29 maart 2020

Hoelang dendert de coronacrisis nog door?

Laatst slingerde ik een voorzichtig positief bericht over de coronacrisis de wereld in. Aan de horizon waren lichtpuntjes te zien. De kentering leek in zicht, maar was dat ook echt zo?

Bij een besmettelijk virus als het coronavirus gaat het aantal besmettingen als een lopend vuurtje. Wanneer ieder besmet persoon meerdere gezonde personen aansteekt, neemt het aantal besmettingen exponentieel toe. Aanvankelijk grijpt de besmetting nog niet zo snel om zich heen, maar naar verloop van tijd gaat het steeds sneller. Bij een groeipercentage van 20 procent per dag verviervoudigt het aantal besmettingen wekelijks. Een besmet persoon kan zodoende in een maand tijd direct en indirect meer dan 250 personen ziek maken.

Gelukkig kunnen er maatregelen genomen worden om deze exponentiële groei te stuiten, bijvoorbeeld door iedereen op te hokken. Minder sociaal contact en betere hygiëne kunnen de verspreiding van het coronavirus tegengaan. In de data leek het er ook op dat dat ook daadwerkelijk effect heeft gehad. Kijkend naar de groeipercentages van het aantal besmettingen valt de dalende trend in de coronahaarden als Italië, maar ook ons eigen vlakke landje op:

Groeipercentage van het aantal coronabesmettingen per dag (gemiddeld over 7 dagen) van Italië (rood), de Verenigde Staten (blauw), het Verenigd Koninkrijk (groen) en Nederland (oranje).

Het 7-daagse gemiddelde van het aantal besmettingen laat voor zowel Italië als Nederland een duidelijke afname van het groeipercentage zien. In het Verenigd Koninkrijk, waar zowat alle belangrijke heren met het virus besmet lijken te zijn, gaat die wetmatigheid wat minder op, terwijl het groeipercentage in de Verenigde Staten pas de laatste dagen flink is afgenomen.

In Italië ligt het groeipercentage de laatste dagen zelfs onder de 10 procent. Wanneer de trend zich doorzet, kan de groei er binnenkort zelfs helemaal uit zijn, zoals in China. Toch is voorzichtigheid geboden. In een interessant filmpje over de crisis zette minutephysics het aantal nieuwe besmettingen per dag uit tegen het totale aantal besmettingen in een land. Voor vrijwel alle landen leverde dit eenzelfde grafiek op: meer besmettingen betekent meer nieuwe besmettingen, wat betekent dat het virus nog altijd welig tiert. Dit gaat op voor Italië:

Aantal nieuwe besmettingen uitgezet tegen het aantal besmettingen in Italië.

Voor de Verenigde Staten:

Aantal nieuwe besmettingen uitgezet tegen het aantal besmettingen in de Verenigde Staten.

En voor het Verenigd Koninkrijk is het niet anders:

Aantal nieuwe besmettingen uitgezet tegen het aantal besmettingen in het Verenigd Koninkrijk.

En ook wij ontkomen er niet aan:

Aantal nieuwe besmettingen uitgezet tegen het aantal besmettingen in Nederland.

In alle vier de landen is het aantal nieuwe besmettingen een machtsfunctie van het aantal bestaande besmettingen. In alle gevallen is de exponent kleiner dan 1, wat betekent dat het aantal nieuwe besmettingen minder hard groeit dan het aantal besmettingen. Dat klinkt positief, maar is dat het ook?

Laten we Italië als voorbeeld nemen. De exponent voor Italië is ongeveer ¾ en de constante is ongeveer anderhalf. Dit betekent dat bij een klein aantal besmettingen het aantal nieuwe besmettingen per dag nog ongeveer anderhalf keer zo groot (150 procent) is als het aantal werkelijke besmettingen. Bij grotere aantallen gaat het percentage naar beneden. Bij 10.000 besmettingen worden er ongeveer 1.500 nieuwe besmettingen verwacht. Dat is dus nog maar 15 procent van het aantal besmettingen. Bij nog meer besmettingen gaat het percentage nog verder omlaag, maar helaas wel in een steeds langzamer tempo. Het aantal nieuwe gevallen neemt immers nog steeds toe, zij het minder snel dan het totaal.

Dit betekent dat de coronacrisis om zich heen blijft grijpen zolang het huidige verband tussen het aantal nieuwe en bestaande gevallen blijft bestaan. Zolang dat het geval is, zal dit het verloop van het aantal besmettingen voor de komende tweeënhalve week zijn:

Het aantal besmettingen tot vandaag en het aantal verwachte besmettingen (de stippellijnen) tot en met 15 april voor Italië (rood), de Verenigde Staten (blauw), het Verenigd Koninkrijk (groen) en Nederland (oranje).

Nederland zou dan op ruim 50.000 besmettingen kunnen rekenen, ruim vijf keer zo veel als nu. In het Verenigd Koninkrijk zullen het er dan ongeveer 200.000 zijn, in Italië ruim 300.000 en in de Verenigde Staten bijna 4 miljoen. Laten we hopen dat deze sombere voorspellingen niet uitkomen…

25 maart 2020

De coronacrisis: licht aan het eind van de tunnel?

De eenzaamheid wordt langzaam ondraaglijk nu het hele land al bijna voor twee weken opgehokt zit, een ophokplicht die nog op zijn minst een kleine twee weken gaat duren, maar mogelijk nog veel langer. De coronacrisis is nog lang niet voorbij. Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes.

Inmiddels staat de teller wat betreft vastgestelde coronabesmettingen in Nederland op ruim 5500. Dat is ongeveer een derde promille van de totale bevolking. Dat is dusdanig gering dat de exponentiële groei normaal gesproken nog wel een tijd door zal gaan, hoewel het werkelijke aantal besmette personen vast een stuk hoger zal liggen. Toch lijkt de groei langzaam af te vlakken. Dit is waarschijnlijk een teken dat de ophokplicht effect heeft. Dat geldt vooral ook voor het zwaar getroffen Italië, zoals de onderstaande grafiek weergeeft.

Verloop van het aantal geïnfecteerden vanaf 15 februari tot nu in Italië (rood), de Verenigde Staten (blauw), Nederland (oranje) en het Verenigd Koninkrijk (groen). Data: Worldometer.

De y-as in de grafiek heeft een logaritmische schaal, waardoor een exponentiële groei als een rechte lijn wordt weergegeven. Te zien is dat voor zowel Italië, de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk de grafiek vanaf ongeveer 100 besmettingen redelijk recht loopt. Inderdaad ligt het groeipercentage in de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk al een tijd redelijk constant. In Italië is echter een duidelijke dalende trend waarneembaar.

Groeipercentage per dag van het aantal coronabesmettingen.

