12 mei 2017

Grenzen verleggen

De provincie Utrecht met grenswijzigingen.

Hoewel Nederland maar een klein landje is, is het natuurlijk op ontelbare verschillende manieren bestuurlijk in te delen. De afgelopen decennia hebben gemeenten aan de lopende band moeten fuseren (hallo Gooise Meren!), zodat het aantal gemeenten is afgenomen van meer dan 1100 in het begin van vorige eeuw tot 388 nu. Het aantal provincies is in die tijd daarentegen juist toegenomen van 11 naar 12.

Toch liggen de provinciegrenzen niet vast. In mijn vorige woning had ik een landkaart van Nederland op de deur. Helaas is de kaart bij de verhuizing gesneuveld, maar wat ik me nog goed kan herinneren, is dat plaatsen als Woerden en Vianen in Zuid-Holland waren getekend. Woerden werd al in 1989 aan de provincie Utrecht toegevoegd en Vianen in 2002.

Vooral die laatste plaats is interessant. Voorheen vormde de Lek de natuurlijke grens tussen Utrecht in het noorden en Zuid-Holland en Gelderland in het zuiden, maar door de annexatie van Vianen is dat niet meer zo. Gekunsteld? Misschien wel, maar wat blijkt? De Zuid-Hollandse gemeenten Leerdan en Zederik willen nu met Vianen fuseren. Vianen gaat dus weer tot de dichtstbevolkte provincie behoren? Nee! De fusiegemeente zal namelijk in Utrecht komen te liggen, waardoor Utrecht er een kleine 110 km² aan landoppervlak bij krijgt en niet meer de kleinste provincie van Nederland is.

In 2019 wordt de provinciegrens tussen Utrecht en Zuid-Holland dus met een kleine tien kilometer verlegd. Zouden er nog meer gemeenten in aanmerking komen om van provincie te verhuizen? Jawel hoor! Als centrale provincie heeft Utrecht al heel wat vaker met grenswijzigingen te maken gehad. Wat zijn bijvoorbeeld de voorsteden van Amsterdam en Rotterdam en wat zijn de voorsteden van Utrecht?

In het noorden zou het Gooi prima naar Utrecht kunnen. Dat is vooral voor plaatsen als Laren en Blaricum fijn, die graag met Eemnes willen samenwerken. Niet dat dat door een wat toevallig getrokken provinciegrens onmogelijk is, maar de plaatjes zijn ook bang dat ze met Huizen moeten fuseren. Doordat Naarden en Bussum al met Muiden gefuseerd zijn, zal de hele handel in de provincie Utrecht komen te liggen. Weesp, een andere voorstad van Amsterdam, zal nog wel in Noord-Holland blijven liggen. Omgekeerd komen De Ronde Venen met Abcoude weer in Noord-Holland te liggen.

Aan de andere kant zal Utrecht de ten oosten van de Utrechtse heuvelrug gelegen gemeentes Bunschoten, Renswoude en Veenendaal aan Gelderland afstaan. Wordt de grootste provincie van Nederland zo niet te groot? Dat valt wel mee. Noord-Brabant kan zelfs nog de grootste provincie worden als die lelijke hap uit de oostgrens wordt opgevuld. Venray gaat dus van Limburg naar Noord-Brabant. Verder gaat het eiland Goeree-Overflakkee van Zuid-Holland naar de deltaprovincie Zeeland.

In het noorden zijn er ook nog wat wijzigingen mogelijk: zo komt Meppel in Overijssel te liggen. Aan de grens met Friesland durf ik niet te komen en de Hondsrug vormt de natuurlijke begrenzing van Drenthe en Groningen, maar in de Waddenzee is wel wat mogelijk. Schiermonnikoog is in de loop der jaren dusdanig naar het oosten verschoven en ligt nu voor de kust van de provincie Groningen. In 2006 werd de grens nog gecorrigeerd omdat een deel van het eiland in Gronings territorium was komen te liggen. In de toekomst zullen dergelijke grenscorrecties nog vaker noodzakelijk zijn. De makkelijkste oplossing is om Schiermonnikoog aan Groningen toe te voegen. De grenswijzigingen leveren het volgende kaartje op:

Nederland met de nieuwe provincie-indeling.

In de nieuwe indeling zijn Noord- en Zuid-Holland hun oostelijkste gebieden kwijtgeraakt, waardoor Noord-Holland alleen nog het rechthoekige schiereiland tussen de Noordzee en het IJsselmeer is, en Zuid-Holland een driehoek of trapezium is geworden. De provincie Utrecht ligt nu bijna als een cirkel om de gelijknamige provinciehoofdstad heen. Zeeland bevat nu alle eilanden en schiereilanden in de Rijn-Maasdelta. De oostgrens van Noord-Brabant ziet er nu ook wat netter uit. Verder zijn Drenthe en Overijssel qua vorm nauwelijks veranderd nu het mannetje van Drenthe een teen is kwijtgeraakt. De zeegrenswijziging van Friesland en Groningen is op het kaartje al helemaal niet zichtbaar.

Wat al dit gegoochel betekent voor de provincies? Weinig. Zuid-Holland raakt het grootste landoppervlak kwijt (370 km², ofwel 13% van het oorspronkelijke landoppervlak), maar dat zijn slechts 83.000 inwoners, waardoor de gemiddelde bevolkingsdichtheid in de provincie stijgt naar 1473 inwoners per vierkante kilometer. Noord-Holland raakt 122 km² en 188.000 inwoners kwijt, maar blijft desondanks qua inwonertal de tweede provincie van Nederland. Met 5031 km² wordt Noord-Brabant de grootste provincie van Nederland, voor Gelderland met 4974 km² (de oppervlakten kunnen per bron verschillen). Met iets meer dan 15% van het landoppervlak en een fractie minder dan 15% van het aantal inwoners ligt Noord-Brabant qua bevolkingsdichtheid het dichtst tegen het landelijk gemiddelde van 509 inwoners per vierkante kilometer aan. Flevoland wordt de kleinste provincie en blijft de provincie met de minste inwoners (405.000). Drenthe blijft de provincie met de laagste bevolkingsdichtheid (176 inwoners per vierkante kilometer).

ProvincieInwonertalLandoppervlak (km²)Inwoners/km²
Drenthe456.0582586176
Flevoland405.3691419286
Friesland644.7713228200
Gelderland2.113.9274974425
Groningen583.8102305253
Limburg1.073.5901925558
Noord-Brabant2.545.0505031506
Noord-Holland2.604.62425071039
Overijssel1.177.6073382348
Utrecht1.408.3701541914
Zeeland430.0382050210
Zuid-Holland3.544.73624071473

Het grootste verschil zit ‘m echter in de vorm van de provincies. Zelf vind ik deze indeling er in ieder geval een stuk beter uitzien. Wat vindt de lezer ervan? Zijn er nog andere gemeentes die eigenlijk in de verkeerde provincie liggen? Of zouden sommige provincies moeten fuseren?

06 mei 2017

Een fraaie afsluiting

Geen verre uitwedstrijden of een gemeenschappelijke slotronde: voor het eerst in jaren had BSG het genoegen om de laatste competitiewedstrijd van beide KNSB-teams in het eigen Denksportcentrum te spelen. En passant kon het vorige maand binnengehaalde kampioenschap gevierd worden. Voor de vorm moest er nog wel even gespeeld worden. BSG rekende af met Zukertort, terwijl BSG 2 met Hoogland afrekende.

Na bijna acht maanden zit het competitieseizoen 2016-2017 er weer op. BSG begon het seizoen halverwege september met een nette overwinning op Caïssa en die wedstrijd zette de toon voor de rest van het seizoen. Alleen in november was het even billenknijpen, maar nadat concurrent De Toren in februari verslagen werd, was het wel duidelijk dat l’équipe d’Edwin Baart meteen weer naar de meesterklasse terug zou promoveren. In Leeuwarden werd het kampioenschap binnengehaald, dus speelde BSG tegen Zukertort alleen nog om de eer.

In een vergelijkbare situatie zat BSG 2, dat het hele seizoen in de middenmoot had meegedraaid. Kampioenskansen waren er eigenlijk nooit geweest, maar het degradatiespook waarde ook nooit rond. Een heel rustig seizoen derhalve. Tegenstander Hoogland was daarentegen al gedegradeerd en speelde dus op de vijftiende sterfdag van Pim Fortuyn eveneens om des keizers baard.

Vanwege een nijpend personeelstekort reisden de schakers uit Amersfoort Noord met niet minder dan vier invallers naar Bussum af. Zo kon Chris Kooijman niet tegen zijn oude club van de partij zijn, dus werd zijn plek op het eerste bord ingenomen door een andere ex-BSG’er, namelijk Tom Officier. Hij werd vrij eenvoudig door het Apenhoofd van het bord gezet.

