. Dat kwam vooral omdat een groot aantal burgers liever elkaar uit het spel haalde dan de weerwolven. Bij de stemmingsronden werd steevast een burger naar de brandstapel verwezen. Verder had Cupido twee burgers aan elkaar gekoppeld, waarvan de ene meestal jager was, die dan nog een burger doodschoot, waardoor er meteen drie burgers minder waren. Het eerste potje werd dan ook eenvoudig gewonnen door de wolven.

Het ene na het andere potje werd gespeeld. Zelf mocht ik eens voor Cupido spelen en ik koppelde de chick van de klas aan iemand waarmee ze in real life een perfect koppeltje zou vormen. Meestal was ik echter maar een gewone burger in de door weerwolven gedomineerde nacht. De sfeer zat er goed in door een vaag deuntje dat zichzelf constant maar herhaalde, maar na het vijfde potje was het half vier ’s nachts of iets in die richting. Tijd om maar te gaan slapen, want die ochtend zouden we onze laatste excursie hebben.

Dinsdag 27 april

Na amper drie uur te hebben geslapen, schrok ik wakker toen bleek dat ik me alsnog bijna had verslapen. En dat terwijl Rolex de wekker had gezet. Hij was echter, als eveneens fervent weerwolver, door de wekker heen geslapen. Daar was ik dus blij mee, want de bus vertrok al om half negen, dus moest ik een beetje opschieten.

Worst last excursion ever

De excursie bestond uit korte uitstapjes naar de studiegebieden van de groepjes. Het was optioneel: je mocht als groepje een punt uitkiezen en dan zouden we er even naartoe gaan. Er werd gerekend met ongeveer een half uur per groepje, dus daar was wel een halve dag mee te vullen. Gelukkig maakte lang niet ieder groepje er gebruik van. Je kreeg er namelijk geen hoger cijfer voor, dus waarom zou je ook? Mijn groepje had, tot mijn afgrijzen, wel een excursiepunt uitgekozen. Ze vertelden me dat Mark B. had gezegd dat er toch voordelen aan zaten. Gaan ze opeens de spelregels veranderen. Zeker omdat er zo weinig excursiepunten waren uitgekozen.

De bus vertrok in ieder geval en we reden naar het eerste punt: een ouwe energiecentrale die aan een rivier lag. Die rivier zou weleens kunnen overstromen en dat was zo erg. Poe poe… Vervolgens was het de beurt aan Rolex‘ groepje. Zijn team had een Alm (een Alpenweide) onderzocht en hun bevindingen wilden ze graag met ons delen. Rolex ten voeten uit. En helaas ook nogal letterlijk. De bus stopte op de parkeerplaats bij de Lammer, precies op de plek waar wij de rivier hadden opgemeten. Bizar toeval? Dat was in ieder geval nog het leukste deel van de tocht, want daarna gingen we een bergpad op. De helling was behoorlijk steil en in een flink tempo klommen we omhoog, daarbij een plaatselijke wandelaarster inhalend. In het begin ging het nog wel, maar al gauw kreeg ik last van m’n hiel. Bij iedere stap omhoog werden de pezen weer verder uitgerekt en dat is geen prettig gevoel. Langzaam maar zeker haalde iedereen me in en m’n achterstand werd steeds groter op de rest, wat betekende dat ik nog meer van m’n voeten moest vergen.

Ondertussen kon ik me alleen maar afvragen wanneer we die stomme Alm nou eindelijk hadden bereikt. Het leek wel alsof er geen einde aan kwam. Uiteindelijk bereikte niet iedereen de top. Mijn teamgenootjes hadden het ook niet gehaald, net als Niels, de manke GIS-expert. Zij hadden nog excuses waarom ze stopten, ik kon slechts aanvoeren dat m’n conditie niet zo best is. En dat ik een hekel heb aan lopen.

Ondertussen zaten wij ergens tussen de top en de voet van de berg in wortel te schieten. Rolex zou ondertussen bezig zijn aan een verhaal over bloemetjes en bijtjes. Hem kennende kon dat nog wel een tijd duren. Uiteindelijk besloten we maar om weer af te dalen. Dat deden we lekker rustig, af en toe een foto makend. Tot m’n verrassing hadden de eerste afdalers ons op het eind al bijgehaald, de grote groep kwam even later. We stapten weer de bus in; anderhalf uur was verstreken en ik was niks wijzer geworden.

Vervolgens was ons groepje aan de beurt. Ze wilden de zogenaamde "Lammerklamm" gebruiken om water in op te slaan. Even tussen ons: die passage in het verslag heb ik nooit begrepen. Hoe dan ook, mijn groepsgenootjes lieten deze canyon zien en wezen op het bordje dat het waterpeil aangaf in 2002. Ik had het allemaal al gezien op de velddag, dus ik hoefde er niet heen. Liever ging ik kijken bij het groepje van Martijn. Waarom zij een excursiepunt hadden uitgekozen, is me nu nog een raadsel. Hopelijk niet alleen om mij belachelijk te maken. Ze hadden het nut onderzocht van een systeem waarmee je kon zien wat er allemaal voor leuks was in de omgeving.* Zo deden ze voorkomen alsof er een systeem was waarmee je kon zien hoe hoog de berg was. Op de tekening was een poppetje halverwege de berg te zien dat stond over te geven. Je begrijpt ‘m al: dat moest ik natuurlijk voorstellen. Verder kwamen ze aanzetten met voorbeelden over eetbare bladeren. Kennelijk hadden ze nog nooit van een lunchpakket gehoord.

Na deze slappe excursies was het tijd voor een door de uni georganiseerde excursie. We reden een flink stuk naar een plaats waar een landverschuiving had plaatsgevonden. Een dude ging een verhaal vertellen in gebroken Engels over de aardverschuiving, waardoor een deel van een berg in het naastgelegen meertje verdween. Klinkt vrij simpel, maar desondanks had de man er heel veel woorden voor nodig en een PowerPoint-presentatie. Ook kregen we een potlood, een gum en een soort programmaboekje. Vervolgens gingen we de berg op.

Daar kwam dus de tweede klim. Ditmaal ging het iets beter met mij. Dat kwam ook omdat we erg vaak stopten voor weer een beetje uitleg. De klim omhoog was vermoeiend, de klim omlaag was verraderlijk. Verder had ik weinig geleerd van de hindernistocht. Het enige leuke was de filmploeg. Ze interviewden onze gids en Mark B. Er was even sprake dat ze ook een leerling gingen interviewen die goed Duits kon spreken. Daarbij wees iedereen meteen naar Rolex. Ook Lee-sad, die een enquête had afgenomen en daarbij de vraag kreeg of ze uit het gebied kwam, kreeg een nominatie. Helaas, wij moesten fungeren als figuranten. We mochten niet (te veel) de camera inkijken en moesten maar gewoon een beetje staan en zacht praten. Dat lukte niet echt en uiteindelijk ging iedereen met steentjes gooien. Een ingegraven afvoerpijp was een voornaam doelwit.

Aan het eind van de excursie gingen we maar naar een restaurant of terras. De bediening was traag als dikke stront. Ik had zo goed als geen geld meer en ik sloeg een keertje over. We zaten er langer dan me lief was. Ik begon bij mezelf tekenen te herkennen van dehydratie en ik wilde graag douchen. Helaas zaten we eerst nog een uur in de bus. Het was de laatste keer dat ik in de bus zat met de Aarde-en-Economie-studenten. Hoewel dat eigenlijk melancholische gevoelens zou moeten opwekken, deed me dat nu weinig meer. Ik probeerde een beetje te slapen, hoewel dat niet echt lukte.

In het hotel ging ik maar meteen douchen en dronk ik de kraan leeg. We gingen de stad in en op weg naar de stad moest een aantal mensen, waaronder ik, pinnen. Vervolgens gingen we de hele stad doorzoeken om een nieuw restaurant te vinden waar iedereen wilde eten. We liepen zelfs de brug over de Salzach over. Uiteindelijk kwamen we twee restaurants tegen: een restaurant dat uitpuilde van de mensen en een Griek, waar gek genoeg niemand zat. De Griek was heel blij met potentiële klanten en hij liet ons enthousiast de menukaart zien. Wij waren nog niet zo zeker. Een aantal van ons wilde niet naar de Griek, dus liepen we weer verder, om uiteindelijk bij het restaurant ernaast uit te komen, een apenrestaurant.