Waar het aantal nieuwe besmettingen in Italië tot begin maart met nog ongeveer 40 procent per dag toenam, is de stijging sindsdien geleidelijk aan gedaald tot nog maar ongeveer 10 procent per dag. Op ruim 60.000 besmettingen is dat natuurlijk alsnog een enorm aantal, maar de trend is veelbelovend.

Helemaal aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de Verenigde Staten. Daar neemt het aantal nieuwe besmettingen sinds het begin van de crisis met ongeveer 30 procent per dag toe en dat percentage lijkt eerder toe dan af te nemen.

Nederland zit daar een beetje tussenin. Het groeipercentage ligt de laatste twee weken vrij constant rond de 20 procent. De laatste dagen lijkt het percentage voorzichtig af te nemen.

Vergeleken de eerdergenoemde coronahaarden doet Nederland het best goed. Vanaf het moment dat er 100 of meer besmettingen waren, heeft het coronavirus in Nederland betrekkelijk langzaam om zich heen gegrepen. Waar Italië deze mijlpaal van 100 of meer besmettingen al op 23 februari bereikte, de Verenigde Staten op 2 maart, het Verenigd Koninkrijk op 5 maart en Nederland pas op 6 maart, lijkt Nederland zijn achterstand vooralsnog niet in te lopen. Wanneer het verloop van het aantal coronabesmettingen in de vier landen vanaf het moment dat er 100 of meer besmettingen waren over elkaar heen gelegd worden, springt Nederland er goed uit.

Verloop van het aantal besmettingen vanaf het moment dat er 100 of meer besmettingen waren.

Te zien is dat Italië in de eerste dagen een enorme stijging van het aantal besmettingen kende, waarna de stijging sterk afvlakte, waardoor de curve duidelijk niet exponentieel is. Het verloop in de Verenigde Staten is dat wel, net als in het Verenigd Koninkrijk en Nederland, waar de corona-uitbraak nagenoeg hetzelfde is geweest. In Nederland is het groeipercentage iets meer dan 20 procent per dag, in het Verenigd Koninkrijk is het ongeveer 22 procent en in de Verenigde Staten 29 procent. Hoe goed het verloop in Nederland de exponentiële groei benadert, laat de onderstaande figuur zien.

Aantal besmettingen in Nederland.

Het goede nieuws is dat het aantal besmettingen de laatste dagen duidelijk onder de exponentiële groeilijn ligt. Hoewel het misschien nog te vroeg is om van een trendbreuk te spreken, is het wel een lichtpuntje in verder erg duistere tijden.

Hopelijk hebben we nu het keerpunt in de strijd tegen het coronavirus bereikt. Hopelijk komt Nederland (en de rest van de wereld) sterker uit deze coronacrisis, met meer saamhorigheid en compassie. En meer waardering voor de mensen die het land draaiende houden (zeg ik als ambtenaar).

14 maart 2020

Coronahysterie

Afgelopen donderdag was voorlopig de laatste keer dat ik in Den Haag te vinden was. Naar aanleiding van alle coronapaniek werd besloten dat het misschien maar beter was dat iedereen zo veel mogelijk thuisbleef (nadat eerder alle Brabanders vriendelijk doch dringend waren verzocht thuis te blijven).

De gebeurtenissen volgden elkaar die dag razendsnel op. Terwijl een collega zijn lol niet op kon doordat de rode cijfers van de AEX steeds roder werden, het kabinet (eindelijk) verregaande maatregelen aankondigde om de coronapandemie in te dammen, sportevenementen als de Grand Prix van Australië en de zevende ronde van de landelijke schaakcompetitie te elfder ure afgeblazen werden, hadden we ook nog een disco met slechte muziek op onze afdeling. Even voor zessen trok ik de klapdeuren achter me dicht, niet wetend wanneer ik mijn collega’s weer zou zien.

De dolle coronadonderdag werd gevolgd door vrijdag de dertiende en π-dag. Ter ere van π-dag had ik het idee opgevat om een taart te bakken. Eenmaal in de lokale grootgrutter aangekomen werd mijn vrees bewaarheid: alle schappen waren leeg of slecht gevuld. Kennelijk waren mensen inderdaad in paniek wezen hamsteren en kennelijk viel daar niet tegenop te produceren. Of wilden de supermarkten het hamsteren juist ontmoedigen door de schappen niet meer aan te vullen? Een meneer met een allochtoons uiterlijk had in ieder geval geen goed woord over voor de situatie.

Een tekeningetje uit 2005 naar aanleiding van een som. "Nee, sorry! Ik heb geen koffie... 'k ben uitverkocht!" - "Tss! 'n Koffiewinkel zonder koffie! Ik ga maar aan de andere kant van de stad kijken!" - "Huh? Zijn de schappen leeg? Heeft u soms problemen met uw toeleveranciers?!"

Vooral de kant-en-klaarrommel was bijna volledig uitverkocht, net als het brood. Ook was er in het hele pand geen ei meer te verkrijgen, wat best lastig is, omdat praktisch elk taartrecept het gebruik van een of meerdere eieren voorschrijft. De enige uitzondering waren de scones, een soort gebakken krentenbollen waar ze aan de andere kant van de Noordzee dol op zijn. Ze zijn het alleen niet zo eens over de uitspraak. De Britten zeggen meestal “skanz”, de Ieren en Amerikanen “skoonz”. Anyway, op het pak stond dat ik alleen water hoefde toe te voegen, en dat had ik wel, dus zette ik de π-dag luister bij door broodjes in plaats van taartjes te bakken. Dat viel overigens niet mee, want dat deeg is plakkerig! Dit heb ik er uiteindelijk van gebakken:

Mijn baksels.

Negen zoete broodjes, waarvan ik de helft bij de lunch soldaat heb gemaakt. De rest bewaar ik voor morgen, opnieuw een dag waarop ik het contact met de buitenwereld zo veel mogelijk probeer te vermijden.

07 maart 2020

Gooise derby eindigt onbeslist

BSG 2 heeft zich enigszins hersteld van de nederlaag tegen Veenendaal door in Hilversum een punt mee te pakken. Na een harde strijd eindigde de wedstrijd tegen HSG in een remiseloos gelijkspelletje, waardoor beide schaakgenootschappen in de brede middenmoot van klasse 3C blijven meedraaien.

Voor de Gooise derby had BSG 2 naast FM Henk ook weer de beschikking over het Apenhoofd. Het had er natuurlijk mee te maken dat BSG 1 in Rotterdam-Zuid eveneens op volle oorlogssterkte wilde opkomen en door de twee in het tweede te stallen gingen beide teams er qua speelsterkte op vooruit. Inzet in de topper tegen Charlois Europoort was de ongedeelde koppositie in de meesterklasse en een voorschot op de landstitel, wat voor BSG het eerste kampioenschap uit de 108-jarige geschiedenis van de club zou zijn.

