20 april 2021

De warme jaarhelft komt eraan!

Het koude weer van de laatste tijd ook zo zat? Hoewel er de komende tijd ook niet direct hoge temperaturen worden verwacht, gaat morgen wel de warme jaarhelft van start.

Doorgaans geeft april een voorproefje van de zomer met een paar echt lekkere lentedagen. Niets daarvan dit jaar, want tot vandaag had het kwik in de grasmaand nog niet eens de 16 graden aangetikt. De gemiddelde maandtemperatuur is tot nog toe een kleine 6 graden, ruim 3 graden kouder dan normaal. Het gevolg is ook dat de natuur achterloopt op schema. Wat het helemaal bijzonder maakt, is dat februari en maart wel een aantal dagen met prima lenteweer hadden:

De eerste drie en een halve maand van 2021, met in het zwart de gemiddelde temperatuur en in het groen het klimatologisch gemiddelde. Rode gebieden geven aan dat het warmer is geweest dan gemiddeld, blauwe gebieden geven aan dat het kouder is geweest dan gemiddeld.

Klimatologisch behoort de eerste helft van april nog tot de koude jaarhelft. Ondanks dat de dagen al behoorlijk lang zijn geworden en het zonnetje al heel wat kracht heeft, is de kou van de afgelopen winter niet zomaar verdreven. Door de steeds sterker wordende zon loopt het klimatologische gemiddelde wel sterk op, waardoor ergens in de komende dagen de warme jaarhelft begint.

Op dit moment is de zon net zo sterk als eind augustus, maar waar de oogstmaand na juli de warmste maand van het jaar is, is het nu pas net zo warm als eind oktober, wat allemaal komt door het langzame opwarmen en afkoelen van de atmosfeer. Wanneer de atmosfeer direct op de seizoenen zou reageren, zou het nu (net als eind augustus) gemiddeld een graad of 15 horen te zijn, het klimatologisch gemiddelde voor eind mei.

De gemiddelde temperatuur (zwart), de bijbehorende sinusoïde (groen) en de temperatuur als de atmosfeer zonder vertraging zou reageren op de seizoenen (geel). De warme jaarhelft is weergegeven met een rode achtergrond, de koude jaarhelft heeft een blauwe achtergrond. In de donkere jaarhelft zijn de achtergrondkleuren donkerder.

De hoogste temperaturen zouden dan natuurlijk rond de zonnewende (21 juni) gerapporteerd worden. In de praktijk loopt de temperatuur ongeveer een maand achter op de daglengte, dus valt de warmste dag van het jaar vaak pas in juli of augustus. Die periode is nog ver weg, want op de meeste plaatsen begint morgen pas de warme jaarhelft. Plaatsen aan de kust moeten er vanwege het langzaam opwarmende zeewater langer op wachten. In de Kop van Noord-Holland zelfs tot de laatste dag van april.

18 april 2021

Verstappen revancheert zich in Imola

Max Verstappen heeft de spectaculaire Grand Prix van Emilia-Romagna overtuigend op zijn naam geschreven. Lewis Hamilton werd tweede na een inhaalrace, terwijl Lando Norris als derde eindigde.

Na de kwalificatie moet Max even flink slikken. Hij moet genoegen nemen met de derde plek, op nog geen tiende van Luis en teamgenoot Pérez. Zonder een foutje in de beruchte Tamburello had hij ongetwijfeld op pole gestaan, een pole die op het smalle Autodromo Internazionale Enzo e Dino Ferrari van cruciaal belang is.

Een dag later ziet de wereld er weer heel anders uit. Het miezert en de baan is plaatselijk flink nat, dus verschijnen de meeste coureurs op intermediates aan de start. Een enkeling begint zelfs op regenbanden aan de race. Hoe verraderlijk de piste is, blijkt wel als op weg naar de startopstelling en in de opwarmronde her en der coureurs van de baan gaan.

Als de lichten doven, heeft Max vanaf de derde plaats werkelijk waar een wereldstart die doet denken aan de start van Ralf Schumacher twintig jaar eerder. Max wurmt zijn Red Bull tussen Luis’ Mercedes en de baanrand door en schiet naar de leiding. Luis weigert op te geven en probeert in de eerste bocht buitenom te counteren. Zoals verwacht moet hij dat bekopen met een onplezierige rit over de curbstones, waarna hij bijna nog zijn plek verliest aan Pérez.

In de middenmoot spint Latifi in de Acque Minerali van de baan, waardoor hij de nodige plaatsen verliest. Bij het wegrijden komt hij zonder het te weten op ramkoers met Mazepin te liggen en wordt hij krachtig de muur in gekatapulteerd. Vanwege de ravage rukt de safetycar meteen uit.

De neutralisatie duurt nog eens extra lang omdat Mick Schumacher bij het opwarmen van de banden op start/finish opeens de muur in vliegt en zijn voorvleugel verliest. Meteen wordt de pitstraat gesloten, waardoor de Duitser in totaal twee ronden met een beschadigd aangezicht de rest van het veld voor zich uit mag jagen. Als hij eindelijk zijn neus laat vervangen, is Max zich al aan het voorbereiden op de herstart.

Luis laat zich niet verrassen en zit al meteen in de kofferbak van de Red Bull. Aan het eind van start/finish probeert hij zijn Mercedes ernaast te zetten. Max blijft wederom aan de binnenkant zitten. Ditmaal kiest Luis eieren voor zijn geld door op tijd in te binden, waarna Max ervandoor spuit en al gauw een voorsprong van een handvol seconden opbouwt.

In de middenmoot zijn de gevechten niet van de lucht. Dat komt vooral doordat de als vijfde gekwalificeerde Gasly op zijn regenbanden steeds trager wordt als de baan begint op te drogen. Even kan hij partij bieden, maar al gauw is het hek van de dam en verliest hij de ene na de andere plaats. Noodgedwongen wisselt hij uiteindelijk maar naar intermediates, waardoor hij de Haasjes in de achterhoede kan gaan vergezellen.

Pérez krijgt op zijn beurt een stop-and-go-penalty omdat hij Ricciardo en Gasly had ingehaald onder de safetycar. Fattle, die vanuit de pits was gestart, krijgt dezelfde straf omdat zijn banden voor de race niet op tijd onder zijn auto zaten. De Duitser krijgt de straf meteen nadat hij als eerste coureur droogweerbanden had laten monteren. Dat blijkt te vroeg en nadat Gasly hem voorbij was gereden, duikt hij meteen weer de pits in om zijn straf uit te zitten. De gifbeker moet kennelijk leeg voor de viervoudig wereldkampioen.

Het veld is enorm uit elkaar getrokken, wat betekent dat de koplopers al gauw op achterblijvers stuiten. Plotseling komt Luis met rasse schreden dichterbij. Hoewel de baan nog steeds vochtig is, neemt Red Bull aan het eind van de 27e ronde de zwaarwegende beslissing om Max naar de pits te halen voor droogweerbanden. Luis stopt meteen een ronde daarna. Zijn stop is matig en omdat Max’ slicks op de vochtige baan meteen goed werken, moet hij weer als tweede aansluiten.