What is wrong with this tea I don’t know

Echt een succes was het niet. Eerst kreeg ik de smerigste thee ooit. Het werd geserveerd in een bolle theekom, die in een komvormig glas lag. Het spul rook naar tomatensoep, wat al het ergste deed vermoeden. Helaas was de smaak nog erger: het smaakte naar kots. Uiteindelijk besloot ik maar een euro te geven aan degene die het kopje leeg kon drinken. Uiteindelijk hapte Le Snelle toe. Hij nam een slokje en zei toen: "Het is inderdaad smerig." Daarna nam Jasper een slokje, maar hij vond het prima te drinken. Smaken verschillen, maar die van de thee helaas niet: dat was nog steeds rooibos. En dat terwijl ik niet eens expliciet naar die smaak had gevraagd…

Bij het uitzoeken van een geschikt menu was ik ook niet al te optimistisch. Uiteindelijk vond ik een menu dat me wel aardig leek en we probeerden het die ober aan zijn verstand te brengen dat ik geen spinazie wilde. Of er eventueel wat frietjes bij konden. Nee, dat hadden ze niet. Het zouden aardappels worden. Nou ja, vooruit dan maar. Kreeg ik eerst het verkeerde gerecht (twee stukken vlees met een stuk spek erop :S), daarna kreeg ik wel het juiste gerecht, maar met spinazie. :S Het vlees was trouwens ook smerig. We rekenden af en gingen op zoek naar een ijsje. We liepen maar de McDonalds (!) binnen en ik bestelde een McFlurry. Ik dacht me aan de omstandigheden aan te passen en bestelde een "McFloerrie", wat die man niet leek te begrijpen, maar dat kan ook komen omdat ik niet zo hard praatte.

Het veldwerk was weer bijna voorbij en we gingen die avond weer weerwolven. Steeds was ik burger, want de enige keren dat ik wolf was, was Emporio de spelleider en was er niet goed gedeeld, of had iemand de kaarten zogenaamd gezien. Ook nu waren we lang bezig; pas om tien voor drie was het laatste spelletje afgelopen. En dan denk je dat schaken verslavend is!

*Dat begreep ik in ieder geval uit hun eindpresentatie, niet uit hun "presentatie" bij de Lammerklamm. Maar voor de duidelijkheid van het verhaal maak ik wel even gebruik van de eindpresentatie.

Veldwerk Oostenrijk (5)

Rustdag

Zondag 25 april

Het was twaalf uur ’s nachts toen Rolex opeens merkte dat hij een berichtje had gekregen van zijn baas. Die had ’s middags gebeld om te vragen waar hij nou was, dacht Rolex. En dat terwijl hij maanden van tevoren al had gezegd dat 'ie nu in Oostenrijk zou zitten. Vastberaden belde Rolex terug. Wat dacht die man wel? Mij een beetje tijdens een buitenlands veldwerk laten opdraven! Dan zal ik hem eens lekker uit z’n bed bellen! Er werd echter opgenomen en Rolex‘ baas was alleraardigst aan de telefoon. Hij had gewoon uit interesse gebeld en hij zat nu een film te kijken. Rolex hing met een beetje een rood gezicht op en vertelde daarna dat het zo’n aardige man was.

Vandaag was -zoals gezegd- de rustdag. Ik kon eindelijk een beetje uitslapen, al wilde ik het ontbijt ook weer niet missen. Dat was immers gratis. Het enige wat ik moest doen was voor half tien in de "Frühstück Raum" (The spreading English disease!) aanwezig zijn. De meeste veldwerkers hadden leuke dingen gepland op de rustdag: een grote groep ging van een rots afspringen, anderen gingen mountainbiken en Rolex ging naar de kerk. En ik? Ik wilde het rustig aan doen. In Limburg was ik mee gaan fietsen en daardoor was ik bekaf aan het eind van de rustdag. Dat moest me niet weer overkomen. Bovendien kon ik op de rustdag nog iets nuttigs doen om de concurrentie te verslaan: de berekeningen optimaliseren. Daar was ik de rest van de ochtend maar mee bezig. Ik zat op een VU-laptop en voor het eerst die week zat ik weer op internet. Uiteindelijk had ik het wel weer gezien en besloot ik op aandringen van enkele nog aanwezige studenten naar de lobby te komen. Het weer was prachtig en ik ging ook maar een keer van het zonnetje genieten.

Het was inmiddels al halverwege de middag en een aantal mensen wilde wel om de hoek wat gaan eten en ze vroegen of ik mee wilde. Waarom ook niet. Helaas bleek dit restaurant ’s middags dicht te zijn, waarna we met z’n drieën overbleven. We trokken daarom maar naar de stad. Daar streken we neer bij hetzelfde kleine restaurant als waar ik woensdag was. Omdat ik verwachtte dat ik ’s avonds nog zou eten, bestelde ik maar een crêpe, zo’n pannenkoek. Mijn metgezellen, Nadine (!) en Niels de R., de GIS-expert, namen een hoofd- resp. nagerecht, zodat we in totaal een hele maaltijd hadden besteld. Ik kwam ondertussen wat dingen te weten over GIS, de verschillende componenten waaruit het bestaat en waarom het zo’n lastig programma is.

We gingen maar weer terug naar de JUFA en langzaamaan kwamen de mensen terug van hun activiteiten. Vandaag was de dag dat de (eerste) bekerwedstrijd Ajax - Feijenoord op het programma stond. We konden de ongebruikte Shanghaizaal lenen. Op een laptop was zowaar internet en na wat zoekwerk was de uitzending op internet gevonden. Vervolgens werd de wedstrijd op een groot scherm vertoond. We hadden de eerste minuten weliswaar gemist, maar toen we eindelijk beeld hadden, lag de bal vrijwel onmiddellijk in het netje. Naast me ontstak een luid gejuich. Het was tijd om de eveneens aanwezige Feijenoord-supporters flink te dissen, zeker toen een minuut later de 2-0 viel. Een monsterscore leek dan ook in de maak. Helaas daalde het niveau van de wedstrijd met de minuut. De tijd ging ongemerkt voorbij en uiteindelijk bleef het bij 2-0. Desondanks een mooie voorsprong om af te reizen naar Stadion F.

Ik vind de bekerfinale over twee duels een hele verbetering. Waarom moet die finale zonodig in Stadion F. gespeeld worden en niet op neutraal terrein? Kunnen ze niet gewoon drie stadions aanwijzen? Stadion F. als Feijenoord niet in de finale zit, de ArenA als Feijenoord in de finale zit en bijvoorbeeld het Philips-stadion als Ajax en Feijenoord in de finale zitten. Of zit je dan met enorme overlast van hooligans? Of anders wijs je gewoon de Galgenwaard of het Gelredome (want Vitesse komt natuurlijk nooit in de finale) aan als gegarandeerd neutraal terrein. In dat licht bezien heeft de KNVB waarschijnlijk geprobeerd Feijenoord uit de bekerfinale te houden door ze aan PSV en Twente te koppelen, maar dat is ze vreemd genoeg niet gelukt. Omdat het vandaag de dag van de complottheorieën is: ik denk dat Feijenoord en Twente een deal hebben gemaakt: Feijenoord mocht de bekerwedstrijd winnen, als Twente de competitiewedstrijd maar won.

Dat dus over de bekerwedstrijd. Inmiddels was lustte grote groep voetballiefhebbers wel wat en we gingen die avond met z’n allen uit eten. De groep werd gesplitst toen een deel bij een Indiaas restaurant wilde eten, terwijl de rest daar niet zo’n trek in had, waaronder ik. Het begon al donker te worden en er werd koortsachtig gezocht naar een Italiaan. Bleek dat ze naar die "Italiaan" wilden waar ik die middag al was geweest. Uiteindelijk hadden ze mijn (!) richtingsgevoel nodig om er te komen, wat wel vreemd was, omdat we er al langsgelopen waren.