Wat betreft kampioenschappen staat de teller bij de zuiderburen op vier. Tussen 2008 en 2011 wisten de Hilversummers de meesterklasse met een ijzersterk team volledig te domineren. Het huidige team mag daartoe niet meer in staat geacht worden. Het huidige achttal van HSG speelt afwisselend in de tweede of derde klasse van de KNSB-competitie, waarmee het team niet veel verschilt van BSG 2, dat vorig seizoen nog uit de tweede klasse degradeerde.

Qua speelsterkte is het team van HSG redelijk heterogeen. Op papier is Kees Nagtegaal bij de Hilversummers de echte vedette. Hij was ditmaal niet van de partij, terwijl BSG 2 dus wel op volle oorlogssterkte was. Inderdaad was de eerste slag in het St. Aloysius College voor de bezoekers. Aan het derde bord wist FM Henk wist Michael de Vos al vrij snel aan de zegekar te binden.

Die zege was hard nodig ook, want een bord verderop werd het Apenhoofd door jeugdtalent Vincent Spit aan het spit geregen. In het Londensysteem verkoos zijn dame een brexit, waarna hij vergeefs een vesting probeerde op te werpen. Ook niet best verging het Coen aan het eerste bord. Pascal Losekoot liet hem eerst uitrazen, om daarna te counteren. Een stukoffer leverde hem twee pionnen op, waarna Coen zijn ondergang wat versnelde door zijn toren in te laten sluiten.

Beter nieuws kwam er van de lagere borden, waar Timon en Joan allebei een punt pakten met zwart. Joan stond al heel snel heel goed, de teamleider repte over een trucje waarmee hij Jan Nagel (inderdaad, de Jan Nagel) wist te verschalken. Daar stond tegenover dat broer Rein weer vanuit een goede stelling verloor, waar hij een beetje mismoedig van werd. In ieder geval stond het 3-3 en lag het lot van de match voor BSG 2 in de handen van Frans en Ruben.

Frans stond de hele partij volkomen aangekrant tegen Wim van der Wijk, die het punt in een toreneindspel binnenhaalde, dus moest Ruben het matchpunt veiligstellen. In een eindspel had hij tegen Ernst Jos een pluspion en een sterke loper. Toen hij de a-pion veroverde, was het pleit beslecht en hielden beide schaakgenootschappen een punt over aan de krachtmeting. Een puntje dat waarschijnlijk wel een redelijke afspiegeling van de krachtsverhoudingen was. Dat het niet onaanzienlijke speelsterkteverschil er totaal niet uitkwam, was wel een beetje slikken.

HSG 1 (1936) – BSG 2 (2088) 4-4
1. Pascal Losekoot (2048) – Coen van der Heijden (2036) 1-0
2. Vincent Spit (2053) – Jesper de Groote (2235) 1-0
3. Michael de Vos (1929) – Henk van der Poel (2228) 0-1
4. Wim van der Wijk (2045) – Frans Borm (2116) 1-0
5. Ernst Jos (1884) – Ruben Hilhorst (2021) 0-1
6. Jan Nagel (1807) – Timon Brouwer (2081) 0-1
7. Bart Vermeulen (1883) – Rein Brouwer (2034) 1-0
8. Mike Koek (1841) – Joan Arensman (1956) 0-1

Na afloop ontstond spontaan het idee om uit eten te gaan, dus werd er nog even nagekaart in een Hilversumse pizzeria. Daar sijpelde het verdrietige nieuws binnen dat BSG 1 de kampioenswedstrijd met het kleinst mogelijke verschil had verloren. Dan nog liever een NAC’tje… In ieder geval lijkt BSG de kampioensaspiraties voorlopig in de ijskast te kunnen zetten. Een troost: HSG heeft 120 jaar op de eerste landstitel moeten wachten, dus heeft BSG nog ruim tien jaar de tijd.

14 februari 2020

Stop de polarisatie (deel 3)

Er is veel onvrede in het land. Waar multinationals miljardenwinsten boeken, ziet Jan met de pet de kosten van zijn levensonderhoud alleen maar toenemen en dan moet de crisis nog komen. De spanningen nemen toe. Teruggetrokken in de eigen bubbel staan groepen tegenover elkaar als fanatieke Ajax- en Feijenoord-supporters. Links tegen rechts, progressief tegen conservatief, jong tegen oud, hoogopgeleid tegen laagopgeleid, de winnaars van de globalisering tegenover de verliezers ervan. De dialoog is verdwenen en daar wil ik graag wat aan doen.

Iedereen heeft in zijn vrienden- of kennissenkring wel iemand met dwarse opvattingen en meningen. Bij mij is het een naast familielid, dat een aantal jaren geleden lid is geworden van Forum voor Democratie. Doordat hij het debat doorgaans met een gestrekt been ingaat, is een leuke discussie vaak niet mogelijk. Gelukkig plaatste hij onlangs op Facebook een inhoudelijke reactie, waardoor we meer te weten kunnen komen over de achterliggende gedachtes. Zit er een kern van waarheid in, of is het slechts hol geschreeuw? Klimaatbeleid blijft altijd voer voor verhitte debatten opleveren. De stelling van vandaag luidt als volgt:

“Klimaatmaatregelen zorgen ervoor dat Nederland gaat betalen voor Oost-Europa en de rekening komt bij de middenklasse te liggen. Een kind kan dat voorspellen. Bedrijven moeten gewoon belast worden.”

Vandaag is klimatologisch de koudste dag van het jaar, maar afgaande op de berichtgeving zou je bijna denken dat het hartje zomer is. Zo was afgelopen januari wereldwijd de warmste januarimaand ooit gemeten, terwijl op de Zuidpool temperaturen van boven de 20 graden Celsius werden geregistreerd. Het zijn geen incidenten. De trend is onmiskenbaar: het klimaat warmt op.

Een opwarmend klimaat betekent ook uitzettend zeewater en daarmee een hogere zeespiegel. Daarom is het ook opmerkelijk te noemen dat uitgerekend een welvarend, doch extreem overstromingsgevoelig landje zo weinig bereidheid toont om de klimaatverandering aan te pakken. Nederland bungelt bijvoorbeeld al jaren onderaan in de lijstjes wat betreft opgewekte duurzame energie. In 2018 was een magere 7 procent van de energieproductie afkomstig uit duurzame bronnen, de helft van het toch al vrij bescheiden doel dat we voor dit jaar gesteld hadden.

De slechte score van Nederland op het gebied van duurzame energie vloeit voort uit het visieloze beleid dat de laatste decennia is uitgevoerd. Te lang heeft de regering de energietransitie voor zich uitgeduwd, waardoor er nauwelijks werd geïnvesteerd in duurzame energie, hoewel het al heel lang duidelijk was dan Nederland zijn eigen klimaatdoelstellingen niet ging halen. Het gevolg was dat er ineens kolencentrales gesloten moesten worden, nadat er in 2015 en 2016 (!) nog nieuwe kolencentrales in bedrijf waren genomen.