Samen werken Max en Luis zich wederom door de kluit achterblijvers heen. Luis vergaloppeert zich daarbij vreselijk in Tosa als hij Russle binnendoor voorbij denkt te steken, op het natte gedeelte komt en hulpeloos rechtdoor schiet. In zijn ijver om niet in de grindbak vast te komen te zitten, rijdt Luis wat onbeholpen tegen de muur aan, waarna hij zijn auto heel behoedzaam uit de grindbak rijdt. Hij heeft dan natuurlijk al zeeën van tijd verloren en tot overmaat van ramp blijkt zijn voorvleugel stuk.

Luis’ geluk is dat zijn ontstellend zwakke teammaat Bottas even later een imposant ongeluk in gang zet als hij Russle bij 300 kilometer per uur van de baan dwingt. Russle verliest de macht over het stuur en torpedeert Bottas’ Mercedes, waardoor de twee met een harde klap het strijdtoneel verlaten en de race wordt afgebroken.

Bij de hervatting mag iedereen die op een ronde was gezet, waaronder Luis, een ronde terugpakken, waardoor het hele veld, exclusief de Haasjes, weer in dezelfde ronde zit. Bij de herstart verknalt Max het bijna als hij in de een-na-laatste bocht spint. Hij weet zijn Red Bull nog net in bedwang te houden en Leclerc voor te blijven, waarna hij de Monegask verrast door plotseling weg te spuiten. Leclerc moet ook nog toezien hoe Norris hem de oren wast, zodat hij naar de derde plek terugvalt.

Vanaf de negende plaats begint Luis in het restant van de race aan een indrukwekkende opmars. Een plaats krijgt hij cadeau als Rijkunnen in de eerste chicane spint. Even later doet Pérez hetzelfde in Villeneuve, waardoor de Mexicaan zijn vierde plek verruilt voor de veertiende. Luis pakt even later de zesde plek van Stroll af en dan gaat het hard. Achtereenvolgens worden Ricciardo, Science en Leclerc zonder al te veel moeite ingehaald.

Met Norris heeft Luis meer moeite. De McLaren-coureur is snel in de laatste twee bochten, waardoor hij steeds net genoeg marge heeft om Luis achter zich te houden. Vier ronden voor tijd gaat hij alsnog voor de bijl als hij klaagt over een slippende koppeling en Luis bij het opkomen van start/finish niet acht maar slechts zeven tienden achterstand heeft. Plotseling gaat de Mercedes de McLaren-Mercedes met speels gemak voorbij, waardoor Luis zowaar nog tweede wordt. Tevens pakt hij door de immense kracht van DRS het bonuspunt voor de snelste raceronde mee.

Even later komt Max onbedreigd als winnaar over de streep, waardoor hij zich revancheert voor de ongelukkige nederlaag in Bahrein. Luis wordt op ruim 20 seconden achterstand tweede, maar blijft door het bonuspunt voor de snelste ronde koploper met, hoe kan het ook anders, 44 punten.

Derde wordt Norris, die na een fraaie inhaalrace weer uitkwam op de plek waarvan hij de race had willen starten (zijn snelste tijd werd hem in de kwalificatie afgepakt omdat hij de baanlimieten had overschreden). Vierde en vijfde worden de Ferrari’s van Leclerc en Science. Daarna is er een groot gat naar Ricciardo, die nooit lekker in de wedstrijd zat en Stroll en Gasly maar net voor weet te blijven.

De laatste punten zijn voor Rijkunnen en Ocon, die het levendige stalduel met Alonso nipt in zijn voordeel beslist. Pérez laat na zijn uitglijder weinig meer zien en finisht troosteloos als twaalfde, maar nog wel voor Tsoenoda, die een buitengewoon rommelig weekend kende met een crash in de kwalificatie en een spin direct na de herstart. Zijn enige geluk was dat een tijdstraf voor het veelvuldig overschrijden van de baanlimieten hem geen pijn meer deed omdat hij de laatste coureur in dezelfde ronde als de winnaar was.

Op een ronde achterstand eindigt Giovinazzi, die een extra pitstop moest maken om een stuk ducttape uit een remkoeler te laten verwijderen. Fattle werd kort voor tijd uit zijn lijden verlost dankzij een probleem met de versnellingsbak, maar werd nog wel voor de Haasjes van Schumacher en Mazepin geklasseerd.

Over twee weken gaat het veelbelovende Formule 1-seizoen verder in Portugal.

PS.: Na afloop heeft Stroll een tijdstraf van 5 seconden gekregen omdat hij Gasly in het begin van de race door de grindbak had ingehaald, waardoor hij zijn zevende plek aan diezelfde Gasly verliest. Rijkunnen heeft op zijn beurt een tijdstraf van 30 seconden gekregen omdat hij na een spin zijn positie bij de herstart niet op tijd had ingenomen, waardoor hij terugvalt naar de dertiende plaats en de Alpines van Ocon en Alonso een plekje opschuiven.

03 april 2021

Herpublicatie van een herpublicatie

Lang geleden, heel lang geleden schreef Pinda een artikel over het programma Wie is de Mol?, waarin hij niet zonder trots beweerde dat hij de zogenaamde mol al vroeg in de serie correct had geïdentificeerd. Lang, maar iets minder lang geleden besloot ik het artikel te herpubliceren en schreef ik er nog een inleiding bij waarin ik trots mijn onwetendheid over het programma etaleerde. Inmiddels weet ik beter waar ik het over heb en kan ik er, jaren na dato, nog wat zinnigs over zeggen.

Hieronder schuingedrukt mijn herpublicatie, met daarin het oorspronkelijke artikel.

Blind

De laatste tijd gaat het op de Uni alleen nog maar over een bijna blind beestje. In ieder computerpracticum worden er zeeën van tijd verklooid aan ellenlange discussies en niet aan de opdrachten. Het onderwerp van gesprek is de mol, of beter gezegd: wie is de mol??

Hele fora staan volgeschreven met vermoedens en er wordt volop gespeculeerd. Zelf heb ik geen idee wie de mol is, ik heb het programma nog nooit gezien. Twee jaar geleden had Pinda al gauw een conclusie getrokken en achteraf leek het zo simpel. Des te vermakelijker om te lezen hoe anderen keer op keer in de verkeerde richting zoeken, foute conclusies trekken en er uiteindelijk, na veel gezwoeg, alsnog naast zitten.

Daarom nu het onthullende artikel, dat vast voor veel mol-kijkers een wereld doet opengaan:

Wie WAS… de Mol?

De afgelopen tien weken waren we ‘in de ban’ van AVRO’s televisieprogramma “Wie is… de Mol?” Afgelopen donderdag was de finale, en dus hoog tijd voor een artikel.

Kort het concept: Men raapt tien (bekende) Nederlanders bij elkaar en laat ze opdrachten uitvoeren in een leuk land. Maar, tussen die tien kandidaten, zit er een persoon die gedoemd is om alle opdrachten te laten mislukken; de zogeheten mol. Aan het einde van elke aflevering maken alle kandidaten een soort quiz over wie zij denken wie de mol is. Degene die het verst er vandaan zit, krijgt een rood scherm wat betekent dat hij/zij naar huis moet en het spel verlaten. De mol kan nooit een rood scherm krijgen.

De dag na de uitzending, vrijdag omstreeks 16:00 is er op Schiffers.fm een muzikale aanwijzing over de mol.