Aan het tweede bord kreeg Ruben een geweldige stelling tegen Santoso Wijono. Hoewel hij een kwaliteit moest offeren, had hij met twee pionnen en aanvalskansen meer dan genoeg compensatie, dus verbaasde me het niet dat hij won.

Coen verraste Gert Reichardt door niet een stuk terug te pakken, maar een hap uit de witte koningsstelling te nemen. De aanval die daaruit ontstond was niet meer te houden. Frans had ook weer reden tot lachen: hij vloerde de kortgebroekte Eddy Wigmans vrij eenvoudig.

Dat waren vier puntjes op de hoogste borden. Op de laagste borden ging het minder voorspoedig. Remmelt won nog wel nadat tegenstander Anne Grutter zijn koning na een schaakje niet van de onderste rij haalde, waarmee hij Remmelt op zijn minst een flinke technische klus bespaarde. Timon tikte Niels Dol dol.

De punten werden gemorst door Tom, die een lekkere stelling tegen Wilco Wernsen niet won, en teamleider Rein, die in het eindspel het punt moest laten aan jeugdtalent Tim Grutter. Zo stokte de score op 6½-1½, een evenaring van de monsterzege op HWP Haarlem eerder in het seizoen.

BSG 1 was langer bezig met Zukertort. Aanvankelijk stroomden de punten binnen. Het niveauverschil tussen de teams komt nadrukkelijk tot uiting in het eindspel. Een mooie technische klus klaart Ewood, die er na een mindere periode weer helemaal bovenop lijkt te zijn. Tegen Jelmer Sminia, de teamleider aan Amstelveense zijde, speelde hij weer eens zijn gebruikelijke inblik-Frans. Maar hoe win je dan? Uiteindelijk moest hij met zijn koning naar de overkant van het bord lopen om de winst binnen te halen.

Ook Li pakte een puntje in het eindspel nadat Stan van Gisbergen zijn stukken dermate deplaceerde dat hij in zetdwang kwam, zodat hij have en goed verloor. De knapste prestatie was misschien wel die van Thomas, die in een toreneindspel met twee minuspionnen door Dennis Brouwer urenlang op de proef werd gesteld. Dankzij een hardnekkige verdediging wist hij uiteindelijk nog aalglad naar remise te ontsnappen. Alexander won aan het laatste bord eveneens uit een remiseachtige stelling.

Verder won FM Henk een wildwestpartij van CM PPT. Daar stond tegenover dat Ton in een fraaie stelling met aanvalskansen tegen Tjark Vos niet verder kwam dan remise. Hetzelfde resultaat was er voor Frank, die na de opening niets meer had. Verder wonnen Robin en Robert weer eens, terwijl Large na een wilde partij helaas in het stof moest bijten. Zodoende won BSG met 7½-2½, goed voor de negende overwinning uit negen wedstrijden. Het was een fraaie afsluiting van een goed seizoen, want met een doelsaldo van +37 en een voorsprong van 4 matchpunten op de nummer 2 heeft het team de hooggespannen verwachtingen meer dan waargemaakt. Meesterklasse here we come!

BSG 2 (2062) – Hoogland (1827) 6½-1½
1. J de Groote (2208) – T Officier (2002) 1-0
2. R Hilhorst (2032) – S Wijono (1804) 1-0
3. C van der Heijden (2058) – G Reichardt (1938) 1-0
4. F Borm m (2141) – E Wigmans (1768) 1-0
5. R Brouwer (2060) – T Grutter (1745) 0-1
6. R Otten (2024) – A Grutter (1863) 1-0
7. T Brouwer (1981) – N Dol (1796) 1-0
8. T de Ruiter (1989) – W Wernsen (1701) ½-½

30 april 2017

Bottas wint slaapverwekkende Grand Prix van Rusland

Echt geweldig was hij niet aan het seizoen begonnen. Hoewel hij twee weken terug in Bahrein nog op pole stond, gaf Luis hem in de races steeds het nakijken. In Rusland was alles anders. Valtteri Bottas pakte de overwinning, voor beide Ferrari’s, terwijl Luis op grote achterstand als vierde eindigde.

Een dag eerder was er van vreugde bij Mercedes geen sprake. Voor het eerst in het seizoen waren de Ferrari’s in de kwalificatie sneller. Fattle pakte de pole, terwijl teamgenoot Räikkönen zowaar in de buurt bleef en de tweede startplaats opeiste, waarmee hij de feestvreugde bij de Italianen compleet maakte. Het was voor het eerst in bijna negen jaar dat beide Ferrari’s vanaf de eerste startrij vertrokken. De Mercedes startten vanaf de tweede startrij. Bottas wist voor de tweede keer op rij Luis te kloppen en startte dus als derde. Achter hen was een groot gat. Op het Russische start-stopcircuit met de grip van een bowlingbaan kwamen de Red Bulls totaal niet uit de verf. Ricciardo was op grote achterstand vijfde, terwijl Max Massa nog moest voorlaten.

Bij de start heeft hij de verhoudingen meteen weer rechtgezet. Vooraan schiet Bottas als een raket uit de startblokken. Hij is de matig weggekomen Räikkönen meteen voorbij en in de aanloop naar de eerste bocht moet Fattle er ook aan geloven. Räikkönen weet Luis nog net voor te blijven, terwijl Max binnendoor zowel Massa als Ricciardo weet te verrassen. De ongelukken vinden plaats in de achterhoede, waar Grosjean en Palmer elkaar twee keer treffen en uit hun verbrijzelde bolides mogen stappen.

Het ongeval zorgt ervoor dat de safetycar weer eventjes het veld mag aanvoeren. De achterhoedeteams gebruiken de onderbreking om gauw banden te wisselen, wat vooral gunstig was voor Stroll, die halverwege de eerste ronde was gespind en zodoende weer wat plekjes terugwon.

Bij de hervatting ligt Fattle te slapen, zodat Bottas zonder problemen aan de leiding blijft. Hij loopt zelfs langzaam weg bij het Ferrari-duo. De top vier loopt hard weg bij de rest van het veld, aangevoerd door Max. De Red Bull-coureur ziet de koplopers snel aan de horizon verdwijnen. Dat is niet zijn enige zorg: hij moest eveneens maar hopen dat zijn auto de finish zou halen nadat de waterpomp steeds kapot was gegaan. Opmerkelijk genoeg gaat de andere Red Bull juist kapot. Net als in Bahrein blijken de achterremmen de zwakke schakel, zodat Ricciardo na een trage ronde met compleet misvormde remmen in de pits kan opgeven.

Daarna is het uit met de pret en komen de posities vast te liggen. Het wachten is op de pitstops. Doordat het Russische asfalt erg lief is voor de banden, is de bandenslijtage zelfs op de ultrazachte banden erg gering. Pas halverwege de race komen de pitstops in de kopgroep op gang. Bottas verliest tijd bij het dubbelen van achterblijvers, zodat hij zijn mooie buffer van vijf seconden op Fattle langzaam maar zeker verspeelt. Mercedes komt vervolgens op het dubieuze idee om de Fin als eerste in de kopgroep van nieuwe banden te voorzien.

Zodoende komt Fattle aan de leiding te liggen. Op oude banden rijdt hij zelfs nog sneller dan Bottas op nieuwe banden. Als hij zeven ronden later eindelijk zijn banden laat verwisselen, heeft hij Bottas nog altijd in het vizier en is de jacht geopend. Zou hij Bottas alsnog van zijn eerste zege kunnen afhouden?

Het wordt spannend als Bottas een flinke vlakke kant op zijn band remt en wijd gaat. Fattle nadert de Fin met rasse schreden, maar als hij dichterbij komt, stokt de progressie. Het is het verhaal van de Formule 1 anno 2017: het is bijna onmogelijk geworden om een andere wagen te volgen. Op het fantasieloze Sochi Autodrom werd opnieuw antireclame voor de bredere, snellere auto’s gemaakt, want in de race is er niet één inhaalactie te bewonderen.

Het betekent dat Bottas Fattle tot aan de streep achter zich houdt. Räikkönen moet genoegen nemen met een derde plaats, terwijl Luis op grote achterstand vierde wordt in de slaapverwekkende race. Hoewel Mercedes de leiding in het constructeurskampioenschap overneemt, ziet Luis Fattle weer zes punten uitlopen.

Op een minuut achterstand wordt Max vijfde. Meer was absoluut niet mogelijk. De Force India’s worden netjes zesde (Pérez) en zevende (Ocon). Hülkenberg legt beslag op de achtste plaats, net voor Massa, die door een lekke band terugviel en in de slotronde de koplopers in de weg reed. Het laatste puntje wordt gescoord door Science.