Wat de energietransitie zo’n lastig probleem maakt, is dat er op dit moment geen volledig bevredigende manier is om energie op te wekken. Kolen en gas zijn goedkoop, maar smerig. Zonne– en windenergie zijn schoon, maar relatief duur en hebben duidelijke productiviteitspieken. Kernenergie dan maar? Hoewel Arjen Lubach er een warm pleitbezorger van is, denk ik niet dat een kernreactor bouwen de oplossing is. Zo’n ding staat er niet meteen. Bovendien is het bouwen ervan extreem duur, waardoor kernenergie niet goedkoper is dan zonne- en windenergie. Kernenergie had misschien een optie kunnen zijn als de overheid er lang geleden op had ingezet, maar dat is niet gebeurd, dus is het een gepasseerd station.

De thoriumreactor heeft wellicht meer potentie, maar helaas staat die technologie echt nog in de kinderschoenen, waardoor het geen oplossing is voor de korte termijn. Ik voel me nu overigens wel een beetje die energieadviseur van SimCity 3000. Alleen de microgolf- en de kernfusiecentrales ontbreken nog aan dit verhaal. Misschien dat zij in de toekomst de oplossing vormen voor het energievraagstuk?

Op de korte termijn lijkt het verder inzetten op duurzame energie me toch de aangewezen weg. Interessant genoeg zat niet windenergie, wat we in ons tochtige landje redelijk makkelijk moeten kunnen opwekken, maar juist zonne-energie het afgelopen jaar flink in de lift. Voor een land waar de zon haast nooit schijnt is dat een opmerkelijke ontwikkeling, die ook aangeeft dat het voor Nederland moeilijk is om duurzame energie op te wekken. Het land is zo plat als een pannenkoek, waardoor er bijvoorbeeld ook geen mogelijkheid bestaat om met behulp van stuwmeren energie op te wekken.

Het grootste aandeel van duurzame energie wordt thans opgewekt door biomassacentrales. Daar ben ik ook niet zo’n fan van. Het idee erachter is dat de bij verbranding uitgestoten kooldioxide later weer uit de lucht wordt gehaald bij de aangroei van de biomassa, waardoor de netto-uitstoot nul is, maar de dingen vervuilen nog steeds. Het zou mooi zijn als de biomassacentrales geleidelijk aan vervangen kunnen worden door zonne- en windenergie. Die kant lijkt het gelukkig ook op te gaan. Er zijn dus goede ontwikkelingen gaande op het vlak van duurzame energie, alleen jammer dat Nederland pas zo laat in actie is gekomen.

In dat licht bezien is het wat potsierlijk dat Nederland vaak met de beschuldigende vinger naar anderen wijst als het gaat om het aanpakken van de klimaatverandering om zelf maar niks te hoeven doen. Ja, China bouwt een heleboel nieuwe kolencentrales, maar zij halen hun klimaatdoelen wel. En dat terwijl de aanpak van klimaatverandering kostenefficiënt is. Het probleem is natuurlijk dat niemand in zijn eentje de rotzooi op wil ruimen. Het is de befaamde tragedy of the commons: zonder gecoördineerd beleid houden landen elkaar in een ongezonde wurggreep waar de aarde uiteindelijk het slachtoffer van is.

Om die reden sta ik voorzichtig positief tegenover de Green Deal, ondanks de enorme kosten die ermee gemoeid zijn. Een weldenkend mens kan echter onmogelijk tegen de voorgestelde maatregelen zijn. Het belasten van de lucht- en scheepvaart, de uitbreiding van het emissiehandelssysteem en het beprijzen van weggebruik zijn dingen waar economen al decennia voor pleiten. Het lijkt er inderdaad op dat West-Europa via de deal betaalt voor het armere Oost-Europa, onder andere om ze van hun bruinkoolcentrales af te helpen. De vervuiler wordt dus eigenlijk betaald en daar ben ik dan wat minder blij mee, maar dat West-Europa Oost-Europa financiert is niets nieuws onder de zon.

Bij wie de rekening uiteindelijk komt te liggen? Bij de vervuiler lijkt me. En zo hoort het natuurlijk ook.

Kwaliteit van de bewering: ★★☆☆☆

01 februari 2020

Zo ziet verliezen eruit

BSG 2 (2088) – Veenendaal (2152) 2½-5½
1. R Brouwer (2034) – E Goudriaan (2310) ½-½
2. H van der Poel (2228) – S Bekker (2326) 0-1
3. T Brouwer (2081) – B von Meijenfeldt (2212) 0-1
4. J de Groote (2235) – J Offringa (2287) ½-½
5. R Hilhorst (2021) – T Kampman (2236) 0-1
6. F Borm (2116) – M van Dodeweerd (1845) ½-½
7. C van der Heijden (2036) – E van den Dikkenberg (2093) 0-1
8. J Arensman (1956) – G du Chatinier (1905) 1-0

Na de nipte zege op Oud Zuylen Utrecht namen de spelers van het eerste achttal van BSG het K-woord al optimistisch in de mond. Tegen het sterke team van Veenendaal zou de koppositie verdedigd moeten worden en daarvoor werden alle registers opengetrokken. Grootmeesters werden van heinde en verre naar Bussum gehaald, zodat het tweede in zijn sterkst mogelijke opstelling kon aantreden. Het mocht niet baten: BSG 2 verloor met ruime cijfers en zakte weer terug tot de middenmoot.

Veenendaal was matig aan de competitie begonnen. De gedoodverfde kampioen had vroeg in de competitie een oorverdovende nederlaag geleden tegen Oud Zuylen Utrecht, waardoor ze al gauw achter de feiten aanliepen. Tegen het team dat voor de meerderheid uit 2200-plussers bestond trad BSG 2 aan met een enigszins tactische opstelling. De bedoeling was om aan de witborden uit te halen en aan de zwartborden te keepen, maar uiteindelijk werd die tactiek vlekkeloos uitgevoerd door de bezoekers.

Het eerste onheil tekende zich al af aan bord 6, waar Frans met wit tegen een jeugdspeler geen drol bereikte in de opening, waardoor de handjes al gauw geschud werden. Teamleider Timon had zich vanwege een prima optreden in Wijk aan Zee beloond met een plekje aan bord 3. Daar liep hij na een merkwaardig gespeelde Leeuw tegen Bart von Meijenfeldt in een mijnenveld en kon daar ook niet meer uit ontsnappen.