De restauranteigenaar, die werd geïdentificeerd als Indiër (!), werkte bij iedereen op de zenuwen. Het grappigste moment kwam bij het afrekenen, toen Jasper een heleboel kleingeld gaf, wat drie euri moest zijn. Zei die Indiër iets in de trant van dat hij het niet ging natellen en dat hij wel vertrouwde dat het genoeg geld was, waarop Jasper nogal snedig zei: "You should!"

Rest mij nog te vertellen dat het eten me prima smaakte. Dat overkomt mij ook niet altijd. Toch zouden de meeste groepsgenoten niet gauw terugkeren naar dit restaurant.

05 mei 2010

Veldwerk Oostenrijk (4)

Velddag

Vrijdag 23 april

Het grappige van Rolex is dat hij altijd tijd tekortkomt. Ditmaal had hij zijn wekker om vijf uur gezet, om voor de ochtendgloren een Frans mailtje te kunnen tikken. Het was echter niet het getik waardoor ik wakker werd, maar zijn gesnurk. Het was een uur of zes en ik wilde nog even blijven liggen. Ik werd pas om kwart over zeven wakker en ik haastte me naar de ontbijtzaal. Daar was het gek genoeg nog vrij stil. Slechts één studente was er en later kwam de economiedocent Mark L. er nog bij. Na het ontbijt ging ik nog wat extra broodjes smeren voor de dag in het veld, een suggestie die ik gisteren kreeg. De broden in het lunchpakket hoefde ik niet, met die rare worst of kaas. Ik smeerde twee broodjes en wikkelde ze allebei in een servetje, waarna ik ging kijken of er nog wat leuks zat in de lunchpakketten.

Bij de lunchpakketten stond Merijn. Ze wist blijkbaar van mijn kieskeurigheid af en gaf spontaan haar KitKat aan mij. Ik probeerde een broodje uit mijn lunchpakket aan haar te kunnen slijten als tegenprestatie, maar die hoefde ze niet. Zij was blijkbaar ook niet zo weg van de broodjes. Ik besloot daarom maar om twee broodjes van mijn lunchpakket in een ander lunchpakket te proppen. Het kon er nog net bij. Nu moest ik alleen nog m’n kaasbroodje zien te dumpen.

Die gelegenheid kwam tijdens het college. Ik kon mijn broodje kaas ruilen voor een KitKat met Nadine. Wie zegt er nog dat vrouwen van chocolade houden? Mijn KitKat werd echter bij de grens van Mathieus tafeltje tegengehouden en ingepikt. Via wat omzwervingen kwam het ding uiteindelijk wel bij mij terecht, waardoor ik drie KitKatten had. Mjam, mjam! En het beste was nog: ik had geen broodjes meer! Die waren, zo bleek later, bij Simon terechtgekomen. Mijn teamgenootjes hadden het voorval gezien en daar kwam ik tijdens de velddag achter. Simon was er op zijn zachtst gezegd niet blij mee dat hij vijf broodjes had. De rest van de middag liep ik met een big smile rond.

Het college was echter oersaai. Het had ook geen enkele verbinding met enige case. De minuten tikten sloom weg en niemand had een idee welke kant het college opging. Na het college was er een velddag. Wij reden mee met het groepje van Kay. Hij bestuurde een rot-gelbe Mercedes en ik zat naast hem voorin. Hij wist moeiteloos de weg te vinden en dropte ons bij de eerste de beste brug af over de rivier de Lammer.

Bij deze brug gingen we onze eerste metingen doen. We gingen de breedte van de rivier en de breedte van de "uiterwaarden" opmeten met onze voetstappen. Daarna probeerden we de hoogte van de oevers te bepalen. Op dat moment kwam Mark B. eraan rijden. Hij had onze locatie (wonderbaarlijk genoeg vond ik) gevonden. Iets wat de GPS-satelliet overigens niet lukte. De ene na de andere foute positiebepaling werd gedaan: volgens de PDA stonden we eerst op 27 graden zuiderbreedte, daarna in de buurt van de Noordpool en zo ging het maar verder. Waardeloze meuk, die elektronica. Veel beter lukte het met ouderwets gereedschap: door middel van ons schietlood werd eerst de hoogte van de oevers bepaald en later de diepte van de rivier. Om de twee meter maten we de diepte op, die varieerde van amper tien centimeter tot iets meer dan een meter op het diepste stuk.

Tot slot gingen we de snelheid van de rivier meten. We gingen op honderd meter van de brug staan en hielden bij hoelang het duurde voordat een tak bij ons was. Dat ging in het begin een paar keer mis, omdat de tak amper te zien was. Pas later lukte het ons om adequate metingen te doen. De snelheid van de tak werd bepaald op zo’n 4 km/u, ofwel dat was de stroomsnelheid.

Na deze metingen was de dag op zijn hoogtepunt en gingen we met Mark B. mee een stadje in om daar een terrasje te pakken. Het stadje was echter nogal uitgestorven en pas na goed zoeken hadden we het enige terras gevonden dat open was. Na een kopje thee en een taartje was het weer tijd geworden om naar de volgende locatie te gaan: een plek waar een ander riviertje in de Lammer stroomde. Daar gingen we dezelfde metingen doen als op onze eerdere locatie. Het lastige was alleen dat de oevers hier steiler waren en dat de brug over de rivier ook door het verkeer werd gebruikt.

Uiteindelijk was het vijf uur geweest en kwam Mark B. ons ophalen. Het leek hem nog slim om bij mensen in de huizen naast de rivier aan te bellen om te vragen hoe hoog het water tijdens de overstroming in 2002 stond. Daar stond ik dan met m’n goeie gedrag… Probeer dat maar eens in het Oostenrijks aan die mensen te vragen. Ik ging samen met Monique bij iemand aanbellen, maar ik had niet het gevoel dat de bewoonster ons echt begreep. De andere twee waren wel wat te weten gekomen: het gebied waar we toen waren, was niet overstroomd. Ten slotte gingen we nog bij een huis langs dat bij ons eerste meetpunt lag. Op de een of andere manier werd er niet opengedaan, hoewel er allerlei spullen lagen op het tuintafeltje.

Vervolgens reden we weer naar de JUFA, waar een soort tussentijdse presentaties waren. Ik kreeg de taak om als assistent(e) het schietlood te laten zien. Ik had het in een zakje gedaan, zodat het nog een beetje een verrassing was voor het publiek. Toen het zover was, haalde ik het ding voorzichtig uit het zakje, wat volgens de kenners best grappig was. Zelf werd ik verrast door een servetje dat in het zakje zat en op de grond dwarrelde, maar dat mocht de pret niet drukken.

Na deze "wrap-up", waarin weinig interessants werd verteld, ging ik met m’n team en nog een paar mensen van het reisgroepje eten in het restaurant naast de JUFA. Daarna tekende ik de rivierprofielen in Excel en probeerde ik wat berekeningen te maken. Echter, een niet nader te noemen persoon zat de hele tijd een liedje van Lady Gaga of zoiets te zingen en daar kon ik niet zo goed tegen. Het was heel rumoerig en ik kon me niet concentreren. Uiteindelijk gaf ik het op. Eenmaal in m’n kamer kon ik in alle rust het probleem uittekenen, zodat ik er morgen weer tegenaan kon gaan.

Zaterdag 24 april

Ik kon weer wat berekeningen maken en nu ging het beter. Rolex had me ondertussen zijn wachtwoord geleend van Blackboard, zodat ik op zijn hydrologiepagina kon komen. Het was de eerste keer dat ik blij was dat Rolex dit jaar een vak moest overdoen, want ik had het vak vorig jaar al gehaald en die pagina is reeds van Blackboard afgehaald. Ik was hem er zeer dankbaar voor. In de spaarzame momenten dat het internet het deed (ook dit jaar was het een Drama), kon ik de pagina benaderen en daar vond ik enkele interessante termen. Ik probeerde de Manning-formule toe te passen op onze rivier. Dit omdat deze formule het verband weergeeft tussen waterdiepte en stroomsnelheid. Aangezien het water sneller stroomt als het rivierpeil hoger is, kan een bijna-overstromende rivier extra veel water afvoeren. Deze maximale afvoer was een belangrijke waarde voor ons verslag, want dan wisten we hoeveel water we moesten opslaan als er weer zoveel neerslag zou vallen als in 2002. Uiteindelijk had ik er wat uitkomsten gekregen, die nuttig waren voor het verslag. Kortom, een geslaagdeberekeningendag, al was ik nog niet helemaal tevreden.