Crisisberaad zal er wel bij McLaren zijn, waar Stoffel de Schildpad achteraan startte omdat hij binnen vier races al meer motorcomponenten had gebruikt dan wat voor het hele jaar was toegestaan. Met Alonso ging het nog slechter: de Spanjaard lag er voor de start van de race al uit. De enige troost voor de knoeiers in het oranje is dat Sauber volgend jaar in hetzelfde schuitje zit. Of gaat McLaren dan weer met hangende pootjes terug naar Mercedes?

Het fabrieksteam van Mercedes had in ieder geval reden tot juichen. Dankzij Bottas’ goede start staat het nu 2-2 in plaats van 3-1 voor Ferrari. Een spannend seizoen tussen de twee fabrieksteams lonkt, alleen jammer dat de overige teams zo weinig in de melk te brokkelen hebben.

16 april 2017

Bottas op zaterdag, Vettel op zondag

Dankzij een even gewaagde als doeltreffende strategie heeft Fattle de Grand Prix van Bahrein op zijn naam weten te schrijven. Grote rivaal Luis werd tweede, voor polesitter Bottas en Räikkönen.

Heel veel meer dan een klein lachje kon er niet vanaf nadat hij op zaterdagmiddag de snelste rondetijd had geklokt: Finnen lopen nou eenmaal niet met hun emoties te koop. Toch zal Valtteri Bottas van binnen wel even een klein vreugdedansje hebben gemaakt nadat hij teamgenoot Luis met twee honderdsten van een seconde de baas was. Luis, die na zes opeenvolgende poles weer een stapje terug moest doen, vatte zijn verlies sportief op. Belangrijker voor hem was dat grote rivaal Fattle er nauwelijks aan te pas kwam: de viervoudig wereldkampioen moest bijna een halve tel toegeven.

Sowieso zat Ferrari er in de zandbak van Bahrein niet goed bij in de kwalificatie. Dat bewees Ricciardo wel, die de opnieuw tegenvallende Räikkönen zelfs wist te kloppen. Max moest genoegen nemen met een zesde plaats en klaagde over Massa, die hem net voor zijn laatste vliegende rondje passeerde, wat hem zeker niet had geholpen.

Bij de start heeft hij het verloren gegane terrein meteen weer goedgemaakt. Hij vliegt in de eerste bocht buitenom teammaat Ricciardo en Räikkönen, die halverwege de eerste ronde ook Massa er nog langs ziet floepen, zodat hij zichzelf aan het eind van de eerste ronde slechts op de zevende plek terugvindt.

De andere Ferrari ligt dan tweede. Waar Bottas de koppositie bij de start weet te behouden, laat Luis zichzelf bij de eerste bocht uitremmen door Fattle. Opmerkelijk genoeg zit Fattle Bottas al meteen op de huid. De Fin rijdt in de openingsfase zo traag dat zelfs de Red Bulls het tempo prima kunnen volgen. Achter hen laat Massa langzaam maar zeker een gat vallen en al snel valt de Braziliaan ten prooi aan Räikkönen, die vanaf dat moment op jacht kan naar de koplopers.

In het treintje aan kop begint Max ongeduldig te worden vanwege het lage tempo dat er gereden wordt. Aan de pitmuur breken de strategen hun hoofd over hoe ze deze impasse moeten doorbreken. In de tiende ronde besluit Ferrari het erop te wagen door Fattle op het allerlaatste moment naar de pits te halen. De stop gaat volgens plan, zodat hij net in het gat tussen Pérez en Palmer op de baan komt.

De ronde erna komt Max de pits in. Alles gaat goed: de banden worden netjes gemonteerd en hij keert eveneens precies voor de neus van Palmer de baan op. Alleen jammer dat hij een halve ronde later in de muur staat omdat de remmen dienst weigeren. Uit pure frustratie geeft Max de muur er flink van langs.

Kort daarna vinden Stroll en Science elkaar in de eerste bocht, waar Science als een Maldonado de pitstraat uitraast en vol op de Williams kleunt. Het is voor beide coureurs einde oefening. Voor heethoofd Science heeft het nog meer consequenties: hij moet over twee weken in Rusland drie startplaatsen inleveren. Het ongeval zorgt er meteen ook voor dat de safetycar op de baan komt.

Het uitrukken van de derde Mercedes lijkt een geschenk uit de hemel te zijn voor Mercedes, dat beide coureurs zonder al te grote tijdsverliezen van nieuwe banden kan voorzien, maar heel veel profijt blijken ze er niet van te hebben. Sterker nog: er ontstaat een probleem doordat beide coureurs op hetzelfde moment naar de pits moeten. Luis besluit daarom om op zijn elfendertigst de pits binnen te gaan, zodat hij niet op zijn teamgenootje hoeft te wachten, een tactiek die voor het eerst door Räikkönen in 2005 werd toegepast. Het plannetje mislukt doordat Bottas een trage stop heeft, zodat Luis zijn plek aan Ricciardo verliest. Bovendien krijgt hij voor zijn actie een tijdstraf van vijf seconden opgelegd. En als klap op de vuurpijl blijkt Fattle alsnog de koppositie te hebben overgenomen.

Bij de herstart vliegt Luis Ricciardo meteen voorbij. De Australiër krijgt zijn banden niet aan de praat en ziet ook Massa en Räikkönen erlangs floepen. Fattle moet zich op zijn beurt met hand en tand verweren tegen Bottas, maar als hij de aanval heeft afgeslagen, loopt hij hard weg bij de Mercedes.

Het wordt al gauw duidelijk dat Luis de enige is die Fattle nog van de zege kan afhouden. De drievoudig wereldkampioen staat namelijk als enige in de kopgroep op de hardere gele banden. Bottas’ rode banden bouwen wel erg snel af, zodat de Fin al snel zijn plaats moet afstaan aan Luis. Niet lang daarna duikt hij de pits voor gele banden.

Luis hengelt Fattle langzaam binnen, totdat de koploper voor de tweede en laatste keer naar de pits gaat. Luis rijdt op zijn beurt nog heel lang door. Zijn stop is langer vanwege de tijdstraf, zodat hij opnieuw terugvalt tot achter Bottas. Hij maakt opnieuw korte metten met zijn teammaat, waarna hij Fattle probeert te achterhalen. Fattle begint de achterblijvers van het opmerkelijk uitgedunde veld te dubbelen en het gat slinkt soms wel met twee seconden per ronde. Zou Luis het halen?

Hulp krijgt hij nog van Ericsson en Alonso, die kort nadat ze door Fattle worden gedubbeld uitvallen. Het blijkt niet genoeg. Een paar ronden voor het einde lopen zijn rondetijden flink op, zodat Fattle zijn voorsprong van een handvol seconden behoudt en een van tevoren nauwelijks verwachte overwinning boekt.

Door de podiumplaatsen van Luis en Bottas is het podium weer precies hetzelfde als in Australië. De verder volkomen onzichtbare Räikkönen weet dankzij een sterke eindsprint beslag te leggen op een vierde plaats, terwijl Ricciardo op behoorlijke afstand vijfde wordt. De race ging voor Red Bull dus als een nachtkaars uit. Massa wordt zesde, voor de sterk opgeklommen Pérez, Grosjean, Hülkenberg en Ocon. Buiten de punten finishen Wehrlein, Kwjat en Palmer.

Crisisberaad zal er bij McLaren zijn, dat met maar een auto van start ging nadat er een terminaal probleem was met Vandoornes bolide. Alonso deed ondanks de vele uitvallers geen moment mee voor punten en moest vlak voor tijd opgeven. Tot overmaat van ramp moest hij toezien hoe zijn oude team nu in beide kampioenschappen aan de leiding gaat. De Indy 500 kan niet snel genoeg komen voor de tweevoudig wereldkampioen.

Ferrari heeft het beter voor elkaar. Hoewel ze op zaterdag tekortkomen op Mercedes, staan ze dankzij Fattle in de races met 2-1 voor. Een spannend kampioenschap lonkt. Nu de spannende races nog.

09 april 2017

Met de handrem eraf

Aanvankelijk wilde het raceweekend in China niet echt op gang komen. Nadat er op de mistige vrijdag nauwelijks mocht worden gereden omdat de traumahelikopter het dichtstbijzijnde ziekenhuis niet kon bereiken, liep de kwalificatie vertraging op door de vele crashes. In de race liep alles wel op rolletjes, dus won Luis, voor Fattle en de als een komeet opgerukte Max.

De hele Formule 1-wereld hoopte dat de erg levenloze Australische Grand Prix slechts een treurig incident was. Dat de bloedeloze optocht slechts te wijten was aan het circuitontwerp en niet aan de reglementswijzigingen die als doel hadden de auto’s sneller te maken. Het Tilkedrome in Shanghai zou de eerste echte test worden voor de nieuwe regels.