Nauwelijks beter verliep het aan de borden ernaast. Het Apenhoofd werd in het Berlijns volkomen overklast door Joost Offringa en mocht van geluk spreken dat hij met remise wegkwam. Dat geluk had FM Henk niet. In een Siciliaanse partij waarin de schermutselingen vooral voor zijn doel leken af te spelen, moest hij tegen Lekkerbekker eerst zijn dame en later zijn koning inleveren.

Lichtpuntjes waren er aan de randborden. Rein wist een tactische misser van Eugene Rian d’or in de opening uit te buiten, waardoor hij vrijwel alle stukken af kon ruilen en de remise een feit was. Geen slecht resultaat tegen iemand die nog niet zo lang geleden dik 2400 had. Aan het staartbord nam Joan, op de dag waarop hij ruim 100 elpunten lichter was geworden, de enige zege aan BSG-kant voor zijn rekening tegen Gunie du Chatinier.

Genoeg voor een kleine stunt was het niet, ook omdat Coen aan het zevende bord tegen Dikkie als een mol gaten in zijn stelling had zitten graven en met een pingoruïne bleef zitten. Daardoor had Veenendaal de punten in de knip en was alleen Ruben nog bezig om de eindstand voor BSG 2 nog een beetje dragelijk te houden. Tot diep in de avond was hij bezig. Een tien voor toewijding. Dat hij het ongelijkelopereindspel uiteindelijk nog wist te verkloten, was minder indrukwekkend (ook omdat tegenstander Tijmen Kampman jaren geleden in hetzelfde Denksportcentrum al had laten zien hoe je dergelijke eindspelen verdedigt).

Zodoende verloor BSG 2 met 2½-5½ en zakte het na zeven weken aan kop te hebben gestaan naar de vijfde plaats met 6 matchpunten uit 5 wedstrijden en een neutraal doelsaldo. Beter verging het BSG 1, dat met een aantal arbeidsmigranten aan de start verscheen tegen Groningen. De witborden deden het traditiegetrouw uitstekend: aan BSG-zijde wisten ze allemaal een punt op te strijken. Dus beslisten de twee halfjes met zwart de wedstrijd. Genoeg voor de koppositie was het niet: Charlois won eveneens met 6-4 en bleef zodoende een half bordpuntje voorlopen. Over vijf weken spelen de teams in Rotterdam de kraker.

25 januari 2020

Stop de polarisatie (deel 2)

Er is veel onvrede in het land. Waar multinationals miljardenwinsten boeken, ziet Jan met de pet de kosten van zijn levensonderhoud alleen maar toenemen en dan moet de crisis nog komen. De spanningen nemen toe. Teruggetrokken in de eigen bubbel staan groepen tegenover elkaar als fanatieke Ajax- en Feijenoord-supporters. Links tegen rechts, progressief tegen conservatief, jong tegen oud, hoogopgeleid tegen laagopgeleid, de winnaars van de globalisering tegenover de verliezers ervan. De dialoog is verdwenen en daar wil ik graag wat aan doen.

Iedereen heeft in zijn vrienden- of kennissenkring wel iemand met dwarse opvattingen en meningen. Bij mij is het een naast familielid, dat een aantal jaren geleden lid is geworden van Forum voor Democratie. Doordat hij het debat doorgaans met een gestrekt been ingaat, is een leuke discussie vaak niet mogelijk. Gelukkig plaatste hij onlangs op Facebook een inhoudelijke reactie, waardoor we meer te weten kunnen komen over de achterliggende gedachtes. Zit er een kern van waarheid in, of is het slechts hol geschreeuw? De immigratieproblematiek blijft altijd voer voor verhitte debatten opleveren. De stelling van vandaag luidt als volgt:

“Immigratie is volledig verantwoordelijk voor de stijging van het aantal inwoners in Nederland. Er zijn al genoeg integratieproblemen, dus waarom moeten er dan steeds maar weer nieuwe mensen hierheen komen? Dan lost het probleem nooit op. Bovendien komen er allemaal nieuwe problemen door zoals woningtekort.”

In het begin van de jaren 90 doorbrak Nederland de grens van 15 miljoen inwoners, hoewel dat feit pas in 1996 bezongen werd. Inmiddels zijn het er dik 17 miljoen. Vooral de afgelopen jaren is het hard gegaan met de bevolkingsgroei: sinds 2016 zijn er ieder jaar 100.000 mensen bij gekomen. Dat is misschien niet zo gek als je bedenkt dat de wereldbevolking iedere dag met ruim 200.000 inwoners groeit, maar het roept wel de vraag op of een dichtbevolkt land als Nederland ieder jaar met een stad ter grootte van Delft verder moet groeien.

Hoe is het gekomen dat de Nederlandse bevolking zo hard groeit? Is dat, zoals in de vraagstelling beweerd wordt, puur aan immigratie te danken? Dat is niet helemaal het geval. In 2018 kwamen er ruim 243.000 mensen naar Nederland, terwijl ruim 157.000 mensen ons tochtige landje verlieten, een verschil van ruim 86.000. Daarnaast werden er ruim 168.000 baby’s geboren, terwijl ruim 153.000 mensen het tijdelijke voor het eeuwige verwisselden, wat betekende dat de natuurlijke aanwas 15.000 mensen bedroeg. De natuurlijke bevolkingsgroei neemt echter al sinds het begin van deze eeuw af en zal vermoedelijk over enkele jaren negatief worden als de babyboomers beginnen uit te sterven. Aan de andere kant is het migratieoverschot de afgelopen jaren flink omhooggegaan:

Bevolkingsgroei per jaar vanaf 1995 tot en met 2018. Cijfers: CBS.

Sinds 2014 is het migratieoverschot groter dan de natuurlijke aanwas. Inmiddels wordt ongeveer 85 procent van de bevolkingstoename door migratie veroorzaakt. Waar komen deze migranten vandaan? Om dit inzichtelijk te maken, heb ik de herkomstlanden naar verschillende streken geaggregeerd: Nederland, West-Europa, Oost-Europa (de Slavische volken, inclusief de voormalige Sovjet-Unie), Zuidoost-Europa (de Balkan), het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en de rest van de wereld (de Amerika’s, Afrika en Oceanië). De onderstaande grafieken geven de immigratie- en emigratiestromen per groep per jaar weer van de afgelopen 25 jaar.

Immigratie naar herkomststreek per jaar vanaf 1995 tot en met 2018. Cijfers: CBS.

Emigratie naar herkomststreek per jaar vanaf 1995 tot en met 2018. Cijfers: CBS.

Te zien is dat de immigratie sterker is gestegen dan de emigratie. Dit effect is de laatste jaren over de gehele linie zichtbaar. De meeste migranten komen thans uit West- en Oost-Europa (bijna 50.000 op jaarbasis), ruim meer dan er weer weggaan. Tevens is de vluchtelingencrisis duidelijk te zien, met een piek van het aantal immigranten uit het Midden-Oosten (met name Syrië) in 2016. Toch is er niet een groep uit te lichten die in zijn eentje verantwoordelijk is voor het grote migratieoverschot van de laatste jaren. Uit alle windstreken komen mensen hierheen, maar de meeste migranten komen toch vooral uit Europa.