Elke aflevering bevat twee opdrachten waarin geld in de pot kan worden verdiend. De winnaar van de serie wint de pot. Hij wint door de laatste executie (zo heet die “quiz” aan het einde van de aflevering) de mol goed te raden.

Dit was het eerste seizoen dat ik de serie ging kijken, ik had er wel eens wat van gehoord, maar nooit echt gekeken.

De eerste aflevering was eigenlijk een beetje wennen met de namen. Twee namen kende ik al: Sander Lantinga en Dick Jol. Verdere namen waren: Sander, Liesbeth, Alex, Menno, Dick, Nadja, Eva, Renate, Paul en Inge. Molacties kon ik nog niet echt ontdekken.

De tweede aflevering was prachtig: de tweede opdracht was een abseilopdracht. De kandidaten moesten een voor een van het hoogste gebouw van Thailand abseilen. Vijf van de negen kandidaten moesten gaan abseilen om geld in de pot te brengen. Eerst ging Dick Jol, hij vond het keigaaf, daarna Menno Bentveld dacht ik, daarna Nadja Hüpscher ofzo en daarna Inge Ipenburg als laatst zoiets was het. Nadat de kandidaten beneden waren, kregen ze van de presentator Karel van de Graaf een aanbod… voor 5000 euro extra in de pot, moesten ze de andere kandidaten (die overige vier) ook laten abseilen. Nou ik zag al dat die Alex Klaasen en Renate Verbaan niet durfden, dus ik zou het nooit hebben aangenomen. Dick, Menno en Nadja dachten precies hetzelfde. Alleen Inge dacht de overigen te kunnen overtuigen. De opdracht mislukte en er kwam helemaal geen geld in de pot.

Ik dacht: alleen de mol zou die opdracht aangaan om ze te overtuigen. Door die actie werd Inge hoofdverdachte #1.

De muzikale aanwijzing van die aflevering #2 was “One – U2” –>

Is it getting better?
Or do you feel the same
Will it make it easier on you now?
You got someone to blame

Ja, wie mag je de schuld geven en waarom… ik wist wel waarom: dat was Inge (mijn verdachte) omdat ze die opdracht aannam.

De muzikale aanwijzing van een aflevering, ik kan het even niet terugvinden… het was in de trant van: “time of peace, a time of hate” zoiets.

Een beetje vrij en cryptisch vertalen: Goed tijden, Slechte tijden. Inge is actrice in, ja hoor, Goede tijden Slechte tijden. Toen was het definitief voor mij.

Sinds aflevering #2 zat ik op de juiste persoon bleek op donderdag 15 maart toen de finale aflevering werd getoond.

Hopelijk heb ik het volgend jaar weer goed xD

Wie WAS… de mol?
Pinda’s weblog (17 maart 2007)

Natuurlijk schieten mij nu vragen te binnen als:

  • Is het saboteren niet levensgevaarlijk?
  • Wist iedereen al lang van te voren wie de mol was? (in 2007)
  • Had Pinda het vorig jaar ook goed?
  • Wie is dit jaar de mol?

Er is in ieder geval heel wat te winnen met die kennis en Pinda kennende weet hij wel de juiste conclusie te trekken uit de afleveringen en de muzikale aanwijzingen. Hopelijk schrijft hij er dan weer een artikeltje over.

Uit de oude doos
Jespers weblog (17 februari 2009)

Een aantal maanden geleden ben ik begonnen met oude seizoenen van Wie is de Mol te kijken. Dat had overigens niet specifiek met deze herpublicatie te maken (voor wie benieuwd is wat wel: de datum van dit artikel is een aanwijzing), maar ik was gewoon oprecht benieuwd wat het programma inhield. Ik ben begonnen met seizoen 6 en ik heb nu seizoenen 5 t/m 8 gezien, de eerste seizoenen met Bekende Nederlanders (waarvan ik de meesten alsnog niet kende).

Bij het terugkijken van de serie had ik het gevoel in een tijdmachine te zijn gestapt en weer terug was in een mooiere tijd, toen mensen elkaar nog niet zo naar het leven stonden als nu. De spanning is er natuurlijk wel af, jaren na dato, maar ik was vooral benieuwd naar hoe de mol de opdrachten zou verknallen. Geen makkelijke taak, omdat dat natuurlijk niet te opzichtig moet gebeuren. Gelukkig zijn de opdrachten vaak dusdanig moeilijk dat er vaak wel iemand is die de opdracht per ongeluk laat mislukken. En verder zijn er vaak nog wel wat hulpmollen die juist de boel saboteren om zichzelf verdacht te maken, om zo de andere kandidaten uit het spel te werken. De verwarring die daarmee gezaaid wordt is, in combinatie met de tunnelvisie van de deelnemers, vaak voldoende om de deelnemers volledig op het verkeerde spoor te zetten.

In het door Pinda beschreven seizoen 7 was die Nadja Hüpscher de hulpmol, die vooral naar Thailand was afgereisd om een leuke tijd te hebben, maar niet per se om de opdrachten te doen slagen. Dat lijkt me overigens een volkomen rationele beslissing, want de pot bedraagt meestal maar iets van €20.000 en met negen kapers op de kust ga je naar verwachting met iets meer dan €2000 naar huis; een drieweekse vakantie naar een ver land is veel meer waard.

Die aflevering met die abseilopdracht heb ik natuurlijk met extra interesse gevolgd. In grote lijnen klopt Pinda’s omschrijving, maar er zitten wel een paar feitelijke onjuistheden in:

  1. De kandidaten kregen allemaal afzonderlijk het aanbod om de andere kandidaten over te halen. Ze konden niet met elkaar overleggen.
  2. Het bedrag in de pot zou verhoogd worden van €2500 naar €10.000 als iedereen zou abseilen, ofwel €7500 meer (niet €5000).
  3. Dick Jol vond het aanvankelijk doodeng om naar beneden te gaan.

De eerste twee tenenkrommende vragen aan het eind van mijn herpublicatie kunnen dus met nee beantwoord worden en de derde vraag voor het gemak ook. Voor de laatste vraag verwijs ik naar Wikipedia. Hieronder het overzicht van de seizoenen:

Seizoen 5, Australië/Indonesië, juli/augustus 2004

Mol: Yvon Jaspers
Strategie van de mol: op een weinig subtiele manier saboteren en veel liegen

+ De leukste deelnemers bereikten de finale
– Het was winter in Australië en daardoor KOUD
– Angela Groothuizen is geen leuke presentatrice

Hoogtepunt: Die John Lenon moest in een stadion het eerste couplet van dat vreselijke lied Waltzing Mathilda zingen en was door de spanning zijn tekst compleet vergeten.

Seizoen 6, Argentinië, oktober 2005

Mol: Milouska Meulens
Strategie van de mol: eigen dommigheid vergroten om de zaak te vertragen of van de rails te laten lopen

+ Karel van de Graaf
+ Een subtiele mol
– Geen extreem moeilijke opdrachten

Hoogtepunt: De aankondigingen van Karel van de Graaf. “We gaan fietsen. Een kilometer. Maar dan omhoog.”