Op het vrij snelle Chinese circuit is een foutje zo gemaakt, zo moeten de coureurs in de kwalificatie al gauw ondervinden. En dankzij de toegenomen snelheden worden de foutjes ook harder afgestraft, zo ondervindt Giovinazzi, die voor de tweede (en waarschijnlijk laatste) race Wehrleins stoeltje innam. Hij smeet zijn wagen bij het uitkomen van de laatste bocht hard in de muur en bezorgde zijn monteurs daarmee een nacht overwerk. Het ongeluk betekende dat de kwalificatie tien minuten vertraging opliep. In het vervolg duelleerden de Mercedes en Ferrari’s om de poleposition. Max zat er toen al niet meer bij. Vanwege een motorprobleem kwam hij niet verder dan een 19e tijd. Een schrale troost was dat hij door de gridstraffen van Giovinazzi (versnellingsbakwissel), Grosjean en Palmer (reden te snel langs het ongeluk) nog wel als 16e mocht starten.

In de slotsessie eiste Luis weer de pole op. Fattle wist Bottas met een duizendste te kloppen en Räikkönen completeerde de top 4. Op grote achterstand was Ricciardo best of the rest met een vijfde plaats. De lachende Australiër was maar een paar tienden sneller dan Massa en Hülkenberg. Zelfs Stroll stond in de top 10, waarmee hij het potentieel van de witte bolide duidelijk aantoonde.

Op zondag is alles weer anders. De race begint op een ietwat vochtige baan, dus start iedereen op intermediates. Iedereen behalve Science. Die start gewoon op droogweerbanden. Bij de start spuit Luis ervandoor. In de achtergrond heeft Max een waanzinnige openingsronde. Hij komt goed van zijn plek en lijkt iedere bocht wel weer een plekje op te schuiven. Aan het eind van de eerste ronde ligt hij alweer zevende.

Minder geluk heeft Stroll, die een beuk krijgt van Pérez en in de grindbak vast komt te zitten. Door het ongeluk rukt de virtual safetycar uit. Ferrari maakt van de gelegenheid gebruik door Fattle meteen naar de pits te halen voor droogweerbanden. Had Science dan toch gelijk? Doordat iedereen in de middenmoot zijn banden laat wisselen, rukt de Spanjaard op naar de zevende plaats.

Als de race even later weer wordt vrijgegeven, ligt er een spannende race in het verschiet. De koplopers stonden namelijk allemaal nog op inters, terwijl de op de zesde plaats rijdende Fattle op slicks stond. Nog voordat de race zich kan ontvouwen, wordt ‘ie alweer stilgelegd omdat Giovinazzi zijn wagen voor de tweede keer in het weekend in de laatste bocht in de muur smijt. De safetycar komt de baan op en de coureurs moeten verplicht door de pitstraat rijden. Het betekent dat de hele kopgroep ook maar gauw banden wisselt, zodat Fattle zesde blijft.

Opmerkelijk genoeg krijgen de Red Bulls de rode band gemonteerd, terwijl Mercedes en Ferrari voor de hardere gele band kiezen. Achter de safetycar maakt Bottas de blunder van de race door bij het opwarmen van de banden de controle over zijn wagen te verliezen, waardoor hij zijn tweede plaats voor de twaalfde plaats verruilde.

Het is goed nieuws voor de Red Bulls, die daardoor oprukken naar de tweede en vierde plaats. Max zet zijn inhaalrace voort door meteen na de herstart Räikkönen te kloppen. Daarna moet hij zien af te rekenen met teamgenoot Ricciardo, maar die is niet van plan mee te werken. Pas na een paar ronden weet Max hem te foppen, waarna hij de achtervolging op Luis inzet en op zevenmijlslaarzen bij de Australiër wegloopt.

Ricciardo’s tempo in de openingsfase van de race is niet heel indrukwekkend. Hij houdt de Ferrari’s danig op, terwijl in de achtergrond Science in zijn Toro Rossootje langzaam dichterbij komt. De als een natte krant rijdende Räikkönen komt de tweede Red Bull maar niet voorbij, terwijl Fattle zijn teammaat op zijn beurt ook maar niet voorbijkomt. Pas na twintig ronden lukt het hem, waarna hij Ricciardo ook gauw de oren wast en op jacht gaat naar Max. Die kon Luis een tijdlang goed volgen, maar moet toch inbinden op het moment dat zijn superzachte banden hun beste tijd wel weer hebben gehad.

De slijtvastere banden vormen in de race een groot vraagteken. Omdat de coureurs op intermediates aan de race waren begonnen, waren ze niet verplicht hun banden nogmaals te wisselen. Zouden de Mercedes en Ferrari’s de race zonder verdere stop proberen uit te rijden? En konden de Red Bulls hetzelfde doen? Het lijkt er niet op, want daarvoor zijn hun rondetijden te veel ingezakt. Als Fattle tot aan de staart van Max is opgerukt, blokkeert de in België geboren Nederlander zijn linker voorwiel hevig, waardoor hij in de haarspeldbocht rechtdoor schiet en Fattle er eenvoudig langs kan. Een ronde later komt Max dan eindelijk naar de pits.

Doordat hij te lang op versleten banden was doorgereden, viel Max zelfs nog terug achter Bottas. Hij krijgt de Fin gauw te pakken, waarna Bottas maar nieuwe banden haalt, net als iedereen in de kopgroep. Luis blijft ondanks zijn stop nog aan de leiding, terwijl Räikkönen door zijn late stop nog even naar de tweede plek oprukt. Bij zijn stop krijgt hij, net als de Red Bulls, weer de rode band gemonteerd. Het helpt hem niet, want zijn tempo blijft bedroevend.

Na de pitstops zijn de kaarten vooraan wel geschud. Luis ligt onbedreigd aan de leiding, met Fattle op een kleine tien seconden achterstand. In de slotfase krijgt Max het nog wel voor zijn kiezen. Teamgenoot Ricciardo knabbelt steeds weer wat van zijn achterstand af en in de achtergrond komen Räikkönen en Bottas langzaam dichterbij. Max heeft op zijn beurt last van Grosjean, die wel af en toe blauwe vlaggen krijgt, maar stoïcijns anderhalf à twee seconden voor Max blijft rijden. In de slotronde (uiteraard weer de slotronde) blokkeert Max weer lelijk een wiel. Ditmaal kost het hem niet de kop en dus blijft hij teamgenoot Ricciardo nog net voor, zodat hij voor het eerst dit jaar naar het podium mocht.

Buiten het podium eindigden de teams van Mercedes, Ferrari en Red Bull weer in omgekeerde volgorde. Van die drie tweede rijders zal Bottas zichzelf nog wel het hardst voor zijn kop hebben geslagen, hoewel Räikkönen ook absoluut niet tevreden mocht zijn na weer een pover optreden.

Op de zevende plek finishte Science, die door het uitvallen van Kwjat in zijn eentje de eer van Toro Rosso moest hooghouden, en dat deed hij met verve. Magnussen pakte zowaar de eerste punten van het seizoen voor Haas, terwijl Pérez en Ocon hun roze bolides nog net de punten in wisten te sturen.

Achter het net visten Grosjean en de Renaults van Hülkenberg en Palmer. Opnieuw wist Hülkenberg het potentieel van de gele bolide nauwelijks te benutten. Een tijdstraf voor inhalen achter de safetycar kwam hij niet meer te boven. Ook met lege handen stond Williams, dat Stroll al snel zag uitvallen en Massa vooral zag achteruitrijden. De veteraan wist alleen Ericsson in de enig overgebleven Sauber voor te blijven. Verliezer van het weekend was wederom McLaren. Hoewel Alonso tegen alle verwachtingen in met dat oranje hok in de punten reed, moest hij halverwege de race ineens opgeven met een gebroken aandrijfas. En dat terwijl zijn rivalen van weleer na afloop met een 19-jarig joch champagne stonden te spuiten op het podium.

Door zijn overwinning staat Luis weer gelijk met Fattle in het kampioenschap met 43 punten. Max staat keurig derde met 25 punten, net voor Bottas en Räikkönen. 2017 zal in het teken staan van het duel van Mercedes tegen Ferrari, of eigenlijk Luis tegen Fattle, want hun teamgenoten kwamen er weer niet aan te pas.

01 april 2017

Het leed van een non-playing teamcaptain

BSG 2 verliest van degradatiekandidaat Almere

BSG 2 heeft zichzelf een slechte dienst bewezen door van degradatiekandidaat Almere met het kleinst mogelijke verschil te verliezen. Hierdoor zit een mooie subtopklassering er definitief niet meer in.