Interessant genoeg is de bijdrage van migranten aan de bevolkingsgroei de afgelopen kwarteeuw nog vrij beperkt gebleven: van de bevolkingsgroei van 1,8 miljoen inwoners kwam 700.000 door migratie en 1,1 miljoen door natuurlijke aanwas, zoals hieronder te zien is.

Bevolkingsgroei 1995-2018 door migratie en natuurlijke aanwas.

In de toekomst zal de bevolkingsgroei wel volledig op het conto van migranten geschreven worden. Is dat erg? Misschien niet. Migranten worden vooral gebruikt om de beroepsbevolking van vergrijzend Nederland op peil te houden, wat voor de werkgevers heel prettig is. Aan de andere kant bestaat de kans dat de aanwezigheid van goedkope arbeidskrachten de lonen onder druk zet (de economen zijn daar geloof ik nog niet helemaal over uit), wat voor de (veelal laaggeschoolde) werknemers niet zo tof is. Daarnaast kunnen er vraagtekens gezet worden of de arbeidsmigratie voor de Oost-Europese landen wel zo gunstig uitpakt.

Wellicht geeft de markt uiteindelijk zelf antwoord. Het afgelopen decennium is het minimumloon in Polen bijvoorbeeld gestegen van 20 tot ruim 30 procent van het Nederlandse minimumloon. Nog steeds een gigantisch verschil natuurlijk, maar als de trend zich doortrekt, lijkt het logisch dat de arbeidsmigratie op den duur zal afnemen.

Minimummaandloon in Nederland en Polen vanaf 1999 in euro’s. Cijfers: Eurostat.

Een ander potentieel nadelig gevolg van een groeiende bevolking door migratie is dat de welvaart over meer mensen wordt uitgesmeerd. Een deel van de economische groei in westerse landen is puur toe te schrijven aan een grotere bevolking. Migratie is goed voor de economie als de nieuwkomers meer aan de economie bijdragen dan de inheemse bevolking. In het geval van arbeidsmigranten is dat een redelijke aanname, in het geval van asielzoekers niet (dus zijn landen niet happig om ze op te nemen).

Heeft de migratiestroom de economische groei in Nederland belemmerd? De onderstaande grafiek heb ik de economische groei gereconstrueerd aan de hand van het bbp (en het bbp per capita) in euro’s en de inflatiecijfers. De grafiek laat de voor inflatie gecorrigeerde bbp-groei (blauw) tussen 1995 en 2018 zien, alsmede het bbp per capita (groen) en de koopkrachtstijging (rood).

Groei van het bruto binnenlands product (bbp) en de koopkracht vanaf 1995 tot en met 2018.

De pieken en dalen van de conjunctuur zijn duidelijk te zien. Het bbp nam vooral in de jaren 90 rap toe, om na de kredietcrisis in 2008 jarenlang af te nemen. Pas sinds 2014 zit de economie weer in de lift. Hetzelfde geldt voor het bbp per capita, dat vanaf 2000 tot 2013 nauwelijks was gestegen. Inmiddels gaat ook het bbp per capita sterk omhoog.

Wat echter achterblijft, is de koopkracht. Interessant genoeg was dat zelfs al tijdens het tweede paarse kabinet het geval. Pas toen in 2001 (met de verkiezingen in aantocht) de portemonnee werd getrokken, ging de koopkracht eenmalig sterk omhoog. In de crisisjaren (2009-2013) is de koopkracht niet eens superveel onderuitgegaan, maar daar staat tegenover dat de koopkracht sinds 2017 nauwelijks meer gestegen is. De geringe loonstijgingen lijken daar debet aan te zijn. Echt snappen doen de economen het niet, want vanwege de lage werkloosheid zouden de lonen in theorie omhoog moeten. Houdt arbeidsmigratie de lonen laag? Een interessante vraag waar ik het antwoord niet op heb.

Daarnaast zorgt immigratie natuurlijk voor problemen als dichtslibbende wegen en een volkomen overspannen woningmarkt. Maar is de woningschaarste de schuld van de migranten? Ik denk dat dat wat te makkelijk is. We zitten nou eenmaal met een zwaar inefficiënte en kapot gereguleerde woningmarkt. Misschien moeten we er eerst maar voor zorgen dat we zelf onze zaakjes op orde krijgen. Een beter functionerende woningmarkt kan er bovendien voor zorgen dat mensen dichter bij hun werk kunnen wonen, zodat het aanpakken van het fileprobleem ook niet meer dweilen met de kraan open is.

Kwaliteit van de bewering: ★★★☆☆

Quizvraag: Wereldwijd zijn er maar drie landen met zowel een hoger inwonertal als een hogere bevolkingsdichtheid dan Nederland. Welke landen zijn dat?

CBS-data:
Bevolkingsontwikkeling (2020)
Immi- en emigratie (2020)

18 januari 2020

Een dagje Wijk aan Zee

Het is weer januari en dat is voor de Nederlandse schaakliefhebber meteen al het hoogtepunt van het jaar omdat dan het Tata Steel-toernooi gespeeld wordt. Al jaren trekt het twee weken durende schaakevenement van heinde en verre publiek en net als vorige week maakte ik deel uit van de enorme mensenmassa die zich aan de schaakkunsten van de topgrootmeesters vergaapte.

Over topgrootmeesters gesproken: het wil nog niet echt vlotten met wereldkampioen Magnus Carlsen. De wat nors ogende Noor heeft tot dusver al zijn partijen remise gespeeld en mag daar niet over klagen. Beter op schot zijn de jonkies Alireza Firouzja en onze eigen Jorden van Foreest. Nadat het toernooi vorig jaar nogal op een ontgroening voor de Nederlands Kampioen van 2016 was uitgedraaid, gaat het nu een stuk beter. Met ondernemend spel weet hij tegen iedereen winstkansen te creëren. Zelfs Carlsen en Caruana werden aan het wankelen gebracht. Een nieuwe ster aan het firmament derhalve en een welkome afwisseling op de saaie Giri.

Zelf kreeg ik Ewood nog te overnachten. De krullenbol was naar ’t westen afgereisd om zijn nieuwe bril op te halen en kwam vandaag zelfs in de kustlijn uit doordat hij mee mocht naar Wijk aan Zee. Zijn nieuwe bril ziet er overigens ongeveer zo uit:

Prins Bernhard junior. Afbeelding: Wikipedia.