Seizoen 7, Thailand, juli/augustus 2006

Mol: Inge Ipenburg
Strategie van de mol: vooral achteroverleunen en toekijken hoe de andere kandidaten de opdrachten zelf wel zouden verknallen

+ Paul Rabbering was iedereen te slim af
+ Er zaten behoorlijk pittige opdrachten tussen
+ Dick Jol

Hoogtepunt: Die keer dat de kandidaten onafhankelijk van elkaar met het geld uit de pot konden bieden op dingen die alleen het individu ten goede zouden komen, zoals luxehotelovernachtingen en jokers. Nodeloos te zeggen dat al het geld uit de pot ging.

Seizoen 8, Mexico, mei/juni 2007

Mol: Dennis Weening
Strategie van de mol: leuk met iedereen meedoen, maar ondertussen dingen verkloten

+ De vriendschap in het spel tussen de mol en de winnaar
– Pieter Jan Hagens is niet een hele goede spelleider
– De domheid van de deelnemers was soms stuitend

Hoogtepunt: De mol die op een speelautomaat zit terwijl de rest op een cruiseschip geld loopt te zoeken.

De komende tijd ga ik misschien nog recentere seizoenen bekijken. Hopelijk zijn die net zo leuk of origineel!

28 maart 2021

De ironie van bocht 4

Lewis Hamilton is 2021 begonnen met een nipte zege. In Bahrein wist hij Max Verstappen met grote moeite achter zich te houden. Valtteri Bottas werd derde, voor Lando Norris en Sergio Pérez in de tweede Red Bull.

De voortekenen waren er al in de superkorte wintertest, waarin Red Bull goed voor de dag kwam en Mercedes kwetsbaar oogde. Zou er na zeven jaar een einde komen aan de hegemonie van de Zuid-Duitse autofabrikant? Inderdaad had Red Bull op het Bahrain International Circuit aanvankelijk de overhand, maar helemaal vlekkeloos verloopt het weekend niet voor l’équipe de Christian Horner. Waar Max pas met een uiterste krachtsinspanning de pole voor zich opeist, wordt nieuwkomer Pérez al in de tweede sessie gewipt.

Een dag later gaat het van kwaad tot erger voor de Mexicaan als zijn Red Bull naar goed gebruik al in de opwarmronde stilvalt. De wagen staat op een ongelukkig punt en komt pas weer tot leven nadat de rest aan een tweede opwarmronde is begonnen. Het probleem blijkt zichzelf te hebben opgelost en dus kan Pérez de race alsnog vanuit de pitstraat aanvangen.

Bij de start verzilvert Max ondanks een vrij matige start zijn pole. Achterin gaat het mis als er een Haas de muur in vliegt. De gedachten gaan terug naar vier maanden geleden, toen Grosjean bijna werd geroosterd toen zijn auto bij een crash in de fik vloog. Gelukkig blijft het vuurwerk nu uit en dus kan debutant Mazepin beteuterd uit zijn verfomfaaide bolide stappen.

Door het ongeval rukt de safetycar even uit. Bij de herstart gaat Max pas op het allerlaatste moment op het gas. Anders dan vorig jaar in Mugello wordt niemand erdoor verrast, dus gaat de race dan eindelijk echt van start. Wel gaat Mick Schumacher in de eerste bocht op dezelfde manier als Mazepin achterstevoren, maar in tegenstelling tot zijn teamgenoot kan hij zijn weg vervolgen.

Vooraan kan Max niet echt bij Luis wegrijden. Hij klaagt over een probleem met het gaspedaal, dat door Mercedes wordt geïnterpreteerd als een probleem met het differentieel. Al snel haalt Mercedes Luis naar de pits voor een nieuw setje banden. Red Bull laat Max stoïcijns nog een aantal ronden langer op zijn versleten banden doorrijden, waardoor hij de race na zijn stop achter Luis als tweede hervat.

Op nieuwe banden rijdt Max het gat naar Luis langzaam dicht. Op het moment dat hij in de buurt komt en Luis’ banden de geest beginnen te geven, haalt Mercedes de zevenvoudig wereldkampioen voor de tweede keer naar de pits, waardoor Max weer aan de leiding komt te liggen. Bottas ligt een handvol seconden achter hem en Mercedes denkt hem in stelling te brengen door hem even later eveneens van nieuwe banden te voorzien. Het plannetje faalt omdat het rechter voorwiel er niet op wil, waardoor de Fin een extreem trage stop heeft en nog tussen de McLarens op de baan komt.

Op nieuwe banden rijdt Luis behoedzaam, waardoor hij niet heel veel tijd op Max goedmaakt. Wel rijdt hij, tot frustratie van iedereen bij Red Bull, bij het uitkomen van de vierde bocht consequent met zijn hele auto over de uitloopstrook, wat overduidelijk niet de bedoeling is. Red Bull instrueert Max om maar hetzelfde te doen, tot frustratie van de coureur. Die boodschap schudt de wedstrijdleiding wakker, want even later krijgt Luis te horen dat hij die vierde bocht op de normale manier moet nemen, tot frustratie van de coureur.

Tegen het eind van de race maakt Max dan eindelijk zijn tweede en laatste stop. Hij komt weer achter Luis als tweede de baan op, maar op veel nieuwere banden zou hij in staat moeten zijn de koppositie te heroveren. Beetje bij beetje rijdt hij het gat dicht en met vijf ronden te gaan meldt hij zich aan de staart van de Mercedes met startnummer 44. Van schrik maakt Luis een fout, waarna Max in de aanval gaat. Hij probeert het buitenom in bocht 4, waar Luis hem bij het uitkomen van de bocht de uitloopstrook op dwingt. Max neemt de koppositie over, maar de vreugde is van korte duur als de Belgische Nederlander meteen een bericht krijgt dat hij Luis er weer langs moet laten om een straf te voorkomen.

Met tegenzin geeft Max de plek terug, waarna hij moeite heeft om de Mercedes in het bochtige gedeelte te volgen. Pas in de laatste ronde zit hij weer op de staart, maar het is too little too late, dus komt Luis voor de 96e keer als overwinnaar over de streep. Max wordt tweede en daarna is er een groot gat naar Bottas, die vlak voor tijd nieuwe banden had gehaald om ook nog het snelste punt voor de snelste raceronde van Max af te pakken. Dat kon er ook nog wel bij.

Pérez finisht na een inhaalrace keurig als vijfde tussen de McLarens en Ferrari’s in. Norris wordt vierde, terwijl teammaat Ricciardo tussen de Ferrari’s van Leclerc en Science als zevende over de streep komt. Negende wordt Tsunoda in zijn debuut voor AlphaTauri na een aanvallend gereden race, voor Stroll in de Aston Martin, die hij in de laatste ronde nog voorbij was gereden.

Als laatste in de lead lap komt Rijkunnen over de streep, voor teammaat Giovinazzi. Ocon wordt dertiende na een pover optreden, waarin hij nog bijna door Fattle uit de race gereden werd. De Duitser finisht achter Russle als vijftiende na een werkelijk waar schandalig slecht optreden, waarin hij vijf strafpunten had weten te verzamelen. Hij weet alleen Schumacher jr. achter zich te houden, die zijn Slak als zestiende en laatste over de streep wist te brengen.