Het schaakseizoen 2016-2017 zit er alweer bijna op. Vandaag werd de een-na-laatste ronde gespeeld. De laatste ronde zal overigens pas over ruim een maand gespeeld worden, vermoedelijk omdat het NK Jeugd er nog tussendoor komt. BSG 2 mocht naar Almere. Almere-uit, dat was natuurlijk bijna een thuiswedstrijd. De werkzaamheden aan de A1 leken nog even roet in het eten te gooien, maar uiteindelijk verliep de heenreis erg voorspoedig. Om half één kwam BSG 2 met negen man aan op de bodem van de voormalige Zuiderzee.

Sinds eind januari, toen het tweede achttal van BSG tegen Soest 2 zijn promotiekansen verknalde, is BSG 3-teamleider Theo Slisser weer voor het tweede beschikbaar. Omdat er verder geen afmeldingen waren, besloot teamleider Rein zijn plaats af te staan, zodat hij als non-playing teamcaptain zijn teamgenoten op de belangrijke momenten goed kon bijstaan, bijvoorbeeld door de tussenstand en een eventuele prognose van de eindstand door te geven. Heel nobel allemaal en als dank bezorgden zijn teamgenoten hem bijna een paar hartverzakkingen en een hoop grijze haren.

Almere, dat twee teams in de onderste regionen van de laagste klasse van de KNSB-competitie heeft, had de punten hard nodig en toverde een konijn uit de hoge hoed (of was het een dubieuze 1-aprilgrap?) met een onvervalste tactische opstelling. Aan het hoogste bord werd Ton Sprong (1676) neergezet. Je zag de Bussumse eerstebordspeler denken: “Drie keer aan bord 1 en dan heb je al dit.”

Almere had zijn sterkste man (Martijn Woudsma) aan het derde bord gezet, misschien bewust gedaan om het Apenhoofd te ontlopen. In ieder geval moest de thuisploeg aan de lagere borden iets goedmaken om het eerste bord te compenseren en dat bleek verbazingwekkend goed te lukken. Zo kreeg Frans een gaar stukoffer van Diederic ’t Hooft te verwerken, waar hij niet goed op wist te reageren. Het resulteerde in een mindere stelling die hij ook gauw verloor.

Aan de lage borden konden de oudjes ook niet echt het verschil maken. Zowel Tom als Theo kwam niet verder dan remise. Hetzelfde resultaat was er voor Remmelt aan bord 2, die in het middenspel wat beter leek te staan tegen Dennis van Leusden, maar na een grootscheepse afruil viel er geen eer meer aan te behalen.

De broodnodige overwinning leek er te komen op bord 5, waar Coen al snel een gewonnen stelling bereikte. Hij liet zich te veel in zijn enthousiasme meeslepen en miste een kleinigheidje, waarna de bordjes verhangen waren. Om het nog leuker voor de machteloos toekijkende non-playing teamcaptain te maken, ging Ruben tegen de witte ineens voor een zetherhaling in een stelling waarin hij de betere kansen had.

Het enige geluk voor BSG 2 was dat het Apenhoofd aan het eerste bord na veel zwoegen het verwachte puntje pakte. Het was hard werken voor een half elopuntje. Het bracht BSG 2 in ieder geval op gelijke hoogte, maar met de twee brakke stellingen die nog resteerden, zou een gelijkspel al een hele prestatie zijn.

Zo probeerde Timon nog stand te houden tegen Woudsma, die even handig afwikkelde naar een stelling waarin hij een dame tegen een toren en een paard had. Misschien had Timon het kunnen houden als hij zijn vrijpion snel had opgespeeld, want zoals het nu ging, werden zijn stukken al snel uit elkaar gespeeld.

Coen kende daarentegen een wonderbaarlijke ontsnapping toen zijn tegenstander ineens een stuk offerde voor een paar pionnen, waarna hij nog net de remisehaven wist te bereiken. Zodoende bleef de schade beperkt tot een 4½-3½-nederlaag voor het wispelturige BSG 2. Een nederlaag zonder consequenties, want het eerste achttal was al uitgespeeld, maar desondanks liepen de gemoederen na afloop hoog op en waren de verwijten niet van de lucht. De terugreis had een langere gevoelslengte dan de heenreis, wat ook wel logisch was aangezien teamleider Rein ergens nog de verkeerde afslag nam. Wel reed hij overal een stuk harder dan op de heenweg, klagend dat aan de zijlijn staan niks voor hem was. Het leven van een non-playing teamcaptain gaat niet over rozen. Nog één wedstrijd en het seizoen zit er gelukkig weer op.

Beter nieuws kwam er uit Leeuwarden, waar BSG 1 kampioen werd door Philidor 1847 met 8-2 te verslaan. Volgend jaar zal het team dus weer, zoals het hoort, in de meesterklasse spelen.

Almere (1966) – BSG 2 (2047) 4½-3½
1. T Sprong (1676) – J de Groote (2209) 0-1
2. D van Leusden (2108) – R Otten (2005) ½-½
3. M Woudsma (2226) – T Brouwer (1991) 1-0
4. D ’t Hooft (1994) – F Borm m (2159) 1-0
5. J Kossen (1954) – C van der Heijden (2053) ½-½
6. L Damen (1845) – T de Ruiter (1992) ½-½
7. A Uddin (1902) – T Slisser (1952) ½-½
8. J Witkamp (2024) – R Hilhorst (2011) ½-½

28 maart 2017

De wegen zijn weer wat onveiliger geworden...

Eindelijk!

Het moest er natuurlijk een keer van komen, maar na ruim dertig jaar op de wereld te hebben rondgelopen, ben ik als zelfbenoemd Formule 1-expert dan eindelijk in het bezit van het roze kaartje.

Toen ik een jaar of tien was, kon ik niet wachten totdat ik achttien was, want dan wilde ik gauw mijn rijbewijs halen. Toen ik eenmaal achttien was, hoefde het allemaal niet meer zo. Ik kon immers toch gratis reizen dankzij de ov-kaart. Toen mijn broertje rijlessen ging nemen, drongen mijn ouders aan om eens een proefles te nemen, maar dat werd geen succes.

Twee jaar terug keek ik er anders tegenaan. Ik woonde een beetje in the middle of nowhere, op een kwartier loopafstand van station Hilversum Noord / Hilversum Mediapark. Iets mobieler zijn leek me dus wel wat, maar ik zat wel tegen de rijlessen op, vooral ook omdat ik zo’n beetje de enige persoon in de buurt was die zijn rijbewijs nog niet had.

Net toen ik een aantal rijscholen had benaderd, kreeg ik ineens een woning in Naarden aangeboden. Door de verhuizing kwam het er ook niet meer van en daarna moest ik nog een tijd mentaal bijkomen van de verhuizing. Pas in het najaar van 2015 ging ik er echt werk van maken. Helaas kreeg ik geen gehoor meer bij mijn eerdere rijschool, dus besloot ik een andere rijschool te benaderen. Ik koos een rijschool uit die ervaring zou hebben met mensen met autisme. Ik had een kennismakingsgesprek met mijn rijinstructrice en op 3 november had ik dan mijn eerste rijles.

In de lessen heb ik vooral veel door dorpjes gereden, waarbij ik steeds zeer op mijn hoede moest zijn voor al het langzame verkeer. Soms moest ik mensen ophalen, wat ik natuurlijk erg spannend vond, en soms werd ik zelf door iemand thuisgebracht, zodat ik kon zien hoe anderen reden.

Minder leuk vond ik dat ik me in de zomer vanwege een eerlijk ingevulde eigen verklaring tot tweemaal toe door een psychiater moest laten onderzoeken of ik wel rijgeschikt was, wat me weer een hoop duiten kostte. Uiteindelijk werd ik opgeroepen om in november een rijtest af te leggen. Gelukkig verliep die test zonder problemen en werd ik rijgeschikt verklaard.

Daarna moest ik mijn theorie nog halen. Ik was daar niet heel ijverig mee geweest, maar omdat ik volgens mijn rijinstructrice bijna klaar was voor het examen, heb ik mijn schouders er maar onder gezet. Vlak voor kerst reserveerde ik voor de maand erna, 24 januari. Daarna ben ik hard gaan leren. Toen ik dacht dat ik de theorie wel redelijk kende, besloot ik een aantal oefenexamens te maken. Dat viel niet mee, want steevast kreeg ik na afloop een gecrashte lelijke eend te zien. Ik kwam erachter dat ik veel regels niet precies genoeg kende. Nadat ik de puntjes op de ï had gezet, kreeg ik ook zo nu en dan een toeterende Mercedes te zien. Ik kon me nu goed voorstellen dat ruim de helft van de leerlingen het theorie-examen niet in één keer haalde.