Verder belde ik nog maar eens naar het thuisfront en gingen we ’s avonds in een Ierse Pub eten. Toch fijn om eens mensen tegen te komen die ook Engels kunnen. Het eerste deel van het veldwerk zat er alweer op, want morgen was er een rustdag. En ik wist nog steeds niet goed wat ik die dag zou moeten gaan doen…

02 mei 2010

Veldwerk Oostenrijk (3)

Salzburg

Dinsdag 20 april

In de bagageruimte van het ho(s)tel werden de koffers gedropt. Het weer had me verrast: het was zonnig en behoorlijk warm. Prima weer om lekker te gaan mountainbiken. Ik behoorde niet tot het mountainbikegroepje en samen met Emporio ging ik het centrum van Salzburg bekijken. We zagen wat supermarkten, maar echt heel veel nuttige dingen werden er niet verkocht. Ik hoefde slechts een broodje en wat te drinken, maar dat was niet makkelijk te vinden. Uiteindelijk had ik dan toch wat en we streken neer bij een fontein. Op weg terug naar de jeugdherberg besloot Emporio om via een trap omhoog te klimmen, want dan zouden we weer goed uitkomen. Dat bleek tegen te vallen, omdat de weg eerst een bocht maakte, alvorens omlaag te gaan. Wel hadden we een prachtig uitzicht op de top van deze heuvel. De Salzach was goed zichtbaar.

Eenmaal terug in het ho(s)tel* wilden we wel naar onze kamers. De kamers werden nog verschoond, maar over niet al te lange tijd zouden ze beschikbaar zijn. We werden dus even in de wacht gezet. Ik zou samen met Rolex in kamer 216 zitten, maar daar bleek een probleempje mee te zijn. Emporio zat in een andere kamer en hij kon er uiteindelijk in. Ik dropte m’n koffer daar maar en wachtte totdat mijn kamer eindelijk beschikbaar was. Dat duurde en duurde maar en uiteindelijk kreeg ik een andere kamer, kamer 214. (Een aantal dagen later ben ik in de beruchte kamer 216 geweest, die veel luxer was. Er zou iets mis geweest zijn met de bedden, maar de hele kamer was een bende.) Het was inmiddels vier uur geweest en ik was doodop. Toen ik op m’n bed ging liggen, was ik bijna meteen vertrokken.

Ik werd wakker toen Rolex de kamer binnenliep. Hij had het reservepasje geleend bij de organisatie en kon zodoende de kamer binnendringen, ik had immers de andere. Met het pasje kon je de deur openen en het licht aandoen. Dat laatste was me overigens niet gelukt: het licht had altijd een aantal seconden nodig om op te starten en dat geduld had ik niet. Hoe dan ook, het was inmiddels tien voor half acht (!) en op het kastje voor m’n neus lag een pizzadoos met een koude pizza erin. Die hadden de mountainbikers lang geleden voor mij meegenomen en inmiddels was 'ie helemaal afgekoeld. Gelukkig was er op de kamer van Le Snelle een magnetron en kon ik de pizza in delen opwarmen. Een goeie pizza, daar mag je me altijd voor wakker maken!

Inmiddels was iedereen aangekomen en gingen we naar beneden om in de lobby een spelletje te doen. Ik ging een keertje koehandelen, een spel dat Mathieu nog nooit had gespeeld, wat wel vermakelijk was. Inmiddels was het een uur of tien geworden en gingen we maar weer pitten, om zo fit te zijn als het veldwerk zou beginnen.

Woensdag 21 april

Rolex had een aantal wekkers gezet die om kwart over zeven afgingen, waarna hij ging douchen. Ik kon nog even blijven liggen, waarna we samen naar een wel erg volle ontbijtzaal gingen. Om half negen hadden we een soort introductiecollege van Mark B. in een zaal die "Shanghai" heette. Blijkbaar waren de zalen genoemd naar Aziatische steden dacht ik, maar uiteindelijk bleken ze vernoemd te zijn naar de partnersteden van Salzburg.

Na het college gingen wij maar wat aan ons project doen. Helaas ging het met GIS niet zo goed en ook in de universiteitsbibliotheek vonden we geen bruikbare informatie. Gelukkig was Mark B. enthousiast geraakt over ons onderzoek. Het leek hem leuk om de diepte te meten van de Lammer, een zijrivier van de Salzach. Op deze rivier was ons onderzoek gebaseerd. We hadden namelijk het idee om het risico van een overstroming zoals in 2002, waardoor grote gebieden in Oost-Europa onder water kwamen, te verkleinen door water op te slaan. Maar dan moesten we wel weten hoeveel dat dan was en dat hing af van de capaciteit van de rivier.

Het was inmiddels alweer tegen het eind van de middag en we gingen de stad in om te kijken of we iets als een schietlood konden kopen, of dat we spullen konden vinden waarmee we een geïmproviseerde versie konden maken. Daarbij viel ons oog op een kerstwinkel (:S), die misschien zware kerstballen verkocht, maar het was het allemaal net niet. Daarom gingen we maar eten. Het was nog geeneens zes uur, toen we een klein restaurantje vonden met een beetje geschifte eigenaar. De dames vonden hem wel oké, ik kreeg lichtelijk de kriebels van die vent. Uiteindelijk zat ik weer eens een pizza op te vreten, terwijl zij een kipschnitzel hadden.

Het gevolg was dat we weer vroeg in de jeugdherberg waren. Daar liet Mark B. trots een geïmproviseerd schietlood zien, dat hij met spullen van de bouwmarkt had gekocht. Hadden wij ons voor niks uit lopen sloven… Ik ging weer naar m’n kamer, waarna Rolex belde of ik de deur open wilde doen. Hij dropte zijn tas en ging met de rest van het reisgroepje eten.

Het was weer eens een Champions League-avond en Bayern München speelde tegen Olympique Lyonnais. Het leek me wel leuk om te doen alsof ik voor de Fransen was, die de tweede helft met een man meer begonnen, maar al gauw kreeg ik er spijt van. De stokbroodvreters speelden zo slecht dat uiteindelijk zelfs Mathieu voor Bayern was. Verder gingen we nog ons schietlood prepareren door er om de halve meter een tapeje aan te plakken.

Donderdag 22 april

Ik was deze dag al vroeg op en dat was maar goed ook, want om acht uur zou de bus vertrekken. We zouden kennismaken met het gebied. Oorspronkelijk was de excursie een dag eerder gepland, maar de agenda van de heer Strobl liet dat niet toe. Hoe dan ook, het was zaak om op tijd te ontbijten. Ik was om kwart over zeven in de ontbijtzaal en het was er bijzonder rustig. Mijn ervaring was dat het ontbijten best wat tijd in beslag nam. Zelf kon ik alles op m’n dooie gemak doen en was ik op tijd bij de bus. Het zou de een-na-laatste busexcursie worden en ik had er zin in. Lekker kijken naar het landschap terwijl een knakker er over zou gaan lullen, dat beviel me wel.

De excursie zou echter veel zwaarder worden dan gedacht. We gingen er erg vaak uit. Zo gingen we in de laatste nog niet weggesmolten sneeuw spelen. Het was een mooie-uitzichtendag, want geregeld gingen we naar de top van hoge bergen. Tussen de middag mochten we er even tussenuit knijpen en had ik mijn eerste miskoop van de week gemaakt in de vorm van een graanreep met aardbeiensmaak. We zaten lekker in de zon uit te rusten en ik dronk een hele fles ijsthee weg, waarna ik het wel weer tijd vond om naar de bus te gaan. Meteen werd ik uitgemaakt voor "tijdneuker". 😉

Het was inmiddels drie uur geworden en Strobl moest ervandoor gaan. Vreemd, want hij moest om twee uur weg, had ik begrepen. Ik hoop niet voor hem dat hij heeft vertrouwd op de klok in de bus, want die liep een uur achter.