Daarmee deed hij het overigens beter dan de als vijfde vertrokken Gasly, die zijn neus kort na de herstart beschadigde en de rest van de race voor spek en bonen meedeed. Ook Latifi moest kort voor het eind opgeven met een technisch defect, terwijl Alonso halverwege de race al had moeten opgeven met een remdefect.

Over drie weken gaat het Formule 1-circus verder op Imola. Kan Red Bull daar terugslaan, of is Mercedes ze dan opnieuw te slim af?

19 maart 2021

Een andere kijk op de verkiezingsuitslag

De VVD blijft de grootste, de D66 wordt de tweede partij, er komen nog eens vier nieuwe partijen bij en de linkse partijen zijn gedecimeerd: dat zijn de conclusies na de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen woensdag. Heeft Nederland weer een ruk naar rechts gemaakt, of speelt er iets anders?

Vanwege de coronacrisis kwam de campagne nauwelijks op gang en kregen de partijen minder kans om zich echt te profileren, waardoor alles min of meer bij het oude bleef. Als ze echt zouden willen, zou het huidige kabinet weer door kunnen regeren. Toch heeft de coronacrisis weldegelijk een stempel op de verkiezingen gedrukt.

Toen vorig jaar het land op slot ging en ondernemers en zelfstandigen met flinke omzetverliezen kregen te maken, kon het kabinet weinig anders doen dan gul de portemonnee trekken om te voorkomen dat de bedrijfjes op de fles gingen, hoewel de staatskas wel flink inteerde. Eenzelfde ruk naar links is te zien in de verkiezingsprogramma’s van de grootste partijen, die ten opzichte van de vorige verkiezingen allemaal een stuk linkser zijn geworden. Zelfs de VVD wil het minimumloon verhogen, iets wat een jaar geleden nog ondenkbaar was. De PVV is zelfs op economisch gebied een linkse partij geworden volgens het kieskompas.

Hieronder heb ik het plaatje van het kieskompas proberen na te bootsen aan de hand van de 30 stellingen, die ik heb ingedeeld op tegenstellingen in de links-rechts- en progressief-conservatiefdimensie. Ik kom op het volgende plaatje uit:

Het politiek speelveld (2021). Bij1 en de BBB staan niet in het schema weergegeven.

Met kleuren heb ik de drie groepen partijen weergegeven: het centrumrechtse motorblok (groen), bestaande uit de VVD, D66 en CDA, nu nog aangevuld met de ChristenUnie en de verdeelde oppositie: de wolk linkse partijen (rood) en een aantal rechts-conservatieve partijen (blauw). De partijen hebben zich inderdaad over de diagonaal links-progressief en rechts-conservatief verdeeld, met de PVV en 50+ als uitbijters.

Wanneer de partijen linkser worden, is het niet heel verwonderlijk dat de kiezer juist rechtser gaat stemmen. Het zwaartepunt van de verkozen partijen ligt namelijk nog steeds nagenoeg precies in het centrum, wat impliceert dat de kiezer niet substantieel linkser of rechtser is geworden. Met zijn 35 zetels legt de VVD op rechts veruit het meeste gewicht in de schaal, maar dit wordt (meer dan) gecompenseerd door de vijf middelgrote linkse partijen.

Mate waarin de partij het zwaartepunt naar links (negatieve getallen) of naar rechts (positieve getallen) doet verschuiven.

Om dezelfde reden houden de progressieve en conservatieve partijen elkaar in evenwicht. De D66 is veruit de grootste progressieve partij, terwijl de PVV op conservatief gebied meer gewicht in de schaal legt dan bijvoorbeeld de VVD, die weliswaar groter is, maar veel minder conservatief.

Mate waarin de partij het zwaartepunt naar conservatief (negatieve getallen) of naar progressief (positieve getallen) doet verschuiven.

Linkse partijen: fuseren of opheffen?

Na afloop van de verkiezingen likten de linkse partijen (exclusief de Partij voor de Dieren, nieuwkomers Volt en Bij1 en D66 uiteraard) hun wonden. Alleen de PvdA hoefde geen zetels in te leveren, maar die partij had er al zo weinig. Bij elkaar vertegenwoordigen de PvdA, GroenLinks en de SP slechts een zesde van de kiezers, een historisch dieptepunt. Hoe kon dat gebeuren? Hieronder een aantal factoren:

  • Strategische stemmen op Kaag, waar vooral GroenLinks en de PvdA last van hadden en wat niemand aan had zien komen.
  • Door de coronacrisis zijn alle partijen naar links opgeschoven, waardoor de rechtse partijen naar het midden opschoven en de linkse partijen in de ogen van veel kiezers te links werden.
  • De linkse samenwerking was een mislukking. De linkse partijen leken te veel op elkaar, waardoor ze zich nauwelijks konden profileren en vooral elkaar vliegen af zaten te vangen. Met name de SP heeft kansen laten liggen door een te progressieve koers te varen.
  • Concurrentie van nieuwe partijen. Door de opkomst van Volt en Bij1 zijn er nog twee linkse partijen bij gekomen.
  • Geen sterke leider. In het verleden heeft de PvdA geregeld geprofiteerd van een sterke leider als stemmenkanon (denk aan Wouter Bos in 2003 en Diederik Samsom in 2012), maar de laatste jaren is het een beetje behelpen. Lodewijk Asscher heeft de uitstraling van een verliezer en Lilianne Ploumen is niet bepaald een verbetering.

Hard werken, iets naar het midden opschuiven en een sterke leider uitzoeken lijkt het devies.

Formatie

Tot slot de formatie. Het is duidelijk dat de VVD en de D66 gaan regeren, maar met welke partijen? De VVD zou het CDA er graag bij willen hebben (correlatie van 50% tussen de partijen, zie onderstaande tabel), maar wie wordt de vierde partij? Mag de D66 die partij kiezen? De D66 zou het liefst GroenLinks erbij willen hebben (correlatie van 75%), ondanks het grote verlies van de partij van Jesse Klaver. De VVD en het CDA zullen daar minder enthousiast op reageren. Wellicht is de PvdA voor hen nog een goed alternatief.

Grappig genoeg hebben de ChristenUnie en de SGP nog de meeste overeenkomsten met de drie regeringspartijen, al zal de D66 niet heel happig zijn om met hen te regeren. Ook Ja21 zullen ze niet met open armen onthalen. Volt is nog een redelijk alternatief, al heeft de nieuwe partij geen zetels in de Eerste Kamer, wat duidelijk een nadeel is. Het zal dus nog een heel gepuzzel worden, maar gelukkig zijn er, ondanks de versplintering, maar vier partijen nodig. Het motorblok is bovendien al geassembleerd.

Correlatie tussen de opvattingen van de 15 partijen in het kieskompas. 100% is volledige correlatie (dat is per definitie de correlatie tussen een partij met zichzelf) en een correlatie van -100% betekent dat twee partijen exact elkaars tegenpolen zijn.

25 februari 2021

Opa

Vorige week donderdag ging om 4 uur ’s middags de telefoon. Het was m’n moeder. Dat kon eigenlijk maar één ding betekenen en al gauw werd mijn bange vermoeden bevestigd. Opa was overleden.