Met de staart tussen de benen stapte ik die dinsdag in januari in een trein vol schreeuwende tienermeisjes naar een uithoek in Utrecht. Eenmaal aangekomen had ik natuurlijk weer een registratienummer niet paraat. Gelukkig hielp de helpdesk me op weg, waarna ik al gauw mocht plaatsnemen achter een computer. De vragen waren gelukkig niet zo moeilijk en bovendien had ik wat meer tijd om na te denken. Ik slaagde met vlag en wimpel. Zelfs voor het traditioneel moeilijke en ietwat arbitraire gevaarherkenning scoorde ik behoorlijk. Voldaan liep ik de kamer uit, maar zonder dat ik iets tastbaars in m’n handen had. Ik moest er maar op vertrouwen dat het systeem nu wist dat ik mijn theorie had gehaald.

Mijn rijinstructrice maakte snel een afspraak voor het praktijkexamen. Vrijdag 10 maart was de dag. Ik begon met een rijlesje en daarna was het tijd voor het echte werk. Het was die ochtend gelukkig erg rustig en ik had een heel aardige examinator. Door mijn nieuwe bril kon ik vanuit de ontvangsthal de nummerborden op het hek prima lezen. Het zonnetje scheen vrolijk en niks leek fout te kunnen gaan. Zonder brokken te maken leverde ik de Polo binnen een uur af op het CBR-terrein, waarna ik al gauw een hand kreeg. Het was me dan toch gelukt!

Mijn instructrice was nog blijer, ondanks dat ik niet de eerste leerling zal zijn geweest die was geslaagd. Opmerkelijk genoeg zat ik daarna voor de eerste en enige keer naast haar in de bijrijdersstoel, op weg naar huis. Ik ging direct naar het gemeentehuis om mijn rijbewijs aan te vragen. Ik was natuurlijk weer vergeten dat de gemeente Naarden alweer ruim een jaar met Bussum en Muiden is gefuseerd, dus stond ik bij het verkeerde gemeentehuis op de stoep. Via internet kon ik een afspraak maken om mijn rijbewijs aan te vragen. Vreemd genoeg kon dat pas anderhalve week later, ofwel: vorige week dinsdag. Vandaag kon ik mijn rijbewijs dan eindelijk ophalen in de betonnen bouwput.

Dus als er binnenkort een bericht in de krant opduikt over een ongeluk met een grijze Suzuki, dan weten jullie alvast hoe dat komt.

26 maart 2017

Meer auto, minder spektakel in Australië

Dankzij een tactische miskleun van Mercedes heeft Fattle de seizoensopener in Australië gewonnen. Achter de viervoudig wereldkampioen kwam Luis nog net voor zijn nieuwe teamgenoot Bottas over de finish, terwijl Max vlak achter Räikkönen als vijfde eindigde.

Ook dit jaar begon het seizoen op Albert Park in Melbourne. De hele winter was er reikhalzend naar de eerste krachtmeting uitgekeken, want door de ingrijpende reglementsveranderingen konden de krachtsverhoudingen weer helemaal anders zijn. De belangrijkste verandering ten opzichte van de afgelopen seizoenen was de breedte van de bolides: voor het eerst sinds 1997 waren de wagens weer twee meter breed. De banden waren eveneens breder geworden, waardoor de wagens er meteen veel sneller uitzagen. Niet alleen zagen ze er sneller uit, ze waren het ook. In de wintertest werden de baanrecords van bijna een decennium geleden benaderd, en dat was ook minimaal de bedoeling. Tevens waren de auto’s fysiek uitdagender en moeilijker te besturen, precies zoals de coureurs wilden. 2017 moet het begin worden van een nieuw, sneller Formule 1-tijdperk.

Op rijdersgebied waren er ook weer de nodige wijzigingen te bespeuren. De belangrijkste verandering was natuurlijk het plotselinge vertrek van Nico Rosberg. Bijna direct na het behalen van de wereldtitel besloot de Finse Duitser zijn helm aan de wilgen te hangen, dit tot groot ongenoegen van zijn werkgever. Mercedes moest dus plotseling op zoek naar een nieuwe rijder. Het Engels-Duitse team werd in de daaropvolgende dagen natuurlijk platgebeld door alle zichzelf respecterende coureurs, maar uiteindelijk waren er slechts vier serieuze kandidaten. Van die kandidaten vielen Fernando Alonso en Sebastian Vettel af omdat hun teams ze niet wilden laten gaan. Pascal Wehrlein werd te onervaren bevonden, dus moest Toto Wolff op zijn knieën liggen bij het team van Williams om Valtteri Bottas over te nemen. Het privéteam ging pas overstag toen ze oudgediende Felipe Massa, die door de komst van het 18-jarige Canadese “talent” Lance Stroll overtallig was geworden, konden overhalen om terug te keren. De bijna twee keer zo oude Braziliaan hapte snel toe. Zo kwam Williams er nog niet zo slecht vanaf, want in ruil voor hun stercoureur kregen ze een flinke korting op de motoren en zagen ze technisch directeur Paddy Lowe van Mercedes overkomen.

Bij de achterhoedeteams waren er nog meer mutaties. Door het faillissement van Manor waren er twee stoeltjes minder en dat kostte Esteban Gutiérrez en Felipe Nasr, uitgerekend degene die zijn team voor een faillissement had behoed, de kop. Via een ingewikkelde stoelendans, waarbij Nico Hülkenberg de plek van Kevin Magnussen bij Renault innam en Magnussen naar Haas verkaste, waar hij Gutiérrez verving, kon Esteban Ocon bij Force India instappen. Wehrlein nam op zijn beurt bij Sauber de plek van Nasr in, die zijn sponsor was kwijtgeraakt en genadeloos aan de kant werd geschoven. Overigens zou Wehrlein, die ongetwijfeld had gehoopt bij Mercedes in te mogen stappen, niet van start omdat hij nog met de naweeën kampte van een domme crash tijdens de jaarlijkse Race of Champions. Zijn invaller was de 23-jarige Antonio Giovinazzi, die daarmee de tweede coureur werd die in Australië zijn debuut maakte.

De laatste wijziging was bij McLaren, waar Jenson Button het na 17 seizoenen de Formule 1 voor gezien hield, zodat Stoffel Vandoorne eindelijk zijn plek in kon nemen. De Belg begon in Australië aan zijn tweede Formule 1-race, nadat hij vorig jaar in Bahrein een race voor Alonso in had mogen vallen.

Op technisch vlak vielen er nog wat kleine wijzigingen te bespeuren: zo ruilde het team van Toro Rosso de oude Ferrari-motoren in voor Renault-motoren. Opmerkelijk genoeg koos het team van Sauber, dat al jarenlang van Ferrari-motoren gebruikmaakt, er vrijwillig voor om met de motor van vorig jaar te rijden.

Opvallender waren de nieuwe kleurstellingen van de bolides. Zo koos McHonda ervoor om de nieuwe start van het team, met Zak Brown aan het roer in plaats van de chronisch overschatte Ron Dennis, vorm te geven met een oranje bolide. Een hele verbetering ten opzichte van het vreselijke zwart van de afgelopen jaren. Nog opmerkelijker was de kleurstelling van het team van Force India. Na in de tests met een flets grijze bolide te hebben rondgereden, besloten ze de wagens ineens lichtroze te verven. Beter gelukt waren de Sauber en de Toro Rosso. Het B-team van Red Bull had het hoofdteam duidelijk afgetroefd qua looks. De zwart-gele Renault zag er ook lekker agressief uit, terwijl Mercedes weer een waar kunstwerk op wielen had ontworpen.

In Melbourne ging het natuurlijk alleen nog om de rondetijden. Zouden de Ferrari’s net zo indrukwekkend zijn als in de wintertests, of waren Mercedes toch beter? En kon Red Bull nog wat uit de hoge hoed toveren nadat ze er in de tests nauwelijks aan te pas waren gekomen? En hoe stond McLaren ervoor nadat de tests op een deceptie waren uitgelopen?

In de kwalificatie zitten de Ferrari’s de Mercedes op de huid. Hoewel Luis zijn 62e poleposition pakt, zet Fattle zijn Ferrari op de eerste startrij door Bottas net te kloppen. De Finse Mercedes-coureur blijft Räikkönen nog wel voor. Daarachter is een groot gat, dat slechts door Max kan worden opgevuld. Maar liefst 1,3 seconde moet hij toegeven op Luis’ poletijd. Daarmee deed hij het nog altijd beter dan teamgenoot Ricciardo, die zijn wagen in de laatste kwalificatiesessie tegen de muur parkeerde, en slechts als tiende moest starten. Best of the rest was Grosjean in de Haas. Opmerkelijk genoeg wist de Zwitserse Fransoos Luis’ poletijd van vorig jaar niet eens te verbeteren, wat wel te denken gaf.