De excursie ging ook zonder Strobl verder en we gingen nog een berg bekijken, alvorens naar de "JUFA" terug te keren. Mijn avondeten bestond uit friet bij een Turk, terwijl de rest aan een of andere Turkse hamburger zat te knagen. Na het eten gingen we voetballen. Na eerst tegen elkaar te hebben gespeeld, gingen we daarna tegen vier Duitsers spelen, wat gezien onze numerieke meerderheid wel goed afliep.

Het was inmiddels donker geworden en ik vond m’n teamgenoten weer in de zaal "León". Ze hadden een probleem met het programma Arc GIS (wanneer niet?) en de manke GIS-expert Niels de R. was in velden noch wegen te bekennen en toen hij er eindelijk was, had hij zijn handen vol aan ons en het groepje van Rolex. In de beperkte tijd die hij had, lukte het hem niet de fouten in het manke programma (of waren de kaarten weer eens niet goed? :S) op te lossen. Een veeg teken. Morgen zouden we in ieder geval de rivier opmeten op onze enige velddag. Hopelijk zou het GIS-programma dan goed werken.

*Het was overigens een hotel en ze hadden handdoeken

01 mei 2010

Veldwerk Oostenrijk (2)

De heenreis

Maandag 19 april

Het was uiterst onzeker of het luchtruim nou open zou gaan of niet. Hoewel dinsdag pas de reisdag was, ging een groot aantal studenten al op maandag naar Salzburg. Het vervoer was namelijk niet van bovenaf geregeld, dat kon iedereen zelf doen. Lang van tevoren gingen groepjes studenten overleggen wat nou het handigst was. Ik behoorde tot een grote groep, waarvan een groot deel een dag eerder wilde reizen dan de rest. Zelf hoefde ik niet per se een dag eerder te reizen, dus wilde ik wel in het busje dat pas dinsdag zou vertrekken. Het andere busje zat inmiddels al helemaal vol met mensen die op maandag wilden vertrekken, omdat ze dan nog een dagje konden mountainbiken.

Hoe groot was de schok dan ook dat de groep die op dinsdag wilde rijden helemaal uit mekaar flikkerde. Zat ik opeens zonder vervoer. In lichte paniek werd Rolex gebeld en gingen wij samen met Emporio proberen in Salzburg te komen. Dat werd uiteindelijk met het vliegtuig, maar door de aswolken die net in het weekend voor de reis de kop opstaken, werd dat opeens heel onzeker.

Zodoende werd ik om tien voor acht ’s ochtends met een enorme koffer op Naarden-Bussum gedropt. Eerst zou ik les hebben en daarna moesten we ons storten op het perfectioneren van het veldplan. Om twaalf uur zou duidelijk worden of de vliegtuigen weer vlogen. Geen moment te vroeg, want als we het vliegtuig wilden halen, moesten we om een uur of twee vanaf de VU vertrekken.

De hele dag zat ik met een zware koffer opgescheept. De dag begon met wat geklets over Oostenrijk, zoals dat de journalistiek daar van Telegraafniveau is en dat de economie daar wordt verpest door de vele bergen. Daarna deelde Mark B. nog het een en ander mee, zoals dat onze jeugdherberg geen handdoeken had. Lekkere timing, want ik had m’n koffer al gepakt.

Na deze lessen gingen we ons veldplan uitwerken in de computerzaal en was ik vet nerveus. Langzaam bewoog de kleine wijzer naar de twaalf. Zouden we dan alsnog gaan vliegen?

Emporio was onze reisleider en hij zou contact opnemen met de luchthaven. Uiteindelijk kwam het bericht door dat de vliegtuigen toch aan de grond genageld bleven. Gelukkig konden we nog meereizen met ons oude groepje, dat die avond zou rijden. Zij hadden wat afmeldingen gekregen, waardoor er nog precies drie plaatsen over waren.

Het gevolg was dat ik me de rest van de dag niet hoefde te haasten. Ik kon de bespreking met Mark B. nog bijwonen. Hij was onder de indruk van ons stukje, hoewel hij ook wat kleine dingen had aan te merken. Na de bespreking voerden we nog wat berekeningen door en daarna liep ik met Emporio naar de metro- of tramhalte, op weg naar het huis van Le Snelle, waar ik af en toe kom om spelletjes te spelen. Het was inmiddels vier uur geweest en aan de andere kant van de halte stond Simon te wachten, een andere reisgenoot. Hij zou onze auto ophalen. Terwijl wij stonden te wachten op de tram, kwam Kasper aanlopen met een grote tas zonder wieltjes. Ook hij reisde met ons mee.

Prutser

Bij Le Snelle moesten we nog een tijdje wachten totdat iedereen er was. Tijd voor mij om maar eens wat aantekeningen te maken van de lange en zware dag. De anderen zouden zo dadelijk binnendruppelen en het voornaamste gespreksonderwerp was wat we zouden gaan eten. Dat veranderde om vijf voor half zes. Simon belde op om te zeggen dat hij het verhuurbedrijf niet kon vinden. Bleek hij helemaal verkeerd te zitten. Wat nog erger was: hij had maar tot half zes (!) de tijd om de auto op te halen. Via de telefoon werd koortsachtig doorgegeven hoe hij moest lopen. De minuten verstrijken. Nog steeds is hij niet in de buurt van het verhuurbedrijf, dat inmiddels al zijn deuren aan het dichttrekken is. Ze nemen ook niet meer op. Het hele reisplan dreigt in het water te vallen. Pas om zes uur is Simon op de plek van bestemming, maar het is voor niets geweest: de zaak is dicht.

Na een aantal telefoontjes met de opperbaas van het bedrijf is er nog hoop: een filiaal bij Schiphol is nog open. Gauw werd Emporio die kant opgestuurd, waar hij samen met Simon zou proberen een auto te regelen. Ondertussen was Kasper heel begripvol: "Het kan de besten overkomen", "niks aan het handje", "kan gebeuren", dat waren de opmerkingen die hij maakte. (In werkelijkheid had hij Simons kop wel van z’n romp kunnen trekken.)

Le Snelle zette Emporio gauw bij het tramstation af, waardoor Emporio de tram net haalde. Ging er toch nog iets goed deze dag. Het was inmiddels al zeven uur geworden en onze vrolijke vriend Mathieu kwam op het idee pannenkoeken te bakken. Helaas waren de ingrediënten niet meer in adequate hoeveelheden beschikbaar, dus gingen we maar naar de supermarkt. Daar werd de aanschaf van de producten steeds zorgvuldig overwogen. Een pak melk, of voor de zekerheid twee? Wel of geen stroop kopen en dat soort dingen. Belt Emporio opeens op met de mededeling dat het niet meer ging lukken met die auto: Simon had geen Creditcard. Mathieu merkte na het gesprek op dat een Pinpas ook volstond, maar niemand bleek Emporio’s telefoonnummer te hebben.

Ondertussen stond Rolex voor Le Snelles huis te wachten totdat wij er weer aan zouden komen. De sfeer was op een dieptepunt gekomen: door het gepruts van een iemand was ons schema verkloot. Er werden plannen gemaakt om in Le Snelles woonkamer te gaan slapen. Dat moest toch wel kunnen voor een nacht. Ik zat te denken of ik niet beter m’n ouders kon bellen om me dan maar op te halen, zodat ik thuis kon slapen.

Wending

En opeens was alles anders toen Emporio belde dat het alsnog geregeld was. Simons vader was gekomen en het bleek dat het mogelijk was om een auto te huren onder zijn naam. Het was bijna niet te geloven dat het opeens geregeld was, maar het was een fijne meevaller. Had ik m’n tassen niet voor niets de hele dag mee lopen slepen. Salzburg, here we come!

In de keuken ontpopte Mathieu zich als een echte keukenprinses. Hij had nog voorgesteld om een koekenpan bij de buren te lenen, omdat 'ie de pannenkoeken dan sneller kon bakken, maar ook met drie pannen kon hij zich aardig uitleven. In een mum van tijd staan er twee schalen met pannenkoeken op tafel. Wel vraagt hij zich af waar de kaneel is, wat volgens hem lekker is bij een pannenkoek. "Kennelijk zijn er ook huishoudens die geen kaneel in huis hebben." Als Le Snelle na veel moeite ook de cd-speler aan de praat heeft gekregen, is het wachten op de auto. Die komt, precies volgens verwachting, om kwart over tien aan, waarna hij wordt volgeladen met koffers en studenten. Vlak voordat we de straat uit waren, schrok Le Snelle wakker: hij was de bal vergeten mee te nemen. Essentieel voor als we tijdens de plaspauzes zouden willen voetballen. Opmerkelijk genoeg rijdt Simon het eerste stuk en dwingt respect af met zijn nette rijstijl. Bij Wageningen wordt Martijn opgehaald, waarna we in sneltreinvaart richting de grens met het Duitse land rijden. En toen was het dinsdag.