Een tengere kerel met een krachtige handdruk en een trotse witte haardos: dat was mijn opa, de vader van mijn vader, een opa waar ik trots op was. Ogenschijnlijk had de tijd stilgestaan voor hem, want het was hem niet af te zien dat hij maar enkele jaartjes van de honderd verwijderd was. Daarnaast verkeerde hij in een blakende gezondheid en was hij tot het laatst vitaal en levenslustig.

Pas de laatste jaren werd het verval langzaam zichtbaar. Zo durfde hij een paar jaar geleden geen auto meer te rijden en besloot hij zijn Berlingo uiteindelijk maar aan mijn oudste neef te geven (die met het ding onderweg naar Spanje door een milieuzone reed, waarna de boete nog voor mijn opa was; ik geloof dat mijn moeder krom lag van het lachen).

Vorig jaar kwam de corona er nog bij, waardoor hij vereenzaamde. Het deed zijn gezondheid geen goed. Begin deze maand volgden de angstaanjagende berichten elkaar in hoog tempo op. Dit kon niet veel langer goed blijven gaan, maar uiteindelijk kwam het overlijden toch nog redelijk onverwacht.

Welke herinneringen me zijn bijgebleven? Na diep graven kan ik me uit mijn jeugd een aantal dingen herinneren. Dat hij tijdens het rijden altijd zat te fluiten (hij probeerde ons dan wijs te maken dat hij een fluitje had ingeslikt), dat hij patat junkfood noemde en dat hij me met schaken keer op keer vreselijk inmaakte (dat hadden jullie niet gedacht zeker).

Van de laatste jaren herinner ik me vooral zijn aanwezigheid bij mijn promotie en de ontreddering toen mijn oma was overleden, maar verder zijn weinig momenten echt blijven hangen. Opa was er gewoon. Vaak verkondigde hij zelfbedachte oplossingen voor allerlei maatschappelijke problemen en anders haalde hij herinneringen uit zijn jeugd op.

Een aantal jaar geleden deelde hij zijn levensverhaal met een aantal kinderen, dat daar toen een heel werkstuk van maakte, wat vervolgens in een kerk werd vertoond. Het was dan ook niet verrassend dat zijn jonge jaren, toen hij in Indonesië woonde, hierbij flink werden uitgelicht. Hij beweerde al vijf keer aan de dood te zijn ontsnapt. Dat hij nog steeds in leven was, verbaasde hem.

Dat benadrukte hij nogmaals in ons laatste gesprek. “Mijn broers en mijn vader zijn 80 geworden en ik ben 96!”, zei hij meer verbaasd dan triomfantelijk toen ik hem over de telefoon feliciteerde met zijn laatste verjaardag. Anderhalve maand later was de dood hem dan toch te slim af.

Vandaag was de crematie in de plaats waar het 96 jaar geleden allemaal voor hem begon: Utrecht. De cirkel was daarmee weer rond, zoals mijn tante tijdens de plechtigheid al zei. Een markante man is heengegaan. Ik zal mijn opa gaan missen.

Opa Gerrit
* 31 december 1924
+ 18 februari 2021

09 februari 2021

De winterse spierballen van februari

Het sneeuwtapijt op het terras is alweer grotendeels weggesmolten door de februarizon, maar desondanks is Nederland deze week volledig in de greep van extreme winterkou. Afgelopen zondag werd de eerste officiële ijsdag van de winter gemeten en afgelopen nacht werd er voor het eerst in acht jaar weer zeer strenge vorst geregistreerd. En dat koude weer blijft nog wel even aanhouden.

Een lange vorstperiode doet de harten van menig schaatsliefhebber natuurlijk sneller kloppen. Helaas: de Tocht der Tochten gaat vanwege corona niet door, mocht het zover komen. Op dit moment is het ijs in de Friese meren nog van abominabele kwaliteit. Juist in het noorden van het land deed Thialf zich afgelopen nacht het minst gelden. De rest van de week zal het kouder worden, dus wie weet wat er nog mogelijk is.

Het gezegde dat als de dagen lengen, de nachten gaan strengen, gaat dus op. Inmiddels duren de dagen alweer bijna twee uur langer dan in december, maar toch is daar wat betreft de temperatuur nog weinig van te merken. En dat terwijl het eind van de winter echt in zicht is. Over nog geen drie weken zit het koudste seizoen er alweer op.

Klimatologisch zijn we het dieptepunt van de winter duidelijk gepasseerd. Toch valt klimatologisch de koudste dag van het jaar niet in januari, maar in februari: Valentijnsdag is in Nederland historisch gezien de koudste dag van het jaar. Hoe komt dat?

In Nederland wordt de temperatuur in de winter vooral door de wind bepaald. Als de wind uit het westen komt, wat vaak het geval is, wordt er zachte, vochtige lucht onze kant op geblazen. Hoe anders is het als de wind uit het oosten waait. Dan wordt er droge lucht van het continent aangevoerd en kan het stevig vriezen. Oostenwinden zijn in de winter (helaas) vrij zeldzaam. Wel komen ze naarmate het seizoen vordert vaker voor.

Het voorkomen van verschillende windrichtingen in de winter (december t/m februari), onderverdeeld in vier kwadranten. Weergegeven zijn de 7-daagse klimatologische gemiddelden. Data: KNMI, 1901-2020 voor De Bilt.

In het eerste deel van de winter ligt het aandeel koude noordoostenwinden op ongeveer 1 op de 6. In de eerste helft van februari stijgt dit aandeel naar 1 op de 4 en dit gaat ten koste van het aandeel zachte zuidwestenwinden, wat een duidelijk afkoelend effect heeft. Dit drukt de temperaturen in februari.

Temperatuurverloop in de wintermaanden (december t/m februari). Groen: daggemiddelden, donkergroen: gemodelleerde gemiddelden gebaseerd op windrichting. Zwart: gemiddelde temperatuur als windrichting willekeurig is. De donkerblauwe staaf geeft de kortste dag van het jaar weer (21 december), de blauwe staaf geeft het middelpunt van de winter weer (18 januari) en de lichtblauwe staaf geeft de klimatologisch koudste dag van het jaar weer (14 februari). De gele balk markeert vandaag (9 februari).

Te zien is dat december en januari in werkelijkheid (groene lijn) duidelijk warmer zijn dan wanneer de wind uit alle richtingen evenveel zou waaien (zwarte lijn). In februari verdwijnt het opwarmende effect van de wind grotendeels. Halverwege de maand is dit proces voltooid, wat verklaart dat deze periode zo koud is. Eind februari zit het klimatologisch gemiddelde duidelijk in de lift, waardoor deze periode weer wat zachter is, de vele oostenwinden ten spijt.

Momenteel wordt de kou veroorzaakt door een noordoostenwind die Siberische kou met zich meebrengt. Daarmee houdt de winter van 2020-2021 zich netjes aan de klimatologische wetmatigheid dat er meer noordoostenwinden zijn in de sprokkelmaand, zodat februari zijn winterse spierballen weer eens kan laten zien.

28 december 2020

Weer zilver

Net als in het begin van de coronacrisis ligt de fysieke schaakcompetitie alweer een tijdje stil en net als toen wordt de interne competitie op internet hervat. Vorige week werd op Lichess de eerste ronde van de coronacompetitie gespeeld en vandaag de tweede.