Interessant om te zien was hoe gemengd de grid was. Zo kwam Magnussen in de tweede Haas niet verder dan een 17e plek, terwijl Stroll twaalf plekken achter teamgenoot Massa stond. Ook het verschil tussen Hülkenberg (12e) en Palmer (20e en drie tellen trager) was schokkend te noemen. Waren het slechts opstartproblemen, of leggen de nieuwe auto’s het verschil tussen de topcoureurs en de echte koekenbakkers genadeloos bloot?

De race begint iets na 16:00 plaatselijke tijd, na twee opwarmronden, maar wel zonder local hero Ricciardo. De Australiër staat nog in de pits als het veld op de eerste bocht afstormt. Hij zou met twee ronden achterstand aan de race deelnemen.

Bij de start zijn er opmerkelijk weinig verschuivingen. In de top 7 weet alleen Massa een plekje te winnen ten koste van Grosjean. In de achterhoede rijdt Magnussen lomp tegen Ericsson aan. De Sauber gaat dwars, de Haas loopt een lekke band op, zodat de Deen aan het eind van de eerste ronde de eerste pitstop van het seizoen maakt.

Vooraan wordt Luis op de huid gezeten door Fattle, die op zijn beurt langzaam bij Bottas wegrijdt. Räikkönen kan dat tempo niet volgen en Max ziet op zijn beurt de tweede Ferrari heel langzaam aan de horizon verdwijnen. Op zijn beurt rijdt Max weer hard weg bij de rest van het veld.

Het is dan al duidelijk dat de race in de pits beslist gaat worden, want inhalen op Albert Park is nagenoeg uitgesloten. Doordat de banden vergeleken vorig jaar een stuk slijtvaster waren geworden, kwam alles aan op de juiste timing van die ene bandenwissel. Bij Mercedes begint men ‘m te knijpen. Fattle komt steeds dichterbij en als Luis op een achterblijver stuit, haalt Mercedes hem naar de pits.

Al meteen wordt duidelijk welk risico Mercedes heeft genomen, want Luis komt precies achter Max op de baan. Terwijl Fattle vrij baan heeft, moet Luis als de wiedeweerga voorbij Max zien te komen. Zonder enige moeite houdt Max de drievoudig wereldkampioen rondenlang achter zich. Fattle kan wel zijn eigen tempo rijden en als hij even later stopt, komt hij precies voor de deur bij Max en Luis weer op de baan. Game over.

Max en Räikkönen stoppen als laatsten in de kopgroep. Opmerkelijk genoeg krijgt Max als enige van hen de rode superzachte band gemonteerd. In de slotfase hengelt hij Räikkönen, die op de gele zachte band staat, langzaam binnen. Hetzelfde doet Bottas bij Luis. Op nieuwere banden rijdt de Fin het gat naar zijn teamgenoot langzaam dicht, maar hij weet ook dat het bijna onmogelijk is om er dan ook voorbij te gaan.

In de achterhoede gebeurt meer. Zo moeten Palmer en Grosjean met remproblemen opgeven, terwijl Ericsson en Magnussen hun wagens op dezelfde plek langs de baan parkeerden. Ricciardo’s lijdensweg was halverwege de race ook ineens afgelopen, terwijl Strolls schertsvertoning in de pits eindigde. De laatste uitvaller was Alonso, die lange tijd de tiende plek in handen had en dat was gezien de motorproblemen in de tests al heel wat. Helaas voor de Spanjaard ging aan het eind van de race de ophanging stuk, zodat ook hij moest opgeven.

Het betekende dat er slechts 13 wagens aan de finish kwamen. Uiteindelijk won Fattle onbedreigd, voor Luis en Bottas. Op grote achterstand kwam Räikkönen als vierde over de streep, een paar tellen voor Max. Gezien de matige kwalificatiesnelheid viel de Red Bull in de race enorm mee en dat biedt hoop voor de toekomst. Op grote achterstand, maar nog wel in dezelfde ronde als de winnaar, werd oudgediende Massa zesde. Op een ronde achterstand finishten de Force India’s en de Toro Rosso’s met beide wagens in de punten. Bij de start had Pérez de eerste Toro Rosso (Kwjat) te pakken en kort na de pitstops de tweede (Science). Het laatste punt was voor Ocon in de tweede Force India. Buiten de punten finishten Hülkenberg,  Giovinazzi en Vandoorne.

Hoewel de race erg mat was, waren de feestelijkheden na afloop van de race dat niet. Fattle was natuurlijk als een kind zo blij en zelfs Luis zag er, ondanks de nederlaag, redelijk tevreden uit. Misschien kwam dat door het toegenomen rijplezier. De auto’s van 2017 zijn weer lastig te temmen beesten geworden en dat is voor de coureurs natuurlijk een hele uitdaging, dus is de ontlading na afloop een stuk groter. In ieder geval toonde Fattle met zijn zege aan dat Ferrari afgelopen winter inderdaad een enorme stap heeft gezet. Hoewel het seizoen nog lang duurt, lijkt het erop dat voor het eerst in het turbotijdperk een team in staat is Mercedes uit te dagen en dat is geweldig nieuws voor het kampioenschap. Voor het publiek valt verder wel te hopen dat de komende races wat interessanter worden, want wat spektakel betreft was het in de race droevig gesteld.

16 maart 2017

Toch weer Rutte

Een nek-aan-nekrace tussen diverse partijen werd beloofd voorafgaande aan de Tweede Kamerverkiezingen. Die kwam er niet. Ondanks een verkiezingsnederlaag won Ruttes VVD met een straatlengte voorsprong op de PVV, het CDA en de D66.

De verkiezingscampagne van 2017 was nogal tam, om niet te zeggen saai. Wat opviel was de respectvolle manier waarop de lijsttrekkers elkaar bejegenden, maar heel veel opzienbarends gebeurde er verder niet, zodat de partijen er maar nauwelijks in slaagden om stemmen bij rivalen weg te trekken. Het enige opzienbarende was het verval van de PVV. Hoewel er werd gesuggereerd dat dat te maken had met de inauguratie van een schuimbekkende narcist aan de andere kant van de oceaan, was de raadselachtige campagnetactiek er ook debet aan. Geert Wilders’ campagne was er een van onzichtbaarheid, waardoor hij langzaam naar de achtergrond verdween. De onderste grafiek geeft dit goed weer:

Zetelverloop van de PVV in de peiling van Ipsos van augustus vorig jaar tot nu. Na zijn veroordeling in december (groen) stond Wilders op 29 zetels, maar daarna kwam de klad erin. Trump (blauw) zal hem wel wat zetels hebben gekost, maar de echte klap kwam in de campagne pas (rood).

Wilders’ afwezigheid in de debatten betekende ook dat er een streep door de van tevoren bedachte VVD-tactiek ging. Het doel was aanvankelijk om, net als bij de vorige verkiezingen, van een felle tweestrijd met de PVV te profiteren. Daar kwam dus mooi niks van terecht. Het maakte weinig uit. Teflon Mark Rutte sloeg zich vrolijk door de debatten heen en haalde hier en daar een potentiële PVV-stemmer over. Zijn grootste slag sloeg hij in het weekend voor de verkiezingen door de confrontatie met de lichtgeraakte Erdogan op te zoeken. Het volk ging direct achter zijn leider staan en dus nam de VVD bij het sluiten van de markt alsnog flink afstand van zijn rivalen.

Het was even schrikken, maar heel even leek het erop dat het CDA de tweede partij zou worden. Dat is gelukkig niet gebeurd. De weinig sympathieke Sybrand van Härsma Buma dook fanatiek in het gat op rechts in de hoop de PVV leeg te vreten. Dat leek aardig te lukken, maar met een uiterst zwak optreden in het slotdebat gooide Graaf Dracula zijn eigen glazen in. Toch was de stemming bij de partij die in het begin van de eeuw de lakens uitdeelde uitbundig: het enorme verlies van vier en een halve jaar geleden was weggepoetst.

Ook voor de D66 duurde de campagne net een paar dagen te lang. Op het eind was de scherpte er wel een beetje af bij Alexander konijntje-dat-in-de-koplampen-van-een-auto-staart Pechtold. Toch kon ook de enige rechts-progressieve partij van Nederland aan de taart, want voor de tweede verkiezing op rij boekten ze een dikke overwinning. Met negentien zetels lonkt regeringsdeelname.

Een ander succesverhaal was GroenLinks. Na een paar heel magere jaren had de partij in Yesse Klaver na Femke Halsema eindelijk weer een leider met charisma gevonden. Klavertjevier trok keer op keer volle zalen en dus was het niet verrassend dat zijn partij bijna verviervoudigde van vier naar veertien zetels.

Het gaat alleen nog maar om het uiterlijk zegt u? Als dat zo zou zijn, dan was de Piratenpartij waarschijnlijk op afstand de grootste partij geworden. De partij die voor privacy strijdt, kreeg echter maar 0,3 procent van de stemmen, wat natuurlijk bij lange na niet goed genoeg voor een zetel was. Voor het vertrouwen in de democratie was het daarentegen een zegen.