FM Henk bracht ons samen met Ton naar de kustplaats, waar we wederom te laat waren om een zitplaats te bemachtigen bij het commentaar van Hans Böhm. Het café zag opnieuw zwart van de mensen. De meeste mensen herkende ik niet. Pascal L. was een van de uitzonderingen. Samen analyseerden we op een klein schermpje wat partijen in de hoofdgroep. Hoewel de partijen pas net begonnen waren, zagen de stellingen er spannend uit. Een andere oude bekende was Li R., die later de zaal binnenkwam en ons enthousiast groette.

In de speelzaal was het zo mogelijk nog drukker dan in het café. Bij de amateurs speelden Timon B. en de oudjes Tom de R. en Theo S. traditiegetrouw mee. Nadat we een strandwandeling hadden gemaakt, kwamen we hem bij de ingang tegen. Terwijl hij zijn sigaretje zat op te roken, deed hij verslag van zijn partij, waarin hij niet al te hoog opgaf van zijn tegenstander, net als van de blunder waarmee hij een stuk en de partij weggaf.

Henk, Ton, Ewood en ik op het strand.

Na de wandeling waren we weer uitgewaaid en afgekoeld om het nog even in de speelzaal uit te houden. De partij van Jorden tegen Vitiugov trok veel bekijks. Jorden had twee houtjes meer en leek het puntje soepel binnen te tikken, toen hij iets te lankmoedig werd en plotseling getruct werd. Een euvel dat zijn jongere broertje ook geregeld parten speelt. Terwijl hij de partij voor de tweede keer moest zien te winnen, zochten wij in het wijkje een restaurant uit.

Uiteindelijk streken we neer bij een zaak waar geen eetborden maar schaakborden op tafel stonden. Daar probeerden we een partij van Jan Timman na te bootsen. Ook werd de partij van Caruana tegen Doebov bekeken. De Italiaanse Amerikaan had na de opening een pion ingeboet zonder dat er veel compensatie tegenover leek te staan en moest al gauw in survival mode. Doebov speelde echter wel heel passief en werd steeds verder weggedrukt, waardoor hij nog verloor ook. Voer voor slapeloze nachten derhalve.

Jorden wist uiteindelijk nog te winnen. Zijn pionnenmassa in het centrum werd wits lopers te machtig, zodat hij alweer zijn derde overwinning in het toernooi had gescoord. Genoeg voor de koppositie was het niet: Firouzja won ogenschijnlijk vrij gemakkelijk van Xiong, waardoor hij met 5 uit 7 ongedeeld aan kop gaat. Jorden deelt de tweede plaats met So en Caruana, daarna is er een groot gat naar de notoire remiseschuivers als Carlsen en Giri. In het restaurant grapten we al dat Carlsen volgend jaar maar geen uitnodiging moest krijgen…

De terugreis duurde wat langer dan gebruikelijk vanwege een imposant ongeluk op de A9 bij Schiphol, waarbij een auto over de kop was geslagen, maar gelukkig kwamen we veilig aan, zodat we thuis onder het genot van een kopje thee en chocolaatjes het internet weer onveilig konden maken.

17 januari 2020

Stop de polarisatie (deel 1)

Er is veel onvrede in het land. Waar multinationals miljardenwinsten boeken, ziet Jan met de pet de kosten van zijn levensonderhoud alleen maar toenemen en dan moet de crisis nog komen. De spanningen nemen toe. Teruggetrokken in de eigen bubbel staan groepen tegenover elkaar als fanatieke Ajax- en Feijenoord-supporters. Links tegen rechts, progressief tegen conservatief, jong tegen oud, hoogopgeleid tegen laagopgeleid, de winnaars van de globalisering tegenover de verliezers ervan. De dialoog is verdwenen en daar wil ik graag wat aan doen.

Iedereen heeft in zijn vrienden- of kennissenkring wel iemand met dwarse opvattingen en meningen. Bij mij is het een naast familielid, dat een aantal jaren geleden lid is geworden van Forum voor Democratie. Doordat hij het debat doorgaans met een gestrekt been ingaat, is een leuke discussie vaak niet mogelijk. Gelukkig plaatste hij onlangs op Facebook een inhoudelijke reactie, waardoor we meer te weten kunnen komen over de achterliggende gedachtes. Zit er een kern van waarheid in, of is het slechts hol geschreeuw? Hieronder het eerste punt. Het huidige kabinetsbeleid zou niet rechts, maar links zijn:

“Onder VVD-beleid is de lastendruk gestegen van 35% naar zo’n 40%. Daar zou een PvdA’er trots op zijn.”

Ik moest wel even met m’n ogen knipperen toen ik dit las. Is de VVD van Marx Rutte op de communistische tour gegaan? Oppervlakkig gezien lijken de cijfers inderdaad te kloppen: in de eerste tien jaar van deze eeuw lagen de collectieve lasten op een niveau van ongeveer 35 procent van het bbp, maar inmiddels is dat aandeel opgelopen naar zo’n 39 procent. De lastendruk is dus inderdaad gestegen, de overheid is dus groter geworden, wat inderdaad als links beleid kan worden gezien.

Er zijn echter wel een aantal belangrijke kanttekeningen te maken. Zo zijn de overheidsuitgaven na de kredietcrisis in 2008 door het dak gegaan (banken moesten worden genationaliseerd), waardoor de Staat in die jaren met een groot begrotingstekort kampte. Dat gat is inmiddels, ondanks de toegenomen uitgaven aan de gezondheidszorg door de vergrijzing, volledig gedicht. De afgelopen jaren was er zelfs sprake van een begrotingsoverschot. Prima toch?

Afbeelding: Wiardi Beckman Stichting.

De vraag waardoor de collectieve lasten zo zijn gestegen, blijft echter onbeantwoord. Gestegen opbrengsten aan loon- en inkomstenbelasting blijken de grootste bijdrage hieraan te hebben geleverd. Dat is ergens vreemd, omdat de belastingtarieven de afgelopen jaren nauwelijks veranderd zijn. Het lijkt erop dat de bloeiende economie en de bijbehorende lage werkloosheid hiervoor gezorgd hebben. Inderdaad zijn de collectieve lasten vooral vanaf 2014, toen de economie na jaren van stagnatie eindelijk weer begon te lopen, sterk opgelopen. Historisch gezien is de lastendruk momenteel nog niet eens zo hoog, de jaren nul van deze eeuw waren eerder de uitzondering. Kortom: gestegen lastendruk: ja. Boosdoener: goed draaiende economie.

Voor wie vindt dat het huidige kabinet links is: check de loonstrookjesbrief die vlak voor de vakantie door een collega van mij is opgesteld. Door de overgang naar het tweeschijvenstelsel komen vooral de minima (wettelijk minimumloon; ongeveer € 21.500 per jaar) er dit jaar bekaaid vanaf. De iets hogere inkomens profiteren van de hogere arbeidskorting, terwijl de hoogste inkomens profiteren van het lagere belastingtarief in de hoogste schijf, zie de onderstaande grafiek:

Loonontwikkeling voor 2020 volgens de loonstrookjesbrief.