Dinsdag 20 april

Tijdens de heenreis wisselden we geregeld van bestuurder en aangezien ik geen rijbewijs heb, kon ik lekker proberen te pitten. Tegen het einde van de reis lukte me dat steeds beter. We reden wel in de ochtendspits langs München, veel vertraging heb ik niet gemerkt. Bij de Oostenrijkse grens besloot Simon (!), die toen weer bestuurder was, op aandringen van enkele anderen geen Vignet te kopen. Niet zo handig natuurlijk. In Salzburg duurde het nog even eer we de Josef-Preis-Allee hadden gevonden, maar om half elf ’s ochtends waren we er dan, in het ho(s)tel. Als eerste!

30 april 2010

Veldwerk Oostenrijk

Frülingurlaub

Voor degenen die echt onder een steen hebben gelegen: de afgelopen twee weken was Behirder in Oostenrijk voor een veldwerk. Samen met dertig andere studenten en wat begeleiders zat hij in Salzburg. Voor degenen zonder topografische kennis: dat is een stad vlak bij de Duitse grens. Hier moesten we een soort onderzoeksopzet maken, met de bedoeling een fictief geldbedrag binnen te halen voor verder onderzoek.

De reden dat dit veldwerk zo vroeg in het jaar werd gehouden, was omdat het officieel de "Springschool" is. Deze benamingen vind ik echter niet zo mooi klinken als "Frülingurlaub", dus zo zal ik dit veldwerk voortaan noemen. In tegenstelling tot de eerdere veldwerken in Limburg en Kampen was de aanloopperiode van de Frülingurlaub bijzonder kort. Binnen drie dagen tijd moesten we ons hebben ingelezen over het onderwerp en moest er een vraagstelling op papier staan. Hieronder een kort schema van de voorbereiding:

Woensdag 14 april Introductie, onderwerp kiezen
Donderdag 15 april Enkele colleges, bronnen zoeken
Vrijdag 16 april Uitwerkdag (?)

Maandag 19 april College over Oostenrijk
Dinsdag 20 april Officiële reisdag

Laat ik nu maar een beginnetje maken met het verslag en met de dingen die mij waren opgevallen.

Woensdag 14 april

Het was negen uur ’s ochtends en Mark B., de hoofddocent van het vak, probeerde zich voor te doen als een vertegenwoordiger van Salzburg/Salzburgerland. In het gebied rond Salzburg liet hij negen locaties zien waarmee iets aan de hand was. Hieronder een lijst van de cases:

  • Sedimentproductie in Berchtesgaden (Duitsland)
  • Degradatie van Alpenweiden (a.k.a. Almen)
  • Invloed emission-tradingsystem op cementfabriek
  • Overstromingsprojecten (economische kant en hydrologische kant)
  • Toerisme op de Gaisberg
  • Skiën en klimaatsverandering (kunstsneeuw en activiteiten tussenseizoen)
  • Uitbuiting toerisme in Berchtesgaden

Al met al waren er negen onderwerpen en werden er tien groepjes samengesteld. Vooral het eerste onderwerp trok veel belangstellenden, waardoor er twee groepjes waren met hetzelfde onderwerp. Mark B. was daar wel verbaasd over: vorig jaar was het onderwerp kunstsneeuw veel meer in trek. Zelf koos ik voor de hydrologische (!) kant van de overstromingsprojecten. Na wat gewissel kwam ik in een groep met drie chicks die altijd al heel close met elkaar zijn. Daarmee waren wij het enige groepje met vier man.

Nadat de opdracht werd uitgelegd, was het tijd voor de presentaties van het vak Besluitvormingsprocessen. Vier uur later was ik helemaal uitgedroogd en murw geslagen na het aanhoren van oersaai gewauwel.

Donderdag 15 april

Het onderzoek begon al vorm te krijgen. In de ochtend hadden we een college over het vinden van goeie bronnen, in de pauze daarna kreeg ik mee wat mijn groepsgenoten van mij verwachtten. Lekker concreet. Ik had al een groot aantal bronnen gevonden en tijdens het computerpracticum vond ik er nog een paar.

Tot slot had ik nog een gesprek met Mark B. en leerde ik die avond op een verjaardagsfeestje het een en ander over enkele Europese talen.

Vrijdag 16 april

Vandaag had ik alleen nog het vak "Economie van het onroerend goed" en ’s middags richtte ik me op het schrijven van mijn deel van de inleiding.

Op het vervolg van de veldwerkintroductie moeten jullie nog even wachten, want ik moet even uitrusten. Eén ding kan ik wel verklappen: hierna begint de lol pas echt!

18 april 2010

Let's party!

BSG sluit wisselvallig seizoen af als runner-up

Tevergeefs hoopte BSG in Groningen op een wonder. Het moest wel heel gek lopen, wilde de ploeg uit Bussum nog kampioen worden in klasse 1A, want zowel Caïssa als Purmerend zou moeten verliezen en dan zou BSG maar moeten winnen van Vianen. Uiteindelijk bleek die laatste opgave al moeilijk genoeg.

Voor de gezamenlijke slotronde was BSG nog lichtelijk optimistisch. Hoewel de koplopers een matchpunt meer hadden, speelde Purmerend tegen het sterke Zukertort, terwijl Caïfssa tegen Utrecht 2 speelde. Het grappige was dat Utrecht 2 en Vianen in een degradatiestrijd waren verwikkeld. Met een gelijk aantal matchpunten stonden de Domstedelingen net boven de degradatiestreep, in tegenstelling tot de ploeg uit Cuijk. Utrecht 2 had zijn lot dus in eigen hand, maar moest daartoe wel winnen van de koploper. Aan de andere kant zou Vianen zijn uiterste best doen tegen ons, maar daar maakte ik me niet zo’n zorgen om. Wij hadden niks te verliezen, Caïssa wel.

Mijn eigen voorbereiding stelde niks voor. De laatste tijd heb ik het heel erg druk. Het veldwerk in Oostenrijk staat voor de deur en alles komt nu samen. Daarnaast moet ik nog een essay schrijven over een vak waarvan ik de ballen verstand heb. Het schaken kwam dan ook op het tweede plan. Ik had er ook geen zin in. Het was zelfs zo erg dat ik niet eens actief probeerde de teamleider op andere gedachten te zetten toen hij me voor de tweede keer met zwart wilde laten spelen. Met wit was mijn score tot gisteren 3½ uit 4, met zwart heb ik 1 uit 4 gescoord. Maar aangezien mijn voorbereiding verre van optimaal was, durfde ik geen witpartij op te eisen. Een leermomentje: ik moet vaker mijn verantwoordelijkheid nemen.

Wedstrijd

Even na tien uur vertrok de trein vanuit Naarden-Bussum. Na een twee uur durende treinrit waarin we twee keer moesten overstappen, kwamen we aan in Groningen, waar we onze "thuiswedstrijd" tegen Vianen speelden. De speelzaal was maar een paar bushaltes van het station, waardoor we ruim op tijd aankwamen. Alle teams in onze klasse speelden mee. De teams die vochten om het kampioenschap speelden in de bovenste zaal. De andere vier teams heb ik niet zien spelen. Het was een weerzien van bekenden. Terwijl Lody Kuling en MadU Tan tegen elkaar zaten te schaken, vroeg Kevin Tan of ik tegen hem wilde schaken. Terwijl die twee naast ons zaten te schaken alsof het poker was, deden wij het wat serieuzer. Na het potje was het alweer tijd en ging ik naar m’n bord.