Om tien voor half negen werd vorige week voor het honderd minuten durende snelschaaktoernooi afgetrapt. Zelf had ik een instortmomentje na de maaltijd en besloot ik maar even een uiltje te knappen. Natuurlijk miste ik daardoor het startschot en liet ik met m’n slaperige hoofd amper een goede zet uit mijn draadloze muis glippen. Die nacht had ik meer wakkere momenten dan tijdens het toernooi…

Vandaag ging het tussen acht en tien gelukkig heel wat beter. In de eerste ronde wist ik de gevaarlijke jeugdspeler Daniël Kuijper wat fortuinlijk te kloppen (vorige week gaf ik tot tweemaal toe een halfje tegen hem weg in het eindspel), waarna ik tegen mijn andere angstgegner mocht: de studentikoze Iskander Schrijvers. Opnieuw kwam ik met zwart verkrampt te staan, maar gelukkig voor mij gaf hij daarna een paar pionnen weg en dacht ik het puntje rustig te drukken.

Iskander Schrijvers – Apenhoofd. Stelling na 37.e6.

Hup, dames eraf en het is gedaan, dacht ik, dus deed ik vrolijk 37…Dd5+ (waarom ik 37…f5 niet zag, weet ik niet). Er volgde uiteraard 38.Dxd5 cxd5 39.exf7+. Onnadenkend ramde ik het pionnetje eraf, om me meteen daarna te realiseren dat het een gigantische blunder was. 39…Txf7+ 40.Ph6+ en de stukken konden weer in de doos. Juist was natuurlijk 39…Kg7 en misschien wint zwart het dan wel.

Ik was niet te genieten na de partij en nadat ik de nodige keelklanken had uitgestoten en de kat het huis uit had geschopt, zag ik ineens dat ik opnieuw was ingedeeld en dat ik nog een paar seconden had om een zet te doen. Het voelde ongeveer zoals een paar maanden terug, toen mijn geraniums tijdens een storm in slow motion van de stelling vielen. Ik zag het gebeuren, maar ik kon de naderende ramp niet meer afwenden. Net op het moment dat ik een zet wilde doen, ging ik door mijn tijd en had ik er nog een nul bij.

Door de reglementaire nul was ik zelfs even uit het toernooi gezet. Nadat ik me weer had aangemeld, duurde het een eeuwigheid voor ik weer een nieuwe tegenstander kreeg. In ieder geval was ik klaarwakker en werkte ik me door een reeks zeges weer naar de kopgroep. Daarbij kreeg ik hulp van Daniël, die door een mouseslip een stuk wegblunderde. Na een tijdje te hebben nagedacht, besloot ik het stuk toch maar te pakken, waarna hij opgaf. Het ontlokte spelleider Ewood (unBEARableBEAR) tot de uitspraak dat m’n muis veel te gevoelig stond afgesteld. Pas een paar partijen later kwam hij erachter dat niet ik, maar Daniël het stuk had weggegeven. Mijn muisbeheersing is immers nog altijd ongeëvenaard in de familie.

In de tussentijd wist ik onder anderen Iskander en FM Henk aan de zegekar te binden, waardoor ik er toch ineens goed voor stond. Terwijl de klok de laatste minuten van het toernooi zat weg te tikken, mocht ik nog een keer tegen FM Henk. Na een harde strijd leek er een remiseachtig eindspel op het bord te zijn gekomen, waardoor ik maar remise aanbood, zodat we allebei op de valreep nog een puntje aan ons totaal konden toevoegen. Henk speelde door en verloor nog, maar omdat het toernooi inmiddels was afgelopen, telde dat resultaat niet meer mee, dus won Ewood met 22 punten.

De krullenbol had ditmaal geen last van een uitvallende internetverbinding of van zijn eigen gepruts, dus mocht hij de grootste beker (met de kleinste oren) in ontvangst nemen. Met een gelijk aantal punten eindigde ik als tweede, vermoedelijk vanwege iets triviaals als TPR. FM Henk eindigde als derde op twee punten achterstand. Daarna was er een groot gat naar het peloton, aangevoerd door Iskander.

De eindstand. Ik ben dus 2012.

In ieder geval ging het honderd keer beter dan de vorige keer, dus was ik tevreden. Maar na, net als afgelopen week met onder andere koehandel, steeds het zilver te hebben opgehaald, had ik wel weer een keer goud willen winnen. Gelet op hoe spannend het uiteindelijk nog was, had het ook echt gekund. Die reglementaire nul tegen Bert Arp heeft me achteraf dus wellicht de das omgedaan. Volgend jaar beter dan maar.

26 december 2020

Als je te lang klopt...

Kerst zit er weer bijna op. De feestdagen staan toch altijd in het teken van eten en nadat mijn ouders zich gisteren hadden uitgesloofd, was ik vandaag aan de beurt om een 3-gangenmenu op tafel te toveren.

Niemand staat er in deze donkere dagen graag alleen voor, dus kreeg ik voor deze speciale aangelegenheid een hulpkok toegewezen in de vorm onze eigen Ewood. Halverwege de middag stond hij voor de deur en kon hij toezien hoe ik tevergeefs probeerde de feestverlichting op te hangen. Na een helpende hand te hebben toegestoken, kregen we het voor elkaar om de lampjes aan de kast vast te plakken. Het zag er heel, eh…, feestelijk uit. Misschien laat ik ze nog een tijdje zitten (als ze niet uit zichzelf al naar beneden donderen).

De feestverlichting.

Daarna was het tijd om de drie gangen te gaan bereiden. Op internet hadden we een tijdje terug een leuk voor- en nagerecht gevonden. De ingrediënten had ik in de tussentijd in huis gehaald, dus was het moment van de waarheid dan eindelijk aangebroken. Zouden onze kookkunsten toereikend zijn? Het nagerecht was het bewerkelijkst, dus begonnen we daar maar mee. Voor de cappuccino pavlova zaten we om beurten een aantal eiwitten tot schuim te kloppen. Daarna moest er nog wat suiker en koffiepoeder bij en ging het geheel op de bakplaat de oven in.

Het hoofdgerecht was een gouwe ouwe uit de Stumass-tijd: broccoli-cheese met penne en mascarponesaus (dat is inderdaad een hele mondvol). Terwijl Ewood twee broccoli’s in stukjes hakte, kookte ik de penne en mengde ik de tomaten in blik met de mascarpone (de tomaat-mascarponesaus was in mijn Albert Heijn in geen velden of wegen te bekennen). Nadat de broccoli even mee had kunnen koken, ging de groente, samen met de penne en de saus in de ovenschalen, waarna Ewood nog een paar eiwitten tot schuim mocht kloppen.

Ondertussen waren de oude lui ook aangekomen. Loulou ging proberen mijn white board aan de muur te hangen, maar staakte die poging al gauw omdat de muur te hard was. Ondertussen waren wij in de weer met het voorgerecht, dat bij nadere beschouwing een nagerecht bleek te zijn (dat het gerecht voornamelijk uit dessertrijst bestond, deed bij mij geen belletje rinkelen). Het gerecht was vrij eenvoudig gemaakt; het koken van de rijst nam nog de meeste tijd in beslag. Nadat de bananen waren gebakken, kon iedereen voor de eerste keer aan tafel.