Conclusie: de lastendruk is inderdaad gestegen van ongeveer 35 procent rond 2010 tot ongeveer 39 procent nu. Dit komt grotendeels door gestegen belastingopbrengsten, ondanks dat de belastingtarieven tot voor kort nagenoeg gelijk zijn gebleven, wat suggereert dat het door de goed draaiende economie komt. Dit jaar zijn de belastingtarieven voor de meeste mensen verlaagd, behalve voor de laagste inkomens, omdat het belastingtarief in de laagste schijf omhoog is gegaan van 36,65 naar 37,35 procent. Daar zal een PvdA’er zeker niet blij mee zijn.

Kwaliteit van de bewering:★★☆☆☆

13 januari 2020

Een weekendje onder de mensen

Het is inmiddels weer maandag en dat betekent dat ik alweer een dag heb kunnen afkicken van het weekend, een weekend waarop ik voor mijn doen veel onder de mensen was.

Het weekend begon voor mij al op vrijdag, toen ik de eerste bijeenkomst had van een cursus van mijn werk. De cursus was ook in Den Haag, maar later dan een normale werkdag, dus besteedde ik de vroege ochtend aan het huiswerk dat voor deze eerste cursusdag was opgegeven. Vervolgens dacht ik in de trein te achterhalen waar de cursus precies gegeven zou worden. Ergens in de sjoelbak zou dat moeten gebeuren, maar waar was me niet duidelijk, want daarvoor ken ik het station niet goed genoeg. Helaas kwam ik niet in m’n mail omdat ik de ontgrendelingscode van m’n telefoon weer eens was vergeten… Doordat een muts van de balie me niet verder kon helpen, zat er voor mij niets anders op dan een collega te bellen. Daarna had ik de locatie met enige moeite gevonden, maar was ik wel te laat, ook omdat er nog een trein tussenuit was gevallen… 🙁

Aan de cursus deden naast mij nog negen andere enigszins gehandicapte rijksambtenaren mee. Mij viel het contact met de medecursisten niet tegen. De sfeer was goed en iedereen was heel open. Naast het gebruikelijke voorstelrondje stond de eerste cursusdag vooral in het teken van het ontdekken van je drijfveren en je normen en waarden. Dat was een lastige puzzel voor mij, omdat ik drijfveren (wat je hebt) gemakkelijk verwar met verlangens (wat je niet hebt). Dat is misschien niet zo gek, want het doel van de cursus was voor mij om vooruit te komen in het leven, dus dan ben je je maar al te zeer bewust van wat er niet is.

Anyway, ik toog ’s middags met een goed humeur terug naar huis. Daar kreeg ik een mailtje van FM Henk of ik mee naar Wijk aan Zee wilde rijden. F*ck, dat hele klotetoernooi was ik natuurlijk weer vergeten. Zelfs niemand had geklaagd dat er geen Tata-Steel-Manager was, dus hoe moest ik dan weten dat het toernooi eraan zat te komen? Ik wilde natuurlijk graag mee. Ik stelde Henks geduld meteen al op de proef door hem een paar minuten te laten wachten. Daarna deed Ton bijna hetzelfde… We bleken te laat te zijn voor de analysesessie van Hans Böhm in het café, dat al helemaal zwart zag van de mensen. Wel werd de analysesessie van de welbespraakte schaakmeester elders in het café op een beeldscherm uitgezonden, maar doordat het contrast te laag was, was het alsnog moeilijk te volgen.

Daarom gingen we maar naar de speelzaal, waar we ons verbaasden over het geklungel van Magnus Carlsen, die tegen Anish Giri met wit eerder slechter dan beter kwam te staan en heel gauw naar remise moest vluchten. Daarmee kende onze import-landgenoot een honderd keer betere start dan vorig jaar. Hetzelfde kon gezegd worden van Jorden van Foreest, die Yangyi Yu in een eindspel op een dikke nul trakteerde. Partij van de dag was evenwel de partij van Erwin l’Ami tegen ene Anton Smirnov. In een opening die volgens mij onmogelijk goed voor wit kan zijn kreeg De Vriend plotseling de kans een kwaliteit te offeren voor schitterende positionele compensatie. Ineens speelde zijn stelling als vanzelf en won hij met een enorm machtsvertoon.

Zelf kreeg ik er weinig van mee. Wel had ik de eer de analysesessie van Jos, mijn promotor, bij te wonen. Hij had tegen Jeroen Schuil (een van de weinige spelers in de amateurgroepen die ik herkende) in een spannende stelling remise aangeboden. Ze wilden na afloop nog analyseren, maar omdat de analysezaal tot aan de nok toe gevuld was met mensen, besloten ze maar naar het vakantiehuisje van de Groningse SG Amersfoort-speler te gaan. Daar stond precies zo’n schaakbord als ik thuis ook heb. In een gevaarlijke Grünfeld leek Jos het onheil over zichzelf af te roepen, maar desondanks wist hij nog enigszins op de been te blijven. Hoewel we in de analyse hier en daar wat winsten voor wit wisten te vinden, was het niet heel overtuigend.

Op weg naar de speelzaal hadden mijn reisgenoten me opmerkelijk gauw gevonden, waarna we maar gauw naar de plaatselijke Italiaan gingen om onze buikjes rond te eten. Op weg naar het toilet kwam ik Giri nog tegen. Ik had hem aanvankelijk niet eens herkend. Hij mij natuurlijk ook niet, dus gingen we ieder onze eigen weg. Hij bleef in de tochtige badplaats en wij gingen weer naar ’t oosten.

Gisteren ben ik nog thee wezen drinken met Xinying, mijn paranimf, die met man, dochter en schoonmoeder naar de Vesting was afgereisd. We hadden elkaar sinds de promotie niet meer gezien, dus hadden we elkaar veel te vertellen. Nou ja, dat viel ook wel weer mee. Het enige hoogtepunt dat me te binnen schoot was die verkoudheid waar ik nu nog wankel van ben. We konden nog wat over ons werk praten. Xinying vond mijn baan reuze interessant en zou ook wel op een Ministerie willen werken, maar ze dacht dat het niet voor haar was weggelegd omdat haar Nederlands niet goed genoeg was.

Grappig genoeg was ik na deze sociale hoogstandjes bekaf, dus heb ik de rest van de dag weinig nuttigs meer gedaan. Het afkicken van alle menselijke contact duurde overigens maar kort: vanochtend propte ik me erbij in een veel te korte trein. Bijna een half uur stond ik volkomen klem en ingeblikt tussen mijn medereizigers. Ik was blij dat ik nog adem kon halen.