Vianen kwam in de belangrijke wedstrijd met een B-team. Hun kopman Reiner Odendahl deed niet mee. BSG had de bijna-jarige beertjes aan de hoogste zwarte borden gezet, terwijl Berelowitsch het tweede bord bezette. Leon speelde aan #4, FM Henk aan #5, terwijl het oudere bijna jarige beertje Ton aan #6 zat. Dit beertje zat aan #7, Ptr zat aan #8, terwijl Le en Coen de laagste borden bezetten.

Zelf knalde ik de openingszetten vrij snel op het bord. Ik vond mijn zetten er nog wel enigszins normaal uitzien en volgens de kenners was het nog theorie wat ik deed, maar toch kwam ik een beetje raar te staan, anders dan in de bekerwedstrijd tegen WSC. Veel van de overige partijen heb ik niet meer gezien. Belangrijk voor ons was hoe Utrecht het zou doen. Al bij de eerste keer dat ik kijk zie ik dat we niet op al te veel medewerking hoeven te rekenen: aan bord 2 staat Laura Bensdorp met wit totaal verloren tegen Marc Overeem. Zelf kwam ik ook behoorlijk slecht te staan. Ik verwachtte dat Ornett Stork, mijn tegenstander, een gesloten stelling ging spelen met een goed paard tegen een slechte loper, maar nu kwam de stelling juist open en was ik het loperpaar kwijt. Voor m’n gevoel miste mijn tegenstander de ene na de andere goede zet, maar blijkbaar waren zijn zetten ook goed of zo. Het is niet de eerste keer dat ik geen snars begrijp van de wereld om mij heen.

Aan de hoogste borden ziet het er wel aardig uit. Large staat beter, Berelowitsch lijkt toe te kunnen slaan en Ewood overspeelt hun sterkste man vanuit de opening. Daar staat wel weer tegenover dat Coen opeens met een stuk minder doorploetert. Ik kon me wel voor m’n kop slaan dat ik niet aan zijn bord speelde. Volgend jaar gaat 'ie elke wedstrijd aan bord 1 spelen. Doe het nou maar Edwin, anders worden we nooit kampioen.

Ondertussen deed Ptr naast me aan gallery play door in een goede stelling een kwaliteit te offeren, wat eeuwig schaak zou hebben opgeleverd. Zijn tegenstander liet zich overbluffen en verloor vervolgens de partij. Na afloop was Ptr blij dat hij z’n zelfvertrouwen terug had nadat hij de afgelopen tijd de ene na de andere goede stelling in de soep had laten lopen, zoals tegen Coen afgelopen maandag. Ook bralde hij dat hij volgend seizoen liever in BSG 2 zat, omdat dat niveau lager was of zo. Ik vatte geen jota van zijn bewering, zo sterk zijn de lagere borden in de eerste klasse niet.

Zelf probeerde ik me nog te verweren tegen wits sterke aanval. Dat leek nog wel redelijk te lukken, maar uiteindelijk kwam het gehak dan toch. Ik zag niet beter dan dat ik mijn dame offerde, waarna ik in tijdnood (!) niet de handigste zetten speelde en kon opgeven.

Naast me stond Ton opeens heel slecht. De hele partij had hij een aantal houtjes voorgestaan, maar nu stond hij in een dame-eindspel opeens een boertje achter en zijn stelling was moeilijk te verdedigen.

En Leon dan? Die stond naar verluidt ook de hele partij slecht. Zijn tegenstander bood geregeld remise aan, maar tevergeefs. Leon ging door tot het bittere eind, zelfs in een ongelooflijke remisestelling. De Oetoes maken allebei remise. Large kan zijn verjaardag niet opfleuren met een cadeautje, maar Ewood wel. Hij heeft zijn tegenstander constant onder druk en weet na geduldig manoeuvreren de gaten in de witte defensie te vinden. Daarmee zette hij een kroon op een goed schaakjaar, want met 7 uit 9 is hij de topscorer aan BSG-kant. Gek genoeg vond Ptr het maar een matige partij, wat ik niet zo goed begreep. Sowieso was hij nogal negatief over Ewoods spel in de eerste klasse dit jaar. Vreemd, zo slecht speelde hij toch niet dit jaar?

Tegenover deze goede speler staat helaas ook een slechte speler. Dat is Coen, die maar twee puntjes scoorde en zelfs nog geflatteerd. Zijn enige overwinning behaalde hij in de eerste ronde, daarna was het huilen met de pet scheef. Zijn laatste ronde was typerend voor zijn spel dit seizoen: gauw een stuk weggeven en vervolgens nog schandalig lang doorspelen. En desondanks scoorde Coen in zijn (acht) partijen net zoveel punten als Ewood aan verliespunten.

Betere zaken deden FM Henk en Berelowitsch. Henk had een beter eindspel gewonnen door een geniepige truc. Hoe onze grootmeester won, weet ik niet precies. Hij gebruikte zijn voorzet om voor de zoveelste keer dat vage Siciliaans met Lg2 te doen. En die tegenstanders blijven het maar spelen!

Nachtkaars

Terwijl ik zelf nog zat te jammeren om mijn nederlaag, stonden we toch maar mooi met 5-3 voor. Kampioen konden we niet meer worden, want Caïssa ging winnen. Aan de andere kant had Purmerend verloren, dus zouden we wel tweede kunnen worden. De overwinning leek in ieder geval wel zeker: Leon had een remisestelling op het bord, maar Ton stond verloren. Een krappe overwinning dus. Terwijl Ewood ons verzocht weg te gaan, ging Le een patatje eten. Terwijl iedereen op hem zat te wachten, kwamen Leon en Ton naar buiten lopen. Leon had remise gespeeld, net als Ton. Lachend vertelde hij dat hij een patgrapje had, waardoor hij een nederlaag wist af te wenden. Dat verhulde niet dat de twee in de tweede competitiehelft veel minder scoorden dan in de eerste competitiehelft. Daar kan ik over meepraten. Mijn seizoen is als een nachtkaars uitgegaan.

Daarna gingen we maar een frietje eten bij het station terwijl we wachtten op de trein. De "oudjes" gingen nog uit eten, wij gingen lekker Ewoods verjaardag vieren. Deze dolle avond veranderde in een dolle nacht en uiteindelijk in een duffe ochtend, waarin ik voor en na de Formule 1-race een uiltje ging knappen. Een verjaardag is altijd een goed excuus voor een feestje, ook al valt er verder weinig te vieren. Niet onbelangrijk: we hebben nu een mascotte voor komend seizoen!

Uitslagen

BSG [2241] – Vianen/DVP [2130] 6-4
1. La Ootes [2400] – U Perschke [2103] ½-½
2. A Berelowitsch g [2536] – D Schockenbaeumer [2226] 1-0
3. E de Groote [2249] – U Dresen f [2305] 1-0
4. L Pliester m [2361] – T van Lanen [2157] ½-½
5. H van der Poel f [2251] – M Koehler [2134] 1-0
6. T van der Heijden [2276] – F Lommers [2169] ½-½
7. J de Groote [2124] – O Stork [2113] 0-1
8. P Drost [2065] – F Wehkamp [2023] 1-0
9. Le Ootes [2088] – J Selten [2064] ½-½
10. C van der Heijden [2059] – M Huysmans [2006] 0-1

04 april 2010

Goodbye Schumi

Fattle wint eindelijk

Jarenlang werd de Tour de France gewonnen door Lance Armstrong. Na zevende overwinning was de lol er wel af en stopte hij ermee. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vorig jaar deed hij weer braaf mee. Le kwam in 2008 met de volgende voorbeschouwing:

"Onlangs maakte Lance Armstrong zijn terugkeer in het wielerpeloton bekend. Begin 2009 zal hij in Australië bij de Tour Down Under zijn rentree gaan maken. De beste ronderenner van het laatste decennium borg in 2005 zijn wielerfiets op, nadat hij voor de zevende maal op rij de Tour de France won."

Zo dominant als vroeger was Lance niet meer. Hij won de tour dan ook niet. Een vergelijkbaar verhaal is dat van Michael Schumacher. Nadat hij in 1996 voor het eerst uitkwam voor Ferrari, creëerde hij een perfect op elkaar ingespeeld topteam rond zichzelf, waardoor hij vijf keer achter elkaar de titel won. In 2006 stopte hij, nadat het hem niet was gelukt de achtste titel te veroveren.