De flaporen van Emile Roemer van de SP waren toch nog goed voor veertien zetels. Na een moeizame campagne mochten de socialisten nog blij zijn dat ze maar één zetel hoefden in te leveren, maar ze zullen zich ook wel hebben afgevraagd waar het is misgegaan, want waar de PvdA gigantisch verloor, wisten zij er om de een of andere reden in het geheel niet van te profiteren.

Dat de PvdA zou verliezen, dat stond bij het sluiten van het regeerakkoord al vast, maar dat de afstraffing zo groot zou worden, had waarschijnlijk niemand verwacht. Vanwege de slechte peilingen ging de rode kater in het nauw rare sprongen maken en dat leidde tot een strijd om het lijsttrekkerschap tussen Diederik Samsom en Lodewijk mes-in-de-rug Asscher. Uiteindelijk won Asja en pakte Samsom teleurgesteld zijn biezen. In de campagne probeerde Asja oppositie te voeren tegen het beleid van zijn eigen partij. Het was een onmogelijke missie en dus kwam er van de gebruikelijke opleving voor de verkiezingen niks terecht. Met negen zetels leverde de PvdA het absurd hoge aantal van 29 zetels in.

Ook schadelijk voor de PvdA was de afsplitsing DENK. Dat brengt me meteen naar Jan Roos, die Tunahan Guzu terecht laf noemde omdat hij bij het slotdebat wegbleef. Maar dankzij de Turken (die ook vaak op de PVV stemden, de ironie) zit DENK straks met drie man in de Tweede Kamer en Jan Roos niet. Ook Art1kel 1 pieste ruim buiten de pot en dat was goed voor het vertrouwen in de democratie.

Beter verging het de Partij voor de Dieren. Onder leiding van Marianne Thieme ging de partij van twee naar vijf zetels. Een vergelijkbaar resultaat was er voor 50Plus, dat door een blunder van Henk Krol van het ene op het andere moment de helft van z’n aanhang zag verdwijnen. Bejaarden en slachtvee gaan dus nog altijd ongeveer gelijk op.

De christelijke partijen bleven redelijk constant. Onder de aimabele Gert-Jan Segers leek de ChristenUnie eindelijk een zeteltje extra te halen, maar dat zat er uiteindelijk toch niet in. De veel bekrompener SGP van Kees van der Staaij bleef op drie zetels staan.

Nieuw in de Kamer is Forum voor Democratie van Thierry Baudet. Hoewel de partij dacht tot wel tien zetels te kunnen scoren, moesten ze genoegen nemen met twee zetels, zoals de meeste peilingen al aangaven. Natuurlijk zitten er straks 300 bewindslieden in de Tweede Kamer als we de lijsttrekkers in verkiezingstijd moeten geloven, maar overdrijven is ook een vak. Kennelijk was alleen de eloquente advocaat Theo Hiddema voorbestemd om de partij naast Baudetraket in de Tweede Kamer te vertegenwoordigen.

Zo bleef, ondanks de hier en daar grote verschuivingen, alles een beetje bij het oude. De buitenlandse media zijn lovend over Rutte, omdat ze denken dat hij degene is die het populisme in Europa een halt heeft toegeroepen. Een beetje overtrokken allemaal, omdat de populist in kwestie zichzelf al op verschillende manieren buitenspel had gezet. De toekomst zal moeten uitwijzen of er echt sprake is van een trendbreuk, of dat het slechts een tijdelijke hapering was.

Wel zal het formatieproces met vier in plaats van twee partijen een stuk ingewikkelder worden. Dat hoeft niet per se negatief te zijn, maar gezien de ideologische tegenstellingen tussen de partijen zal het nog een hele klus worden. Zelf hoop ik dat een gematigd rechts-progressief kabinet met de VVD, het CDA, D66 en GroenLinks mogelijk is, eventueel met de ChristenUnie in plaats van GroenLinks. Andere opties lijken me zeer onwaarschijnlijk. Na vier jaar paars lijkt de kleur van het nieuwe kabinet, met al dat groen en blauw, cyaan te worden. Het zal in het begin een beetje wennen zijn, maar uiteindelijk is het toch weer een kabinet-Rutte.

11 maart 2017

Onbesliste ouwelullenwedstrijd

Natuurlijk wilden ze winnen, de spelers van het Amsterdamse Fischer Z tegen BSG 2. Hoewel het kampioenschap er voor beide teams niet meer in zat en de degradatiekansen ook erg klein waren, stond de eer voor de twee oude teams nog wel op het spel. Uiteindelijk werd er een compromis gesloten en eindigden beide 50-pluspartijen op 4 zetels.

Op papier was de wedstrijd BSG 2 – Fischer Z een subtopper. Op bordpunten stonden de teams precies gelijk. Fischer Z had door op de juiste momenten te pieken wel een extra matchpunt vergaard, zodat de Amsterdammers met een derde plek een plekje boven de gastheren stonden. Dat beloofde dus een spannend middagje te worden.

BSG 1 overmeestert onthoofde Max Euwe

Hoe anders was de situatie bij BSG 1, dat een andere ex-wereldkampioen op bezoek kreeg: Max Euwe uit Enschede. De bezoekers kampten met een nijpend spelerstekort en kwamen daardoor met maar acht man op. Het betekende dat Robin en Li meteen een punt konden incasseren, waarna ze de rest van de dag werkloos toe mochten kijken.

Euwe deed nog wat terug in de persoon van Frank Kroeze, die aan het zesde bord opvallend snel van FM Henk won, maar daarna was de koek op en liep BSG steeds verder uit. Ton brak de Stone Wall van Spot tot aan de laatste steen af, Large won een partij die alle kanten opging van Dinant Postma, terwijl Robert in een scherpe partij Kambiz Sekandar de baas was. Dankzij een gedegen overwinning op Bart Konijn kwam Frank op een fraaie score van 6 uit 7 uit, waardoor hij zijn gedeeld tweede plaats in de topscorerslijst consolideerde. Eveneens positief voor BSG was het meespelen van Evgeny Grotovsky, die tegen zijn andere club scoorde. Inclusief remises van Alexander en Thomas, die nog erg lang bezig was, kwam de score uit op 8-2.

BSG 2 beleeft déjà vu

BSG 2 stond er lange tijd ook goed voor. Aan bijna alle borden kwamen de gastheren met (groot) voordeel uit de opening, maar daarna bleken de bezoekers nog verrassend taai. Opmerkelijk genoeg bracht het Apenhoofd (na een remise van playing team captain Rein) vanuit een matige stelling het eerste punt binnen toen tegenstander Frans Smit zijn dame offerde en vrijwel meteen zijn stelling uit elkaar zag vallen.

De Frans aan BSG-zijde, met snor en IM-titel, stond vanaf de aftrap hard op het vijandelijke doel te beuken, maar daar bleef het dan ook een beetje bij. Pas veel later braken de verzwakkingen tegenstander Bram van Dijk op. Nog erger liep het voor Coen af, die net als vorig seizoen aan Casper Blaauw werd gekoppeld. Nadat hij in de opening een kwaliteit had gewonnen, was het punt al bijna geteld, maar daarna ging het van kwaad tot erger voor Coen, die de ene na de andere pion verloor. Na afloop nam Coen, die het ook allemaal niet meer kon bevatten, het woord black-out in de mond.

Dankzij een overwinning van Remmelt en een remise van Ruben was het eerste matchpunt al binnen en moest er nog maar een halfje gepakt worden in de laatste partijen. Dat was precies hetzelfde scenario als vorig seizoen. En inderdaad, de geschiedenis herhaalde zich en het benodigde halfje kwam niet. Timon had de tijdcontrole gehaald, maar kon toen opgeven. Tom stond de hele partij wat beter, pushte te veel en verloor het eindspel toen zijn pionnen zwak werden. Zodoende werd het dus 4-4 tussen de ouwelullenteams, een uitslag die op voorhand te verwachten viel, maar gezien het verloop van de match gerust als teleurstellend mag worden gekenschetst.

BSG 2 (2061) – Fischer Z (2050) 4-4
1. J de Groote (2209) – F Smit (2054) 1-0
2. F Borm m (2159) – B van Dijk (1997) 1-0
3. C van der Heijden (2053) – C Blaauw (2194) 0-1
4. R Otten (2005) – H Neuf Eglise (2081) 1-0
5. R Brouwer (2066) – R van ’t Kaar (2033) ½-½
6. R Hilhorst (2011) – J Teeuwen (2045) ½-½
7. T Brouwer (1991) – N Bouton (2063) 0-1
8. T de Ruiter (1992) – J Kroos (1931) 0-1

De volgende wedstrijd is tegen Almere op 1 april (en dat is geen grap).