Ondertussen stond het hoofdgerecht in de oven en liep het echte nagerecht op het fornuis af te koelen. Er hoefde daarna alleen nog maar slagroom op gesmeerd te worden. Na het feestelijk ogende hoofdgerecht, dat een magische aantrekkingskracht op de poes had, nam Ewood de taak op zich om de slagroom te kloppen.

“Is het zo goed?”, vroeg hij na een tijdje kloppen. “Nog even”, zei Beppie nadat ze haar vinger door de witte substantie had gehaald. “Huh?! Het is helemaal nat geworden!”, merkte hij even later op. De eens zo fraai schuimige massa in de beslagkom was opeens in boter veranderd. “Ik zei: ‘nog heel even!'”, sneerde Beppie. De boter was natuurlijk met geen mogelijkheid terug in slagroom te veranderen. Gelukkig bleek de Albert Heijn nog open, dus ging Ewood maar gauw nieuwe slagroom halen.

Het blijkt dus echt waar te zijn: als je slagroom te lang klopt, wordt het boter.

“Als ‘ie slim is, haalt ‘ie meteen drie bekers slagroom”, merkte ik op terwijl ik met Beppie de vaat stond te doen. Een soortgelijke analyse had Ewood zelf ook gemaakt, want even later ging de deur open en stond hij met twee bekertjes slagroom in z’n hand. “Voor als ik het weer verpruts.” Dat gebeurde niet, want dit keer ging wel alles goed, dus hadden we een naar koffie smakend nagerecht en was de avond gered.

Na nog wat gebabbeld te hebben en het journaal nog te hebben gekeken, gingen Ewood en de oude lui weer op huis aan. Morgen zie ik ze, en de plant waar ze me van af hebben geholpen, weer. Op derde kerstdag is het namelijk weer de beurt aan m’n ouders om een voedzame, doch gezonde maaltijd voor te schotelen.

16 december 2020

De coronacrisis: de ene na de andere golf

Zo, we zitten sinds maandag weer in een lockdown, een bittere pil met de feestdagen in het vooruitzicht. Vreemd is het ook, omdat het begin vorige maand nog de goede kant op leek te gaan. Helaas duurde de de euforie maar kort en zitten we inmiddels in de vierde golf.

Het is alweer negen maanden geleden dat de coronacrisis in ons land in alle hevigheid losbarstte. Ondanks de genomen maatregelen zijn we in al die tijd nog geen stap verder gekomen. Van tijd tot tijd laait het coronavirus weer op en die pieken lijken alsmaar hoger te worden, zoals het onderstaande plaatje weergeeft:

De vier coronagolven tot nu toe, geïllustreerd door het aantal nieuwe besmettingen per dag door de blauwe lijn op de linker y-as. De rechter y-as geeft het aantal overlijdens per dag (rode lijn, andere schaalverdeling). Data: Worldometer, weergegeven zijn de 7-daagse gemiddelden.

De eerste golf (rood, gevaar) in het voorjaar was de dodelijkste, maar stelde qua besmettingen niet heel veel voor. De tweede golf in de zomer (groen, weinig gevaar) was vrij onschuldig, maar doofde ook niet echt uit, waardoor in het najaar een derde golf, of beter gezegd, een tsunami ontstond (blauw). Inmiddels is het aantal nieuwe besmettingen opnieuw aan een opmars bezig en zitten we in de vierde golf (geel, van een waarschuwingsbord). Hopelijk kan de lockdown deze golf een halt toeroepen, al zal het effect daarvan pas over een aantal weken zichtbaar worden.

Te zien is dat het verloop van de rode lijn van het aantal gerapporteerde sterfgevallen aan corona redelijk in de pas loopt met het aantal gerapporteerde nieuwe besmettingen. Het aantal sterfgevallen lijkt iets na het aantal besmettingen te pieken, wat logisch is, aangezien iemand pas aan corona kan overlijden nadat ‘ie besmet is geraakt. Wel overlijden er thans minder mensen dan in het begin van de crisis, ondanks dat er nu bij meer mensen besmettingen worden geconstateerd.

De overlijdenskans is dus tijdens de coronacrisis afgenomen. Om het verloop hiervan over tijd te modelleren, heb ik een simpel model in Excel gemaakt. Het idee is als volgt: het aantal nieuwe besmettingen Ni op dag i zorgt voor pi × Ni overlijdens in de toekomst, waarbij pi de overlijdenskans op dag i is. Het tijdstip tussen besmetting en overlijden is normaal verdeeld, met nog te schatten parameters μ en σ2.

Stel dat van de 1000 mensen die op 1 april besmet worden er uiteindelijk 100 zullen overlijden, dan zullen de meesten in de weken daarna komen te overlijden. De piek ligt dan bijvoorbeeld rond 8 april, net zoals dat de kans het grootst is om met Monopoly vanuit start op kans te komen. Door dit voor alle dagen in het jaar te herhalen, kan het aantal overlijdens per dag gemodelleerd worden. Deze modeluitkomst kan vervolgens met de werkelijkheid vergeleken worden, waarna de parameters gefinetuned kunnen worden. Dat blijkt redelijk te kunnen:

Werkelijke aantal sterftegevallen per dag (rood) en het gemodelleerde aantal (zwart). De balken geven de overlijdenskans per maand weer (rechter y-as).

Het model laat zien dat de overlijdenskans in het voorjaar ruim boven de 10 procent lag. Daarna daalde de overlijdenskans sterk tot ongeveer een half procent in de zomer en het vroege najaar. Inmiddels is de kans gestegen tot ongeveer een procent. Het gemiddelde tijdstip tussen besmetting en overlijden is volgens het model ongeveer 6 dagen.

Het coronavirus is dus sinds de zomer minder dodelijk geworden, wellicht omdat de ouderen in verpleeghuizen nu buiten schot blijven. De werkelijke overlijdenskans is vermoedelijk echter nog een stuk lager, omdat het werkelijke aantal besmettingen flink onderschat wordt, wat in het begin van de crisis duidelijk werd door de relatief hoge besmettingsgraad onder bloeddonoren, die een orde van grootte hoger was dan het gerapporteerde aantal besmettingen. Doordat er meer getest wordt dan in het begin van de crisis, zal de onderschatting nu kleiner zijn, maar dat is lastig te verifiëren, omdat de antilichamen vroeg of laat weer uit het bloed verdwijnen. Hierdoor is het niet goed mogelijk om op deze manier vast te stellen welk percentage van de bevolking ooit besmet is geweest.

Aan de andere kant wordt ook het aantal overlijdens aan corona onderschat, maar deze onderschatting is minder groot (maximaal een factor 2). Alles bij elkaar impliceert dit dat de werkelijke overlijdenskans tot ongeveer een factor 10 lager is dan de gerapporteerde. Op dit moment zou de werkelijke overlijdenskans dan dus ongeveer een tiende procent, ofwel een promille zijn. Voor jongeren zou die kans dus nog lager zijn. Aan de andere kant komen er dus ongeveer 17.000 mensen te overlijden wanneer de hele Nederlandse bevolking besmet zou raken. Aangezien het ons maar niet lukt om de coronagolven te breken, lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat dit gebeurt. Sinds september zijn ongeveer 4.000 Nederlanders aan corona overleden. Hoeveel zijn de overige 13.000 levens waard?