In 2007 werd Räikkönen, zijn opvolger, tegen alle verwachtingen in nog kampioen. Maar daarna nam het verhaal een andere wending. Räikkönen zonderde zich af van het team en ging uiteindelijk rallyrijden, wat veel intenser is dan de saaie Formule 1. Schumachers ex-teamgenootje en leerling Massa werd het troetelkind van Ferrari en hij miste in 2008 het kampioenschap op een haar van tweehonderd meter. En in 2009 reed Jenson Button in één streep naar het kampioenschap. Het begon te kriebelen bij Schumacher. Van Jenson Button had hij geen hoge pet op, dus blijkbaar was het niveau van de Formule 1 niet al te hoog meer. In 2009 verhinderden "nekklachten" een rentree. Button haalde uiteindelijk kreunend en zwetend het kampioenschap binnen, maar vertrok kort daarna bij Brawn, naar verluidt vanwege te hoge salariseisen. Brawn werd Mercedes en opeens was Schumacher de opvolger van de wereldkampioen.

De eerste races van 2010 verliepen niet erg goed. Mercedes had een redelijke auto, maar ze kwamen toch tekort op Red Bull, Ferrari en McLaren. Daarnaast werd Schumacher steeds geklopt door zijn teamgenootje Rosberg. Tot overmaat van ramp won Button in Australië, terwijl Schumacher de hele race probeerde Alguersuari in te halen voor een tiende plaats.

Maleisië

In Maleisië ging het geen haar beter. In de natte kwalificatie deed Mercedes het nog wel goed: waar Ferrari en McLaren vertrouwden op de radar, kozen de andere teams ervoor om maar gauw een tijd neer te zetten, voor het geval het later harder zou regenen. Laat dat nou precies zijn wat er gebeurde. Luis en de Ferrari’s liggen er na de eerste schifting uit, Button haalt Q2 wel, maar omdat hij zijn bolide tot zijn assen in het grind heeft gezet, komt hij verder niet meer in actie. Betere zaken doen de Red Bulls, die uiteindelijk de eerste (Webbah) en derde (Fattle) startplaats bemachtigen. Ze worden gescheiden door Rosberg (!), terwijl Schumacher genoegen moet nemen met een magere achtste startplaats.

Race

De racedag is verrassend genoeg droog. Fattle pakt de stier meteen bij de hoorns en worstelt zich vanaf de derde plaats naar de leiding. Webbah geeft zich niet direct gewonnen, maar na een kort schijngevecht schikt hij zich in zijn lot. Achterin proberen de toppertjes zich een weg naar voren te banen. Dat lukt Luis het best; hij vecht zich al gauw de punten in. Terwijl hij met de Renault van Petjerov zit te duelleren, zitten de Ferrari’s vast achter de Toro Rosso’s. Button ligt daar nog achter, want nadat hij Massa probeerde in te halen, reed Alonso hem juist voorbij. Ondertussen heeft Luis veel moeite met Petjerov. De Rus zet zijn gele bolide steeds weer naast die van Luis. Na een tijdje is Luis het echt zat. In de laatste bocht is hij de Renault voorbij, waarna Petjerov in de slipstream in de tegenaanval gaat. Luis gaat naar rechts, naar links en weer naar rechts. De Renault volgt als een magneet, maar komt er niet voorbij. Desondanks een vreemde actie van de ex-wereldkampioen; iedereen weet dat je niet onbeperkt van lijn mag veranderen. Hamilton komt ervan af met een waarschuwing.

Zo snel als een Ferrari met een kapotte koppeling

Voor Sauber is het een weekend om heel gauw te vergeten. Pedro Martínez de la Rosa haalt de startopstelling niet eens: als hij met veel moeite de pits verlaat, komt hij nog twee bochten verder, om zijn bolide met een kapotte koppeling of motor in het gras te parkeren. Co Biaggi verlaat vroeg in de race op hetzelfde punt de strijd.

Even later valt Schumacher uit. Naar verluidt was er iets mis met een wielmoer, waardoor hij niet meer verder kon rijden. Ook Liuzzi valt uit. Stapvoets kruipt de bolide naar de pits, waar de Italiaan vlak voor het vallen van de finishvlag opgeeft.

En wat te denken van Alonso? De Ferrari klinkt erg belabberd in de bochten. Het lijkt alsof hij niet goed kan terugschakelen, waardoor de Ferrari niet genoeg toeren maakt. Desondanks kan hij een behoorlijk tempo rijden.

De mannen vooraan maken vrij vroeg een pitstop. Luis rukt op tot de tweede plaats, vlak achter Fattle. Op nieuwe banden is de Germaan echter beduidend sneller en loopt weer weg. De nieuwe regels zorgen voor opmerkelijke strategieën: na je pitstop ben je sneller dan ervoor, dus kan het lonen om vroeg naar de pits te gaan. Aan de andere kant heb je dan in de slotfase slechte banden. Na zijn pitstop is Massa de snelste coureur op de baan. Vervolgens stopt Luis en hij rijdt meteen ook snelle ronden. Als laatste stopt Alonso en hij zet meteen nog snellere ronden neer.

Achter de Red Bulls is het dan nog spannend. Rosberg en Kubica zijn nog wel veilig, Subtiel heeft Luis in zijn nek hijgen. De Force India heeft echter een dusdanig hoge topsnelheid dat Luis geen enkele inhaalactie kan ondernemen. Achter hem rijdt Button nog. Die heeft Massa achter zich en kan zich met zijn versleten banden (hij stopte namelijk al heel vroeg) weinig permitteren. Achter Massa komt Alonso aanstormen en Massa besluit maar eens een inhaalpoging te wagen. Button doet wat hij kan, maar kan zich al gauw op zijn volgende taak richten: Alonso afhouden. Ondertussen stormt Massa richting Subtiel en Luis, terwijl Alonso aan de staart zit van Button.

Vooraan beperkt de strijd tussen de Red Bulls zich alleen nog maar tot het psychologische vlak. Webbah rijdt in de slotfase even de snelste ronde van de race om te laten zien dat hij de snellere van de twee is, net zoals bij de groepjes Subtiel-Luis-Massa en Button-Alonso. Alonso waagt in de voorlaatste ronde een aanval bij Button, hoewel het ook een schakelprobleem kan zijn, want Alonso schiet te ver door en verliest zijn plaatsje weer. Meteen stijgt er een rookpluimpje op, wat alsmaar verergert. Alonso exit, maar wat reed hij een wereldrace met een onwillige auto.

Negende wordt uiteindelijk Alguersuari, die een prima tempo aan de dag legt. Hij finisht vlak voor Hülkenberg, die het laatste puntje pakt. Het was voor de Germaan overigens zijn eerste WK-puntje, maar erg blij was hij er niet mee, gezien zijn vijfde startplaats. Teamgenootje Barrichello komt als twaalfde aan de finish, achter de tweede Toro Rosso van Bümi, die door schade aan de voorvleugel op een vrij unieke 2-stopstrategie was weggestuurd. Barrichello was vanzelfsprekend niet tevreden: hij zag zijn zevende startplaats binnen een paar seconden vervliegen omdat hij bij de start niet van z’n plaats kwam. Een euvel dat Mr. Experience overigens wel vaker overkomt.

Webber hoort er niet bij

Na afloop feliciteren Fattle en Rosberg elkaar, waarna ze gezellig met elkaar converseren in hun umlautentaaltje. Mowk Webbah heeft na afloop een humeur om te schieten. Hoewel hij zijn best doet om diplomatiek over te komen, baalt hij als een stekker dat hij bij de start werd ingehaald. Hij was in de kwalificatie de slimste en in de race de snelste, maar desondanks won hij niet. Van Duitsers is inderdaad niet te winnen, niet in de laatste plaats omdat ze met z’n zessen zijn. Het enige land dat qua aantal in de buurt komt is Brazilië, dat in Felipe Massa zelfs de klassementsaanvoerder heeft. Zonder gekke dingen te doen staat hij er toch goed voor. En Fattle staat alweer gelijk met Alonso. En Schumacher? Die vraagt zich vertwijfeld af waar hij aan begonnen is. Alle ingrediënten voor een spannend Formule 1-jaar zijn dus aanwezig!